Categorie archief: opspattend grind

VRIJESCHOOL Opspattend grind (72)

.

VINCENT

Gisteren – 15 september 2019 – werd de RIDE FOR THE ROSES  gereden. 
Ruim 7000 mensen fietsten afstanden van 10 tot 100km.
Die hadden zich laten sponseren door familie, vrienden en kennissen.
De opbrengst van hun inspanning is bestemd voor het KWF voor méér onderzoek om mensen met kanker te kunnen helpen, uiteindelijk te genezen.

Terwijl ik stond te wachten op de binnenkomst van een familielid die ook meereed, zag ik vóór mij twee jongetjes staan van ca 8 à 9 jaar oud. Ze hadden ook meegereden en op hun shirt stond: ‘ik rijd voor Vincent’. Ook onmiskenbaar de moeder – ze droeg geen hoofddoek – had voor Vincent gereden. Want dat doen de deelnemers meestal: ze kennen iemand met kanker of hebben een dierbare aan die vreselijke ziekte verloren.

Ze zetten zich dus in voor LEVEN.

Ondertussen dacht ik aan de kinderen die nu – terwijl er voor Vincents leven werd gereden – op hun weekendschool zitten te leren dat de Vincents in onze samenleving  – al dan niet lijdend aan kanker – gerust geDOOD mogen worden: ze behoren immers niet tot het ware geloof……. 

.

Opspattend grind: alle artikelen

Zo’n honderd jaar geleden uitgesproken, maar nog altijd actueel:

Een van de belangrijkste gebreken van onze huidige sociale toestan­den is, dat de ene mens zo weinig begrijpt van wat de ander doet. We moeten zover komen dat we niet als geïso­leerde, afzonderlijke mensen of groepen komen te staan, maar vol begrip voor elkaar.

Rudolf Steiner: wegwijzer (186)

.

2000-1883

.

.

.

.

VRIJESCHOOL Opspattend grind (71)

.

En zo rijden wij te paard
Op een ezel, op een ezel.
En zo rijden wij te paard,
Op een ezel zonder staart.

Jawel, er is WEER onenigheid over ‘de’ toets. 

Niet over de inhoud, maar over het tijdstip waarop die dient te worden afenomen.

Dagblad Trouw vermeldde 22 juni 2019 dat minister Slob vindt dat de eindtoets voor de achtstegroepers eerder in het jaar moet: begin maart én direct na het schooladvies.

Het gaat de minister – lijkt het – om het kind:

Door de tijd tussen die twee momenten zo kort mogelijk te maken, wil hij voorkomen dat ouders hun kinderen na het advies nog snel op extra toetstraining sturen om het onderste uit de kan te halen. Dat werkt kansenongelijkheid in de hand, aangezien vooral kinderen van hogeropgeleide ouders profiteren van dit soort opties. Nu krijgen achtstegroepers hun schooladvies in februari, maar volgt de toets pas in april of mei.

In een brief aan de Tweede Kamer stelde Slob daarnaast enkele andere aanpassingen van de eindtoets voor. Zo wil hij vastleggen wanneer het schooladvies moet komen – tussen 1 februari en 1 maart – en dat er één moment komt waarop basisscholen hun definitieve adviezen moeten geven.

Het Centraal Planbureau ziet dat anders: de toets weer vóór het schooladvies af nemen en de resultaten daarin mee wegen, zodat leerlingen een gelijkere kans krijgen op een passend advies.

Ook partijen in de Kamer drongen daarop aan.

Maar Slob luistert liever naar de docenten! uit groep 7 en 8: driekwart wil de huidige volgorde in stand houden.

‘Op deze manier wordt het schooladvies bepaald op basis van een breed beeld van de ontwikkeling van het kind’, aldus Slob. ‘Ik heb vertrouwen in het professionele oordeel van de leraar hierover.’

Dat is al heel wat: dat de minister vertrouwen heeft in het professionele oordeel van de leraar.

Maar…….heel het onderwijs overlaten aan dit professionele oordeel, m.a.w.: als overheid hoeven wij ons met de inhoud van het onderwijs niet te bemoeien – dat kunnen leerkrachten en ouders zelf wel – daarover gaat de minister het niet hebben. 

Zijn voorgangers hadden het er ook niet over en zijn opvolgers?????

Werkelijke vrijheid van onderwijs, dat is vrijheid van INrichting, is – 100 jaar vrijeschool speelt geen rol – nog altijd geen onderwerp van overweging.

En zo hobbelen we voort:

En zo rijden wij hop, hop,
op een ezel, op een ezel,
en zo rijden wij hop, hop
op een ezel zonder kop!

(oud kinderliedje)

.

Opspattend grind:  artikelen over de toetst: [4]  [17]  [58]  [64]

Over de toets:  [1]   [2]

Opspattend grind: alle artikelen

Vrijheid van onderwijs in: 100 jaar vrijeschool

.

1986-1869

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (69)

.

Op 22 juni 2019 verscheen in ‘De Stentor’ – Zutphen – een artikel met als kop:

PvdA-Statenlid Karin Jeurink: verplichte prik voor ieder kind

Mevrouw Jeurink – en zij zeer zeker niet alleen – brengt het ‘niet-vaccineren’ in verband met de vrijeschool:

‘Vrienden van mij zijn behoorlijk antroposofisch. Hun kinderen gaan naar de vrijeschool en alles, maar ze zijn wel gevaccineerd. Dat vind ik heel mooi, maar ze zijn op school wel de vreemde eend in de bijt. Op de vrijeschool doen ze niet aan inenten. De gedachte is dat je lichaam zelf die antistoffen moet aanmaken.”

Vooral met die zin: ‘op de vrijeschool doen ze niet aan inenten’ koppelt dit Statenlid automatisch ‘niet-inenten’ aan de vrijeschool. 

Dat is vreemd: geen enkele school ‘doet aan inenten’. 
Dat kunnen alleen ouders. En deze beslissen over wat ze met hun kinderen doen.

Ook op de vrijeschool. 

Mevrouw Jeurink zegt dat de gedachte achter het niet-inenten door sommige vrijeschoolouders is ‘dat je lichaam zelf die antistoffen moet aanmaken.’*

Dat is echter niet de reden waarom sommige vrijeschoolouders niet kiezen voor het inenten tegen kinderziekten: in Steiners antroposofische opvattingen bieden deze ziekten ontwikkelingsmogelijkheden – o.a.  het overwinnen van erfelijkheidsfactoren. (Daar horen echter geen polio en hersenvliesontsteking bij, om er maar een paar te noemen.) 
Daarin zullen zich ook veel vrijeschoolleerkrachten kunnen vinden, maar wat pedagogie, didactiek en methode betreft, wordt daarmee – terecht – niets gedaan.

Dan is er nog iets vreemds in ieder bericht over inenten-of-niet.
Ook in de opvatting van mevrouw Jeurink:

Telkens is er sprake van dat de niet-ingeënte kinderen een gevaar zouden vormen voor de andere kinderen i.v.m. de besmettingskans.
Maar hoezo een gevaar voor de andere kinderen als deze wél zijn ingeënt. Kunnen deze dan toch nog besmet raken? Wat is de inenting dan waard?
En bang dat andere niet-ingeënte kinderen besmet raken hoef je niet te zijn: immers de ouders hebben daarvoor gekozen. 

Dat besmettingsgevaar bestaat alleen daar waar niet-ingeënte kinderen in aanraking komen met kinderen onder de 14 maanden, want vóór die tijd wordt er geen prik gegeven tegen bv. de mazelen. 

Ook komt in de berichtgeving – ook hier – veelvuldig naar voren dat het zou gaan om ‘desastreuze’ gevolgen. 

In Trouw van 22 mei 2019 verscheen daarover een ingezonden brief:

Beeld mazelen klopt niet met cijfers

In eerste instantie hadden wij onze kinderen niet laten inenten tegen bof, mazelen en rode hond, vanuit de filosofie dat je als mens niet moet ingrijpen op wat de natuur zelf al goed regelt. Later hebben wij onze kinderen toch laten inenten tegen de mazelen, want ik wil niet dat andere mensen slachtoffer worden van mijn keuzes.

Maar nu doen steeds meer apocalyptische beelden over de mazelen de ronde. Waarbij het beeld ontstaat dat je je kind aan acuut levensgevaar blootstelt als je hem of haar naar een kinderdagverblijf stuurt waar ook ongevaccineerde kinderen worden toegelaten. Ik had het gevoel dat dat niet klopte. Dus wilde ik dit toch zelf graag eens toetsen aan gegevens die gewoon voor iedereen beschikbaar zijn: de CBS-statistieken.

Allereerst sterven er wereldwijd, voornamelijk in ontwikkelingslanden, duizenden zo niet miljoenen kinderen aan de mazelen. Maar hoe zit het in Nederland? Voorzitter Gjalt Jellesma van de ouderorganisatie Boink stelt, onweersproken door medische wetenschappers, dat het mazelenvaccin vele duizenden dodelijke slachtoffers heeft voorkomen- Als we in de CBS-jaarcijfers kijken naar de hoeveelheid sterfgevallen door mazelen van voor 1976 (toen mazelen in het rijksvaccinatieprogramma werd opgenomen) dan zien we jaarlijks ongeveer 20 sterfgevallen met een dalende tendens richting 1976.

Als we dat door zouden trekken naar 2019, 43 jaar later, zijn dus door het vaccin maximaal een kleine 1000 sterftegevallen voorkomen. Nog steeds veel, maar niet vele duizenden, zoals Jellesma stelt.

Ook wordt gesteld dat een vaccinatiegraad van ten minste 95 procent nodig is om sterfte bij kinderen onder de veertien maanden te voorkomen (kinderen worden pas met veertien maanden ingeënt). Maar hoe zat het eigenlijk met sterfte onder kinderen onder veertien maanden voor 1976, toen de
vaccinatiegraad nul was? Wie de statistieken bekijkt, ziet dat sterfte onder deze kinderen vrijwel niet voorkwam. Het gaat om nul of één, maximaal twee sterfgevallen per jaar.

Medici en politici roepen op om voorlichting op grond van werkelijke feiten. Wie zich wil baseren op die feiten, weet dan ook: het gaat niet om vele duizenden sterfgevallen vanwege de mazelen die in Nederland door het vaccin worden voorkomen, maar tussen de 5 en 20 per jaar. Het streven naar een 95 procent vaccinatiegraad voorkomt iets wat met een o procent vaccinatiegraad ook al niet voorkwam (sterfte aan mazelen bij kinderen onder de veertien maanden).

Ook het weigeren van kinderen op kinderdagverblijven vanwege het besmettingsgevaar van kinderen onder de veertien maanden voorkomt iets wat eigenlijk niet bestaat: het gevaar is gezien de statistieken van vóór de vaccinatie verwaarloosbaar. Kinderen die herstellen van de mazelen, doen dat eigenlijk zonder uitzondering zonder verdere gevolgen en zijn hun hele verdere leven beschermd tegen de mazelen, iets waar het vaccin niet aan kan tippen.

Ook is het raar dat kinderen bij het mazelenvaccin ook meteen het bof- en rodehondvaccin krijgen. Bij die ziektes gaat het om buitengewoon kleine risico’s. De bof heeft als verschijnsel vooral dat mannen die de bof op latere leeftijd krijgen een uiterst kleine kans lopen om onvruchtbaar te worden.

Bij rode hond worden kinderen amper ziek – vergelijkbaar met de waterpokken. Vroeger was de standaardactie als er rode hond heerste om ervoor te zorgen dat iedereen het kreeg, vooral de meisjes. Simpelweg door de kinderen met elkaar te laten spelen. Waardoor de natuur zelf vrijwel altijd voorkwam dat een zwangere vrouw rode hond kreeg (wat zou kunnen leiden tot misvorming van de vrucht), doordat ze vanuit haar jeugd al beschermd was.

Kortom, alle opwinding rond de mazelen is nauwelijks te rijmen met deze statistische feiten.

Hans Voerknecht, lezer uit Pijnacker

voor een genuanceerde oordeelsvorming zie ook:

Mazelen (1)

vaccineren

*Waar het wél om gaat staat in dit artikel, met ook – door een antroposofisch arts – genuanceerde standpunten:        Over mazelen en andere uitdagingen

Opvoedingsvragen: alle artikelen

.

Opspattend grind: alle artikelen

.

1939-1823

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (68)

.

Er is in ‘opspattend grind’ al verschillende keren een bericht verschenen waarin het over het SPEL van het kind gaat: [5]  [16]  [29]  [38]  [42]  [53]

Wonderlijk eigenlijk, want waarom zou je het moeten hebben over dingen die zo vanzelfsprekend zijn: een kind speelt en wil, nee móet spelen.

Maar dat is kennelijk niet voor iedereen vanzelfsprekend, anders waren er geen aanmoedigingen, aansporingen nodig, zoals deze, van mevr. Sieneke Goorhuis, in Trouw, 6 april 2018:

Laat jonge kinderen vooral spelen

‘Er bestaan in Nederland peuterspeelzalen, centra voor de kinderopvang en voorscholen voor peuters met een leerachterstand. Er wordt gepleit om deze drie in één vorm van opvang onder te brengen. 

Maar deze Voorschoolse en Vroeg-schoolse Educatie (VVE) is gericht op cognitieve vaardigheden (beginnende geletterdheid en gecijferdheid).

De ambitie om gelijke kansen te creëren voor kinderen uit sociaal zwakke milieus dateert uit de late jaren ‘60 van de vorige eeuw. Blijvende effecten op de leerprestaties van kinderen konden echter niet worden aangetoond. Een analyse van vijftien jaar onderzoek naar de effecten van diverse voor- en vroegschoolse activiteiten laat ook geen ruimte voor andere conclusies. Of kinderen nu wel of niet deelnemen aan de voor- en vroegschoolse educatie, er zijn in groep drie nauwelijks effecten waar te nemen als het gaat om taal- en rekenvaardigheden, werkhouding, sociaal gedrag en welbevinden. Gemeten naar de beleidsdoelstelling – het bestrijden van achterstanden in het onderwijs – heeft de VVE geen effect gehad.

Het huidige pleidooi voor één opvang voor alle peuters kan alleen effect hebben als VVE gaat betekenen: Verwonderen, Verkennen en Experimenteren. Dit betekent dat niet een schoolse aanpak voorop staat (leren), maar ontdekkend en creatief spel (spelen).

Er is een groot verschil tussen leren (soms spelend uitgevoerd) en spelen, waarvan jonge kinderen als vanzelf leren. Leren van spelen is plezierig en spontaan. Het is vrij van regels van buitenaf. Er is ook geen vooraf gesteld doel: spel ontwikkelt zich. De kinderen handelen volgens een eigen intern plan. In de verschillende spelvormen met andere kinderen wordt ook geleerd om rekening te houden met het perspectief van de ander.

Leren daarentegen kent wel een vooraf gesteld doel: dat wat de leerkracht aan het kind wil leren. Het kind is niet vanuit zich zelf actief, maar moet volgend (al dan niet op een spelende wijze) handelen.

De kinderen die al vroeg moeten leren (al dan niet verpakt in spelletjes) vertonen aan het eind van groep twee minder sociaal gedrag en minder eigen initiatief dan kinderen die volop hebben mogen spelen. Ook worden kinderen, wanneer zij onvoldoende snel begrijpen wat er van hen wordt gevraagd, gestigmatiseerd naar vermeend problematisch gedrag en treedt faalangst op die tot vroege schoolverlating kan leiden. Dat lot treft vooral de achterstandskinderen. Alleen via een aanpak van Verwonderen, Verkennen en Experimenteren kunnen de vaardigheden die volgens business leaders voor de 21ste eeuw nodig zijn worden bereikt. Dat zijn:

• Kritisch denken en beschikken over probleemoplossend vermogen.

• Op verschillende niveaus kunnen samenwerken.

• Snel switchen, maar je ook kunnen aanpassen.

• Initiatief en ondernemerschap.

• Zich goed kunnen uitdrukken, zowel mondeling als schriftelijk.

• Informatie verzamelen en deze kunnen analyseren.

• Nieuwsgierig zijn en voorstellingsvermogen hebben.

Het samensmelten van peuterspeelzaal, kinderopvang en voorschool is alleen een goed idee wanneer elke vorm van achterstandsbeleid buiten de deur wordt gehouden. Maar het risico dat juist het omgekeerde gebeurt en de schoolse aanpak, hoe spelend ook, vermomd zijn terrein naar steeds jongere kinderen uitbreidt is groot.

Schools leren in welke vorm dan ook kan pas aan de orde komen vanaf groep drie. Als het eerder wordt ingezet, is het contraproductief en beschadigt het de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind.’

Sieneke Goorhuis, emeritus hoogleraar spraak- en taalstoornissen bij kinderen, RUG; emeritus lector Early Childhood Stende Hogs School.

Ze zegt het niet, maar eigenlijk pleit ze voor de vrijeschoolgezichtspunten over spel en leren.

De 100 jaar oude gezichtspunten van Rudolf Steiner over o.a. spel, blijken nog altijd top-actueel:

‘Bij dit organiseren van het spel heeft men heel vaak het allerbelangrijkste niet in de gaten: wanneer het spel strak geregeld wordt en het spel van het kind in een bepaalde richting moet verlopen, dan is het geen spel meer. Het wezenlijke van spel is dat het vrij is.’
GA 297 Idee und Praxis der Waldorfschule blz 58  1919
Op deze blog vertaald/58
.

Kleuters zijn geen schoolkinderen

Rudolf Steinerover spel

Spel: alle artikelen

Opspattend grind: alle artikelen

.

1935-1819

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (67)

.

ehbo

Enige tijd geleden maakten de media melding van eenPetitie voor EHBO op school’

School’ is hier de middelbare.

Toen ik in 1970 op de vrijeschool Den Haag begon, werd er door de toenmalige schoolarts Albert Soesman in de 10e klas EHBO-les gegeven.

Het leerplan, in 1957 door Willem Veltman beschreven, heeft officieel als leervak in de 10e klas ‘EHBO’.

Maar nog veel langer geleden, in 1925 al, staat dit vak in het eerste gedrukte leerplan van de Waldorfschool in Stuttgart, door Caorline von Heydebrand:

Erste Hilfe in Unglücksfällen 
Die Schüler machen praktische Übungen im Verbinden und werden mit Hilfeleistungen bei Unglücksfällen bekannt gemacht.

De leerlingen oefenen praktisch het verbinden en leren bij ongelukken hulp te bieden.

Nu is de (bange) vraag: welke bovenbouwen in Nederland zijn na bijna 100 jaar zo vooruitstrevend dat EHBO een vak is – al die jaren al?

.

Opspattend grind: alle artikelen

.

1933-1817

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (66)

.

Muziek op school: daar kun je koningin Maxima wel voor uitnodigen, of Jet Bussemaker.

Maar waarom nou net een foto met de meest slechte fluithouding die je kan bedenken: fluit als trompet, vingers niet op de goede plaats (2e kind de handen omgewisseld) en ellebogen op de tafel.

Dit is de goede houding:
voeten plat op de grond, iets uit elkaar, hoek met knieën/dijen ca. 90º. Stoel iets achteruit: geen contact met de tafel. De fluit niet als stropdas, maar ook niet als trompet: ertussenin. Ellebogen niet stijf tegen het lichaam, maar iets ervanaf. Vingers allemaal boven de juiste gaatjes, dus ook niet, zoals je wel vaker ziet: de rechterhand aan het uiteinde als een soort kommetje. En meteen vanaf de 1e klas.

blokfluit spelen

mens en muziek

over het aanleren van het notenschrift

Opspattend grind  [7]  [10]   [24]  [26]

Opspattend grindalle artikelen

.

1902-1786

.

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind – Maten……. (65)

.

De Universiteit Utrecht heeft de docent diVolkert, waar ben je? op Facebook schreef een disciplinaire maatregel opgelegd. Hij krijgt een ‘voorwaardelijk strafontslag opgelegd met een proeftijd van twee jaar’.

In 2014 deed de acteur Thijs Römer ook zo’n uitspraak
Hij kwam ermee weg.

Het Openbaar Ministerie stelde strafvervolging in tegen een betoger die riep:

 ‘Als je Thierry dood wil schieten zeg dan paf’.

Op 26 maart 2019 sprak de auteur Tommy Wieringa in het Literair Café in Helmond.

Wieringa, zoals bekend, heeft het niet zo op de antroposofie en de vrijeschool.

Hij zei in het café:

‘met een machinegeweer naar zo een antroposofische school gaan tijdens het speelkwartier’

(bron: Eindhovens Dagblad, 30 maart 2019, ingezonden briefschrijver T. van Duijnhoven, Helmond):

BRIEVEN

Wieringa was gewoon te grof

Ook mijn zus en ik bezochten op 26 maart het Literair Café in Helmond. Wij waren hevig geschokt door de uitspraak van Tommy Wieringa over ‘met een machinegeweer naar zo een antroposofische school gaan tijdens het speelkwartier’. We keken elkaar aan… wilden opstappen… erop reageren… maar zo verbluft als we waren… het moment was voorbij.

In de pauze, tijdens het signeren, sprak ik Tommy hierop aan. Zowel mijn zus als ik zag dat hij ‘schrok’ van onze reactie. Hij ging ons inziens ook veel te ver. De antroposofie is bij mij bekend. Mijn kinderen hebben ook van deze vorm van onderwijs genoten. Hoewel ik zijn emotie omtrent zijn moeder begrijp, is deze uitspraak niet acceptabel. Ik vind het in deze tijd ook geen ‘dichterlijke vrijheid’ maar gewoon te grof.

Van Tommy zelf begreep ik tijdens ons korte gesprekje, dat hij ook vijftien jaar antroposofisch onderwijs genoten heeft. Beste Tommy Wieringa, ga je wrok en verbitterdheid verwerken zou ik zeggen. Misschien schrijf je wel zo ‘beeldend’, juist omdat je op een Vrije School (vanuit de antroposofie) hebt gezeten, heb ik hem nog kunnen zeggen.

Wij zijn in de pauze naar huis gegaan.

Tonnie van Duijnhoven, Helmond

.

Het Openbaar Ministerie is (nog?) niet tot strafvervolging overgegaan.

Ook zo benieuwd wanneer 

KALASHNIKOV – TOMMY 

zijn excuses aanbiedt?

.

Opspattend grind: alle artikelen

.

1884-1769

 

 

 

 

 

 

.

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (64)

.

Eindtoets in groep 8 achterhaald

aldus docent Pieter Abrahams in Trouw, 18-02-2019

(Tekst in blauw van mij: phaw)

Abrahams noemt de Cito-toets een scherprechter, een beul dus eigenlijk, die de koppen mag laten rollen.

Er is de afgelopen jaren nogal wat te doen geweest om ‘de’ of ‘een toets’.
Je zou denken: de toets als een soort jo-jo. Maar eigenlijk zijn/worden wat de toets betreft – de leerlingen natuurlijk als jo-jo behandeld!

Abrahams:
Het is belangrijk dat een leerling na de basisschool op het juiste niveau start op het voortgezet onderwijs. Lang was de Cito-toets de scherprechter voor plaatsing op vmbo, havo of vwo. Sinds 2014 werd de eindtoets later in groep 8 afgenomen, waardoor het oordeel van de basisschool bepalend werd voor het niveau-advies op de middelbare school. Onze coalitie van D66, VVD, CDA en Christenunie wil dit proces weer omdraaien: de eindtoets moet weer het eindoordeel vellen. 

De docent heeft m.i. een paar gezonde ideeën:

‘Een leerkracht van groep 8 heeft de eindtoets helemaal niet nodig.’

Volgens hem heeft de leerkracht voldoende middelen om te kunnen beoordelen hoe het met de leerling is gesteld.

Het resultaat van de eindtoets, helemaal aan het‘ eind van de basisschooltijd, is dan eerder mosterd na de maaltijd dan een objectief meetinstrument’.

‘Succes in het voortgezet onderwijs is niet alleen afhankelijk van beheersing van de spellingsregels en de staartdeling. Net zo belangrijk zijn motivatie, taakgerichtheid, zelfstandigheid, doorzettingsvermogen en de thuissituatie van de leerling. Deze factoren worden niet in kaart gebracht door de eindtoets, maar door een goede communicatie tussen leerkracht, ouders en de interne begeleider van de basisschool. Het niveau-advies van de leerkracht van groep 8 is daarmee beter onderbouwd dan een objectieve eindtoets.

Abrahams pleit voor een goed contact tussen basisschool en vervolgschool

Abrahams: ‘Inmiddels functioneer ik al jaren als docent Nederlands op een vmbo-school en zie ik de kracht van een effectieve dialoog tussen de oude meester/juf van groep 8 en de nieuwe mentor van de brugklas.

Op mijn middelbare school vindt dit overleg tijdens de brugklasperiode op vooraf geplande tijdstippen plaats. Met een kopje koffie erbij wordt de overstap van elk kind geëvalueerd. Eventuele strubbelingen kunnen direct geanalyseerd en opgelost worden met extra informatie van ouders, de interne begeleider van de basisschool of specialisten van de middelbare school. Het is juist deze aanpak van gestructureerd overleg die de grond onder het herinstalleren van de eindtoets onderuit haalt.’

De coalitie ziet de eindtoets als een instrument dat gelijke kansen biedt. Zo zou het bevoordelen van kinderen van hoogopgeleide ouders door de eindtoets wegvallen. Mijn mening, die gebaseerd is op eigen waarneming, staat haaks op deze redenering: juist de al eerder gememoreerde warme overdracht tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ school masseert vooroordelen weg over leerlingen op basis van afkomst, geloofsovertuiging of opleidingsniveau van ouders.

Persoonlijk contact

Een doorgaande leerlijn is in het belang van elke leerling. De fundering hiervoor vind je in het methode-onafhankelijk leerlingvolgsysteem van de basisschool. Een goed overleg tussen docent, ouders en de interne begeleider brengt andere belangrijke zaken in kaart. Het persoonlijke contact in de brugklastijd tussen de groep 8-leerkracht en de mentor op de middelbare school vormt de laatste schakel in deze ketting.

De eindtoets van groep 8 komt daarmee in hetzelfde rijtje als de videorecorder, de walkman en de oude Atarispelcomputer: ooit zinvol, maar inmiddels enorm achterhaald.

Kom op, vrijescholen: spel die man het geestverwante lintje op!

.

zie ook: opspattend grind [4] en [58]
.

Opspattend grind: alle artikelen

.

1870-1755

.

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (62)

.

In 1905 formuleerde Rudolf Steiner de zgn. ‘sociale hoofdwet’:*

‘Het welzijn van een geheel van samenwerkende mensen is des te groter, naarmate de enkeling minder aanspraak maakt op de opbrengsten van zijn prestatie, dat wil zeggen, naarmate hij meer van deze opbrengsten aan zijn medewerkers afstaat en naarmate meer van zijn eigen behoeften niet door zijn eigen prestaties, maar door de prestaties van anderen worden bevredigd’.

In 2019 vermeldt RTL-nieuws:

’26 rijken bezitten evenveel als de armste helft van de wereld’

De kloof tussen arm en rijk is het afgelopen jaar verder gegroeid, zegt Oxfam Novib. Het gezamenlijke vermogen van miljardairs steeg met 2,5 miljard per dag, terwijl de armsten op de wereld alleen maar armer werden.

Volgens Oxfam is het vermogen van rijke mensen (die meer dan 1 miljard dollar bezitten) in een jaar met 12 procent gegroeid. Het vermogen van de 3,8 miljard armste mensen op aarde nam juist met 11 procent af. 

.

*In De kernpunten van het sociale vraagstuk

Sociale driegeleding: ”Doe het zelf voor de ander’    [1]   [2]
en de serie over geld

Sociale driegeleding: alle artikelen

Opspattend grind: alle artikelen

.

1839-1725

.

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (58)

.

Een juf om blij van te worden.

Dat we van een juf ‘blij’ kunnen worden, is fijn.
Maar is het ook niet tekenend: we zouden toch van iedere juf blij moeten kunnen worden…….

IK HEB GEEN CITO-TOETS NODIG

Zegt Naomi Smits in Trouw, 06-06-2018

Ze neemt haar kinderen waar:
Het is stil in de klas: groep 3 luistert aandachtig. De meesten althans. Moos kijkt namelijk uit het raam, Joey ligt onder de tafel zijn gum te zoeken en Kelly kijkt paniekerig om zich heen. Dan roept Ties enthousiast door de klas: ‘Hee juf, ik heb een neef die Maarten heet!’

De juf worstelt met een probleem, twee problemen, eigenlijk: de kinderen van groep 3 moeten lang stilzitten en constant de aandacht er proberen bij te houden: dat is een hele opgave.

Maar zelf vraagt ze zich ook af wat het belang is van adaptief toetsen van zes-zevenjarigen.

‘Ik weet als leerkracht toch dondersgoed welke stof ze onder de knie hebben, waar ze in uitblinken en waaraan nog extra aandacht moet worden besteed? Ik heb daar geen Cito- of aanverwante toets, met veelal strenge normering, voor nodig. Zo’n toets is en blijft een momentopname en zo’n score blijft het hele jaar aan een leerling kleven. Sterker nog: op basis daarvan stoppen we de leerling in een hokje (lees: instructiegroep). Is dat wat we willen?’

Is dat wat we willen?

Was ik nog actief vrijeschoolleerkracht, dan riep ik: ‘Nee, dat willen wij niet!

En omdat wij ‘willen‘ ook nog inhoud kunnen geven, zou ik vervolgens roepen: ‘En we doen het ook niet!

Dat klinkt strijdbaar!

Maar wie in Michaëlstijd over strijd zingt en reciteert, doet dat ook over MOED.

Wil MOED geen frase blijven, dan moet je het op cruciale ogenblikken tonen.

.

Opspattend grind: alle artikelen

Michaël: alle artikelen

.

1699-1593

.

.

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (57)

.

HAARLEMMER OLIE?

Ooit konden we lezen dat een vrijeschoolbovenbouwdirecteur (ja, het is één woord) over ‘het vrije’ in ‘vrijeschool’ zei:

,,Het vrije staat voor dat we leerlingen willen opvoeden tot vrije mensen, die zelfstandig zijn en zelf hun verantwoordelijkheid nemen’.

Maar ook in Haarlem bestaat er een uitleg van ‘het vrije’:
‘Het woord ‘vrije’ betekende oorspronkelijk ‘staand in de werkelijkheid, nieuwsgierig, dynamisch en niet-voor-één-uitleg vatbaar’. Net als bij bijvoorbeeld bij de Vrije Universiteit, de Vrije Academie en vrije beroepen.’

100 jaar geleden, is lang geleden.

Vrijescholen en sociale driegeleding werd geen succes.

Toch zijn er gelukkig nog mensen die het wél weten:

Afdelingsleider Janoes Vermeijden van de Waldorf-afdeling van het Grotius in Delft:

En dat vrij? Dat staat voor vrij van al te veel overheidsbemoeienis.’

Steiner:

Je zou goed moeten nadenken over iets dat aangeeft dat dit scholen zijn, vrij van de staat. Zonder de staat, de oprichting van de school zonder de staat, dat dit duidelijk wordt uitgedrukt. Dit kan alleen worden uitgedrukt door een neutrale benaming. Wij hebben dit in de Waldorfschool uitgedrukt door middel van “vrij”. De benaming “Vrije Waldorfschool” was goed voor het begin. [ ] Dit principe van het zonder de staat, van het vrije, moet worden uitgedrukt.
GA 300A/185
Op deze blog vertaald

.

Opspattend grind: alle artikelen

.

1693-1587

.

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (56)

65.

KWISPELLEZEN

Voor wie moeite heeft met de titel: het gaat om ‘lezen’ terwijl de hond kwispelt.

In de Tilburgse wijk Reeshof kunnen kinderen in de bibliotheek elke woensdagmiddag ‘kwispellezen’.

Kinderen met leesproblemen uit groep 3 en 4 kunnen oefenen door voor te lezen aan een getrainde hond.

‘De hond is een echte motivator’, zegt een medewerkster, ‘hij geeft geen commentaar, maar is wel aandachtig. Dat vergroot het zelfvertrouwen van de kinderen en daarmee ook hun leesvaardigheid.’

Een zevenjarig meisje gaat voorlezen aan Flex, de hond. Die kruipt eens lekker tegen haar aan. Het is goed, Flex voelt vertrouwd. Ze vindt het fijn om voor Flex voor te lezen.

Zou dat vertrouwen er in de klas dan niet zijn, dat het lezen moeite kost? Of is het dit:

‘Het is fijn om voor Flex voor te lezen; hij begint niet te lachen als ze een klein foutje maakt……..’
.

Bron: Trouw, 28-06-2018
.

Stress

Opspattend grind: alle artikelen

.

1635-1532

.

.

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (55)

.

PESTEN

Kinderen schelden steeds eerder

Kinderen gaan elkaar op steeds jongere leeftijd uitschelden. Dat zegt de Nationale Academie voor Media en Maatschappij. Uit de ‘pestthermometer’ van het kennisinstituut, een peiling onder kinderen en leerkrachten uit de bovenbouw van de basisschool, blijkt dat het eerst gaat om woorden over het uiterlijk. Daarna volgen seksuele geaardheid, toespelingen dat iemand stinkt en scheldwoorden over het gedrag – vaak in combinatie met geslachtsdelen. Het begint volgens de academie vaak al in groep drie.

Bron: anp

Een oorzaak wordt niet vermeld.

Pestprotocollen werken kennelijk niet ‘vooraf’!

.

Opspattend grind: alle artikelen

.

1628-1526

.

.

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (54)

.

Camera’s in klas waarschuwen docent voor leerlingen die even niet opletten

In school nr. 11, een middelbare school in Hangzhou, China, kunnen de leerlingen niet meer wegdromen of even afhaken. Camera’s in hun klas scannen elke 30 seconden hun gezichtsuitdrukkingen. Verdriet en/of verveling blijft niet meer verborgen: de camera’s geven de informatie door aan de leerkracht. Ook hun bewegingen – lezen, luisteren, schrijven – worden nauwlettend in de gaten gehouden.

Het mes moet aan twee kanten snijden: de leerkrachten moeten hun lessen leuker maken en de leerlingen moeten zich oplettend gedragen.

Volgens de leiding vergeten de leerlingen dat ze in de gaten worden gehouden.

Een anonieme leerling die in Chinese media is opgevoerd, zegt echter iets anders. „Sinds de school de camera’s heeft geïntroduceerd voelt het alsof een paar mysterieuze ogen me constant in de gaten houdt. Ik durf mijn gedachten niet meer te laten gaan.”

„Dit is nog angstaanjagender dan in een gevangenis zitten”, schrijft iemand. Critici vinden het logisch dat leerlingen af en toe afdwalen. „Ze zijn geen studeermachines”, klinkt het.

Bron: Eindhovens Dagblad, Ellen van Gaalen, 19-05-2018
.

‘Ik durf mijn gedachten niet meer te laten gaan’.

Is dat niet de hoogste vorm van geestelijk onvrij te zijn?

Rudolf Steiner:

Voor opvoeding en onderwijs, wil het floreren, is het noodzakelijk dat je als opvoeder en leerkracht zo goed leert waarnemen dat je de gevoelsuitingen, de wordende gestalte van het kinderlijk organisme door de uiterlijke schijn heen begrijpt.

Wegwijzer 195

Econo­misch geef je les als je zo voorbereid bent dat voor de les zelf alleen nog de kunstzinnige vormgeving overblijft. Daarom is elk onderwijsvraagstuk niet alleen een kwestie van interes­se, van vlijt, van overgave van de leerling, maar in de eerste plaats een kwestie van interesse, van vlijt, van overgave van de leraar.

Wegwijzer 175

.

Opspattend grind: alle artikelen

.

1611-1510

.

.

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (53)

.

Racheda Kooijman-Ruijssenaars is journalist, bladenmaker. In Trouw van 24-03-2018 schrijft ze een opiniestukje:

LAAT KINDEREN VOORAL LEKKER SPELEN

Opmerkelijk in haar artikel vind ik een van de eerste opmerkingen:

‘Afgelopen schoolvakantie gebeurde er in ons huis helemaal niets. Mijn dochters (4 en 6) waren namelijk écht aan vakantie toe. Moe van intensieve schoolweken en grieperig, omdat iedereen dat is.

Kinderen van 4 en 6 zijn ëcht aan vakantie toe – door school!

Ze besluit helemaal niets te gaan doen met de kinderen:

Het gevolg? Mijn kinderen speelden zich een slag in de rondte en rustten uit.

De kinderen rustten uit door TE SPELEN!

Zij pleit voor ‘lummeltijd’:
Tijd waarin je van niets vanzelf tot iets komt. En in het geval van kinderen betekent dat niet dat ouders bepalen wat je gaat doen. Ook al zijn dat leuke dingen. Spelen is belangrijk en vooral spel waarbij kinderen zelf bepalen wat, hoe, hoe lang en wanneer.

Mevrouw Kooijman liet zich inspireren door de filosofie van de inmiddels overleden Hongaars-Amerikaanse opvoeddeskundige Magda Gerber. Zij geloofde dat een kind alles in zich heeft om zich goed te ontwikkelen en dat je als ouder alleen maar begeleidt.
Kinderen ontdekken de wereld door spel. In dat spel bepalen ze alles, omdat ze hun eigen fantasiewereld vormgeven. Met eigen regels en eigen condities. Als we de vrijheid om te spelen en om zelf te ontdekken bij ze weghalen, ontneem je ze dus de enige manier om te leren zich te ontwikkelen. Geen spel betekent geen levenservaring. Geen eigen keuzes maken, geen doelen stellen, geen eigen tijdsindeling maken, geen oplossingen bedenken voor tegenslagen, geen zelfreflectie. Kinderen niet laten spelen is alsof je een kikker ontdoet van zijn pootjes en ’m dwingt om weg te springen.

Over het belang van vrij spel worden al jaren conferenties gehouden met vooraanstaande sprekers. Onderzoekers en leraren zeggen dat vrij spel noodzakelijk is om een sociaal stabiel, gezond, vitaal, creatief, onderzoekend, weerbaar mens te worden. Sommige onderzoekers gaan nog verder: hoe minder vrij spel, hoe groter de kans op depressiviteit en angsten.

Racheda Kooijman-Ruijssenaars, Trouw 24-03-2018
.

In deze rubriek ‘Opspattend grind’ gaat het veel vaker over het jongere kind en spel.  Zie bijv. [5]  [16]  [29]  [38]  [42]  

De auteur had heel vanzelfsprekend Rudolf Steiner kunnen citeren:

Bij dit organiseren van het spel heeft men heel vaak het allerbelangrijkste niet in de gaten: wanneer het spel strak geregeld wordt en het spel van het kind in een bepaalde richting moet verlopen, dan is het geen spel meer. Het wezenlijke van spel is dat het vrij is.
GA 297 Idee und Praxis der Waldorfschule blz 58  1919
Vertaald op deze blog/58
.

Rudolf Steinerover spel

Spel: alle artikelen

Opspattend grindalle artikelen

.

1590-1489

.

..