VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (24)

 .

Gerbert Grohmann

‘leesboek voor de plantkunde’

blz.90, hoofdstuk 24                                                                             alle hoofdstukken
.

LOFLIED OP DE BERK
Wanneer we aan de bomen zouden kunnen vragen wie het meest van de wind houdt en wanneer de wind ons zou kunnen zeggen met welke boom hij het liefst speelt, zou het antwoord zeker luiden: de berk, want zij is de boom van de wind. In dezelfde mate echter, hoort ze ook bij het zonlicht. In de schaduw kan ze niet gedijen en wanneer in de lente het bos zijn bladeren weer krijgt, staan de jonge berken dan niet tussen de donkere sparren, alsof ze zelf licht gaan geven? Het mooiste is hun meigroen in de klare morgenzon. Daar schittert ook de verblindend witte schors van de stam met de zwarte barsten, in sterke mate bij de grond; daar pronkt de lichte kruin zo rein als een jonkvrouw en bij iedere windvlaag wiegt ze zo bevallig, dat de driehoekige blaadjes licht en vrolijk fladderend bewegen.

Zo vinden wij de berk het mooist; zo willen we aan haar denken. Voor de tweede keer is het een genot naar de berk te kijken, wanneer in de herfst de blaadjes lichtend geel verkleuren.
Wanneer je de berk met andere bomen vergelijkt, valt je op dat deze geen echte kruin vormt. Ze heeft weliswaar een hoge stam, maar dan komen meteen de dunne, elastische takken. Daartussen ontbreken de sterke stammen. De berken zouden alleen maar takjes willen hebben die in de wind kunnen wiegen; heel anders dan de eiken, beuken en essen. Aan oude berken zie je de takken in slierten naar beneden hangen. Maar zo vreselijk oud worden berken helemaal niet. Ze willen hun jeugdkrachten bewaren en worden daarom juist zwak als andere bomen pas beginnen hun sterkste en krachtigste stammen en takken te laten groeien.

Zoals de berk haar twijgen door de wind laat wiegen, zo laat ze ook haar katjes bewegen.
Die laat ze daar hangen, nog voor de blaadjes helemaal uitgekomen zijn, want de berk is, in tegenstelling tot de wilg een windbloeier. Wanneer de berk bloeit is het net of ze de vele katjes die aan haar hangen naar omlaag wil laten  regenen. De wind schudt of rukt aan de bengelende stuifmeelkatjes en blaast het stuifmaal door de lucht. De zaadkatjes zijn tegen de bloeitijd veel kleiner dan de stuifmeelkatjes. In het begin staan ze rechtop aan dezelfde twijgen. Gedurende de zomer echter, wanneer ze groter worden en langzaam rijp worden, duikelen ze om en hangen dan aan dunne steeltjes eveneens naar omlaag. En weer is het de wind die de zaden in de herfst verpreidt. Dus is de berk niet alleen een windbloeier, maar tegelijkertijd een ‘windzaaier’.

Zo’n katje heeft ontelbare schubbetjes en daartussen eveneens veel kleine zaadjes. Ieder zaadkorreltje heeft twee perkamentachtige vleugeltjes, zodat die er als een kleine vlinder uitziet. Wat dwarrelen ze licht, deze nietige berkenzaadjes, wanneer de katjes uit elkaar schilferen. Alles aan de berk is even licht, luchtig en beweeglijk.

Zo zien de berkenzaadjes eruit door een vergrootglas. Met hun perkamentachtige vleugeltjes en de twee stempeldraadjes doen ze denken aan kleine insecten.

De berk is een levenslustige en oergezonde boom, zodat je bijna nooit ongedierte op haar vindt. En omdat ze zo gezond is, kun je ook geneesmiddelen uit haar bereiden, zoals bv. de berkenbladthee die zo goed tegen reumatiek helpt. Bij sommige volkeren word je, nadat je in bad bent geweest, met berkentwijgen geslagen, opdat je huid door de gezondmakende berkenstoffen gestimuleerd wordt.
In de meimaand stuurt de berk een zoete en lekker smakende sapstroom vanuit de wortel naar de bladerkruin. Wanneer je rond deze tijd een gat in de stam boort en je steekt er een pijpje in, dan druppelt dit sap eruit. Sommige natuurvolkeren bereiden er wijn uit of passen dat in de verse toestand toe als medicijn, want het schenkt de zieke jeugdkracht.
Wanneer je de jonge berkenblaadjes proeft, merk je de kruidige smaak. Ze hebben namelijk een balsemieke laag. En wie heeft de harsachtige geur nog niet waargenomen die van een berk afkomt! Zelfs de kale twijgjes geuren nog. De berk zweet deze balsemieke stoffen uit, omdat ze geen bloemen en geen vruchten draagt. Ze wil alleen maar bladeren dragen. Daarom verandert ze de stoffen van de bloem en geeft die eenvoudig aan blad en twijg. En in de bast legt ze voedzame stoffen aan, zoals suiker en olie, zodat veel natuurvolkeren die bast malen en meebakken in het brood wanneer de nood aan de man is. Ook juchtolie wordt uit de bast gewonnen. Wij gebruiken van de berk het hout of maken bezems van de twijgen; voor de volken van Noord-Europa en Noord-Azië is de berk echter een boom van levensbelang. Zij wordt in deze streken de grootste weldoenster, zonder wie de mensen helemaal niet zouden kunnen leven. Ook de bast kent vele toepassingen. Kunstig wordt deze afgepeld en dan net zo gebruikt als leer. Tassen, riemen, drinkgerei, ja zelfs schoenen worden ervan gemaakt. Met grotere stukken worden huizen bedekt, want berkenbast is waterdicht en vergaat bijna niet, omdat er zoveel looistof in zit. Dat wordt natuurlijk ook gebruikt om dierenhuiden te looien. Wanneer er een balk in de grond gezet moet worden die lang tegen het vocht bestand moet zijn, wordt deze eerst in berkenbast verpakt, zodat hij niet verrot. In Finland worden de kinderen in wiegen gelegd die uit berkenschors gevlochten zijn. Deze wiegen worden aan lange koorden aan het dak gehangen en er wordt een berkentak aan vastgemaakt, zodat grootmoeder het kind lekker wiegen kan.

Je ziet hoe veelzijdig de berk wordt gebruikt en dat ze voor de mensen van grote betekenis kan zijn. Wanneer je dan nog niet weet dat de berk niet veeleisend is, bescheiden, dat ze strenge vorst net zo kan weerstaan als tijdelijke droogte, zoals geen andere boom, dan moet je haar toch wel hoog aanslaan. De berk loopt niet te koop met haar voordelen en pronkt niet met haar kracht en schoonheid die ze in zich draagt. Wie zoals de berk is, heeft dat ook helemaal niet nodig.

Over de berk zou nog wel meer interessants te zeggen zijn, wanneer die gebieden geschilderd worden die op het noordelijk halfrond liggen. Daar waar het plantaardige van de aarde het af moet leggen tegen het ruwe klimaat.

meer over de berk:  hier
uit: Weledaberichten

terug naar de inhoudsopgave

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

29-27

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

7 Reacties op “VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (24)

  1. Pingback: GROHMANN: LEESBOEK VOOR DE PLANTKUNDE-inhoud | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: WAT STAAT OP DEZE BLOG | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – PLANTKUNDE – berk | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: VRIJESCHOOL – Heemkunde – klas 1 | VRIJESCHOOL

  5. Pingback: VRIJESCHOOL – Plantkunde – planten (18) | VRIJESCHOOL

  6. Pingback: VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (22) | VRIJESCHOOL

  7. Pingback: VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (55) | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s