Tagarchief: ahrimanische kracht

VRIJESCHOOL – Ahriman in het onderwijs (7-2/1)

.

Wie zich verdiept in het werk van Steiner – of het nu het geschreven werk is of in wat hij met zijn voordrachten bracht – het begrip ‘Ahriman’ komt – meestal in één adem met ‘Lucifer’ – veelvuldig voor.

Op deze blog gaat het om de pedagogische achtergronden van het vrijeschoolonderwijs. En omdat de menskundige achtergronden wortelen in het antroposofisch mensbeeld zou je kunnen verwachten dat ook in de pedagogische voordrachten over Ahriman (en Lucifer) wordt gesproken.

En dat is inderdaad zo: in bepaalde voordrachten roert Steiner het onderwerp aan.
Wat hij daarover zegt, zal op deze blog worden weergegeven.

Voor wie dit onderwerp ( bijna) nieuw is, is dit artikel een inleiding tot meer begrip.

Het verschijnsel  ‘Ahriman’ gaat terug tot in de Perzische cultuur en is dus geen ‘vinding’ van Steiner.

Wanneer de kinderen in de 5e klas geschiedenis krijgen, gaan ze ook terug naar die verre oudheid van het rijk der Perzen. Zie bijv. deze achtergronden.
Een van de belangrijkste culturele erfenissen uit deze tijd is deZend-Avesta‘, het heilig boek der oude Perzen, dat de leer van Zoroaster [Zarathustra] bevat.

Hier ontmoeten we Ahriman in de gedaante van de leugengeest:

LUISTER NIET NAAR DE LEUGENAAR!
HUIS EN HOF, LAND EN WERELD

ZAL HIJ VERDERVEN!
O, WEER U TEGEN SLECHTE GEDACHTEN.

EENS SPATTE ‘T VUUR
NAAR ALLE KANTEN,
MAAR EENS ZAL’T AL
EEN VUURVLAM ZIJN…….

GA GENE WEG
OF DEZE WEG,
WEES ROOK OF VLAM!
LAAT U VERDRUKKEN
IN DE STIKWALM
OF LAAT U LAAIEND
NAAR BOVEN STUWEN

DE KEUS IS U!

Mijn oma was eenvoudig levende vrouw. Ze had een a.h.w. intuïtief gevoel voor ‘het goede’, maar ook voor ‘het boze’, want zo noemde ze de dingen die afbreuk deden aan het menselijke. Liegen bijv. noemde ze ‘van de duivel’. En ze waarschuwde ons weleens dat ‘satan altijd op de loer ligt’. 
Als puber verwezen we die mededelingen naar het rijk van de onzin, m.n. het bestaan van een concreet wezen duivel.

Toen ik later in de 5e klas bovenstaand vers uit de Avesta met de kinderen reciteerde, moest ik weer aan oma terugdenken. ‘Liegen is van de duivel’. 
Hier was het terug, maar nu als leugengeest: Angra Manyu, ook wel Angra Mainyu en Ahriman – boze geest. Soms is er de bijnaam Peetiare: ‘bron van het boze’, ‘geest van de duisternis’.
Daartegenover staat de bron van het goede, het licht, de lichtgod Ormuzd, ook Ahura Mazdao genoemd. 
Ahriman heet in de Bijbel Satan. 
In de Faust van Goethe heet de duivel Mefistofeles, vanuit het Hebreeuws
. מֵפִיץ mephiz „de verderf brengende“ en ט֫פֶל tophel „de  leugenaar“).

In het Driekoningenspel zien we hoe de duivel bij Herodes iets in diens oor fluistert. Een macht, een kracht, iets geestelijks, ‘een geest’ inspireert [het spirituele!] Herodes tot zijn verderfelijke daad van de kindermoord.

[Even terzijde: in het Paradijsspel is er ook een duivel, die daar ‘satanas’ wordt genoemd. In zijn uitleg noemt Steiner deze duivel een luciferische geest, de duivel van het Driekoningenspel, een mefistofelische. Voor beide geesten nuanceert Steiner in bepaalde voordrachten nog een en ander].

Wanneer je je bezighoudt met deze materie en er meer greep op wil krijgen, is Steiner een grote bron en kan het, zoals bij mij, zo gaan dat zijn gezichtspunten allerlei vragen oproepen waarvan het antwoord niet klip en klaar gegeven is, wordt.

Hoe vaak kun je je niet afvragen, wanneer er in de wereld weer iets gebeurt waarbij mensen elkaar iets mensonterends aandoen: ‘Wie doet zoiets, wie bedenkt zoiets, waarom doe je het, waarom denk je zo. Wat beziel!t je. Wie of wat heeft bezit van je genomen, dat je als een ‘bezetene’ handelt?

Zo’n gedachte krijgt dan door een opmerking van Steiner [het kan ook andersom] iets concreets, bijv. wanneer hij zegt: 

Ahriman hat sich in der Verstandesseele festgesetzt, die durch unbewusste Umwandlung von Teilen des Ätherleibs entstanden ist. In diesem zweiten Glied der menschlichen Seele, der Verstandesseele, also in dem umgearbeiteten Stück des Ätherleibes, da hat sich festgesetzt Ahriman. Da ist er drinnen und führt den Menschen zu falschen Urteilen über das Materielle, führt ihn zu Irrtum und Sünde und Lüge, zu allem, was eben aus der Verstandes- oder Gemütsseele kommt. In alledem zum Beispiel, daß der Mensch sich der Illusion hingibt, mit der Materie sei das Richtige gegeben, haben wir Einflüsterungen des Ahriman, des Mephistopheles zu sehen.“ 

Ahriman heeft zich in de verstandsziel genesteld die door onbewuste veranderingen van delen van het etherlijf ontstaan is. In dit tweede deel van de menselijke ziel, de verstandsziel, dus in het omgewerkte stuk van het etherlijf, heeft Ahriman zich verankerd. Daar zit hij in en leidt de mens naar verkeerde oordelen over de materie, brengt hem tot vergissingen en zonde en leugen, tot alles wat uit de verstands- of gemoedsziel komt. Bijv. in alles waarbij de mens zich aan de illusie overgeeft dat met de materie de werkelijkheid gegeven is; daarin moeten we influisteringen van Ahriman, van Mefistofeles zien. 
GA 107/247-248    
Niet vertaald

Het ‘kwaad’ blijkt van alle tijden te zijn, dus we zouden erin kunnen berusten.

Maar dat is niet wat ‘de tijd’ laat zien. Meer dan vroeger en lang en heel lang geleden, zien we mensen die ‘het kwaad’ willen benoemen, het willen bestrijden, het aan de kaak willen stellen.

Dat is de inspiratie van een andere geest. Die wil het onder de mensen eerlijker, liefdevoller, menselijker maken. 
Edeler, hoogstaander: de geest daarvan is de michaëlische en de antroposofie is er m.n. gekomen om die geest te beschrijven. Sterker: om de boodschapper te zijn van die geest.
Aan die geest refereert Steiner in de 1e voordracht van de ‘Algemene menskunde‘ als de vrijeschool wordt gesticht.

En staande in die vrijeschool-michaëlsstroom moeten wij nu meer dan ooit voor onze kinderen – en de toekomst van de aarde – de leugengeest die ons juist van die toekomst wil beroven – leren kennen. 
Niet sussend negeren, niet fanatiek bestrijden, niet in eigen kring bespreken, maar open staand in de wereld waarin onze kinderen opgroeien, de juiste tegenmaatregelen nemen.
Een van die tegenmaatregelen is, Ahriman leren kennen, hem doorgronden, zijn positieve werking die er ook is – leren zien en daarvan gebruik maken zonder dat het ons schade berokkent.

Door de ontwikkeling om ons heen – in het bijzonder die plaatsvindt in de digitale wereld – kunnen we steeds meer zien waar ‘de leugengeest’ zich manifesteert: we hebben het niet voor niets over ‘nep-nieuws’; we kunnen schrikken van de ‘nepfoto’s en nepstemmen’, nauwelijks of niet van echt te onderscheiden’. Het manipuleren daarmee is een aanslag op de persoonlijke vrijheid.
Hier kan list en bedrog hoogtij vieren!

Steiner beschrijft Ahriman ook als een wezen dat bezit wil nemen van onze intelligentie.
‘Mechaniseren van de geest’ [o.a. in GA 296/16, vertaald] roept nu onmiddellijk de associatie op met ‘Artificial Intelligence’ – de afkorting A I kwam ik al een keer tegen als ‘Ahrimanische Intelligentie’- maar is in feite deel van een proces dat al heel lang gaande is, samen te vatten in ‘materialisme’.

Voor het onderwijs zet Steiner hier ‘kunstzinnig onderwijs‘ tegenover.

Het antwoord op meer ‘digitaal in de school’ moet dus zijn – naast het doorzien van de negatieve kanten – nóg kunstzinniger onderwijs.

.

Ahriman in het onderwijsalle artikelen

Algemene menskunde: alle voordrachten

Rudolf Steiner: alle artikelen op deze blog

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

3073-2887

.

.

.

VRIJESCHOOL – Ahriman in het onderwijs (7-1)

.

Wie zich verdiept in het werk van Steiner – of het nu het geschreven werk is of in wat hij met zijn voordrachten bracht – het begrip ‘Ahriman’ komt – meestal in één adem met ‘Lucifer’ – veelvuldig voor.

Op deze blog gaat het om de pedagogische achtergronden van het vrijeschoolonderwijs. En omdat de menskundige achtergronden wortelen in het antroposofisch mensbeeld zou je kunnen verwachten dat ook in de pedagogische voordrachten over Ahriman (en Lucifer) wordt gesproken.

En dat is inderdaad zo: in bepaalde voordrachten roert Steiner het onderwerp aan.
Wat hij daarover zegt, zal op deze blog worden weergegeven.

Vóór Steiner aan het woord komt, volgt hier eerst een artikel waarin duidelijk wordt verwoord hoe we naar het ‘ahrimanische’ – juist in onze tijd! – kunnen kijken.

Hanneke de Leeuw, Antroposofisch Magazine sept. 2017 nr. 7
.

Over de krachten die ons aan de materie binden
.

Dat is ahrimanisch
.

Het is een regelmatig gehoorde uitspraak in antroposofische kringen: “Dat is ahrimanisch”.
Vaak gaat het dan om een computer, een mobiele telefoon of iets anders technisch of digitaals.
Bekend is dat antroposofen nogal behoudend zijn als het gaat om overmatig gebruik ervan. Ze zouden ons wegvoeren van ons vrije ‘ik’.

Ahriman is de verpersoonlijking van de krachten die ons als mens aan de materie binden.

Het leven als mens is uiteraard niet mogelijk zonder een zekere mate van verbinding met het aardse. Mijn lichaam, de natuur en de dingen om mij heen bieden me houvast in de dagelijkse realiteit. Zonder de verbinding met mijn lijf, de steun van de aarde onder me en de tastbare mensen om mij heen zou ik geen leven als individu kunnen leiden. Aardse beperkingen en obstakels zorgen er voor een belangrijk deel voor dat ik me kan ontwikkelen en kan groeien, met vallen en opstaan.

Toch kan de materie ook harder aan me gaan trekken dan ik zou willen. Als ik met mijn dagelijkse bewustzijn om me heen kijk, kan ik gemakkelijk tot de conclusie komen dat de wereld die ik zie, niets meer is dan een verschijnsel van de materie. Ik kan mezelf, mijn medemensen en de samenleving gaan beschouwen als systemen die onderhevig zijn aan de wetten van de materie en die naarmate we meer kennis vergaren volledig te begrijpen en mogelijk zelfs te voorspellen zijn.

Inperking van het geestelijke

Denken in systemen is voor mensen niet helemaal zonder gevaar. Overal zijn valkuilen. Als ik deel uitmaak van een systeem, dan loop ik het risico dat ik mij met het systeem ga identificeren en me ernaar ga voegen. Soms ook als het systeem helemaal niet is ingericht in het belang van mijn vrijheid, ontwikkeling en mens-zijn.
Als ik geloof dat ik een geavanceerde biologische machine ben, kan ik dan nog open staan voor andere, meer ongrijpbare aspecten die het leven mooi en waardevol maken?
Als ik geloof dat mijn waarde afhangt van mijn baan, mijn geld en mijn spullen, kan ik dan nog andere waarden voelen en herkennen?
Als ik geloof dat ik moet meedraaien in het bestaande economische systeem, kan ik dan nog zien hoe het ook nog anders zou kunnen?

De tendens van het ahrimanische is om het geestelijke in te perken. Het werkt verhardend en verkillend op het levende en het menselijke. Sinds het einde van de negentiende eeuw zien we een toenemende trend van mechanisering, technologisering en digitalisering die het de mens in toenemende mate lastig maakt om zichzelf in vrijheid te verhouden tot zichzelf, de medemens en de wereld. Met de mechanisering kwam er een mensbeeld op waarin een individu kon worden gereduceerd tot een vervangbaar radertje in een veel groter geheel en raakte zijn waarde voor de samenleving geassocieerd met zijn economische productiviteit. Door de technologisering werd het mogelijk om de mens zelf te gaan beschouwen als een geavanceerde machine, die kan worden bediend, onderhouden en waar nodig kan worden gerepareerd.

Wie bepaalt wie ik ben?

De huidige trend van digitalisering stelt ons voor nieuwe uitdagingen wat ons mensbegrip betreft. Bij mijn account bij ’s werelds grootste socialmedia-aanbieder hoort een zorgvuldig samengesteld profiel dat ik bij elk bezoek aan de site krijg teruggeprojecteerd. Ik krijg dingen te zien die volgens de achterliggende algoritmes bij mijn leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en eerder klikgedrag passen. Dat heeft zo zijn voordelen, maar ik loop ook het risico dat ik mij gaandeweg steeds meer ga voegen naar het beeld dat ik krijg voorgeschoteld. Want is mijn persoonlijke profiel wel echt een uitdrukking van mijn eigen individualiteit? Of trekt het me juist meer dan nodig richting het gemiddelde dat volgens de algoritmes op mijn persoonlijke kenmerken van toepassing is. Wie bepaalt dan eigenlijk nog wie ik ben?

Het is te verwachten dat de genoemde trends zich de komende tijd nog wel verder zullen voortzetten. Voor mij als mens levert dat de uitdaging op om ondanks de mij omringende systemen en technologieën te blijven zoeken naar wat mij als mens drijft, waar en wanneer ik me vrij voel en hoe ik me gezond kan verhouden tot projecties, valse beelden en halve waarheden. Ik wil blijven zoeken naar het verrassende, het onverwachte, de kleine dingen die mijn leven en mijn denken op een geheel nieuw spoor kunnen zetten. Het is niet uitgesloten dat ik systemen, organisaties en techniek vind die me daarbij van dienst kunnen zijn. Ze mogen alleen nooit voor mij de dienst gaan uitmaken. 

Ahriman en Lucifer

Eigenlijk is alles wat we om ons heen zien Ahriman en Lucifer; ze zitten in ons. Hun strijd om onze ‘ziel’ speelt zich in ons af. We moeten als mens het midden zoeken tussen twee krachten die aan ons trekken en ons willen meeslepen. Die krachten worden in de esoterische traditie al eeuwenlang Ahriman en Lucifer genoemd. Ahriman helpt ons om ons van het aardse leven bewust te worden. Maar hij is ook degene die ons verleidt tot materialisme, hebzucht en een beperkt (geestloos) denken. Hiertegenover staat de andere tegenmacht. Lucifer, die de mens wegvoert van het aardse leven in de materie. Lucifer is degene die ons het geschenk van de vrijheid geeft, maar die ons ook wil verleiden tot egoïsme, fanatisme en een zekere zweverigheid.

.
Ahriman in het onderwijsalle artikelen

Algemene menskunde: alle artikelen

Rudolf Steiner: alle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

3071-2885

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Sterrenkunde (1-5-1/2)

.

Artikelen voor de bovenbouw die hier worden gepubliceerd hebben alle betrekking op de tijd dat de bovenbouw nog veel meer vrijeschoolbovenbouw kon zijn dan nu het geval is. De exameneisen hebben steeds meer inbreuk gemaakt en daardoor afbreuk gedaan aan het leerplan zoals dat jaren werd gehanteerd, steeds vanuit het gezichtspunt: leerstof is opvoedings- en ontwikkelingsstof. In hoeverre dat principe – naast de examentraining – nog leidraad kan zijn bij de inhoud van de geboden lesstof in de verschillende vrijeschoolbovenbouwen weet ik niet. 
De artikelen voor deze klassen zijn wél vanuit dit gezichtspunt geschreven.

.

C. von Gleich, nadere gegevens ontbreken, datum moet van na 1980 en vóór 1986 zijn*.
.

EEN TEKEN AAN DE HEMEL – EEN TEKEN AAN DE WAND

.
II. Toekomstperspectieven

In het vorige artikel kwamen de periodieke verschijningen van de komeet Halley ter sprake, die door de astronomen met een steeds toenemende nauwkeurigheid konden worden berekend. Een geheel nieuwe dimensie krijgt voor ons het fenomeen van deze komeet echter door de esoterische beschouwingen die wij aan Rudolf Steiner te danken hebben. In de loop van het voorjaar 1910 sprak hij in vier steden (Stuttgart, München, Palermo en Hannover) met nadruk over de geestelijke betekenis van de komeet Halley. Het is opmerkelijk dat deze voordrachten in een periode vallen waarin Rudolf Steiner ook voor het eerst een ontwikkeling kon openbaren die hij als de belangrijkste voor onze tijd kenschetste: het nieuwe schouwen van de werkingskracht van Christus in het etherische gebied. De twee in Stuttgart gehouden voordrachten, ‘Die Geheimnisse des Weltalls. Kometarisches und Lunarisches’ (5 maart) en ‘Die Wiedererscheinung des Christus im Atherischen’ (6 maart) laten ons bewust worden dat wij beide gegevens niet los van elkaar mogen zien, als wij ons met de komeet Halley bezighouden.

In het bestek van dit artikel is het niet mogelijk in te gaan op alle aspecten die door Rudolf Steiner in verband met de komeet Halley worden behandeld. Het hierna volgende is daarom niet meer dan een gedeeltelijke samenvatting van gezichtspunten uit de desbetreffende voordrachten die gepubliceerd zijn in deel 118 van de Gesamtausgabe.

Kometen verschijnen met grote tussenpozen. Iedere komeet heeft daarbij een heel bepaalde opgave. Wanneer deze vervuld is, dan versplintert de komeet. Zoals de zon, de maan en de planeten als het ware verweven zijn met ons dagelijkse, min of meer regelmatige doen en laten, veroorzaken de kometen een plotselinge versnelling of verandering in de ontwikkeling van de mensheid. De verschijning van een komeet is in zeker zin als een geboorte. Wij kunnen dit zien aan de komeet Halley en de geestelijke kracht die er achter staat. Steeds is met zijn verschijning iets verbonden geweest dat nieuw was voor de ontwikkeling van de aarde. Nu hij op het punt staat weer terug te komen, zal daarmee een nieuw tijdperk van materialisme worden ingeluid en geboren. Men kan dit nagaan aan de hand van de vorige verschijningen. In 1759 ontstonden hieruit de krachten die het materialistische tijdperk van de Verlichting hebben bewerkstelligd. Wat uit de invloed van de komeet Halley in dit opzicht is voortgevloeid, zoals bijvoorbeeld bij Paul Holbach’s Système de la nature en bij de Franse encyclopedisten, was iets dat Goethe zo tegen de borst stuitte. Toen de komeet in 1835 weer zichtbaar werd, weerspiegelde het materialisme zich opvallend in de geschriften van de filosofen Ludwig Büchner en Jacob Moleschott die in de tweede helft van de 19e eeuw in brede kring ingang hebben gevonden.

In dit jaar 1910, aldus Rudolf Steiner, beleven wij opnieuw een verschijning van de oude komeet en dat betekent een crisisjaar in bovengenoemde zin. Alles wordt in het werk gesteld om de mensen tot een nog meer vervlakte opvatting, tot een moeras van materialistische wereldbeschouwingen te brengen. De mensheid staat voor een geweldige beproeving. Zijn verschijning moet voor ons een waarschuwing zijn, dat hij voor ons een zeer kwalijke gast zal worden, als wij ons aan zijn invloed overgeven. Het zal noodzakelijk zijn, dat wij ons houden aan hogere machten uit de kosmos dan die van de komeet Halley. Laten wij beseffen, dat de tijden voorbij zijn waarin zijn verschijning in zekere zin nog vruchtbaar was voor de mensheid. Nu is dit niet meer het geval. Wij moeten ons verbinden met sterkere machten, om de gevaarlijke invloed die van de komeet Halley uitgaat tegen te gaan. Het is niet om een oud bijgeloof op te halen, maar om een diepe waarheid tot bewustzijn te brengen wanneer erop gewezen wordt, dat de komeet Halley de mensheid steeds meer tot vervlakking zal brengen en het Ik steeds verder naar het fysieke toe zal leiden.

De hier weergegeven woorden van Rudolf Steiner werden in 1910 door slechts weinigen gehoord en waarschijnlijk door nog minder mensen begrepen. Nu, na ruim 70 jaren, staat de draagwijdte van zijn indringende beschouwingen des te duidelijker voor ons historisch bewustzijn.

In het vooruitzicht van een nieuwe verschijning van de komeet Halley in 1986 moeten wij ons afvragen wat onze huidige situatie is en wat deze komeet ons zal brengen. Het behoeft geen betoog, dat de materialistische overheersing van vandaag nog veel ernstiger is dan aan het begin van de eeuw. B. C. J. Lievegoed heeft in twee voordrachten voor de zomerconferentie van de Antroposofische Vereniging en de internationale artsenvereniging uiteengezet in welke crisis wij ons bevinden: de atoomcrisis, de energiecrisis, de sociale crisis en de culturele crisis (Mededelingen, mei 1982, p. 147-156).

Aanvullend kan men stellen, dat ook de gezagscrisis, die deel uitmaakt van de genoemde aspecten, in onze maatschappij een grote rol speelt. Wie zich oriënteert in de wereldliteratuur vindt hiervoor tal van aanknopingspunten. Typerend is, dat in deze literatuur de gezagscrisis dikwijls van twee tegenovergestelde gezichtspunten uit belicht wordt. Enerzijds worden de verschrikkingen van de machtstirannie uit het naaste verleden of in de nabije toekomst beschreven (Alexander Solzjenitsyn, De Goelag Archipel; George Orwell, Nineteen eighty-four), anderzijds wordt er, ter redding van de mensheid, juist geroepen om de ‘sterke man’, de ‘supermens’.

Een heel merkwaardige plaats neemt in dit verband een verhaal van de Russische wijsgeer Waldimir Solowjov in, dat hij op het einde van zijn leven (1900) heeft geschreven. Wij willen er wat nader op ingaan, temeer daar dit verhaal juist in de afgelopen maanden door het Theater van het Woord, in een toneelbewerking van Hugo Pronk, onder de aandacht is gebracht.

Korte inhoud: Nadat Europa een langdurige overheersing door Oosterse volkeren van zich heeft afgeschud, is de 21e eeuw rijp geworden door de Verenigde Staten van Europa, waarin de materialistische denkbeelden zich weer in versterkte mate doen gelden. In die tijd leeft er een jonge, geniale man. Hij is aanvankelijk gelovig, maar gaandeweg steeds meer vervuld van een mateloze eigenliefde, zodat hij zichzelf tenslotte als opvolger van Christus beschouwt. Op een beslissend moment in zijn leven, na een ernstig ongeluk, wordt hij door een hoge macht geïnspireerd die tot hem spreekt: ‘Ontvang mijn geest! Zoals mijn geest je eens baarde in schoonheid, zo schept hij je nu in kracht!’ Nu schiet zijn roem komeetachtig omhoog; uiteindelijk wordt hij tot president voor het leven benoemd. Zijn macht lijkt onaantastbaar als hij er ook nog in slaagt de wereldvrede te bewerkstelligen, alle honger uit te bannen en zelfs wondertekenen te laten verrichten. Het einde voor hem komt pas als tijdens een concilie van de christelijke kerken de Russisch-orthodoxe bisschop Johannes de aanwezige president ontmaskert als de Antichrist.

Dit visionaire beeld van Solowjov kan pas ten volle begrepen worden vanuit de antroposofische geesteswetenschap die een veelomvattend inzicht geeft in de aspecten van het boze. Een wezenlijk, en voor onze tijd zeer actueel gezichtspunt is dit: Tegenover de aardse incarnatie van Christus staan — als negatieve spiegelbeelden — de incarnatie van Lucifer (ca. 300 v.Chr.) en de nog te verwachten incarnatie van Ahriman op aarde. Het is geen toeval, dat Rudolf Steiner in het najaar van 1919, juist als in Duitsland de eerste tekenen (o.a. nationaal-socialisme) van een nieuwe wereldramp kenbaar worden, voor het eerst over de toekomstige incarnatie van Ahriman spreekt. Wij volstaan met twee citaten die wij in vertaling weergeven:

Te midden van de ontreddering die over de aarde zal komen, moet de mensheid bewust naar de incarnatie van Ahriman toe leven. Door de voortdurende oorlogen en andere noden van de naaste toekomst zal het menselijke vernuft bijzonder vindingrijk worden op het gebied van het fysieke leven. Door deze vindingrijkheid op fysiek gebied, die niet door een bepaalde handelwijze afgewend kan worden, want zij zal met noodzakelijkheid optreden, wordt een zodanige menselijk-lichamelijke individualiteit mogelijk, dat Ahriman daarin zal kunnen incarneren. Maar deze ahrimanische macht bereidt haar incarnatie op aarde vanuit de geestelijke wereld voor. Deze incarnatie van Ahriman in een menselijke gestalte wordt zoveel mogelijk in die zin voorbereid, dat zij de mensen op aarde in de hoogste mate kan verleiden en in verzoeking kan brengen.’ (Voordracht 4-11-1919, GA 193).

‘Zo zal er in het westen een werkelijke incarnatie van Ahriman zijn, voordat er ook maar een deel van het derde millennium n.Chr. zal zijn verlopen.’ (Voordracht 1-11-1919, GA 191).

Wij moeten ons realiseren dat dit derde millennium al in het jaar 2000 begint! Uit de citaten blijkt een treffende parallel met het verhaal van Solowjov: Ahriman grijpt in als ‘weldoener’, wanneer de aarde in grote nood verkeert, ‘d.w.z. Ahriman als de nabootser van de heilsdaad van Christus. Moeten wij er dan niet ook op voorbereid zijn, dat de tekenen die de komst van Christus hebben aangekondigd, nagebootst zullen worden door Ahriman? En mogen wij ons afvragen: Is er een parallel tussen de Ster van Bethlehem en de komeet van Halley?

Rudolf Steiner heeft in zijn voordrachten nooit specifiek op het jaartal 1986 gewezen. Maar er is van hem een uitspraak die op een heel eigenaardige wijze verband legt met dit jaartal. Deze is te vinden in een op 7 maart 1914 in Stuttgart gehouden voordracht over de bijzondere samenwerking van Lucifer en Ahriman die zich iedere duizend jaar manifesteert. (Zie ook B. C. J. Lievegoed, De bouwimpuls als Michaëlische opgave. Mededelingen, nov. 1978). Hieraan willen wij afsluitend het volgende ontlenen:

‘Lucifer en Ahriman zullen zich in het bijzonder meester maken van de naam een christen te zijn. Mensen die geen spoor van echt christendom meer in zich hebben, zullen zich christenen noemen en te keer gaan tegen hen die zich willen houden aan het woord dat Christus gesproken heeft: ‘En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld’ (Matth. 28). Er zal verwarring en verwoesting heersen wanneer het jaar 2000 nadert, en dan zal ook van ons Dornachse bouwwerk (het eerste Goetheanum) niets meer overeind staan, alles zal verwoest en vernietigd zijn. Daarop zullen wij vanuit de geestelijke wereld omlaag blikken.
Maar wanneer het jaar 2086 nadert, dan zullen overal in Europa gebouwen verrijzen die spirituele doelen dienen. Zij zullen de dubbelkoepel dragen zoals ons Dornachse bouwwerk. Dat zal de gouden tijd zijn voor zulke gebouwen waarin het spirituele leven kan bloeien.’
Waar Rudolf Steiner er enerzijds op wijst dat het voor onze tijd noodzakelijk is zich vertrouwd te maken met de gebeurtenis van Ahrimans incarnatie, geeft hij ons anderzijds een duidelijke opdracht mee. Door de verduistering van het spirituele op vele gebieden in de wereld is tevens, als wij de juiste houding innemen, de weg geopend om het spirituele in ons innerlijk op te wekken. Ons intellectuele weten moet vervuld worden van de wijsheid van het hart. Michaël, de inspirator van ons tijdperk, helpt ons onze wil te doordringen met lichtkrachten, mits wij ons hiervoor inzetten.
Onze tijd vraagt om waakzaamheid op ieder gebied. Niet alleen de gebeurtenissen op aarde geven ons hiertoe aanleiding, maar ook de tekenen aan de hemel.

R. Steiner, Das Ereignis der Christus-Erscheinung in der atherischen Welt. (GA 118). (Voordrachten 5 maart, 13 maart, 18 april en-10 mei 1910).
Vertaald

W. Solowjov, Korte vertelling van de Antichrist. – Vertaling J. W. Munz. Rotterdam: Lemniscaat.
De vertelling is ook hier te vinden.

R. Steiner, Soziales Verstandnis aus geisteswissenschaftlicher Erkenntnis. (GA 191). (Voordrachten 1, 2 en 15 nov. 1919).
Vertaald 1, 2 nov

R. Steiner, Der innere Aspekt des sozialen Ratsels. Luziferische Vergangenheit und ahrimanische Zukunft. (GA 193).

H. W. Schröder, Das Jahrhundertende und die Inkarnation Ahrimans im nachsten Jahrtausend. In: Mitteilungen aus der anthroposophischen Arbeit in Deutschland, jg. 32, Michaeli 1978.

.

Nog een artikel over Halley

Sterrenkundealle artikelen

.

2692-2522

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (44)

.

Hieronder volgt een artikel van Ita Wegman. Zij werkte samen met Rudolf Steiner op het gebied van de geneeskunst.
Het verscheen in het blad ‘Natura’ – tijdschrift voor verbreding van  de geneeskunst door geesteswetenschappelijke menskunde – in 1926.
.

Beschouwingen over inwendige processen in de mens in samenhang met de herfsttijd- de michaëlstijd

In een belangrijke voordracht over Michaël, in oktober 1923 [1] in Dornach gehouden, sprak Rudolf Steiner over de betekenis van de werking van de aartsengel Michaël in het leven van de mens en in de cultuur- en wereldontwikkeling. Hij gaf de volle werking van Michaël in de volgende spreuk samengevat weer in woorden die vanuit hoge geestelijke regionen stammen en in het astraallicht van het wereldal geschreven, te vinden zijn:

O mens,
je geeft het vorm ten eigen bate,
je maakt het naar zijn stoffelijke waarde
in vele werken zichtbaar.
Het zal je pas tot zegen zijn,
wanneer zich aan jou openbaart
zijn hoog verheven geestesmacht. [2]
.

O Mensch
Du bildest es zu deinem Dienste
Du offenbarst es seinem Stoffeswwerte nach
In vielen deiner Werke.
Es wird dir Heil jedoch erst sein,
Wenn dir sich offenbart
Seines Geistes Hochgewalt

En het is een innerlijke noodzaak, nu in de michaëltijd, ernaar te streven wat in deze tijd, tegen de herfst-michaëltijd in het wereldal als macrokosmos en in de mens als microkosmos gebeurt, te begrijpen en te beleven. Hiermee bezig te zijn is de opgave van iedereen die aan de geestelijke cultuur van onze tijd deel wil hebben, waarin Michaël de leiding heeft en aan de mens zijn impulsen wil schenken.
Michaël goed begrijpen zal ook voor hen van een ongekende waarde zijn die zich met de raadsels van de genezing uiteen zetten en die de kennis over de genezende werking in de mens serieus nemen. Zo moeten wij onszelf afvragen wat het is waarover wordt gezegd dat het in de stof zichtbaar wordt voor het nut van de mens, wat voor de mens echter pas een zegen is wanneer hij het in zijn geestelijke kwaliteit kent.

Wanneer het ons duidelijk wordt hoe de huidige cultuur zich aan ons vertoont in haar recente ontwikkeling, dan gaat het om de stoffelijkheid, de materie – zij beheersen de interesse van de mens. We leven in een cultuur die slechts het zichtbaar-stoffelijke als realiteit erkent, waarin de mens al zijn energie, al zijn inspanningen en heel zijn denkvermogen inzet om de aardse materie te bedwingen en nuttig te maken.
De geestelijke kant van de materie heeft niet meer de betekenis voor het huidige bewustzijn zoals dat in vroegere tijden, in vroegere culturen wel het geval was. En we leven in een tijd van machines waarin de mens los geraakt van alle spiritualiteit de materie bewerkt en dienstbaar wil maken aan zijn aardse behoeften. Met name de machines en hetgeen ermee samenhangt is een wezenlijke cultuurfactor en dat brengt ons bij het ijzer dat ons ten dienste staat en dat als stof zichtbaar wordt in wat we maken.
Dit zich in de materie verdiepen, dit zich met de materie verbinden en deze te gebruiken voor eigen doeleinden, was voor de ontwikkeling van de mensheid noodzakelijk. Maar nu bevinden we ons in het heden wel op een tijdstip waarop de mens met waardering voor de resultaten van deze materialistische zienswijze ertoe moet komen, de geest die achter de materie werkzaam is, weer te begrijpen en te beleven. Zou hem niet lukken zich opnieuw te verbinden met deze geest, dan zou hij meegezogen worden in de ban van de door hem zelf ont-geestelijkte wereld, waarin de ahrimanische wezens steeds meer aan kracht kunnen winnen.
Aan dit gevaar ontkomt de mens, wanneer hij in staat is zich eerst weer open te stellen voor de taak die Michaël in de ontwikkeling van de mensheid heeft. Dan leert hij weer begrijpen hoe het geestelijker worden van onze cultuur met de werkzaamheid van Michaël samenhangt. Hij zal leren ervaren hoe het ijzer waarmee de huidige beschaving de werktuigen maakt, van hetzelfde materiaal is als het meteoorijzer dat uit de sterrenwereld naar beneden komt.
Deze tot ijzer verdichte substantie is vanuit een geestelijk standpunt bezien die kracht die in de kosmos tot het zwaard wordt gevormd dat Michaël gebruikt en waarmee hij de strijdt aangaat tegen het materialisme dat in de vorm van een draak de aarde en de mens in zijn macht wil krijgen.
Wat zo groots zich afspeelt als de strijd tussen de hemelsle en aardse machten in de nabijheid van de aarde, heeft ook zijn tegenbeeld in de mens als microkosmische weerspiegeling van het wereldal, van de macrokosmos.
En hoe verloopt deze strijd in de microkosmos?
Hierbij moet je leren begrijpen hoe de mens geplaatst is tussen hemel en aarde; hoe de aardse en kosmische krachten op hem inwerken en zich doen gelden. Dan wordt het duidelijk hoe je in de fysiologische proceesen van zijn organisme en de manier waarop je in denken, voelen en willen deze inwerkingen tot uitdrukking ziet komen, kan herkennen. We moeten in onszelf de fysiologische levensprocessen die zich afspelen in de benedenmens, in de hoofd- en middenmens weliswaar op driegelede manier beleven. En heeft het over een zwavelproces dat een soort verbrandingsproces is waarin de stofwisselingsprocessen en alles wat daarmee samenhangt,verlopen. Het is een proces dat op het bloeien van planten lijkt en dat tot stand komt doordat fysiek-etherische processen in wisselwerking treden met wat van uit de astrale wereld inwerkt.
Nu kan het proces van plantenbloei ook beschreven worden als een soort ontstaan van een diervormend proces dat wordt tegengehouden, omdat de astrale wereld alleen maar van buitenaf op de plant kan inwerken en niet binnen in haar tot processen komt zoals die pas te vinden zijn in het dierlijke organisme en die met zijn stofwisseling, ademhaling en bloedvorming samenhangen. En terwijl je bij de plant alleen maar kan spreken van een tenden tot dierwording, heb je in de mens deze diervormende processen zelf in al die werkingen die zich afspelen in zijn verterings- ademhalings’en bloedvormende processen waaraan het astraallijf inwendig een actief aandeel heeft. Dat deze diervormende processen in de benedenmens binnen de voor hem bestemde grensen teruggehouden worden, hebben we te danken aan het Ik dat ons verder dan het dier in het menselijke brengt. -Met zijn stofwisseling-ledematensysteem staat de mens bovendien in een sterke samenhang met de aardekrachten.
De boven mens, de zenuw-zintuigmens, daarentegen, staat in verbinding met buitenaardse krachten, met sterrenkrachten.
Maar tegelijk vinden in het zenuw-zintuigsysteem afbraakprocessen plaats die te vergelijken zijn met processen van mineraal worden, zoutvormingsprocessen in de ons omringende natuur en die in het menselijk oprganisme nodig zijn opdat de mens bewustzijn kan hebben.
Ertussen, in de midden- of ritmische mens zijn de zgn. mercuurprocessen werkzaam die in adem en bloedsomloop verlopen en met de krachten die in de omgeving van de aarde aanwezig zijn, met de licht- en luchtkrachten in verbinding staan. Ook moet het mercuriale in de mens beschouwd worden als iets wat in hem het evenwicht bewaart tussen licht en zwaarte, tussen aardse en buitenaardse invloeden.
Dit soort processen vinden  voortdurend in de mens plaats en de gezondheid van de mens is de uitdrukking van een harmonisch samengaan van deze drie processen binnenin hem. En ziekte is het gevolg als het ene of het andere van deze levensprocessen de overhand kan krijgen.
Nu worden ook deze fysiologische processen in de mens binnen het verkoop van het jaar op verschillende manieren door de verschillende jaargetijden beïnvloed. Zo komen in de winter de zoutprocessen meer op de voorgrond te staan en daarmee hangt samen een bewuster leven dat zich minder in daadkracht naar buiten manifesteert. De mens leidt een meer naar binnen gekeerd leven en hij heeft de mogelijkheid door een subtieler denken over de raadsels van het bestaan na te denken.
’s Zomers worden de zwavelprocessen sterker die hun hoogtepunt bereiken wanneer het hoogzomer is. Ook de mens voelt in zich dat de levensprocessen intenser worden, de krachten om in de buitenwereld dingen te doen aangewakkerd worden; de aardse krachten doen zich in hem meer gelden. Daarmee gaat aan de andere kant samen een doffer worden van de bewustzijnskrachten, de mens is minder helder in zijn denken wanneer de stofwisselingsprocessen overheersen en hij komt in het gevaar zich te verliezen in een droomachtige toestand.

Terwijl in de zomer zijn astraallijf door de verhevigde verbrandingsprocessen steeds stralender naar buiten toe oplicht, proberen draken- en slangenschepsels die vanuit de aarde komen zich uit te leven in deze zwavelprocessen, daarbij het bewustzijn van de mens volkomen benevelend om er bezit van te kunnen nemen.
Hier, bij dit gevaar, komen de goden de mens tegemoet, hier zenden ze hem hun helpende krachten om het bewustzijn van de mens te versterken.
Dan is daar Michaël met zijn helpers die tegen de herfst de mens te hulp komen. Door de kracht van het meteoorijzer dat in deze tijd in talloze sterrenregens aan de hemel is waar te nemen, worden de krachten van de uit de aarde opstijgende zwavelkrachten tegengewerkt. Michaël vecht met de geestelijke kracht van het ijzer tegen de draak die omhoog wil; en het ijzeren zwaard van Michaël is het dat als een gezondmakende wereldkracht de ahrimanische wezens die in de omhoogstrevende zwavelporcessen binnen willen sluipen, bestrijdt en de mens uit zijn angst en vrees bevrijdt die steeds bezit van hem nemen, wanneer zijn bewustzijn niet meer helder werken kan.
Wat gebeurt daarbij in werkelijkheid in het menselijk organisme, wanneer de strijd van Michaël met de draak zich afspeelt in de astrale wereld? Een wonderbaarlijk gecompliceerd proces speelt zich in wezen gelijktijdig af. Het bloed dat door het hele lichaam stroomt en de de rode bloedlichaampjes bevat, wordt rijkelijk voorzien van ijzerkracht. Het organisme wordt in staat gesteld meer ijzer uit het voedsel in zich op te nemen en met de bloedkleurstof, het hemaglobine te verbinden. En wat zich in de kosmos voltrekt als de meteoren als lichtende kracht uit de sterren door de wereldruimte schieten en wat verhindert dat de ahrimanische geest zich kan verheffen en groter worden – ditzelfde proces vindt in het klein plaats door het verhoogde ijzerproces in het bloed. Wanneer de geest-zielenkracht  van de mens in de herfst weer opnieuw in hem wakker geroepen wordt, is de mens in staat ook de ijzerkracht van zijn bloed dienovereenkomstig te vermeerderen en deze tegenover de zwavelkrachten te zetten die hem willen overspoelen. Het organisme wordt door de met ijzerkracht geladen rode bloedlichaampjes, alsof het van talrijke kleine meteoren wordt voorzien. Zo wordt het hele organisme met genezende kracht overstroomt en bevrijdt van alles wat hem ziek wil maken en wat als angst en vrees in hem leeft.
Deze angst en vrees wordt vaak onbewust beleefd en kan ook tot uiting komen in depressieve stemmingen of zelfs tot lichamelijke vermoeidheid en uitputting leiden, wanneer het organisme niet in staat is voor zijn eigen bescherming genoeg ijzerkracht te mobiliseren. Hier zal de arts die deze processen in de mens kent, de natuur helpend kunnen ondersteunen, wanneer hij aan zo iemand ijzer geeft.

Wat zich nu zo in het grote ritme van het jaarverloop inwendig in de menselijke organisatie afspeelt als een op- en afgaan van ziekmakende invloeden door het meebeleven van de gebeurtenissen in de hem omringende natuur, in de afwisseling van aardse en buitenaardse krachten, vindt zijn spiegelbeeld in wat aan de mens in zijn dagelijks ritme van wakker zijn en slapen waargenomen kan worden. In de slaap waarin de bewuste activiteit tot rust komt, wanneer het Ik en het astraallijf zich los hebben gemaakt, voltrekt zich een actieve opbouw vanuit het stofwisselingssysteem door het etherlijf en fysieke lichaam; terwijl in het bewuste dagleven de afbraakkrachten meer werkzaam zijn. Ook deze dagelijks zich herhalende wisselwerking van boven- en benedenprocessen in de menselijke organisatie houdt steeds een gevaar in zich, wanneer de mens niet in staat is overdag een gezond evenwicht te scheppen door die processen die met de werkzaamheid van Ik en astraallijf verbonden zijn.
Opdat dit gevaar dagelijks overwonnen kan worden heeft de mens het ijzer in zijn bloed. Zonder ijzer zou het bloed steeds ziek zijn en er vindt door het ijzer in het bloed constant, op een natuurlijke manier een wonderbaarlijk genezingsproces plaats. Door de stralende kracht van het ijzer moet de stofwisseling keer op keer binnen de gezonde grenzen teruggehouden worden en in evenwicht gehouden wat aan zwavelprocessen in het bloed doorwerkt; anders zou de mens ziek worden. En afgezien van bleekzucht, bestaan er nog andere ziekteverschijnselen die in wezen samenhangen met het feit dat het organisme niet voldoende ijzerkracht heeft om zich tegen de van de stofwisseling uitgaande ziekmakende invloeden te beschermen.
Dus wat dagelijks fysiologisch in het menselijk organisme plaats vindt, ondergaat een intensivering in de loop van de zomer naar de herfst. En de mens die in de oude tijden nog het vermogen had mee te beleven wat er in hem en om hem heen gebeurde, beleefde de michaëltijd met zijn helpende kracht als feesttijd waarin hij kon vieren zijn bevrijding door Michaël van het gevaar dat hem bedreigde door de omstrengeling van Ahriman.
Daartoe moet de mens van tegenwoordig ook weer komen. De mens zou opnieuw mee moeten kunnen beleven hoe Michaël de mens wil helpen om innerlijk vrij te worden, hem van angst en vrees te bevrijden en hoe de michaëlkrachten gezondmakende krachten zijn.
De mens moet zich vanuit zijn eigen wil weer bewust verbinden met wat in de wereldruimte en in hem zelf als michaëlkracht werkt.
Dan zal ook Michaël als leider van de tijd de mogelijkheid krijgen zich met de mens te verbinden en zijn impulsen aan de mensheid te geven.
En dan zal de tijd aanbreken waarop wij het michaëlsfeest weer in echte zin kunnen vieren.
.

Ita Wegman, in Natura nr.3 sept. 1926
.

[1] GA 223/229, blz.165
[2] Vertaald      Inkijkexemplaar

meteoorijzer

Over Ita Wegman  (zoek in fondslijst)

Van Ita Wegman: Michaël (zoek in fondslijst

.

Jaarfeesten: Michaël – alle artikelen

Een artikel met inhoud van gelijke strekking

.

1161-1082

.