Categorie archief: Uncategorized

VRIJESCHOOL – Ritme en leren

.
StepUp to learn publiceert allerlei onderzoek op het gebied van ‘hoe leert het kind’ en ‘wat kunnen we bijdragen aan een betere methode.’ 

Na zo’n onderzoek volgt vaak een kernachtige samenvatting, zoals deze:

Door onze lichamen ritmisch te bewegen, ontwikkelen we een beter besef van onze persoonlijke lichaamsruimte: welke delen van ons lichaam bewegen, en wanneer en hoe ze bewegen. Verschillende oefeningen worden uitgevoerd met verschillende bewegingssnelheden. Dit helpt ons bij het creëren en beheersen van de doelgerichte bewegingen die we gebruiken voor al het leren. Wanneer we zien dat een kind het ritme van een oefening ‘vindt’, zien we dat de ritmische beweging een ruimte creëert voor het leren dat bij de oefening hoort. Ritme zorgt ervoor dat de leerstof beklijft!

Nancy W Rowe, MS, CCC/A

.

In ons vrijeschoolonderwijs speelt ritme een grote rol.
De hierboven genoemde ‘verschillende bewegingssnelheden’ vinden we bv. duidelijk terug in de euritmielessen of in de Bothergymnastiek. Maar evenzogoed in de vele bewegingsmogelijkheden in de klas.

Ritme: alle artikelen

Euritmie: alle artikelen

Gymnastiek: alle artikelen

Eigenbewegingszin

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rekenraadsel (nieuw)

.
Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.

.

REKENDOMINO

Dit spelletje kun je het beste spelen als je zelf een dominospel hebt. Je kunt ook de stenen overtekenen en dan uitknippen. Het is namelijk de bedoeling dat je de dominostenen uit de tekening zodanig 4 neerlegt, dat je op, de rijen, die door de cijfers 1 tot en met 4 staan aangegeven, een som krijgt van 20. Dat wil zeggen, datje als je de zwarte doppen van iedere rij bij elkaar optelt, steeds 20 als uitkomst krijgt.

In dit voorbeeld is alleen rij 2 juist: opgeteld = 20. 
In de andere rijen moet nog e.e.a. veranderd worden, waarbij de regels van het dominospel gelden, dus bv. een drie aan een drie enz.

.

Alle rekenraadsels

Alle breinbrekers

Alle ‘gewone’ raadsels

Alle taalraadsels

 

.

.

.

.

 

 

VRIJESCHOOL – Mededeling – Sociale driegeleding – agenda/activiteiten

.

‘SOCIALE DRIEGELEDING’

website

Nummers van tijdschrift Driegonaal

Nieuwsbrief sociale driegeleding

Nr. 7 / 16 januari 2026

Zéker te weten: stuur deze Nieuwsbrief gerust door naar een ieder die beseft dat we het met maatschappelijk knip- en plakwerk niet gaan redden en dat er fundamentele veranderingen gevraagd worden. Zij zijn noodzakelijk om in deze woelige tijden het mens-zijn te behouden.

Actueel

Macht (en moraliteit)

De  combinatie van macht en moraliteit doet een beetje denken aan die van water en  olie. En het uitoefenen van macht, zelfs wanneer dat vanuit wezenlijke  moraliteit gebeurt, betekent een aantasting van diezelfde moraliteit Lees verder »

Janboel

Cultuur, politiek en economie zijn drie heel verschillende aangelegenheden. Voor alle drie geldt: zij gedijen het best wanneer zij op eigen benen staan en hun eigen ding doen. Als zij op één hoop worden gegooid, wordt het een janboel.

Dan krijg je … Lees verder »

Artikelen
Wat is sociale driegeleding?

Is sociale driegeleding zo ingewikkeld? Maar,… het is toch niet zo moeilijk in te zien dat,… Lees verder »

Driegeleding in vraag & antwoord

Waarom zou de samenleving uit drie delen bestaan? Lees verder »

Agenda
Bekijk de volledige agenda: KLIK HIER

Een krant over Sleipnir

In een zojuist verschenen krant wordt een uitvoerig beeld gegeven van de  ervaringen die worden opgedaan met het ondernemen zonder dat er sprake is van privé-eigendom.

Moet ieder in de economie zijn eigen belang najagen en levert dat voor het geheel de beste situatie op? Is het nodig dat een ondernemer zijn bedrijf bezit?

Uit de concrete praktijk van ruim 35 ondernemingen die zijn aangesloten bij Stichting Sleipnir, blijkt iets heel anders!

In de eenmalige krant vind je een schat aan praktijkervaringen, interviews, beschrijvingen van wat er binnen de samenwerking ontwikkeld is en wordt – en natuurlijk de inzichten die uit de sociale driegeleding en associatieve economie geput kunnen worden.

Je kunt de krant HIER downloaden

Exemplaren van de krant ontvangen?
Je krijgt de krant, vanaf minimaal 10 exemplaren, gratis thuisgestuurd.
Mail naar info@nearchus.nl en vermeld het aantal dat je ontvangen wil.



Sociale driegeleding: alle artikelen op deze blog

Vrijheid van onderwijs: alle artikelen

.

.

.

VRIJESCHOOL – Taalraadsel (nieuw)

.

Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.

De paardensprong. Net als bij schaken maakt de beginletter –linker kolom midden J  – sprongen en de letters waar hij neerkomt vormen in volgorde een woord. Welk?

Oplossing later

 

Alle taalraadsels

Alle rekenraadsels

Alle breinbrekers

Alle ‘gewone’ raadsels

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 21 september 1920

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.

In deze vergadering gaat het voornamelijk over hoe om te gaan met een collega die niet voldoet. Tijdens de discussie hierover komen nog andere vragen op: wie worden er eigenlijk toegelaten tot de vergadering.

Deze vergadering is een soort vervolg op die van een dag eerder, 30 juli 1920, over de ‘Wereldschoolvereniging. Die is er niet gekomen. 
Volledigheidshalve heb ik het toch vertaald.

Deze vergadering geeft ons geen mededelingen waar we voor ons werk iets aan hebben.
Het gaat opnieuw over de financiële situatie van de school in relatie tot de grote groei. 
In deze vergadering wordt Emil Molt door Steiner opnieuw geprezen.
.

RUDOLF STEINER

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924

Erster Band Das erste und zweite Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1 Het eerste en tweede schooljaar

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

GA 300A

Blz. 205

Vergadering van dinsdag 21 september 1920, 11 – 12u

Nach dem dritten Vortrag des Kurses über „Meditativ erarbeitete
Menschenkunde

Na de derde voordracht van ‘Menskunde innerlijk vernieuwd‘.

Dr. Steiner: Der Professor Abderhalden war in Dornach. Er konnte nicht verstehen, was er mit dem Vorder- und Hinterknoten im Rückenmark machen soll. Das bewegt die meisten solcher Menschen; nicht etwa auf die Sache sich einzulassen, sondern sie denken sich, wenn ich da hineinsteige, dann wird es ungemütlich. Lieber ein bißchen fernbleiben!
Sonst hat er ziemlich radikale Ansichten. Er hat gesagt: Was Sie ausgeführt haben über das Turnen — vom physiologischen Standpunkt ist das Turnen eine Barbarei! Ich sagte ihm: Bitte, sagen Sie das nur, Sie haben eine Professorenstellung. Wenn jemand anders dasvertritt, verärgert es die Leute. Der Physiologe kann es den Leuten schon sagen.
Eine Sache ist höchst interessant. Er sagte, in der Zeit, in der dazumal die Revolution gespielt hat, da bekamen einzelne einen Stich. Da hat er den Antrag gestellt, daß jeder Professor sich sein Lehrfach einrichten kann, wie er will. Da haben die anderen sich gar nichts dabei vorstellen können. So sagt er selbst.

Professor Abderhalden was in Dornach. Hij begreep niet goed wat hij met de voorste en achterste knoop in het ruggenmerg aan moest. Dat is wat de meeste mensen dwarszit; ze willen zich er niet mee bemoeien, maar denken: “Als ik me ermee ga bemoeien, wordt het onaangenaam. Ik kan beter afstand houden!” Verder heeft hij nogal radicale opvattingen. Hij zei: “Wat u over gymnastiek hebt gezegd – vanuit fysiologisch oogpunt is gymnastiek barbarij!” Ik zei tegen hem: “Ga gerust uw gang, u bent hoogleraar. Als iemand anders die mening uitspreekt, maakt dat mensen boos. De fysioloog mag mensen vertellen wat hij denkt.” Eén ding is buitengewoon interessant. Hij zei dat tijdens de revolutie sommige mensen hun verdiende loon kregen. Dus stelde hij voor dat elke professor zijn onderwijs naar eigen inzicht zou mogen organiseren. De anderen konden zich niet voorstellen hoe dat zou zijn. Dat zegt hij zelf.

Beginnen wir unsere andere, mehr pädagogische Arbeit. Es handelt sich darum, daß wir ins klare kommen müssen über manche Dinge, die wir — mitverursacht durch andere Überarbeitungen — zum Teil genötigt waren, in Regionen des Dunklen sich abspielen zu lassen, und die heute zur Klarheit gebracht werden können.
Es hatte Meinungsverschiedenheiten gegeben über die Stellung der Schule und
des Lehrerkollegiums zur Waldorf-Astoria-Fabrik. Dann war ein Statut ausgearbeitet worden, in dem unter anderem enthalten war, daß die Lehrer nicht mehr, wie bisher, von der Waldorf-Astoria-Fabrik aus angestellt werden sollten, und in dem auch die Stellung Dr. Steiners als des Leiters der Schule festgelegt werden sollte.

Laten we beginnen met ons andere, meer pedagogische werk. Het betreft het feit dat we bepaalde zaken moeten verduidelijken die we – mede door andere herzieningen – in het duister hebben laten voortduren en die nu aan het licht kunnen worden gebracht.
Er waren meningsverschillen over de relatie tussen de school en het onderwijzend personeel enerzijds en de Waldorf-Astoria-fabriek anderzijds. Er was toen een statuut opgesteld waarin onder meer werd bepaald dat de leraren niet langer in dienst mochten zijn van de Waldorf-Astoria-fabriek, zoals voorheen gebruikelijk was, en waarin ook de positie van Dr. Steiner als schoolleider werd vastgelegd.

Dr. Steiner: Wollen Sie, Herr Molt, das Wort ergreifen?

Meneer Molt, wilt u het woord nemen?

Molt spricht ausführlich über die vorliegenden Schwierigkeiten, besonders
über seine eigene Stellung zum Lehrerkollegium, über das Statut und über
einen Vorschlag, Dr. Steiner zum Vorsitzenden zu wählen.

Molt spreekt uitvoerig over de huidige problemen, met name over zijn eigen relatie met het onderwijzend personeel, over het statuut en over een voorstel om Dr. Steiner tot voorzitter te benoemen.

Dr. Steiner: Ich meine, es könnte von vorneherein — das ging aus der
Rede des lieben Herrn Molt hervor — ausgeschaltet werden diese Wahl von mir zum Vorsitzenden. Ich glaube nicht, daß durch den

Ik bedoel, het had van meet af aan voorkomen kunnen worden – dit bleek al uit de toespraak van de geachte heer Molt – deze verkiezing van mij tot voorzitter. Ik geloof niet dat de

Blz.  206

Statutenparagraphen in bezug auf mich das geringste geändert worden wäre.
Dann bitte ich, sich daran zu erinnern, daß die Ernennungen neuer Lehrer eigentlich immer im Lehrerkollegium besprochen worden sind. Das würde ich weiter gerne so halten. Ich glaube, daß wenigstens Ideale mitzuarbeiten haben, und daß eigentlich die Sache so liegen müßte, daß das Lehrerkollegium voraussieht, daß man beider Ernennung einiges durchschaut und daß man auf das Urteil etwas gibt. Mitteilen würde ich schon immer, was da geschieht. Ich würde niemals ausschließen, daß, wenn die eine Seite die entsprechenden
Vorschläge macht, von mir auf diese Vorschläge eingegangen wird.
Diese Dinge sind so, daß sie sich statutarisch nicht festlegen lassen.
Wenn man es festlegt, so wird das die Sache nicht treffen. Dies soll vielleicht nichts anderes sein als ein bißchen Richtigstellung, damit nicht noch mehr Mißverständnisse gehäuft werden.
Mir kommt es vor, daß schon Dinge im Hintergrund stehen, die vieles
erklären. Als ich in Berlin davon hörte, da schien mir das doch mehr
oberflächlich zu sein, aber darunter schienen gewisse Sorgen zu leben; etwas, was sicher nichts zu tun hat mit einer Disharmonie zwischen Herrn Molt als Protektor und der Lehrerschaft, was aber etwas zu tun hat mit gewissen Sorgen

statutaire paragraaf ook maar iets wat mij  betreft zou hebben veranderd.
Ik vraag u eraan te herinneren dat de benoeming van nieuwe docenten altijd binnen het docententeam is besproken. Ik wil dat graag voortzetten. Ik ben van mening dat er op zijn minst idealen bij betrokken moeten zijn en dat de situatie idealiter zodanig moet zijn dat het docententeam erop kan vertrouwen dat bepaalde aspecten van de benoeming duidelijk zijn en dat er waarde wordt gehecht aan het oordeel. Ik zal altijd communiceren wat er speelt. Ik sluit nooit uit dat ik voorstellen van een van beide partijen in overweging zal nemen. Deze zaken zijn van dien aard dat ze niet in de statuten kunnen worden vastgelegd. Als men ze zou vastleggen, zou men de kern van de zaak missen. Dit is wellicht niet meer dan een kleine verduidelijking, om verdere misverstanden te voorkomen. Het lijkt mij dat er al onderliggende factoren meespelen die veel hiervan verklaren. Toen ik er in Berlijn over hoorde, leek het me nogal oppervlakkig, maar er leken bepaalde zorgen onder de oppervlakte te sluimeren; iets dat zeker niets te maken heeft met een meningsverschil tussen de heer Molt als beschermheer en het docententeam, maar wel met bepaalde zorgen.

Und da wäre es natürlich schon wünschenswert, daß dann auf diese wahren Grundlagen, auf diese gemeinsamen Sorgen etwas eingegangen würde. Äußere Einflüsse dürfen nicht in die Sache hineinspielen. Aber Sorgen, die wir gemeinsam haben, die, wie das schon ist, in dieser Weise zur Explosion kommen, die bespricht man lieber als Sorgen, als daß sie sich durch eine Explosion entladen sollten. Wer wünscht zu sprechen?

Het zou natuurlijk wenselijk zijn dat er aandacht wordt besteed aan deze ware fundamenten, aan deze gedeelde zorgen. Externe invloeden mogen geen inmenging veroorzaken. Maar de zorgen die we delen, die, zoals zo vaak het geval is, de neiging hebben om op deze manier te escaleren, kunnen beter als zodanig besproken worden dan dat ze via een explosie tot uitbarsting komen. Wie wil er iets zeggen?

X.: Ich habe das Statut gemacht, um die Form des Zusammenarbeitens zu
regeln. Wichtig war die Selbständigkeit des Kollegiums in geistigen Dingen, als
Korporation geistiger Arbeiter, und dazu gehört ja auch die Anstellung und
Entlassung der Lehrer. Es lag mir daran, die Form zu finden, die richtig ausdrückt, wie Dr. Steiners Stellung zum Kollegium sich darstellt.

X: Ik heb de statuten opgesteld om de vorm van samenwerking te reguleren. De onafhankelijkheid van de faculteit in spirituele zaken, als een corporatie van spirituele werkers, was belangrijk, en dit omvat ook het aannemen en ontslaan van docenten. Het was voor mij belangrijk om een ​​vorm te vinden die de positie van Dr. Steiner binnen het college correct weergeeft.

Dr. Steiner: Mir ist es schwer, zu einem Statut Stellung zu nehmen, weil mir jedes Statut gleichgültig ist. Man kann die Sache nur so machen, wie sie von Tag zu Tag gefordert wird. Statuten sind notwendig der Außenwelt gegenüber, daß es nach etwas aussieht. Deshalb ist es mir immer schwer, zu einem Statut Stellung zu nehmen, weil es mir viel zu gleichgültig ist. Ich glaube nicht, daß durch ein Statut in einer Sache irgend etwas Wesentliches geändert werden kann.
Nicht wahr, klären kann es sich nur dadurch, daß wirklich aus dem

Het is moeilijk voor mij om commentaar te geven op een statuut, omdat ik onverschillig sta tegenover alle statuten. Je kunt alleen handelen zoals het dagelijks nodig is. Statuten zijn nodig om de buitenwereld de schijn van een officiële status te geven. Daarom vind ik het altijd moeilijk om commentaar te geven op een statuut, omdat het voor mij veel te irrelevant is. Ik geloof niet dat een statuut iets wezenlijks kan veranderen aan een zaak.
Is het niet zo dat het alleen kan worden opgehelderd als de kwestie echt wordt besproken binnen de

Blz. 207

Kreise der Freunde heraus gesprochen wird; daß vom Kollegium
selbst gesagt wird, wie die Sache aufgefaßt wird, wie man sich denkt,
daß das werden soll.

vriendenkring; als het college zelf zegt hoe de kwestie wordt begrepen, hoe men denkt dat het zou moeten aflopen.

Mehrere Lehrer sprechen über ihre Auffassung.

Verschillende docenten bespreken hun standpunten.

Dr. Steiner: Das ist schon dasjenige, was ich gemeint habe. Es haben sich Dinge nach oben hin explodierend entladen in der Statut- und Exposegeschichte, welche im Leben ineinanderspielen. In den Statuten konnte man sie auseinanderhalten. Die Sorgen, die ich gemeint habe, sie sind so einzusehen. Nicht wahr, man kann lange diskutieren, ob es eine geistige Angelegenheit des Kollegiums ist oder nicht, sich um die Finanzen der Schule zu kümmern; man kann beweisen, es ist eine Angelegenheit des Kollegiums, sich um die Finanzen zu kümmern, dennoch gehört dazu das Gefühl einer gewissen Sicherheit, daß die Schule fortbestehen wird. Es läßt sich nicht ausschalten, das Gefühl der Sicherheit oder Unsicherheit über das Bestehen der Schule. Und den letzten Stoß hat das ganze, was sich entladen hat in den letzten Tagen, es hat ja vorher schon geglimmt, den letzten Stoß hat es erfahren — das glaube ich, scheint mir aus diesem Expose hervorzugehen — durch das, was sich abgespielt hat am Ende des letzten Schuljahres in der Besprechung der nächsten Finanzierung der Waldorfschule. Diese Maßnahmen, die damals besprochen worden sind, die waren so, daß ich mir schon selbst sagte, ja, da kann man eigentlich nicht wissen, wie es schon nächste Ostern mit unserer Waldorfschule stehen wird.

Dat is precies wat ik bedoelde. De zaken zijn volledig uit de hand gelopen, zowel wat betreft de statuten als de schoolstructuur, die in de praktijk met elkaar verweven zijn. De statuten maakten het mogelijk om deze zaken van elkaar te scheiden. De zorgen waar ik naar verwees, zijn volkomen begrijpelijk. Je kunt immers eindeloos discussiëren over de vraag of het de spirituele verantwoordelijkheid van de docenten is om de financiën van de school te beheren; je kunt aantonen dat het wel degelijk de taak van de docenten is om de financiën te beheren, maar dit vereist ook een zekere mate van zekerheid dat de school zal blijven bestaan. Het gevoel van zekerheid of onzekerheid over het voortbestaan ​​van de school is niet weg te nemen. En de genadeslag voor alles wat de afgelopen dagen is losgebarsten – het smeulde al eerder – werd, naar mijn mening, toegebracht door wat er aan het einde van het vorige schooljaar gebeurde tijdens de bespreking van de volgende financiering voor de Waldorfschool. De maatregelen die destijds werden besproken, deden me denken: je kunt echt niet weten hoe de situatie er volgend Pasen met onze Waldorfschool uit zal zien.

Nicht so sehr dadurch, weil das Geld nicht da ist; es ist selbstverständlich, daß wir mit nicht vorhandenem Geld denken müssen. Aber mir schien notwendig, daß auch eine Einigkeit mit den Lehrern der Waldorfschule über die Wege vorhanden sein muß, die einzuschlagen sind, um eine finanzielle Sicherheit
für die Zukunft der Waldorfschule zu haben. Wenn man arbeiten soll als Lehrer mit der absoluten Unsicherheit in die Zukunft hinein, dann geht es nicht weiter. Mehr symptomatisch als etwas anderes ging das daraus hervor, daß wir am Ende des letzten Jahres es nicht dahin bringen konnten, uns eine Vorstellung darüber zu machen, wie wir eigentlich in diesem Herbst stehen in bezug auf die zukünftige Aussicht der Waldorfschule. Ich selbst habe auch keine Vorstellung,
wie wir stehen, wie wir die mehr als hundert aufzunehmenden Kinder fortbringen. Aber ich sagte mir auch, wenn wir auf diesem Wege fortfahren, stehen wir nächste Ostern ganz genau wiederum vor derselben Situation, und das, schien mir, hätte das Gefühl hervorgerufen, es sei nicht möglich, aus den bisherigen Beziehungen zwischen

Niet zozeer omdat het geld er niet is; het spreekt voor zich dat we moeten denken alsof er geen geld is. Maar het leek me noodzakelijk dat er ook overeenstemming moest komen met de leerkrachten van de Waldorfschool over de te volgen stappen om de financiële toekomst van de school te waarborgen. Als je als leerkracht moet werken met absolute onzekerheid over de toekomst, dan is het onmogelijk om door te gaan. Dit bleek vooral uit het feit dat we eind vorig jaar zelfs geen idee hadden waar we dit najaar precies stonden met betrekking tot de toekomstperspectieven van de Waldorfschool. Ikzelf heb geen idee waar we staan, hoe we de meer dan honderd kinderen zullen opvangen. Maar ik zei ook tegen mezelf dat als we op deze weg doorgaan, we volgend jaar met Pasen precies in dezelfde situatie terechtkomen, en dat zou volgens mij het gevoel opgeroepen dat het onmogelijk is om op grond van de bestaande relaties

Blz. 208

Waldorfschule, Waldorfschulverein und Lehrerkollegium irgend etwas darüber sich vorzustellen, was zu bestimmten, ordentlichen Vorstellungen über die Sicherheit der Schule führt. Das, scheint mir, ist mehr oder weniger geschickt eben dazugetreten. Man wollte einfach mit all diesen Dingen die Frage aufwerfen, wie kommen wir weiter.
Ich muß sagen, ich hatte eine große Sorge. Denn sehen Sie, wenn wir eines Tages die Waldorfschule aufgeben müssen, so bedeutet das etwas, was unserer ganzen anthroposophischen Bewegung den Boden unter den Füßen entzieht. Die Waldorfschule muß etwas sein, was durch den eigentlichen Inhalt gelingen muß, weil es eine Probe aufs Exempel ist. Sie darf nur zugrunde gehen auf zwei Weisen:
Erstens etwa dadurch, daß wir durch ein Schulgesetz nicht geduldet werden; das ist ein Zugrundegehen, das wir aushalten können.
Zweitens darf sie zugrunde gehen, wenn die Welt uns nicht so viel Verständnis entgegenbringt, daß wir das, was wir machen können, auch finanzieren können. In dem Augenblick, wo wir sagen können, die Schule ist an dem Unverstand in bezug auf die Finanzierung zugrunde gegangen, in dem Augenblick ist sie so zugrunde gegangen, daß wir bestehen können.
Eine dritte Möglichkeit kann ich gar nicht denken.

tussen de Waldorfschool, de Waldorfschoolvereniging en het onderwijzend personeel ergens een idee te krijgen van wat leidt tot bepaalde, geordende ideeën over de bestaanszekerheid van de school. Dit is, naar mijn mening, min of meer op een logische manier erbij gekomen. Men wilde al deze zaken simpelweg gebruiken om de vraag op te werpen hoe we verder kunnen.
Ik moet zeggen, ik was erg bezorgd. Want, weet je, als we de Waldorfschool ooit moeten opgeven, betekent dat iets dat de basis onder onze hele antroposofische beweging wegtrekt. De Waldorfschool moet iets zijn dat slaagt door de inhoud ervan, omdat het een testcase is. Ze kan maar op twee manieren ten onder gaan: Ten eerste, bijvoorbeeld als we niet worden getolereerd door een schoolwet; dat is een teloorgang die we kunnen verdragen.
Ten tweede, ze kan ten onder gaan als de wereld ons niet genoeg begrip toont om te kunnen financieren wat we kunnen doen. Op het moment dat we kunnen zeggen dat de school ten onder is gegaan door een gebrek aan begrip over de financiering, op dat moment is ze ten onder gegaan op een manier die we kunnen overleven. Ik kan me geen derde mogelijkheid voorstellen.

Aber gerade diese dritte Möglichkeit ging aus den Vorgängen der letzten Tage hervor. Das war dies, daß innerhalb des Lehrerkollegiums, zu dem auch Herr Molt gehört, Differenzen entstehen könnten. Das wäre der Welt recht. Das war es, was mir vor Augen schwebte. Jetzt könnte etwas geschehen, etwas, was nicht geschehen dürfte. Während wir mit Ehre finanziell zugrunde gehen dürfen,
dürfen wir absolut nicht auf eine solche Weise irgendwie unsere Stellung gefährden. Dadurch würde in einer sehr schlimmen Weise kaschiert werden gerade unsere finanzielle Misere. Deshalb scheint es mir auch, daß es viel besser ist, die Sache beim Namen zu nennen.
Einfach aus der Sorge, was soll werden aus der Waldorfschule, scheint mir die ganze Geschichte hervorgesprudelt zu sein. Ich kann in all diesen Konflikten nichts anderes sehen als diese finanziellen Konflikte. Weswegen sollen wir darüber verbrämt reden?
Es kann gar nicht die Rede sein, daß irgend etwas kritisiert wird. Es ist, nicht wahr, ja furchtbar schwer, diese Dinge zu behandeln, weil für das, was nötig wird, kein Interesse erwacht in unseren Kreisen.
Wir haben bisher keine Möglichkeit gefunden, daß die Ideen, die tatsächlich umgesetzt werden könnten, ausgeführt werden, weil sich die Menschen aus einer gewissen inneren Opposition einfach nicht

Maar het was juist deze derde mogelijkheid die uit de gebeurtenissen van de afgelopen dagen naar voren kwam. Dat was de mogelijkheid dat er meningsverschillen zouden ontstaan ​​binnen het docententeam, waartoe ook meneer Molt behoort. Dat zou de wereld prima uitkomen. Dat was wat ik voor ogen had. Nu zou er iets kunnen gebeuren, iets wat niet zou mogen gebeuren. Hoewel we eervol failliet kunnen gaan, mogen we onze positie absoluut niet op deze manier in gevaar brengen. Dat zou onze financiële problemen zeer slecht verhullen. Daarom lijkt het me veel beter om de dingen bij hun naam te noemen. Het hele verhaal lijkt simpelweg te zijn ontstaan ​​uit bezorgdheid over de toekomst van de Waldorfschool. Ik zie in dit alles niets anders dan deze financiële conflicten. Waarom zouden we er op een verhullende manier over praten? Er kan geen sprake zijn van kritiek. Het is, nietwaar, ontzettend moeilijk om met deze zaken om te gaan, omdat er in onze kringen geen belangstelling is voor wat nodig is.
We hebben nog geen manier gevonden om de ideeën die daadwerkelijk in de praktijk gebracht zouden kunnen worden, te implementeren, omdat mensen er door een bepaalde innerlijke weerstand er simpelweg niet op ingaan

darauf einlassen, die finanzielle Verwirklichung unserer Ideen zu besorgen. Die Leute lassen sich darauf ein, allerlei konfuse Geschäfte zu machen, aber es besteht eine gewisse innerliche Opposition gegen das Arbeiten in unserem Sinne. Am meisten macht es sich geltend bei den Menschen, die amtlich berufen wären, sich sachlich damit zu befassen. Das gehört zu unseren wesentlichen Sorgen. Daraus folgt um so mehr, daß wir es selbst machen müssen. Dann muß die Fortführung durch uns gemacht werden.

financieel onze ideeën te realiseren van. Mensen raken betrokken bij allerlei verwarrende zakelijke transacties, maar er is een zekere innerlijke weerstand tegen het werken in onze geest. Die weerstand is het sterkst aanwezig bij degenen die officieel zouden worden opgeroepen om er objectief mee om te gaan. Dit is een van onze grootste zorgen. Des te meer volgt hieruit dat we het zelf moeten doen. Dan moeten wij de voortzetting verzorgen.

X.: Der Versuch, die Schule von der Waldorf-Astoria zu lösen, hat sich auf
Herrn Molt übertragen, was ein Mißverständnis ist. Das Kollegium, zu dem
Herr Molt auch gehört, repräsentiert die Waldorfschule. Das Verhältnis der
Konferenz zum Waldorfschulverein und zur Waldorf-Astoria ist bis heute
noch nicht klar. Der Konflikt ist nur ein Ausdruck dafür, daß das Kollegium
die Leitung selbst in die Hand nehmen will.

X.: De poging om de school van de Waldorf-Astoria te scheiden is aan de heer Molt toegeschreven, wat een misverstand is. Het lerarencollege, waartoe de heer Molt ook behoort, vertegenwoordigt de Waldorfschool. De relatie van de lerarenvergadering tot de Waldorf School Vereniging en tot de Waldorf-Astoria is tot op de dag van vandaag onduidelijk. Het conflict is slechts een uiting van het feit dat het college de leiding in eigen handen wil nemen.

Dr. Steiner: In gewisser Beziehung haben wir des Pudels Kern gefangen. Es handelt sich darum, daß das Kollegium jederzeit bereit sein wird, in allem, was sich aus dem historischen Verhältnis ergibt, ganz mit Herrn Molt zu gehen, daß es aber mit der Waldorf-Astoria nichts zu tun haben will. Das ist die tatsächliche Praxis, die, was mich betrifft, befolgt worden ist. Ich wollte alles mit Herrn Molt zu tun haben, aber ich konnte schon aus dem Grunde mit der Waldorf nichts zu tun haben, weil die mit mir nichts zu tun haben will.

In zekere zin hebben we de kern van de zaak begrepen. Het punt is dat het college altijd bereid zal zijn om met de heer Molt samen te werken in alles wat voortvloeit uit de historische relatie, maar dat ze niets met Waldorf-Astoria te maken wil hebben. Dat is de daadwerkelijke praktijk die, voor zover ik weet, is gevolgd. Ik wilde alles met meneer Molt te maken hebben, maar ik kon om diezelfde reden niets met Waldorf te maken hebben, omdat zij niets met mij te maken wilden hebben.

Das ist die Schwierigkeit. Und über diese Schwierigkeit müßte schon in einer
geschickteren Form hinweggekommen werden und in positiver Weise. Daß wir also nicht nur sagen, wir nehmen die Sache in die Hand, sondern daß wir der Sache eine Form geben, wie wir das in die Hand nehmen.
Da handelt es sich darum, daß Sie doch nicht außer acht lassen, was wir am Ende des ersten Schuljahres hatten: eine von mir oft erwähnte geistige Überbilanz, die auf das Konto des Lehrerkollegiums kam, und eine absolute pekuniäre Unterbilanz, die scharf in Gegensatz dazu gestellt werden muß. So daß man sagen muß: Verständnis ist der Waldorfschulsache entgegengebracht worden von seiten des Kollegiums; Nichtverständnis ist von seiten derjenigen entgegengebracht worden, die hätten eintreten müssen, um die selbstverständlich beschränkten Mittel derjenigen zu ergänzen, die innerhalb
des Kreises, der bei uns wirksam ist, etwas tun können. Ich habe selbst am Ende des letzten Schuljahres betont, daß zum Beispiel das Haus ja nicht eine Schenkung der Waldorf-Astoria, sondern des Herrn Molt war.
Was meine persönliche Meinung betrifft, so ist es die, daß der Wal

Dat is de moeilijkheid. En deze moeilijkheid moet op een meer bekwame en positieve manier worden overwonnen. Dat wil zeggen, we moeten niet alleen zeggen dat we de zaak in handen nemen, maar ook vormgeven aan hoe we dat doen.
Het punt is dat je niet mag vergeten wat we aan het einde van het eerste schooljaar hadden: een spiritueel overschot, waar ik het al vaak over heb gehad, toe te schrijven aan het onderwijzend personeel, en een absoluut financieel tekort, dat er scherp tegenover gesteld moet worden. Je moet dus zeggen: begrip voor het Waldorf-schoolconcept is er getoond door het personeel; een gebrek aan begrip kwam van degenen die hadden moeten bijspringen om de natuurlijk beperkte middelen aan te vullen van degenen die daadwerkelijk iets kunnen doen binnen onze invloedssfeer. Ik heb aan het einde van het vorige schooljaar nog benadrukt dat het gebouw bijvoorbeeld geen schenking was van de Waldorf-Astoria, maar van meneer Molt.
Wat mijn persoonlijke mening betreft, die is dat de Waldorf-Astoria

Blz. 210

die ganze Schule ein Greuel ist, und daß Herr Molt viele Mühe hatte, diesen Greuel zu überwinden, um seine persönliche Herzenssache in Einklang zu bringen. Das sind schon die Schwierigkeiten. Das lagert sich schon in einer Stimmung ab, in dem Bestreben nach Loslösung von der Waldorf-Astoria. Das ist schon etwas, was voraussetzt, daß Herr Molt ins Kollegium gehört als Protektor der ganzen Schule, und ganz und gar nicht nur als Finanzier.
Wenn das vorausgesetzt wird, können wir auch auf einem gesunden Boden objektiv über die Sache reden. Es sollte nur der Wille vorhanden sein, Herrn Molt mit sich zu identifizieren und nicht mit der Waldorf-Astoria. Wenn wir uns auf diesem gesunden Boden bewegen, werden wir uns besser verstehen. Das scheint mir des Pudels Kern zu sein. Die Schwierigkeiten werden immer größer werden, wenn wir nicht versuchen, auch finanziell auf einen gesunden Boden zu kommen, also aus uns selbst heraus. Ich sehe keine andere Möglichkeit, als daß wir durch uns selbst auf einen gesunden Boden kommen.

een gruwel is voor de hele school, en meneer Molt had grote moeite om deze gruwel te overwinnen en te verzoenen met zijn persoonlijke passie. Dat zijn de problemen. Dit begint al wortel te schieten in een bepaalde stemming, in het streven naar afstand nemen van de Waldorf-Astoria. Dit veronderstelt dat meneer Molt in het docententeam thuishoort als beschermer van de hele school, en niet slechts als financier. Als dit als uitgangspunt wordt genomen, kunnen we de zaak ook objectief en op een solide basis bespreken. Er moet simpelweg de wil zijn om meneer Molt met zichzelf te identificeren en niet met de Waldorf-Astoria. Als we op deze solide basis opereren, zullen we elkaar beter begrijpen. Dat lijkt mij de kern van de zaak. De problemen zullen alleen maar toenemen als we niet ook proberen een solide financiële basis te creëren, dat wil zeggen, vanuit onszelf. Ik zie geen andere mogelijkheid dan dat we via onszelf een solide basis creëren.

Molt: Wenn die Schule nicht über den ursprünglichen Rahmen hinausgewachsen wäre, so wären diese Schwierigkeiten nicht entstanden. Die Schule ist vom Kultusministerium erlaubt worden auf das Renommee der Waldorf-Astoria hin; deren Renommee besteht auch weiter.

Molt: Als de school niet buiten haar oorspronkelijke omvang was gegroeid, zouden deze problemen zich niet hebben voorgedaan. De school kreeg toestemming van het Ministerie van Onderwijs op basis van de reputatie van de Waldorf-Astoria; die reputatie is tot op de dag van vandaag gebleven.

Dr. Steiner (zu Molt): Es ist gegenüber dem, was über die Waldorf gesagt wird, schon notwendig, daß Sie selbst in Schutz genommen werden gegenüber der Meinung der Waldorf-Astoria. Es ist nicht ganz richtig, daß die Schule abhängig gewesen wäre von den WaldorfAstoria-Kindern. Wir hätten eine solche einfach aufrichten können mit anthroposophischen Kindern. Sie wäre ganz sicher auch gelungen. Worauf der besondere Wert zu legen ist, ist, daß Sie als der erste
in der ganzen Gesellschaft diese Sache der Schulgründung in die Hand genommen haben. Das hat gar nichts zu tun mit der Waldor-Astoria, sondern nur mit Ihrer Persönlichkeit. Ich sehe nicht ein, warum Sie sich mit der Waldorf identifizieren. Die hätte nichts davon verstanden. Dies war Ihre persönliche Gründung. Deshalb habe ich gesprochen von der Gründung des Herrn Emil Molt. Bei mir sind die Dinge absolute Absicht. Daß das gerade Arbeiterkinder
waren, das lag rein an den Umständen, wie die soziale Bewegung 1919 inauguriert worden ist. Dasjenige, was als Vertrauensfrage vorliegt, ist Ihr Vertrauen zur anthroposophischen Sache. Aus der heraus ist die Sache gekommen. Ich glaube nicht einmal, daß, so wie die Sache damals bestand, auf das Vertrauen zu Ihnen hin das Württembergische Ministerium weniger sich für die Schule herbeigelassen

(tegen Molt): Gezien wat er over Waldorf wordt gezegd, is het noodzakelijk dat u in bescherming wordt genomen tegen de mening van Waldorf-Astoria. Het is niet helemaal waar dat de school afhankelijk was van de kinderen van Waldorf-Astoria. We hadden net zo goed een dergelijke school kunnen oprichten met antroposofische kinderen. Die zou zeker succesvol zijn geweest. Wat vooral belangrijk is om te benadrukken, is dat u de eerste in de hele samenleving was die het initiatief nam om deze school op te richten. Dit heeft absoluut niets te maken met Waldorf-Astoria, maar alleen met uw persoonlijkheid. Ik zie niet in waarom u zich met Waldorf identificeert. Zij zouden er niets van begrepen hebben. Dit was uw persoonlijke stichting. Daarom sprak ik over de stichting door de heer Emil Molt. Dat is mijn absolute overtuiging. Dat het kinderen uit de arbeidersklasse waren, was puur te danken aan de omstandigheden waaronder de sociale beweging in 1919 van start ging. Wat er op het spel staat, is uw vertrouwen in de antroposofische zaak.
Zo is het allemaal begonnen. Ik geloof zelfs niet dat het ministerie van Württemberg, gezien de omstandigheden destijds, zich minder zorgen zou hebben gemaakt over de school vanwege het vertrouwen dat in u gesteld was, 

Blz. 211

hätte, als auf das Renommee der Waldorf-Astoria hin. Dies ist notwendig, daß das stramm festgehalten worden wäre.
Es ist das etwas, was in gewisser Weise berechtigt war: sich loszulösen von der Waldorf-Astoria, weil man unter allen Umständen in die Sache hineinkommen mußte. Wenn wir die Schule vor die Welt hingestellt haben, so war meine Absicht nicht, sie auf die Waldorf-Astoria zu beschränken, sondern der Welt klarzumachen, daß sie etwas tun soll, daß es nicht eine Waldorf-Astoria-Schule bleibt. Die Waldorf-Astoria würde nach ihrer eigenen Meinung, so wie heute die
Stimmung ist, zufrieden sein, wenn Sie eines Tages sagen würden, wir schmeißen die Schule hinaus. Vielleicht würde damit das Renommee der Waldorf-Astoria gehoben werden können. Vielleicht sinkt dieses Renommee bei gewissen Leuten unter dem Einfluß der Gründung.
Einen gewissen Grund, die Waldorf als solche mit der Schule in
Verbindung zu bringen, haben Sie eigentlich nicht. Denn tatsächlich, für uns sind Sie die Persönlichkeit, die verstanden hat, eine Initiative zu entfalten. Es kommt mir so vor, daß wir mit Ihnen alles zu tun haben wollen, und mit der Waldorf nichts zu tun haben wollen.
Stellen Sie sich vor, es stünde jemand anderes auf Ihrem Posten, so
würde der Kulturfonds nicht um 80 000 Mark erweitert worden sein.

dan in de reputatie van de Waldorf-Astoria. Het was noodzakelijk dat daar strak aan vast gehouden zou zijn. Het was in zekere zin gerechtvaardigd: zich losmaken van Waldorf-Astoria, omdat men onder alle omstandigheden in het project moest stappen.
Toen we de school aan de wereld presenteerden, was het niet mijn bedoeling om het te beperken tot Waldorf-Astoria, maar om de wereld duidelijk te maken dat er iets moest gebeuren, dat het geen Waldorf-Astoria school moest blijven. De Waldorf-Astoria zou, gezien de huidige stemming, naar eigen zeggen tevreden zijn als we op een dag zouden zeggen: we gooien de school eruit. Misschien zou dat de reputatie van de Waldorf-Astoria verbeteren. Misschien zal die reputatie bij bepaalde mensen die onder invloed staan ​​van de oprichter juist achteruitgaan. U hebt eigenlijk geen enkele reden om Waldorf als zodanig met de school te associëren. Want inderdaad, voor ons bent u de persoonlijkheid die heeft begrepen hoe je een initiatief moet ontwikkelen. Het lijkt me dat we alles met u te maken willen hebben, en niets met Waldorf.
Stel je voor dat iemand anders in uw positie had gestaan, dan was het cultuurfonds niet met 80.000 mark verhoogd.

Das hat ja nichts zu tun mit der Waldorf-Astoria, sondern nur mit Ihnen. Daher wurde diese Summe, um diesen unpoetischen Ausdruck zu gebrauchen, abgeknüpft, und nicht die Waldorf-Astoria hat das Wohlwollen gehabt, das zur freien Verfügung zu stellen.
Wieviele haben wir Waldorfkinder? Wieviele andere Kinder?

Dit heeft niets met de Waldorf-Astoria te maken, maar alleen met
u. Daarom is dit bedrag, om het maar even onpoëtisch te zeggen, opzijgezet, en het was niet de Waldorf-Astoria die het zo vrijwillig beschikbaar stelde.
Hoeveel Waldorf-kinderen hebben we? En hoeveel andere kinderen?

X.: 164 Waldorfkinder, 100 Kinder von Anthroposophen, 100 fremde.

X: 164 Waldorf-kinderen, 100 kinderen van antroposofen, 100 van andere scholen.

Dr. Steiner: Jetzt ist die Verhältniszahl der Realität nach die denkbar ungünstigste. Wäre natürlich in Stuttgart freier Zuzug, dann würden die Anmeldungen gerade zahllos sein. Das ist kein Zweifel.
Es kommen außerordentlich viele Anfragen, die nicht zur Erledigung
führen, weil die Kinder keine Wohnung finden. Die Leute können die
Kinder nicht herschicken, sonst würden sehr viele Auswärtige kommen. Vorläufig steht die Sache so, daß es für die Wirksamkeit der Schule nach außen ungünstig ist. Dagegen wäre gerade jetzt der Zeitpunkt gewesen zu sagen, wir nehmen die 100 Kinder nicht auf aus dem Grunde, weil wir kein Geld haben. Am Ende des letzten Schuljahres, da hätten wir es tun können. Dann würden wir dieses Schuljahr zu eröffnen gehabt haben statt mit 465 mit 365 Kindern in den
alten Räumen. Dann würde die Sache reinlich zum Ausdruck gekommen sein. Dann hätten wir sagen können, die Waldorf-Astoria bezahle die Klassen

Op dit moment is de verhouding zo slecht mogelijk. Als er vrije immigratie naar Stuttgart zou zijn, dan zouden de aanvragen ontelbaar zijn. Dat staat buiten kijf. We ontvangen een buitengewoon groot aantal aanvragen die niet tot een oplossing leiden omdat de kinderen geen onderdak kunnen vinden. Mensen kunnen hun kinderen hier niet naartoe sturen, anders zouden er veel kinderen van buiten de regio komen. Op dit moment is de situatie zodanig dat het de effectiviteit van de school buiten de stad niet ten goede komt. Aan de andere kant was dit hét perfecte moment geweest om te zeggen: “We nemen die 100 kinderen niet aan, want we hebben er geen geld voor.” Dat hadden we aan het einde van het vorige schooljaar kunnen doen. Dan hadden we dit schooljaar met 365 kinderen in plaats van 465 in de oude lokalen kunnen beginnen. Dan was de kwestie duidelijk afgehandeld. Dan was de zaak duidelijk geformuleerd. Dan hadden we kunnen zeggen dat Waldorf-Astoria de kosten van de lessen betaalde.

Blz. 212

Es kommt zunächst darauf an, wie sich im Waldorfschulverein herausstellen wird, was die reale Bilanz ist.

Nu gaat het er eerst om hoe de zaken binnen de Waldorf Schoolvereniging zich ontwikkelen, wat de uiteindelijke balans zal zijn.

X.: Es ist eine vorbereitet.

X.: Er is er een in voorbereiding.

Dr. Steiner: Es sind immer die Sachen in Vorbereitung! Das sagt man mir bis zur letzten Stunde meiner Abreise. Wir müßten in bezug auf diese Dinge dahin kommen, daß die Sachen im Stadium der Vorbereitung sind während der Zeit, bis ich ankomme. Alle finanziellen Dinge sind immer in Vorbereitung, wenn ich abreise. Gewöhnlich auch, wenn ich zurückkomme.
Es ist ohne weiteres klar, daß es auf finanzielle Fragen hinausläuft.
Wir werden doch jetzt, nachdem die Sache angefangen hat, nicht so leicht stoppen, wie wir es hätten tun können am Ende des letzten Schuljahres. Wir stehen nächste Ostern vor derselben Situation. Wir müssen Geld schaffen. Daß die Waldorfschule weiter finanziert werden muß, das ist schon klar. Da fragt es sich aber, ob wohl der Waldorfschulverein die entsprechende Behörde sein kann. Nach seiner bisherigen Fähigkeit ist er es nicht.

Er wordt altijd voorbereid! Dat is wat mij tot op het laatste moment van mijn vertrek is verteld. Wat deze zaken betreft, moeten we ervoor zorgen dat de voorbereidingen in de fase vóór mijn aankomst in gang zijn gezet. Alle financiële zaken worden altijd voorbereid wanneer ik vertrek. Meestal ook wanneer ik terugkom.
Het is overduidelijk dat het allemaal om financiële kwesties draait.
We kunnen nu, nu dit eenmaal begonnen is, niet zomaar stoppen zoals we aan het einde van het vorige schooljaar wel hadden gekund. We zullen volgend jaar met Pasen weer in dezelfde situatie zitten. We moeten geld inzamelen. Dat de Waldorfschool gefinancierd moet blijven, is al duidelijk. Maar de vraag is of de Waldorf Schoolvereniging daartoe de juiste instantie is. Gezien haar huidige mogelijkheden is dat niet het geval.

X.; Wäre es nicht ein Weg, den Eltern, die jetzt ihre Kinder anmelden, zu
sagen, wir haben nichts mehr?

X.; Zou het niet een manier zijn om de ouders die hun kinderen nu inschrijven te vertellen: “We hebben geen plek meer”?

Dr. Steiner: Das ist eine Art Skandal. Nächste Ostern können wir es schon machen. Besser ist es, wenn wir schauen, daß wir Geld bekommen.
Wenn man die Sache auf eine allgemeinere Basis stellen könnte!
Wenn die Wege gefunden werden könnten, so wäre es gut. Man möchte auch gern etwas tun bei dem jetzigen Hochschulkurs in Dornach. Es muß die Schulangelegenheit auf einer anderen Basis betrieben werden.

Dat is een soort schandaal. We kunnen het volgend Pasen doen. Het is beter als we proberen wat financiering te krijgen.
Als we de zaak eens op een meer algemene basis konden plaatsen!
Als er oplossingen gevonden konden worden, zou dat goed zijn. We willen ook iets doen aan de huidige hogeschoolopleiding in Dornach. De schoolkwestie moet op een andere manier worden aangepakt.

Sehen Sie, ich habe Ihnen gesagt, am wenigsten bekommt man Geld für Dornach. Am leichtesten für ein Sanatorium. Dazwischen könnte man Geld bekommen für ein Schulwesen. Wir haben einen praktischen Fall gehabt in Dornach, wo wir sehen konnten, es bestand bei einer Gruppe von Menschen nicht das geringste Interesse, für Dornach viel zu tun. Als ein anderer Mensch gekommen war, um etwas Sanatoriummäßiges zu gründen, da war das etwas, was mit dem größten Interesse aufgenommen worden ist. Da waren alle wie
Quecksilber. In dem Augenblick, wo es sich um so etwas handelt, bekommt man Geld. Mitten darinnen würde das Schulwesen liegen.
Da würde man wissen, die Wege zu finden, wenn aus dem, was wir bisher gegründet haben, uns eben nicht fortwährend die Hindernisse

Kijk, ik zei het al, je krijgt het minste geld voor Dornach. Het meeste voor een sanatorium. Daartussenin zou je geld kunnen krijgen voor een schoolsysteem. We hadden een praktisch voorbeeld in Dornach, waar we zagen dat een groep mensen absoluut geen interesse had om veel voor Dornach te doen. Toen iemand anders zich meldde om zoiets als een sanatorium op te zetten, werd dat met de grootste belangstelling ontvangen. Iedereen reageerde als een sprankje hoop. Zodra zoiets gebeurt, krijg je geld. Het schoolsysteem zou daar precies tussenin vallen. Daar zou je de weg wel kunnen vinden, als de obstakels die we tot nu toe hebben gecreëerd ons niet constant in de weg staan.

Blz. 213

in den Weg gelegt werden. Es handelt sich darum, daß alle Leute, die bei uns arbeiten, zusammenwirken, und keine solche innere Opposition entgegengestellt werde, wie es jetzt geschieht.
Vorläufig haben wir alle den guten Willen, Bücher zu führen über dasjenige, was bei uns ausgegeben wird, aber keine Meinung, daß auch etwas eingenommen wird. Leute erklären sich bereit, ganze Nächte zu arbeiten, wenn es darauf ankommt, die Gelder auszugeben. Aber dasjenige, was vor allen Dingen notwendig wäre, daß etwas eingenommen wird, da findet man eine innere Opposition.
Wenn wir nicht unsere finanziellen Angelegenheiten auf eine gesundere Basis stellen, ist man nicht mehr imstande, den Leuten Geld abzunehmen. Wir müssen Leute finden, die uns das Geld verwalten, das wir den Leuten abknüpfen. Vorläufig finden wir keine anderen Menschen als diejenigen, die zum Schreiben von fünf Ziffern ein neues Amt schaffen wollen.
Das ist innerhalb des Lehrerkollegiums gesagt. Es darf nicht eine Fama werden. Aber die anthroposophisch treulichen Mitarbeiter müssen wissen, wo die Sorge besteht. Die Sorge für die Schule hängt mit dem anderen innig zusammen. Wir haben einen außerordentlichen Mangel an Leuten, die geschäftsmäßig etwas führen können. Daran kranken wir.

Het punt is dat alle mensen die bij ons werken moeten samenwerken, en dat er geen sprake mag zijn van interne tegenstand zoals nu het geval is.
Voorlopig hebben we allemaal de goede intentie om bij te houden wat er wordt uitgegeven, maar we hebben geen idee of er daadwerkelijk iets binnenkomt. Mensen zijn bereid om hele nachten door te werken als het gaat om het uitgeven van geld. Maar als het erop aankomt wat het meest nodig is – dat er daadwerkelijk iets binnenkomt – dan stuiten we op interne tegenstand. Als we onze financiën niet op orde brengen, kunnen we geen geld meer van mensen aannemen. We moeten mensen vinden die het geld dat we van mensen aannemen, kunnen beheren. Voorlopig vinden we geen andere mensen dan degenen die een nieuwe functie willen creëren om vijfcijferige bedragen te kunnen uitschrijven.
Dit is binnen het docententeam besproken. Het mag geen gerucht worden. Maar de antroposofisch betrokken medewerkers moeten weten waar de zorgen precies liggen. De zorgen over de school hangen nauw samen met het andere probleem. We hebben een enorm tekort aan mensen die zaken professioneel kunnen beheren. Dat is wat ons problemen bezorgt.

Wir brauchen nicht in der Misere zu stecken. Das weiß Herr Molt ebensogut wie ich. Er leidet furchtbar. Er wird erdrückt von der absoluten Unmöglichkeit,
zur Erweiterung der Arbeit auf wirtschaftlichem Gebiet Persönlichkeiten zu finden, die es können.
Die Schule ist Ihr Verdienst. Die anderen haben sich doch passiv dazu verhalten. Wenn man in der Öffentlichkeit von der Waldorf als solcher redet, dann kann man es nicht ändern. Wenn man aber redet von der Waldorfschule, dann muß man es trennen. Die haben nicht die Mittel gegeben. Sie haben es ihnen doch abgeknüpft. Die haben sich einverstanden erklärt, wie man sich als Vater einem Sohn gegenüber einverstanden erklärt, der zuviel ausgibt. Schließlich liegt die Sache doch so!
Wir werden sehen, daß wir eine kurze Sitzung des Kollegiums haben können, aber erst müssen wir die Sitzung des Vorstandes des Waldorfschulvereins haben. Dann wollen wir eine Sitzung des Kollegiums ansetzen, damit die Sache in Ordnung kommt auf irgendeine

We hoeven niet in de misère te zitten. Meneer Molt weet dat net zo goed als ik. Hij lijdt er vreselijk onder. Hij is gebroken door de absolute onmogelijkheid om mensen te vinden die in staat zijn de school economisch uit te breiden.
De school is uw verdienste. De anderen zijn passief gebleven. Als je publiekelijk spreekt over Waldorf als zodanig, kun je er niets aan veranderen. Maar als je spreekt over de Waldorfschool, dan moet je die twee zaken scheiden. Ze hebben de fondsen niet verstrekt. Ze hebben het van u afgepakt. Ze waren het met elkaar eens, zoals een vader het er mee eens is dat zijn zoon te veel uitgeeft. Uiteindelijk is dat nu eenmaal zo!
We zullen kijken of we een korte vergadering van de docenten kunnen houden, maar eerst moeten we de vergadering van het bestuur van de Waldorf School Vereniging hebben. Daarna willen we een vergadering van de docenten plannen, zodat de zaak op de een of andere manier wordt opgelost.
GA 300A/205

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3503-3291

.

.

.

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Breinbreker (nieuw)

.

Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.

Welke ring moet je doorknippen zodanig dat ze dan allemaal los zijn:

rechts, links of onder?

.

Oplossing later

Alle breinbrekers

Alle ‘gewone’ raadsels

Alle taalraadsels

Alle rekenraadsels

.

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Over ‘moeder aarde’

.

Oud-vrijekleuterleidster Dieuwke Hessels over allerlei aspecten van Moeder Aarde. Omdat er verschillende raakvlakken bestaan met bv. de vertelstof op de vrijeschool – o.a. sprookjes en de Germaanse mythologie – en omdat ook “Maria-Lichtmis’ ter sprake komt – een feest dat vaak in de kleuterklassen wordt gevierd, kan het tot een bepaalde verdieping leiden.
.

Dieuwke Hessels
.

Inleiding op:

Moeder Aarde door de eeuwen heen

Vrouw Holle en Maria-Lichtmis waren de aanleiding om eens uit te pluizen hoeveel “moeders aarde” er zijn, zijn geweest, vanwaar komen deze godinnen en
gaat Moeder Aarde door culturen, landsgrenzen heen, zijn er heden ten dage nog rituelen om Moeder Aarde te vieren?

Hoe is de eerdere aardeontwikkeling gegaan, volgens bronnen nog van Atlantis?

Een leuke onderneming is het geworden; een bloemlezing aan artikelen en afbeeldingen van Moeder Aarde.
Om te lezen en niet te vergeten hoe belangrijk zij is….

In Nederland leven miljoenen mensen van allerlei culturen, dicht op elkaar.
Elkaar weten te vinden door alle geloven en standpunten heen en trouw te blijven aan ieders eigen cultuur en ook om begrip te hebben voor elkaar, is een mooie opgave.
Denk aan jaarfeesten: hoe en welke, waar vind je gelijke stemming, kunnen we tot elkaar komen.
Een aantal feesten vindt haar oorsprong in voorchristelijke tijden, toen
mensen meer één waren met de natuur, met Moeder Aarde.

Ik neem jullie mee aan de hand van onderstaande artikelen:

Een enkele opmerking in blauw is van mij, phaw

Van jaarfeesten op vrijescholen, <1>
Een site over ‘Kleur op school’, <2>
en dan:
De geschiedenis van Internationale Moeder Aarde Dag <3>
Het verzorgen en zorgen om Moeder Aarde, <4>
Naar de aardeontwikkeling tot nu toe, <5>
Naar de Moeders Aarde bij de natuurvolkeren, <6>
Het jaarwiel bij Wicca, <7>
Verering van Moeder Aarde in vroegere tijden bij de Indianen, <8>
Uit Asgard en Midgard, <9>
Hindoeisme en Maori, <10>
Godinnenplaatjes, <11>
Een schildering, <12>
Een lied, <13>
Een artikel over de koppeling Moeder Aarde en Maria Lichtmis, <14>
en als laatste een artikel:
Wat Moeder Aarde ons en onze kinderen kan leren. <15>

Kortom:
Godinnen Moeders Aarde om te ontdekken en te koesteren en om trots op te
zijn:
Moeder Aarde was, is én blijft ontzettend belangrijk: waar zouden we zijn
zonder haar…

Jaarfeesten:
<1> Op de vrijescholen wordt gedurende een schooljaar stilgestaan bij de verschillende jaarfeesten, vaak van christelijke oorsprong, die er zijn,
Wellicht vraagt de tijd om een andere aanpak van jaarfeestvieringen aangezien de schoolpopulatie veranderd is, pluriformer, en vraagt om een hernieuwde kijk op deze jaarfeesten.
Daarover schreef Eveline Clignett op haar “Waldorfmama” pagina, een artikel met onder andere het volgende: ‘Sinds ik mij door mijn blogs, de online Jaarfeestencursus en de lessen die ik geef op de Academie voor Ouders in Zutphen steeds meer verdiep in de jaarfeesten en mij daarnaast steeds meer bezig houd met modern, open minder, goed en inclusief waldorfonderwijs, groeit in mij de wens om met een vernieuwende blik naar de feesten te kijken.

What’s in a name?
We vieren op Nederlandse waldorfscholen graag Pinksteren, Kerstmis, Sint-Jan en Sint-Maarten.
Allemaal feesten met een christelijke naam. Dat is soms best verwarrend, want zo lijkt Waldorf een christelijke grondslag te hebben door de gevierde feesten. En eigenlijk klopt dat niet (niet helemaal tenminste).

Veel vrijeschoolse jaarfeesttradities vinden hun oorsprong in natuurreligieuze vieringen, verbonden aan de in- en uitademingsfase van het jaarritme. Het doel van de jaarfeesten op een Waldorfschool is, als ik Steiner goed begrijp, niet verbonden aan de christelijke feesten, maar vooral met dat ademhalingsritme en de cyclus van de aldoor zich afwisselende seizoenen. Er is een verschil tussen hoe je de jaarfeesten persoonlijk en op school viert. Op school wordt er vaak voor een beeld gekozen en daaromheen is een mooie dag met verhalen, liederen, een inhoudelijke boodschap, natuurverbondenheid en plezier.
Voor de opvoeder ga je op een veel dieper niveau met de jaarfeesten aan de slag. De jaarfeesten bieden dan de mogelijkheid voor persoonlijke ontwikkeling. Voor
die persoonlijke verbinding kan je natuurlijk gaan voor een esoterische/Christelijke inslag (waar een mooi boekje over bestaat van voordrachten van Steiner), maar dat hoeft niet.
Is het de door de katholieke kerk bedachte naam die invulling geeft aan een feest? Of gaat het juist om de inhoudt, om de bewuste blik naar je persoonlijke ontwikkeling en de ontwikkeling van de mensheid?

Realiteit
De realiteit is dat in het oorspronkelijke pedagogische concept van de Waldorfschule helemaal niet zoveel te vinden is over dat belang van de jaarfeesten. Maar als je op dit moment naar een vrijeschool gaat, zijn die
feesten een groot onderdeel van het onderwijsconcept. De kinderen genieten van de feesten, ouders bakken zich een slag in de rondte en de telefoons staan in de aanslag om de sprong over het vuur vast te leggen.
Maar het is niet alleen maar fijn. Er worden misschien wel te veel ‘beelden’ tegelijkertijd gevierd, er komen steeds meer feesten bij die gevierd moeten worden om inclusief te zijn, mensen hebben moeite met de kerkelijke
stempels en overal hoor je stemmen opgaan dat het enorm veel werk is om die feesten te organiseren en de feesten ook nog eens oppervlakkiger worden.
Op zoek naar nieuwe wegen voor een inclusievere vrijeschool en omringt door een enorme rijkdom van jaarfeesten die overal op de wereld gevierd worden, kan ik mij voorstellen dat we een sprong in het diepe mogen wagen. Een sprong naar een nieuw jaarfeestenritme met diepgang, rijkdom en kwaliteit i.p.v. kwantiteit.

Een idee?
Wat als we nou de essentie van alle verschillende jaarfeesten samenbrengen en krachtige nieuwe namen vinden voor inclusieve feesten, zouden we daarmee de ramen van de waldorfbubbel open zetten en vernieuwend in de maatschappij van nu staan? Natuurlijk hoef je daarbij niet alles los te laten wat je lief is en kunnen er regionale verschillen zijn. Wie viert met mij begin februari Winterlicht of begin mei de Lentedans? Wie onderzoekt met mij op welke manier we de verwachting tot midwinter kunnen vieren; de Yalda-nacht, de geboorte van Christus en de nieuwe zon? We kunnen samen op zoek gaan naar nieuwe namen. Ik heb een voorstel voor 8 feesten, geïnspireerd op de heidense jaarcyclus.

1 februari – Winterlicht
21 Maart – Lentefeest
1 mei – Mei/lentedans
21 juni – Midzomer
1 augustus – Zomeroogst
21 September – Herfstfeest
1 november – Herfstduister
21 december – Midwinter

Even als voorbeeld: In de natuur is de kalender niet zo streng. Net als nu, zoeken
we op scholen naar een geschikte dag rondom deze data. En terwijl we samen het
lentefeest vieren met eieren en ontkiemende zaadjes, kan elke traditie worden
aangevuld met Paas-, Holi-, Pesach-, Ostara- of Nowroez-elementen. Ja nog steeds is bijvoorbeeld het opstandingsmotief belangrijk.
Die achtergrondbeleving geven we mee aan de kinderen, niet doordat we de naam Pasen gebruiken, maar door hoe we inhoud geven aan het feest.
Iedereen is welkom licht te brengen in het Herfstduister. Het uithollen van een
knol of het maken van lantarentjes past daar uitstekend bij. Elementen van de
heilige legende van Sint-Maarten mogen daar niet ontbreken, maar ook elementen van Diwali en Samhain mogen gevierd, net als de lichtjes voor de gestorvenen van Allerzielen en zélfs van Halloween.
Natuurlijk zijn er ook speciale dagen die gevierd mogen worden, dagen die niet
per se natuurverbonden zijn maar cultuurgebonden. We kunnen samen
Koningsdag vieren, Sinterklaas of Keti Koti. Maar 8 keer per jaar vieren we groot
feest op school. Grote feesten waar iedereen zich mee verbonden mag voelen.’

Kleur op school

<2>Hieronder een stukje van “Kleur op school”, zij geven de uitdaging om tot wederzijds begrip te komen [en te blijven], een kans door hun hierbij benoemde aanpak in lesmateriaal en tijdschrift.
Van: kleuropschool.nl
Moeder Aarde wordt door de mensheid al eeuwen gezien als het vrouwelijke deel van de schepping.
Ze heeft vele namen.
Zo wordt ze ook Moeder Natuur genoemd.
Bij de Inuit is de moedergodin: A’akuluujiusi, de oermoeder die dieren kon maken uit haar eigen kleren.

Bij de Grieken was Gaia de Oermoeder en Godin van de natuur.
In dit thema gaan we kijken naar hoe wij mensen omgaan met Moeder Aarde.
In levensbeschouwelijke zin kijken we naar verleden, heden en toekomst van de aarde, en de betekenis van Moeder Aarde voor de mensheid. Milieu, natuur, klimaatverandering, duurzaamheid, omgaan met de schepping zijn onderwerpen die in deze Kleur op school aan bod komen.

Kleur op School: betekenis geven aan de wereld om je heen.

<3> Wat vind je mooi? Wat is waardevol voor jou? Wat is belangrijk? Wat betekent
vriendschap voor jou? En pesten? Waar hoop je op? Waar verlang je naar? Hoe
zie je de toekomst?
Levensvragen die iedereen persoonlijk kan beantwoorden.
Tijdens acht basisschooljaren ontwikkelen kinderen voor een belangrijk deel hun persoonlijkheid, hun identiteit. Kinderen geven voortdurend betekenis of ‘zin’ aan alles wat ze meemaken. Zo ontwikkelen kinderen een levensbeschouwing in
wisselwerking met anderen en de wereld om hen heen. De vraag die we kinderen stellen komt altijd terug bij: Wat betekent iets voor jou?
Levensbeschouwelijke ontwikkeling heeft dus vooral te maken met
betekenisgeving.
Kleur op school laat kinderen op open wijze samen betekenissen ontdekken en praten over hoe zij in het leven staan. In een rijke leeromgeving met aandacht voor filosoferen, burgerschap, omgaan met elkaar en de wereld om je heen. Een prettige manier om de levensbeschouwelijke ontwikkeling van kinderen in het basisonderwijs te stimuleren.

<4> De geschiedenis van Internationale Moeder Aarde Dag
Wanneer wordt Internationale Moeder Aarde Dag gevierd?

Op 22 april wordt Internationale Moeder Aarde Dag gevierd.
Dit betekent de geboorte en verjaardag van een moderne
milieubeweging die in 1970 begon. Op 22 april, 51 jaar
geleden, gingen mensen in de Verenigde Staten de straat op om te demonstreren en het bewustzijn te vergroten over
de verslechtering van het milieu en de negatieve impact die de 150 jaar industrialisatie had op moeder aarde.
Deze specifieke gebeurtenis bracht 20 miljoen mensen van verschillende sociale en politieke categorieën samen en het was die keer dat democraten en republikeinen, rijk en arm, studenten, arbeiders en milieugroeperingen zich
realiseerden dat ze verenigd zijn wanneer het welzijn van de planeet in gevaar wordt gebracht.
De gemeenschappelijke waarden waren een oorlogshandeling tegen het uitsterven van wilde dieren, olielozingen, energiecentrales en vervuilende fabrieken, giftige stortplaatsen, verlies van wildernis, enz.
Denis Hayes van Harvard had de rol van nationaal coördinator en werd benoemd door senator Nelson. Hij en zijn staf van 85 personen promootten de evenementen in het hele land voorafgaand aan de geselecteerde datum.
In hetzelfde jaar en een paar maanden later leidde de eerste Internationale Moeder Aarde Dag tot de oprichting van EPA (Environmental Protection Agency) in de Verenigde Staten en maakte een passage voor Clean Air,
Clean Water, and Endangered Species Acts.
Het duurde 20 jaar voordat de milieuleiders over de hele wereld Denis Hayes benaderden en samen een nieuwe grote campagne organiseerden.
Deze keer ging Moederdag wereldwijd en mobiliseerde 200 miljoen mensen de
straat op in precies 141 landen, wat de weg vrijmaakte voor de VN-aardetop in Rio de Janeiro (Brazilië) in 1992.
Het evenement stimuleerde recyclingbewegingen en -inspanningen wereldwijd nog meer.
In 1995 ontving senator Nelson de Presidential Medal of Freedom in 1995 voor de rol van de oprichter van Earth Day.

Focussen op de opwarming van de aarde als een serieus probleem met betrekking tot mensen, dieren en het algemene milieu organiseerde Hayes in 2000 samen met 5.000 milieuactivisten een andere, nog grotere campagne die honderden miljoenen mensen in 184 landen bereikte.
Dit is de eerste keer dat internet werd gebruikt als een media-instrument voor promotie. Aan het begin van het millennium werd een luide en duidelijke
boodschap naar de wereldleiders gestuurd dat snelle acties nodig zijn om de opwarming van de aarde en het gebruik van schone energie aan te pakken.
Dag van de Aarde in 2010 ondervonden moeilijkheden als gevolg van sterk gefinancierde olielobbyisten, een ongeïnteresseerd publiek en ontkenners van klimaatverandering.
Toch slaagde het erin om te zegevieren als een relevante en krachtige stem
voor Moeder Aarde.
Rond deze tijd werd ‘A Billion Acts of Green’ gestart als een milieudienstproject dat uitgroeide tot ‘The Canopy Project’ met partners in 192 landen in de wereld.
De Algemene Vergadering van de VN heeft 22 april in 2009 door middel van een A/RES/63/278-resolutie uitgeroepen tot Internationale Dag van Moeder Aarde. Het belangrijkste doel is het bereiken van een blijvend evenwicht tussen sociale, economische en ecologische behoeften, voor huidige en toekomstige generaties.

Vandaag
Internationale Moeder Aarde Dag is een wereldwijd evenement waarbij meer dan 1 miljard mensen uit 192 landen in de wereld een actieve rol spelen in het milieu.
Vorig jaar was het 50 jaar geleden dat deze wereldwijde viering van Moeder
Aarde plaatsvond.
22 april is een dag van burgerparticipatie en politieke actie. Het ging vooral om het planten van bomen, het opruimen van steden en wegen, het ontmoeten van officiële regeringsvertegenwoordigers, het organiseren van protesten en het ondertekenen van petities.
Aan de andere kant hebben officiële instellingen, overheden en bedrijven duurzaamheidsmaatregelen aangekondigd en toezeggingen gedaan voor een groenere toekomst.
Wereldgeloofsleiders gebruiken Internationale Moeder Aarde Dag om krachtige boodschappen te sturen dat we de biodiversiteit die we hebben gekregen, moeten beschermen.
Earth Day Network hebben aangekondigd dat ze voor het Earth Day-evenement in 2023 de nadruk zullen leggen op: Investeer in onze planeet.
Een enorme uitdaging – maar ook een die enorme kansen biedt op dit 53-jarig
jubileumevenement.
Dit evenement is bedoeld om ons te informeren over hoe we onze kostbare hulpbronnen kunnen herstellen. Er zijn zes voorgestelde activiteiten waaraan u kunt deelnemen ter ere van dit evenement. Je kunt zelfs meedoen aan de internationale moeder-aarde-dagvieringen online.

Hoe kun je Internationale Moeder Aarde Dag vieren?

Hier zijn een paar suggesties over hoe je Internationale Moeder Aarde Dag kunt vieren en de planeet waarop je leeft kunt eren. Natuurlijk mogen deze activiteiten niet eindigen met deze specifieke feestdag en mogen en moeten ze deel uitmaken van je dagelijkse routine.

• Vergeet uw auto voor een dag! Fiets, loop of carpool tijdens het woon-werkverkeer.
• Plant een boom, of plant er tien. Niets draagt meer bij aan schone lucht dan planten.
• Schakel elk mogelijk factureringssysteem over op e-bills.
• Werk de gloeilampen thuis bij met milieuvriendelijke lampen die energie en geld besparen.
• Word lid van een lokale milieugroep en doe mee met de activiteiten die ze doen.
• Denk eens na over recyclen!
U kunt contact opnemen met het dichtstbijzijnde afvalverwerkingsbedrijf en vragen of zij u een prullenbak kunnen leveren om glas, papier en plastic te scheiden.
• Begin met afwassen met een vaatwasser en voer deze pas uit als het apparaat vol is.
• Kies wat oude kleren die je niet meer nodig hebt en doneer ze aan degenen die het nodig hebben. Dit geldt ook voor alle huishoudelijke artikelen die nog goed werken en die u niet meer gebruikt.
• Koop een compostbak waar je de organische bijproducten in doet en gebruik ze later als natuurlijke meststof.

Aardegeschiedenis:

<5> Een blik op de aardeontwikkeling : planeet, bewoning, grootte, kwetsbaarheid.
Van: het grotere plaatje.nl

De Geschiedenis van de Aarde
Ons universum is bijna 50 biljoen jaar oud en ontstond uit een idee van de Schepper.
De Aarde is ruim 600 miljard jaar oud. Het grootste deel daarvan bestond uit een gasfase, die tot zo’n 70 miljard jaar geleden duurde.
Toen kreeg de planeet langzaam haar vaste vorm. Door onszelf wordt onze planeet “Aarde” genoemd, maar in het universum staat zij beter bekend als “Terra” of “Gaia”.
Lang geleden werd meestal de naam “Shan” gebruikt.
De eerste buitenaardse bezoekers landden meer dan een miljard jaar geleden al op onze planeet, dat was een groep reptielachtigen.
Sindsdien is het een komen en gaan.
De huidige wereldbeschaving is de derde die ooit bestond. De eerste heette Hyperborea, of Hybornea.
Daarover is niet veel meer bekend, maar als we de channeler en contactee Sheldan Nidle mogen geloven (1), ging het hier om een samenleving van intelligente groepen reptielachtigen, dinosaurusachtigen en walvisachtigen. Die
laatsten zagen er toen overigens nog heel anders uit dan nu, want ze leefden op het land en “waren volledig met een vacht bedekt, hadden lange snuiten en oren en waren ongeveer 1,50 tot 1,65 meter lang”.
Deze drie groepen leefden miljoenen jaren vreedzaam met elkaar samen (2), totdat dit werd verstoord door kwaadaardige bezoekers uit het sterrenbeeld Orion. Het eindigde acht miljoen jaar geleden in een kernoorlog.

Over de tweede beschaving, die bestond uit Atlantis en Lemurië (of Mu), is heel wat meer bekend. Er zijn tal van boeken over geschreven en heel wat mensen weten zich nog dingen over deze periode te herinneren uit een vorig leven. Dit waren technologisch en spiritueel hoogontwikkelde beschavingen, hoger dan wij nu zijn.
Lemurië werd gesticht door buitenaardse mensen op een groep grote eilanden in de Grote Oceaan.
Atlantis, dat in de Atlantische Oceaan lag, kwam daar later uit voort. Beide beschavingen stonden in contact met buitenaardse naties en leefden honderdduizenden jaren vreedzaam naast elkaar.

 Grove schets van de ligging van Atlantis en Mu (Lemurië)
Aan het eind van de laatste 26.000-jarige cyclus kwamen Atlantis en Lemurië met elkaar in conflict en werd Lemurië vernietigd door Atlantis.
Atlantis zelf ging aan het eind van de laatste 11.500-jarige cyclus ten onder
doordat ze te onvoorzichtig werden met technologische experimenten zoals het creëren van lasers. In een periode van ongekende natuurrampen, een scheurende aardkorst en een kanteling van de aardas, werd dit wereldrijk verzwolgen door de zee. Vele Lemuriërs en Atlantianen vluchtten in deze roerige periodes ondergronds en hun nazaten leven daar nu nog steeds.
Dit kunstwerk maakte ooit deel uit van de oude Maya-stad Tikal, in Guatemala. Het beeldt waarschijnlijk de ondergang van Atlantis uit. Omdat dit niet in het heersende plaatje paste, nam een Duitse archeoloog het mee naar Duitsland, waar het “toevallig” vernietigd werd in de Tweede Wereldoorlog.

[Over Lemurië en Atlantis heeft Steiner de nodige mededelingen gedaan. Die wijken wel af van bovenstaande tekst]

De groeiende Aarde
De Aarde is net als de meeste andere planeten en manen, hol van binnen. De aardkorst is zo’n 1000 km dik, en de zwaartekracht zit in die korst. Er zijn enkele gangen die leiden van de buitenkant naar de binnenkant. Ook zit er op beide polen een groot gat in de korst. De korst is een gatenkaas. Op de meeste plekken zit magma, maar niet overal. Er zijn grotten en spleten van honderden kilometers lang. Aan de binnenkant van de aardbol en in zo’n 120 ondergrondse steden woont een beschaving die veel hoger ontwikkeld is dan wij, Agartha genaamd.
De stukken zonder magma worden gebruikt voor verbindingen tussen de
satellietsteden en het ‘binnenland’. De meeste steden hebben compleet op zichzelf werkende ecosystemen.
Toen de Aarde net haar vaste vorm aangenomen had, was zij veel kleiner dan nu. Onder invloed van de centrifugerende kracht – onze evenaar draait immers met bijna 1700 km/u rond – is de planeet door de jaren heen sterk gegroeid in omvang. Ze groeit nu nog steeds enkele centimeters per jaar.
200 miljoen jaar geleden had zij nog pas een kwart van haar huidige omtrek, waardoor de zwaartekracht ook minder groot was. Hierdoor konden de dinosaurussen zich ontwikkelen tot enorme gevaartes van soms wel 80 ton zwaar. Met de huidige zwaartekracht zouden die onherroepelijk te kampen krijgen met fysieke ongemakken, zoals botbreuken, hartfalen e.d.
Destijds zaten alle continenten nog aan elkaar en bedekten ze de hele Aarde. Grote delen van de Aarde waar nu land is, waren toen bedekt door een ondiepe zee. Dit is er de reden van dat er op de vreemdste plekken, zoals in de binnenlanden van Amerika, fossielen van zeedieren gevonden zijn.
Doordat de Aarde groeide, scheurden de continenten uit elkaar en kwamen er grote delen droog te staan. De scheiding van de continenten kwam dus niet door mysterieuze krachten die de tektonische platen zomaar door elkaar husselden, zoals aanhangers van het “Pangea”-model beweren. Die wetenschappers breken zich nu nog steeds het hoofd over de vraag hoe het kan dat de oceaanbodem op sommige plekken slechts enkele tientallen miljoenen jaren oud is, terwijl de platen van het vaste land miljarden jaren oud zijn. De verklaring hiervoor is, dat
de groei van de Aarde plaatsvindt langs de breuklijnen op de oceaanbodem, die grofweg verticaal over de aardbol lopen.

IJstijden
Een andere misvatting die nog steeds leeft onder de huidige wetenschap, is het bestaan van ijstijden. Dit zouden periodes van duizenden jaren geweest zijn waarin de Aarde afkoelde, en de verklaring die er meestal voor gegeven wordt is dat “de baan van de Aarde tijdelijk verder van de zon af ging”. Maar hiermee toont men aan dat men niet alleen de werking van zwaartekracht niet begrijpt (de straling van de zon heeft zowel een aantrekkende als een afstotende werking en houdt de Aarde dus keurig op haar plek) – ook hebben ze hier zelf nog nooit bewijs voor gevonden.
Dat er in het verleden hevige temperatuursschommelingen geweest zijn, staat buiten kijf. Maar afgezien van grote natuurrampen zoals vulkaanuitbarstingen en meteorietinslagen waardoor het zonlicht tijdelijk weggehouden werd van de Aarde en haar dus deden afkoelen, is er nog nooit een tijd geweest waarin de
temperatuur op heel de Aarde afkoelde. Als het ergens kouder was dan nu, was er altijd wel een andere plek waar het juist warmer was dan nu.

Niburu
De verklaring hiervoor ligt in kantelingen van de aardas, die poolverschuivingen veroorzaken. Hoewel de aardas voor ons redelijk stabiel lijkt (afgezien van de precessie, oftewel het ‘waggelen’ van de aardas) heeft hij in het verleden vaak anders gestaan.
De reden hiervoor was meestal het langskomen van de planeet Niburu, ook wel Nibiru of “Planeet X” genoemd.
Deze planeet, die bewoond wordt door Anunnaki, de half menselijk/half reptielachtige buitenaardsen die zoveel invloed gehad hebben gehad op de geschiedenis van de mensheid, heeft een baan van ruim 3.600 jaar. Deze
baan leidt niet alleen om onze zon, maar ook om de bruine dwerg die samen met onze zon een binair systeem vormt (3). De zwaartekracht van deze bruine dwerg is trouwens ook verantwoordelijk voor de vreemde baan van de buitenste planeten in ons zonnestelsel. Niburu heeft een erg dichte atmosfeer en produceert zelf ook warmte, waardoor er leven op mogelijk blijft zelfs ver bij een zon vandaan.
Als Niburu weer eens langskomt bij onze zon, heeft dit zo’n verstorende werking op het elektromagnetische veld van andere planeten, dat hun as vaak van positie verandert (4). Dit gebeurt echter niet iedere keer, het ligt er maar net aan welke positie rond onze zon de planeten op dat moment innemen. Maar wie naar de stand van de assen van alle planeten kijkt, ziet dat dat een door elkaar gehusseld potje lijkt waarin geen enkele logica te ontdekken valt. Zo staat de as van Mercurius vrijwel rechtop, terwijl die van Uranus bijna platligt.

Niburu moet in de loop van de geschiedenis al talloze malen in onze luchten te zien geweest zijn. Soms klein, maar soms ook heel groot, afhankelijk van de positie van de Aarde rond de zon op dat moment. In het laatste geval moet de naar verluidt grote, rode, mistige planeet met zijn vele manen een afschrikwekkende verschijning geweest zijn, die volken over de hele wereld verbijsterd omhoog heeft doen staren.

De laatste kanteling
De laatste keer dat onze aardas een grote verandering onderging, werd echter niet veroorzaakt door de komst van Niburu, maar door de fatale natuurkundige experimenten van de heersers van Atlantis. De rampspoed die dit met zich meebracht, deed de toenmalige Noordpool verschuiven van Noord-Scandinavië naar Oost-Siberië.
Hierdoor kwam Europa, dat tot dan toe een bar klimaat gekend had en grotendeels onder het ijs lag, plotseling in een gematigd klimaat te liggen. Het ijs smolt.
De snelheid waarmee deze kanteling van de aardas zich voltrok, kwam als een totale verrassing voor het leven in Noord-Azië en Noord-Amerika. In een mum van tijd dook de temperatuur daar tientallen graden omlaag, waardoor sommige mammoeten staande bevroren. Nu nog steeds is daar een ‘zone des doods’ te vinden, waarin duizenden mammoeten, wolharige neushoorns en andere dieren bevroren liggen in het ijs.
Onderzoekers vonden in hun magen nog onverteerde gewassen, maar ze kunnen niet verklaren waarom dit planten zijn die normaal gesproken alleen in een gematigd klimaat voorkomen.
In het ijs van Noord-Azië en Noord-Amerika bevinden zich nog altijd duizenden ingevroren mammoeten die plotseling stierven, vaak met hele kuddes tegelijk, terwijl ze nog rechtop stonden.

Overstromingen
De waterverplaatsing die gepaard gaat met een kanteling van de aardas, geeft nieuwe betekenis aan het woord ‘tsunami’. Hele oceanen worden van hun plek getild en over het nabijgelegen land uitgestort. Dit verklaart waarom over heel Amerika resten van zeeleven te vinden zijn, zoals schelpen en walvisbotten, soms op honderden meters hoogte.
De ijsmassa van de oude Zuidpool werd opgetild en gedeeltelijk op het Antarctische continent gekwakt. Dat lag eerst ter hoogte van Australië nu, en was dus veel warmer. Hierdoor werd de beschaving die daar bestond, in
één klap weggevaagd.
Op oude kaarten, zoals de Piri Reis-kaart (5), staat de kustlijn van Antarctica nog
aangegeven zoals die was voordat hij onder het ijs verdween.
Deze gebeurtenis verklaart ook de discrepantie tussen de oudheid van het ijs aan de verschillende kanten van de Zuidpool. Onderzoek heeft aangetoond dat het ijs aan de oostkant van Antarctica miljoenen jaren oud is, terwijl het aan de westkant, inclusief het Antarctisch Schiereiland, slechts zo’n 11.500 jaar oud is. Dat komt dus doordat deze westkant pas ging bevriezen nadat hij door de kanteling van de Aarde in de ijskoude zone terechtgekomen was.
Voor de waterstand van zeeën en oceanen wereldwijd had dit grote gevolgen, want nu de Zuidpool grotendeels op land lag, werd er veel minder zeewater bevroren. Veel van het ijs van de oude pool begon te smelten. Dit deed het water wereldwijd stijgen, waardoor veel volken die langs de kust leefden, gedwongen werden om huis en haard te verlaten en een nieuw heenkomen te zoeken. Nu nog steeds liggen er wereldwijd, van India tot Egypte (6), meters onder de kustlijn nog restanten van wat ooit bloeiende beschavingen waren (7).
Ook de Noordzee, die tot dan toe grotendeels droog geweest was, liep vol.
Na deze grote kanteling van de aardas zo’n 11.500 jaar geleden zijn er nog enkele kleine kantelingen geweest door toedoen van Niburu, maar nooit meer zo heftig als toen. De Noordpool kwam uiteindelijk meer in zee te liggen dan tijdens de laatste “ijstijd”, en bevroor dus meer water dan toen. Maar omdat het op de Zuidpool gemiddeld tientallen graden kouder is dan op de Noordpool, wogen deze wederzijdse veranderingen in ijsmassa’s niet tegen elkaar op. Het bleef wereldwijd hoog tij.
Onder het ijs van Antarctica zijn nog steeds de restanten van een oude beschaving te vinden.

De maan
Onze maan is kunstmatig en hol, en heeft een metalen constructie aan de binnenkant. Er staan ruïnes (8) en piramides op, en er zijn veel ondergrondse bases. Deze liggen voornamelijk aan de achterkant van de maan.
Lang geleden had de Aarde twee natuurlijke manen. Eentje werd er vernietigd bij de aanval van Atlantis op Lemurië. De andere werd door buitenaardsen vervangen door onze huidige maan, die eerst in een ander zonnestelsel hing.
Als aardigheidje werd de maan, die 400 keer kleiner is dan de zon, op een afstand van de Aarde geplaatst die 400 keer kleiner is dan die van de zon. Hierdoor lijken beide hemellichamen voor ons even groot, en kunnen we
af en toe genieten van zoiets moois als een zonsverduistering met een corona.
De bewering dat de maan rond de Aarde en de Aarde rond de zon draait, klopt niet helemaal, want de zon hangt niet stil. Hij vliegt met grote snelheid door de ruimte, en wij vliegen met hem mee. De planeten en manen bewegen zich dus in een cilindervormige beweging door de ruimte.
De maan is een kleurrijke wereld (9) en heeft een lichte dampkring. Er is water, ijs en er groeien grassen en andere kleine gewassen, zoals een soort aardappels. Bij foto’s van de maan die de NASA vrijgeeft, wordt steevast alles wat op kleur of leven duidt, weggewerkt. Zo blijft het publiek geloven dat het een stoffige, dode
wereld is.

Ook de maanlanding door de Amerikanen in 1969 was omgeven door desinformatie. Hoewel de landing wel degelijk plaatsvond, kwamen de meeste beelden uit een studio in Hollywood, in opdracht van president Nixon.
Op de echte maanlanding waren namelijk zoveel UFO’s te zien die een kijkje kwamen nemen, dat de beelden onmogelijk aan het publiek voorgeschoteld konden worden. Dit tot frustratie van de astronauten, die bij thuiskomst een zwijgplicht opgelegd kregen en daarna zoveel mogelijk uit de publiciteit weggehouden werden.
In 1994 zei Neil Armstrong tijdens een zeldzaam publiek optreden tegen een nieuwe generatie astronauten: “Er zijn geweldige ideeën nog niet ontdekt. Er zijn doorbraken beschikbaar voor degenen die de lagen die de waarheid beschermen, kunnen verwijderen.” (10)

Gods Etalage
Onze Aarde is een van de mooiste planeten die er bestaan. In het universum wordt ze soms ook wel “Gods Etalage” genoemd. De variatie aan landschappen en levensvormen die wij hier hebben, is ongekend in het universum. Er zijn genoeg planeten die bergen, oceanen, woestijnen of jungles hebben, maar niet zo veel die dat allemáál hebben. Daarom is onze planeet van oudsher in veel galactische oorlogen betrokken geweest, en werd ze gezien als een trofee.
Die openlijke strijd, met ruimteschepen van het licht en het duister die elkaar hoog in onze luchten achterna zaten alsof het een scène uit “Star Wars” betrof, is alweer lang geleden. Er heerst nu een galactische vrede, hoewel die nooit officieel ondertekend is. Beide kampen waren gewoon moe van de miljoenen jaren durende oorlogen, die talloze levens kostten en die nooit een duidelijke winnaar opleverden.

De huidige bevolking
De huidige aardse beschaving is een uniek geval in het universum, omdat onze planeet in de cyclus van de Vissen was voorbestemd om een planeet te zijn waar zielen het fenomeen ‘dualiteit’ konden ervaren (goed en slecht in één maatschappij). Dat is bevorderlijk voor de spirituele groei van een ziel. Om een maximaal gevoel van afscheiding van elkaar en de rest van het universum te creëren, werd de Aarde onder quarantaine geplaatst. Dit hield in dat leden van de Galactische Federatie geen contact met ons mochten opnemen, en ons
alleen van een afstandje monitorden.
Omdat negatieve buitenaardse rassen zich vaak niet aan Universele Wetten houden, bezochten zij de Aarde wel, met alle gevolgen van dien. Maar dit paste goed in het scenario voor dualiteit, dus werd dit oogluikend toegestaan door de Galactische Federatie. Alleen als ze de balans van het leven op Aarde teveel in gevaar dreigden te brengen, bijvoorbeeld als ze plannen hadden om de mensheid grotendeels uit te roeien door virussen of nucleaire oorlogen, werd er ingegrepen. Ook als hun menselijke pionnen ruimtereizen buiten ons
zonnestelsel wilden maken, werd dit niet toegestaan.
De bevolking die zich onder zulke geïsoleerde omstandigheden ontwikkelde, wordt met een mengeling van verwondering en onbegrip bekeken door beschavingen die ons volgen. Aan de ene kant blijken we liefdevol te
zijn en kunnen we prachtige dingen creëren, zoals kunstenaars en ambachtslui van allerlei pluimage laten zien.
Aan de andere kant zijn we soms ook buitengewoon wreed en achteloos, zelfs tegen onze eigen soort en de planeet die ons thuis is.
Wij zijn de enige beschaving waar zoiets als geld bestaat en zoveel macht gekregen heeft, waar de wetenschap God en buitenaards leven niet serieus neemt, en waar vrije energie nog steeds niet is doorgedrongen tot de
burgermaatschappij. Dat laatste is overigens niet onze schuld, want vele uitvinders die revolutionaire ideeën wilden introduceren ten bate van de mensheid, werden de mond gesnoerd door de illuminati. Zoals Nikola Tesla
aan het begin van de vorige eeuw, die verschillende perfect werkende nulpuntenergie-apparaten ontwikkelde, maar gestopt werd.

De Aarde kwam bekend te staan als “gevangenisplaneet” waar zielen vanuit het hele universum naartoe kwamen om negatief karma op te lossen (of niet, want het lukt niet altijd). Totdat ook deze cyclus weer voorbij zal zijn, en dat is nu bijna zover. Net zoals veel fauna is ook veel flora op onze planeet het gevolg van buitenaards bezoek uit een ver verleden.
O.a. zonnebloemen, cannabis en maïs zouden hier nooit gegroeid hebben als ze niet lang geleden mee waren komen vliegen op een ruimteschip.

De levende Aarde
Waar de meeste mensen geen enkel besef van hebben, vooral in het Westen niet, is dat de Aarde zelf ook een levend wezen is. Een hoog ontwikkeld en liefdevol wezen, dat precies weet wat er op, in en rond haar gebeurt.
Volgens Matthew Ward, de spirit van een overleden jongen die vanuit de hemel met zijn moeder hier communiceert, is de ziel van Gaia altijd in de vijfde dimensie gebleven (11). Maar de negativiteit op Aarde leidde ertoe dat haar lichaam in deze cyclus diep in de derde dimensie terecht kwam. Ook daaraan komt binnenkort een einde, want met de Ascensie zullen ook lichaam en ziel van Moeder Aarde weer met elkaar herenigd worden.

(1) Jullie buitenaardse oorsprong (Boek: Jullie Eerste Contact).
(2) Menselijke geschiedenis meer dan een miljard jaren oud.
(3) December 21, 2012: Romance and Reality.
(4) The Poleshift.
(5) Piri Reis Map explained by Graham Hancock.
(6) Lost Egyptian city revealed.
(7) Graham Hancock’s ~ Underworld ~ Flooded Kingdoms Of The Ice Age.
(8) U.F.O DISCLOSURE PROJECT -FULL VERSION (fragment op 57:45]
(9) Moon Rising part 1.
(10) Neil Armstrong, RCH – Truth protective layers.
(11) Matthew Ward — November 6, 2010 (punt 26)

De auteur van dit artikel noemt hier mijn naam omdat ik op deze blog aandacht heb besteed aan de opvatting dat ‘kinderen in hun ontwikkeling de cultuurfasen van de mensheid herhalen’. Dat is op zich te algemeen gesteld: het gaat om de ontwikkeling van het bewustzijn. Die van de mens (het kind) vertoont een zekere overeenkomst met hoe die bij de mensheid zich voltrokken heeft.

Meer daarover in de artikelenreeks Ernst Haeckel en het leerplan.

De grondlegger van de antroposofie, Rudolf Steiner, laat de aardeontwikkeling terugkomen in het leerplan van Waldorfscholen en dan met name Lemurië, Atlantis.
Pieter HA Witvliet [leraar] vertelt hierover op de site Vrijeschoolpedagogiek:
In wezen gaat het om 3 elementen:
Atlantis, zoals Steiner daarover spreekt;
De volgorde van de cultuurperioden zoals die meestal op de vrijeschool aan de orde komt en Steiners gezichtspunten over deze cultuurperioden.
Van Steiner vind je in de pedagogische voordrachten géén aanwijzingen voor genoemde 3 elementen.’
Wel noemt hij dit:
‘Het gaat in deze voordracht om zaken die direct kunnen worden verwerkelijkt.
Maar we willen bij deze overpeinzing steeds de hele mensheidsontwikkeling voor ogen houden, zodat we ook de individuele ontwikkeling van de jonge mens begrijpen en ze kunnen leiden. (…)
Eerst op een bepaald punt treedt de mens een nieuw leven in. Voor hij aan dit punt komt, is zijn leven een herhaling van vroegere levenstijdperken. Ook de kiem maakt een herhaling van alle stadia van de ontwikkeling vanaf de oertijd door. Zo herhaalt het kind na de geboorte vroegere mensheidstijdperken. (…)
In de Lemurische tijd daalde de mens voor het eerst in het fysieke lichaam af en wordt dat heden bij de fysieke geboorte herhaald. Toen daalde de mens in het lichaam af en ontwikkelde zich op ziels- en geestesgebied altijd hoger. De Lemurische en Atlantische periode herhaalt de mens tot zijn zevende jaar. Van de tandenwisseling tot de geslachtsrijpheid wordt de ontwikkelingsperiode herhaald waarin de grote geestelijke mensheidsleiders optraden. De laatsten daarvan waren Boeddha, Plato, Pythagoras, Hermes, Mozes, Zarathustra, enzovoort. Toen werkte de geestelijke wereld nog meer op de mensheid in. In de heldensagen wordt ons dat bewaarheid. Iedere geest van de oude cultuurperioden moet daarom in deze jaren het schoolonderricht ten grondslag liggen.’

Moeder Aarde en de inheemse volkeren

Posted on 10 oktober 2016 by Lauri Fransen
<6> Het zijn altijd de inheemse volkeren van deze planeet geweest, die ons voorleefden hoe er met de heiligheid van de aarde moet worden omgegaan. Wij, blanke westerlingen, hebben daar slecht of helemaal niet naar geluisterd.
Integendeel, overal op de aarde hebben wij de inheemse volkeren onderdrukt, uitgemoord en hun culturen proberen te vernietigen. We hebben hen hun land ontnomen, hun kinderen afgepakt en hun welvaart vernietigd.
We hebben hen hun spiritualiteit afgepakt en hen ons geloof opgedrongen. Diegenen die zich niet wilden assimileren, hebben we in reservaten geplaatst alsof het zeldzame diersoorten zijn. Tijdens de apartheid zijn in Zuid-Afrika zijn de oorspronkelijke bewoners naar zogenaamde ‘thuislanden’ gestuurd, wég uit het zicht van de blanke bevolking. Dat alles en nog meer heeft de westerse ‘beschaving’ gedaan, zodat de grote ondernemers en de hun dienstwillige overheden de aarde konden beroven, openrijten, haar grondstoffen verwijderen, haar bossen kappen, haar dieren doden en de natuur vernietigen op alle mogelijke manieren. Alles uit winstbejag.

Zo is het eeuwenlang gegaan met alle inheemse volkeren, die door de patriarchale, kapitalistische machthebbers zijn gekoloniseerd. Laten we wel wezen: wij Nederlanders deden dat ook met de ‘inboorlingen’ in
Indonesië, Papoea-Nieuw Guinea en Suriname. Wij Nederlanders waren in de 16e en 17e eeuw de meeste beruchte en wrede slavenhandelaren ter wereld. Nog een voorbeeld: door de blanke kolonisten zijn in Noord-Amerika alleen al 100 miljoen mensen van de oorspronkelijke bewoners vermoord. Deze maken nu slechts 1 % uit van de totale bevolking van de Verenigde Staten.
En juist in de V.S. hebben de oude volkeren, die er het eerst waren – The First Nations – er nu genoeg van. Er is een andere tijd aangebroken. De tijd van ‘genoeg is genoeg’. Genoeg beloften zijn er door de blanke regering
gebroken. Genoeg ellende en narigheid heeft men doorstaan. Genoeg vernietiging van de aarde heeft plaatsgevonden. Het is nu de tijd waarin de nazaten van de Eerste Naties zich herinneren wat respect betekent:
respect voor de aarde, respect voor de grond, die in hun visie niemands eigendom is, respect voor de dieren en respect voor de mensen die de aarde bewonen. Zij noemen zichzelf ‘beschermers’, ‘hoeders’ van de aarde. Nu
zijn zij uiteindelijk opgestaan om actie te ondernemen. En daar wou ik het hier over hebben.
Dertien jaar geleden, ergens in het jaar 2003, ontving ik van Spirit een wonderlijk visioen. De aanleiding ben ik vergeten, maar het visioen zelf niet. Het was en is zo krachtig, dat ik het me na al die jaren nog tot in detail kan
herinneren. Dit is het visioen:

Vanuit een vogelvluchtperspectief zie ik Noord-Amerika liggen, als een levende landkaart. Het hele continent is vervuild; de bodem is bedekt met een dikke laag zwarte olie. Er is geen leven meer, geen planten, geen dieren kunnen hier leven. Ook de hemel is zwart; het is donkere nacht.
Dan zie ik in het noorden, vanuit Alaska en Canada, mensen aankomen. Ze lopen in een lange lijn, over de hele breedte van het continent, ongeveer waar nu de grens is tussen Canada en de V.S. Het zijn de oorspronkelijke bewoners, de inheemse volkeren van Amerika. Ze lopen daar met hun banieren en heilige voorwerpen opgeheven, in hun mooiste rituele kleding, mannen, vrouwen en kinderen, hele stammen. Ze dragen hun trommels en ze zingen. Een heldere doordringende zang, die diep in mij doordringt. Ze lopen in de cadans van
het ritme. En achter hen, waar zij hun voetstappen hebben gezet, begint het gras weer te groeien, de bomen spruiten op, de zon schijnt stralend en het land is een schone en pure wildernis, zoals het ooit was.
Dan zie ik vanuit het zuiden, waar het donker en zwart is, ook mensen lopen. Het zijn blanke mensen, van wie de regeringen en de industrieën de aarde hebben bevuild. Waar ze vandaan komen weet ik niet, maar ze zijn wanhopig. Het zijn goedwillende mensen en ze willen de aarde redden, maar ze weten niet hoe. Ook zij lopen in een lange lijn over de hele breedte van het land. Noordwaarts. Tussen die beide groepen in zie ik een strook wit licht, een soort demarcatielijn. Eerst is die strook heel breed, maar naarmate ze elkaar dichter naderen, wordt
die strook smaller. Nu zie ik dat de blanke mensen hun armen uitstrekken over de strook heen, naar de inheemse volkeren. “Help ons!”, zeggen zij daarmee. Ze vragen de inheemse volken de leiding te nemen bij het redden van de aarde. Want zij die er het eerst waren, weten nog hoe dat moet.
Jarenlang heb ik over dit visioen gezwegen, niet wetende wat ik ermee moest doen. Tot in december 2014.
Ik zag een filmpje op Facebook over een demonstratie in New York, waar een heleboel mensen van de inheemse volkeren in meeliepen.
Het was de Peoples Climate Mars van 21 september 2014
Wat ik daar zag raakte mij tot in mijn botten. Dáár zag ik wat ik in mijn visioen gezien had: mensen van de inheemse naties, gekleed in hun rituele kleding, met hun banieren en heilige voorwerpen opgeheven en ze zingen! En het lied dat ze zingen is hetzelfde als wat de mensen zongen in mijn visioen!
Ik zag daar mijn visioen zich afspelen in real time! Het was niet alleen superontroerend en prachtig, maar het was ook nog eens iets wat ik in een andere vorm eerder had gezien. Dat visioen was blijkbaar een voorspelling!
Opvallend is ook dat tijdens deze demonstratie duidelijk verband wordt gelegd tussen de mishandeling van Moeder Aarde en de onderdrukking van vrouwen. Iemand zegt: ”Violence against Earth means violence against women” en “Exploit the land goes with exploiting women”. De bijgevoegde tekst luidde: From the Amazon tot the Arctic, Indigenous Peoples are defending our climate and teaching allies how extractive industries are directly connected to sovereignty, colonization and violence against women.”
Ik heb er in 2014 ook een stukje over geschreven op mijn blog en ik dacht bij mezelf: ‘Ik ben benieuwd óf en hoe dit verder gaat’.
Nu zijn we in 2016, twee jaar later. Een paar weken geleden kom ik ‘toevallig’ een video tegen die mij diep raakt.
De locatie is Noord-Dakota, een staat pal ten zuiden van de grens met Canada. Het speelt zich af bij de Standing Rock Reservation, het ‘thuisland’ van de Sioux-volkeren (Nakota, Lakota en Dakota). Duizenden leden van de First Nations zijn daar bij elkaar gekomen in een groot kampement aan de oever van de Mississippi rivier. Zij zijn daar om de aanleg van een oliepijplijn tegen te houden, de Dakota Access Pipeline, kortweg DAPL, die door vier Amerikaanse staten moet gaan lopen en die 570.000 vaten olie per dag moet vervoeren. Een deel van de pijplijn is gepland door heilig land dat rechtmatig aan de Sioux toebehoort en dwars door plekken waar de voorouders begraven liggen. De pijplijn zal de rivier de Mississippi meerdere malen kruisen. Als er lekkage optreedt, zal niet
alleen het water van de bewoners van het Reservaat ondrinkbaar worden, maar zal ook de watervoorziening van 18 miljoen andere mensen in gevaar komen, die stroomafwaarts langs de rivier leven. Het gevaar van lekkage is zeker niet denkbeeldig: sinds januari 2015 zijn er al 54 pijplijn-ongelukken gebeurd in de V.S., waarbij enorme milieuschade is veroorzaakt!

Wat mij zo raakt is dat er onder de oorspronkelijke Amerikanen zo’n grote eenheid is ontstaan. Stammen die vroeger elkaars vijanden waren, staan nu zij aan zij in deze actie. Elke dag arriveren meer stammen op het Sacred Stone Camp: de Crow, de Comanche, de Gros Ventre, de Hopi, de Alaska Naties, zelfs Azteken uit Zuid-Amerika en Sami uit Noord-Europa presenteren zich op het terrein. Er is steun uit de hele wereld, van andere,inheemse volken: de Palestijnen, de Maori, de Maya’s en noem maar op. Volgens sommigen zijn er nu meer dan,100 stammen bij elkaar in het Kamp. Deze actievoerder noemen zich geen ‘protesters’, maar ‘protectors’, beschermers. Meerdere malen weten ze de werkers aan de pijplijn te belemmeren in het uitvoeren van hun taak, zonder wapens, maar alleen door op die plekken te bidden, te zingen en te drummen. Ze worden aangevallen door honden die bijten, door veiligheidsmensen die pepperspray gebruiken en door staatstroepen die hen met geladen geweren arresteren. Maar ze wijken niet. Er is intussen een rechtszaak door hen
aangespannen. Een voorlopig halt is toegeroepen aan de constructiewerkzaamheden, tot er nader onderzoek is verricht, hoewel de oliecompagnie op andere plaatsen dit gebod overtreedt en rustig doorgaat met het werk.
Elke keer als ik een video zie of een website lees over dit gebeuren, begin ik spontaan te huilen. De tranen lopen vanzelf over m’n wangen; ik kan het niet tegenhouden. Steeds als ik eraan denk, gebeurt dat opnieuw. Als ik ’s avonds in bed lig om te gaan slapen, huil ik m’n ogen uit. Als ik erover praat, kan ik dat niet met droge ogen doen. Dat gaat zo drie dagen door. Het huilen is niet te stoppen. Onderwijl vraag ik me af: wat is hier aan de hand? Wat betekent dat huilen? Ja het is prachtig en ontroerend om te zien, die eenheid onder de mensen.
Mooi ook dat er zich blanken bij hen aansluiten en hoe ze daar leven in dat kamp, volgens hun oude waarden van zorg voor elkaar. En dan hun leus: “Water is Life!” Zo wáár! Maar waarom houdt me dit zo bezig?
Dan valt het muntje: natuurlijk, dit is een andere versie van mijn visioen! Wéér zie ik het zich afspelen in de fysieke werkelijkheid: die enorme eenheid onder de inheemse volkeren, hun vastberadenheid om Moeder Aarde te redden, hun levenswijsheid en hun liefde voor het land. En nu begrijp ik ook wat de olie ermee te maken heeft, die zo’n grote rol speelt in het visioen: als dit niet gestopt wordt, komt het hele land zwaar onder de olievervuiling te zitten. Dan breekt de donkere nacht aan.
Maar ik zit met een vraag. Waarom heb uitgerekend ik dit visioen gekregen? Ik heb geen contacten met indianen; ik woon ook niet in Amerika. En: wat moet ik er mee doen? Het is mij bekend dat de inheemse traditie voorschrijft dat je iets moet doet met een visioen dat je door Spirit is geschonken.
Ik stem mij af op mijn innerlijke leiding. Nu krijg ik te horen: “Jij hebt op zielsniveau een diepe verbinding met de oorspronkelijke mensen, de inheemse culturen. Je hebt dit visioen gekregen en je weet wat je ermee moet doen. Zoals met alle heilige visioenen is het niet voor jou alleen. Het is bedoeld om de wereld in te gaan”.
Daarom heb ik nu besloten naar buiten te brengen wat ik heb mogen ontvangen.
In mijn ogen is dit visioen vooral bestemd voor de blanke mensen. Want het laatste deel ervan is nog niet vervuld. Dat deel waar goedwillende blanken de handen uitstrekken naar de inheemse volkeren en hen om hulp vragen. Dat is heel belangrijk. Weliswaar nemen er wel blanke supporters deel aan de Standing Rock acties, maar het is een kleine groep. Wij, in de westerse wereld, ook in Europa, ook in Nederland, zouden ervan doordrongen moeten raken dat de inheemse culturen van over de hele wereld beter weten dan wijzelf hoe we
Moeder Aarde weer schoon kunnen maken. We zouden deze volkeren moeten gaan eren om de wijsheid die zij in huis hebben. Maar het gaat om meer: het is niet langer voldoende om vanuit een soort ‘spirituele hype’ bewondering te hebben voor deze mensen en hun levenswijze. Het is tijd voor ons om te luisteren, om bescheiden te zijn en om hulp te vragen. Alleen zo kunnen wij beginnen om ons collectieve westerse karma op te lossen, dat wij hebben naar hen en naar de Aardemoeder.
Maar wat kunnen wij dan NU doen en van deze afstand? Daarop geeft Little Grandmother, Kiesha Crowther een antwoord. Zij vertelt dat de ‘Elders’ gevraagd hebben wereldwijd te bidden voor Moeder Aarde en voor het
water, om de heilige plekken te eren en ceremonies te doen: “Velen hebben gevraagd wat te doen als er geen heilige plek dichtbij is. Het antwoord is simpel: maak er één. Ongeacht waar je woont, wie je bent, ongeacht je leeftijd en achtergrond, jij en ieder van ons hebben toegang tot Moeder Aarde. Als je geen heilige plek kunt vinden, maak er één. Vind simpelweg een plek buiten. Maak een plek waar je kunt bidden, waar je zegeningen, eer en dankbaarheid kunt geven aan je Moeder. Bid ervoor dat haar wateren weer gezond mogen zijn, haar
schepselen beschermd en voor de mensheid om in liefde te leven.”

<7> Wicca Wikepedia

Het jaarwiel oftewel verbinding met moeder aarde


Een belangrijk onderdeel van wicca vormen de jaarfeesten, ook wel sabbats genoemd. Deze acht feestdagen vormen samen het Wiel van het Jaar, het levensverhaal van de God en de Godin.
Behalve dat de sabbats het leven van de Goden en zo de weg van geboorte-dood-wedergeboorte uitbeelden, was elke datum vroeger ook van belang in de natuur. Zo is Imbolc van oorsprong een ploegfeest, waarbij het land voor het eerst omgeploegd werd na de winter.
Lammas was een oogstfeest, wanneer het graan werd binnengehaald. Nu de meeste mensen steeds verder af komen te staan van het plattelandsleven en het ritme van de oogst verandert door bijvoorbeeld het gebruik van kassen, worden de symbolische betekenissen van de feesten steeds belangrijker.

1. Om de kalender te beginnen, is het het gemakkelijkst om bij Yule (spreek uit als Joel) te starten. Yule is ook bekend als de winterzonnewende of Midwinter, de kortste dag van het jaar. Omstreeks 22 december vieren de wicca’s het
lengen van de dagen.
2. De tweede sabbat is Imbolc (spreek uit als Immolk) op 2 februari, ook wel Candlemass genoemd. Dit is het ploegfeest, wanneer het land en dus Moeder Aarde voorbereid gaat worden om het zaad te ontvangen.
3. Op Ostara, Vernal of lente-equinox, omstreeks 21 maart, viert men het begin van de lente. Het zaad, de God, groeit op onder bescherming van zijn moeder, naarmate hij opgroeit keert de zon terug op de aarde en lengen de dagen.
4. Op 1 mei komt Beltane/Beltain (spreek uit Bjeltənə), ook bekend als Mei- of Walpurgisnacht. Dit is een van de bekendste heksenfeesten, die ook regelmatig genoemd wordt in de tijd van de inquisitie. Het is het feest van de liefde. De Zonnegod of vegetatiegod is een volgroeide man geworden, en deze nacht legt hij zich neder naast de Godin en bezwangert zijn koningin.
5. Litha, de zomerzonnewende of Midzomer, viert omstreeks 21 juni de hoogste stand van de zon. De kracht van de Zonnegod is op zijn piek. Hier wordt ook het bestaan van polariteit duidelijk gemaakt, als de Eikkoning, de opbouwende, het moet afleggen tegen de Hulstkoning, de afbrekende.
6. De volgende sabbat volgt op 2 augustus en wordt Lammas of Lughnasadh (spreek uit als Loenasah) genoemd. Dit is in eerste instantie een graanfeest, het moment waarop het graan van de velden wordt gehaald. De kracht van de
god is overgegaan in het graan.
7. 23 september is het tijd voor Mabon, de herfstequinox, het begin van de herfst. Nu is de oogst van de wijn. Ook wordt gezegd dat de god nu aan het eind van zijn krachten is, en sterft. Hij heeft zich gegeven zodat wij de vruchten kunnen plukken.
8. De laatste sabbat is ook een van de bekendste. Halloween of Samhain (spreek uit als Sauwen) is het heksennieuwjaar en een van de belangrijkste feesten, in oudere teksten ook bekend als het feest van de doden en de geesten. De geest van de God heeft de oversteek gemaakt naar de Onderwereld of Zomerland, en wacht op de juiste tijd om opnieuw te incarneren. Dit zal tijdens het Yulefeest zijn, wanneer de Eikkoning het overneemt van de Hulstkoning (zomer van winter). Vaak zetten Wicca’s eten op een schotel buiten voor de doden.

Magie is een belangrijk onderdeel van wicca. Het is vaak de magie die de mensen naar wicca nieuwsgierig maakt, het idee dat ze op de een of andere bovennatuurlijke manier iets aan hun eigen lot kunnen veranderen. Magie
wordt op vele manieren beoefend in de wicca. Aan de ene kant worden er tijdens de jaarfeesten en op diverse andere dagen (maanfeesten, trouwdagen etc.) complete rituelen opgevoerd; aan de andere kant steken wicca’s soms simpelweg een kaars aan om extra energie in een bepaalde richting te sturen. Er wordt met name veel gebruikgemaakt van technieken zoals visualisatie en meditatie, of er wordt geprobeerd om in een trance te komen door bijvoorbeeld teksten op te dreunen (chanten) of te drummen. Er wordt ook wel korenmagie gebruikt, en er worden kruiden gebruikt bij magie. Elk kruid heeft zijn eigen magie en kracht. Als iemand magie uitoefent moet er opgelet worden welk soort magie er wordt gebruikt om er dan de juiste kruiden bij te gebruiken. Zo zal de kracht van de magie versterkt worden. Zo is het ook met wierook. Er zijn verschillende geuren met elk zijn magie en kracht. Hetzelfde geldt voor kristallen, gesteenten of edelstenen.
Wicca’s maken vaak gebruik van andere occulte/esoterische kunsten, zoals divinatie (bijvoorbeeld tarot, pendelen, wichelroedelopen) of kruiden. Deze dingen hebben echter niet direct iets met wicca te maken. Wel vindt een groot deel van de wicca’s dat een goede wicca zichzelf moet trainen in ‘kunsten’
(= dat wat je kunt), waaronder tarot of kruidengeneeskunde. Veel wicca’s kunnen een of meerdere gebieden of ‘kunsten’ tot hun specialiteiten rekenen. Wicca wordt veelal beschouwd als niet alleen een religie, maar ook een
kunde. In het kader van deze kunde is vele jaren training nodig, waarin onder andere kennis van en vaardigheid met andere ‘kunsten’ wordt opgedaan.

Viering van Beltane in Avebury, 2005

Rituelen worden in wicca vooral opgevoerd tijdens de jaarfeesten.
Zij kennen een gedeeltelijk vaste opzet, waarbinnen vaak een eigen invulling wordt gebracht. Een ritueel begint vaak met het trekken van de Magische cirkel. Met behulp van de Cirkel wordt een tempel opgebouwd, waarbinnen de wicca’s zich beschermd voelen voor negatieve krachten van buitenaf en hun ritueel
kunnen uitvoeren. De Cirkel wordt ook gezien als een plek waarin de opgewekte krachten zich kunnen bundelen en versterken, omdat zij in de ruimte gevangen blijven tot zij gericht worden vrijgelaten. Binnen de Cirkel vindt het ritueel plaats. Na afloop van het ritueel wordt de Cirkel (en dus de tempel) weer geopend en afgebroken.
Een tweede onderdeel van een ritueel is de “cake-en-wijn”-ceremonie. Hierbij worden door de heksen in de coven voedsel en drank gedeeld. Dit onderdeel van het ritueel is om je weer te gronden, weer met beide benen op de aarde te staan.
Wicca is een inwijdingsreligie, omdat de Wicca een mysteriereligie is. Dat betekent dat er na een periode van opleiding (traditioneel een jaar en een dag) een inwijding volgt, tot de leerling een volleerd wicca is (ook Eerste Graad genoemd).
Vanuit de gardneriaanse traditie kennen we drie inwijdingen/graden.
Sommige covens – meestal alexandrijnse covens – hebben daar een vierde aan toegevoegd: de neofietengraad.
Wanneer een geïnteresseerde begint aan de opleiding, is hij eerst een zogenoemde trainee (binnen de greencraft heet dit een roedi). Gedurende een bepaalde opleidingsperiode leert de trainee/roedi de basisbeginselen van wicca,
waarna een inwijding tot neofiet zou kunnen volgen. Bij deze inwijding neemt hij zijn magische naam aan, een geheime naam. Het aannemen van een nieuwe naam symboliseert de overgang naar een nieuwe levensperiode.
Daarom nemen veel wicca’s na de volgende inwijdingen ook nieuwe magische namen aan.
Na de eerste inwijding is de kandidaat een ingewijde leerling of neofiet. Hierna kan (vaak na een jaar en een dag) een tweede inwijding volgen. Dan is de leerling een priesteres of priester, of eerstegraadswicca. Hierna kunnen nog twee
graden volgen: een tweedegraadswicca wordt geacht in staat te zijn een coven te leiden of op te richten, meestal onder supervisie of begeleiding van zijn Hogepriesteres en Hogepriester. Een derdegraadspriesteres of -priester is in staat om geheel zelfstandig een eigen coven op te richten en als Hogepriesteres als covenleider en leider van rituelen op te treden met naast haar een Hogepriester. Binnen een coven, of bij inwijding door een individuele HP/HPS, worden bepaalde voorwaarden en eisen aan de acoliet of neofiet gesteld. Zo kan binnen de gardneriaanse traditie een ‘knaap’ of maagd geen priester(es) worden (bij de Dianics is dit niet het geval). De acoliet of neofiet wordt verder geacht enkele dingen – tijdelijk of definitief – op te geven, soms een bepaalde pijngrens te kunnen verdragen en verder leggen zij specifieke ‘proeven van kunde’ (vaak zelfgekozen) af.
Aan de leiding van een traditionele coven staat de Hogepriesteres, een vrouwelijke ingewijde. Zij wordt soms bijgestaan door de Hogepriester, een mannelijke ingewijde. Samen leiden zij de rituelen, waarbij de vrouw de
Godin vertegenwoordigt en de man de God. Beiden zijn verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de coven en moeten er dus voor zorgen dat alle covenleden (traditioneel een aantal van dertien man, gemengd man en
vrouw) de juiste opleiding krijgen. In het algemeen geldt dat de Hogepriesteres het vetorecht heeft.
Met het in de openbaarheid treden van de individueel werkende wicca raken covenwerk en inwijdingen op de achtergrond. De zogenaamde zelfinwijding wordt populairder. Hierbij schrijft de wicca zelf een ritueel voor zijn inwijding, die hij ondergaat als hij zelf het gevoel heeft hier klaar voor te zijn. Zelfinwijding wordt vaak met veel scepsis bekeken, zowel vanuit de traditionele covenwicca als vanuit individueel werkende heksen.
Covenheksen, vooral van gardneriaanse en alexandrijnse strekking, zijn vaak van mening dat een inwijding alleen door een hogepriester(es) mag worden gegeven.
Wicca kent geen duivel of satan. Toch verwarren sommigen ten onrechte wicca met satanisme. Dit heeft te maken met het symbool dat vaak gedragen wordt, namelijk een pentagram. Bij Wicca wordt deze met 1 punt naar boven gedragen, maar in het satanisme wordt deze gedragen met 1 punt naar beneden.
In de Wicca staat het omgekeerde pentagram symbool voor de Tweede Graad. Hierdoor stellen de 2 punten naar boven de hoorn van de Bok voor. Dit is voornamelijk te wijten aan het feit dat de god uit deze godsdienst vanwege zijn
gehoornde uiterlijk wordt gelijkgesteld met de duivel, waarschijnlijk omdat in het boek Openbaring 13 vers 11 in de Bijbel het tweede beest wordt beschreven met twee lamshoornen.
Maar wicca is niet hetzelfde als het satanisme, ook al denken veel mensen van wel. Dit verschijnsel komt voort uit de pogingen van de katholieke kerk iedereen tot het christendom te bekeren door alles dat met een andere religie had te maken met de duivel in verband te brengen.
Enkele voorbeelden hiervan:
De drietand van Neptunus/Poseidon, de puntmutsen van de oude wijze vrouwen, de bokkenpoten en hoorns van Pan enz.

New age en Wicca
Dat Wicca een loot zou zijn aan de New age-stam wordt door de meeste wicca’s ontkend, evenals door historici als Ronald Hutton, die opmerkte dat Wicca niet alleen ouder is dan New age, maar ook aanzienlijk verschilt in filosofie.[6]
Fluffy bunny, of Fluffbunny, is een negatieve term die gebruikt wordt in wicca (en in het neopaganisme in het algemeen) om te verwijzen naar aanhangers van de religie die gezien worden als oppervlakkig of meeloperig.
Over het algemeen hebben ze een afkeer van de duistere elementen en benadrukken ze goedheid, licht en elementen die overgenomen zijn van de New age beweging, of volgen het als een rage.

Keltische moedergodinnen: Dana[ Danu] links en rechts Brigid [Bride]

<8> De Indianen leefden samen met de planten en dieren en namen nooit meer van Moederaarde af dan noodzakelijk was. Indianen en Sjamanen hebben steeds de speciale band gevoeld met de Natuur. We zijn allen verbonden (Mitakuye Oyasin) is een integraal deel van hun Geloof. Als al onze relaties geëerd worden als Heilig en als we Respect hebben voor elk deel van de Schepping, is het Paradijs nabij. Ze geloven ook dat Dieren en Stenen (de Grootvaders) sterke Helende krachten bezitten, zowel praktisch als Spiritueel. Dit resulteerde in
Totems en Medicijnen, de welke dagelijks gebruikt worden om de levenskwaliteit te verhogen.
Indianen geloven in de ‘Grote Geest’. Ze geloofden ook dat de geesten van overleden familieleden overal in de natuur te vinden waren. Daarom aanbeden ze de zon, de maan en de aarde. Hun ceremonies bestonden uit veel muziek en dans. Ze toonden er hun vreugde mee, maar ze dansten ook voor de jacht, om de goden te bedanken. Ze geloofden dat hun leven geregeld werd door de Goden, die hen alles gaven, van gewassen tot een goede gezondheid tot regen.
Kracht of totemdieren worden in de antropologie gezien als mythologische voorouder uit een ver verleden. Hun goden waren in de natuur te vinden. Indianen krijgen bij hun initiatie een totemdier toegewezen waar zij kracht
uit kunnen putten en waaraan zij zich kunnen spiegelen. Het krachtdier begeleidt hen bij hun droomreizen en op hun spirituele weg. Een aantal voorbeelden van krachtdieren:

• Het Totem dier Buffalo-Bizon staat voor het bewandelen van het Heilige Pad en het eren van alle verwanten.
In tijden van vertroebeling kan men hulp vragen aan dit Krachtdier. De Buffalo helpt een diepe verbinding te maken met Moeder Aarde. Het kan helpen op de weg naar een sterke en onafhankelijke Geest. De Bizon staat voor het volgen van de simpelste weg naar overvloed, ons geboorterecht. De Bizon vertelt dat doelen beter kunnen bereikt worden met de hulp en Harmonie van de Grote Geest
(Wakan Tanka).
• Het Totem dier Adelaar is voor de Indianen van de Noordwest kust van Noord- Amerika het symbool van eer, moed, vrede en vriendschap en mysterische krachten . Daarom wordt de dons van de Adelaar tijdens welkomstdansen en andere ceremoniën voor de gasten uitgestrooid. Adelaarsveren worden in
rituelen in en op maskers en hoofdtooien gebruikt. De adelaar kon spiraalsgewijs net zo hoog opstijgen tot hij in een gat in de hemel verdween en het huis van de zon bereikte. De Adelaar werd een symbool van groter overzicht en een meeromvattende waarneming.
• Het Totemdier Paard staat symbool voor de magische kracht van sjamanen. Het staat voor aardse en buitenaardse kracht, reizen, stabiliteit, zachtmoedigheid en vrijheid. Het paard is door de eeuwen heen geprezen om zijn hulp in de evolutie van de mens. Het paard draagt zijn berijder, maar deze laatste draagt de verantwoordelijkheid voor alles rondom.
Het Medicijn Wiel is Heilig voor de Indianen en Sjamanen. Volgens hun overtuiging heeft de Grote Geest alles in de Natuur in een cirkel gemaakt. Het Medicijn Wiel staat ook voor de 4 winden en de 4 kleuren van mensen die
reizen over onze planeet. Het is het symbool van de totaliteit van het bestaan. Het Wiel is een plek gecreëerd om het contact en de gebeden te versterken. Het verenigt de energie van Zon-Maan-Universum-Moeder Aarde Grootvaders, Grootmoeders en de Schepper in de oneindige cirkel van leven. Het Medicijn Wiel symboliseert eveneens het individueel Pad dat ieder dient af te leggen naar het ultieme geluk in Universele Liefde.

Viering van Mayahuel
De ceremonie van Mayahuel, ook wel la Virgen de los Remedios genoemd, is gewijd aan genezing. Omdat het vaak is gewijd aan traditionele medicinale planten, tonen altaren ter ere van Mayahuel vaak maguey- en agaveplanten.
De ceremonie ter ere van Mayahuel is ook een gelegenheid om het hart, de geest, de geest en de ziel te genezen. Als onderdeel van de vier richtingen vertegenwoordigt het het Westen, de richting van de energie van vrouwen. Als gevolg hiervan is Mayahuel een gelukkige viering van zusterschap.
Mayahuel eert het werk dat vrouwen hebben gedaan om onze gemeenschappen te genezen.
Het eert het leiderschap, de leringen en de genezingstradities die vrouwen aan onze kinderen hebben doorgegeven.
Als een viering van genezing eert Mayahuel ook de curanderas / curanderos [ geneeswijzes] en bewaart ze voor ons en de tradities en leringen worden doorgeven die ons fysiek en spiritueel genezen.

Pachamama (van het quechua pacha: aarde en mama: moeder, dus letterlijk vertaald “Moeder Aarde”) is de belangrijkste godheid voor de inheemse bevolking van de centrale Andes van Zuid-Amerika.
Pachamama in de kosmologie van Juan de Santa Cruz Pachacuti Yamqui Salcamayhua (1613), achter een afbeelding in de zonnetempel Qurikancha in Cusco.
Pachamama wordt omschreven als “ze is de Aarde in een diepe zin, bovennatuurlijk; ze is dat van hieronder, maar niet de grond of de geologische aarde, evenmin de christelijke hemel, ze is de kosmografische hemel. Pachamama is alles, ze verklaart alles.
Pachamama is geen eigenlijke scheppende, wel een beschermende godheid; ze beschermt de mens, ze maakt het leven mogelijk en begunstigt de vruchtbaarheid. In ruil voor deze hulp en bescherming is de priester van de Puna Meridional verplicht een deel van wat hij ontvangt aan Pachamama te offeren [1]

Geschiedenis van haar verering:
De Quechua- en de Tiwanaku-cultuur van de Andesregio brachten offers om haar te eren, ze offerden camelidae.[ kameelachtigen] Onder meer gaven ze cocabladeren, zeeschelpen en boven alles de foetus van lama’s, volgens hun geloof om de grondte bevruchten.
Met de komst van de Spanjaarden en de vervolging van het – plaatselijk variërende – geloof werd Pachamama dikwijls aanbeden als was ze de maagd Maria.

18e-eeuwse afbeelding van de Maagd Maria,
met enige kenmerken van Pachamama[2]

Kleireliëf uit ca 460 v.C. Gaia geeft Erichthonios aan Pallas
Athena.


Nakomelingen
Volgens de Griekse sagen en mythen bracht Eros Gaia ertoe zich te verbinden met het water en de lucht, en zo bracht zij de zee (Pontos) en de hemel (Ouranos) voort. Ook kwamen de Titanen, de drie eenogige Cyclopen en de drie honderdarmige reuzen uit oermoeder Aarde voort. Deze laatsten heetten Briareos, Gyes en Kottos en hadden elk ook vijftig hoofden.
Zij werden ook de Hekatoncheiren genoemd. De Titanen en de Cyclopen zijn verwekt door Ouranos.

Moedergodin
Godin die de natuur, moederschap, vruchtbaarheid, en de schepping vertegenwoordigt.
Een moedergodin of Almoeder is een vrouwelijke god en moederlijk symbool
van schepping, creativiteit, geboorte, vruchtbaarheid, seksuele
vereniging, verzorging en de levenscyclus.

Zittende vrouw van
Er bestaat een verschil tussen de academische en de populaire opvatting over het begrip. De populaire opvatting wordt vooral gedragen door de godinnenbeweging en luidt dat primitieve samenlevingen eerst matriarchaal geweest zijn waarbij een soevereine, verzorgende, moederlijke aardegodin aanbeden werd. Zij bouwden daarbij voort op de negentiende-eeuwse ideeën van
een unilineaire evolutie van Johann Jakob Bachofen. Zowel bij Bachofen als bij modernere theorieën is eerder sprake van een projectie van de huidige ideeën op oude mythes, dan dat er geprobeerd wordt de mentalité van die tijd te begrijpen.[1][2] Veelal gaat dit gepaard met een verlangen naar een verloren beschaving uit vervlogen tijden die rechtvaardig, vredevol en wijs zou zijn geweest.[3] Het is echter zeer onwaarschijnlijk dat een dergelijke beschaving heeft bestaan.[4]
Lange tijd werd door feministische auteurs uitgedragen dat deze vredige, matriarchale agrarische samenlevingen werden uitgeroeid of onderworpen door nomadische, patriarchale krijgerstammen. Een belangrijke bijdrage hier was die van archeologe Marija Gimbutas.
Haar werk op dit vlak wordt tegenwoordig echter grotendeels afgewezen.[5] Ook bij feministische archeologen is deze visie tegenwoordig zeer omstreden.[6][7]
Sinds de jaren 1960 werd vooral in de populaire literatuur een link gelegd tussen de vermeende verering van de moedergodin en de sociale positie die vrouwen in prehistorische samenlevingen zouden hebben ingenomen.
Daarmee kreeg de discussie een politiek karakter. Vanuit de huidige door mannen gedomineerde maatschappij zou volgens de godinnenbeweging moeten worden teruggekeerd naar het egalitaire matriarchaat van vroeger tijden. Dat deze maatschappijvorm zou hebben bestaan, zou worden ondersteund door de
vele Venusbeeldjes die terug zijn gevonden.
In academische kringen wordt dit prehistorische matriarchaat onwaarschijnlijk geacht. Allereerst betekent het aanbidden van een moedergodin niet noodzakelijk dat vrouwen de dienst uitmaakten.[8] Daarnaast kunnen de
venusbeeldjes ook gewone vrouwen voorstellen of gewone godinnen en is het onduidelijk of er werkelijk ooit sprake is geweest van een moedergodin.[9][10][11]
Dit alles heeft zijn effect op archeologen die zich richten op mythologie en religie die niet geassocieerd willen worden met Gimbutas en de godinnenbeweging.[12]
Coatlicue was in de Azteekse mythologie de godin van de aarde, de godin van het vuur en de vruchtbaarheid en moeder van de zuidelijke sterren.
Coatlicue in het Nationaal Antropologiemuseum, Mexico-Stad.
Omdat ze op mysterieuze wijze zwanger werd door een bal kolibrieveren wilde niemand haar geloven.

Haar zoons (inclusief Coyolxauhqui) vermoordden haar, wantzwanger worden van kolibrie-veren was een groot misdrijf.
Net op tijd wist Huitzilopochtli uit haar baarmoeder te komen, die de
andere zoons (goden van maan en sterren) doodde. Later werden hiervoor andere goden aangesteld. Coatlicue werd hierdoor boosaardiger en kreeg een rok van slangen.

Gaia (Oudgrieks: Γαῖα, Γαῖη of Γῆ) of Gaea (gelatiniseerd) is een figuur uit de Griekse mythologie. Zij is de oermoeder, de Aarde, die ontstond uit de Chaos aan het begin van de dingen. De Chaos bevatte alle basisbestanddelen, de vier elementen aarde, water, lucht en vuur. Daaruit ontstond onder andere Gaia: Moedergodin van de natuur en de aarde.

Uiterlijke kenmerken
Gaia, de godin van de natuur en de aarde, werd afgebeeld als een
mollige vrouw, vaak oprijzend uit de grond, altijd eraan verbonden.
De Aarde zelf werd in de Griekse mythologie gezien als een platte
schijf (platte Aarde), omringd door de rivier Okeanos (de oceaan),
de hemelkoepel van Ouranos ondersteunend.

.

 

Asgard: De schepping volgens de Vikingen

<9> Noormannen. De Vikingsaga (793-1241) – John Haywood
Auteur: John Haywood
18 november 2022
Boekfragmenten/Noordse mythologie/Religieuze geschiedenis/Vikingen

Huginn en Muninn zittende op de schouders van Odin. De illustratie komt uit een 18e-eeuws IJslands manuscript.


Bij Omniboek verschijnt mei 2017 het boek ‘Noormannen: de Vikingsaga 793-1241.‘ Hierin beschrijft John Haywood de rijke cultuur van de Vikingen in de volle breedte. Haywood volgt de weg van de Vikingen vanaf hun Noorse godenwereld in de achtste eeuw tot hun plek in het christelijke Europa in de dertiende eeuw. Op Historiek een fragment uit de inleiding over hoe de Vikingen aankeken tegen het ontstaan van de aarde en hun ‘doel’ op aarde.

Asgard. Het wereldbeeld van de Vikingen
Vee sterft, bloedverwanten sterven, uiteindelijk zul jij ook sterven,
Maar glorie sterft nooit voor de man die het behaalt.

De dwaas denkt dat hij eeuwig zal leven, Als hij wegblijft bij het gevecht;
Maar de oude dag garandeert hem geen wapenstilstand, Zelfs als de speren dat wel doen.
Hávamál
Odin hangt in de boom om zichzelf te offeren, zoals beschreven in
Hávamál.
Voor de meeste Scandinaviërs betekende het leven in het Vikingtijdperk hard werken op het land, een voortdurende onzekerheid, en een vroege dood rond hun dertigste of veertigste levensjaar. Voor hen die ervoor kozen om Viking te worden in de letterlijke zin van het woord, piraat of plunderaar, of die op reis gingen om handel te drijven of te koloniseren, kon het leven zelfs nog korter duren. Allemaal liepen ze het serieuze risico op zee te verdrinken wanneer hun fragiele schepen vergingen in een storm of aan splinters sloegen tegen een

rotsachtige kust. Handelaren liepen altijd het risico aangevallen te worden door piraten. En tegenover elke Vikingkrijger die naar huis terugkeerde met een zak zilver of voor zichzelf een boerderij in de wacht had gesleept op nieuw veroverd gebied, moet er minstens één andere hebben gestaan die aan mootjes werd gehakt op een slagveld of stierf aan een ziekte in een onhygiënisch winterkamp. Vikingen waren duidelijk bereid enorme risico’s te nemen teneinde land, rijkdom en roem te vergaren. Deze moedige en ondernemende maatschappij werd ondersteund door een wereldbeeld dat actief het mijden van risico’s ontmoedigde. De wereld waarin de heidense Scandinaviërs leefden, bestond niet
om een of ander doel te vervullen, en als het waar was dat de goden de mens hadden geschapen, dan was dat uitsluitend voor henzelf, zodat er iemand was die aan hen geofferd kon worden. Wilde een mensenleven enige betekenis hebben in deze wereld, dan moest men daar zelf voor zorgen, door iets te bereiken waarvoor men herinnerd zou worden.

De schepping van de wereld
Yggdrasil
Volgens de Scandinaviërs werd het middelpunt van het universum gevormd door een enorme, altijdgroene es die Yggdrasil heette. Zijn takken overdekten de hemel en verbonden de gescheiden werelden van de goden, ijsreuzen, vuurreuzen, elfen, dwergen, mensen en de onderwereld. Er is geen mythe die vertelt over de oorsprong van Yggdrasil of zijn uiteindelijke lot. Zijn bestaan werd als vanzelfsprekend aangenomen en misschien dacht men dat hij eeuwigdurend was.

Desondanks komt Yggdrasil helemaal niet voor in de Scandinavische scheppingsmythe, waarin de kosmos geboren wordt uit de interactie van wederzijds vijandige krachten. In het begin van de tijd waren er maar twee werelden: het vurige Muspelheim in het zuiden en het ijzige Niflheim in het noorden. Tussen de twee werelden bevond zich de gapende leegte van Ginnungagap.
Waar de hitte van Muspelheim het ijs van Niflheim ontmoette, begon het ijs te smelten en te druipen. De hitte versnelde het leven in de druppels en die namen de vorm aan van een reus, die de naam Ymir kreeg. Terwijl Ymir sliep, vormden zich uit het zweet onder zijn linker oksel een reus en een reuzin, en een van zijn benen werd de vader van een zoon op zijn andere been. Op deze manier werd Ymir de voorvader van een ras van ijsreuzen. Terwijl het ijs bleef smelten, kwam er een koe tevoorschijn. Deze koe heette Auðumla. Auðumla voedde zich door te likken aan het zoute ijs. De vier rivieren van melk die uit haar spenen vloeiden, voedden Ymir.
Door het likken van Auðumla kwam nog een reus tevoorschijn, die Búri heette. Búri was groot, sterk en knap. Hij werd de vader van een zoon die Borr heette. Er wordt geen moeder genoemd, maar zij was vermoedelijk een ijsreuzin, aangezien zij destijds de enige andere aanwezige wezens waren, afgezien van Auðumla. Borr nam Bestla, de dochter van de ijsreus Bölthorn, als zijn vrouw en samen kregen ze drie zonen: Odin, Vili en Vé, de eerste van de goden.
Odin en zijn broers vermoordden Ymir en gebruikten zijn dode lichaam om het land te maken, en zijn bloed om de oceaan te maken. Toen namen de goden Ymirs schedel en plaatsten deze boven de aarde om de lucht te maken. De goden vingen wat van de vonken en gesmolten sintels die van Muspelheim af waaiden en plaatsten deze in de lucht om de hemel en de aarde mee te verlichten. Toen zetten de goden de donkere reuzin Nótt (‘nacht’) en haar heldere en knappe zoon Dagr (‘dag’) in de lucht om elkaar elke vierentwintig uur rond de wereld te volgen. De goden namen de beeldschone broer en zus, Máni (‘maan’) en Sól (‘zon’) en plaatsten hen ook in de lucht. Aan de hand van hun bewegingen konden de dagen, maanden en jaren worden geteld.
De goden schiepen de wereld als een grote cirkel. Het deel langs de randen gaven de goden aan de reuzen als thuis. Dit was Jotunheim, waar de reuzen op wraak zonnen voor de dood van Ymir.
In het midden, omringd door de oceaan, gebruikten de goden Ymirs wenkbrauwen om een fort te bouwen tegen de vijandige reuzen. Dit noemden zij Midgard, of ‘Midden-Aarde’. Ten slotte namen de goden Ymirs hersenen en gooiden ze in de lucht om de wolken te maken. Hiermee voltooiden de goden hun recycling van Ymir.
Odin, Vili en Vé liepen langs de nieuw gevormde zeekust en vonden twee boomstammen. Hieruit schiepen de goden de eerste twee mensen.
De man noemden ze Ask (‘es’) en de vrouw Embla (‘iep’), en van hen stamde het menselijk ras af. De goden gaven Ask en Embla Midgard om te wonen.
Nadat ze mensen hadden geschapen, schiepen de goden hun eigen domein Asgard, een hemelse stad hoog boven Midgard. Ze bouwden de vurige regenboogbrug Bifröst om de twee domeinen te verbinden, zodat ze hiertussen heen en weer konden gaan.
De mythen geven geen aanwijzing hoeveel tijd er volgens de Vikingen zou zijn verstreken tussen deze gebeurtenissen en hun eigen tijd.
Zoals de meeste volken voor de tijd van het schrift, hadden de Vikingen geen officiële tijdsbepaling. Alle gebeurtenissen die plaatsgevonden hadden voor mensenheugenis, bestonden waarschijnlijk op een manier vergelijkbaar met de
Droomtijd van de Aboriginals.

Yggdrasil Asgard, thuis van de goden

Binnen de muren van Asgard zijn tientallen schitterende zalen en tempels waar de goden feestvieren en beraadslagen. Vanaf de troon in zijn met een zilveren dak bedekte zaal Valaskjálf overziet Odin de hele schepping, en stuurt hij zijn raven Huginn en Muninn elke dag eropuit om nieuws te vergaren over de wereld. Zoals elke Vikingleider heeft Odin zijn eigen gevolg van lijfwachten, einherjar, die exclusief worden gekozen uit de gelederen van de dapperste krijgers die gesneuveld zijn in de strijd. De einherjar vertoeven in Walhalla (‘zaal voor de gevallenen’), een enorme zaal met 540 deuren die elk zo breed zijn dat achthonderd krijgers er zij aan zij doorheen kunnen marcheren. Walhalla glanst van het goud, heeft speren als dakspanten en een dak gemaakt van schilden en
maliënkolders. Elke ochtend marcheren de einherjar Walhalla uit om de dag door te brengen met vechten.
Noormannen.
In de avond worden de gesneuvelden op miraculeuze wijze geheeld en keren ze allen terug naar Walhalla om daar de hele nacht te genieten van varkensvlees en mede. De einherjar worden bediend door de Walkuren (‘zij die de gevallenen uitkiezen’), beeldschone bovennatuurlijke vrouwen die een harnas dragen en
gewapend zijn met een schild en een speer. Op Odins bevel rijden de Walkuren snel door de lucht en dalen neer op slagvelden om te beslissen wie de winnaars zijn, de krijgers te kiezen die zullen sneuvelen en de dappersten van hen mee te voeren naar Walhalla. Daar worden ze verwelkomd met bekers mede en een
rumoerig gebonk op tafels door de einherjar. Vikingkrijgers wisten dat ze de gastvrijheid van hun heer moesten verdienen op het slagveld. De einherjar verdienden Odins gastvrijheid door voor hem te strijden in Ragnarok. Dit is een groot gevecht waarvan Odin weet dat het voorbestemd is om plaats te vinden aan het einde der tijden.
Hierin zullen de goden en hun onverzoenlijke vijanden, de reuzen, elkaar uitroeien met vuur en overstromingen en het hele universum vernietigen, waarna een nieuwe scheppingscyclus begint.
~ John Haywood

De drie belangrijkste goden van het Hindoeisme

Hindoeïsme

<10> Het is een van de oudste religies ter wereld, beoefend door meer dan 1.100 miljoen mensen op het Aziatische continent en andere delen van de wereld. In India, Pakistan, Nepal, Bangladesh en Maleisië zijn er velen die de voorschriften volgen en de drie belangrijkste goden van het hindoeïsme aanbidden.
In tegenstelling tot andere religies worden deze goden in het dagelijks leven aanbeden. Ze worden meer dan abstracte en verre wezens gezien als figuren die deel uitmaken van de dagelijkse realiteit. Er zijn tal van stromingen en scholen binnen het hindoeïsme.
Binnen het bonte hindoeïstische pantheon vallen niet alle goden in dezelfde categorie. Er zijn niet minder dan dertig miljoen goden, maar ze zijn niet allemaal even belangrijk en vereerd.
Dit zijn de drie belangrijkste goden van het hindoeïsme: Brahma, Vishnu en Shiva. Ze vormen de Trimurti (‘De drie vormen’ in het Sanskriet) en vertegenwoordigen respectievelijk de cycli van schepping, behoud en
vernietiging van het universum.
Brahma, de eerste van de drie Hindoe drie-eenheid, is de schepper van het heelal.
Hij wordt afgebeeld met vier hoofden die naar de vier windrichtingen kijken.
Meestal rijdt hij op een zwaan of zit op een heilige lotusbloem. Zijn vrouw Saraswati is de godin van de kunst en het onderwijs.
Brahma heeft vier handen, waarvan hij er altijd één zegenend opheft.

Vishnu
Vishnu is de beschermer van het heelal.
Hij wordt meestal afgebeeld op een adelaar of slapend op een reuzenslang.
Zijn vrouw is Laksmi, de godin van schoonheid en rijkdom.
Vishnu de instandhouder in het Hindoeïsme

Shiva
Shiva is de vernietiger van het kwaad in het heelal.
Hij heeft een drietand als symbool van de vernietiging.
Op zijn voorhoofd draagt hij het derde oog van de kennis.
Shiva rijdt op een grote stier, Nandi geheten.
De vrouw van Shiva is de godin Parvati. En rechterhand van Shiva.

Maori’s

De Maori’s zijn de inheemse bewoners van Aotearoa, zoals zij Nieuw-Zeeland noemen. Momenteel noemt 14% van de Nieuw-Zeelandse bevolking zich Maori. Hun bijzondere cultuur heeft een sterke stempel gedrukt op de huidige Nieuw-Zeelandse cultuur. Je ziet en hoort veel Maori-elementen terug in onder andere zang, dans, taal en plaatsnamen.

Pa en marae

Ongeveer duizend jaar geleden kwamen zij aan na een lange reis van de Haiwaiki-eilanden in de Grote Oceaan.
Door de eeuwen heen leefden vele Maori-stammen in pa’s (versterkte dorpen) waar zij zichzelf voorzagen van eten en drinken. In deze gemeenschappen genoten de stamleiders en priesters het meeste gezag. De stam werd vernoemd naar de voorvader van de stam, bijvoorbeeld Ngapuhi, dat afstammelingen van Puhi betekent.
Deze stam is tegenwoordig de grootste stam in Nieuw-Zeeland met meer dan 100.000 leden.
In het midden van alle pa’s stond een ‘marae’: een gemeenschapshuis met een grote open plaats. Maori’s geloven dat hierin hun voorouders verder leven en is de plek waar alle stamleden samenkomen en ceremonies houden. Wanneer er behoefte aan meer voedsel en land was, werden er andere stammen aangevallen. Dit ging er vaak heftig aan toe. Er werden wapens van steen, hout en been gebruikt en de verslagen vijand werd als slaaf ingelijfd en soms zelfs opgegeten.
Toen aan het einde van de 18e eeuw Nieuw-Zeeland werd gekoloniseerd, veranderde er veel voor de Maori’s.
Er werden grote stukken land afgepakt en hun cultuur werd ondergewaardeerd. Ook poogden zendelingen Maori’s te bekeren tot het Christendom.

Religie
De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor de traditionele Maori-cultuur gekomen. Deze opleving van deze cultuur wordt ook wel Maoritanga genoemd. De Maori-cultuur is rijk en gevarieerd. Hierin speelt voorouderverering een belangrijke rol evenals het geloof in goden. Deze goden vertegenwoordigen de hemel, zee, bergen en oorlog. Andere belangrijke zaken zijn het geloof in de levenskracht (mairu), de geest (wairua) en de spirituele kracht (mana).
Mythes spelen een belangrijke rol in de traditionele Maori-religie. Het ontstaan van de aarde zien ze zo: in het begin was er niets en dit niets noemen ze Te Kore. Na negen periodes van Te Kore kwam Te Ata, de zonsopgang. Uit de schoot van de duisternis ontstond Ranginui, de hemelvader, en Papatuamaku, Moeder Aarde.
Zij werden verenigd en kregen veel kinderen. Deze kinderen richtten
de wereld verder in.
Het ontstaan van Nieuw-Zeeland is ook een belangrijke legende binnen
de Maori-cultuur. Lang na de creatie van de wereld ging halfgod Maui
uit Hawaiki op zee vissen. Samen met andere bewoners van Hawaiki
voer hij in een kano een heel eind weg van zijn geboorte-eiland. Na een
tijdje varen pakte Maui zijn magische vishaak, bevestigde deze aan een
stuk touw en wierp deze in de oceaan. Hij ving een immense vis die hij versloeg met jade. De vis veranderde toen in het Noordereiland, dat door de Maori’s Te Ika a Maui wordt genoemd, oftewel ‘De vis van Maui’. Het Zuidereiland symboliseert de kano van Maui: Te Waka o Maui. Stewart Island vormde het anker van deze kano: Te Punga a Maui.
Vele jaren later, tussen 850 – 950, vertrok zeevaarder Kupe van Hawaiki
richting Nieuw-Zeeland. Toen hij het land zag hing er laaghangende
bewolking overheen. Hij noemde het nieuwe land ‘Aotearoa’, dat ‘het land van de lange witte wolk’ betekent.

Maoritanga
Vroeger was er binnen de Maori-stammen een duidelijke scheiding in klassen, maar tegenwoordig zijn Maori’s meer geïntegreerd in de Nieuw-Zeelandse samenleving en is er meer gelijkheid. Hoewel de traditionele Maoricultuur in Nieuw-Zeeland lange tijd nauwelijks werd erkend, is er nu sprake van een inhaalrace, de Maoritanga.
Veel Maori’s laten de cultuurspecifieke kenmerken, zoals gigantische tatoeages, met trots zien. Ook is er veel aandacht voor de oude mythes en legendes.
Door de eeuwen heen werden deze oraal doorgegeven omdat de Maori-cultuur geen schrift kende. Verhalen en tradities werden levend gehouden door middel van zang, dans, muziek en houtsnijwerken. Nu kennen Maori’s wel het schrift en worden de verhalen opgeschreven in verhalen en gedichten.
Vandaag de dag is het ‘Maori zijn’ een individuele keuze geworden. Mensen zijn niet meer genetisch Maori maar verklaren zichzelf Maori. Dit komt onder andere doordat de ‘volbloed Maori’ bijna niet meer bestaat door de inmenging van andere culturen. Of iemand Maori is hangt af waar die persoon zich het meest mee verbonden voelt. Net als in veel andere multiculturele landen identificeren veel Nieuw-Zeelanders zich met meer etnische groepen. Vanwege de grotere aandacht voor de Maori-cultuur, zijn er veel Maori-verenigingen opgericht, zoals
sportclubs en theatergroepen. Hierdoor ontstaat er een groeiend gemeenschapsgevoel en zeggen veel Maori’s hun ‘nqakau Maori’ weer te voelen, hun Maori-hart in hun voorouders, cultuur en land.

<11>

Asintmah, Athabaskan aarde en natuurgodin, en de
eerste vrouw die op aarde rondliep

 

 

 

 

Kishar, Akkadische godin die de aarde
vertegenwoordigt

 

 

 

 

 

 

 

 

Ninhursag,
Sumerische moedergodin
geassocieerd met de aarde en vruchtbaarheid

 

 

 

Cybele,
Frygische godin van de
vruchtbare aarde en wilde
dieren

 

 

 

 

 

 

Yer Tanrı, is de godin van de aarde
in de Turkse mythologie. Ook wel
bekend als Yer Ana.

 

Gaia, de godin van de aarde en haar personificatie. Ze is ook de
oorspronkelijke moedergodin.

 

 

 

 

 

Terra , oergodin die de
aarde personifieert.

 

 

 

 

 

Grieks-Romeins is oergodin Tellus,
net als Terra, personificatie van de
aarde

 

 

 

 

 

Papatuanuku, de aardmoeder Maori

 

 

 

 

 

 

 

Egyptische moedergodin Isis

 

 

 

 

de
godin
Amaunet

 

 

 

 

 

 

 <12>


<13>

Moeder Aarde en Maria Lichtmis
Door Martine op Antroposofie en het kind.

<14> Eind januari, in de diepe, stille winteraarde, gebeurt iets heel bijzonders…
De allerkleinste zaden ontkiemen en vinden hun weg naar de zon, tegen de zwaartekracht in. De aarde opent zich, is vruchtbaar. Midden in de winter.
De sneeuwklokjes bloeien al!
Na de stille, donkere (en dit jaar ook nog) sombere dagen van december en januari, verlangen we naar zon en licht. Maar de weg ernaartoe voelt zwaar, alsof we zelf ook tegen de stroom in moeten gaan. Ons hart maakt werkelijk een sprongetje als de zon schijnt, naar buiten! Het sterkt ons dat de dagen ook al merkbaar lengen.
Wat er met de natuur gebeurt, wordt ook innerlijk zichtbaar. De verwachting van de lente is voelbaar. We ontwaken langzaam. We stellen ons vruchtbaar open voor bewustwording en nieuw inzicht. Misschien is er zelfs al inspiratie en ontluikend enthousiasme!
Maria Lichtmis op 2 februari, is in de kerk de herdenking van het zuiveringsoffer dat Maria veertig dagen na de geboorte van Christus moest brengen. Daarmee is deze dag verbonden met Kerstmis, de geboorte van Jezus.
Op Maria Lichtmis worden kaarsen gezegend en een processie met brandende kaarsen gehouden, voor aanvang van de mis. De katholieke en protestante kerk benadrukken dat het geen Mariafeest is, maar dat het op deze dag over Christus zelf gaat. Het is de opdracht/presentatie van de Heer in de tempel.
Ik wil hierbij graag opmerken dat de vrouw in de christelijke traditie, een ondergeschikte rol heeft.
Van oorsprong is 2 februari een Keltisch feest met lente en vruchtbaarheid als centrale thema’s. Het nieuwe natuurjaar, de uitademing van de aarde begint weer. Hier start de groene vreugde van de aarde, elk jaar opnieuw!
In sprookjes wordt Moeder Aarde, de aardekracht en vruchtbaarheid, verbeeld door Vrouw Holle*. Zij is de verbinding tussen aarde en hemel. Zij verschijnt in verschillende gedaanten aan de mensen. Zij heerst over dieren en natuurwezens. Waar haar voet de aarde raakt, wordt de akker gezegend met vruchtbaarheid. Waar zij uitrust, bloeien de mooiste bloemen. Zij behoedt de nog ongeboren zielen en begeleidt de overledenen vlak na de dood.
Maria, de moeder van Jezus, is bij de christenen deze plaats gaan innemen. Maar de link met onze aarde heeft Maria niet. Je zou kunnen zeggen dat hierdoor de verbinding met Moeder Aarde uit onze westerse cultuur is verdwenen omdat deze nu eenmaal getekend is door de christelijke traditie.
Het behoeft geen betoog dat we de verbinding met de aarde kwijt zijn geraakt. We leven in een tijd waarbij we steeds verder van de natuur afstaan. We doen de aarde veel geweld aan. Dat heeft enorme gevolgen. Het klimaat verandert veel sneller dan we voor mogelijk hielden, de aarde raakt uitgeput, de noodklok wordt geluid.
Hier wordt op allerlei manieren aandacht voor gevraagd, vooral in negatieve zin. En we weten best dat er iets moet veranderen, maar echt verantwoordelijk voelen we ons niet. Laten we het eens op een andere manier proberen.
Voor werkelijke verandering is een diep besef nodig. Laten we dat wakker schudden door erop te vertrouwen dat het nog ergens rondwaart in ons celgeheugen!
Door ons in deze tijd van het jaar te verbinden met de ontluikende natuur, her-inneren we ons de grootsheid, de immense waarde van Moeder Aarde.
Moeder Aarde, Moeder Energie, Moeder Maria. Ze hebben overeenkomstige eigenschappen. Reinigend, licht, zuiver, vruchtbaar, scheppend.
Bewustwording door het leven te vieren is een relatief onbekende, maar ik nodig je er graag toe uit!
Laten we het laatste feest van de Kersttijd, Maria Lichtmis, verbinden met het eerste feest van Moeder Aarde.
Betekenisvol vieren**, vreugdevol en dankbaar. Daarmee brengen we hoe dan ook licht de wereld in, aansluitend op de gedachte van Maria Lichtmis! We kunnen er warmte en troost aan ontlenen en het bovenal samen delen!

Artikel uit het tijdschrift Happinezz
<15> Moeder Aarde wordt door de oude volken van de Andes Pachamama genoemd. Ze zien haar als de moeder aller moeders, en vinden het belangrijk om haar te bedanken voor de overvloed die ze ons schenkt. Hoe kunnen we onze kinderen dat respect meegeven?
Zes waardevolle lessen van Pachamama.
1. Lummelen hoort erbij
Pachamama is een moeder, een vrouw. Door je met haar te verbinden, versterk je je vrouwelijke energie. Waar mannelijke energie gaat over actie, gaat vrouwelijke energie over ontvankelijkheid en rust. Meer zijn dan doen. Luisteren naar de wijsheid van je lichaam, naar je intuïtie. Krachten die lange tijd onderdrukt zijn geweest. Hoog tijd voor een comeback, en dan in een mooie balans met gezonde mannelijke energie. Want het een kan niet zonder het ander.
Ook (en misschien juist wel) voor kinderen is deze balans belangrijk. Ruimte om een beetje te lummelen. Vervelen is goed – juist dan komen na een poosje de creatieve ideeën. Niet van buitenaf opgelegd, maar helemaal vanuit jezelf. Uitrusten en opladen kan bij uitstek in de natuur. Bijvoorbeeld door op blote voeten over het gras te slenteren. Of liggend op je rug te voelen: hoe gaat het eigenlijk met mij? Hoe voelt mijn lichaam? Welke plek vraagt om aandacht? Daar kun je dan in gedachten wat warmte of energie naartoe sturen. Of het gewoon even laten zijn.
2. Vind je natuurlijke ritme
Je verbinden met de natuur doe je door haar letterlijk op te zoeken: de zon, de regen, de wind voelen, de aarde onder je voeten. Hoe meer je buiten bent, hoe meer je het ritme van donker en licht en van de seizoenen ervaart. Net als de natuur hebben wij ook onze eigen ritmen. Op het ene moment voel je je energieker dan op het andere; dat persoonlijke ritme is voor iedereen anders. Je kunt van nature een vroege vogel of juist een nachtdiertje zijn. Hoe meer rekening je houdt met jouw voorkeuren, hoe lekkerder je in je vel zit.
De combinatie met werk, school en verschillende ritmen binnen een gezin kan een uitdaging zijn. Dat vraagt om creativiteit.
Misschien is de een beter in ontbijt maken, en heeft de ander meer puf om avondeten te koken. Slaapt de een beter iets langer uit, dan allemaal strak in hetzelfde regime moeten opstaan. De kunst is om samen de lekkerst lopende flow te vinden.
3. Vier de verschillen
Pachamama’s rijkdom is de rijkdom van veelsoortigheid. De ware aard van Moeder Aarde is veelkleurig, uitbundig, veelsoortig, overvloedig. Bekijk maar eens een klein stukje grond in een zomers park, hoe het dan wemelt van leven: gras, madeliefjes, krioelende beestjes; alles leeft en werkt samen.
De balans wordt verstoord als op één ding wordt gefocust, één stof, zonder rekening te houden met de omgeving en de natuurlijke variatie. Dan treedt uiteindelijk verarming op – Moeder Aarde doet niet aan monocultuur. Verschillende soorten planten, bomen, insecten, bacteriën, schimmels, zoogdieren, water, wind, zon, noem maar op: samen vormen ze een
ecosysteem. Onderling wisselen ze uit, ze reageren constant op elkaar, altijd om een gezonde balans te vinden.
In de film ‘The biggest little farm’, over een stel dat met vallen en opstaan een dor stuk grond weet om te vormen tot een groen paradijs, wordt dat mooi weergegeven. Alle dieren in het ecosysteem hebben hun eigen rol. Ook die coyote die je kippen opvreet, blijkt uiteindelijk zijn functie te hebben.
Zo is het ook met ons mensen. Als we maar één standpunt of maar één soort persoon goedkeuren, en alles wat daarvan afwijkt afwijzen, dan groeien we uiteindelijk niet. We ontwikkelen ons door uit te wisselen, naar elkaar te luisteren en samen te werken, ook als dat soms conflicten oplevert. Groei – als in: bewustzijnsontwikkeling – is onvermijdelijk. Het is onze natuur.
4. Wat heb je écht nodig?
Wie de natuur volgt, weet dat ze in steeds terugkerende cycli werkt: ontstaan, groei en bloei, afsterven, rust, en dan ontstaat weer iets nieuws. In onze maatschappij is één deel ervan, het groeien, uit proportie geraakt. Reclames maken ons wijs dat we meer, meer, meer nodig hebben. Pachamama is erbij gebaat als we voelen wanneer het genoeg is. Als we weten wanneer we genoeg spullen, voedsel en informatie hebben. En als we voelen dat we genoeg zijn. Een gezond gevoel van eigenwaarde is ook goed voor de aarde. Dan ben je minder geneigd om onzekerheid op te vullen met spullen kopen of andere vormen van consumptie.
‘Genoeg’ betekent voor iedereen iets anders. Het kan goed zijn om je spullen eens onder de loep te nemen. Gebruik je daadwerkelijk alles wat je hebt, of heb je eigenlijk te veel? Zo kun je met kinderen naar hun speelgoed kijken. Spelen ze nog met dat autootje of die puzzel, of zou een ander kind er blijer mee zijn? Misschien kun je ruilen of (uit)lenen. Er is genoeg.
5. Help jezelf helen
Moeder Aarde is heilig voor de Inca’s. En wij zijn allemaal een stukje van Pachamama, dus wij zijn ook heilig. Heilig betekent ‘heel’. We zijn in wezen heel – alleen voelen we dat niet altijd zo.
“Zorg dat je heelt van binnen,” zegt Claasje Kos, oprichter van spiritueel centrum Pacha Mama in het Friese Lekkum. In dit centrum draagt ze onder andere het gedachtegoed van het Inca-sjamanisme uit, via workshops en opleidingen wil ze
mensen weer bewust maken van het heilige van het leven.
Claasje: “Ga aan de slag met blokkades en angsten die je in jezelf tegenkomt. In ons leven lopen we allemaal trauma’s op. Al is het maar van je fiets vallen als kind, of ruzie met je schoonmoeder. Bij trauma heeft ook je energetische lichaam heling nodig. Anders leef je vanuit overlevingsmechanismen. En als jij voelt dat je heel bent, kun je ook naar buiten toe helen. Dan kun je de zachtheid, de liefde, het geduld, het respect naar buiten verspreiden. Je gaat gezond met je lijf om en bent ook daarin een voorbeeld.”
Daarvoor hebben we rust nodig. De hartslag van Pachamama gaat langzaam en wij leven vaak snel. Wil je ‘heilzamer’ leven, ga dan langzamer. Neem de tijd voor reflectie, om je leven en je keuzes te overdenken. Neem tijd om te voelen wat er
gebeurt. Valt een kind van de fiets, poets die ervaring dan niet zo snel mogelijk weg. Besteed er even oprechte aandacht aan: wat gebeurde er, hoe voelt je lichaam, wat heb je nodig?
6. Luister naar je hart
“Je pad ontvouwt zich vanzelf als je van binnen heelt,” zegt Claasje. “Dan voel je wat je wilt doen in de wereld.” In wezen is‘jezelf zijn’ genoeg. Daarom is het goed om ook te luisteren naar je eigen natuur. Dat te doen waar jij helemaal vanuit jezelf passie en enthousiasme voor voelt, wat je natuurlijk af gaat. Weet je dat even niet meer, neem dan de tijd om naar je hart te luisteren. Dat kun je letterlijk doen door je rechterhand op je hart te leggen en je ademhaling bewust langzamer te maken.
Word je bewust van alles waar je dankbaar voor bent, waar je een warme herinnering aan hebt. Waar word je blij van? Wat heb je vanuit jezelf in overvloed te delen, te geven? Als je happy en in balans bent, heb je ook iets terug te geven.
Dat geldt ook voor kinderen. Net als ieder dier en elke plant zijn wij mensen allemaal deel van het grotere ecosysteem. Elk deeltje heeft een eigen rol en functie in het geheel. Je hoeft niet alles te kunnen of te weten. Een mol hoeft niet te kunnen klimmen, een zonnebloem hoeft alleen maar zonnebloem te zijn. Natuurlijk is het goed om nieuwe dingen te leren, ook dingen die je misschien niet zo liggen, maar je talenten zijn er al. Die hoeven alleen maar de ruimte te krijgen. Als dat gebeurt, kunnen we allemaal bijdragen aan de gezondheid van de wereld.

.

Maria-Lichtmis:     alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Algemene menskunde: alle artikelen

Opvoedingsvragen: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle artikelen

.

3498-3286

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Rekenraadsel

.

Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.

Waar moet je in dit getal  9 8 7 6 5 4 3 2 1  één plusteken en drie mintekens zetten om 333 als uitkomst te krijgen?

Oplossing:

Met een beetje proberen ‘ergens’ de tekens te zetten, kom je erachter dat het om de getallen 987 en 654 en 321 moet gaan. Dan zie je al snel dat je de eerste twee moet aftrekken: uitkomst: 333. Dat moet ook de uitkomst zijn, maar 321 moet er nog in verwerkt worden. We hebben nog 2 mintekens en één plusteken. 1 erbij kan niet. 2 erbij kan ook niet, dus 3 erbij = 336; 2 eraf, 1 eraf = 333

987 – 654 + 3 – 2 – 1

Alle rekenraadsels

Alle taalraadsels

Alle breinbrekers

Alle ‘gewone’ raadsels

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 31 juli 1920

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.

In deze vergadering gaat het voornamelijk over hoe om te gaan met een collega die niet voldoet. Tijdens de discussie hierover komen nog andere vragen op: wie worden er eigenlijk toegelaten tot de vergadering.

Deze vergadering is een soort vervolg op die van een dag eerder, 30 juli 1920, over de ‘Wereldschoolvereniging. Die is er niet gekomen. 
Volledigheidshalve heb ik het toch vertaald.

RUDOLF STEINER

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924

Erster Band Das erste und zweite Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1 Het eerste en tweede schooljaar

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

GA 300A

Vergadering van vrijdag 31 juli 1920, 17.30u

Blz. 201

Dr. Steiner: Was ist vorzubringen? Wer wünscht das Wort?

Wat moet er aan de orde komen? Wie wil het woord?

X.: Ich wollte die Verteilung des Sprachunterrichts vorbringen.

X.: Ik wilde het hebben over de verdeling van het taalonderwijs.
[Uit de context blijkt het om niet-Duitse talen te gaan]

Dr. Steiner: Es würde sich im wesentlichen darum handeln, daß der
Sprachunterricht mit den Klassen weiterläuft, daß die bisherigen Lehrer auch in den folgenden Klassen den Sprachunterricht haben.
Nur würde etwas neu hinzukommen durch die 1. Klasse. Wie viele
Klassenlehrer haben den Sprachunterricht in ihrer Klasse selbst gegeben? Fräulein Lang und Frau Koegel beide Sprachen; Geyer, Fräulein Dr. v. Heydebrand, Fräulein v. Mirbach und Kolisko eine Sprache. Im nächsten Jahre wird Fräulein Uhland in ihrer 1. Klasse beide Sprachen übernehmen, vielleicht auch Killian in der seinigen.
Im Lateinischen übernimmt Dr. Schubert die Anfänger in der 4., Geyer die 5. und 6. Klasse.
Es wird sich erst zeigen, wie viele Lateiner sich melden. Die Begeisterung ist nicht groß.
Im freien Religionsunterricht würde Hahn die 1.—3. Klasse als eine
Gruppe zusammennehmen, und ebenso als eine Gruppe die 7. bis
9. Klasse. Dann brauchen wir für die 4., 5., 6. jemanden. Was tut man
da?

Dat zou in principe betekenen dat het taalonderwijs doorgaat met de bestaande klassen, en dat de huidige leerkrachten ook in de volgende klassen taalonderwijs geven.
Door de 1e klas komt er iets nieuws bij. Hoeveel leerkrachten hebben in hun eigen klas taalonderwijs gegeven? Juffrouw Lang en mevrouw Koegel gaven beide talen; Geyer, juffrouw Dr. von Heydebrand, juffrouw von Mirbach en Kolisko gaven één taal. Volgend jaar neemt juffrouw Uhland beide talen over in haar klas 1, en misschien doet Killian hetzelfde in de zijne.
In Latijn neemt Dr. Schubert de beginners in klas 4 over, Geyer de klassen 5 en 6.
Het valt nog te bezien hoeveel leerlingen zich voor Latijn zullen inschrijven. Het enthousiasme is niet groot.
In de keuzevakken godsdienst zou Hahn lesgeven aan de eerste tot en met de derde klas. We zouden de klas samen als groep kunnen volgen, en ook de zevende tot en met de negende klas als groep. En dan hebben we nog iemand nodig voor de vierde, vijfde en zesde klas. Wat doen we daar?

Ja, wie wäre es, wenn wir Herrn Uehli dazu einladen würden? Es wäre eine Lösung. Nicht wahr, er hat nicht viel Zeit, aber zwei Stunden in der Woche, das würde vielleicht gehen. Ich würde also Herrn Uehli in Aussicht nehmen für die Gruppe der 4.-6 . Klasse.
Wenn sonst nichts zu besprechen wäre, würde ich etwas vorbringen, was von einigen gewünscht wurde, die Frage des Weltschulvereins.

Ja, wat dacht u ervan om meneer Uehli uit te nodigen? Dat zou een oplossing zijn. Hij heeft niet veel tijd, maar twee uur per week zou misschien wel lukken. Dus ik zou meneer Uehli willen voorstellen voor de groep van klas 4 t/m 6.
Als er verder niets te bespreken valt, zou ik iets aankaarten wat sommigen hebben gevraagd: de kwestie van de Wereldschoolvereniging.

X.: Wir meinten, man sollte unmittelbar herantreten an die Gründung des
Weltschulvereins, der Geld sammeln soll, sei es für Schulen, sei es für das
Goetheanum. Der Waldorfschulverein sollte dann Mitglied des Weltschulvereins werden.

X: Wij denken direct te beginnen met het oprichten van de Wereldschoolvereniging, die geld moet inzamelen, hetzij voor scholen, hetzij voor het Goetheanum. De Waldorf schoolvereniging zou dan lid moeten worden van de Wereldschoolvereniging.

Dr. Steiner: Wie stellen Sie sich das vor, daß diese Gelder zentralisiert und von einer Stelle verwaltet würden? Wir können doch nicht das, was gestern abend nach dem Vortrag gefordert wurde, zentralisieren. Das wird für die Waldorfschule gesammelt. Es sollte das, was für die Waldorfschule gesammelt wird, nicht in den Hintergrund treten. Sollen wir eine Versammlung einberufen und sagen, außer dem, was wir gestern gemacht haben, machen wir auch das dazu?
Es wird ausgiebig über den Verlauf des gestrigen Abends gesprochen.

Hoe ziet u het voor zich dat deze fondsen gecentraliseerd en beheerd worden door één instantie? We kunnen niet centraliseren wat gisteravond na de lezing werd geëist. Dat geld wordt ingezameld voor de Waldorfschool. Wat er voor de Waldorfschool wordt ingezameld, mag niet ondersneeuwen. Moeten we een vergadering beleggen en zeggen: laten we naast wat we gisteren hebben gedaan, ook dit doen?
Er wordt uitgebreid gediscussieerd over de gebeurtenissen van gisteravond.

Blz. 202

X.: Was gestern getan wurde, bezieht sich auf die Sammlung für die Waldorfschule speziell. Und was von Seiten eines Weltschulvereins getan werden könnte, bezieht sich darauf, Geld zu bekommen für alle Unternehmungen, so daß eine Konkurrenz zwischen diesen verschiedenen Sammlungen, die von verschiedenen Stellen unternommen werden, nicht mehr vorhanden wäre.

X.: Wat er gisteren is gebeurd, heeft specifiek betrekking op de inzamelingsactie voor de Waldorfschool. Een Wereldschoolvereniging zou fondsen kunnen werven voor alle initiatieven, zodat er geen concurrentie meer bestaat tussen de verschillende inzamelingsacties van de diverse organisaties.

Dr. Steiner: In einem gewissen Sinn ist sie vorhanden. Wir können warten, bis diese Sache, die gestern ventiliert worden ist, verwirklicht ist, dann können wir daran denken, einen Weltschulverein zu gründen. Wenn also klar vorliegt, was für den Waldorfschulverein herauskommt, dann erst würde man mit der Gründung des Weltschulvereins an die Menschen herantreten. Fortwährend probieren können wir nicht. Denn durch das, was gestern geschah, ist der Plan

des Weltschulvereins durchkreuzt worden. Ich sage gar nicht, daß das schade ist. Aber man kann nicht zwei solche Dinge nebeneinander machen.

In zekere zin bestaat die concurrentie nog wel. We kunnen wachten tot de kwestie die gisteren is besproken, is opgelost. Dan kunnen we de oprichting van een Wereldschoolvereniging overwegen. Pas als duidelijk is wat de uitkomst is voor de Waldorfschoolvereniging, kunnen we mensen benaderen over de oprichting van de Wereldschoolvereniging. We kunnen niet blijven proberen. Want wat er gisteren is gebeurd, heeft het plan voor de Wereldschoolvereniging gedwarsboomd. Ik zeg niet dat dat jammer is. Maar je kunt niet twee van zulke dingen tegelijk doen.

X.: Könnte der Weltschulverein nicht von Dornach aus gegründet werden?

X.: Zou de Wereldschoolvereniging niet vanuit Dornach opgericht kunnen worden?

Dr. Steiner: Das brauchen wir hier nicht zu beschließen. Das würde dem nicht hinderlich sein, daß hier für die Waldorfschule gesammelt wird. Dann würde es unsere Aufgabe sein, uns dahinterzustellen, wenn es von Dornach ausgeht.

Dat hoeven we hier niet te beslissen. Dat zou de inzamelingsactie voor de Waldorfschool niet in de weg staan. Dan is het onze taak om het te ondersteunen als het uit Dornach afkomstig is.

X.: Der Eurythmeumsplan dürfte nicht zurückgestellt werden; der darf nicht
erledigt sein.

X.: Het plan voor een euritmeum mag niet worden uitgesteld; het mag niet als “afgerond” worden beschouwd.

Dr. Steiner: Der ist wohl erledigt durch die ganze Stimmung, die geschaffen ist. Schließlich war schon das furchtbar lächerlich, daß ich mich dagegen wehren mußte und die Sache in einer durchaus nicht genügenden Weise korrigieren mußte. Aber nun, so etwas ist geschehen. Man muß nur jetzt die Konsequenzen ziehen! Dummheiten, die man macht, sind dazu da, daß man sie verbessert: Eine große Sache darf dadurch nicht leiden. Das einzelne erscheint dadurch als der Ausdruck einer Korporation.

Dat is het waarschijnlijk wel, gezien de hele sfeer die is ontstaan. Het was immers vreselijk belachelijk dat ik me ertegen moest verdedigen en de zaak op een volstrekt ontoereikende manier moest rechtzetten. Maar nu is er zoiets gebeurd. We moeten nu de consequenties onder ogen zien! Fouten zijn er om gecorrigeerd te worden: een grootse zaak mag er niet onder lijden. Het individuele incident lijkt een uiting van een bedrijfsstructuur.

X.: Herr Doktor, Sie hatten doch die Aufgabe gestellt, über den Namen der
Schule nachzudenken. Da mußte man doch annehmen, daß die Angelegenheit
des Weltschulvereins unsere Sache sein sollte.

X.: Dokter, u gaf ons de opdracht om na te denken over de naam van de school. Men mocht er toch van uitgaan dat de Wereldschoolvereniging tot onze verantwoordelijkheid behoorde?

Dr. Steiner: Ich habe gesagt, der Name müßte das staatslose enthalten. — Nicht wahr, ich habe dazumal gemeint, daß die Schwierigkeiten, die darin bestehen, daß Leute von auswärts ihre Schulen da oder dort haben wollen, wenn sie nicht nach Stuttgart herkommen können, daß diese Schwierigkeiten umgangen werden könnten, wenn man in großem Stile einen Weltschulverein begründen wollte,

Ik zei dat de naam het woord “staatloos” moest bevatten. — Klopt dat? Ik dacht destijds dat de problemen die ontstaan ​​doordat mensen van elders hun scholen hier of daar willen vestigen, als ze niet naar Stuttgart kunnen komen, omzeild konden worden als men een wereldwijde schoolvereniging op grote schaal zou willen oprichten,

Blz. 203

der die Aufgabe hätte, solche Schulen überall zu gründen. Da sagte ich, daß man damit anfängt, die Waldorfschule auch in bezug auf die Mittel, die sie braucht, zu unterstützen. Es war das aber nicht so gemeint, daß wir uns damit beschäftigen wollten. Es würde aktuell geworden sein, wenn man die Sache so wollte. Das ist durchaus der Fall. Real können wir es jetzt nur aufschieben, bis der gestern gemachte Appell seine Wirkung getan hat. Wir können jetzt nicht von hier aus uns hinstellen und sagen: Nun ja, wir haben gesagt, daß 256 000 Mark für die Waldorfschule gesammelt werden. Heute stehen wir wieder da, nur geben wir dem Kinde einen anderen Namen. Jetzt sammeln wir für den Weltschulverein.

die de opdracht zou krijgen om overal zulke scholen op te richten. Toen zei ik dat we moesten beginnen met het ondersteunen van de Waldorfschool, ook wat betreft de benodigde middelen. Maar dat was niet bedoeld alsof wij ons daarmee moeten bezighouden. Het zou aan de orde zijn geweest als we het op die manier hadden willen aanpakken. Dat is zeker het zo. Realistisch gezien kunnen we het nu alleen maar uitstellen totdat de oproep van gisteren effect heeft gehad. We kunnen hier niet zomaar staan ​​en zeggen: We hadden gezegd dat er 256.000 mark zou worden ingezameld voor de Waldorfschool. Vandaag zijn we terug bij af, alleen geven we het een andere naam. Nu zamelen we geld in voor de Wereldschoolvereniging.

X.: So war es nicht gemeint. Von mir aus war es so gemeint, daß wir uns
hinter diese Absicht stellen wollen, daß ein solcher Weltschulverein zustande
kommen sollte.

X.: Dat bedoelde ik niet. Vanuit mijn perspectief bedoelde ik dat we dit initiatief willen steunen, dat zo’n Wereldschoolvereniging tot stand komt.

Dr. Steiner: Was hat das für eine reale Bedeutung? Wenn Sie gestern
in Ihrer Rede zu dem, wie die Schule sich bewährt hat, und daß wir
gewillt sind, nun jetzt wieder eine Sammlung einzurichten, hinzugesagt hätten, daß wir den Weltschulverein gründen wollen, dann wäre er jetzt auf der Tagesordnung. Wir können hier nicht den Weltschulverein gründen. Es ist nicht meine Meinung gewesen, daß hier das Kollegium den Weltschulverein begründet. Es kommt keinen Schritt weiter, wenn wir es noch so stramm beschließen.

Wat is de werkelijke betekenis daarvan? Als u gisteren in uw toespraak over hoe de school zich heeft bewezen en dat we nu bereid zijn een nieuwe fondsenwervingscampagne op te zetten, had vermeld dat we van plan zijn de Wereldschoolvereniging op te richten, dan zou dat nu op de agenda staan. We kunnen deze hier niet oprichten. Het was niet mijn bedoeling dat lerarencollege hier de Wereldschoolvereniging zou oprichten. Dat schiet niets op, hoe vastberaden we het ook proberen.

X.: Ich hatte es so verstanden, daß wir Herrn Doktor bitten wollten, uns
einige weitere Winke zu geben.

X.: Ik begreep dat we de doktor om wat meer advies wilden vragen.

Dr. Steiner: Es scheint manches verfrüht. Es scheint wohl verfrüht,
irgend etwas über die Arbeit eines solchen Vereins zu sagen. Er ist
jetzt nicht aktuell. Nicht wahr, er wäre das Instrument gewesen,
wenn wir uns wirklich ganz stramm auf den Standpunkt gestellt
hätten: Wir führen die Schule nicht weiter, wenn wir nicht der Welt
begreiflich machen können, daß sie Opfer bringen muß für die Sache.
So war zunächst die Erklärung, die wir abgeben wollten. Das Bild hat
sich verschoben, vor allen Dingen dadurch, daß die lächerlich kleine
Summe dessen, was wir brauchen, herausgekommen ist. Sie ist eine
Illusion, weil das zweieinhalbfach überschritten wird. Aber nun,
nicht wahr, diese Summe wird sicher aufgebracht, das steht fest.
Dann ist der nächste Zweck erreicht.

Dat lijkt in sommige opzichten voorbarig. Het lijkt zeker voorbarig om iets te zeggen over het werk van zo’n vereniging. Dat is nu niet relevant. Het zou het instrument zijn geweest, nietwaar, als we echt een vastberaden standpunt hadden ingenomen: We zetten de school niet voort tenzij we de wereld ervan kunnen overtuigen dat er offers gebracht moeten worden voor de zaak. Dat was aanvankelijk de uitleg die we wilden geven. Het beeld is veranderd, vooral omdat het belachelijk kleine bedrag dat we nodig hebben, naar voren is gekomen. Het is een illusie, want het zal met een factor van tweeënhalf worden overschreden. Maar dit bedrag zeker zal worden opgehaald, dat is zeker.
Dan zal het volgende doel bereikt zijn.

X.: Ob man Zeitungsberichte in norwegischen und holländischen Zeitungen
bringen solle. Ob das etwas helfen würde?

X.: Moeten we artikelen publiceren in Noorse en Nederlandse kranten? Zou dat helpen?

Dr. Steiner: Wenn es jemand tut, gewiß. Alle diese Dinge sind gut,

Als iemand het doet, zeker. Al die dingen zijn goed,

Blz. 204

wenn sie getan werden, sehr gut sogar. Das braucht man nicht zu beschließen, das kann jemand tun.
Ja, dann hätten wir unsere Fragen jetzt wohl erledigt, wenn nicht etwas aus dem Kollegium herauskommt. Es tut mir sehr leid, daß allerlei zum Vorschein gekommen ist, was vielleicht nicht gerade harmonisch untereinander war.
Ich habe nur sagen wollen, daß es mir leid tut, daß es nicht besser geschlossen hat. Jetzt werden wir nicht mehr zusammenkommen.
Ich möchte allen eine recht gute Zeit und eine auch für das nächste Jahr fruchtbare Zeit wünschen. Für manche wird es eine harte Arbeitszeit, wenn irgendwie das in Betracht kommt, was wir besprochen haben. Es ist nicht die Möglichkeit, daß ich jetzt eine längere Rede halte. Wir wollen frisch und kräftig das nächste Mal die Schule beginnen.

als ze gedaan worden, prima zelfs. Dat hoeft niet besloten te worden; iemand kan het doen.
Ja, dan zijn onze vragen nu beantwoord, tenzij er iets van het college naar voren komt. Het spijt me zeer dat er verschillende zaken aan het licht zijn gekomen die misschien niet helemaal harmonieus tussen ons waren. Ik wilde alleen maar zeggen dat het me spijt dat het niet beter is afgelopen. We zullen elkaar nu niet meer zien.
Ik wens iedereen een fijne tijd en een vruchtbaar jaar toe. Voor sommigen zal het een zware periode worden als iets van wat we besproken hebben werkelijkheid wordt. Ik kan nu geen lange toespraak houden. We willen het volgende schooljaar fris en vol energie beginnen.

.

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3497-3285

.

.

.

 

 

 

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis – Mohammed (4-1-1)

.

Hendrik Jan Bakker, mei 1920

.

.

AL SIERA

DE BIOGRAFIE VAN DE PROFEET MOHAMMED

Bewerkt ten behoeve van het hoofd- of godsdienstonderwijs in de zesde klas
van de vrijeschool (Nederland) of steinerschool (België)

Ik stierf als een steen en als plant ontsproot ik.
Ik stierf als plant en keerde weer als dier.
Ik stierf als dier en werd een mensen-ik.
Wees niet bevreesd, de dood heeft mij niet tekort gedaan.

Als mens tilde hij mij van de aarde
Opdat ik engelvleugels dragen mocht.
Ook als engel ben ik niet onsterfelijk
Want eeuwig is slechts het aangezicht van God.

Mijn vleugelslag verheft mij boven engelsferen,
Tot onmeetbaar hoge hoogten.
Dan roept het niets mij, want in mij klinkt als harpmuziek
De roep om wederkeer tot Hem.

Mathnawi, boek III, vers XVII
Vrij vertaald naar Jalaleddin Rumi: Ich bin Wind und du bist Feuer, in de vertaling van Annemarie Schimmel, uitgeverij Hugendubel, 2003

Lieve kinderen, ik ga jullie het verhaal van Mohammed ibn [1] Abd Allah ibn Abd al-Moettalib, profeet van de islam, vertellen.

Toen Abd Allah, de laatste zoon van Abd al-Moettalib, de puberteit had bereikt, besloot zijn vader hem met Amina, dochter van Wahhaab ibn Abd Manaaf, te laten trouwen. Zij gingen beiden naar Wahhaab om hem om de hand van zijn dochter te vragen. Onderweg kwamen zij een vrouw van de Banoe Asad tegen, die, toen zij zijn gezicht zag, bleef staan en tegen hem zei: “Waar ga je heen,
Abd Allah?”
Hij wees op zijn vader die voor hem liep en zei: “Ik ga met mijn vader mee.”
Zij zei: “Ik zou je evenveel kamelen geven als er voor je werden geofferd om je te redden [2] wanneer je mij nu onmiddellijk neemt.”
Hij zei: “Ik begeleid mijn vader, ik moet met hem mee.”

Zij kwamen bij Wahhaab, aan wie Ab al-Moettalib om de hand van zijn dochter Amina vroeg voor zijn zoon Abd Allah. Wahhaab stemde toe en Abd Allah ging bij Amina binnen en hij bekende haar nog dezelfde nacht. Zij werd zwanger van Mohammed.
Toen hij de volgende ochtend onderweg was naar huis, kwam Abd Allah de vrouw van de Banoe Asad opnieuw tegen, die zich de vorige dag aan hem had aangeboden. Deze keer deed ze niets en keerde hem de rug toe. Hij zei tegen haar: “Waarom bied je me vandaag niet aan wat je me gisteravond hebt aangeboden?”
Zij antwoordde hem: “Het licht dat jij gisteren uitstraalde is verdwenen. Vandaag verlang ik niet meer naar jou.”

Iets later vertrok Aballah naar het land van Sjaam [3] om daar handel te drijven. Op de terugreis ging hij langs bij zijn ooms van moederskant, de Banoe an-Nadjjaar in Jathrib [4]. Hij werd ziek en stierf voordat zijn vrouw was bevallen. Aan het kind dat geboren moest worden, liet hij niet veel na.
Amina liet Abd al-Moettalib, de grootvader van de pasgeborene, weten: “Er is een jongen geboren, kom hem zien.”
Abd al-Moettalib ging naar haar toe, nam zijn kleinzoon en droeg hem in zijn armen naar de Ka’aba. [5] Hij dankte God dat Hij hem dit geschenk had gegeven en bad Hem zijn kleinzoon welstand en welvaart te geven. Toen bracht hij het kind naar zijn moeder en ging, zoals de gewoonte was, op zoek naar een voedster. Hij offerde een bok en noemde de pasgeborene

1 Ibn = zoon van
2 Abd al-Moettalib had ooit beloofd de jonge Abd Allah te offeren, maar in plaats daarvan liet een waarzegger hem veertig kamelen offeren
3 Syrië
4 De stad werd later Medina genoemd
5 Het centrale heiligdom in Mekka

Mohammed [6]. De mensen verbaasden zich hierover: “Waarom heb je hem niet de naam van je voorouders gegeven?”
Abd al-Moettalib antwoordde: “Ik wil hem zowel door God in de hemel als door de mensen op aarde geprezen zien.” […]

Tegelijk met ander vrouwen van haar stam had Haliema haar stamgebied verlaten om in Mekka zuigelingen te zoeken en te zogen [.7]
Het was een onvruchtbaar jaar geweest en ze hadden niets meer.
Haliema zat op een zieltogende ezelin, ze werd begeleid door haar man en droeg haar pasgeboren zoon. Zij sleepten een kameel achter zich aan die geen druppel melk meer gaf. Het kind dat niet door zijn moeders borst werd gevoed, kwijnde weg en krijste zo dat het zijn ouders uit de slaap hield. Zij hoopten dat hun redding uit Mekka zou komen.

Toen de groep daar aankwam, werd Mohammed ibn Abd Allah aan de vrouwen getoond. Maar toen ze hoorden dat hij een wees was, weigerde de een na de ander hem te nemen. Zij wilden geen wezen, want ze dachten dat alleen vaders hen gul zouden belonen.
Alle vrouwen vonden pasgeborenen om te voeden, behalve Haliema. Toen de groep zich gereedmaakte voor het vertrek zei zij tegen haar man: “Bij God, ik wil niet naar huis zonder een zuigeling mee te nemen. Dan zou ik de enige zonder mijn vriendinnen zijn. Nee, dan neem ik nog liever deze wees!”
Haar man zei tegen haar: “Ja, doe dat maar. Misschien wil God dat dit kind ons geluk brengt.”
Haliema ging naar Amina bint [8] Wahhaab en kwam met de kleine Mohammed bij haar vandaan.
Terug bij haar man ging zij zitten, nam het kind op schoot en gaf het de borst. En haar borst bleek over te vloeien van melk en Mohammed dronk tot hij verzadigd was. Daarop haastte zij zich om haar eigen zoon, die Mohammeds zoogbroeder was geworden, de borst te geven. En haar zoon dronk tot hij genoeg had. Daarna gingen de twee zuigelingen vredig slapen.
De man van Haliema ging naar hun kameelmerrie en zag dat haar uiers barstensvol melk waren.
Hij begon haar direct te melken en dronk met zijn vrouw tot ze genoeg hadden. Het was lang geleden dat zij zo verzadigd waren geweest. De volgende dag zei hij tegen Haliema: “Bij God, Haliema, je hebt een gezegend wezen genomen. Zie alle weldaden die wij gekend hebben sinds hij bij ons is!”
“Bij God, ik hoop het!”
Met Mohammed ibn Abd Allah in haar armen besteeg ze haar ezelin. Het dier vertrok zo vlug dat het alle dieren van haar gezellinnen voorbijliep. Toen zij haar hadden ingehaald, zeiden ze tegen haar: “Dit is toch niet dezelfde ezelin als waarmee je naar Mekka bent gekomen?”
“Bij God, het is wel dezelfde.”

6 Mohammed: de geprezene, de prijzenswaardige
7 Het was de gewoonde dat zuigelingen uit Mekka de eerste twee jaren aan bedoeïenenvrouwen werden meegegeven, omdat men het stadsklimaat ongezond vond.
8 Bint(i) = dochter van

“Bij God, daar steekt een mysterie achter.”
Haliema en haar man gingen naar huis en zagen dat hun grond, die eerder de onvruchtbaarste van het land was geweest, hen voortaan in staat stelde hun dieren te voeden. Zij hadden genoeg melk voor zichzelf en Haliema kon zowel Mohammed voeden als haar eigen zoon. Sindsdien plachten de mensen tegen hun herders te zeggen: “Gaan jullie je schapen maar weiden waar Haliema de hare weidt.”
Haliema en haar man hielden niet op God te prijzen en Hem te danken voor de weldaden die Hij hun bewees.

Twee jaren gingen voorbij, waarna Mohammed werd gespeend. Volgens het gebruik moest hij nu aan zijn moeder worden teruggegeven. Haliema en haar man brachten hem terug naar Mekka, maar drongen er bij Amina bint Wahhaab op aan hem nog een tijdje te mogen houden. Haliema zei tegen haar: “Waarom laat je hem niet bij mij tot hij sterker wordt? Ik ben bang dat de lucht van
Mekka hem geen goed zal doen.” [9]

Niet lang daarna speelde Mohammed met zijn vriendjes in een ravijn. Plotseling stonden er drie mannen in witte kleding naast hem. Een van hem pakte hem beet, spleet zijn borst open en haalde zijn hart eruit. Uit het hart haalde hij iets zwarts. Toen waste hij het met sneeuw. Daarna plaatste hij het hart weer in Mohammeds borst. Zijn vriendjes waren intussen in paniek naar Haliema
gerend. Haliema kwam aangesneld en trof Mohammed bewusteloos aan. Toen ze hem omhelsde, kwam hij bij. Behalve dat hij bleek zag, was er niets aan hem te zien. De drie mannen waren door God gezonden engelen.

Haliema vertrouwde het niet meer en bracht Mohammed terug naar zijn moeder. Die nam hem mee naar haar ouders in Jathrib, waar zij stierf.

Ontmoeting met een kluizenaar

Nu had de kleine Mohammed ook geen moeder meer en werd hij opgevoed door zijn grootvader Abd al-Moettalib. Die woonde in Mekka dicht bij de Ka’ba, waar hij vaak te vinden was op een mat met zijn kleinzoon naast zich. Toen Mohammed acht jaar oud was, stierf ook zijn grootvader en werd hij in huis genomen door zijn oom Aboe Talib. Aboe Talib was arm en had niet altijd genoeg eten om zijn eigen kinderen en Mohammed te voeden.
Toen Mohammed twaalf jaar oud was, vergezelde hij zijn oom op een handelsreis naar Boesra in het zuiden van Syrië.
Vlak bij die stad woonde een kluizenaar, Bahiera. Veel handelskaravanen kampeerden voor zijn deur, maar Bahiera keurde hen nooit een blik waardig. Maar toen de karavaan met Mohammed langs kwam, nodigde hij hen uit voor een maaltijd. Iedereen moest komen, zei hij.

9 Hussein pp.177-180

Aboe Talib liet Mohammed achter om op de kamelen te letten, maar de kluizenaar hield aan dat echt iedereen moest komen, ook de jongen die de kamelen hoedde. Tijdens de maaltijd observeerde Bahiera de jongen en hij vroeg Aboe Talib over hem te vertellen. Na de maaltijd nam Bahiera Mohammed apart en vroeg hem wat hij zoal droomde en hoe hij zich voelde. Toen bekeek hij zijn
rug en herkende tussen zijn schouders het zegel van de profeten. Hij drukte Aboe Talib op het hart goed voor de jongen te zorgen en op zijn hoede te zijn voor mensen die Mohammed kwaad wilden doen.

Huwelijk

Toen Mohammed was opgegroeid, stelde Aboe Talib hem voor in dienst te treden van Chadiedja bint Choewailid, een rijke koopmansvrouw die gescheiden was van haar man en jonge mannen in dienst nam om haar karavanen te begeleiden. Dat deed Mohammed en Chadiedja zond hem met een karavaan naar Syrië. Ze stuurde een jongen met hem mee. Toen ze terugkwamen, vroeg ze de
jongen hoe Mohammed had gehandeld. Hij was vol lof en vertelde Chadiedja hoe eerlijk hij de mensen bejegende en hoe zorgvuldig hij overeenkomsten sloot en hoeveel voordeel hij wist te behalen.

Na enige tijd stuurde Chadiedja een vrouw naar Mohammed toe die hem vroeg: “Wat weerhoudt je ervan te trouwen?”
Mohammed antwoordde: “Ik heb niet wat er nodig is om te trouwen.”
“Als ik je dat zou bezorgen en je tegelijk schoonheid, rijkdom en deugdzaamheid zou aanbieden, wat zou je dan zeggen?”
“Om wie gaat het?”
“Om Chadiedja bint Choewailid.”
“Maar hoe zou ik dat durven?”
“Laat dat maar aan mij over.” [10]

Chadiedja droeg de vrouw op Mohammed uit te nodigen en die kwam met zijn oom Aboe Talib om haar hand te vragen. Chadiedja had ook haar oom Amr ibn Asad uitgenodigd. Ter ere van de gasten had Chadiedja een schaap laten slachten en ze lieten zich het maal goed smaken. Toen ze voldaan waren, deed Aboe Talib het aanzoek en Amr ibn Asad stemde ermee in. Mohammed was toen vijfentwintig jaar oud en Chadiedja veertig. Zij hielden erg veel van elkaar en Mohammed had later veel steun aan haar. Ze kregen vier dochters en een zoon, die in de wieg stierf.

10 Hussein p.219

De eerste openbaring

Mohammed was een devoot man. Regelmatig trok hij zich terug om te mediteren, vaak in een grot op de berg Hira een half uur lopen buiten Mekka. Toen Mohammed veertig jaar oud was, trok hij zich in de maand ramadan weer terug in die grot. In de nacht werd hij gewekt door de engel Djibriel, die hem opdroeg iets voor te dragen. “Reciteer,” sprak de engel, maar Mohammed zei dat
hij dat niet kon. Hij wist niet wat hij moest zeggen. De engel herhaalde de opdracht en drukte Mohammed stevig tegen zich aan, zodat Mohammed bijna geen lucht meer kreeg. Maar Mohammed herhaalde dat hij niet wist wat hij moest zeggen. Nog eens gebood de engel hem te lezen en hij drukte Mohammed opnieuw tegen zich aan. Toen sprak de engel:

Reciteer: In de naam van je Heer die schiep.
Die de mens schiep uit klei.
Reciteer: want edelmoedig is jouw Heer, Die leerde met het Woord,
Die de mensen leerde wat zij niet wisten.

lqra: bismi rabbik-alladzie khalaq
Khalaqa al-insana min ‘alaq
lqra: warabbuka-l-akram
Alladzie ‘allama bi-l-qalam
‘Allama-l-insana ma lam ya’lam
(Koran 96:2-6; luisteren: http://quran.com/96)

Mohammed was zo bang dat hij door een demon bezeten was, dat hij zich van het leven wilde beroven. Hij rende de grot uit, maar zag daar aan de hemel de gestalte van de engel, die de hele horizon vulde. De engel sprak: “O Mohammed, jij bent de gezant van God en ik ben Djibriel.”
Mohammed keek naar links en naar rechts, maar ook daar zag hij de gestalte van Djibriel.
Mohammed rende in paniek naar huis en riep: “Wikkel mij in een deken. Ik ben bezeten!”
Chadiedja wikkelde hem in een deken – Mohammad zweette hevig en klappertandde van de koorts – en zei tegen hem: “Ik geloof niet dat je bezeten bent.”

Chadiedja ging naar haar neef Waraka ibn Naufal die christen was en vertelde wat Mohammed was overkomen. Deze vertelde haar over Djibriel en geloofde dat wat Mohammed was overkomen waar was.

De boodschapper van God kreeg een tijdlang geen openbaring meer. Toen zij zijn verdriet zag, zei Chadiedja tegen hem: “Het lijkt alsof jouw God je in de steek heeft gelaten.” Zijn verdriet was zo groot dat hij verschillende keren op het punt stond om van een rots af te springen. Maar elke keer als hij op de top was aangekomen, verscheen Djibriel om hem te zeggen:
“O Mohammed, je bent echt de gezant van God.”
Na enige tijd openbaarde Djibriel:

Bij de glorie van de dag.
En bij de nacht als het donker is.
Je Heer heeft je niet verlaten, noch is Hij ontevreden over jou.
Voorwaar, het komende uur [11] zal beter zijn voor u dan het vorige.
En voorwaar, je Heer zal je geven, en je zult tevreden zijn.
Vond Hij je niet als wees en beschermde Hij je?
En vond Hij je niet zoekende en leidde Hij je?
En vond Hij je niet in armoede en verrijkte Hij je?
(Koran 93:2-9)

Er gingen enkele jaren voorbij waarin Mohammed meer openbaringen ontving die hij op de markt en bij de ka’aba verkondigde. Hij kreeg steeds meer volgelingen die hun afgoden afzworen en in de Ene God gingen geloven en een beter en eerlijker leven probeerden te leiden. Dat was tegen het zere been van de rijken en machtigen, die zich bedreigd voelden, omdat ze rijk waren geworden
door list en bedrog en de armen en zieken aan hun lot overlieten. Toen Mohammed weigerde te stoppen met prediken, boden ze hem het koningschap aan, als hij zijn mond maar hield. Dat weigerde Mohammed natuurlijk. Zolang Mohammeds oom Abu Talib, die de leider van de stam Hasyim was, Mohammed beschermde, durfden de anderen Mohammed niets aan te doen, maar toen die overleed, beraamden ze plannen om van hem af te komen. Eerst boycotten ze de stam Hasyim in de hoop dat die Mohammed aan hen zou uitleveren of zou verbannen. Maar dat gebeurde niet.
Hoewel niet alle leden van zijn stam Mohammed volgden, beschermden ze hem toch zoals je een stamgenoot hoorde te beschermen. Na enige tijd overleed ook Mohammeds geliefde vrouw Chadiedja. Mohammed zonk de moed in de schoenen, maar hield toch vol, gesteund door zijn trouwe volgelingen, zijn vriend Abu Bakr en zijn neef Ali, die vanaf het eerste uur in zijn boodschap geloofden.

De nachtelijke reis

Dit is het verhaal van de wonderbaarlijke reis die de Profeet Mohammed (mogen vrede en Gods zegeningen met hem zijn) met de engel Djibriel naar Jeruzalem en door de zeven hemelen naar God maakte. Oemm Hani, de dochter van Aboe Talib, vertelt.

De Boodschapper van God was in mijn huis gaan slapen. Toen hij opstond, vertelde hij dat hij die nacht naar Jeruzalem was gereisd. Toen hij naar buiten wilde gaan, trok ik aan zijn kleren om hem tegen te houden, zodat zijn blote buik zichtbaar werd. Ik zei tegen hem: “O Boodschapper van God,

11 Het komende uur: het hiernamaals

vertel het aan niemand. De mensen zullen je voor leugenaar uitmaken en je kwaad doen.”
De Boodschapper van God zei: “Bij God, ik zal het vertellen.”

Toen het nieuws zich onder de moslims verspreidde, raakten er een paar zo in de war dat zij hun geloof afzworen. Zij gingen naar Aboe Bakr, Mohammeds beste vriend en trouwste volgeling, en zeiden tegen hem: Weet jij wat je vriend vertelt? Hij beweert dat hij vannacht in Jeruzalem gebeden heeft. Aboe Bakr zei: “Jullie liegen.” Zij zeiden: “Vraag het hem dan zelf.” Aboe Bakr zei: “Nou, als hij het zegt, dan is het zeker waar.”

Aboe Bakr ging naar de Boodschapper van God en vroeg hem: “Heb jij aan deze mensen gezegd dat je vannacht in Jeruzalem was?” “Ja.” “Beschrijf het, aangezien ik de stad ken.”
De Boodschapper van God beschreef hoe de stad er uitzag en Aboe Bakr zei dat het klopte. Daarna zei hij: “Ik getuig dat jij de Boodschapper van God bent.” “En jij, Aboe Bakr, bent degene die de waarheid verkondigt.”

De Boodschapper van God vertelde toen: “Ik werd gewekt door Djibriel, die mij naar een wit, slank rijdier bracht dat op een ezel en een muildier leek en dat stevig op zijn hoeven stond. Hij noemde het al-Boeraak. Ik besteeg het dier en reed weg, samen met Djibriel, die na enige tijd tegen mij zei: ‘Stijg af en bid.’ Ik gehoorzaamde. Toen ik klaar was zei hij: ‘Weet je waar je hebt gebeden? In Tieba [12], de plaats van de ballingschap.’

Verderop zei hij weer: ‘Stijg af en bid.’ Ik verrichtte mijn gebed en hij zei tegen mij: ‘Weet je waar je hebt gebeden? Op de berg Sinaï, waar de Almachtige Mozes, vrede zei met hem, de Tien Geboden gaf.’

Toen we nog verder waren gekomen, herhaalde Djibriel: ‘Stijg af en bid.’ Toen ik klaar was, zei hij weer tegen mij: ‘Weet je waar je hebt gebeden? In Bethlehem, waar Jezus, vrede zij met hem, is geboren.’

Ten slotte bereikten we Jeruzalem. Ik bond al-Boeraak vast aan de ring die de profeten daarvoor altijd gebruikten en ging de moskee binnen. Ik verrichtte een gebed en ging naar buiten. Djibriel kwam met twee kruiken naar mij toe, de ene gevuld met wijn en de andere met melk. Ik nam de kruik die met melk was gevuld en Djibriel zei: ‘Je hebt de goede keuze gemaakt, de keuze van een
mens die weet wat goed is.’

Toen bracht Djibriel de profeten bijeen en liet mij voorgaan in het gebed. Daarna verhief hij zich met mij tot in de eerste hemel. Daar aangekomen, verzocht Djibriel om binnengelaten te worden.
Een stem vroeg: ‘Wie ben jij?’ ‘Djibriel.’

12 Medina

Wie is er bij je?’ ‘Mohammed.’
‘Heeft hij zijn opdracht al gekregen?’ ‘Hij heeft zijn opdracht al gekregen.’
Toen werd ons open gedaan en ik stond voor Adam, die mij welkom heette en mij het beste wenste.

Daarna verhief Djibriel zich met mij tot in de tweede hemel, waar hij weer verzocht om binnengelaten te worden.
Een stem vroeg: ‘Wie ben jij?’ ‘Djibriel.’

‘Wie is er bij je?’ ‘Mohammed.’
‘Heeft hij zijn opdracht al gekregen?’ ‘Hij heeft zijn opdracht al gekregen.’
Er werd ons opengedaan en ik stond voor Isa (Jezus), zoon van Meryem (Maria), en Yahya (Johannes), zoon van Zakaria. Zij heetten mij welkom en wensten mij het beste.

Zo ontmoetten we Yoesoef (Jozef), Idries, Haroen en Moesa (Mozes).
Ten slotte kwamen we bij de zevende hemel, waar Ibrahiem (Abraham) op ons wachtte. Hij leunde tegen het Veelbezochte Huis, waar elke dag zeventigduizend engelen komen om er nooit meer terug te komen.

Toen verhief Djibriel zich met mij boven de zeven hemelen. Wij bereikten de Sidrat al Moentaha, de boom van de uiterste grens. Ik werd door een nevelsluier omhuld en ik wierp mij ter aarde. Ik hoorde toen: ‘Op de dag dat Ik de hemelen en de aarde heb geschapen, heb Ik bepaald dat jij en je volk vijftig gebeden per dag moeten doen. Die hebben jij en je volk vanaf vandaag te volbrengen.’

Daarna kwam ik terug bij Ibrahiem, die geen vragen stelde. Maar toen ik terugkwam bij Moesa, vroeg hij mij: ‘Hoeveel gebeden heeft de Heer jou en je volk opgedragen?’ Ik antwoordde: ‘Vijftig.’
Moesa zei tegen mij: ‘Dat is veel teveel voor jullie. Ik ken de mensen beter dan jij. Ik heb met de kinderen van Israël heel wat te stellen gehad. Ga terug naar de Heer en vraag Hem het aantal te verminderen.’

Ik ging terug naar de Heer, die er tien van maakte. Maar Moesa zei dat ik het nog eens moest proberen en ik bereikte dat het er vijf werden. Toch zei Moesa: ‘Ga nog een keer terug naar de Heer en vraag hem het aantal nog meer te verminderen. Hij heeft de kinderen van Israël twee gebeden opgedragen en die doen ze niet eens.’ Maar ik weigerde omdat ik me zou schamen om nog
verder aan te dringen.”

De mensen die naar de Boodschapper van God geluisterd hadden, zeiden: “Geef ons bewijzen, Mohammed. Wij hebben nooit zoiets wonderlijks gehoord.”

De Boodschapper van God zei: “Toen ik naar het land van Sjaam (Syrië) ging, vloog ik boven de kudde van Ibn Foelaan. Een van de kamelen schrok van mijn rijdier en ging er vandoor. Vanuit de lucht riep ik naar de mensen waar ze hun kameel terug konden vinden. En aan de voet van de berg Sahfaan heb ik slapende mensen gezien, naast wie een kruik vol water stond met een deksel erop.
Daar heb ik uit gedronken. Deze mensen dalen op dit ogenblik van al-Baidaa’ af naar de pas van atTan’iem met een grijze kameel die voorop loopt en die twee zakken draagt. De ene is zwart en de andere veelkleurig.”

De mensen gingen naar de pas van at-Tan’iem. Zij zagen de zwarte kameel met de twee zakken.
Daarna ondervroegen ze de mensen, die vertelden dat zij hun waterkruik hadden gevuld voordat ze waren gaan slapen, maar dat hij leeg was toen ze wakker werden, hoewel het deksel er nog steeds op lag. Ten slotte ondervroegen ze de mensen van Ibn Foelaan die net in Mekka aankwamen, en zij bevestigden de woorden van de Boodschapper van God: Bij God, hij zegt de waarheid. Nadat een
van onze kamelen schrok en wegliep, hebben we een stem gehoord die ons naar hem toe leidde en het ons mogelijk maakte hem weer te vinden.

Geprezen zij Hij die Zijn dienaar bij nacht een reis liet maken van de heilige moskee naar de verste moskee, waarvan Wij de omgeving gezegend hebben om hem iets van Onze tekenen te tonen. Hij is de horende, de ziende.
(Koran 17:1)

Het vertrek naar Jathrib

Op een nacht had Mohammed een droom waarin hij zichzelf naar een land zag vertrekken waar rijkelijk water vloeide en volop palmen en fruitbomen groeiden. Hij vertelde zijn droom aan zijn metgezellen en die verheugden zich erover, want zij zagen daarin een gunstig voorteken van een aanstaande verlossing, die een eind zou maken aan het lijden dat ze in Mekka te verduren hadden.

Kort daarna ontving hij een delegatie uit Jathrib, een oase die ongeveer een week reizen per kameel ten noorden van Mekka ligt. Jahtrib was een vruchtbare oase, beroemd om zijn dadelpalmen en groentetuinen en werd bewoond door verschillende Arabische en Joodse families. De Arabische families hadden vaak onenigheid en dan traden de Joodse families als scheidsrechter op. Maar nu
kwamen ze er niet meer uit en zochten ze een onafhankelijke scheidsrechter. Ze hadden gehoord dat Mohammed eerlijk en wijs was, dus vroegen ze hem om zijn oordeel. Ook nodigden ze hem uit om met zijn volgelingen bij hen te komen wonen, want ze hadden gehoord in welke moeilijke omstandigheden ze in Mekka leefden.

Mohammed zond een zijn volgelingen naar Jathrib, maar bleef zelf in Mekka, omdat hij op een openbaring van God wilde wachten.

Op een middag werd Mohammed door de engel Djibriel gewaarschuwd: “Slaap vannacht niet op het bed waarop je gewoonlijk slaapt.”
Mohammed ging meteen naar zijn trouwe vriend Abu Bakr en vertelde hem: “God heeft mij toegestaan Mekka te verlaten.” Abu Bakr vroeg: “Zullen wij
samen vertrekken?” Mohammed antwoordde: “Ja, wij zullen samen vertrekken.”

Wat was er aan de hand? De vertegenwoordigers van de verschillende families van Mekka waren bij elkaar gekomen en hadden besloten Mohammed uit de weg te ruimen. Om later ruzie te vermijden, zou iedere familie een jongeman sturen, die Mohammed tegelijkertijd met een scherp zwaard moesten doorsteken. Niemand zou dan weten wie de dodelijke slag had toegebracht.

Abu Bakr en Mohammed maakten alles gereed voor hun vertrek. Mohammed vroeg zijn neef Ali om die nacht in zijn bed te slapen en zijn geliefde groene mantel aan te trekken, zodat hij op Mohammed leek. Als hij naar buiten kwam, zouden de mannen hem herkennen en hem niets doen.
Ondertussen verzamelden de jongemannen zich voor de deur van Mohammeds huis. Toen die naar buiten kwam, nam hij een handvol zand en wierp dat in hun gezicht, waardoor ze verblind werden en niet merkten dat Mohammed vertrok. Toen ze weer konden zien, zagen ze iemand op het bed van Mohammed liggen en dachten ze natuurlijk dat het Mohammed was. Ze drongen het huis binnen, maar keken beteuterd op hun neus toen ze ontdekten dat het Ali was.

Intussen waren Mohammed en Abu Bakr op twee vlugge kameelmerries vertrokken. Zij verschuilden zich drie dagen lang in een grot buiten Mekka, waar een herdersjongen hen voedsel bracht. Mohammeds vijanden stuurden mensen uit om hem op te sporen, maar de een na de ander kwam onverrichter zake terug. Twee mannen ontdekten de grot waarin de twee verscholen zaten, maar omdat er een spinnenweb voor de ingang was geweven, dachten ze dat Mohammed daar niet kon zijn en ze gingen weg. Opgelucht haalden de twee adem en snel vertrokken ze in de richting van Jathrib, waar ze door hun vrienden en een groot aantal van de inwoners van Jathrib die inmiddels tot de islam waren bekeerd, met grote vreugde werden onthaald.

Iedere dag stonden enkele kinderen op de uitkijk om te zien of Mohammed al kwam. Toen ze hem zagen aankomen, riepen ze de bewoners uit hun huizen en iedereen verzamelde zich langs de kant van de weg. Toen Mohammed naderde, zongen ze dit lied:

Tala’al-Badru ‘alayna, min thaniyyatil-Wada’.
Wajab al-shukru ‘alayna, ma da’a lillahi da’. Ma da’a lillahi da’.
Ayyuh al-mab’uthu fina, ji’ta bi-l-amri-l-muta’.
Ji’ta sharraft al-Madinah, marhaban ya khayra da’! Marhaban ya khayra da’!

De volle maan is opgekomen uit de vallei van Wada’.
Wij tonen onze dankbaarheid over de boodschap van Allah.
O jij die te midden van ons opgroeide, je hebt je opdracht vervuld.

Je bent gekomen om deze stad te eren. Welkom, wees welkom in ons midden![13]
Iedere familie wilde Mohammed in huis nemen, maar om jaloezie te vermijden liet Mohammed het oordeel liever aan God over. Hij liet de teugels van zijn kameel los en op de plek waar de kameel knielde, liet hij een huis bouwen. Op die plaats verrees wat later een moskee, die nu de moskee van de Profeet wordt genoemd.

Links: Reconstructietekening van de eerste moskee. Links zie je de kamers van Mohammed en zijn vrouwen. Een dak van palmbladeren bood schaduw om onder te bidden. De moskee werd gebruikt voor alle belangrijke religieuze en politieke bijeenkomsten. Ook bood hij onderdak aan armen en reizigers.
Rechts: Een foto van de moskee zoals die er nu uitziet. Onder de groene koepel liggen Mohammed en zijn trouwste metgezellen begraven.

Het verdrag van Medina

Om orde op zaken te stellen en een einde te maken aan de onderlinge strijd van de verschillende bevolkingsgroepen van Jathrib, dat later Medinat-un-Nabi (de stad van de profeet) genoemd werd, of kortweg Medina, stelde Mohammed een overeenkomst op waaraan alle groepen zich moesten houden. Het begon zo:

“In naam van God, de schepper, de barmhartige. Dit is een document van de profeet Mohammed aangaande de betrekkingen tussen de gelovigen van Qoeraish en Jathrib en degenen die hen volgen, zich bij hen hebben aangesloten en zich tezamen met hen inspannen. Zij zijn één gemeenschap, met uitsluiting van andere mensen.”

[13] Luisteren:
https://www.youtube.com/watch?v=BXBdyJitlRk

Er werd in bepaald dat zij elkaar zouden steunen en beschermen tegen aanvallen van buitenaf. Buit verkregen in de strijd werd door Mohammed eerlijk verdeeld. Er werd geen onderscheid gemaakt tussen moslims, joden en ongelovigen. Zij mochten elkaar niet doden. Deden zij dat toch, dan mocht iemand van de ander familie gedood worden, tenzij de familie van het slachtoffer akkoord ging met bloedgeld. Meningsverschillen moesten aan de profeet worden voorgelegd, die een bemiddelaar aanstelde of zelf een oordeel uitsprak.

Strijd om Mekka

Mohammeds vijanden in Mekka waren bang dat de moslims in Medina terug zouden komen om Mekka te heroveren. Het was immers Mohammeds bedoeling om het veelgodendom te vernietigen en de Ka’aba, het heiligdom dat het centrum van Mekka vormt, van afgodsbeelden te zuiveren. En mdaarin vergisten ze zich niet! Daarom vormden ze een leger dat de moslims in Medina moest
verslaan. Er werden verscheidene veldslagen geleverd, waarbij de moslims soms door engelen geholpen werden. Er werden vele verliezen geleden, maar uiteindelijk werd een wapenstilstand gesloten. Na afloop van die wapenstilstand trokken de moslims Mekka binnen en gaven de inwoners zich over. Wie moslim wilde worden, deed dat en wie geen moslim wilde worden, kon zijn oude geloof binnenshuis blijven volhouden, zolang hij anderen daar maar niet mee lastig viel.
De Ka’aba werd gezuiverd en geen ongelovige mag daar tot aan de dag van vandaag bij in de buurt komen.

De preek van de afscheidsbedevaart

Tien jaar na zijn vertrek naar Medina ging de profeet Mohammed op bedevaart naar Mekka. De handelingen die de Profeet toen uitvoerde, vormen nu nog steeds de vaste rituelen van de bedevaart. Bovendien hield de Profeet op de negende dag van de maand dzoel-hiddja in de vallei van de berg Arafah een toespraak.

O mensen! Luister aandachtig naar mij, want ik weet niet of ik na dit jaar hier weer onder jullie zal zijn. Luister daarom nauwkeurig naar wat ik zeg en geef deze woorden door aan degenen die vandaag niet aanwezig konden zijn.

Jullie bloed en jullie bezittingen zijn net zo heilig en onschendbaar als de heiligheid van deze dag, deze maand en deze stad. Kijk, alles wat tot de dagen van onwetendheid behoorde, wordt onder mijn voeten volledig afgeschaft! Afgeschaft is ook de bloedwraak uit de dagen van onwetendheid.
Onze eerste eis van bloedwraak die ik heb afgeschaft, is die van de zoon van Rabiah ibn al-Harith, die gevoed werd door de stam van Sa’d en gedood door Hoedhail.

En de woekerrente is afgeschaft, en de eerste woekerrente die ik afschaf is die van ‘Abbas ibn ‘Abd-al-Moettalib.

Jullie kapitaal is aan jullie om te houden. Doe er geen onrecht mee en jullie zal geen onrecht gedaan worden. Geef de goederen die aan jullie zijn toevertrouwd altijd weer terug aan hun rechtmatige eigenaren. Niets van de ene moslim is toegestaan aan een andere moslim, tenzij het vrijwillig gegeven is. Doe elkaar daarom geen onrecht aan.

Vrees Allah wat betreft vrouwen! Jullie hebben hen tot echtgenotes genomen onder het vertrouwen van Allah en gemeenschap met hen is jullie toegestaan door de woorden van Allah. Jullie hebben recht op hen, en jullie hebben er recht op dat zij iemand die jullie niet mogen, niet toestaan op jullie bed te zitten. Doen zij dat toch, dan mogen jullie hen tuchtigen, maar niet hard.

Hebt het goede met hen voor, want zij zijn gevangenen bij u die niets van zichzelf bezitten. U hebt hen ontvangen van God, als een toevertrouwd goed. Mannen, het is waar dat jullie bepaalde rechten hebben over jullie vrouwen, maar zij hebben ook rechten over jullie! Bedenk dat jullie hen als jullie echtgenotes hebben genomen, alleen onder het vertrouwen van Allah en met Zijn
toestemming.

Als zij zich houden aan hun plicht jegens jullie, dan hebben zij het recht om te worden gevoed en gekleed met vriendelijkheid. Behandel jullie vrouwen goed en wees lief voor hen, want zij zijn jullie partners en toevertrouwde helpers.

De hele mensheid stamt af van Adam en Eva. Dus is een Arabier niet beter dan een niet-Arabier en een niet-Arabier is niet beter dan een Arabier. Evenmin is een blanke beter dan een zwarte, en een zwarte is niet beter dan een blanke. Alleen wat betreft vroomheid en het doen van goede daden kan de ene moslim zich onderscheiden van de andere! Leer dat elke moslim een broeder is van alle
andere moslims en dat de moslims samen een broederschap vormen.

Doe niemand pijn, opdat niemand jullie pijn zal doen.

Aanbid Allah, verricht de dagelijkse vijf gebeden, vast tijdens de maand ramadan en betaal uit je bezittingen de zakaat. Verricht de bedevaart als jullie daartoe in staat zijn.

De ongelovigen geven zich over aan het vervalsen van de kalender opdat zij datgene wat Allah heeft verboden, geoorloofd kunnen maken, en te verbieden wat Allah heeft toegestaan. Allah heeft de maanden vastgesteld op twaalf; vier daarvan zijn heilig.

Weet dat jullie je Heer zullen ontmoeten en dat Hij jullie zeker zal afrekenen op jullie daden.
Bedenk dat jullie op een dag voor Allah zullen verschijnen en jullie daden moeten verantwoorden.
Pas dus op! Raak niet van het rechte pad af nadat ik weg ben.

Geen enkele profeet of boodschapper zal meer na mij komen en geen enkel nieuw geloof zal meer worden geboren. Wees daarom verstandig, o mensen, en probeer mijn woorden aan jullie te begrijpen. Ik laat twee dingen voor jullie achter: de Koran en mijn voorbeeld. Als je deze volgt, zul je nooit op het verkeerde pad terechtkomen.

Tot slot reciteerde de Profeet een openbaring van Allah, die hij net had ontvangen:

Heden heb Ik jullie godsdienst voor jullie voltooid, Mijn genade aan jullie volledig bewezen en de islam (overgave) als godsdienst voor jullie goedgevonden.
(Koran 5:3)

Degenen die naar mij luisteren, moeten mijn woorden doorgeven aan anderen, en diegenen weer aan anderen. En mogen de laatsten mijn woorden beter begrijpen dan diegenen die direct naar mij luisteren.
O Allah, wees mijn getuige, dat ik Uw boodschap heb meegedeeld aan Uw mensen!

Ik heb het Boek van Allah voor jullie achtergelaten en als jullie daaraan vasthouden, zullen jullie nooit dwalen. En als jullie op de Opstandingsdag over mij ondervraagd worden, wat zullen jullie dan zeggen?

Zijn toehoorders zeiden: “Wij zullen getuigen dat u de boodschap hebt overgedragen en ons wijze raad hebt gegeven.” De Profeet hief toen zijn wijsvinger op, wees naar de mensen en zei drie keer:
“O Allah, wees mijn getuige!”

Korte tijd later is de profeet overleden.


Luisteren: http://quran.com/1

in de Koran terugkomt), dus ook met klei kunnen worden vertaald. Qalam wordt meestal met ‘pen’ of ‘schrijfriet’ vertaald. Dr. Ibrahim Abouleish (oprichter van het Sekem-initiatief in Egypte) vertaalt het met ‘logos’, wat hier logischer lijkt.
Soera al-lchlaas geeft heel krachtig de kernboodschap van de Koran weer: God is één, dat wil zeggen dat er slechts één god is – er zijn er niet meerdere – maar ook dat alles één is, dus met elkaar verbonden, van elkaar afhankelijk, holistisch. “Zijn troon strekt zich uit over de hemelen en de aarde” en “Wij zijn hem (de mens) nader dan zijn halsslagader” leert de Koran elders. God is alomvattend, maar dat wil ook zeggen dat alles goddelijk is, heilig. Dit leert ons eerbied voor de schepping, want God openbaart zich in ieder wezen, hoe nietig ook, en zelfs in de dode natuur.
God kan dan ook gekend worden door de schepping te kennen. God is tijdloos, zonder begin en einde, zonder ouders en zonder nakomelingen. Moslims aanbidden alleen God, maar hebben eerbied voor de overige geestelijke wezens (malaikat – engelen, en natuurwezens – djinn).

Een hoofdstuk dat heel duidelijk naar het leven na de dood verwijst is soera al-lntifaar. Aan het einde der tijden, als het universum vergaat, staan de mensen voor het jongste gericht en wordt geopenbaard wat het leven voor betekenis heeft gehad. Dan worden de graven geopend, komen de doden tot leven en worden de mensen beoordeeld op hun goede en slechte daden, met als
consequentie een eeuwig leven in de hel (het vuur) of in het paradijs (de tuin). (Dit hoeft niet per se definitief te worden opgevat. Er zijn passages die erop wijzen dat een gestorvene direct na zijn dood wordt ‘beoordeeld’ en in een nieuw leven terugkeert. Wat de mens volgens de beschrijvingen in de Koran in het graf beleeft, lijkt sterk op wat Rudolf Steiner over het Kamaloka meedeelt. De
Koran laat het bestaan van reïncarnatie en karma open.) Het is dus zaak je op het leven na de dood voor te bereiden door het doen van goede werken en gebed, zonder echter het aardse leven te verzaken. “Bereid je voor op het hiernamaals alsof je morgen zult sterven, maar werk in het hiernumaals alsof je het eeuwige leven hebt.”

Soera al-‘Asr geeft kernachtig weer wie als moslims (gelovigen) te beschouwen zijn: zij die vertrouwen hebben, het juiste doen, geloven in de waarheid en niet opgeven. Het begrip moslim (degene die zich – uit vrije wil – aan het Hogere onderwerpt) zou je best ruimer mogen nemen dan alleen degenen die de geïnstitutionaliseerde godsdienst Islam volgen. ‘Asr is letterlijk de tijd van
het namiddaggebed, maar wordt hier meestal vertaald met de stroom van de tijd, de tijd die voorbij gaat. Wa al ‘asr betekent: Bij de tijd! (een bezwering: bij de tijd, ik zweer dat…).
Deze soera herinnert aan een andere passage, waarin God de bergen (het mineraalrijk) en de bomen (het plantenrijk) het beheer over Zijn schepping aanbiedt. Maar zij weigeren, omdat zij beseffen dat ze in deze enorme verantwoordelijkheid tekort zullen schieten. De mens echter, overmoedig, neemt
het aanbod aan. Maar ook de meeste mensen schieten hierin (nog) tekort. Er zijn slechts enkele ingewijden en spirituele leiders die de verantwoordelijkheid werkelijk kunnen dragen.

De islam kent drie stadia van spirituele ontwikkeling: moslim, mo’min en mohsin, vergelijkbaar met de antroposofische begrippen gewaarwordingsziel, verstands-gemoedsziel en bewustzijnsziel.
Moslim is degene die zich trouw aan de voorschriften houdt en verder geen vragen stelt. Mo’min is degene die deze tracht te doorgronden en van binnenuit tot het volgen van het juiste komt (je zou dat een leerling-stadium kunnen noemen). Mohsin is een ingewijde die de geheimen van het leven
kent.

Een traditioneel Egyptisch lied om samen te zingen:

Bronnen:
Mahmoud Hussein: Al Síra – de verhalen over Mohammed in Mekka, uitgeverij Bulaaq, 2008
Pé Mullenders: De preek van de afscheidsbedevaart van de profeet Mohammed “O Allah, wees mijn getuige!”, in: Al Nisa, Islamitisch maandblad voor vrouwen, december 2006
Het lied hierboven: Sekem, Egypte
Mondelinge en schriftelijke bronnen waarvan ik mij de titel niet meer kan herinneren.

De afbeelding bovenaan en hieronder is calligrafie in Kufisch schrift. Er staat:
Bismillahirrahamaanirrahiem (In naam van God, de Schepper, de Genadevolle)

.

6e klas geschiedenisalle artikelen


6e klas: alle artikelen

Geschiedenisalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld6e klas geschiedenis


3495-3283

. . . .

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 29 juli 1920

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.  

In deze vergadering gaat het nauwelijks over pedagogie of didactiek, maar over
de financiële situatie van de school toen. Hoe komt het geld ter beschikking.
Er is voortdurend sprake van het oprichten van een ‘wereldschoolvereniging’. Dat is niet gelukt. Toch komen er ook een aantal dingen ter sprake die ook vandaag voor vrijescholen een rol spelen. Die heb ik hier aangegeven:

Over de naamgeving van een school. En waarom het ‘vrije’ school heet. <1> en <4>
Soms kom je uitspraken van vrijeschoolmensen tegen – hier en hier van twee schoolleiders die het ‘vrije’ verklaren als ‘een opvoeden tot vrije mensen’. Dat dit óók een doel van de vrijeschool is, is duidelijk op te maken uit de woorden van Steiner in GA 305/74, vertaald blz. 80, maar het ‘vrije’ in vrijeschool heeft uitsluitend betrekking op ‘vrij van staatsinmenging’. 

Over het betalen van schoolgeld. <2>  en <3>
Hier is het opmerkelijk dat Steiner geen ‘kapitalistenschool’ wil, maar een waar in principe de rijkere ouders betalen voor de kinderen uit armere gezinnen. Geen kind mag worden afgewezen in relatie tot het schoolgeld.

Staatsexamens in de school betekent geen vrijeschool meer zijn. <5>
Kleur van de schoolbankjes <6

Meer over o.a. de wereldschoolvereniging.

 

RUDOLF STEINER

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924

Erster Band Das erste und zweite Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1 Het eerste en tweede schooljaar

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

GA 300A    blz. 182

Vergadering van donderdag 29 juli 1920, 10.30 – 13.30u

Dr. Steiner: Zunächst möchte ich bitten, ob jemand, nachdem eine schöne Zeit zum Überlegen war, sich zum Wort meldet.

Allereerst wil ik vragen of er iemand het woord wil voeren, nu we hier goed over hebben nagedacht.

X. möchte gern etwas über die wirtschaftliche Grundlage der Schule wissen.

X. wil graag iets weten over de financiële situatie van de school.

Dr. Steiner: Darf ich Herrn Molt bitten, über die Frage zu sprechen, da er Bescheid weiß.
Molt berichtet über die finanzielle Lage der Schule.

Mag ik meneer Molt vragen hierover te spreken, aangezien hij er verstand van heeft?

Molt geeft een overzicht van de financiële situatie van de school.

X. fragt, ob man sich nicht bei dem öffentlichen Vortrag heute Abend an die Hörer wenden könnte.
Es wird ein Aufruf verlesen, den Dr. v. Heydebrand zusammen mit Dr. Hahn verfaßt hat.

X. vraagt ​​of het mogelijk is het publiek toe te spreken tijdens de openbare lezing van vanavond.
Een oproep wordt voorgelezen, die Dr. von Heydebrand samen met Dr. Hahn heeft opgesteld.

Dr. Steiner: Dieser Aufruf ist ausgezeichnet und wird sicher nicht ohne Wirkung sein. Meiner Auffassung nach kann es aber nur dann geschehen, wenn gleichzeitig damit verbunden wird, daß man sagt:
Wir können nur weiterarbeiten, wenn von seiten der Allgemeinheit die nötigen Mittel der Sache zufließen.

Deze oproep is uitstekend en zal zeker effect sorteren. Naar mijn mening kan hij echter alleen effectief zijn als hij vergezeld gaat van de verklaring: We kunnen ons werk alleen voortzetten als de benodigde middelen door de mensen beschikbaar worden gesteld.

X.: Ich wollte nur warten mit der Rückgängigmachung der Neuanmeldungen.

Ik wilde even wachten voordat ik de nieuwe aan meldingen terugdraai.

Dr. Steiner: Warum sollen wir nicht schon jetzt den Leuten sagen können, daß wir, wenn wir nicht die Mittel bekommen, die neuangemeldeten Kinder abweisen müssen? Gerade damit unsere Agitation wirksam werde! Wir müssen die Kinder abweisen, weil wir keine neuen Lehrer anstellen können. Das scheint mir notwendig zu sein, um die Agitation wirksam zu machen.
Nicht wahr, diese Agitation hat ihre Schwierigkeiten. Erst meint die Öffentlichkeit, die Schule sei eine Waldorf-Astoria-Schule, es wird von vielen Seiten die Schule eine Waldorf-Astoria-Schule genannt.
Man hat die Meinung, daß die Schule finanziell gespeist wird von der Waldorf-Astoria- Zigarettenfabrik, und man ist überrascht, daß dies nicht der Fall ist. Nun, das ist das eine. Man muß auf irgendeine Weise gegen dieses Überraschtsein der Öffentlichkeit eben einen Weg einschlagen. Man muß es deutlich sagen, daß die Mittel der Öffentlichkeit notwendig sind, das ist das eine.
Zweitens ist es schwierig, von auswärts Geld zu bekommen für den Waldorfschulverein, der für Stuttgart gegründet wird. Da ist es nicht so, wie bei den anderen in Stuttgart zentralisierten Einrichtungen.
Selbstverständlich kann der Kommende Tag und die Dreigliederung 

Waarom zouden we de mensen nu niet kunnen vertellen dat we, als we de financiering niet rondkrijgen, de nieuw ingeschreven kinderen moeten weigeren? Juist zodat onze campagne effectief is! We moeten de kinderen weigeren omdat we geen nieuwe leerkrachten kunnen aannemen. Dat lijkt me noodzakelijk voor het succes van de campagne. Krijgt deze campagne niet de nodige problemen?
Ten eerste denkt het publiek dat de school een Waldorf-Astoriaschool is; veel mensen noemen het een Waldorf-Astoriaschool. Er bestaat de opvatting dat de school financieel wordt gesteund door de Waldorf-Astoria sigarettenfabriek, en mensen zijn verbaasd dat dit niet het geval is. Nou, dat is één ding. We moeten een manier vinden om deze verbazing bij het publiek weg te nemen. We moeten duidelijk stellen dat publieke financiering noodzakelijk is; dat is één ding.
Het publiek denkt dat de school een Waldorf-Astoriaschool is; veel mensen noemen het een Waldorf-Astoria school.

Ten tweede is het moeilijk om externe financiering te verkrijgen voor de Waldorfscholenvereniging die in Stuttgart wordt opgericht. Dat is niet
zoals bij de andere instellingen die in Stuttgart gecentraliseerd zijn. Natuurlijk, ‘der kommende Tag’ en de Driegeleding

Blz. 183

das ist für die Welt. Um für die Waldorfschule Geld zu geben, da müßten die Leute die Kinder herschicken können. Die Leute fragen: Warum ist das vorhandene Geld nicht in Stuttgart und Umgebung aufgebracht worden, woher doch die meisten Kinder stammen? Man kann verlangen, daß die Leute,
die die Kinder von auswärts bringen, soviel zahlen, um die Kinder hier zu haben. Da kann man hohes Schulgeld verlangen. Wenn die Leute von auswärts Geld geben sollen, wenn ein Schulverein für das Prinzip der Waldorfschule wirken soll, dann muß es klar sein, daß wir hier in Stuttgart anfangen, daß wir selbst etwas tun, um die Waldorfschule in die ganze Welt zu tragen. — Natürlich fragt jeder: Warum verschafft ihr euch nicht aus Stuttgart und Umgebung Mittel? — Das sind Schwierigkeiten, denen wir dadurch begegnen, daß wir sagen, wir sind eben nicht in der Lage, die Schule über das jetzige Maß hinaus zu gestalten. Wir müßten die Kinder abweisen, wenn wir nicht Mittel bekommen. Ich glaube also nicht, daß man in dieser Richtung optimistisch sein darf. Die zwei Gründe spielen wesentlich mit.

zijn voor de hele wereld. Om geld te kunnen geven aan de Waldorfschool, zouden mensen hun kinderen hierheen moeten kunnen sturen. Mensen vragen zich af: waarom is het beschikbare geld niet in Stuttgart en de omliggende regio ingezameld, waar de meeste kinderen vandaan komen? Je kunt eisen dat de mensen die hun kinderen van elders halen, genoeg betalen om hun kinderen hier te laten leren. Je kunt hoge schoolgelden vragen. Als mensen van elders geld moeten geven, als een schoolvereniging zich moet inzetten voor het principe van de Waldorfschool, dan moet het duidelijk zijn dat we hier in Stuttgart beginnen, dat we zelf iets doen om de Waldorfschool wereldwijd te verspreiden. — Natuurlijk vraagt ​​iedereen zich af: waarom halen jullie geen geld op in Stuttgart en de omliggende regio? — Dit zijn problemen die we aanpakken door te zeggen dat we de school simpelweg niet verder kunnen uitbreiden dan de huidige omvang. We zouden kinderen moeten weigeren als we geen geld krijgen. Dus ik denk niet dat je in dit opzicht optimistisch kunt zijn. De twee redenen spelen een belangrijke rol.

X..’ Kann denn die Umwandlung des Waldorfschulvereins in einen solchen Weltschulverein durchgeführt werden, wenn man sich einig darüber würde?

Zou de transformatie van de Waldorf School Vereniging in een dergelijke
Wereld Schoolvereniging kunnen worden uitgevoerd als er overeenstemming bereikt zou kunnen worden?

Dr. Steiner: Nicht wahr, den Waldorfschulverein haben wir als einen lokalen Verein gegründet, auch ein wenig unter dem Gesichtspunkt, daß es den Herren Aktionären von der Waldorf-Astoria imponiert, daß sie geldgeberischer werden. So habe ich mir vorgestellt, der Weltschulverein müßte extra dazu gegründet werden.

Dr. Steiner: We hebben niet waar, de Waldorf School Vereniging als een lokale vereniging opgericht, deels om de aandeelhouders van Waldorf-Astoria te overtuigen meer financieel betrokken te raken. Ik dacht daarom dat de Wereld School Vereniging apart opgericht zou moeten worden.

X.: Herr Doktor, Sie sagten, daß der Weltschulverein wirksam in Angriff genommen werden kann, wenn man vorgestoßen hat.

X.: U zei dat de Wereld School Vereniging effectief van start kon gaan zodra er een basis was gelegd.

Dr. Steiner: Es würde sich darum handeln, dies auszuarbeiten, um den Boden zu schaffen, aus dem das erwachsen kann. Daß wir mit Klarheit hinweisen auf die Schwierigkeiten, die bestehen, um die Stimmung für den Weltschulverein gebrauchen zu können.

Het gaat erom die basis verder te ontwikkelen om een ​​fundament te leggen van waaruit de vereniging kan groeien. Dat we de bestaande moeilijkheden duidelijk moeten benoemen om steun te verwerven voor de Wereld School Vereniging.

X. fragt, ob man nicht bei den Schweizer Mitgliedern Propaganda machen kann?

X. Vraagt ​​of het mogelijk is om het bekender te maken onder de Zwitserse leden?

Dr. Steiner: Die Schweizer Mitglieder werden so sehr auf die Valuta angezapft, daß da wohl kaum etwas zu machen ist. Ich habe letzthin gerade in einem Prospekt, der hinausgeschickt worden ist, herausstreichen müssen die Worte in dem einen Satz, der daraufhingewiesen hat, daß die Angehörigen der Mittelländer wegen der Valuta nichts leisten können. Dieses zu starke Pochen auf die außerordentlich stark in Anspruch genommenen Schweizer, die ohnedies nicht gern die Taschen aufmachen — furchtbar ungern. Da müssen wir

De Zwitserse leden zitten zo zwaar met buitenlandse valuta dat er waarschijnlijk weinig aan te doen is. Ik heb onlangs in een folder die werd verstuurd, met name de zin moeten onderstrepen waarin stond dat de mensen uit de Centraal-Europese landen vanwege hun valuta niets konden bijdragen. Deze buitensporige nadruk op de Zwitsers, die al onder immense druk staan ​​en sowieso al niet graag geld uitgeven – extreem weinig. We moeten

Blz. 184

einen Weltschulverein gründen, der im Programm nicht die Unterstützung der Stuttgarter Waldorfschule hat, sondern die Gründung von Schulen nach diesen Prinzipien. Der muß es verantworten, daß er zunächst die Waldorfschule unterstützt.

Het doel is een Wereldschoolvereniging op te richten waarvan het programma niet de ondersteuning van de Waldorfschool in Stuttgart omvat, maar juist de oprichting van scholen gebaseerd op deze principes. De vereniging moet verantwoording afleggen voor de initiële ondersteuning van de Waldorfschool.

Frau Dr. Steiner: Ich glaube, es wäre besser, daß der Goetheanumbau fertig würde, sonst kommt das Frühere durch das Spätere in Leid. Für die Schule können die Angehörigen der Mittelländer noch vieles tun. Die Schweden, Norweger sind empfänglich, Geld zu geben. Wenn aber eine große Anzapfung der Ausländer für die Schule vor sich geht, dann wird der Bau nie zu Ende geführt.

Mevrouw Steiner: Ik denk dat het beter zou zijn als de renovatie van het Goetheanum voltooid wordt; anders zal die eronder lijden. Mensen uit Centraal-Europese landen kunnen nog veel voor de school betekenen. De Zweden en Noren staan ​​open voor donaties. Maar als er op grote schaal geld van buitenlanders voor de school wordt aangewend, zal de bouw nooit voltooid worden.

Dr. Steiner: Nicht wahr, es würde sich, wenn wir den Weltschulverein gründen, darum handeln, daß der vor allen Dingen das haben müßte, daß er über seine Gelder frei verfügen kann, daß auch die Freie Hochschule in Dornach aus diesen Geldern gespeist werden könnte. Es war unsere Idee, eine Art Zentralisation des gesamten Finanzwesens zu machen. Wir strebten an eine zentrale Finanzierung, so daß all das Geld, das für unsere anthroposophische Sache gegeben wird, in eine einzige Zentralkasse zusammenfließt. Das ist dasjenige, was wir angestrebt haben in den Tagen, wo wir darangegangen sind, den „Kommenden Tag” und das ,,Futurum” zu begründen. Da kam in die Quere, daß die Waldorf-Astoria nicht mehr weiter (helfen) konnte.

Dr. Steiner: Is het niet zo dat als we de Wereldschoolvereniging zouden oprichten, het primaire doel zou zijn dat deze vrije toegang tot haar fondsen heeft, zodat de Vrije Hogeschool in Dornach ook uit deze fondsen gefinancierd zou kunnen worden? Het was ons idee om een ​​soort centralisatie van het hele financiële systeem te creëren. We streefden naar gecentraliseerde financiering, zodat al het geld dat voor onze antroposofische zaak wordt gegeven, in één centrale kas terecht zou komen. Dat was ons doel in de tijd dat we begonnen met de ontwikkeling van “der kommende Tag” en “Futurum”. Maar toen bleek dat  Waldorf-Astoria niet langer kon helpen.

Dann mußte der Waldorfschulverein gegründet werden. Ebensogut mußte man in Dornach eine Anzahl von Dingen gründen. Das ist nur formell. In dem Augenblick läuft der Verein Goetheanismus in das Ganze ein, wenn es notwendig ist. Die Dinge, die wir führen, die müssen so gegründet sein, daß es zuletzt in eine Zentralverwaltung einläuft.
Das war auch die Absicht, als wir den Kommenden Tag begründeten. Der Kommende Tag hat nicht die Möglichkeit, Jahresbeiträge entgegenzunehmen. Insofern würde ja eine Organisation wie der Weltschulverein auch keine Dezentralisation darstellen. Es handelt sich nicht darum, daß der Kommende Tag die Zentralverwaltung hat. Der Kommende Tag ist das Institut, das sich daran beteiligt. Das was wir als Zentralverwaltung denken, wäre umfassender. Ich sagte nicht, man solle den Kommenden Tag als Zentralverwaltung betrachten.
Wir hatten in Aussicht genommen, daß alles das, was wir bekommen, in eine einheitliche Zentralkasse zusammenfließt, und da nach Gebrauch ausgegeben wird. Wenn wir den Weltschulverein gründen, dann würde dieser Weltschulverein seinerseits selbst seine Gelder verwalten lassen können. Aber er würde so gegründet sein müssen, daß er einlaufen kann in dieses Zentralinstitut, wie der Verein Goetheanismus in Dornach, der jederzeit einlaufen kann in dem

Vervolgens moest de Waldorf School Vereniging worden opgericht. Evenzo moesten er een aantal zaken in Dornach worden geregeld. Dat is slechts een formaliteit. Op dat moment zal de Goetheanum Vereniging, indien nodig, in het geheel opgaan. De zaken die we beheren, moeten zo worden gestructureerd dat ze uiteindelijk onder een centrale administratie vallen.
Dat was ook de bedoeling toen we ‘der kommende Tag’ oprichtten. Deze kan geen jaarlijkse lidmaatschapskosten innen. In dat opzicht zou een organisatie als de Wereld School Vereniging ook geen decentralisatie vertegenwoordigen. Het gaat er niet om dat de kommende Tag de centrale administratie heeft. De kommende Tag is het instituut dat eraan deelneemt. Wat wij voor ogen hebben als een centrale administratie zou omvattender zijn. Ik heb niet gezegd dat de kommende Tag als een centrale administratie moet worden beschouwd.
We hadden voor ogen dat alles wat we ontvangen in één centrale kas zou terechtkomen en daar naar behoefte zou worden verdeeld. Als we de Wereld School Vereniging zouden oprichten, dan zou deze  op haar beurt haar eigen fondsen kunnen beheren. Maar het zou op zo’n manier opgericht moeten worden dat het in dit centrale instituut zou kunnen opgaan, net als de Goetheanum Vereniging in Dornach, die er op elk moment in kan opgaan.

Blz. 185

Augenblick, wo wir die Persönlichkeit haben. Da müssen rein sachliche Prinzipien walten. Ebenso kann der Weltschulverein gegründet werden, indes muß einer seiner Paragraphen der sein, daß er seine Gelder ebensogut in eine Volksschule wie in die Kasse der Freien Hochschule einfließen lassen kann.

Op het moment dat we de persoonlijkheid hebben. Zuiver objectieve principes moeten de boventoon voeren. Evenzo kan de Wereldschoolvereniging worden opgericht, maar een van de statuten moet bepalen dat zij haar middelen gelijkelijk kan toewijzen aan een basisschool en aan de kas van de Vrije Hogeschool.

Frau Dr. Steiner: Sonst wäre es geschehen ums Goetheanum.

Anders zou het Goetheanum verloren zijn gegaan.

X.: Ich finde, wie die Dinge liegen, den Namen Waldorfschulverein nicht mehr richtig. Man könnte es für die unteren acht Klassen gelten lassen. Für das darüber sollte man einen „Verein zur Gründung von Rudolf Steiner-Schulen” haben.

X.: Zoals de zaken er nu voor staan, vind ik de naam Waldorf Schoolvereniging niet langer passend. Die zou gebruikt kunnen worden voor de onderbouw van de basisschool. Voor de bovenbouw zou er een “Vereniging voor de Oprichting van Rudolf Steiner Scholen” moeten zijn.

Dr. Steiner: Das darf auf keinen Fall sein.

Dr. Steiner: Dat mag absoluut niet het geval zijn.

X. (spricht weiter): Ich will damit kundtun, daß es sich um ganz bestimmte Schulen handelt. Den bisherigen Namen halte ich für schädlich.

X. (vervolgt): Ik wil duidelijk maken dat dit zeer specifieke scholen zijn. Ik vind de huidige naam nadelig.

Dr. Steiner: Da muß man eine viel aktuellere Flagge finden. Ein großer Teil der Gegnerschaft beruht auf der einseitigen Betonung des Namens. Sie werden sehen, daß es noch in viel ausgesprochenerem Maße herauskommt. Ich weiß zu erzählen, wie Aufsätze, die ich da und dort anonym habe erscheinen lassen, angenommen wurden, und wie die Sache sofort umgekehrt worden ist, als der Name darauf kam. Man kann eine andere Firma haben. Der Sache wird nicht genützt durch persönliche Namengebung.

Er moet een veel modernere naam gevonden worden. Een groot deel van de tegenstand is gebaseerd op de eenzijdige nadruk op de naam. U zult zien dat die op een veel prominentere manier naar voren zal komen. Ik weet hoe essays die ik hier en daar anoniem publiceerde werden ontvangen, en hoe de situatie onmiddellijk omsloeg zodra mijn naam werd genoemd. Je kunt een ander bedrijf hebben. Persoonlijke naamsvermelding helpt de zaak niet.

Frau Dr. Steiner: Ob man nicht doch erraten könnte, welcher Name der wünschenswerte wäre?

Of je er niet achter zou kunnen komen welke naam het meest wenselijk is?

Dr. Steiner: Es wäre ganz gut, wenn diese Frage gestellt würde. Dannwürde der Betreffende damit verbunden werden. Goetheanismusschule, vielleicht Schule des Kommenden Tages. Es müßte so irgend etwas sein, was hinweist auf die Zukunft. Da müßte man scharf nachdenken, auf etwas, was daraufhinweist, daß es sich um staatslose Schulen handelt. Staatslosigkeit, die Begründung der Schule ohne den Staat, daß diese Sache sichtlich zum Ausdruck kommt. Das kommt nur durch eine neutrale Bezeichnung zum Ausdruck. Das
haben wir in der Waldorfschule durch ,,frei” zum Ausdruck gebracht. Die Bezeichnung der „Freien Waldorfschule” war gut für den ersten Anfang. Und wenn es weitergegangen wäre in dieser Weise, wenn es nicht notwendig geworden wäre, den Waldorfschulverein zu gründen, so wäre gegen den Titel das allerwenigste einzuwenden.
Aber nicht wahr, es ist nicht weitergegangen. Es müßte zum Ausdruck kommen dieses Prinzip des staatslosen, des aus dem freien

<1> Het zou heel goed zijn als die vraag gesteld werd. Dan zou de persoon in kwestie ermee in verband gebracht worden. Goetheanistische School, misschien School van de kommende Tag. Het zou iets moeten zijn dat naar de toekomst wijst. Je zou goed moeten nadenken over iets dat aangeeft dat dit scholen zijn, vrij van de staat. Zonder de staat, de oprichting van de school zonder de staat, dat dit duidelijk wordt uitgedrukt. Dit kan alleen worden uitgedrukt door een neutrale benaming. Wij hebben dit in de Waldorfschool uitgedrukt door middel van “vrij”. De benaming “Vrije Waldorfschool” was goed voor het begin. En als het zo was doorgegaan, als het niet nodig was geweest om de Waldorfschoolvereniging op te richten, zou er weinig bezwaar tegen de naam zijn geweest. Maar het is niet doorgegaan. Dit principe van het zonder de staat, een systeem dat voortkomt uit een vrij geestesleven, moet tot uitdrukking gebracht worden. <1>

Blz. 186

Geistesleben geschaffenen Schulwesens. Es ist die Frage, ob man da nicht sehr gut den Weltschulverein gründen könnte.

De vraag is of men daar niet net zo goed een Wereldschoolvereniging zou kunnen oprichten.

X.: Dürfte man den Namen Anthroposophie nennen?

X: Mogen we de naam Antroposofie noemen?

Dr. Steiner: Wir müssen Anthroposophie weglassen.

We moeten Antroposofie weglaten.

X.: Damit das Interesse nicht erlahmt, sollte bis zu einer gewissen Größe der Name Waldorfschule erhalten bleiben.

X: Om te voorkomen dat de belangstelling afneemt, moet de naam Waldorfschool tot een bepaalde omvang behouden blijven.

Dr. Steiner: Mit Ausnahme der 9. Klasse gilt ja heute schon das, daß wir auch nicht die acht Klassen auf der alten Grundlage vorwärtsbringen. Ohne Zuschüsse kriegen wir doch nicht die acht Klassen in dem Sinne weiter, wie wir es wollen. Wir müssen die neuen Kinder der acht Klassen abweisen, wenn wir nicht Zuschüsse bekommen.
Daß der laufende Betrieb erhalten wird, das würde schon ins Gleichgewicht gebracht werden. Dann die Frage des Platzes. Wir können nicht die Zahl der Schüler vermehren ohne Platzvergrößerung. Es wird sich um weitere Lehreranstellung handeln. 4. Klasse 53, 2. Klasse 56 Schüler, da wird es eine Lehrerfrage

Met uitzondering van de negende klas is het al zo dat we de acht klassen niet op de oude manier kunnen voortzetten. Zonder subsidies kunnen we de acht klassen simpelweg niet op de gewenste manier blijven aanbieden. We zullen nieuwe leerlingen voor de achtste klas moeten weigeren als we geen subsidies ontvangen. Het in stand houden van de huidige gang van zaken zou dan in evenwicht zijn. Dan is er nog de kwestie van de ruimte. We kunnen het aantal leerlingen niet verhogen zonder de ruimte te vergroten. Dat betekent dat we meer leraren moeten aannemen. Vierde klas: 53 leerlingen, tweede klas: 56 leerlingen; dan wordt het een lerarenkwestie.

Ich bin der Meinung, daß ein Lehrer, wenn er den nötigen Raum hat, selbst hundert Kinder haben könnte, aber aus dem einfachen Grunde, weil wir den Raum nicht haben, einfach deshalb, weil unsere Klassenräume zu klein sind, müßten wir mehr Lehrer haben. Es betrifft die beiden Klassen; dann würde es sich um die Zerlegung der künftigen 4. und 2. Klasse handeln. Die 1. und 5. müssen wir unter allen Umständen teilen. Die Raumfrage ist aktuell geworden. Dann daß der Eurythmie- und Turnsaal absolut nichts taugt.

Ik geloof dat een leraar, als hij of zij de benodigde ruimte had, honderd kinderen zou kunnen lesgeven, maar simpelweg omdat we die ruimte niet hebben, omdat onze klaslokalen te klein zijn, hebben we meer leraren nodig. Dit heeft gevolgen voor de twee klassen; dan zou het betekenen dat we de toekomstige 4e en 2e klas moeten splitsen. We moeten absoluut de 1e en 5e klas splitsen. Het ruimteprobleem is urgent geworden. En dan is er nog het feit dat de euritmie en de gymzaal volkomen nutteloos zijn.

X.: Kulturschule.
X..’ Ich hatte mir auch aufgeschrieben Freie Kulturschule.

X: Culturele School.

X: Ik heb ook Vrije Culturele School opgeschreven.

Frau Dr. Steiner: Vielleicht fällt noch jemand etwas anderes ein.

Misschien komt iemand anders met een andere oplossing.

Dr. Steiner: Es kommt nicht darauf an, einfach einen Namenwechsel einzugehen. (Es handelt sich darum,) ob die zwei Millionen Mark eingehen oder nicht. Die Kalamität ist deshalb eingetreten, weil man jedes Kind aufgenommen hat. Die Waldorf-Astoria hat nichts verbrochen.

Het gaat niet alleen om het veranderen van de naam. (Het gaat erom) of die twee miljoen binnenkomt of niet. Het probleem ontstond omdat elk kind werd toegelaten. De Waldorf-Astoria heeft niets verkeerd gedaan.

X.: Es wäre wichtig zu unterscheiden zwischen Waldorfschulverein und Waldorfschule. Man könnte die Waldorfschule weiter als Waldorfschule lassen.

X: Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen de Waldorf School Association en de Waldorf School. De Waldorfschool zou de naam Waldorfschool kunnen behouden.

Dr. Steiner: Der Finanzierungsverein braucht nicht mehr den Namen zu haben. Das würde der Waldorf-Astoria nicht schaden. Die Waldorfschule ist eine historische Sache, die bleiben soll. Auf der

De financierende instantie hoeft die naam niet langer te gebruiken. Dat zou Waldorf-Astoria geen kwaad doen. De Waldorfschool is een historische instelling die moet blijven bestaan.

Blz. 187

anderen Seite ist wirklich nicht zu verlangen, wenn wir an weitere Kreise Deutschlands und Österreichs gehen, daß das unter der Flagge einer Waldorfschule für Stuttgart geschehen soll. Ich meine rein aus
praktischen Gründen, weil auch die Leute dafür kein Geld geben. Die Propaganda für den Verein als solchen bleibt auf Stuttgart und Württemberg beschränkt. Dagegen scheint es mir durchaus klar zu sein, daß man auf das Große geht, für das man Propaganda machen kann international.

Aan de andere kant is het echt onredelijk om te verwachten dat, wanneer we andere kringen in Duitsland en Oostenrijk benaderen, dit onder de vlag van een Waldorfschool voor Stuttgart zal gebeuren. Ik bedoel puur om praktische redenen, want mensen geven daar geen geld voor. De propaganda voor de vereniging als zodanig blijft beperkt tot Stuttgart en Württemberg. Daarentegen lijkt het mij volkomen duidelijk dat men moet streven naar iets groters, waarvoor men internationale propaganda kan voeren.

X.; Da würde man zu dem Entschluß kommen, den Verein fallen zu lassen?

X.: Zou men dan tot de conclusie moeten komen de vereniging op te geven?

Dr. Steiner: Ich bin der Überzeugung, daß die Fortführung bis zur 8. Klasse eine Gehaltsfrage ist. Ich meine, wieviel liegt in der Kasse des Schulvereins? Sonst kommen wir nie aus den unklaren Verhältnissen heraus. Klare Verhältnisse hätten wir nur, wenn der Schulverein bestehen würde und die Waldorf-Astoria ihre Stiftungsbeträge möglichst hoch geben würde. Dann würden die Gelder in der Kasse des Vereins liegen. Es handelt sich darum, daß man genau müßte sagen können, wieviel die Waldorf zuschießen kann. Entweder in dem Modus, für jedes Kind wird so und so viel zugeschossen, oder eine bestimmte Summe, mit der gerechnet wird. Jetzt haben wir da eine Unklarheit.

Ik ben ervan overtuigd dat het voortzetten van het programma tot en met de achtste klas een kwestie van financiering is. Ik bedoel, hoeveel geld zit er in de kas van de schoolvereniging? Anders komen we nooit uit deze onduidelijke situatie. We zouden pas duidelijkheid hebben als de schoolvereniging zou bestaan ​​en de Waldorf-Astoria zoveel mogelijk van haar vermogen zou bijdragen. Dan zou het geld in de kas van de vereniging zitten. Het probleem is dat je precies moet kunnen zeggen hoeveel de Waldorfschool kan bijdragen. Ofwel in de vorm van een specifiek bedrag dat per kind wordt bijgedragen, ofwel een vast bedrag dat in de berekening wordt meegenomen. Momenteel bestaat hierover enige onduidelijkheid.

Ich habe das Gefühl, nicht wahr, daß die Schule im ganzen ihre finanzielle Grundlage aus der Kasse der Waldorf-Astoria, vor allen Dingen aber in hohem Maße durch die Privatgaben von Herrn Molt hat. Das sind zwei Dinge, die im wesentlichen zu unterscheiden sind.
Ich habe das Gefühl, daß Herr Molt auch finanziell die ganze Waldorfschule als Privatmann gegründet hat. Die Waldorf-Astoria Fabrik hat schon zu dem, was Herr Molt persönlich gemacht hat, einen Zuschuß gegeben, aber — ja vielleicht ist es nicht opportun —, aber es ist doch vor allen Dingen so, daß, nicht wahr, die Privatschatulle des Herrn Molt darinnensteckt in hohem Maße.

Ik heb het gevoel, hebt u dat ook niet, dat de school als geheel haar financiële basis ontleent aan de kassen van Waldorf-Astoria, maar vooral, voor een groot deel, aan de privédonaties van meneer Molt. Dat zijn twee dingen die we van elkaar moeten scheiden.
Ik heb het gevoel dat meneer Molt de hele Waldorfschool ook als privépersoon financieel heeft opgericht. De Waldorf-Astoria-fabriek heeft weliswaar bijgedragen aan wat meneer Molt persoonlijk heeft gedaan, maar – ja, misschien is het niet zo handig – maar het is bovenal zo dat het privévermogen van meneer Molt er zwaar bij betrokken is.

Molt: Es ist nicht angenehm, darüber zu reden. Die Schule, die als solche eingetragen ist, ist mein Privatbesitz. Die Baukosten wurden von mir bestritten.
Die Schule zahlt keine Miete. Für die anderen Schulbaracken kommen andere Beträge in Frage.

Molt: Het is niet prettig om erover te praten. De school, die als zodanig geregistreerd staat, is mijn privébezit. Ik heb de bouwkosten betaald. De school betaalt geen huur. Voor de andere schoolgebouwen gelden andere bedragen.

Dr. Steiner: Es ist ganz gut, daß es gewußt wird. Worunter wir leiden, das ist, daß eigentlich die Waldorf-Astoria als Firma ein bißchen sehr gut weggekommen ist bei der Inszenierung der Waldorfschule vor der Welt. Ich kann es nicht recht verantworten, der Waldorf-Astoria, die nicht einmal so ehrgeizig ist, als Trägerin der Schule zu gelten, diese Sache zuzugestehen, daß sie der ganzen Schule die Ehre gibt, wäh-

Het is goed dat dit bekend is. Waar we onder lijden, is dat de Waldorf-Astoria als bedrijf er eigenlijk iets te goed vanaf is gekomen in de manier waarop de Waldorfschool aan de wereld is gepresenteerd. Ik kan het niet helemaal rechtvaardigen om de Waldorf-Astoria, dat niet eens ambitieus genoeg is om als sponsor van de school te worden beschouwd, dit voorrecht te verlenen, wat de hele school eer zou geven, terwijl

Blz. 188

rend Herr Molt als Person es doch getan hat. Man könnte höchstens davon sprechen, daß die Waldorf Mitglied des Schulvereins war.
Gewiß, wenn heute Leute von auswärts Kinder herschicken wollen, so ist es richtig, daß sie nicht nur zur vollständigen Erhaltung des Kindes, sondern auch zum Teil etwas für das, was Bänke sind, was innere Einrichtung ist, beitragen. Aber dieses, was vollständig gerechtfertigt ist, muß kompensiert werden dadurch, daß man die Sache nicht zu einer Stuttgarter Angelegenheit macht. Die Leute werden wissen, wir brauchen nicht mehr so viel zu bezahlen, wenn es eine Weltangelegenheit ist.

meneer Molt het als persoon toch heeft gedaan. Je zou hoogstens kunnen zeggen dat Waldorf lid was van de schoolvereniging.
Natuurlijk, als mensen van elders hun kinderen hierheen willen sturen, is het terecht dat ze niet alleen bijdragen aan het volledige onderhoud van het kind, maar ook gedeeltelijk aan de kosten van de schoolgebouwen en de inrichting. Maar dit, wat volkomen terecht is, moet worden gecompenseerd door er geen Stuttgart-kwestie van te maken. Mensen zullen begrijpen dat ze niet zoveel hoeven te betalen als het een wereldwijde aangelegenheid is.

X.: Es würde sich um ein Schulgeld handeln von 1000 Mark. Jedes Kind kommt uns jetzt auf 1000 Mark.

X.: Het zou een schoolgeld van 1000 mark zijn. Elk kind kost ons nu 1000 mark.

Dr. Steiner: Wenn wir nur herausbekommen, daß die WaldorfAstoria-Fabrik für die Kinder ihrer Betriebsangehörigen diesen Beitrag bezahlt, dann würde uns damit wenig gedient sein, weil wir nicht in der Lage wären, abgesehen von Beiträgen von außen, andere Kinder aufzunehmen. Es muß doch gerade weiterhin Grundsatz sein, Kinder aufzunehmen, die das Schulgeld nicht bezahlen können.
Selbstverständlich leidet die Schule dadurch, daß sie eine Kapitalistenschule wird, abgesehen von Kindern aus der Waldorf-Astoria.

Als we weten dat de Waldorf Astoria-fabriek dit bedrag betaalt voor de kinderen van haar werknemers, schieten we daar niet veel mee op, omdat we dan geen andere kinderen meer kunnen opnemen, behalve via externe bijdragen. Het moet een fundamenteel principe blijven om kinderen aan te nemen die het schoolgeld niet kunnen betalen. Uiteraard lijdt de school eronder dat ze een  school voor kapitalisten aan het geworden is, afgezien van de kinderen die afkomstig zijn van de Waldorf Astoria-fabriek.

Die Dinge können vertreten werden vor der Welt. Ich war längst dafür, daß man in der Schweiz vertreten würde, daß wenn jeder Schweizer eine einzige Mark geben würde für den Dornacher Bau, so würden wir den Bau glänzend zu Ende führen. Nicht wahr, wenn man das in möglichst starker Weise den Leuten sagen würde, dann würden sie einsehen, wie man eine Sache zu einer allgemeinen Sache macht auf die Weise, daß wir arme Kinder aufnehmen, daß aber ein Reicher das Schulgeld bezahlt. Ich wollte das vorher bloß sagen, daß das Schulgeld der fremden Kinder nicht bestimmt werden kann nach dem, was fehlt. Daher werden wir immer versuchen müssen, von der Öffentlichkeit das Geld zu bekommen. Nun ja, nicht wahr, das ist die
eine Sache, die so nur geregelt werden sollte, daß für jedes arme Kind irgendein Reicher das Schulgeld bezahlt.
Haben wir die Einrichtung der Patenschaften im Waldorfschulverein?

Dingen kunnen aan de wereld worden gepresenteerd. <2> Ik ben er al lange tijd voorstander van om in Zwitserland te benadrukken dat als elke Zwitserse burger één mark zou bijdragen aan het bouwproject in Dornach, we het tot een schitterend einde zouden brengen. Is het niet zo dat als dit zo duidelijk mogelijk aan de mensen wordt gecommuniceerd, ze zouden begrijpen hoe ze iets tot een gemeenschappelijk goed kunnen maken, door arme kinderen toe te laten terwijl een rijk persoon het schoolgeld betaalt? Ik wilde er alleen van tevoren op wijzen dat het schoolgeld voor kinderen uit andere landen niet kan worden bepaald door wat er ontbreekt. Daarom zullen we altijd moeten proberen het geld van het publiek te krijgen. Is dat niet juist wat we zo zouden moeten regelen dat voor elk arm kind een rijk persoon het schoolgeld betaalt? Hebben we sponsoring ingesteld binnen de Waldorf School Vereniging? <2>

X.: Ich habe gedacht, daß 1000 Mark der Beitrag sein soll für ein Mitglied, das Pate wird. Es sind noch nicht viele Paten gekommen.

X: Ik dacht dat 1000 mark de bijdrage zou moeten zijn voor een lid dat sponsor wordt. Er hebben zich nog niet veel sponsors gemeld.

X.: Es sollten Bausteine gegeben werden für die Waldorfschule.

X: Bouwstenen zouden beschikbaar moeten worden gesteld voor de Waldorfschool.

Dr. Steiner: Man kann natürlich auch das machen. Die Sammeltätig-

Dr. Steiner: Natuurlijk, dat is ook mogelijk. De verzamelactiviteit

Blz. 189

keit ist eine gute Arbeit. Natürlich, wenn wir den Leuten sagen, sie können kleine Beiträge geben, so werden sie kleine Beiträge geben.
Die Mitglieder sollten sammeln gehen.
Die Hauptfrage ist offenbar die Begründung des Weltschulvereins.
Alles andere müßte sich an diese Hauptfrage anschließen. Aber ich habe noch immer nicht gehört, wieviel eigentlich der Waldorfschulverein in der Kasse hat. Das hätte ich gerne gewußt.

is goed werk. Natuurlijk, als we mensen vertellen dat ze kleine bijdragen kunnen geven, zullen ze ook kleine bijdragen geven. De leden zouden donaties moeten gaan inzamelen. De belangrijkste vraag is uiteraard de stichting van de Wereldschoolvereniging. Al het andere zou uit deze hoofdvraag moeten voortvloeien. Maar ik heb nog steeds niet gehoord hoeveel geld de Waldorfschoolvereniging daadwerkelijk in kas heeft. Dat zou ik graag willen weten.

X.: 60 000 bis 80 000 Mark.

X: 60.000 tot 80.000 mark.

Dr. Steiner: Das ist gewissermaßen, was in der Kasse ist.

Dat is ongeveer wat er in de kas zit.

X.: Was von der Waldorf ist, das ist ein Jahresbetrag von 170 000 Mark.

X: Wat van Waldorf komt, is een jaarlijks bedrag van 170.000 mark.

Dr. Steiner: Wird man auf solche Stiftungen in den kommenden
Jahren rechnen können?

Dr. Steiner: Kunnen we de komende jaren op zulke toelagen blijven rekenen?

Molt: Wenn das Wirtschaftsleben nicht zusammenbricht. Der Beitrag wird auf 200 000 hinaufgehen.

Molt: Als de economie niet instort. Dan zal de bijdrage stijgen naar 200.000.

Dr. Steiner: Und wenn er es nicht tut?

Dr. Steiner: En als dat niet gebeurt?

Molt: Dafür bin ich an der Spitze des Unternehmens, um genügenden Einfluß auf die Sache zu nehmen.

Molt: Daarom sta ik aan de top van het bedrijf, om voldoende invloed te hebben
op de zaak.

Dr. Steiner: Das wären die Kosten, die der Waldorf erwachsen. Wir haben so viel begüterte Eltern, die entsprechende Beiträge leisten könnten, die können nicht von der Waldorf verlangen, daß sie große Beträge gibt. Deshalb muß an diese Menschen herangetreten werden, die Interesse haben an der Schule, wenn das Interesse nicht verdunstet, sobald sie die Taschen aufmachen sollen. Dann ist es besser, die Kinder bleiben weg. Wir sind nicht da, bloß um die Kinder aufzunehmen, weil die Schule näher liegt. Das wird sich erproben in den nächsten acht Tagen. Wenn sie es nicht tun, dann werden wir die Anmeldungen rückgängig machen. Es werden sich die Geister scheiden. Wenn man sagt: Wir verstehen unter einer Einheitsschule dasjenige, daß keiner etwas bezahlt, daß alle gleich sind, gegen dies habe ich nichts. Wir brauchen es nicht zur Ehre anzurechnen, daß Ministerkinder da sind, aber daß auch künftig die Kinder der Wohlhabenden neben den Kindern der Armen sitzen.
Vielleicht könnte es noch gelingen, über die Frage des Weltschulvereins zu einer gewissen Klarheit zu kommen. Bei all diesen Dingen darf nicht vergessen werden: wir haben große Schwierigkeit, unmittelbar Gelder zu bekommen für den Bau in Dornach. Wir werden geringere Schwierigkeiten haben, namentlich in Amerika, für die Begründung von Schulen. Wir haben die allergeringste Schwierigkeit,

Dat zouden de kosten zijn die Waldorf zou maken. We hebben zoveel rijke ouders die een overeenkomstige bijdrage zouden kunnen leveren; ze kunnen niet verwachten dat Waldorf grote bedragen geeft. Daarom moeten we deze mensen benaderen die geïnteresseerd zijn in de school, mits die interesse niet verdwijnt zodra ze hun portemonnee moeten trekken. Dan is het beter als de kinderen wegblijven. <3> We zijn hier niet alleen om kinderen op te nemen omdat de school dichterbij is. Dit zal de komende acht dagen blijken. Als ze niet geïnteresseerd zijn, annuleren we de inschrijvingen. De meningen zullen verdeeld zijn. Als iemand zegt: “Wij verstaan ​​onder een brede school dat niemand iets betaalt, dat iedereen gelijk is”, dan heb ik daar geen bezwaar tegen. We hoeven het niet als een eer te beschouwen dat de kinderen van de minister hier zitten, maar het is belangrijk dat in de toekomst de kinderen van rijke ouders naast de kinderen van arme ouders zitten. <3>
Misschien is er nog wel een mogelijkheid om duidelijkheid te krijgen over de kwestie van de Wereldschoolvereniging.
Met dit alles in het achterhoofd mogen we niet vergeten dat we grote moeite hebben om direct financiering te verkrijgen voor de bouw in Dornach. We zullen minder problemen ondervinden, met name in Amerika, voor het oprichten van scholen. We hebben niet de minste moeite

Blz. 190

wenn man Sanatorien begründen will. Die Menschen verstehen, daß man ein Sanatorium braucht, sie verstehen weniger, daß man Schulen braucht, aber sie verstehen nicht, daß man die Grundlage von allem braucht, daß man den Dornacher Bau braucht.

met het stichten van sanatoria. Mensen begrijpen dat je een sanatorium nodig hebt, ze begrijpen minder dat je scholen nodig hebt, maar ze begrijpen niet dat je de basis van alles nodig hebt, dat je het gebouw in Dornach nodig hebt.

X.: Dann muß man das Sanatorium verbinden mit der Schule.

X: Dan het sanatorium maar met de school combineren.

Dr. Steiner: Unsere Schulen sind anders gebaut, das können wir nicht zum Ausdruck bringen. Oder wir gründen einen Weltverein der ganz jungen Invaliden. „Gesundheitsschule”, das würde mehr ziehen. Das wird aber nicht gehen. Es würde sich nur darum handeln, in der Propaganda die Dinge zu verbinden, daß man einen gemeinsamen Fonds hat, daß man auf der einen Seite Sanatorien macht und auf der anderen Seite eine Schule. Wir müssen, wenn wir Schulen begründen wollen, dem Verein das Recht geben, daß er auch das Geld für Dornach verwendet. Sonst wird der Verein ein Kontraverein für Dornach, der jedes Zuweisen aufsaugt. Wenn wir die Eurythmie umgestalten zur Heileurythmie, dann kriegen wir sehr bald ein Sanatorium. Ich werde im kleinen, bescheidenen Maßstabe den Versuch machen, um etwas zu zeigen. Ich bin gebeten worden, ob nicht etwas als Heileurythmie gemacht werden kann. Ich werde diesen Versuch machen. Sie werden sehen, da werden alle Leute kommen.
Wir müssen schon die Schule als solche als staatslose Schule, die aus dem freien Geistesleben geschaffen ist, betonen.

Onze scholen zijn anders gebouwd; daar kunnen we geen vorm voor vinden. Of we stichten een wereldwijde vereniging van zeer jonge mensen met een beperking. “Gezondheidsschool”—dat zou aantrekkelijker zijn. Maar dat werkt niet. Het zou alleen een kwestie zijn van dingen aan elkaar koppelen in de propaganda, van een gemeenschappelijk fonds hebben, van enerzijds sanatoria bouwen en anderzijds een school. Als we scholen willen oprichten, moeten we de vereniging het recht geven om het geld ook voor Dornach te gebruiken. Anders wordt de vereniging een tegenorganisatie van Dornach, die elke toewijzing opslokt. Als we euritmie omvormen tot therapeutische euritmie, hebben we al snel een sanatorium. Ik zal het op kleine, bescheiden schaal proberen, om iets te tonen. Mij ​​is gevraagd of er iets gedaan kan worden met therapeutische euritmie. Ik ga het proberen. U zult het zien, iedereen zal komen.
<4> We moeten benadrukken dat de school zelf een staatloze school is, ontstaan ​​uit een vrij geestesleven leven.

X.: Man sollte konkrete Vorschläge machen zum Weltschulverein. Man sollte, ehe man an die Öffentlichkeit tritt, abwarten, wie das wirkt, was versucht ist.
Jetzt sollte man nicht den Eindruck entstehen lassen, daß man nicht weiter kann.

X.: We moeten concrete voorstellen doen voor de Wereldschoolvereniging. Voordat we naar buiten treden, moeten we afwachten hoe het initiatief wordt ontvangen. Nu moeten we niet de indruk wekken dat we niet verder kunnen.

Dr. Steiner: Wir haben so viel Anmeldungen, daß wir nur dann diese Anmeldungen entgegennehmen können, wenn wir mehr Beiträge bekommen. Haben Sie den Eindruck, daß der Aufruf so klingt, als ob wir Gefühle des Versagens haben? Ich wollte hervorrufen, daß von der Lehrerschaft betont wird, daß etwas erreicht worden ist mit der Schule, wofür sich die Öffentlichkeit interessieren kann, um beizutragen aus einem allgemeinen Interesse heraus. Die zahlreichen Anmeldungen sind betont worden. Es schien mir wichtig, daß man mit den Zahlen aufwartet. Jetzt sind hundert da, die wir nicht aufnehmen könnten, wenn wir nicht Mittel bekommen. Ich würde vorschlagen, daß man in einem sehr guten Aufruf hinschreiben würde: Es strömen uns die Kinder zu! — Dann würde ich vorschlagen, daß es jedenfalls ein Lehrer vorbringt, weil es viel mehr Eindruck macht.
Nun müssen wir den Modus finden, daß uns nicht die Menschen

We hebben zoveel aanvragen dat we die alleen kunnen accepteren als we meer bijdragen ontvangen. Krijgt u de indruk dat de oproep klinkt alsof we ons verloren voelen? Ik wilde het onderwijspersoneel aanmoedigen om te benadrukken dat er iets bereikt is met de school, iets waar het publiek in geïnteresseerd kan zijn en waaraan het uit algemene interesse kan bijdragen. Het grote aantal aanvragen is benadrukt. Het leek me belangrijk om de aantallen te presenteren. Er zijn er nu honderd die we niet zouden kunnen accepteren als we geen financiering zouden ontvangen. Ik zou willen voorstellen dat een zeer goede oproep zou moeten luiden: Kinderen stromen naar ons toe! — En ik zou willen voorstellen dat ten minste één leraar dit punt aanhaalt, omdat het een veel sterkere indruk maakt. Nu moeten we een manier vinden om ervoor te zorgen dat mensen niet tegen ons

Blz. 191

sagen: Nun ja, wenn die Kinder zuströmen, dann sollen es auch die Eltern der Kinder bezahlen. — Es ist eine prinzipielle Sache, daß wir nicht von jedem Schulkind das Schulgeld bezahlen lassen können.
Deshalb sind die Schwierigkeiten, die darin beruhen, daß wir Kinder aufnehmen, die nicht Schulgeld bezahlen.

zeggen: Nou, als de kinderen massaal komen opdagen, dan moeten de ouders van de kinderen betalen. — Het is een principekwestie dat we niet elk schoolkind schoolgeld kunnen laten betalen. Daarom hebben we moeite met het toelaten van kinderen die geen schoolgeld betalen.

X. stellt den Antrag, daß Heydebrand und Hahn den Aufruf im Sinne des Entwurfs ausarbeiten, und daß es heute abend vorgebracht wird.

X. Stelt voor dat Heydebrand en Hahn de oproep opstellen conform het concept en dat het vanavond wordt gepresenteerd.

Dr. Steiner: Ich habe nichts dagegen, weil es keine Versammlung ist.
Es kann gemacht werden. Mir scheint, es müßte schärfer herausgearbeitet werden, so daß etwas Bestimmtes ins Bewußtsein der Menschen fällt. Eine solche offizielle Erklärung scheint mir nicht gegen eine Privatwerbung zu wirken. Es ist vielleicht gut, in voller Öffentlichkeit aufzutreten.
Es liegt der Antrag vor, daß die Sache nochmals vertagt wird, daß man mit geladenen Revolvern kommt. Ist dagegen etwas zu sagen?
Wenn Sie heute noch eine Sitzung unter sich, unter irgend jemand von sich aus berufen wollen, so bitte ich das zu tun; ich kann am Nachmittag nicht.

Ik heb geen bezwaar, want het is geen openbare vergadering. Het kan. Het lijkt me alleen dat het duidelijker geformuleerd moet worden, zodat er iets concreets bij de mensen doordringt. Zo’n officiële verklaring lijkt me geen tegenwicht te bieden aan particuliere reclame. Het zou goed zijn om het in het openbaar te presenteren.
Er is een motie om de zaak opnieuw uit te stellen, om met ‘geladen revolvers’ te komen. Is daar bezwaar tegen? Als u vandaag een vergadering wilt beleggen, onderling of met iemand anders, doe dat dan gerust; ik ben vanmiddag niet beschikbaar.

X. fragt nach dem Lehrplan der 9. Klasse und nach der Errichtung eines Internats. Es liegen verschiedene Vorschläge vor von Persönlichkeiten, die Kinder aufnehmen würden, um sich eine Existenz zu gründen, oder die sie nebenher aufnehmen würden. Dann die Frage der Reifeprüfung.

X. informeert naar het leerplan voor de negende klas en de oprichting van een internaat. Er zijn verschillende voorstellen ontvangen van personen die kinderen willen opnemen om zich een inkomen te verschaffen of om hen erbij te nemen. Dan is er nog de kwestie van het eindexamen.

Dr. Steiner: Was den Lehrplan der 9. Klasse betrifft, so ist das eine eminent pädagogische Frage, etwas, was ganz gewiß vorliegen wird im Beginne des nächsten Schuljahres, was verbunden sein würde mit einem Kurs von fünf bis sieben neuen Vorträgen, die aufgesetzt werden müssen. Der würde dann für das Lehrerkollegium am Anfang des Schuljahres zu halten sein. Das eigentliche, das lehrplanmäßige Einrichten der 9. Klasse, das ist etwas, was einen fünf- bis sechstägigen Kurs notwendig machen würde. Insofern würden wir die pädagogische Ordnung vertagen können bis zum Beginn des nächsten Schuljahres. — Wir müssen uns nur klar werden über die Besetzungsfragen der einzelnen Klassen.
Dann ist da die Frage der Reifeprüfung. Das ist eine nicht ganz leichte Sache aus dem Grunde, weil wir dadurch, daß wir auf die staatliche Anerkennung unserer Mittelschule hinarbeiten, ja eigentlich unserem Prinzip untreu werden. Wir bringen uns in Abhängigkeit vom Staate. Wir haben nicht mehr das Recht, von einer staatsfreien Schule zu reden. Wir bleiben nur treu, wenn wir die Kinder einfach darauf verweisen, daß sie sich einfach prüfen lassen müssen,

Wat betreft het leerplan voor de negende klas, dit is een cruciale pedagogische kwestie, iets dat zeker aan het begin van het volgende schooljaar aan de orde zal komen. Dit zou een cursus van vijf tot zeven nieuwe voordrachten vereisen, die vervolgens aan het begin van het schooljaar voor het docententeam zou worden gegeven. De daadwerkelijke implementatie van het leerplan voor de negende klas vereist een cursus van vijf tot zes dagen. In dit opzicht zouden we de pedagogische regelingen kunnen uitstellen tot het begin van het volgende schooljaar. We moeten alleen nog de personeelsbezetting voor de afzonderlijke klassen regelen.
<5> Dan is er nog de kwestie van het eindexamen. Dit is geen eenvoudige zaak, want door te streven naar staatserkenning van onze middelbare school verraden we in feite ons eigen principe. We maken onszelf afhankelijk van de staat. We hebben niet langer het recht om te spreken van een staatsvrije school. We blijven alleen trouw aan onze principes als we de kinderen simpelweg laten weten dat ze een test moeten ondergaan,

Blz. 192

falls sie eine Staatsanstellung wollen; daß sie sich prüfen lassen müssen auf einer Staatsschule, die ihnen das Recht gibt, eine Universität zu besuchen. Sobald wir mit dem Staate zu verhandeln anfangen, begeben wir uns in seine Abhängigkeit. Er wird wahrscheinlich auch die Bedingung stellen, daß irgendein staatlich modellierter Studienrat auch bei unserer Abgangsprüfung erscheinen soll. Die dürfen wir nicht in die wirkliche substantielle Einrichtung hineinlassen.
Wenn sie die Schule anschauen wollen, da mögen sie es tun, wenn sie herumlungern. Aber in wirkliche Verhandlungen können wir uns nicht einlassen. Wir werden nicht untreu, wenn sich die Kinder, die doch in Abrahams Schoß zurückkehren, staatlich prüfen lassen.
Einen wirklichen Sinn hat die Begründung der 9. Klasse nur dann, wenn wir die Begründung einer vollständig freien Hochschule in Aussicht nehmen. Es hat nur einen Sinn, wenn wir eine freie Hochschule zu gleicher Zeit in Aussicht nehmen, und dann kann es uns egal sein, wie diese Reifeprüfung entschieden wird. Dann wird nur die Hochschulberechtigungsfrage in Aussicht genommen werden müssen. Das ist eine solche Frage, die wir vertagen. Bis dahin werden sich die Verhältnisse geändert haben, daß man einer solchen Hochschule die Anerkennung versagen kann.

als ze een baan bij de overheid willen; dat ze een examen moeten afleggen op een staatsschool, wat hen recht geeft op een universitaire opleiding. Zodra we met de staat gaan onderhandelen, worden we ervan afhankelijk. Waarschijnlijk zal de staat ook bepalen dat er een door de staat opgeleide leraar aanwezig moet zijn bij onze eindexamens. We mogen ze niet toelaten in de eigenlijke, inhoudelijke instelling. Als ze de school willen bekijken, mogen ze dat doen als ze willen rondhangen. Maar we kunnen niet echt onderhandelen. We worden niet ontrouw als de kinderen, die uiteindelijk terugkeren naar Abrahams schoot, staatsexamens afleggen. <5>
De invoering van de negende klas heeft alleen echt zin als we de oprichting van een volledig vrije universiteit voor ogen hebben. Het heeft alleen zin als we tegelijkertijd een vrije universiteit voor ogen hebben en dan maakt het ons niet uit hoe dit eindexamen wordt bepaald. Dan hoeven we alleen nog maar de kwestie van de toelatingseisen voor de universiteit te overwegen. Dat is een kwestie die we zullen uitstellen. Tegen die tijd zullen de omstandigheden zodanig veranderd zijn dat dat men een dergelijke universiteit de erkenning kan weigeren.

Die Frage des Internats ist etwas, was wünschenswert ist. Sie hängt zusammen mit der Aufnahme von auswärtigen Schülern. Es wäre sehr schön. Alle Leute reden davon, daß sie ihre Kinder hierherschicken würden. Wir kriegen gleich die zwei (X.)-Buben aus Dornach. Uns sind sie vorläufig auf den Dächern herumgetanzt. Sie können das Tanzen fortsetzen auf der Nase der Internatsleitung. Das wird ja verlockend sein.

De vraag naar een internaat is wenselijk. Het hangt samen met de toelating van leerlingen van buiten de regio. Dat zou heel mooi zijn. Iedereen praat erover om hun kinderen hierheen te sturen. We krijgen de twee (X.) jongens uit Dornach meteen. Tot nu toe hebben ze ons flink te pakken genomen. Ze kunnen hun streken gerust voortzetten, recht voor de neus van de internaatsleiding. Dat zal verleidelijk zijn.

Es wird gefragt, in welcher Farbe die Bänke angestrichen werden sollen.

<6> De vraag rijst welke kleur de banken moeten krijgen.

Dr. Steiner: Das kann wohl gemacht werden, das Anstreichen der Bänke. Ein lila Anstrich; bläulich, hell. Das kann mit gewöhnlichen Farben geschehen. Die Dornacher Farben können aus geldlichen Gründen nicht realisiert werden.
Ich habe eine Mappe aus Dornach mitgebracht. Es handelt sich darum, daß in Dornach eine kleinere Anzahl von Kindern von Herrn B. in dieser Weise sehr gut vorwärts gebracht worden ist. Es sind Zeichnungen, die die Kinder so gemacht haben, daß ihnen eigentliche Motive gegeben worden sind, und es kommt dabei die Individualität der einzelnen Kinder gut heraus. Wenn wir auf eine Stunde zusammenkommen, dann werde ich Ihnen diese Mappe suchen und auseinandersetzen. Es ist immerhin wichtig, wenn Sie daran denken,

Dat kan zeker, de banken schilderen. Paars, blauwachtig, licht. Dat kan met gewone verf. De kleuren van Dornach kunnen om financiële redenen niet gebruikt worden. <6>
Ik heb een map uit Dornach meegenomen. Die gaat over het feit dat een klein aantal kinderen in Dornach op deze manier zeer succesvol ondersteund is door meneer B. Het zijn tekeningen die de kinderen hebben gemaakt, waarbij ze specifieke motieven kregen en de individualiteit van elk kind duidelijk naar voren komt. Als we elkaar een uur spreken, zal ik deze map voor u opzoeken en doornemen. Het is belangrijk dat u eraan denkt

Blz. 193

etwas zu veröffentlichen. Die kleine G. W. hat mir gesagt, als ich ihr erzählte: „Eure Zeichnungen werden wir in der Waldorfschule zeigen”: „Jetzt modellieren wir auch schon.” Es sind die Individualitäten der Kinder ganz famos zum Ausdruck gekommen. Ich denke nicht daran, das zu einer Norm zu machen. Ein anderer mag es anders machen, aber man kann daran viel lernen. Was B. will, ist, daß er denKindern das eine oder andere erzählt; dann läßt er sie, nachdem er ihnen ganz spärliche Anleitungen gegeben hat, einfach nach ihren Ideen das, was er erzählt hat, in Formen zum Ausdruck bringen. Das haben die Kinder untereinander besprochen.
Am Nachmittag fand dann eine Besprechung statt in einem erweiterten Kreise, ohne Dr. Steiner, über die Möglichkeiten, Geld zu beschaffen und über die Gründung des Weltschulvereins. Am Abend war ein öffentlicher Vortrag Dr. Steiners: „Wer darf gegen den Untergang des Abendlandes reden? (Eine
Gegenwartsrede.)”

om iets te publiceren. Toen ik tegen de kleine G.W. zei: “We laten je tekeningen zien op de Waldorfschool”, zei ze: “Nu zijn we al aan het boetseren.” De individualiteit van de kinderen kwam prachtig tot uiting. Ik wil hier geen norm van maken. Iemand anders doet het misschien anders, maar er valt veel van te leren. Wat B. wil, is dat hij de kinderen iets vertelt; vervolgens, na hen zeer summiere instructies te hebben gegeven, laat hij hen gewoon uitdrukken wat hij hen heeft verteld in vormen die aansluiten bij hun eigen ideeën. De kinderen bespraken dit onderling.

’s Middags vond er een bijeenkomst plaats in een bredere kring, zonder Dr. Steiner, over de mogelijkheden om geld in te zamelen en over de oprichting van de Wereldschoolvereniging. ’s Avonds was er een openbare lezing van Dr. Steiner: “Wie mag zich uitspreken tegen het verval van het Westen? (Een toespraak uit die tijd.)” GA 335/214. Niet vertaald.

.

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3490-3285

 .

.

.

 

 

 

VRIJESCHOOL – De wereld is waar…….

.

Hoe WAAR is de wereld voor de opgroeiende mens vanaf 12 jaar?
Zie de inleidende gezichtspunten.

Waar kun je als leerkracht enthousiast over worden en als ideaal aan je leerlingen laten zien?

Je kan – dat overkwam mij bij het lezen van zo’n artikel – van binnen warm worden, je dankbaar voelen ‘dat er zulke mensen zijn’.

Iets positiefs ervaren: als we dat onze leerlingen eens konden meegeven.

Aardpeer – BD Grondbeheer info@bdgrondbeheer.

Beste pieter ha,

Goed nieuws!

Onze campagne met Thuishaven maakt een mooie stap vooruit. Jeroen van Steen gaat samen met de eigen community het erf, waar de gebouwen op staan, borgen. Daardoor hoeft het doelbedrag niet langer €300.000 te zijn, maar €220.000.

Dat betekent: €80.000 minder nodig en we zijn daarmee nu al voor 56,8% onderweg.

Een krachtig voorbeeld van wat er mogelijk is als we grond echt samen dragen. Help je mee om de grond 100% vrij te maken?

Op naar de 100%

We zijn dichter bij ons doel

Afgelopen zomer schonk Jeroen van Steen 19 hectare landbouwgrond aan BD Grondbeheer, dat is de grootste donatie in onze geschiedenis.

Dankzij de mooie meevaller gaat het doelbedrag van de campagne Thuishaven omlaag van €300.000 naar €220.000. De eindstreep komt in zicht. Aanleiding genoeg om met Jeroen van Steen in gesprek te gaan. Over wat de campagne tot nu toe teweeggebracht heeft, het verlagen van het doelbedrag en wat deze stap voor hem en Thuishaven betekent.

Lees verder

De weg naar duurzame landbouw is vrije grond

In januari 2026 bestaat Aardpeer vijf jaar. BD Grondbeheer, Wij.land, Herenboeren NL en Triodos Regenerative Money Centre bundelden hun krachten met één helder doel: de transitie naar natuurvriendelijke landbouw mogelijk maken.

Kees van Biert en Danielle de Nie blikken terug op wat is bereikt en delen hun belangrijkste inzicht voor de toekomst: vrije grond is onmisbaar.

Lees verder

Heb jij al een stukkie grond gedoneerd?

Over 5 jaar Aardpeer gesproken. Bij Burgerboerderij de Patrijs zie je hoe het werkt: dankzij de steun van de community via de Samen voor Grond Obligaties 1 en 3 kon deze prachtige plek van start gaan.

Nu is het tijd voor de volgende stap: we gaan de grond vrij maken. Dat betekent dat dit stuk grond voor altijd een plek zal zijn om ecologisch en natuurvriendelijk te werken. In de woorden van Danielle de Nie: “Vrije grond, dus grond die niet financieel belast is, is de enige echte weg naar duurzame grond.”

En jij kunt daar een onderdeel van zijn!

Door een stukkie grond te doneren aan burgerboerderij de Patrijs. Help je mee?

Doneer een stukkie grond

Het is niet makkelijk om boer te worden

De Jonge Voedselbosboeren geloven in de kracht van eetbare ecosystemen waarin natuur en landbouw hand in hand gaan.

Op het noordelijkste punt van landschapspark Lingezegen in Elst (Gelderland) hebben Aardpeer en Land van Ons 13 hectare voor hen gekocht. De vier ondernemers, waaronder Katja Zweerus, zijn hier vorig jaar van start gegaan met de aanplant van hagen en pioniersplanten: het begin van Voedselbos De Laar. Katja vertelt hoe ze de biodiversiteit in rap tempo ziet verbeteren.

Lees verder

Eindsprint voor Thuishaven

Doneren
Aardpeer

Samen voor Grond

Campagnes

Boeren

Over Aardpeer

info@aardpeer.nl

www.aardpeer.nl

BD Grondbeheer

Doneer een stukkie grond

Campagnes

Boeren

Over BD Grondbeheer

info@bdgrondbeheer.nl

www.bdgrondbeheer.nl

Betaalgegevens

IBAN: NL32 TRIO 0198 486 197

RSIN: 007255317

Adres

Stichting BD Grondbeheer, Diederichslaan 25, 3971 PA Driebergen, The Netherlands

Algemene menskundede wereld is waar

Sociale driegeledingalle artikelen

7e klas: voedingsleer

Vrijeschool in beeldalle beelden

.
.
.
.

VRIJESCHOOL – Breinbreker (nieuw)

.

Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.

Onderstaande breinbreker vergt een waarnemingsgave: hoe ziet een verplaatsing van de lucifers eruit en nodigt uit tot rekenen.

Maak de som kloppend door 1 of 2 lucifers een andere plaats te geven en/of weg te nemen:

Oplossing:

Alle breinbrekers

Alle taalraadsels

Alle rekenraadsels

Alle ‘gewone’ raadsels

5A

VRIJESCHOOL – Vrijeschoolliederen

.

Gratis toegang voor alle vrijeschoolleerkrachten
Goed nieuws: de Vereniging van vrijescholen en Vrijeschoolliederen slaan de handen ineen, zodat alle vrijeschoolleerkrachten kosteloos en onbeperkt van ons platform gebruik kunnen maken. We vertellen je er graag alles over in deze nieuwsbrief.

Maar er is meer: een kersvers lied, een inspirerende podcast, het nieuwe studentenabonnement en een voorproefje van de Werkplaats 2026.

Muziektip
Ontdek hoe heerlijk ‘Warewinde flierevlinde’ wegzingt. Dit nieuwe lied is sfeervol, beeldrijk en fijn in het gehoor liggend. Inge Stok maakte een nieuwe tekst op een bekende Hongaarse melodie, Anouk Vinders bewerkte het tot een tweestemmig lied en Anne Gies maakte er een prachtige illustratie bij.

Bekijk hier het resultaat

De Vereniging van vrijescholen en Vrijeschoolliederen werken samen: alle vrijescholen in Nederland krijgen een collectief abonnement van Vrijeschoolliederen, als onderdeel van hun lidmaatschap bij de Vereniging.

Hiermee hebben alle leerkrachten onbeperkt toegang tot het complete aanbod van bladmuziek, lesideeën, methodieken, podcasts en pedagogische achtergrondartikelen.

Nieuwsgierig? Mail ons gerust voor meer informatie: info@vrijeschoolliederen.nl.

TIP: Werk je binnen het reguliere onderwijs of het hoger onderwijs en wil je voor jouw medewerkers of studenten ook onbeperkte toegang tot het platform? Neem dan contact met ons op, dan kijken we naar de mogelijkheden voor een passend collectief abonnement.

Podcast

Wist je dat er bij Vrijeschoolliederen elke maand een nieuwe podcast verschijnt, die je ook zonder abonnement kunt beluisteren? Matthijs Overmars interviewt muziekprofessionals die vertellen over hun drijfveren en ervaringen.

Uitgelicht: Marcel van Os was decennialang muziekdocent op Hogeschool Helicon en de Vrijeschool pabo. In de podcast benadrukt hij het belang van een speelse benadering van muzieklessen. Hij is wars van dogma’s en tegelijk diep doordrongen van de betekenis van muziek voor het opgroeiende kind.

Beluister de podcast met Marcel van Os

Studenten opgelet!

Voor jullie is er nu een abonnement op maat met 15% korting. Klik hier voor meer informatie.

Voorproefje

Onze Werkplaats biedt een rijk palet aan muzikale nascholing. Hieronder alvast een tipje van de sluier voor het voorjaarsprogramma 2026. In de volgende nieuwsbrief worden de data bekend gemaakt en kun je je aanmelden.

Ukelele spelen – op veler verzoek nogmaals een ochtend om de basisvaardigheden van het spelen op de ukelele onder de knie te krijgen.
 Lees meer.

Samen in beweging – werelddansen in je klas: Anouk Vinders laat je ervaren hoe je zowel met lagere als hogere klassen kunt dansen. Een multiculturele ontdekkingstocht waar de kinderen blij van worden! 
Lees meer.

• Nieuw Koorzingen op school – een inspiratiedag voor dirigenten: het schoolkoor kan de muzikale motor zijn van de muziekcultuur op een school. Maar hoe pak je dat aan? Tips & tricks voor een bloeiend schoolkoor.

Fluiten met je klas – didactiek en praktijk: fluitles geven is niet zo moeilijk als je misschien denkt! Een ochtend om je net dat duwtje in de rug te geven om te starten met instrumentaal onderwijs. 
Lees meer.

• Nieuw Speels slagwerk – werken met ritmestokjes in je klas: we maken zelf ritmestokjes en ontdekken daarmee een wereld van ritmische werkvormen, spelletjes, virtuositeit en samenwerking.

Bodypercussie – ook de praktijkochtend met Jeroen Schipper en Heiko de Jonge gaat in reprise, met weer nieuwe grooves, spelvormen en lesideeën. 
Lees meer.

Binnenkort in de werkplaats

Zondag 25 januari 2026:
Inspiratiedag Zingen met kinderen

Hoe pak je dat aan, zingen met kinderen? Welk repertoire kies je, hoe leer je nieuwe liederen aan, hoe houd je je klas of kinderkoor gemotiveerd? Combineer enthousiasme met vakmanschap en word een inspirerende muziekdocent of kinderkoordirigent.

Muziekdocenten Annemiek van der Ven en Matthijs Overmars werken met nieuwe thema’s, liederen en spel-ideeën. Op zondag 25 januari staat het variëren met liedmateriaal centraal: speelse werkvormen die kinderen muzikaal bij de les houden.
Meer informatie en aanmelden

Over muziekonderwijs in het nieuws:
Muziekdeskundigen over de waarde van muziekonderwijs. En dat er op de Nederlandse scholen te weinig muziekonderwijs is. De vrijescholen worden niet genoemd. Steiner over muziek.
Opspattend grind:  Zie [7]  [10]  [24]  [26]  [66]  [99
Algemene menskundealle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

 

.

.

.

.

 

 

 

 

Goed nieuws: de Vereniging van vrijescholen en Vrijeschoolliederen slaan de handen ineen, zodat alle vrijeschoolleerkrachten kosteloos en onbeperkt van ons platform gebruik kunnen maken. We vertellen je er graag alles over in deze nieuwsbrief.

Maar er is meer: een kersvers lied, een inspirerende podcast, het nieuwe studentenabonnement en een voorproefje van de Werkplaats 2026.

Muziektip

Ontdek hoe heerlijk ‘Warewinde flierevlinde’ wegzingt. Dit nieuwe lied is sfeervol, beeldrijk en fijn in het gehoor liggend. Inge Stok maakte een nieuwe tekst op een bekende Hongaarse melodie, Anouk Vinders bewerkte het tot een tweestemmig lied en Anne Gies maakte er een prachtige illustratie bij.

Bekijk hier het resultaat

Cadeautje

De Vereniging van vrijescholen en Vrijeschoolliederen werken samen: alle vrijescholen in Nederland krijgen een collectief abonnement van Vrijeschoolliederen, als onderdeel van hun lidmaatschap bij de Vereniging.

Hiermee hebben alle leerkrachten onbeperkt toegang tot het complete aanbod van bladmuziek, lesideeën, methodieken, podcasts en pedagogische achtergrondartikelen.

Nieuwsgierig? Mail ons gerust voor meer informatie: info@vrijeschoolliederen.nl.

TIP: Werk je binnen het reguliere onderwijs of het hoger onderwijs en wil je voor jouw medewerkers of studenten ook onbeperkte toegang tot het platform? Neem dan contact met ons op, dan kijken we naar de mogelijkheden voor een passend collectief abonnement.

Podcast

Wist je dat er bij Vrijeschoolliederen elke maand een nieuwe podcast verschijnt, die je ook zonder abonnement kunt beluisteren? Matthijs Overmars interviewt muziekprofessionals die vertellen over hun drijfveren en ervaringen.

Uitgelicht: Marcel van Os was decennialang muziekdocent op Hogeschool Helicon en de Vrijeschool pabo. In de podcast benadrukt hij het belang van een speelse benadering van muzieklessen. Hij is wars van dogma’s en tegelijk diep doordrongen van de betekenis van muziek voor het opgroeiende kind.

Beluister de podcast met Marcel van Os
Studenten opgelet!

Voor jullie is er nu een abonnement op maat met 15% korting. Klik hier voor meer informatie.
Voorproefje

Onze Werkplaats biedt een rijk palet aan muzikale nascholing. Hieronder alvast een tipje van de sluier voor het voorjaarsprogramma 2026. In de volgende nieuwsbrief worden de data bekend gemaakt en kun je je aanmelden.
• Ukelele spelen – op veler verzoek nogmaals een ochtend om de basisvaardigheden van het spelen op de ukelele onder de knie te krijgen. Lees meer.

• Samen in beweging – werelddansen in je klas: Anouk Vinders laat je ervaren hoe je zowel met lagere als hogere klassen kunt dansen. Een multiculturele ontdekkingstocht waar de kinderen blij van worden! Lees meer.

• Nieuw Koorzingen op school – een inspiratiedag voor dirigenten: het schoolkoor kan de muzikale motor zijn van de muziekcultuur op een school. Maar hoe pak je dat aan? Tips & tricks voor een bloeiend schoolkoor.

• Fluiten met je klas – didactiek en praktijk: fluitles geven is niet zo moeilijk als je misschien denkt! Een ochtend om je net dat duwtje in de rug te geven om te starten met instrumentaal onderwijs. Lees meer.

• Nieuw Speels slagwerk – werken met ritmestokjes in je klas: we maken zelf ritmestokjes en ontdekken daarmee een wereld van ritmische werkvormen, spelletjes, virtuositeit en samenwerking.

• Bodypercussie – ook de praktijkochtend met Jeroen Schipper en Heiko de Jonge gaat in reprise, met weer nieuwe grooves, spelvormen en lesideeën. Lees meer.
Binnenkort in de werkplaats

Zondag 25 januari 2026:
Inspiratiedag Zingen met kinderen

Hoe pak je dat aan, zingen met kinderen? Welk repertoire kies je, hoe leer je nieuwe liederen aan, hoe houd je je klas of kinderkoor gemotiveerd? Combineer enthousiasme met vakmanschap en word een inspirerende muziekdocent of kinderkoordirigent.

Muziekdocenten Annemiek van der Ven en Matthijs Overmars werken met nieuwe thema’s, liederen en spel-ideeën. Op zondag 25 januari staat het variëren met liedmateriaal centraal: speelse werkvormen die kinderen muzikaal bij de les houden.
Meer informatie en aanmelden

Wij wensen je mooie en sfeervolle maanden toe, met veel muziek en licht.

Een hartelijke groet, namens het team van Vrijeschoolliederen,
Ilse Delaere
Illustraties in deze nieuwsbrief door Anne Gies.

Deze e-mail is verstuurd aan pieterhawitvliet@gmail.com.
Als je geen e-mails meer wilt ontvangen dan kun je je hier afmelden.
Je kunt ook je gegevens inzien en wijzigen.
Voeg info@vrijeschoolliederen.nl toe aan je adresboek voor een betere ontvangst.

VRIJESCHOOL – 11e klas – Parcival (7)

.

In de 11e klas wordt de zgn. ‘Parcivalperiode’ gegeven.

Over het waarom, vind je in deze artikelen uit Vrije Opvoedkunst’ de nodige achtergronden.

Ook op deze blog staan er diverse artikelen over. Zie onder Parzival.

Het volgende artikel is eveneens bedoeld als verdieping om deze periode te kunnen geven.

Jelle v.d. Meulen, Motief nr. 274, 7/8 2023

De gewonde patriarch

 

Een terugkerend motief in de Graallegenden vormen de innige betrekkingen tussen vrouwen en mannen. Wij als moderne lezers zien daarbij in de eerste plaats romantische paren. Maar echt romantisch blijken de verhalen niet. Geliefden bereiken elkaar niet, blijven lang gescheiden of verliezen elkaar. Wat wij gemakkelijk over het hoofd zien is dat de relaties niet alleen van belang zijn voor de twee betrokkenen. Het verlossende einde, zoals bijvoorbeeld beschreven door Wolfram von Eschenbach in diens Parzival, betreft niet in de eerste plaats twee of vier of zes gelukkige individuen die elkaar hebben gevonden, maar een complete gemeenschap.

De schrijvers van de legenden uit de twaalfde en dertiende eeuw hadden een scherp oog voor wat we de sociale betekenis van een innige relatie kunnen noemen. Ons gesloten concept – met eigen kinderen, eigen huis en eigen pensioen – komt in geen van de vertellingen voor. Ervoor in de plaats ontvouwt zich in de legenden een open vlechtwerk van betrekkingen, waarin het lotgeval van de één resoneert met anderen. De mate van innigheid tussen twee mensen maakt daarbij de kracht van de missie van hun relatie uit. De missie van deze betrekking heeft in het mycelium van relaties een heel bepaalde betekenis, die als een specifieke vorm van liefde kan worden gekenmerkt. Deze vorm heeft een dragende en zelfs initiërende werking in het grote geheel.

Patriarchaat, matriarchaat

De legenden van de Graal zijn op te vatten als een poging tot zachtmoedige ontmanteling van het patriarchaat. Overal verschijnen kijkwijzen die van een andere levenshouding getuigen. Er wordt transformatie nagestreefd. De macht wordt omgevormd met zachte krachten. En met name bij Wolfram von Eschenbach valt op dat deze zachtmoedige benadering met pittige humor gepaard gaat. Met het patriarchaat gaat een bepaalde geschiedschrijving gepaard, die nagenoeg uitsluitend over mannen handelt. De archeologe Marija Gimbutas toont in haar studie The Living Goddess aan dat de opkomst van het patriarchaat op zijn minst tot zevenduizend jaar voor Christus teruggaat. Tal van opgravingen in Europa en Azië bewijzen dat er in die tijd overal gemeenschappen waren, waar eerst vrouwelijke godinnen werden vereerd en pas daarna mannelijke. In haar studie beschrijft Gimbutas het plotselinge verschijnen van agressieve, militaristisch georganiseerde volkeren, die de eerder matriarchaal ingerichte gemeenschappen verdrijven of zelfs vernietigen. Wat mij betreft behoort de opkomst van het patriarchaat tot de raadselachtigste aspecten van de door ons aangenomen geschiedenis. Onbegrijpelijk is in de eerste plaats dat het patriarchaat zo absoluut het heft in handen nam. Waarom is dit gebeurd?

Het duurde tot de twintigste eeuw voordat een algemeen onbehagen wakker werd over de curieuze uitsluiting van vrouwen. Het probleem van de ongelijke behandeling van vrouwen en mannen is inmiddels in onze cultuur aangekomen, ook in de academische en de politieke wereld. Maar het heeft een hardnekkige kern. Achter het verloop der dingen gaat een vraag schuil: Hoe begrijpen wij vandaag de dag onszelf in het licht van de historiserende uitsluiting van de helft van de mensheid, de vrouwen dus? Wat zegt ons de opkomst van het patriarchaat over ons als mens? Het is een vraag die met zelfkennis te maken heeft, en zij betreft ons allen, zowel vrouwen als mannen.

Parcival

In de legenden over de Graal wordt de dominantie van het patriarchaat mild, maar aanhoudend aan de orde gesteld. Het begint ermee dat de moeder van Parzival weduwe is, die alleen met haar zoon in een woud woont. Zij heet Herzeloyde, wat leed-van-het-hart betekent. De vader van Parzival is kort voor de geboorte van diens zoon op het slagveld gestorven. Daarom doet Herzeloyde alles om te voorkomen dat Parzival een ridder wordt. De bewust gekozen levenswijze van de moeder vertoont nadrukkelijk matriarchale kenmerken, maar is tegelijk een door nood gedwongen beschermende afzondering. En dit laatste past eigenlijk niet in het matriarchaat, want dat wil juist open zijn. De ongedurige Parzival wil de wereld in trekken. Hij is het tegendeel van een veelbelovende patriarch-in-opleiding, eerder een onnozele jongeling die zich thuis voelt in de natuur en bovendien meent dat ridders eigenlijk goddelijke wezens zijn. Zelfs zijn eigen naam kent hij niet. Hij heeft geen oordelen in zijn kop en denkt dus niet in termen van goed of slecht, mooi of lelijk, waar of onwaar. Want alles wat je met je ogen kunt zien is goed, mooi en waar. Parzival is lang kind gebleven, wat ook een matriarchaal kenmerk is.

Maar hij verlaat zijn moeder. Op het moment dat Parzival vertrekt om ridder te worden, wat voor hem dus hetzelfde is als god worden, sterft Herzeloyde. Hij merkt dit echter niet, want opgetogen heeft hij de eerste stappen in de wereld gezet, zonder om te kijken. Alles wat hem vervolgens tegemoetkomt, neemt hij monter en onbevangen in zich op. Alleen al dit begin van het epos plaats een opmerkelijke kanttekening bij het patriarchaat: het wordt niet als een onvermijdelijke status quo voorgesteld. Herzeloyde maakt een duidelijke keuze en zet die ook door. En Parzival zelf vertrouwt erop dat het leven hem brengen zal wat hij nodig heeft. De realistische patriarchale visie dat het leven vooral weerbarstig-want-schaars is, leeft niet in hem. Een cruciale rol speelt vervolgens de ontmoeting met de doorgewinterde patriarch Gurnemanz, die Parzival informeert over de regels in het hoofse leven. De jonge held – en hier stuiten wij op een paradox – neemt de raadgevingen van de landsman zonder enige reserve in zich op. Zijn matriarchale jeugd lijkt hem weerloos te maken. Eén van de leringen van Gurnemanz is dat Parzival nooit een vraag mag stellen, want dat is onbeleefd. Onbevangen als een jong kind verinnerlijkt Parzival deze raad, precies zoals hij ooit in het bos de eksters, vossen en reeën accepteerde zoals zij waren.

Uit het verloop van de gebeurtenissen blijkt dat uitgerekend de dood van zijn moeder – Parzival hoort er pas later van – zijn montere vreugde verjaagt. De antiheld begrijpt ineens dat zijn stap in de wereld ongemerkt een schaduw in het leven heeft geroepen, voortkomend uit het verdriet en het sterven van zijn moeder. Niet lang na de raad van Gurnemanz komt Parzival oog in oog te staan met het oerbeeld van de gewonde patriarch, de patriarch dus die geen patriarch meer kan zijn. Deze graalkoning Anfortas is – door eigen schuld – uitgerekend tussen zijn benen gewond geraakt en niet meer in staat de gemeenschap van de Heilige Graal te leiden. Als de naïeve Parzival voor Anfortas staat, is hij verwonderd, maar hij vraagt niet wat er met de gewonde koning aan de hand is. Dit feit bepaalt het verdere verloop van de gebeurtenissen. Er is sprake van een vraag die voor het wel en wee van de gemeenschap moet worden gesteld, niet alleen voor Anfortas. Die vraag blijft in de verwarde ziel van Parzival steken. Pas na een reeks dramatische gebeurtenissen komt Parzival een tweede keer voor Anfortas te staan. Hij is door de vele avonturengerijpt en vraagt Anfortas dan: “Wat deert u?” Daardoor wordt niet alleen Anfortas op een haast magische wijze verlost van zijn lijden, maar de hele gemeenschap om hem heen.

Sigune en Schionatulander

Tot de vele liefdesgeschiedenissen in de legenden over de Graal behoort ook die van Sigune en Schionatulander. Het gaat hierbij om een innige betrekking, die teruggaat tot de jeugd van beiden. Zij vormen een soort symbiose. Als zij later echt geliefden zijn, raakt hun relatie verwikkeld in voorvallen die tot de dood van Schionatulander leiden. Wolfram von Eschenbach was een meester van het detail. Een van de literaire principes die hij gebruikt is dat van de spiegeling. De geschiedenis van Sigune en Schionatulander wordt gespiegeld door die van Jeschute en Orilus.

Jeschute is een jonge vrouw, getrouwd met de ridder Orilus. De onnozele Parzival vindt haar aan het begin van zijn avonturen slapend in een tent en meent haar te moeten kussen, want zijn moeder had hem gezegd dat vrouwen worden gekust. Parzival kust dus Jeschute, die wakker wordt. Er vindt een worsteling plaats, want Parzival wil nog een tweede kus. Maar Jeschute verzet zich. Wat zich afspeelt is een heuse overweldiging en Jeschute voelt zich onteerd. Parzival steelt bovendien een ring die hij van haar vinger wringt en een speld van haar borst. Orilus, de man van Jeschute, bevindt zich op hetzelfde moment in een gevecht met Schionatulander, die een schildknaap is. Wolfram von Eschenbach benadrukt de gelijktijdigheid van de gebeurtenissen. De spiegeling is opvallend, doordat de strijd tussen Orilus en Schionatulander direct met Parzival samenhangt. Orilus denkt namelijk dat de schildknaap optreedt als een handlanger van Parzival, in een andere kwestie. Over deze kwestie – een twist over het bezit van landerijen – weet Parzival helemaal niets af, doordat zijn moeder hem er niet over heeft ingelicht. Terwijl Parzival met Jeschute worstelt, vecht zijn veronderstelde plaatsvervanger Schionatulander met Orilus. En Schionatulander sterft. Op het moment van diens sterven, waar hij dus geen weet van heeft, laat Parzival de vrouw met rust en vertrekt in het bezit van twee sieraden, die hem niet toebehoren.

De vervlechting van de gebeurtenissen spreekt voor zich. Om te beginnen gaat het om een ontmoeting tussen een vrouw en een man, die door de laatste in ongerede wordt gebracht. Verder betekent de dood van Schionatulander dat Parzival, zonder er weet van te hebben, aan de dood ontsnapt, want het liefste had Orilus hem omgebracht. Schionatulander fungeerde immers als zijn plaatsvervanger. En in beide gevallen is er een vraag over de rechtmatigheid van bezit, een typisch patriarchaal thema.

De vijfde in het spel is Sigune. De dood van Schionatulander brengt in haar een proces op gang, dat voor ons moderne lezers ongewoon is. Zij stort in een afgrond van droefenis. Zij houdt daarbij vast aan haar relatie tot haar gestorven geliefde, blijft in de buurt van diens lijk en treurt tot haar eigen dood over diens dood. Dit treuren biedt een beslissende opening in het verloop van de verdere gebeurtenissen. Kort na het voorval met Jeschute en de dood van Schionatulander vindt tussen Parzival en Sigune een eerste ontmoeting plaats. Op de schoot van Sigune ligt het dode lichaam van Schionatulander. Als Sigune en Parzival, met elkaar in gesprek raken, maakt zij zich bekend als zijn nicht; en zij vertelt hem dat hij Parzival heet. Later in het verhaal is het Sigune die Parzival vertelt over het sterven van zijn moeder, wat hem in vertwijfeling stort. Hij leert zijn schaduw kennen, die bestaat uit een knoop van schuldgevoelens, schaamte en heimwee. Bij een latere gelegenheid, kort na zijn smartelijke bezoek aan Anfortas, licht Sigune hem in over de gevolgen van diens verzuim om te vragen naar de oorzaak van het lijden van de koning. Sigune wekt in Parzival het begin van een inzicht, dat hem later mogelijk maakt de bevrijdende vraag wel te stellen.

De liefdesgeschiedenis tussen Sigune en Schionatulander wordt in het licht van een omvangrijk gebeuren voorgesteld. De spiegelende speling van het lot reikt veel verder dan het wel en wee van de twee. De liefde tussen beiden vibreert in een complexe gemeenschap. Elk lotgeval maakt deel uit van het grote geheel. Wat in dit verband de trouw van Sigune wordt genoemd, mag in onze moderne ogen overdreven lijken. Wij denken bij trouw aan vasthouden aan een afspraak. Maar van een afspraak, zoals wij die vandaag de dag maken als wij bijvoorbeeld trouwen, is geen sprake. Wat Sigune doet, is dat zij trouw blijft aan een verbinding die uiterlijk gezien niet meer bestaat. Je kunt ook zeggen: In het gescheiden zijn door de dood verzorgt zij in zichzelf de innige verbinding. Deze innerlijke activiteit is meer dan alleen maar treuren, want zij leidt tot wijsheid die Parzival verder helpt; en ze voert er bovendien toe dat Schionatulander tot het einde van het verhaal aanwezig blijft. Hij is weliswaar dood, maar toch levend. Hij wordt niet vergeten. Dit is een markante mystieke notie, die zich abstract zo laat beschrijven: Wat wij binnen in ons stil en oprecht behoeden, heeft een werking op de wereld buiten ons. Sigune praktiseert deze vorm van zwijgzame liefde, die een matriarchaal karakter heeft. Haar innerlijke activiteit heeft op een onzichtbare manier een perifere werking, die de gemeenschap van de Graal niet alleen draagt, maar uiteindelijk ook verlost.

Dualiteit en vriendschap

Mij lijkt dat in de legenden over de Graal de dualiteit tussen patriarchaat en matriarchaat in beweging wordt gebracht. Heersers, zoals Artus en Anfortas, hebben de wens zich overbodig te maken of tenminste hun macht te delen. Van dit laatste is de Ronde Tafel een oerbeeld. Andere patriarchen daarentegen, zoals Gurnemanz en Orilus, hebben deze wens niet. Binnen het patriarchaat ontstaat een dynamische spanning, die ook wij vandaag de dag goed kennen. Maar ook het matriarchaat vertoont een dubbele houding. Aan de ene kant handelt Herzeloyde, en ook Sigune, uit een innerlijke nood. Zij beschermen zich, sluiten zich op. Aan de andere kant hebben zij vanuit die afgeslotenheid een bevrijdende werking op de gehele gemeenschap. Het principe van de afsluiting is in feite patriarchaal, zie de Romeinen en de Roomse Kerk, maar het leidt in het geval van de twee heldinnen indirect juist tot een opening in het patriarchaat. Er vindt in de legenden, via de innige betrekkingen tussen vrouwen en mannen, een kruisbestuiving plaats, die licht werpt op hoe de dualiteit kennelijk minder scherp kan worden gemaakt.

Bijna duizend jaar later ben ik geneigd deze bestuiving vriendschap te noemen.

.

L.Beuger ‘Parzival’

Afbeeldingen op Wikipedia

11e klas: alle artikelen

Algemene menskunde: alle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

3471-3268

.

.

.

.