VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen (16-3)

.
Joyce Honing, Weleda Puur Kind, herfst 2000, nr. 6

 

De stekel in Het buikje van de egel

Niets is fijner voor een kind dan te luisteren naar een verhaaltje dat je speciaal voor hem maakt. Bovendien kan een verhaal wonderen doen bij het oplossen van kleine en grote problemen die je in de opvoeding tegenkomt.

Als Bram, een stevige peuter van drie, met zijn moeder binnenstapt heeft hij in een oogwenk mijn tas ondersteboven gegooid, de lichtknop gevonden en de stekker uit het stopcontact getrokken. ‘Dat bedoel ik dus,’ zegt zijn moeder zuchtend. Bram is een ondernemend joch. Een paar dagen geleden nog stak hij bijna zijn vinger in het stopcontact. Net op tijd zag zijn moeder het, maar ze heeft de schrik nog in de benen. Om Bram duidelijk te maken hoe gevaarlijk dat is, heeft ze hem uitgelegd wat elektriciteit is. Het blijkt niet veel te helpen. Maar wat kan een driejarige beginnen met een abstracte uiteenzetting over iets dat wij als volwassenen nog nauwelijks kunnen bevatten? Dat de lamp gaat branden na een druk op de knop is eigenlijk gewoon een tovertruc!

De werkelijkheid in een beeld

Ik ga bij Bram staan. Zijn ogen stralen al hij met zijn stevige knuistje op het stopcontact wijst. Brams moeder springt op maar ik vraag haar te blijven zitten terwijl ik hem een verhaaltje vertel over piepkleine diertjes die in het witte huisje van het stopcontact wonen. Ze hebben licht op hun rugjes en als mamma de lichtknop aan doet, rennen ze door de glazen gloeilampen. Dan is het licht aan. Maar als je iets in hun holletje steekt, verstoor je hun rust en dan bijten ze in alles wat ze tegen komen. Brams blik trekt naar binnen en zijn mondje zakt iets open terwijl hij luistert. Dan diept hij uit zijn broekzak een leeg lucifersdoosje op. Hij duwt het in mijn hand. Zodat ik er een extra deurtje van kan maken om voor het holletje te zetten, maakt hij me duidelijk. Brams moeder ziet wel dat hij vol verwonderde aandacht is, maar ze vindt eigenlijk dat je een kind de waarheid moet vertellen. Dat vind ik ook, maar met een abstracte waarheid kan een jong kind niets beginnen. Dit verhaaltje vat de werkelijkheid in een beeld dat aansluit bij de beleving van het kind.

Heksen, reuzen en dracula’s

De wereld van peuters en kleuters is vol verbeeldingskracht en verwondering.

Maar ook angst is er onderdeel van. Met rationele argumenten is de angst voor monsters niet te verdrijven, met een verhaal vaak wel. Zoals bij Arjan, een bleek jongetje van zes met een ernstig gezichtje. Hij doet geen drie stappen bij zijn moeder vandaan. Thuis durft hij de trap naar zijn slaapkamer zonder haar niet op. Zijn wanhopige moeder heeft hem al honderd keer verteld dat heksen, reuzen en dracula’s echt niet bestaan. Maar Arjan probeert met die mythische voorstellingen vorm te geven aan zijn ongrijpbare, maar wel heel aanwezige angst. Wanneer je die voorstelling als onzin wegwimpelt, ontken je ook de angst en zal het kind zich meestal eenzaam en onbegrepen voelen. Ik stel Arjans moeder voor samen een verhaal te maken om Arjan te helpen met zijn angst om te gaan. Dat vindt ze niet eenvoudig, maar gaandeweg wordt ze enthousiaster. Het wordt een verhaal over een kabouter die ’s nachts aan de achterdeur klopt. Hij kent de angst van het jongetje, en de dwergen hebben daarom een koersteen voor hem meegegeven. Wanneer hij die steen in zijn zak draagt of in zijn hand neemt, zal alle angst verdwijnen. ‘Maar,’ zegt de kabouter, ‘het jongetje mag niemand iets vertellen over het geschenk, want het is een geheim tussen de kabouter, de jongen en zijn moeder…’

‘Mamma, hij doet het,’ roept Arjan triomfantelijk als hij met de steen naar boven is gehold. Met de steen probeert hij naar de engste plekjes in huis te gaan en ’s avonds vergeet hij niet zijn steen uit zijn vuile broek te halen en in de schone te doen.

Egeltje

Soms kan een kind plotseling ander gedrag vertonen dan je van hem gewend bent zonder dat je begrijpt waarom. Vaak is een directe vraag te confronterend voor het kind. Een verhaal kan dan uitkomst bieden. Onlangs kwam mijn dochtertje van tien uit school thuis met een boos gezicht en opgetrokken schoudertjes. Op mijn vraag of er op school iets is gebeurd, krijg ik te horen dat ik ‘niet zo stom moet doen’. Aan tafel wil ze niet eten, ze’heeft pijn in haar buik. Koppig slaat ze haar armen over elkaar. Bij het toetje begin ik een verhaal over een egeltje. Moeder egel vindt dat haar kinderen groot genoeg zijn om voor zichzelf te gaan zorgen. Het allerkleinste egeltje gaat moedig op pad maar ze is nog wel een beetje bang voor al die nieuwe dingen. Ze zit onder een sleedoornhaag en schrikt als er een poesje aan komt. Pijlsnel rolt ze zich op met haar stekeltjes naar buiten. Maar in de haast is er een doorn van de sleedoorn in haar buikje gekomen. En zo, vertel ik mijn dochter die strak naar haar knieën zit te staren, heb ik dat egeltje gevonden. Ze piepte van de pijn. Ik wachtte tot ze zich uitrolde en daar zag ik de stekel in haar tere buikje. Wat zou jij hebben gedaan om het egeltje te helpen, vraag ik haar. ‘Die stekel eruit halen natuurlijk,’ zegt ze mokkend, ‘want zo kan de egel niet eten.’ ‘Zo is het,’ zeg ik. Het is een paar minuten stil. Dan zegt ze: ‘Ik heb ook een stekeltje in mijn buik, hè?’ ‘Zo is het,’ zeg ik weer. En dan komen de tranen. En het hele verhaal over hoe ongehoorzaam ze was op school en dat niet durfde te vertellen. Het egeltje heeft zijn werk gedaan, het stekeltje is uit de buik.

.

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vertelstof: alle artikelen

 

1754

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.