Tagarchief: winter- en zomertijd

VRIJESCHOOL – Ritme (3-17/2)

.

Rinke Visser, Jonas 21, 17-06-1977

.

ROMMELEN MET DE TIJD

Om kwart voor één stapten we op de fiets. Na een kwartier fietsen kwamen we thuis. De zonnewijzer naast de keukendeur wees aan dat het tien voor half twaalf was. Dat hadden we dus mooi snel gedaan.

Een kind kan niet begrijpen dat het al naar bed moet. Het slapen lukt ook maar slecht. Het is nog zo licht.

Veel kinderen zijn al moe als ze ’s morgens op school komen, hoorde ik onlangs van een leraar uit de laagste klassen, ’s Avonds vallen ze niet makkelijk in slaap, ’s morgens is het al weer vroeg dag. ‘Mam, wat eten we vroeg’. ‘Nee jongen, het is zes uur’. Op een sombere ochtend kun je je over het schemerige licht verbazen.

Zo hebben we de laatste maanden interessante ervaringen kunnen opdoen.

De zomertijd is weer in Nederland ingevoerd. Hoewel het voor heel veel onder ons een nieuwe ervaring is, is het voor Nederland niet de eerste keer dat met het ingaan van het zomerseizoen de klokken verzet worden. Tot aan het begin van onze eeuw kennen we in ons land geen centrale wettelijke voorschriften betreffende de tijdsrekening. Pas in 1909 wordt een wet van kracht die voor heel Nederland de Amsterdamse tijd voorschrijft. Vanaf 1916 kennen we de jaarlijkse invoering en beëindiging van de zomertijd. In 1937 wordt de Nederlandse Tijd ingevoerd. Deze regeling geldt tot 16 mei 1940, toen het de Duitsers beter uitkwam de in Duitsland geldende Midden Europese Zomertijd hier in te voeren. De klokken moesten toen maar liefst 1 uur en 40 minuten verzet worden. Vanaf 1942 werd ieder najaar overgeschakeld op Midden Europese tijd. Na het vertrek van de Duitsers bleven we, wat de tijd betreft, tot Midden-Europa horen: de Midden Europese Tijd die 40 minuten met onze Nederlandse Tijd scheelt (gerekend naar de meridiaan 0 20’ 00”), bleef gehandhaafd. In het maandblad Zenith hebben I. Draaisma en R. Kaarls een uitvoerig artikel gewijd aan tijd en tijdregeling.

De herinnering van de zomertijd blijkt voor veel mensen gunstig uit te vallen. Na enige onzekerheid van ‘hoe zal dat zijn’, komen al snel de voordelen aan het licht. De weldadig lange avonden. Het gevoel dat het al zomer is. En, vooral niet te vergeten, het commerciële profijt. De verkorting van het ochtendlicht is geen tegenwicht van belang, wordt nauwelijks opgemerkt. Eigenlijk alleen maar praktische voordelen dus. En daar ging het toch maar om. Principiële tegenwerpingen kun je trouwens haast niet maken, want de hele tijdrekening is alleen maar een kwestie van afspraken. Afspraken kun je veranderen. Je staat in feite gewoon een uur vroeger op en je gaat een uur vroeger naar bed.

Maar dat zit me toch niet lekker. Er blijft, na alle nuchtere feiten en praktische overwegingen een gevoel van ‘je kunt toch niet zomaar wat rommelen met de tijd?’ Er is, naast alle logica, iets waardoor het niet kan — maar hoe krijg je dat duidelijk voor jezelf? De reacties van de kinderen helpen. Zij leven nog niet in de mechanische tijd van de horloges. Tijd verstrijkt voor hen met het veranderen van het licht. Ook als het bewolkt is. Moeders van jonge kinderen kennen dat goed: de slaaptijd van de kleintjes wordt afgestemd op het ware midden van de dag.

Levensprocessen spelen zich af in een ander tijdritme dan het getik van de klokken. Het is de stijgende en dalende beweging van de zon die zegt hoe laat het is. Ik heb een zonnewijzer nodig waar ik de ware zonnetijd op af kan lezen. Kleine kinderen hebben nog niet de schaduw nodig om te weten hoe licht het is.

Waar het mij om gaat is niet de vraag of we misschien vanaf morgen de plaatselijke ware zonnetijd in moeten voeren. Naast het gebrek aan draagbare zonnewijzers zijn er nog wel enkele bezwaren te bedenken die daaraan verbonden zijn. Punt is of je bewustzijn hebt voor wat je doet. Als je de invoering van de zomertijd afdoet met de vaststelling dat het alleen maar praktisch is, dan loop je ergens aan voorbij: dat wij een gebied in ons meedragen dat met onze horloges niets van doen heeft, waarvoor het tijdsverloop zoals dat door de zon wordt aangegeven, de realiteit is. ’s Morgens zitten we anders in elkaar dan ’s avonds, en daartussen zitten alle nuances die ons van het ochtend-bewustzijn naar het avond-bewustzijn voeren. Het middaguur neemt daarin als wendingspunt een bijzondere plaats in.

Een dag is als een jaar in het klein. Zoals je het ene jaargetijde naar licht en warmte kwaliteiten kunt onderscheiden van het andere, zo ook de uren van de dag. Een vakantie zonder horloge kan je daarin veel leren. Het ene jaargetijde biedt je andere innerlijke mogelijkheden dan het anderen. Ook dat geldt voor de uren van de dag. Die uren zijn dan niet de horloge-afspraak-uren, maar de uren van het dagelijks zonneritme.

Als we ons door onze eigen tijdafspraken in de luren laten leggen, verslapen we de tijd die zich niet door mensenvingers laat verdraaien.

Ik geloof dat het er erg op aankomt, hoe je in de tijd staat. Dat je bewustzijn voor de tijd-kwaliteiten probeert te krijgen. Alleen maar op je horloge kijken en zeggen: ‘het is twaalf uur’, werkt vervuilend op dat gebied in ons dat weet: het midden van de dag valt tegenwoordig om tien over half twee.

.

Ritme: alle artikelen

.

1781

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Ritme (3-17)

.

De ene dag is de andere niet

‘Wij hebben gisteren Oudejaar gevierd, natuurlijk niet om 24 uur maar om 00.40 uur. Aangezien wij niet over een horloge beschikten, hebben wij op de Utrechtse torenklokken van half één gelet en daarna om beurten tot honderd geteld, totdat wij zeshonderd bereikt hadden.’

Deze zinnen schrijft Floris Bakels op 1 januari 1943 tijdens zijn verblijf in de Kriegswehrmachtsgefängnis te Utrecht in zijn dagboek*.

In die situatie kwam het erop aan met de tijdrekening: voor een Nederlander kwam het Nieuwe Jaar 40 minuten later dan voor de Duitse bezetter. Tenminste, als je er rekening mee hield dat de Duitsers hier gemakshalve hun Middelbare Midden-Europese Tijd hadden ingevoerd. De Duitse tijd was niet de Nederlandse tijd.

Die nauwkeurigheid in het bijhouden van de juiste plaatselijke tijd kwam zeker niet voort uit een verhoogd bewustzijn voor het omgaan met tijdskwaliteiten. Er waren politieke redenen. Tijd was een politieke zaak.

Van een politiek instrument is de tijd in onze dagen** geworden tot een
economische factor. We voerden derhalve de zomertijd in. Het daardoor verkrijgen van lange zomeravonden reken ik ook tot de economie, ook als het geen geldelijk gewin in het laatje zou brengen. We leven dus nu een zomer lang met de Middelbare Oost-Europese tijd, die 1 uur en veertig minuten verschilt van onze Nederlandse Middelbare zonnetijd. Deze laatste is overigens na de oorlog niet teruggekeerd, de Midden-Europese Tijd is gebleven.

Waarom daar nu weer over geschreven. Dat is immers al gebeurd op deze plaats. En veel nieuwe feiten staan er nog niet in, behalve het citaat van Bakels.

Nog even, – op het moment dat ik dit schrijf – dan worden alle klokken weer met de inmiddels vertrouwde M.E.T. in de pas gebracht. Plotseling wordt het ’s avonds wel erg vroeg donker, terwijl het ’s morgens veel lichter is. Je kunt je afvragen of er eigenlijk wel objectieve schade aanwijsbaar is na zo’n
zomerperiode. Aan het moeilijke inslapen van veel kinderen zijn we inmiddels wel gewend, dat mag je dus niet weer meetellen.

Heel kort geleden** waren er twee belangrijke congressen in Driebergen, gewijd aan het thema ‘Tijd en Ritme’. Daar heeft men veel kunnen horen over kosmische ritmen, tijdrekening, ritme en gezondheid, dreigende fixatie van de paasdatum. Op dat congres werd er door enige sprekers op gewezen dat het weekritme ondanks tussenliggende kalenderhervormingen sinds het begin van de jaartelling niet verstoord is.

Toen ik in de trein wat zat te mijmeren over het verschijnsel zomertijd, viel me in dat bovenstaande mededeling niet helemaal klopt. Het ritme is wel degelijk verstoord. En niet zo weinig ook: een hele dag! Dit geldt echter niet voor iedereen. Maar toch voor een aardig aantal, schat ik zo. Misschien kunnen deskundigen eens cijfers publiceren in Jonas: hoeveel mensenkinderen worden er gedurende de zomertijd geboren tussen 24.00 uur en 01.00 uur? Al die kinderen zouden bij niet-ingevoerde zomertijd op de vorige dag geboren zijn! Stel je voor: je wordt geboren op woensdag 1 augustus om 00.30 uur. Naar de normale tijdrekening zou je op dinsdag 31 juli geboren zijn. Toch wel iets om even bij na te denken. Tenminste zo ervoer ik dat. Het enige ritme dat zo rotsvast leek, blijkt dus via een sluipweg verstoord te zijn. Verstoord voor enkelingen, niet voor iedereen. Als je weinig waarde hecht aan de naam van de dag waarop je geboren werd, is er voor jou geen probleem. Voor veel anderen zal dat anders liggen: als je eigenlijk bestemd was om als zondagskind geboren te worden, dan wil je ook als zondagskind door het leven gaan, en niet als maandagskind.

En wat te denken over de situatie van kinderen die helemaal aan het eind van de week geboren wilden worden, als afsluiters van het zevendaagse ritme. Die moeten nu ontdekken dat ze op de vroege zondagmorgen het levenslicht zagen. Op het meest prille moment van de week.

Ik doe er wat luchtig over zie ik. Maar soms doe je luchtig als je het anders bedoelt. Ik ben ervan overtuigd dat het een heel ernstige zaak is, die om bezinning vraagt. Je bent niet klaar met de vaststelling van het feit. Maar wat moet je er mee?

Verder vraag ik me af of men zich bij het invoeren van die regeling niet gerealiseerd heeft dat dit tot de consequenties hoorde. Misschien heb ik het over het hoofd gezien, maar ik heb er nog niet over gelezen. Geen duidelijke, voor iedereen zichtbare, door iedereen geaccepteerde verstoring van het ritme van de week, maar een ingeslopen sprong van een dag. Voor enkelingen. Voor enkele weerlozen. Hoeveel? En hoe is dat voor de ouders? Zijn er Jonas-lezers die zich dat gerealiseerd hebben?

Ik moet dan toch weer aan Floris Bakels denken. Nieuwjaar vieren om tien over half één, omdat het dan twaalf uur is!

Over twintig jaar zeggen mensen tegen elkaar: ‘Bent u ook van gisteren?’

* Verbeelding als wapen – Floris B. Bakels. Uitg. Elsevier.

Rinke Visser, Jonas 3, **05-10-1979

.

Ritme: alle artikelen

.

1541

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (3-2)

.

Een zonnewijzer maken kan ook heel goed in klas 6. Wanneer de kinderen in de meetkundeperiode hebben leren construeren en weten wat een lijn oprichten is, bijv. moet het lukken. Dan wordt de meetkunde ook ‘praktisch’. Ook tijdens de periode meteorologie kan het natuurlijk heel goed.
Er zijn verschillende modellen.

 

ZELF EEN ZONNEWIJZER MAKEN

Hoe laat is het echt ?

Hoe laat is het?’ Je kijkt op je horloge en je zegt: ‘Twee uur’. Een half uur later stelt weer iemand die vraag. Je kijkt weer op je horloge en je zegt: ‘Half twee’. Wat is dat nou? Dat kan toch niet! Dat kan wel, het moet zelfs: bij de wet geregeld!
Ja, zo is dat, de tijdsafspraken zijn bij de wet geregeld. Een raar idee eigenlijk. Is de tijd dan niet iets autonooms, iets waar je als mens gehoorzaamheid aan verschuldigd bent? Met de tijd kun je toch niet sjoemelen?

De boven beschreven situatie kan zich voorgedaan hebben in de nacht van 28 op 29 maart*, toen dit jaar de zomertijd inging. De klokken werden één uur vooruitgezet. Het gevolg daarvan is dat de zon, vergeleken met de klok, een uur later ondergaat dan zij volgens de oude regeling zou doen. Met andere woorden: het blijft langer licht, de avondpret kost minder energie.
Hoe zit dat nu als je de klok verzet, is het dan ook echt zo laat, of is er een ‘echte tijd’ die gewoon doorgaat, wet of geen wet?
Dat je in werkelijkheid de tijdstroom, wat dat dan ook mag zijn, niet terug kunt zetten, een stukje kunt laten overdoen, spreekt vanzelf. Als je de kalender een jaar terugzet, wordt er geen mens een jaar jonger! Verder is het heel begrijpelijk dat er wettelijke afspraken moeten zijn over de tijdsmeting en de tijdsaanduiding. Dat is juist nodig omdat je van zoveel verschillende uitgangspunten uit kunt gaan: de tijd gemeten aan de zonsomloop of gemeten aan de dagelijkse omloop van de sterren. In het ene geval spreek je van zonnetijd, het andere is de sterrentijd. Maar dan ben je er nog niet; doordat beide tijd ‘soorten’ gemeenschappelijk hebben dat ze gebaseerd zijn op de aswenteling van de aarde, is de tijdsaanduiding heel plaatsgebonden. Immers, als het op de ene plaats op aarde middag is, is het ergens anders nacht, avond of ochtend. Je zou voor elke plaats een andere tijd hebben, nauwkeuriger gezegd: alle plaatsen die op dezelfde meridiaan liggen zouden dezelfde tijd hebben. (Een meridiaan is een lijn die de noordpool en de zuidpool van de aarde met elkaar verbindt). Voor Nederland zou dat betekenen dat het in Zutphen later is dan in Haarlem. Op die manier wordt het heel lastig om een spoorboekje te maken! Vandaar dat men er op gekomen is de aarde in tijdzones in te delen.
Als we naar de ligging van Nederland kijken, zouden we in dezelfde tijdzone moeten liggen als Engeland. Maar sinds de oorlog hebben we in Nederland dezelfde tijd als de Midden-Europese landen. Door de invoering van de zomertijd komen we zelfs terecht bij de tijd van de Oost-Europese landen. Daarmee worden we dus nog verder van onze eigen tijd verwijderd.

Voor wie het leuk vindt op de hoogte te zijn van de tijdsverschillen, volgt hier de beschrijving van de constructie van een horizontale en een vertikale zonnewijzer, die de plaatselijke ware zonnetijd aangeeft. Als we het hele jaar door de aanwijzing van de zonnewijzer vergelijken met het horloge, kunnen we zien dat de verschillen niet constant zijn, maar dat ze, nog afgezien van die rare sprong naar de zomertijd, groeien en weer afnemen. De plaatselijke zonnetijd is heel bewegelijk!

De constructie
We kijken eerst naar tekening 1. Daarop zijn drie vlakken te zien, die loodrecht op elkaar staan: vlak H (Horizontaal), vlak Va (Vertikaal achter) en vlak Vz (Vertikaal zij). De vlakken H en Va worden respectievelijk de horizontale en vertikale zonnewijzer.

De lijn PQ is een lijn die evenwijdig aan de aardas loopt (hij is dus precies op de poolster gericht). Hoek PQS is 52° (bij ons).

Tenslotte is er nog een vierde vlak getekend: vlak E (Equatoriaal vlak). Dit vlak staat loodrecht op PQ en het gaat door de snijlijn van vlak Va en H. In dat vlak is een cirkel te zien met middelpunt R. R is tevens het snijpunt van PQ met vlak E.

sterrenkunde-4

We moeten ons voorstellen dat de zon in 24 uur rondom PQ loopt. De schaduwlijn van PQ loopt dan op vlak E in 24 uur rond. Daarop berust het ontwerp van de zonnewijzer. Het probleem is alleen: hoe laat je nu de schaduwlijnen op H en Va de uren aangeven? Daarvoor moeten we de uurlijnen cconstrueren. Eerst zouden we de cirkel E in 24 partjes van 15º moeten indelen, maar dat doen we niet, dat is te veel werk. We construeren maar een aantal uurlijnen, de rest laat zich dan spiegelbeeldig vinden of hebben we niet nodig.

In tekening 2 ziet het er wat ingewikkeld uit, maar dat valt erg mee. In de eerste plaats zien we dat alle vlakken uit tekening 1 hier ook op staan, alleen zijn ze nu allemaal neergeklapt, zoals je een doos kunt opensnijden en alle zijkanten neerklappen.

Nu kunnen we er in construeren met geodriehoek en passer.

Wat die vlakken betreft is er één probleempje: vlak E en H vallen in tekening 2 samen. We moeten dus bij het tekenen steeds gaan bedenken in welk vlak we aan het werk zijn.

sterrenkunde-5

Voor onze zonnewijzer is het voldoende als we de uurlijnen van 4-20 uur tekenen.

Vóór iemand met de uiteindelijke constructie voor zijn of haar zonnewijzer begint, lijkt het me verstandig de constructie eerst eens te oefenen, ook met het oog op de maten die de zonnewijzer moet krijgen. Die zijn natuurlijk helemaal vrij, maar het is goed eerst de onderlinge verhoudingen te leren kennen.

We beginnen met de cirkel vanuit R om te cirkelen. Daarna trekken we een middellijn door R. Deze middellijn snijdt in S de cirkelomtrek. Door dit punt trekken we de raaklijn r. Daarna trekken we de twee andere aangegeven raaklijnen loodrecht op r: raaklijn r(1)  en raaklijn r(2)

Nu passen we, uitgaande van RS steeds hoeken van 15º af. Dat doen we aan de rechterkant anders komen er teveel lijnen door elkaar te lopen. We passen 8 hoeken af en trekken heel dun de stralen. De eerste 3 trekken we door tot lijn r. We vinden dan de punten 13, 14 en 15. Deze punten zijn straks direct bruikbaar voor de uurlijnen.

Van de andere punten beschrijf ik alleen de constructie van de 16-uurlijn, de 18-uurlijn en de 20-uurlijn. De andere gaan net zo.

De 16-uurlijn. We nummeren op de cirkel na 15 door: 16(1), 17(1), 18(1), 19(1), 20(1). Nu trekken we door het punt 16(1) en middelpunt R een middellijn. We vinden dan op lijn r2 het punt 4(1)

Nu moeten we even naar het linker bovendeel van de tekening kijken. Dat is de neergeklapte zijde Vz. Als projectie van het vlak E zien we hier een lijntje E(1). De hoek tussen E(1) en r is 38° . Trek E(1). Daarop moeten we punt R(1) tekenen (vanuit R (middelpunt cirkel) loodrecht op r(2), = 6(1), dan vanuit T de straal. T-6(1) omcirkelen naar E) = R(1) Door R(1) trekken we nu P(1) Q(1), hoek P(1) Q(1) T is 52°

We gaan nu weer verder met de constructie van de 16-uurlijn. Punt 4(1) hadden we gevonden op r(2). Nu zetten we de punt van de passer weer in T en cirkelen T-4(1) om naar E(1) en vinden daar punt 4(2). Vervolgens trekken we een lijn door 4(2)//P(1) Q(1). Het snijpunt met r cirkelen we weer naar beneden naar r(2): punt 4. Punt Q vinden we door eerst Q(1) naar lijn r(2) om te cirkelen, en daarna vanuit het nu gevonden punt een loodlijn op te richten. De tekening spreekt verder voor zich.

Als we nu 4-Q trekken hebben we de 4-uur-lijn, trekken we deze lijn verder door naar r(l), dan hebben we ook de 16-uurlijn. Spiegelen we 4 naar r, dan hebben we de 20-uurlijn. De 18-6 uurlijnen vinden we heel eenvoudig: daarvoor hoeven we alleen een lijn door Q//r te trekken.

De nog ontbrekende lijnen laten zich op analoge wijze construeren. (vergelijk de 16-uur-lijn.

Door alle lijnen spiegelbeeldig te tekenen, krijgen we de overige uurlijnen (links, 7 uur en 8 uur en boven 9 uur, 10 uur en 11 uur).

Dit is de horizontale zonnewijzer (tekening 3a), die in de tuin of in de kamer kan worden opgesteld. De richting van de 12-uurlijn moet exact noord-zuid zijn.sterrenkunde-63a

De vertikale zonnewijzer volgt uit de tekening (tekening 3b, zie tekening 2 boven de r-lijn). Deze kan tegen een muur (uitsluitend op het zuiden) worden opgesteld. De aanwijzer PQ moet op de poolster gericht zijn.

Je kunt ook een combinatie van beide maken. Als  materiaal kun je karton nemen (alleen geschikt voor binnenshuis) of triplex. De schaduwgever kan of een staafje zijn (PQ) of een driehoekig stukje karton of hout (heel dun) De schaduwrand van de schuine zijde is dan de zonnewijzer.

Literatuur:
Zonnewijzers aan en bij gebouwen in Nederland -J.G. van Cittert-Eymers. Uitgeverij Thieme. Niet meer te verkrijgen, alleen in bibliotheken.

Rinke Visser, Jonas 17, *17-04-1981

7e klas – sterrenkunde: alle artikelen

7e klas: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 7e klas

 

1170

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.