Categorie archief: Uncategorized

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 31 juli 1920

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.

In deze vergadering gaat het voornamelijk over hoe om te gaan met een collega die niet voldoet. Tijdens de discussie hierover komen nog andere vragen op: wie worden er eigenlijk toegelaten tot de vergadering.

Deze vergadering is een soort vervolg op die van een dag eerder, 30 juli 1920, over de ‘Wereldschoolvereniging. Die is er niet gekomen. 
Volledigheidshalve heb ik het toch vertaald.

RUDOLF STEINER

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924

Erster Band Das erste und zweite Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1 Het eerste en tweede schooljaar

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

GA 300A

Vergadering van vrijdag 31 juli 1920, 17.30u

Blz. 201

Dr. Steiner: Was ist vorzubringen? Wer wünscht das Wort?

Wat moet er aan de orde komen? Wie wil het woord?

X.: Ich wollte die Verteilung des Sprachunterrichts vorbringen.

X.: Ik wilde het hebben over de verdeling van het taalonderwijs.
[Uit de context blijkt het om niet-Duitse talen te gaan]

Dr. Steiner: Es würde sich im wesentlichen darum handeln, daß der
Sprachunterricht mit den Klassen weiterläuft, daß die bisherigen Lehrer auch in den folgenden Klassen den Sprachunterricht haben.
Nur würde etwas neu hinzukommen durch die 1. Klasse. Wie viele
Klassenlehrer haben den Sprachunterricht in ihrer Klasse selbst gegeben? Fräulein Lang und Frau Koegel beide Sprachen; Geyer, Fräulein Dr. v. Heydebrand, Fräulein v. Mirbach und Kolisko eine Sprache. Im nächsten Jahre wird Fräulein Uhland in ihrer 1. Klasse beide Sprachen übernehmen, vielleicht auch Killian in der seinigen.
Im Lateinischen übernimmt Dr. Schubert die Anfänger in der 4., Geyer die 5. und 6. Klasse.
Es wird sich erst zeigen, wie viele Lateiner sich melden. Die Begeisterung ist nicht groß.
Im freien Religionsunterricht würde Hahn die 1.—3. Klasse als eine
Gruppe zusammennehmen, und ebenso als eine Gruppe die 7. bis
9. Klasse. Dann brauchen wir für die 4., 5., 6. jemanden. Was tut man
da?

Dat zou in principe betekenen dat het taalonderwijs doorgaat met de bestaande klassen, en dat de huidige leerkrachten ook in de volgende klassen taalonderwijs geven.
Door de 1e klas komt er iets nieuws bij. Hoeveel leerkrachten hebben in hun eigen klas taalonderwijs gegeven? Juffrouw Lang en mevrouw Koegel gaven beide talen; Geyer, juffrouw Dr. von Heydebrand, juffrouw von Mirbach en Kolisko gaven één taal. Volgend jaar neemt juffrouw Uhland beide talen over in haar klas 1, en misschien doet Killian hetzelfde in de zijne.
In Latijn neemt Dr. Schubert de beginners in klas 4 over, Geyer de klassen 5 en 6.
Het valt nog te bezien hoeveel leerlingen zich voor Latijn zullen inschrijven. Het enthousiasme is niet groot.
In de keuzevakken godsdienst zou Hahn lesgeven aan de eerste tot en met de derde klas. We zouden de klas samen als groep kunnen volgen, en ook de zevende tot en met de negende klas als groep. En dan hebben we nog iemand nodig voor de vierde, vijfde en zesde klas. Wat doen we daar?

Ja, wie wäre es, wenn wir Herrn Uehli dazu einladen würden? Es wäre eine Lösung. Nicht wahr, er hat nicht viel Zeit, aber zwei Stunden in der Woche, das würde vielleicht gehen. Ich würde also Herrn Uehli in Aussicht nehmen für die Gruppe der 4.-6 . Klasse.
Wenn sonst nichts zu besprechen wäre, würde ich etwas vorbringen, was von einigen gewünscht wurde, die Frage des Weltschulvereins.

Ja, wat dacht u ervan om meneer Uehli uit te nodigen? Dat zou een oplossing zijn. Hij heeft niet veel tijd, maar twee uur per week zou misschien wel lukken. Dus ik zou meneer Uehli willen voorstellen voor de groep van klas 4 t/m 6.
Als er verder niets te bespreken valt, zou ik iets aankaarten wat sommigen hebben gevraagd: de kwestie van de Wereldschoolvereniging.

X.: Wir meinten, man sollte unmittelbar herantreten an die Gründung des
Weltschulvereins, der Geld sammeln soll, sei es für Schulen, sei es für das
Goetheanum. Der Waldorfschulverein sollte dann Mitglied des Weltschulvereins werden.

X: Wij denken direct te beginnen met het oprichten van de Wereldschoolvereniging, die geld moet inzamelen, hetzij voor scholen, hetzij voor het Goetheanum. De Waldorf schoolvereniging zou dan lid moeten worden van de Wereldschoolvereniging.

Dr. Steiner: Wie stellen Sie sich das vor, daß diese Gelder zentralisiert und von einer Stelle verwaltet würden? Wir können doch nicht das, was gestern abend nach dem Vortrag gefordert wurde, zentralisieren. Das wird für die Waldorfschule gesammelt. Es sollte das, was für die Waldorfschule gesammelt wird, nicht in den Hintergrund treten. Sollen wir eine Versammlung einberufen und sagen, außer dem, was wir gestern gemacht haben, machen wir auch das dazu?
Es wird ausgiebig über den Verlauf des gestrigen Abends gesprochen.

Hoe ziet u het voor zich dat deze fondsen gecentraliseerd en beheerd worden door één instantie? We kunnen niet centraliseren wat gisteravond na de lezing werd geëist. Dat geld wordt ingezameld voor de Waldorfschool. Wat er voor de Waldorfschool wordt ingezameld, mag niet ondersneeuwen. Moeten we een vergadering beleggen en zeggen: laten we naast wat we gisteren hebben gedaan, ook dit doen?
Er wordt uitgebreid gediscussieerd over de gebeurtenissen van gisteravond.

Blz. 202

X.: Was gestern getan wurde, bezieht sich auf die Sammlung für die Waldorfschule speziell. Und was von Seiten eines Weltschulvereins getan werden könnte, bezieht sich darauf, Geld zu bekommen für alle Unternehmungen, so daß eine Konkurrenz zwischen diesen verschiedenen Sammlungen, die von verschiedenen Stellen unternommen werden, nicht mehr vorhanden wäre.

X.: Wat er gisteren is gebeurd, heeft specifiek betrekking op de inzamelingsactie voor de Waldorfschool. Een Wereldschoolvereniging zou fondsen kunnen werven voor alle initiatieven, zodat er geen concurrentie meer bestaat tussen de verschillende inzamelingsacties van de diverse organisaties.

Dr. Steiner: In einem gewissen Sinn ist sie vorhanden. Wir können warten, bis diese Sache, die gestern ventiliert worden ist, verwirklicht ist, dann können wir daran denken, einen Weltschulverein zu gründen. Wenn also klar vorliegt, was für den Waldorfschulverein herauskommt, dann erst würde man mit der Gründung des Weltschulvereins an die Menschen herantreten. Fortwährend probieren können wir nicht. Denn durch das, was gestern geschah, ist der Plan

des Weltschulvereins durchkreuzt worden. Ich sage gar nicht, daß das schade ist. Aber man kann nicht zwei solche Dinge nebeneinander machen.

In zekere zin bestaat die concurrentie nog wel. We kunnen wachten tot de kwestie die gisteren is besproken, is opgelost. Dan kunnen we de oprichting van een Wereldschoolvereniging overwegen. Pas als duidelijk is wat de uitkomst is voor de Waldorfschoolvereniging, kunnen we mensen benaderen over de oprichting van de Wereldschoolvereniging. We kunnen niet blijven proberen. Want wat er gisteren is gebeurd, heeft het plan voor de Wereldschoolvereniging gedwarsboomd. Ik zeg niet dat dat jammer is. Maar je kunt niet twee van zulke dingen tegelijk doen.

X.: Könnte der Weltschulverein nicht von Dornach aus gegründet werden?

X.: Zou de Wereldschoolvereniging niet vanuit Dornach opgericht kunnen worden?

Dr. Steiner: Das brauchen wir hier nicht zu beschließen. Das würde dem nicht hinderlich sein, daß hier für die Waldorfschule gesammelt wird. Dann würde es unsere Aufgabe sein, uns dahinterzustellen, wenn es von Dornach ausgeht.

Dat hoeven we hier niet te beslissen. Dat zou de inzamelingsactie voor de Waldorfschool niet in de weg staan. Dan is het onze taak om het te ondersteunen als het uit Dornach afkomstig is.

X.: Der Eurythmeumsplan dürfte nicht zurückgestellt werden; der darf nicht
erledigt sein.

X.: Het plan voor een euritmeum mag niet worden uitgesteld; het mag niet als “afgerond” worden beschouwd.

Dr. Steiner: Der ist wohl erledigt durch die ganze Stimmung, die geschaffen ist. Schließlich war schon das furchtbar lächerlich, daß ich mich dagegen wehren mußte und die Sache in einer durchaus nicht genügenden Weise korrigieren mußte. Aber nun, so etwas ist geschehen. Man muß nur jetzt die Konsequenzen ziehen! Dummheiten, die man macht, sind dazu da, daß man sie verbessert: Eine große Sache darf dadurch nicht leiden. Das einzelne erscheint dadurch als der Ausdruck einer Korporation.

Dat is het waarschijnlijk wel, gezien de hele sfeer die is ontstaan. Het was immers vreselijk belachelijk dat ik me ertegen moest verdedigen en de zaak op een volstrekt ontoereikende manier moest rechtzetten. Maar nu is er zoiets gebeurd. We moeten nu de consequenties onder ogen zien! Fouten zijn er om gecorrigeerd te worden: een grootse zaak mag er niet onder lijden. Het individuele incident lijkt een uiting van een bedrijfsstructuur.

X.: Herr Doktor, Sie hatten doch die Aufgabe gestellt, über den Namen der
Schule nachzudenken. Da mußte man doch annehmen, daß die Angelegenheit
des Weltschulvereins unsere Sache sein sollte.

X.: Dokter, u gaf ons de opdracht om na te denken over de naam van de school. Men mocht er toch van uitgaan dat de Wereldschoolvereniging tot onze verantwoordelijkheid behoorde?

Dr. Steiner: Ich habe gesagt, der Name müßte das staatslose enthalten. — Nicht wahr, ich habe dazumal gemeint, daß die Schwierigkeiten, die darin bestehen, daß Leute von auswärts ihre Schulen da oder dort haben wollen, wenn sie nicht nach Stuttgart herkommen können, daß diese Schwierigkeiten umgangen werden könnten, wenn man in großem Stile einen Weltschulverein begründen wollte,

Ik zei dat de naam het woord “staatloos” moest bevatten. — Klopt dat? Ik dacht destijds dat de problemen die ontstaan ​​doordat mensen van elders hun scholen hier of daar willen vestigen, als ze niet naar Stuttgart kunnen komen, omzeild konden worden als men een wereldwijde schoolvereniging op grote schaal zou willen oprichten,

Blz. 203

der die Aufgabe hätte, solche Schulen überall zu gründen. Da sagte ich, daß man damit anfängt, die Waldorfschule auch in bezug auf die Mittel, die sie braucht, zu unterstützen. Es war das aber nicht so gemeint, daß wir uns damit beschäftigen wollten. Es würde aktuell geworden sein, wenn man die Sache so wollte. Das ist durchaus der Fall. Real können wir es jetzt nur aufschieben, bis der gestern gemachte Appell seine Wirkung getan hat. Wir können jetzt nicht von hier aus uns hinstellen und sagen: Nun ja, wir haben gesagt, daß 256 000 Mark für die Waldorfschule gesammelt werden. Heute stehen wir wieder da, nur geben wir dem Kinde einen anderen Namen. Jetzt sammeln wir für den Weltschulverein.

die de opdracht zou krijgen om overal zulke scholen op te richten. Toen zei ik dat we moesten beginnen met het ondersteunen van de Waldorfschool, ook wat betreft de benodigde middelen. Maar dat was niet bedoeld alsof wij ons daarmee moeten bezighouden. Het zou aan de orde zijn geweest als we het op die manier hadden willen aanpakken. Dat is zeker het zo. Realistisch gezien kunnen we het nu alleen maar uitstellen totdat de oproep van gisteren effect heeft gehad. We kunnen hier niet zomaar staan ​​en zeggen: We hadden gezegd dat er 256.000 mark zou worden ingezameld voor de Waldorfschool. Vandaag zijn we terug bij af, alleen geven we het een andere naam. Nu zamelen we geld in voor de Wereldschoolvereniging.

X.: So war es nicht gemeint. Von mir aus war es so gemeint, daß wir uns
hinter diese Absicht stellen wollen, daß ein solcher Weltschulverein zustande
kommen sollte.

X.: Dat bedoelde ik niet. Vanuit mijn perspectief bedoelde ik dat we dit initiatief willen steunen, dat zo’n Wereldschoolvereniging tot stand komt.

Dr. Steiner: Was hat das für eine reale Bedeutung? Wenn Sie gestern
in Ihrer Rede zu dem, wie die Schule sich bewährt hat, und daß wir
gewillt sind, nun jetzt wieder eine Sammlung einzurichten, hinzugesagt hätten, daß wir den Weltschulverein gründen wollen, dann wäre er jetzt auf der Tagesordnung. Wir können hier nicht den Weltschulverein gründen. Es ist nicht meine Meinung gewesen, daß hier das Kollegium den Weltschulverein begründet. Es kommt keinen Schritt weiter, wenn wir es noch so stramm beschließen.

Wat is de werkelijke betekenis daarvan? Als u gisteren in uw toespraak over hoe de school zich heeft bewezen en dat we nu bereid zijn een nieuwe fondsenwervingscampagne op te zetten, had vermeld dat we van plan zijn de Wereldschoolvereniging op te richten, dan zou dat nu op de agenda staan. We kunnen deze hier niet oprichten. Het was niet mijn bedoeling dat lerarencollege hier de Wereldschoolvereniging zou oprichten. Dat schiet niets op, hoe vastberaden we het ook proberen.

X.: Ich hatte es so verstanden, daß wir Herrn Doktor bitten wollten, uns
einige weitere Winke zu geben.

X.: Ik begreep dat we de doktor om wat meer advies wilden vragen.

Dr. Steiner: Es scheint manches verfrüht. Es scheint wohl verfrüht,
irgend etwas über die Arbeit eines solchen Vereins zu sagen. Er ist
jetzt nicht aktuell. Nicht wahr, er wäre das Instrument gewesen,
wenn wir uns wirklich ganz stramm auf den Standpunkt gestellt
hätten: Wir führen die Schule nicht weiter, wenn wir nicht der Welt
begreiflich machen können, daß sie Opfer bringen muß für die Sache.
So war zunächst die Erklärung, die wir abgeben wollten. Das Bild hat
sich verschoben, vor allen Dingen dadurch, daß die lächerlich kleine
Summe dessen, was wir brauchen, herausgekommen ist. Sie ist eine
Illusion, weil das zweieinhalbfach überschritten wird. Aber nun,
nicht wahr, diese Summe wird sicher aufgebracht, das steht fest.
Dann ist der nächste Zweck erreicht.

Dat lijkt in sommige opzichten voorbarig. Het lijkt zeker voorbarig om iets te zeggen over het werk van zo’n vereniging. Dat is nu niet relevant. Het zou het instrument zijn geweest, nietwaar, als we echt een vastberaden standpunt hadden ingenomen: We zetten de school niet voort tenzij we de wereld ervan kunnen overtuigen dat er offers gebracht moeten worden voor de zaak. Dat was aanvankelijk de uitleg die we wilden geven. Het beeld is veranderd, vooral omdat het belachelijk kleine bedrag dat we nodig hebben, naar voren is gekomen. Het is een illusie, want het zal met een factor van tweeënhalf worden overschreden. Maar dit bedrag zeker zal worden opgehaald, dat is zeker.
Dan zal het volgende doel bereikt zijn.

X.: Ob man Zeitungsberichte in norwegischen und holländischen Zeitungen
bringen solle. Ob das etwas helfen würde?

X.: Moeten we artikelen publiceren in Noorse en Nederlandse kranten? Zou dat helpen?

Dr. Steiner: Wenn es jemand tut, gewiß. Alle diese Dinge sind gut,

Als iemand het doet, zeker. Al die dingen zijn goed,

Blz. 204

wenn sie getan werden, sehr gut sogar. Das braucht man nicht zu beschließen, das kann jemand tun.
Ja, dann hätten wir unsere Fragen jetzt wohl erledigt, wenn nicht etwas aus dem Kollegium herauskommt. Es tut mir sehr leid, daß allerlei zum Vorschein gekommen ist, was vielleicht nicht gerade harmonisch untereinander war.
Ich habe nur sagen wollen, daß es mir leid tut, daß es nicht besser geschlossen hat. Jetzt werden wir nicht mehr zusammenkommen.
Ich möchte allen eine recht gute Zeit und eine auch für das nächste Jahr fruchtbare Zeit wünschen. Für manche wird es eine harte Arbeitszeit, wenn irgendwie das in Betracht kommt, was wir besprochen haben. Es ist nicht die Möglichkeit, daß ich jetzt eine längere Rede halte. Wir wollen frisch und kräftig das nächste Mal die Schule beginnen.

als ze gedaan worden, prima zelfs. Dat hoeft niet besloten te worden; iemand kan het doen.
Ja, dan zijn onze vragen nu beantwoord, tenzij er iets van het college naar voren komt. Het spijt me zeer dat er verschillende zaken aan het licht zijn gekomen die misschien niet helemaal harmonieus tussen ons waren. Ik wilde alleen maar zeggen dat het me spijt dat het niet beter is afgelopen. We zullen elkaar nu niet meer zien.
Ik wens iedereen een fijne tijd en een vruchtbaar jaar toe. Voor sommigen zal het een zware periode worden als iets van wat we besproken hebben werkelijkheid wordt. Ik kan nu geen lange toespraak houden. We willen het volgende schooljaar fris en vol energie beginnen.

.

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3497-3285

.

.

.

 

 

 

 

 

 

 

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

 

VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis – Mohammed (4-1-1)

.
Hendrik Jan Bakker, mei 1920
.

AL SIERA

DE BIOGRAFIE VAN DE PROFEET MOHAMMED Bewerkt ten behoeve van het hoofd- of godsdienstonderwijs in de zesde klas van de vrijeschool (Nederland) of steinerschool (België) Ik stierf als een steen en als plant ontsproot ik. Ik stierf als plant en keerde weer als dier. Ik stierf als dier en werd een mensen-ik. Wees niet bevreesd, de dood heeft mij niet tekort gedaan. Als mens tilde hij mij van de aarde Opdat ik engelvleugels dragen mocht. Ook als engel ben ik niet onsterfelijk Want eeuwig is slechts het aangezicht van God. Mijn vleugelslag verheft mij boven engelsferen, Tot onmeetbaar hoge hoogten. Dan roept het niets mij, want in mij klinkt als harpmuziek De roep om wederkeer tot Hem. Mathnawi, boek III, vers XVII Vrij vertaald naar Jalaleddin Rumi: Ich bin Wind und du bist Feuer, in de vertaling van Annemarie Schimmel, uitgeverij Hugendubel, 2003 Lieve kinderen, ik ga jullie het verhaal van Mohammed ibn [1] Abd Allah ibn Abd al-Moettalib, profeet van de islam, vertellen. Toen Abd Allah, de laatste zoon van Abd al-Moettalib, de puberteit had bereikt, besloot zijn vader hem met Amina, dochter van Wahhaab ibn Abd Manaaf, te laten trouwen. Zij gingen beiden naar Wahhaab om hem om de hand van zijn dochter te vragen. Onderweg kwamen zij een vrouw van de Banoe Asad tegen, die, toen zij zijn gezicht zag, bleef staan en tegen hem zei: “Waar ga je heen, Abd Allah?” Hij wees op zijn vader die voor hem liep en zei: “Ik ga met mijn vader mee.” Zij zei: “Ik zou je evenveel kamelen geven als er voor je werden geofferd om je te redden [2] wanneer je mij nu onmiddellijk neemt.” Hij zei: “Ik begeleid mijn vader, ik moet met hem mee.” Zij kwamen bij Wahhaab, aan wie Ab al-Moettalib om de hand van zijn dochter Amina vroeg voor zijn zoon Abd Allah. Wahhaab stemde toe en Abd Allah ging bij Amina binnen en hij bekende haar nog dezelfde nacht. Zij werd zwanger van Mohammed. Toen hij de volgende ochtend onderweg was naar huis, kwam Abd Allah de vrouw van de Banoe Asad opnieuw tegen, die zich de vorige dag aan hem had aangeboden. Deze keer deed ze niets en keerde hem de rug toe. Hij zei tegen haar: “Waarom bied je me vandaag niet aan wat je me gisteravond hebt aangeboden?” Zij antwoordde hem: “Het licht dat jij gisteren uitstraalde is verdwenen. Vandaag verlang ik niet meer naar jou.” Iets later vertrok Aballah naar het land van Sjaam [3] om daar handel te drijven. Op de terugreis ging hij langs bij zijn ooms van moederskant, de Banoe an-Nadjjaar in Jathrib [4]. Hij werd ziek en stierf voordat zijn vrouw was bevallen. Aan het kind dat geboren moest worden, liet hij niet veel na. Amina liet Abd al-Moettalib, de grootvader van de pasgeborene, weten: “Er is een jongen geboren, kom hem zien.” Abd al-Moettalib ging naar haar toe, nam zijn kleinzoon en droeg hem in zijn armen naar de Ka’aba. [5] Hij dankte God dat Hij hem dit geschenk had gegeven en bad Hem zijn kleinzoon welstand en welvaart te geven. Toen bracht hij het kind naar zijn moeder en ging, zoals de gewoonte was, op zoek naar een voedster. Hij offerde een bok en noemde de pasgeborene
1 Ibn = zoon van 2 Abd al-Moettalib had ooit beloofd de jonge Abd Allah te offeren, maar in plaats daarvan liet een waarzegger hem veertig kamelen offeren 3 Syrië 4 De stad werd later Medina genoemd 5 Het centrale heiligdom in Mekka
Mohammed [6]. De mensen verbaasden zich hierover: “Waarom heb je hem niet de naam van je voorouders gegeven?” Abd al-Moettalib antwoordde: “Ik wil hem zowel door God in de hemel als door de mensen op aarde geprezen zien.” […] Tegelijk met ander vrouwen van haar stam had Haliema haar stamgebied verlaten om in Mekka zuigelingen te zoeken en te zogen [.7] Het was een onvruchtbaar jaar geweest en ze hadden niets meer. Haliema zat op een zieltogende ezelin, ze werd begeleid door haar man en droeg haar pasgeboren zoon. Zij sleepten een kameel achter zich aan die geen druppel melk meer gaf. Het kind dat niet door zijn moeders borst werd gevoed, kwijnde weg en krijste zo dat het zijn ouders uit de slaap hield. Zij hoopten dat hun redding uit Mekka zou komen. Toen de groep daar aankwam, werd Mohammed ibn Abd Allah aan de vrouwen getoond. Maar toen ze hoorden dat hij een wees was, weigerde de een na de ander hem te nemen. Zij wilden geen wezen, want ze dachten dat alleen vaders hen gul zouden belonen. Alle vrouwen vonden pasgeborenen om te voeden, behalve Haliema. Toen de groep zich gereedmaakte voor het vertrek zei zij tegen haar man: “Bij God, ik wil niet naar huis zonder een zuigeling mee te nemen. Dan zou ik de enige zonder mijn vriendinnen zijn. Nee, dan neem ik nog liever deze wees!” Haar man zei tegen haar: “Ja, doe dat maar. Misschien wil God dat dit kind ons geluk brengt.” Haliema ging naar Amina bint [8] Wahhaab en kwam met de kleine Mohammed bij haar vandaan. Terug bij haar man ging zij zitten, nam het kind op schoot en gaf het de borst. En haar borst bleek over te vloeien van melk en Mohammed dronk tot hij verzadigd was. Daarop haastte zij zich om haar eigen zoon, die Mohammeds zoogbroeder was geworden, de borst te geven. En haar zoon dronk tot hij genoeg had. Daarna gingen de twee zuigelingen vredig slapen. De man van Haliema ging naar hun kameelmerrie en zag dat haar uiers barstensvol melk waren. Hij begon haar direct te melken en dronk met zijn vrouw tot ze genoeg hadden. Het was lang geleden dat zij zo verzadigd waren geweest. De volgende dag zei hij tegen Haliema: “Bij God, Haliema, je hebt een gezegend wezen genomen. Zie alle weldaden die wij gekend hebben sinds hij bij ons is!” “Bij God, ik hoop het!” Met Mohammed ibn Abd Allah in haar armen besteeg ze haar ezelin. Het dier vertrok zo vlug dat het alle dieren van haar gezellinnen voorbijliep. Toen zij haar hadden ingehaald, zeiden ze tegen haar: “Dit is toch niet dezelfde ezelin als waarmee je naar Mekka bent gekomen?” “Bij God, het is wel dezelfde.”
6 Mohammed: de geprezene, de prijzenswaardige 7 Het was de gewoonde dat zuigelingen uit Mekka de eerste twee jaren aan bedoeïenenvrouwen werden meegegeven, omdat men het stadsklimaat ongezond vond. 8 Bint(i) = dochter van
“Bij God, daar steekt een mysterie achter.” Haliema en haar man gingen naar huis en zagen dat hun grond, die eerder de onvruchtbaarste van het land was geweest, hen voortaan in staat stelde hun dieren te voeden. Zij hadden genoeg melk voor zichzelf en Haliema kon zowel Mohammed voeden als haar eigen zoon. Sindsdien plachten de mensen tegen hun herders te zeggen: “Gaan jullie je schapen maar weiden waar Haliema de hare weidt.” Haliema en haar man hielden niet op God te prijzen en Hem te danken voor de weldaden die Hij hun bewees. Twee jaren gingen voorbij, waarna Mohammed werd gespeend. Volgens het gebruik moest hij nu aan zijn moeder worden teruggegeven. Haliema en haar man brachten hem terug naar Mekka, maar drongen er bij Amina bint Wahhaab op aan hem nog een tijdje te mogen houden. Haliema zei tegen haar: “Waarom laat je hem niet bij mij tot hij sterker wordt? Ik ben bang dat de lucht van Mekka hem geen goed zal doen.” [9] Niet lang daarna speelde Mohammed met zijn vriendjes in een ravijn. Plotseling stonden er drie mannen in witte kleding naast hem. Een van hem pakte hem beet, spleet zijn borst open en haalde zijn hart eruit. Uit het hart haalde hij iets zwarts. Toen waste hij het met sneeuw. Daarna plaatste hij het hart weer in Mohammeds borst. Zijn vriendjes waren intussen in paniek naar Haliema gerend. Haliema kwam aangesneld en trof Mohammed bewusteloos aan. Toen ze hem omhelsde, kwam hij bij. Behalve dat hij bleek zag, was er niets aan hem te zien. De drie mannen waren door God gezonden engelen. Haliema vertrouwde het niet meer en bracht Mohammed terug naar zijn moeder. Die nam hem mee naar haar ouders in Jathrib, waar zij stierf. Ontmoeting met een kluizenaar Nu had de kleine Mohammed ook geen moeder meer en werd hij opgevoed door zijn grootvader Abd al-Moettalib. Die woonde in Mekka dicht bij de Ka’ba, waar hij vaak te vinden was op een mat met zijn kleinzoon naast zich. Toen Mohammed acht jaar oud was, stierf ook zijn grootvader en werd hij in huis genomen door zijn oom Aboe Talib. Aboe Talib was arm en had niet altijd genoeg eten om zijn eigen kinderen en Mohammed te voeden. Toen Mohammed twaalf jaar oud was, vergezelde hij zijn oom op een handelsreis naar Boesra in het zuiden van Syrië. Vlak bij die stad woonde een kluizenaar, Bahiera. Veel handelskaravanen kampeerden voor zijn deur, maar Bahiera keurde hen nooit een blik waardig. Maar toen de karavaan met Mohammed langs kwam, nodigde hij hen uit voor een maaltijd. Iedereen moest komen, zei hij.
9 Hussein pp.177-180
Aboe Talib liet Mohammed achter om op de kamelen te letten, maar de kluizenaar hield aan dat echt iedereen moest komen, ook de jongen die de kamelen hoedde. Tijdens de maaltijd observeerde Bahiera de jongen en hij vroeg Aboe Talib over hem te vertellen. Na de maaltijd nam Bahiera Mohammed apart en vroeg hem wat hij zoal droomde en hoe hij zich voelde. Toen bekeek hij zijn rug en herkende tussen zijn schouders het zegel van de profeten. Hij drukte Aboe Talib op het hart goed voor de jongen te zorgen en op zijn hoede te zijn voor mensen die Mohammed kwaad wilden doen. Huwelijk Toen Mohammed was opgegroeid, stelde Aboe Talib hem voor in dienst te treden van Chadiedja bint Choewailid, een rijke koopmansvrouw die gescheiden was van haar man en jonge mannen in dienst nam om haar karavanen te begeleiden. Dat deed Mohammed en Chadiedja zond hem met een karavaan naar Syrië. Ze stuurde een jongen met hem mee. Toen ze terugkwamen, vroeg ze de jongen hoe Mohammed had gehandeld. Hij was vol lof en vertelde Chadiedja hoe eerlijk hij de mensen bejegende en hoe zorgvuldig hij overeenkomsten sloot en hoeveel voordeel hij wist te behalen. Na enige tijd stuurde Chadiedja een vrouw naar Mohammed toe die hem vroeg: “Wat weerhoudt je ervan te trouwen?” Mohammed antwoordde: “Ik heb niet wat er nodig is om te trouwen.” “Als ik je dat zou bezorgen en je tegelijk schoonheid, rijkdom en deugdzaamheid zou aanbieden, wat zou je dan zeggen?” “Om wie gaat het?” “Om Chadiedja bint Choewailid.” “Maar hoe zou ik dat durven?” “Laat dat maar aan mij over.” [10] Chadiedja droeg de vrouw op Mohammed uit te nodigen en die kwam met zijn oom Aboe Talib om haar hand te vragen. Chadiedja had ook haar oom Amr ibn Asad uitgenodigd. Ter ere van de gasten had Chadiedja een schaap laten slachten en ze lieten zich het maal goed smaken. Toen ze voldaan waren, deed Aboe Talib het aanzoek en Amr ibn Asad stemde ermee in. Mohammed was toen vijfentwintig jaar oud en Chadiedja veertig. Zij hielden erg veel van elkaar en Mohammed had later veel steun aan haar. Ze kregen vier dochters en een zoon, die in de wieg stierf.
10 Hussein p.219
De eerste openbaring Mohammed was een devoot man. Regelmatig trok hij zich terug om te mediteren, vaak in een grot op de berg Hira een half uur lopen buiten Mekka. Toen Mohammed veertig jaar oud was, trok hij zich in de maand ramadan weer terug in die grot. In de nacht werd hij gewekt door de engel Djibriel, die hem opdroeg iets voor te dragen. “Reciteer,” sprak de engel, maar Mohammed zei dat hij dat niet kon. Hij wist niet wat hij moest zeggen. De engel herhaalde de opdracht en drukte Mohammed stevig tegen zich aan, zodat Mohammed bijna geen lucht meer kreeg. Maar Mohammed herhaalde dat hij niet wist wat hij moest zeggen. Nog eens gebood de engel hem te lezen en hij drukte Mohammed opnieuw tegen zich aan. Toen sprak de engel: Reciteer: In de naam van je Heer die schiep. Die de mens schiep uit klei. Reciteer: want edelmoedig is jouw Heer, Die leerde met het Woord, Die de mensen leerde wat zij niet wisten. lqra: bismi rabbik-alladzie khalaq Khalaqa al-insana min ‘alaq lqra: warabbuka-l-akram Alladzie ‘allama bi-l-qalam ‘Allama-l-insana ma lam ya’lam (Koran 96:2-6; luisteren: http://quran.com/96) Mohammed was zo bang dat hij door een demon bezeten was, dat hij zich van het leven wilde beroven. Hij rende de grot uit, maar zag daar aan de hemel de gestalte van de engel, die de hele horizon vulde. De engel sprak: “O Mohammed, jij bent de gezant van God en ik ben Djibriel.” Mohammed keek naar links en naar rechts, maar ook daar zag hij de gestalte van Djibriel. Mohammed rende in paniek naar huis en riep: “Wikkel mij in een deken. Ik ben bezeten!” Chadiedja wikkelde hem in een deken – Mohammad zweette hevig en klappertandde van de koorts – en zei tegen hem: “Ik geloof niet dat je bezeten bent.” Chadiedja ging naar haar neef Waraka ibn Naufal die christen was en vertelde wat Mohammed was overkomen. Deze vertelde haar over Djibriel en geloofde dat wat Mohammed was overkomen waar was. De boodschapper van God kreeg een tijdlang geen openbaring meer. Toen zij zijn verdriet zag, zei Chadiedja tegen hem: “Het lijkt alsof jouw God je in de steek heeft gelaten.” Zijn verdriet was zo groot dat hij verschillende keren op het punt stond om van een rots af te springen. Maar elke keer als hij op de top was aangekomen, verscheen Djibriel om hem te zeggen: “O Mohammed, je bent echt de gezant van God.” Na enige tijd openbaarde Djibriel: Bij de glorie van de dag. En bij de nacht als het donker is. Je Heer heeft je niet verlaten, noch is Hij ontevreden over jou. Voorwaar, het komende uur [11] zal beter zijn voor u dan het vorige. En voorwaar, je Heer zal je geven, en je zult tevreden zijn. Vond Hij je niet als wees en beschermde Hij je? En vond Hij je niet zoekende en leidde Hij je? En vond Hij je niet in armoede en verrijkte Hij je? (Koran 93:2-9) Er gingen enkele jaren voorbij waarin Mohammed meer openbaringen ontving die hij op de markt en bij de ka’aba verkondigde. Hij kreeg steeds meer volgelingen die hun afgoden afzworen en in de Ene God gingen geloven en een beter en eerlijker leven probeerden te leiden. Dat was tegen het zere been van de rijken en machtigen, die zich bedreigd voelden, omdat ze rijk waren geworden door list en bedrog en de armen en zieken aan hun lot overlieten. Toen Mohammed weigerde te stoppen met prediken, boden ze hem het koningschap aan, als hij zijn mond maar hield. Dat weigerde Mohammed natuurlijk. Zolang Mohammeds oom Abu Talib, die de leider van de stam Hasyim was, Mohammed beschermde, durfden de anderen Mohammed niets aan te doen, maar toen die overleed, beraamden ze plannen om van hem af te komen. Eerst boycotten ze de stam Hasyim in de hoop dat die Mohammed aan hen zou uitleveren of zou verbannen. Maar dat gebeurde niet. Hoewel niet alle leden van zijn stam Mohammed volgden, beschermden ze hem toch zoals je een stamgenoot hoorde te beschermen. Na enige tijd overleed ook Mohammeds geliefde vrouw Chadiedja. Mohammed zonk de moed in de schoenen, maar hield toch vol, gesteund door zijn trouwe volgelingen, zijn vriend Abu Bakr en zijn neef Ali, die vanaf het eerste uur in zijn boodschap geloofden. De nachtelijke reis Dit is het verhaal van de wonderbaarlijke reis die de Profeet Mohammed (mogen vrede en Gods zegeningen met hem zijn) met de engel Djibriel naar Jeruzalem en door de zeven hemelen naar God maakte. Oemm Hani, de dochter van Aboe Talib, vertelt. De Boodschapper van God was in mijn huis gaan slapen. Toen hij opstond, vertelde hij dat hij die nacht naar Jeruzalem was gereisd. Toen hij naar buiten wilde gaan, trok ik aan zijn kleren om hem tegen te houden, zodat zijn blote buik zichtbaar werd. Ik zei tegen hem: “O Boodschapper van God,
11 Het komende uur: het hiernamaals
vertel het aan niemand. De mensen zullen je voor leugenaar uitmaken en je kwaad doen.” De Boodschapper van God zei: “Bij God, ik zal het vertellen.” Toen het nieuws zich onder de moslims verspreidde, raakten er een paar zo in de war dat zij hun geloof afzworen. Zij gingen naar Aboe Bakr, Mohammeds beste vriend en trouwste volgeling, en zeiden tegen hem: Weet jij wat je vriend vertelt? Hij beweert dat hij vannacht in Jeruzalem gebeden heeft. Aboe Bakr zei: “Jullie liegen.” Zij zeiden: “Vraag het hem dan zelf.” Aboe Bakr zei: “Nou, als hij het zegt, dan is het zeker waar.” Aboe Bakr ging naar de Boodschapper van God en vroeg hem: “Heb jij aan deze mensen gezegd dat je vannacht in Jeruzalem was?” “Ja.” “Beschrijf het, aangezien ik de stad ken.” De Boodschapper van God beschreef hoe de stad er uitzag en Aboe Bakr zei dat het klopte. Daarna zei hij: “Ik getuig dat jij de Boodschapper van God bent.” “En jij, Aboe Bakr, bent degene die de waarheid verkondigt.” De Boodschapper van God vertelde toen: “Ik werd gewekt door Djibriel, die mij naar een wit, slank rijdier bracht dat op een ezel en een muildier leek en dat stevig op zijn hoeven stond. Hij noemde het al-Boeraak. Ik besteeg het dier en reed weg, samen met Djibriel, die na enige tijd tegen mij zei: ‘Stijg af en bid.’ Ik gehoorzaamde. Toen ik klaar was zei hij: ‘Weet je waar je hebt gebeden? In Tieba [12], de plaats van de ballingschap.’ Verderop zei hij weer: ‘Stijg af en bid.’ Ik verrichtte mijn gebed en hij zei tegen mij: ‘Weet je waar je hebt gebeden? Op de berg Sinaï, waar de Almachtige Mozes, vrede zei met hem, de Tien Geboden gaf.’ Toen we nog verder waren gekomen, herhaalde Djibriel: ‘Stijg af en bid.’ Toen ik klaar was, zei hij weer tegen mij: ‘Weet je waar je hebt gebeden? In Bethlehem, waar Jezus, vrede zij met hem, is geboren.’ Ten slotte bereikten we Jeruzalem. Ik bond al-Boeraak vast aan de ring die de profeten daarvoor altijd gebruikten en ging de moskee binnen. Ik verrichtte een gebed en ging naar buiten. Djibriel kwam met twee kruiken naar mij toe, de ene gevuld met wijn en de andere met melk. Ik nam de kruik die met melk was gevuld en Djibriel zei: ‘Je hebt de goede keuze gemaakt, de keuze van een mens die weet wat goed is.’ Toen bracht Djibriel de profeten bijeen en liet mij voorgaan in het gebed. Daarna verhief hij zich met mij tot in de eerste hemel. Daar aangekomen, verzocht Djibriel om binnengelaten te worden. Een stem vroeg: ‘Wie ben jij?’ ‘Djibriel.’
12 Medina
Wie is er bij je?’ ‘Mohammed.’ ‘Heeft hij zijn opdracht al gekregen?’ ‘Hij heeft zijn opdracht al gekregen.’ Toen werd ons open gedaan en ik stond voor Adam, die mij welkom heette en mij het beste wenste. Daarna verhief Djibriel zich met mij tot in de tweede hemel, waar hij weer verzocht om binnengelaten te worden. Een stem vroeg: ‘Wie ben jij?’ ‘Djibriel.’ ‘Wie is er bij je?’ ‘Mohammed.’ ‘Heeft hij zijn opdracht al gekregen?’ ‘Hij heeft zijn opdracht al gekregen.’ Er werd ons opengedaan en ik stond voor Isa (Jezus), zoon van Meryem (Maria), en Yahya (Johannes), zoon van Zakaria. Zij heetten mij welkom en wensten mij het beste. Zo ontmoetten we Yoesoef (Jozef), Idries, Haroen en Moesa (Mozes). Ten slotte kwamen we bij de zevende hemel, waar Ibrahiem (Abraham) op ons wachtte. Hij leunde tegen het Veelbezochte Huis, waar elke dag zeventigduizend engelen komen om er nooit meer terug te komen. Toen verhief Djibriel zich met mij boven de zeven hemelen. Wij bereikten de Sidrat al Moentaha, de boom van de uiterste grens. Ik werd door een nevelsluier omhuld en ik wierp mij ter aarde. Ik hoorde toen: ‘Op de dag dat Ik de hemelen en de aarde heb geschapen, heb Ik bepaald dat jij en je volk vijftig gebeden per dag moeten doen. Die hebben jij en je volk vanaf vandaag te volbrengen.’ Daarna kwam ik terug bij Ibrahiem, die geen vragen stelde. Maar toen ik terugkwam bij Moesa, vroeg hij mij: ‘Hoeveel gebeden heeft de Heer jou en je volk opgedragen?’ Ik antwoordde: ‘Vijftig.’ Moesa zei tegen mij: ‘Dat is veel teveel voor jullie. Ik ken de mensen beter dan jij. Ik heb met de kinderen van Israël heel wat te stellen gehad. Ga terug naar de Heer en vraag Hem het aantal te verminderen.’ Ik ging terug naar de Heer, die er tien van maakte. Maar Moesa zei dat ik het nog eens moest proberen en ik bereikte dat het er vijf werden. Toch zei Moesa: ‘Ga nog een keer terug naar de Heer en vraag hem het aantal nog meer te verminderen. Hij heeft de kinderen van Israël twee gebeden opgedragen en die doen ze niet eens.’ Maar ik weigerde omdat ik me zou schamen om nog verder aan te dringen.” De mensen die naar de Boodschapper van God geluisterd hadden, zeiden: “Geef ons bewijzen, Mohammed. Wij hebben nooit zoiets wonderlijks gehoord.” De Boodschapper van God zei: “Toen ik naar het land van Sjaam (Syrië) ging, vloog ik boven de kudde van Ibn Foelaan. Een van de kamelen schrok van mijn rijdier en ging er vandoor. Vanuit de lucht riep ik naar de mensen waar ze hun kameel terug konden vinden. En aan de voet van de berg Sahfaan heb ik slapende mensen gezien, naast wie een kruik vol water stond met een deksel erop. Daar heb ik uit gedronken. Deze mensen dalen op dit ogenblik van al-Baidaa’ af naar de pas van atTan’iem met een grijze kameel die voorop loopt en die twee zakken draagt. De ene is zwart en de andere veelkleurig.” De mensen gingen naar de pas van at-Tan’iem. Zij zagen de zwarte kameel met de twee zakken. Daarna ondervroegen ze de mensen, die vertelden dat zij hun waterkruik hadden gevuld voordat ze waren gaan slapen, maar dat hij leeg was toen ze wakker werden, hoewel het deksel er nog steeds op lag. Ten slotte ondervroegen ze de mensen van Ibn Foelaan die net in Mekka aankwamen, en zij bevestigden de woorden van de Boodschapper van God: Bij God, hij zegt de waarheid. Nadat een van onze kamelen schrok en wegliep, hebben we een stem gehoord die ons naar hem toe leidde en het ons mogelijk maakte hem weer te vinden. Geprezen zij Hij die Zijn dienaar bij nacht een reis liet maken van de heilige moskee naar de verste moskee, waarvan Wij de omgeving gezegend hebben om hem iets van Onze tekenen te tonen. Hij is de horende, de ziende. (Koran 17:1) Het vertrek naar Jathrib Op een nacht had Mohammed een droom waarin hij zichzelf naar een land zag vertrekken waar rijkelijk water vloeide en volop palmen en fruitbomen groeiden. Hij vertelde zijn droom aan zijn metgezellen en die verheugden zich erover, want zij zagen daarin een gunstig voorteken van een aanstaande verlossing, die een eind zou maken aan het lijden dat ze in Mekka te verduren hadden. Kort daarna ontving hij een delegatie uit Jathrib, een oase die ongeveer een week reizen per kameel ten noorden van Mekka ligt. Jahtrib was een vruchtbare oase, beroemd om zijn dadelpalmen en groentetuinen en werd bewoond door verschillende Arabische en Joodse families. De Arabische families hadden vaak onenigheid en dan traden de Joodse families als scheidsrechter op. Maar nu kwamen ze er niet meer uit en zochten ze een onafhankelijke scheidsrechter. Ze hadden gehoord dat Mohammed eerlijk en wijs was, dus vroegen ze hem om zijn oordeel. Ook nodigden ze hem uit om met zijn volgelingen bij hen te komen wonen, want ze hadden gehoord in welke moeilijke omstandigheden ze in Mekka leefden. Mohammed zond een zijn volgelingen naar Jathrib, maar bleef zelf in Mekka, omdat hij op een openbaring van God wilde wachten. Op een middag werd Mohammed door de engel Djibriel gewaarschuwd: “Slaap vannacht niet op het bed waarop je gewoonlijk slaapt.” Mohammed ging meteen naar zijn trouwe vriend Abu Bakr en vertelde hem: “God heeft mij toegestaan Mekka te verlaten.” Abu Bakr vroeg: “Zullen wij samen vertrekken?” Mohammed antwoordde: “Ja, wij zullen samen vertrekken.” Wat was er aan de hand? De vertegenwoordigers van de verschillende families van Mekka waren bij elkaar gekomen en hadden besloten Mohammed uit de weg te ruimen. Om later ruzie te vermijden, zou iedere familie een jongeman sturen, die Mohammed tegelijkertijd met een scherp zwaard moesten doorsteken. Niemand zou dan weten wie de dodelijke slag had toegebracht. Abu Bakr en Mohammed maakten alles gereed voor hun vertrek. Mohammed vroeg zijn neef Ali om die nacht in zijn bed te slapen en zijn geliefde groene mantel aan te trekken, zodat hij op Mohammed leek. Als hij naar buiten kwam, zouden de mannen hem herkennen en hem niets doen. Ondertussen verzamelden de jongemannen zich voor de deur van Mohammeds huis. Toen die naar buiten kwam, nam hij een handvol zand en wierp dat in hun gezicht, waardoor ze verblind werden en niet merkten dat Mohammed vertrok. Toen ze weer konden zien, zagen ze iemand op het bed van Mohammed liggen en dachten ze natuurlijk dat het Mohammed was. Ze drongen het huis binnen, maar keken beteuterd op hun neus toen ze ontdekten dat het Ali was. Intussen waren Mohammed en Abu Bakr op twee vlugge kameelmerries vertrokken. Zij verschuilden zich drie dagen lang in een grot buiten Mekka, waar een herdersjongen hen voedsel bracht. Mohammeds vijanden stuurden mensen uit om hem op te sporen, maar de een na de ander kwam onverrichter zake terug. Twee mannen ontdekten de grot waarin de twee verscholen zaten, maar omdat er een spinnenweb voor de ingang was geweven, dachten ze dat Mohammed daar niet kon zijn en ze gingen weg. Opgelucht haalden de twee adem en snel vertrokken ze in de richting van Jathrib, waar ze door hun vrienden en een groot aantal van de inwoners van Jathrib die inmiddels tot de islam waren bekeerd, met grote vreugde werden onthaald. Iedere dag stonden enkele kinderen op de uitkijk om te zien of Mohammed al kwam. Toen ze hem zagen aankomen, riepen ze de bewoners uit hun huizen en iedereen verzamelde zich langs de kant van de weg. Toen Mohammed naderde, zongen ze dit lied: Tala’al-Badru ‘alayna, min thaniyyatil-Wada’. Wajab al-shukru ‘alayna, ma da’a lillahi da’. Ma da’a lillahi da’. Ayyuh al-mab’uthu fina, ji’ta bi-l-amri-l-muta’. Ji’ta sharraft al-Madinah, marhaban ya khayra da’! Marhaban ya khayra da’! De volle maan is opgekomen uit de vallei van Wada’. Wij tonen onze dankbaarheid over de boodschap van Allah. O jij die te midden van ons opgroeide, je hebt je opdracht vervuld. Je bent gekomen om deze stad te eren. Welkom, wees welkom in ons midden![13] Iedere familie wilde Mohammed in huis nemen, maar om jaloezie te vermijden liet Mohammed het oordeel liever aan God over. Hij liet de teugels van zijn kameel los en op de plek waar de kameel knielde, liet hij een huis bouwen. Op die plaats verrees wat later een moskee, die nu de moskee van de Profeet wordt genoemd. Links: Reconstructietekening van de eerste moskee. Links zie je de kamers van Mohammed en zijn vrouwen. Een dak van palmbladeren bood schaduw om onder te bidden. De moskee werd gebruikt voor alle belangrijke religieuze en politieke bijeenkomsten. Ook bood hij onderdak aan armen en reizigers. Rechts: Een foto van de moskee zoals die er nu uitziet. Onder de groene koepel liggen Mohammed en zijn trouwste metgezellen begraven. Het verdrag van Medina Om orde op zaken te stellen en een einde te maken aan de onderlinge strijd van de verschillende bevolkingsgroepen van Jathrib, dat later Medinat-un-Nabi (de stad van de profeet) genoemd werd, of kortweg Medina, stelde Mohammed een overeenkomst op waaraan alle groepen zich moesten houden. Het begon zo: “In naam van God, de schepper, de barmhartige. Dit is een document van de profeet Mohammed aangaande de betrekkingen tussen de gelovigen van Qoeraish en Jathrib en degenen die hen volgen, zich bij hen hebben aangesloten en zich tezamen met hen inspannen. Zij zijn één gemeenschap, met uitsluiting van andere mensen.” [13] Luisteren: https://www.youtube.com/watch?v=BXBdyJitlRk Er werd in bepaald dat zij elkaar zouden steunen en beschermen tegen aanvallen van buitenaf. Buit verkregen in de strijd werd door Mohammed eerlijk verdeeld. Er werd geen onderscheid gemaakt tussen moslims, joden en ongelovigen. Zij mochten elkaar niet doden. Deden zij dat toch, dan mocht iemand van de ander familie gedood worden, tenzij de familie van het slachtoffer akkoord ging met bloedgeld. Meningsverschillen moesten aan de profeet worden voorgelegd, die een bemiddelaar aanstelde of zelf een oordeel uitsprak. Strijd om Mekka Mohammeds vijanden in Mekka waren bang dat de moslims in Medina terug zouden komen om Mekka te heroveren. Het was immers Mohammeds bedoeling om het veelgodendom te vernietigen en de Ka’aba, het heiligdom dat het centrum van Mekka vormt, van afgodsbeelden te zuiveren. En mdaarin vergisten ze zich niet! Daarom vormden ze een leger dat de moslims in Medina moest verslaan. Er werden verscheidene veldslagen geleverd, waarbij de moslims soms door engelen geholpen werden. Er werden vele verliezen geleden, maar uiteindelijk werd een wapenstilstand gesloten. Na afloop van die wapenstilstand trokken de moslims Mekka binnen en gaven de inwoners zich over. Wie moslim wilde worden, deed dat en wie geen moslim wilde worden, kon zijn oude geloof binnenshuis blijven volhouden, zolang hij anderen daar maar niet mee lastig viel. De Ka’aba werd gezuiverd en geen ongelovige mag daar tot aan de dag van vandaag bij in de buurt komen. De preek van de afscheidsbedevaart Tien jaar na zijn vertrek naar Medina ging de profeet Mohammed op bedevaart naar Mekka. De handelingen die de Profeet toen uitvoerde, vormen nu nog steeds de vaste rituelen van de bedevaart. Bovendien hield de Profeet op de negende dag van de maand dzoel-hiddja in de vallei van de berg Arafah een toespraak. O mensen! Luister aandachtig naar mij, want ik weet niet of ik na dit jaar hier weer onder jullie zal zijn. Luister daarom nauwkeurig naar wat ik zeg en geef deze woorden door aan degenen die vandaag niet aanwezig konden zijn. Jullie bloed en jullie bezittingen zijn net zo heilig en onschendbaar als de heiligheid van deze dag, deze maand en deze stad. Kijk, alles wat tot de dagen van onwetendheid behoorde, wordt onder mijn voeten volledig afgeschaft! Afgeschaft is ook de bloedwraak uit de dagen van onwetendheid. Onze eerste eis van bloedwraak die ik heb afgeschaft, is die van de zoon van Rabiah ibn al-Harith, die gevoed werd door de stam van Sa’d en gedood door Hoedhail. En de woekerrente is afgeschaft, en de eerste woekerrente die ik afschaf is die van ‘Abbas ibn ‘Abd-al-Moettalib. Jullie kapitaal is aan jullie om te houden. Doe er geen onrecht mee en jullie zal geen onrecht gedaan worden. Geef de goederen die aan jullie zijn toevertrouwd altijd weer terug aan hun rechtmatige eigenaren. Niets van de ene moslim is toegestaan aan een andere moslim, tenzij het vrijwillig gegeven is. Doe elkaar daarom geen onrecht aan. Vrees Allah wat betreft vrouwen! Jullie hebben hen tot echtgenotes genomen onder het vertrouwen van Allah en gemeenschap met hen is jullie toegestaan door de woorden van Allah. Jullie hebben recht op hen, en jullie hebben er recht op dat zij iemand die jullie niet mogen, niet toestaan op jullie bed te zitten. Doen zij dat toch, dan mogen jullie hen tuchtigen, maar niet hard. Hebt het goede met hen voor, want zij zijn gevangenen bij u die niets van zichzelf bezitten. U hebt hen ontvangen van God, als een toevertrouwd goed. Mannen, het is waar dat jullie bepaalde rechten hebben over jullie vrouwen, maar zij hebben ook rechten over jullie! Bedenk dat jullie hen als jullie echtgenotes hebben genomen, alleen onder het vertrouwen van Allah en met Zijn toestemming. Als zij zich houden aan hun plicht jegens jullie, dan hebben zij het recht om te worden gevoed en gekleed met vriendelijkheid. Behandel jullie vrouwen goed en wees lief voor hen, want zij zijn jullie partners en toevertrouwde helpers. De hele mensheid stamt af van Adam en Eva. Dus is een Arabier niet beter dan een niet-Arabier en een niet-Arabier is niet beter dan een Arabier. Evenmin is een blanke beter dan een zwarte, en een zwarte is niet beter dan een blanke. Alleen wat betreft vroomheid en het doen van goede daden kan de ene moslim zich onderscheiden van de andere! Leer dat elke moslim een broeder is van alle andere moslims en dat de moslims samen een broederschap vormen. Doe niemand pijn, opdat niemand jullie pijn zal doen. Aanbid Allah, verricht de dagelijkse vijf gebeden, vast tijdens de maand ramadan en betaal uit je bezittingen de zakaat. Verricht de bedevaart als jullie daartoe in staat zijn. De ongelovigen geven zich over aan het vervalsen van de kalender opdat zij datgene wat Allah heeft verboden, geoorloofd kunnen maken, en te verbieden wat Allah heeft toegestaan. Allah heeft de maanden vastgesteld op twaalf; vier daarvan zijn heilig. Weet dat jullie je Heer zullen ontmoeten en dat Hij jullie zeker zal afrekenen op jullie daden. Bedenk dat jullie op een dag voor Allah zullen verschijnen en jullie daden moeten verantwoorden. Pas dus op! Raak niet van het rechte pad af nadat ik weg ben. Geen enkele profeet of boodschapper zal meer na mij komen en geen enkel nieuw geloof zal meer worden geboren. Wees daarom verstandig, o mensen, en probeer mijn woorden aan jullie te begrijpen. Ik laat twee dingen voor jullie achter: de Koran en mijn voorbeeld. Als je deze volgt, zul je nooit op het verkeerde pad terechtkomen. Tot slot reciteerde de Profeet een openbaring van Allah, die hij net had ontvangen: Heden heb Ik jullie godsdienst voor jullie voltooid, Mijn genade aan jullie volledig bewezen en de islam (overgave) als godsdienst voor jullie goedgevonden. (Koran 5:3) Degenen die naar mij luisteren, moeten mijn woorden doorgeven aan anderen, en diegenen weer aan anderen. En mogen de laatsten mijn woorden beter begrijpen dan diegenen die direct naar mij luisteren. O Allah, wees mijn getuige, dat ik Uw boodschap heb meegedeeld aan Uw mensen! Ik heb het Boek van Allah voor jullie achtergelaten en als jullie daaraan vasthouden, zullen jullie nooit dwalen. En als jullie op de Opstandingsdag over mij ondervraagd worden, wat zullen jullie dan zeggen? Zijn toehoorders zeiden: “Wij zullen getuigen dat u de boodschap hebt overgedragen en ons wijze raad hebt gegeven.” De Profeet hief toen zijn wijsvinger op, wees naar de mensen en zei drie keer: “O Allah, wees mijn getuige!” Korte tijd later is de profeet overleden. Luisteren: http://quran.com/1 in de Koran terugkomt), dus ook met klei kunnen worden vertaald. Qalam wordt meestal met ‘pen’ of ‘schrijfriet’ vertaald. Dr. Ibrahim Abouleish (oprichter van het Sekem-initiatief in Egypte) vertaalt het met ‘logos’, wat hier logischer lijkt. Soera al-lchlaas geeft heel krachtig de kernboodschap van de Koran weer: God is één, dat wil zeggen dat er slechts één god is – er zijn er niet meerdere – maar ook dat alles één is, dus met elkaar verbonden, van elkaar afhankelijk, holistisch. “Zijn troon strekt zich uit over de hemelen en de aarde” en “Wij zijn hem (de mens) nader dan zijn halsslagader” leert de Koran elders. God is alomvattend, maar dat wil ook zeggen dat alles goddelijk is, heilig. Dit leert ons eerbied voor de schepping, want God openbaart zich in ieder wezen, hoe nietig ook, en zelfs in de dode natuur. God kan dan ook gekend worden door de schepping te kennen. God is tijdloos, zonder begin en einde, zonder ouders en zonder nakomelingen. Moslims aanbidden alleen God, maar hebben eerbied voor de overige geestelijke wezens (malaikat – engelen, en natuurwezens – djinn). Een hoofdstuk dat heel duidelijk naar het leven na de dood verwijst is soera al-lntifaar. Aan het einde der tijden, als het universum vergaat, staan de mensen voor het jongste gericht en wordt geopenbaard wat het leven voor betekenis heeft gehad. Dan worden de graven geopend, komen de doden tot leven en worden de mensen beoordeeld op hun goede en slechte daden, met als consequentie een eeuwig leven in de hel (het vuur) of in het paradijs (de tuin). (Dit hoeft niet per se definitief te worden opgevat. Er zijn passages die erop wijzen dat een gestorvene direct na zijn dood wordt ‘beoordeeld’ en in een nieuw leven terugkeert. Wat de mens volgens de beschrijvingen in de Koran in het graf beleeft, lijkt sterk op wat Rudolf Steiner over het Kamaloka meedeelt. De Koran laat het bestaan van reïncarnatie en karma open.) Het is dus zaak je op het leven na de dood voor te bereiden door het doen van goede werken en gebed, zonder echter het aardse leven te verzaken. “Bereid je voor op het hiernamaals alsof je morgen zult sterven, maar werk in het hiernumaals alsof je het eeuwige leven hebt.” Soera al-‘Asr geeft kernachtig weer wie als moslims (gelovigen) te beschouwen zijn: zij die vertrouwen hebben, het juiste doen, geloven in de waarheid en niet opgeven. Het begrip moslim (degene die zich – uit vrije wil – aan het Hogere onderwerpt) zou je best ruimer mogen nemen dan alleen degenen die de geïnstitutionaliseerde godsdienst Islam volgen. ‘Asr is letterlijk de tijd van het namiddaggebed, maar wordt hier meestal vertaald met de stroom van de tijd, de tijd die voorbij gaat. Wa al ‘asr betekent: Bij de tijd! (een bezwering: bij de tijd, ik zweer dat…). Deze soera herinnert aan een andere passage, waarin God de bergen (het mineraalrijk) en de bomen (het plantenrijk) het beheer over Zijn schepping aanbiedt. Maar zij weigeren, omdat zij beseffen dat ze in deze enorme verantwoordelijkheid tekort zullen schieten. De mens echter, overmoedig, neemt het aanbod aan. Maar ook de meeste mensen schieten hierin (nog) tekort. Er zijn slechts enkele ingewijden en spirituele leiders die de verantwoordelijkheid werkelijk kunnen dragen. De islam kent drie stadia van spirituele ontwikkeling: moslim, mo’min en mohsin, vergelijkbaar met de antroposofische begrippen gewaarwordingsziel, verstands-gemoedsziel en bewustzijnsziel. Moslim is degene die zich trouw aan de voorschriften houdt en verder geen vragen stelt. Mo’min is degene die deze tracht te doorgronden en van binnenuit tot het volgen van het juiste komt (je zou dat een leerling-stadium kunnen noemen). Mohsin is een ingewijde die de geheimen van het leven kent. Een traditioneel Egyptisch lied om samen te zingen: Bronnen: Mahmoud Hussein: Al Síra – de verhalen over Mohammed in Mekka, uitgeverij Bulaaq, 2008 Pé Mullenders: De preek van de afscheidsbedevaart van de profeet Mohammed “O Allah, wees mijn getuige!”, in: Al Nisa, Islamitisch maandblad voor vrouwen, december 2006 Het lied hierboven: Sekem, Egypte Mondelinge en schriftelijke bronnen waarvan ik mij de titel niet meer kan herinneren. De afbeelding bovenaan en hieronder is calligrafie in Kufisch schrift. Er staat: Bismillahirrahamaanirrahiem (In naam van God, de Schepper, de Genadevolle) . 6e klas geschiedenisalle artikelen 6e klas: alle artikelen Geschiedenisalle artikelen VRIJESCHOOL in beeld6e klas geschiedenis
. 3495-3283
. . . .  

VRIJESCHOOL – actueel – Maria – Lichtmis

.

Maria-Lichtmis:     alle artikelen

Van Dale schrijft het met koppelteken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Mededeling Nationale vertelschool

.

Meer informatie, kijk op: Nationale vertelschool
0-0-0
Podcast met Wim Wolbrink >>
In de podcast bespreekt Wim het sprookje Assepoester waar verschillende elementen naar voren komen die ook in deze tijd relevant zijn.
Voor zijn werk als verteller en docent is Wim al jaren geïnspireerd door de antroposofie waar hij ook graag over spreekt.
Naast een mooie oefening deelt hij een aantal inzichten van Rudolf Steiner over deze tijd en zijn visie op de vrijeschool. Een hele rijke uitzending met veel informatie over de antroposofie!
Beluister hier de hele podcast >>

De Nieuwe Mens: Programma 2026 en Gezegende Kerst

Bernard Lievegoed

“Een mens is alleen een mens in relatie tot anderen.”
– Caring Community –
Prof. Bernard Lievegoed
1905 (Medan, Sumatra) — 1992 (Zeist)

Wat staat er in 2026 nu al allemaal op het programma?

Klik op de poster om naar de voordracht te gaan.
Uitgelicht
 

Cursus:
Kennismaken met de Filosofie vd Vrijheid

Do. 29 jan. t/m 19 maart 2026 | 19.00 – 21.00 uur
Urtica De Vijfsprong – Vorden

De Filosofie van de Vrijheid van Rudolf Steiner is de sleutel tot het waarnemen van de geest. Het boek laat de weg zien die ieder mens kan bewandelen.

Zelf de schepper zijn
Het denken is het aangrijpingspunt. Elk individu kan zelf de schepper en de schouwer van zijn gedachten zijn.

Kerngegevens

  • Data: Do. 29 jan t/m 19 mrt 2026
  • Locatie: De Vijfsprong, Vorden (Gld)
  • Docent: Wim Wolbrink
  • Prijs: vanaf € 190,-

Vooraankondiging

Expeditie Wildeman
14 t/m 17 mei 2026 – Expeditie Wildeman
Landgoed Zonnebloem, De Slingeweg 12, Winterswijk (Achterhoek)
Hé wildeman, ga je mee op expeditie? Tijdens Expeditie Wildeman komen mannen samen om écht te verbinden. Hier kun je jezelf laten zien zoals je werkelijk bent: authentiek, kwetsbaar en krachtig.
Vier dagen lang stap je uit de dagelijkse drukte en neem je de tijd om naar jezelf en anderen te luisteren. Samen.
Openingsprogramma:
Het volledige sprookje van de gebroeders Grimm ‘De Wildeman’ als levende voordracht door Sander Verwer en Wim Wolbrink.
Aanmelden en tickets >>
Nationale Vertelschool
Kantoor: Kasbah, Eendengang 75 7552 KN Hengelo
T: 06 – 133 47 333  E: info@nationalevertelschool.nl
KVK: 83.68.51.70

Voor meer info: Nationale vertelschool

Ontwikkelingsfasen: alle artikelen

Opvoedingsvragen: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

.

.

VRIJESCHOOL – Mededeling – Sociale driegeleding – agenda/activiteiten

.

‘SOCIALE DRIEGELEDING’

website

Nummers van tijdschrift Driegonaal

Nieuwsbrief sociale driegeleding

Nr. 7 / 16 januari 2026

Zéker te weten: stuur deze Nieuwsbrief gerust door naar een ieder die beseft dat we het met maatschappelijk knip- en plakwerk niet gaan redden en dat er fundamentele veranderingen gevraagd worden. Zij zijn noodzakelijk om in deze woelige tijden het mens-zijn te behouden.

Actueel

Macht (en moraliteit)

De  combinatie van macht en moraliteit doet een beetje denken aan die van water en  olie. En het uitoefenen van macht, zelfs wanneer dat vanuit wezenlijke  moraliteit gebeurt, betekent een aantasting van diezelfde moraliteit Lees verder »

Janboel

Cultuur, politiek en economie zijn drie heel verschillende aangelegenheden. Voor alle drie geldt: zij gedijen het best wanneer zij op eigen benen staan en hun eigen ding doen. Als zij op één hoop worden gegooid, wordt het een janboel.

Dan krijg je … Lees verder »

Artikelen
Wat is sociale driegeleding?

Is sociale driegeleding zo ingewikkeld? Maar,… het is toch niet zo moeilijk in te zien dat,… Lees verder »

Driegeleding in vraag & antwoord

Waarom zou de samenleving uit drie delen bestaan? Lees verder »

Agenda
Bekijk de volledige agenda: KLIK HIER

Een krant over Sleipnir

In een zojuist verschenen krant wordt een uitvoerig beeld gegeven van de  ervaringen die worden opgedaan met het ondernemen zonder dat er sprake is van privé-eigendom.

Moet ieder in de economie zijn eigen belang najagen en levert dat voor het geheel de beste situatie op? Is het nodig dat een ondernemer zijn bedrijf bezit?

Uit de concrete praktijk van ruim 35 ondernemingen die zijn aangesloten bij Stichting Sleipnir, blijkt iets heel anders!

In de eenmalige krant vind je een schat aan praktijkervaringen, interviews, beschrijvingen van wat er binnen de samenwerking ontwikkeld is en wordt – en natuurlijk de inzichten die uit de sociale driegeleding en associatieve economie geput kunnen worden.

Je kunt de krant HIER downloaden

Exemplaren van de krant ontvangen?
Je krijgt de krant, vanaf minimaal 10 exemplaren, gratis thuisgestuurd.
Mail naar info@nearchus.nl en vermeld het aantal dat je ontvangen wil.



Sociale driegeleding: alle artikelen op deze blog

Vrijheid van onderwijs: alle artikelen

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 29 juli 1920

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.  

In deze vergadering gaat het nauwelijks over pedagogie of didactiek, maar over
de financiële situatie van de school toen. Hoe komt het geld ter beschikking.
Er is voortdurend sprake van het oprichten van een ‘wereldschoolvereniging’. Dat is niet gelukt. Toch komen er ook een aantal dingen ter sprake die ook vandaag voor vrijescholen een rol spelen. Die heb ik hier aangegeven:

Over de naamgeving van een school. En waarom het ‘vrije’ school heet. <1> en <4>
Soms kom je uitspraken van vrijeschoolmensen tegen – hier en hier van twee schoolleiders die het ‘vrije’ verklaren als ‘een opvoeden tot vrije mensen’. Dat dit óók een doel van de vrijeschool is, is duidelijk op te maken uit de woorden van Steiner in GA 305/74, vertaald blz. 80, maar het ‘vrije’ in vrijeschool heeft uitsluitend betrekking op ‘vrij van staatsinmenging’. 

Over het betalen van schoolgeld. <2>  en <3>
Hier is het opmerkelijk dat Steiner geen ‘kapitalistenschool’ wil, maar een waar in principe de rijkere ouders betalen voor de kinderen uit armere gezinnen. Geen kind mag worden afgewezen in relatie tot het schoolgeld.

Staatsexamens in de school betekent geen vrijeschool meer zijn. <5>
Kleur van de schoolbankjes <6

Meer over o.a. de wereldschoolvereniging.

 

RUDOLF STEINER

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924

Erster Band Das erste und zweite Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1 Het eerste en tweede schooljaar

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

GA 300A    blz. 182

Vergadering van donderdag 29 juli 1920, 10.30 – 13.30u

Dr. Steiner: Zunächst möchte ich bitten, ob jemand, nachdem eine schöne Zeit zum Überlegen war, sich zum Wort meldet.

Allereerst wil ik vragen of er iemand het woord wil voeren, nu we hier goed over hebben nagedacht.

X. möchte gern etwas über die wirtschaftliche Grundlage der Schule wissen.

X. wil graag iets weten over de financiële situatie van de school.

Dr. Steiner: Darf ich Herrn Molt bitten, über die Frage zu sprechen, da er Bescheid weiß.
Molt berichtet über die finanzielle Lage der Schule.

Mag ik meneer Molt vragen hierover te spreken, aangezien hij er verstand van heeft?

Molt geeft een overzicht van de financiële situatie van de school.

X. fragt, ob man sich nicht bei dem öffentlichen Vortrag heute Abend an die Hörer wenden könnte.
Es wird ein Aufruf verlesen, den Dr. v. Heydebrand zusammen mit Dr. Hahn verfaßt hat.

X. vraagt ​​of het mogelijk is het publiek toe te spreken tijdens de openbare lezing van vanavond.
Een oproep wordt voorgelezen, die Dr. von Heydebrand samen met Dr. Hahn heeft opgesteld.

Dr. Steiner: Dieser Aufruf ist ausgezeichnet und wird sicher nicht ohne Wirkung sein. Meiner Auffassung nach kann es aber nur dann geschehen, wenn gleichzeitig damit verbunden wird, daß man sagt:
Wir können nur weiterarbeiten, wenn von seiten der Allgemeinheit die nötigen Mittel der Sache zufließen.

Deze oproep is uitstekend en zal zeker effect sorteren. Naar mijn mening kan hij echter alleen effectief zijn als hij vergezeld gaat van de verklaring: We kunnen ons werk alleen voortzetten als de benodigde middelen door de mensen beschikbaar worden gesteld.

X.: Ich wollte nur warten mit der Rückgängigmachung der Neuanmeldungen.

Ik wilde even wachten voordat ik de nieuwe aan meldingen terugdraai.

Dr. Steiner: Warum sollen wir nicht schon jetzt den Leuten sagen können, daß wir, wenn wir nicht die Mittel bekommen, die neuangemeldeten Kinder abweisen müssen? Gerade damit unsere Agitation wirksam werde! Wir müssen die Kinder abweisen, weil wir keine neuen Lehrer anstellen können. Das scheint mir notwendig zu sein, um die Agitation wirksam zu machen.
Nicht wahr, diese Agitation hat ihre Schwierigkeiten. Erst meint die Öffentlichkeit, die Schule sei eine Waldorf-Astoria-Schule, es wird von vielen Seiten die Schule eine Waldorf-Astoria-Schule genannt.
Man hat die Meinung, daß die Schule finanziell gespeist wird von der Waldorf-Astoria- Zigarettenfabrik, und man ist überrascht, daß dies nicht der Fall ist. Nun, das ist das eine. Man muß auf irgendeine Weise gegen dieses Überraschtsein der Öffentlichkeit eben einen Weg einschlagen. Man muß es deutlich sagen, daß die Mittel der Öffentlichkeit notwendig sind, das ist das eine.
Zweitens ist es schwierig, von auswärts Geld zu bekommen für den Waldorfschulverein, der für Stuttgart gegründet wird. Da ist es nicht so, wie bei den anderen in Stuttgart zentralisierten Einrichtungen.
Selbstverständlich kann der Kommende Tag und die Dreigliederung 

Waarom zouden we de mensen nu niet kunnen vertellen dat we, als we de financiering niet rondkrijgen, de nieuw ingeschreven kinderen moeten weigeren? Juist zodat onze campagne effectief is! We moeten de kinderen weigeren omdat we geen nieuwe leerkrachten kunnen aannemen. Dat lijkt me noodzakelijk voor het succes van de campagne. Krijgt deze campagne niet de nodige problemen?
Ten eerste denkt het publiek dat de school een Waldorf-Astoriaschool is; veel mensen noemen het een Waldorf-Astoriaschool. Er bestaat de opvatting dat de school financieel wordt gesteund door de Waldorf-Astoria sigarettenfabriek, en mensen zijn verbaasd dat dit niet het geval is. Nou, dat is één ding. We moeten een manier vinden om deze verbazing bij het publiek weg te nemen. We moeten duidelijk stellen dat publieke financiering noodzakelijk is; dat is één ding.
Het publiek denkt dat de school een Waldorf-Astoriaschool is; veel mensen noemen het een Waldorf-Astoria school.

Ten tweede is het moeilijk om externe financiering te verkrijgen voor de Waldorfscholenvereniging die in Stuttgart wordt opgericht. Dat is niet
zoals bij de andere instellingen die in Stuttgart gecentraliseerd zijn. Natuurlijk, ‘der kommende Tag’ en de Driegeleding

Blz. 183

das ist für die Welt. Um für die Waldorfschule Geld zu geben, da müßten die Leute die Kinder herschicken können. Die Leute fragen: Warum ist das vorhandene Geld nicht in Stuttgart und Umgebung aufgebracht worden, woher doch die meisten Kinder stammen? Man kann verlangen, daß die Leute,
die die Kinder von auswärts bringen, soviel zahlen, um die Kinder hier zu haben. Da kann man hohes Schulgeld verlangen. Wenn die Leute von auswärts Geld geben sollen, wenn ein Schulverein für das Prinzip der Waldorfschule wirken soll, dann muß es klar sein, daß wir hier in Stuttgart anfangen, daß wir selbst etwas tun, um die Waldorfschule in die ganze Welt zu tragen. — Natürlich fragt jeder: Warum verschafft ihr euch nicht aus Stuttgart und Umgebung Mittel? — Das sind Schwierigkeiten, denen wir dadurch begegnen, daß wir sagen, wir sind eben nicht in der Lage, die Schule über das jetzige Maß hinaus zu gestalten. Wir müßten die Kinder abweisen, wenn wir nicht Mittel bekommen. Ich glaube also nicht, daß man in dieser Richtung optimistisch sein darf. Die zwei Gründe spielen wesentlich mit.

zijn voor de hele wereld. Om geld te kunnen geven aan de Waldorfschool, zouden mensen hun kinderen hierheen moeten kunnen sturen. Mensen vragen zich af: waarom is het beschikbare geld niet in Stuttgart en de omliggende regio ingezameld, waar de meeste kinderen vandaan komen? Je kunt eisen dat de mensen die hun kinderen van elders halen, genoeg betalen om hun kinderen hier te laten leren. Je kunt hoge schoolgelden vragen. Als mensen van elders geld moeten geven, als een schoolvereniging zich moet inzetten voor het principe van de Waldorfschool, dan moet het duidelijk zijn dat we hier in Stuttgart beginnen, dat we zelf iets doen om de Waldorfschool wereldwijd te verspreiden. — Natuurlijk vraagt ​​iedereen zich af: waarom halen jullie geen geld op in Stuttgart en de omliggende regio? — Dit zijn problemen die we aanpakken door te zeggen dat we de school simpelweg niet verder kunnen uitbreiden dan de huidige omvang. We zouden kinderen moeten weigeren als we geen geld krijgen. Dus ik denk niet dat je in dit opzicht optimistisch kunt zijn. De twee redenen spelen een belangrijke rol.

X..’ Kann denn die Umwandlung des Waldorfschulvereins in einen solchen Weltschulverein durchgeführt werden, wenn man sich einig darüber würde?

Zou de transformatie van de Waldorf School Vereniging in een dergelijke
Wereld Schoolvereniging kunnen worden uitgevoerd als er overeenstemming bereikt zou kunnen worden?

Dr. Steiner: Nicht wahr, den Waldorfschulverein haben wir als einen lokalen Verein gegründet, auch ein wenig unter dem Gesichtspunkt, daß es den Herren Aktionären von der Waldorf-Astoria imponiert, daß sie geldgeberischer werden. So habe ich mir vorgestellt, der Weltschulverein müßte extra dazu gegründet werden.

Dr. Steiner: We hebben niet waar, de Waldorf School Vereniging als een lokale vereniging opgericht, deels om de aandeelhouders van Waldorf-Astoria te overtuigen meer financieel betrokken te raken. Ik dacht daarom dat de Wereld School Vereniging apart opgericht zou moeten worden.

X.: Herr Doktor, Sie sagten, daß der Weltschulverein wirksam in Angriff genommen werden kann, wenn man vorgestoßen hat.

X.: U zei dat de Wereld School Vereniging effectief van start kon gaan zodra er een basis was gelegd.

Dr. Steiner: Es würde sich darum handeln, dies auszuarbeiten, um den Boden zu schaffen, aus dem das erwachsen kann. Daß wir mit Klarheit hinweisen auf die Schwierigkeiten, die bestehen, um die Stimmung für den Weltschulverein gebrauchen zu können.

Het gaat erom die basis verder te ontwikkelen om een ​​fundament te leggen van waaruit de vereniging kan groeien. Dat we de bestaande moeilijkheden duidelijk moeten benoemen om steun te verwerven voor de Wereld School Vereniging.

X. fragt, ob man nicht bei den Schweizer Mitgliedern Propaganda machen kann?

X. Vraagt ​​of het mogelijk is om het bekender te maken onder de Zwitserse leden?

Dr. Steiner: Die Schweizer Mitglieder werden so sehr auf die Valuta angezapft, daß da wohl kaum etwas zu machen ist. Ich habe letzthin gerade in einem Prospekt, der hinausgeschickt worden ist, herausstreichen müssen die Worte in dem einen Satz, der daraufhingewiesen hat, daß die Angehörigen der Mittelländer wegen der Valuta nichts leisten können. Dieses zu starke Pochen auf die außerordentlich stark in Anspruch genommenen Schweizer, die ohnedies nicht gern die Taschen aufmachen — furchtbar ungern. Da müssen wir

De Zwitserse leden zitten zo zwaar met buitenlandse valuta dat er waarschijnlijk weinig aan te doen is. Ik heb onlangs in een folder die werd verstuurd, met name de zin moeten onderstrepen waarin stond dat de mensen uit de Centraal-Europese landen vanwege hun valuta niets konden bijdragen. Deze buitensporige nadruk op de Zwitsers, die al onder immense druk staan ​​en sowieso al niet graag geld uitgeven – extreem weinig. We moeten

Blz. 184

einen Weltschulverein gründen, der im Programm nicht die Unterstützung der Stuttgarter Waldorfschule hat, sondern die Gründung von Schulen nach diesen Prinzipien. Der muß es verantworten, daß er zunächst die Waldorfschule unterstützt.

Het doel is een Wereldschoolvereniging op te richten waarvan het programma niet de ondersteuning van de Waldorfschool in Stuttgart omvat, maar juist de oprichting van scholen gebaseerd op deze principes. De vereniging moet verantwoording afleggen voor de initiële ondersteuning van de Waldorfschool.

Frau Dr. Steiner: Ich glaube, es wäre besser, daß der Goetheanumbau fertig würde, sonst kommt das Frühere durch das Spätere in Leid. Für die Schule können die Angehörigen der Mittelländer noch vieles tun. Die Schweden, Norweger sind empfänglich, Geld zu geben. Wenn aber eine große Anzapfung der Ausländer für die Schule vor sich geht, dann wird der Bau nie zu Ende geführt.

Mevrouw Steiner: Ik denk dat het beter zou zijn als de renovatie van het Goetheanum voltooid wordt; anders zal die eronder lijden. Mensen uit Centraal-Europese landen kunnen nog veel voor de school betekenen. De Zweden en Noren staan ​​open voor donaties. Maar als er op grote schaal geld van buitenlanders voor de school wordt aangewend, zal de bouw nooit voltooid worden.

Dr. Steiner: Nicht wahr, es würde sich, wenn wir den Weltschulverein gründen, darum handeln, daß der vor allen Dingen das haben müßte, daß er über seine Gelder frei verfügen kann, daß auch die Freie Hochschule in Dornach aus diesen Geldern gespeist werden könnte. Es war unsere Idee, eine Art Zentralisation des gesamten Finanzwesens zu machen. Wir strebten an eine zentrale Finanzierung, so daß all das Geld, das für unsere anthroposophische Sache gegeben wird, in eine einzige Zentralkasse zusammenfließt. Das ist dasjenige, was wir angestrebt haben in den Tagen, wo wir darangegangen sind, den „Kommenden Tag” und das ,,Futurum” zu begründen. Da kam in die Quere, daß die Waldorf-Astoria nicht mehr weiter (helfen) konnte.

Dr. Steiner: Is het niet zo dat als we de Wereldschoolvereniging zouden oprichten, het primaire doel zou zijn dat deze vrije toegang tot haar fondsen heeft, zodat de Vrije Hogeschool in Dornach ook uit deze fondsen gefinancierd zou kunnen worden? Het was ons idee om een ​​soort centralisatie van het hele financiële systeem te creëren. We streefden naar gecentraliseerde financiering, zodat al het geld dat voor onze antroposofische zaak wordt gegeven, in één centrale kas terecht zou komen. Dat was ons doel in de tijd dat we begonnen met de ontwikkeling van “der kommende Tag” en “Futurum”. Maar toen bleek dat  Waldorf-Astoria niet langer kon helpen.

Dann mußte der Waldorfschulverein gegründet werden. Ebensogut mußte man in Dornach eine Anzahl von Dingen gründen. Das ist nur formell. In dem Augenblick läuft der Verein Goetheanismus in das Ganze ein, wenn es notwendig ist. Die Dinge, die wir führen, die müssen so gegründet sein, daß es zuletzt in eine Zentralverwaltung einläuft.
Das war auch die Absicht, als wir den Kommenden Tag begründeten. Der Kommende Tag hat nicht die Möglichkeit, Jahresbeiträge entgegenzunehmen. Insofern würde ja eine Organisation wie der Weltschulverein auch keine Dezentralisation darstellen. Es handelt sich nicht darum, daß der Kommende Tag die Zentralverwaltung hat. Der Kommende Tag ist das Institut, das sich daran beteiligt. Das was wir als Zentralverwaltung denken, wäre umfassender. Ich sagte nicht, man solle den Kommenden Tag als Zentralverwaltung betrachten.
Wir hatten in Aussicht genommen, daß alles das, was wir bekommen, in eine einheitliche Zentralkasse zusammenfließt, und da nach Gebrauch ausgegeben wird. Wenn wir den Weltschulverein gründen, dann würde dieser Weltschulverein seinerseits selbst seine Gelder verwalten lassen können. Aber er würde so gegründet sein müssen, daß er einlaufen kann in dieses Zentralinstitut, wie der Verein Goetheanismus in Dornach, der jederzeit einlaufen kann in dem

Vervolgens moest de Waldorf School Vereniging worden opgericht. Evenzo moesten er een aantal zaken in Dornach worden geregeld. Dat is slechts een formaliteit. Op dat moment zal de Goetheanum Vereniging, indien nodig, in het geheel opgaan. De zaken die we beheren, moeten zo worden gestructureerd dat ze uiteindelijk onder een centrale administratie vallen.
Dat was ook de bedoeling toen we ‘der kommende Tag’ oprichtten. Deze kan geen jaarlijkse lidmaatschapskosten innen. In dat opzicht zou een organisatie als de Wereld School Vereniging ook geen decentralisatie vertegenwoordigen. Het gaat er niet om dat de kommende Tag de centrale administratie heeft. De kommende Tag is het instituut dat eraan deelneemt. Wat wij voor ogen hebben als een centrale administratie zou omvattender zijn. Ik heb niet gezegd dat de kommende Tag als een centrale administratie moet worden beschouwd.
We hadden voor ogen dat alles wat we ontvangen in één centrale kas zou terechtkomen en daar naar behoefte zou worden verdeeld. Als we de Wereld School Vereniging zouden oprichten, dan zou deze  op haar beurt haar eigen fondsen kunnen beheren. Maar het zou op zo’n manier opgericht moeten worden dat het in dit centrale instituut zou kunnen opgaan, net als de Goetheanum Vereniging in Dornach, die er op elk moment in kan opgaan.

Blz. 185

Augenblick, wo wir die Persönlichkeit haben. Da müssen rein sachliche Prinzipien walten. Ebenso kann der Weltschulverein gegründet werden, indes muß einer seiner Paragraphen der sein, daß er seine Gelder ebensogut in eine Volksschule wie in die Kasse der Freien Hochschule einfließen lassen kann.

Op het moment dat we de persoonlijkheid hebben. Zuiver objectieve principes moeten de boventoon voeren. Evenzo kan de Wereldschoolvereniging worden opgericht, maar een van de statuten moet bepalen dat zij haar middelen gelijkelijk kan toewijzen aan een basisschool en aan de kas van de Vrije Hogeschool.

Frau Dr. Steiner: Sonst wäre es geschehen ums Goetheanum.

Anders zou het Goetheanum verloren zijn gegaan.

X.: Ich finde, wie die Dinge liegen, den Namen Waldorfschulverein nicht mehr richtig. Man könnte es für die unteren acht Klassen gelten lassen. Für das darüber sollte man einen „Verein zur Gründung von Rudolf Steiner-Schulen” haben.

X.: Zoals de zaken er nu voor staan, vind ik de naam Waldorf Schoolvereniging niet langer passend. Die zou gebruikt kunnen worden voor de onderbouw van de basisschool. Voor de bovenbouw zou er een “Vereniging voor de Oprichting van Rudolf Steiner Scholen” moeten zijn.

Dr. Steiner: Das darf auf keinen Fall sein.

Dr. Steiner: Dat mag absoluut niet het geval zijn.

X. (spricht weiter): Ich will damit kundtun, daß es sich um ganz bestimmte Schulen handelt. Den bisherigen Namen halte ich für schädlich.

X. (vervolgt): Ik wil duidelijk maken dat dit zeer specifieke scholen zijn. Ik vind de huidige naam nadelig.

Dr. Steiner: Da muß man eine viel aktuellere Flagge finden. Ein großer Teil der Gegnerschaft beruht auf der einseitigen Betonung des Namens. Sie werden sehen, daß es noch in viel ausgesprochenerem Maße herauskommt. Ich weiß zu erzählen, wie Aufsätze, die ich da und dort anonym habe erscheinen lassen, angenommen wurden, und wie die Sache sofort umgekehrt worden ist, als der Name darauf kam. Man kann eine andere Firma haben. Der Sache wird nicht genützt durch persönliche Namengebung.

Er moet een veel modernere naam gevonden worden. Een groot deel van de tegenstand is gebaseerd op de eenzijdige nadruk op de naam. U zult zien dat die op een veel prominentere manier naar voren zal komen. Ik weet hoe essays die ik hier en daar anoniem publiceerde werden ontvangen, en hoe de situatie onmiddellijk omsloeg zodra mijn naam werd genoemd. Je kunt een ander bedrijf hebben. Persoonlijke naamsvermelding helpt de zaak niet.

Frau Dr. Steiner: Ob man nicht doch erraten könnte, welcher Name der wünschenswerte wäre?

Of je er niet achter zou kunnen komen welke naam het meest wenselijk is?

Dr. Steiner: Es wäre ganz gut, wenn diese Frage gestellt würde. Dannwürde der Betreffende damit verbunden werden. Goetheanismusschule, vielleicht Schule des Kommenden Tages. Es müßte so irgend etwas sein, was hinweist auf die Zukunft. Da müßte man scharf nachdenken, auf etwas, was daraufhinweist, daß es sich um staatslose Schulen handelt. Staatslosigkeit, die Begründung der Schule ohne den Staat, daß diese Sache sichtlich zum Ausdruck kommt. Das kommt nur durch eine neutrale Bezeichnung zum Ausdruck. Das
haben wir in der Waldorfschule durch ,,frei” zum Ausdruck gebracht. Die Bezeichnung der „Freien Waldorfschule” war gut für den ersten Anfang. Und wenn es weitergegangen wäre in dieser Weise, wenn es nicht notwendig geworden wäre, den Waldorfschulverein zu gründen, so wäre gegen den Titel das allerwenigste einzuwenden.
Aber nicht wahr, es ist nicht weitergegangen. Es müßte zum Ausdruck kommen dieses Prinzip des staatslosen, des aus dem freien

<1> Het zou heel goed zijn als die vraag gesteld werd. Dan zou de persoon in kwestie ermee in verband gebracht worden. Goetheanistische School, misschien School van de kommende Tag. Het zou iets moeten zijn dat naar de toekomst wijst. Je zou goed moeten nadenken over iets dat aangeeft dat dit scholen zijn, vrij van de staat. Zonder de staat, de oprichting van de school zonder de staat, dat dit duidelijk wordt uitgedrukt. Dit kan alleen worden uitgedrukt door een neutrale benaming. Wij hebben dit in de Waldorfschool uitgedrukt door middel van “vrij”. De benaming “Vrije Waldorfschool” was goed voor het begin. En als het zo was doorgegaan, als het niet nodig was geweest om de Waldorfschoolvereniging op te richten, zou er weinig bezwaar tegen de naam zijn geweest. Maar het is niet doorgegaan. Dit principe van het zonder de staat, een systeem dat voortkomt uit een vrij geestesleven, moet tot uitdrukking gebracht worden. <1>

Blz. 186

Geistesleben geschaffenen Schulwesens. Es ist die Frage, ob man da nicht sehr gut den Weltschulverein gründen könnte.

De vraag is of men daar niet net zo goed een Wereldschoolvereniging zou kunnen oprichten.

X.: Dürfte man den Namen Anthroposophie nennen?

X: Mogen we de naam Antroposofie noemen?

Dr. Steiner: Wir müssen Anthroposophie weglassen.

We moeten Antroposofie weglaten.

X.: Damit das Interesse nicht erlahmt, sollte bis zu einer gewissen Größe der Name Waldorfschule erhalten bleiben.

X: Om te voorkomen dat de belangstelling afneemt, moet de naam Waldorfschool tot een bepaalde omvang behouden blijven.

Dr. Steiner: Mit Ausnahme der 9. Klasse gilt ja heute schon das, daß wir auch nicht die acht Klassen auf der alten Grundlage vorwärtsbringen. Ohne Zuschüsse kriegen wir doch nicht die acht Klassen in dem Sinne weiter, wie wir es wollen. Wir müssen die neuen Kinder der acht Klassen abweisen, wenn wir nicht Zuschüsse bekommen.
Daß der laufende Betrieb erhalten wird, das würde schon ins Gleichgewicht gebracht werden. Dann die Frage des Platzes. Wir können nicht die Zahl der Schüler vermehren ohne Platzvergrößerung. Es wird sich um weitere Lehreranstellung handeln. 4. Klasse 53, 2. Klasse 56 Schüler, da wird es eine Lehrerfrage

Met uitzondering van de negende klas is het al zo dat we de acht klassen niet op de oude manier kunnen voortzetten. Zonder subsidies kunnen we de acht klassen simpelweg niet op de gewenste manier blijven aanbieden. We zullen nieuwe leerlingen voor de achtste klas moeten weigeren als we geen subsidies ontvangen. Het in stand houden van de huidige gang van zaken zou dan in evenwicht zijn. Dan is er nog de kwestie van de ruimte. We kunnen het aantal leerlingen niet verhogen zonder de ruimte te vergroten. Dat betekent dat we meer leraren moeten aannemen. Vierde klas: 53 leerlingen, tweede klas: 56 leerlingen; dan wordt het een lerarenkwestie.

Ich bin der Meinung, daß ein Lehrer, wenn er den nötigen Raum hat, selbst hundert Kinder haben könnte, aber aus dem einfachen Grunde, weil wir den Raum nicht haben, einfach deshalb, weil unsere Klassenräume zu klein sind, müßten wir mehr Lehrer haben. Es betrifft die beiden Klassen; dann würde es sich um die Zerlegung der künftigen 4. und 2. Klasse handeln. Die 1. und 5. müssen wir unter allen Umständen teilen. Die Raumfrage ist aktuell geworden. Dann daß der Eurythmie- und Turnsaal absolut nichts taugt.

Ik geloof dat een leraar, als hij of zij de benodigde ruimte had, honderd kinderen zou kunnen lesgeven, maar simpelweg omdat we die ruimte niet hebben, omdat onze klaslokalen te klein zijn, hebben we meer leraren nodig. Dit heeft gevolgen voor de twee klassen; dan zou het betekenen dat we de toekomstige 4e en 2e klas moeten splitsen. We moeten absoluut de 1e en 5e klas splitsen. Het ruimteprobleem is urgent geworden. En dan is er nog het feit dat de euritmie en de gymzaal volkomen nutteloos zijn.

X.: Kulturschule.
X..’ Ich hatte mir auch aufgeschrieben Freie Kulturschule.

X: Culturele School.

X: Ik heb ook Vrije Culturele School opgeschreven.

Frau Dr. Steiner: Vielleicht fällt noch jemand etwas anderes ein.

Misschien komt iemand anders met een andere oplossing.

Dr. Steiner: Es kommt nicht darauf an, einfach einen Namenwechsel einzugehen. (Es handelt sich darum,) ob die zwei Millionen Mark eingehen oder nicht. Die Kalamität ist deshalb eingetreten, weil man jedes Kind aufgenommen hat. Die Waldorf-Astoria hat nichts verbrochen.

Het gaat niet alleen om het veranderen van de naam. (Het gaat erom) of die twee miljoen binnenkomt of niet. Het probleem ontstond omdat elk kind werd toegelaten. De Waldorf-Astoria heeft niets verkeerd gedaan.

X.: Es wäre wichtig zu unterscheiden zwischen Waldorfschulverein und Waldorfschule. Man könnte die Waldorfschule weiter als Waldorfschule lassen.

X: Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen de Waldorf School Association en de Waldorf School. De Waldorfschool zou de naam Waldorfschool kunnen behouden.

Dr. Steiner: Der Finanzierungsverein braucht nicht mehr den Namen zu haben. Das würde der Waldorf-Astoria nicht schaden. Die Waldorfschule ist eine historische Sache, die bleiben soll. Auf der

De financierende instantie hoeft die naam niet langer te gebruiken. Dat zou Waldorf-Astoria geen kwaad doen. De Waldorfschool is een historische instelling die moet blijven bestaan.

Blz. 187

anderen Seite ist wirklich nicht zu verlangen, wenn wir an weitere Kreise Deutschlands und Österreichs gehen, daß das unter der Flagge einer Waldorfschule für Stuttgart geschehen soll. Ich meine rein aus
praktischen Gründen, weil auch die Leute dafür kein Geld geben. Die Propaganda für den Verein als solchen bleibt auf Stuttgart und Württemberg beschränkt. Dagegen scheint es mir durchaus klar zu sein, daß man auf das Große geht, für das man Propaganda machen kann international.

Aan de andere kant is het echt onredelijk om te verwachten dat, wanneer we andere kringen in Duitsland en Oostenrijk benaderen, dit onder de vlag van een Waldorfschool voor Stuttgart zal gebeuren. Ik bedoel puur om praktische redenen, want mensen geven daar geen geld voor. De propaganda voor de vereniging als zodanig blijft beperkt tot Stuttgart en Württemberg. Daarentegen lijkt het mij volkomen duidelijk dat men moet streven naar iets groters, waarvoor men internationale propaganda kan voeren.

X.; Da würde man zu dem Entschluß kommen, den Verein fallen zu lassen?

X.: Zou men dan tot de conclusie moeten komen de vereniging op te geven?

Dr. Steiner: Ich bin der Überzeugung, daß die Fortführung bis zur 8. Klasse eine Gehaltsfrage ist. Ich meine, wieviel liegt in der Kasse des Schulvereins? Sonst kommen wir nie aus den unklaren Verhältnissen heraus. Klare Verhältnisse hätten wir nur, wenn der Schulverein bestehen würde und die Waldorf-Astoria ihre Stiftungsbeträge möglichst hoch geben würde. Dann würden die Gelder in der Kasse des Vereins liegen. Es handelt sich darum, daß man genau müßte sagen können, wieviel die Waldorf zuschießen kann. Entweder in dem Modus, für jedes Kind wird so und so viel zugeschossen, oder eine bestimmte Summe, mit der gerechnet wird. Jetzt haben wir da eine Unklarheit.

Ik ben ervan overtuigd dat het voortzetten van het programma tot en met de achtste klas een kwestie van financiering is. Ik bedoel, hoeveel geld zit er in de kas van de schoolvereniging? Anders komen we nooit uit deze onduidelijke situatie. We zouden pas duidelijkheid hebben als de schoolvereniging zou bestaan ​​en de Waldorf-Astoria zoveel mogelijk van haar vermogen zou bijdragen. Dan zou het geld in de kas van de vereniging zitten. Het probleem is dat je precies moet kunnen zeggen hoeveel de Waldorfschool kan bijdragen. Ofwel in de vorm van een specifiek bedrag dat per kind wordt bijgedragen, ofwel een vast bedrag dat in de berekening wordt meegenomen. Momenteel bestaat hierover enige onduidelijkheid.

Ich habe das Gefühl, nicht wahr, daß die Schule im ganzen ihre finanzielle Grundlage aus der Kasse der Waldorf-Astoria, vor allen Dingen aber in hohem Maße durch die Privatgaben von Herrn Molt hat. Das sind zwei Dinge, die im wesentlichen zu unterscheiden sind.
Ich habe das Gefühl, daß Herr Molt auch finanziell die ganze Waldorfschule als Privatmann gegründet hat. Die Waldorf-Astoria Fabrik hat schon zu dem, was Herr Molt persönlich gemacht hat, einen Zuschuß gegeben, aber — ja vielleicht ist es nicht opportun —, aber es ist doch vor allen Dingen so, daß, nicht wahr, die Privatschatulle des Herrn Molt darinnensteckt in hohem Maße.

Ik heb het gevoel, hebt u dat ook niet, dat de school als geheel haar financiële basis ontleent aan de kassen van Waldorf-Astoria, maar vooral, voor een groot deel, aan de privédonaties van meneer Molt. Dat zijn twee dingen die we van elkaar moeten scheiden.
Ik heb het gevoel dat meneer Molt de hele Waldorfschool ook als privépersoon financieel heeft opgericht. De Waldorf-Astoria-fabriek heeft weliswaar bijgedragen aan wat meneer Molt persoonlijk heeft gedaan, maar – ja, misschien is het niet zo handig – maar het is bovenal zo dat het privévermogen van meneer Molt er zwaar bij betrokken is.

Molt: Es ist nicht angenehm, darüber zu reden. Die Schule, die als solche eingetragen ist, ist mein Privatbesitz. Die Baukosten wurden von mir bestritten.
Die Schule zahlt keine Miete. Für die anderen Schulbaracken kommen andere Beträge in Frage.

Molt: Het is niet prettig om erover te praten. De school, die als zodanig geregistreerd staat, is mijn privébezit. Ik heb de bouwkosten betaald. De school betaalt geen huur. Voor de andere schoolgebouwen gelden andere bedragen.

Dr. Steiner: Es ist ganz gut, daß es gewußt wird. Worunter wir leiden, das ist, daß eigentlich die Waldorf-Astoria als Firma ein bißchen sehr gut weggekommen ist bei der Inszenierung der Waldorfschule vor der Welt. Ich kann es nicht recht verantworten, der Waldorf-Astoria, die nicht einmal so ehrgeizig ist, als Trägerin der Schule zu gelten, diese Sache zuzugestehen, daß sie der ganzen Schule die Ehre gibt, wäh-

Het is goed dat dit bekend is. Waar we onder lijden, is dat de Waldorf-Astoria als bedrijf er eigenlijk iets te goed vanaf is gekomen in de manier waarop de Waldorfschool aan de wereld is gepresenteerd. Ik kan het niet helemaal rechtvaardigen om de Waldorf-Astoria, dat niet eens ambitieus genoeg is om als sponsor van de school te worden beschouwd, dit voorrecht te verlenen, wat de hele school eer zou geven, terwijl

Blz. 188

rend Herr Molt als Person es doch getan hat. Man könnte höchstens davon sprechen, daß die Waldorf Mitglied des Schulvereins war.
Gewiß, wenn heute Leute von auswärts Kinder herschicken wollen, so ist es richtig, daß sie nicht nur zur vollständigen Erhaltung des Kindes, sondern auch zum Teil etwas für das, was Bänke sind, was innere Einrichtung ist, beitragen. Aber dieses, was vollständig gerechtfertigt ist, muß kompensiert werden dadurch, daß man die Sache nicht zu einer Stuttgarter Angelegenheit macht. Die Leute werden wissen, wir brauchen nicht mehr so viel zu bezahlen, wenn es eine Weltangelegenheit ist.

meneer Molt het als persoon toch heeft gedaan. Je zou hoogstens kunnen zeggen dat Waldorf lid was van de schoolvereniging.
Natuurlijk, als mensen van elders hun kinderen hierheen willen sturen, is het terecht dat ze niet alleen bijdragen aan het volledige onderhoud van het kind, maar ook gedeeltelijk aan de kosten van de schoolgebouwen en de inrichting. Maar dit, wat volkomen terecht is, moet worden gecompenseerd door er geen Stuttgart-kwestie van te maken. Mensen zullen begrijpen dat ze niet zoveel hoeven te betalen als het een wereldwijde aangelegenheid is.

X.: Es würde sich um ein Schulgeld handeln von 1000 Mark. Jedes Kind kommt uns jetzt auf 1000 Mark.

X.: Het zou een schoolgeld van 1000 mark zijn. Elk kind kost ons nu 1000 mark.

Dr. Steiner: Wenn wir nur herausbekommen, daß die WaldorfAstoria-Fabrik für die Kinder ihrer Betriebsangehörigen diesen Beitrag bezahlt, dann würde uns damit wenig gedient sein, weil wir nicht in der Lage wären, abgesehen von Beiträgen von außen, andere Kinder aufzunehmen. Es muß doch gerade weiterhin Grundsatz sein, Kinder aufzunehmen, die das Schulgeld nicht bezahlen können.
Selbstverständlich leidet die Schule dadurch, daß sie eine Kapitalistenschule wird, abgesehen von Kindern aus der Waldorf-Astoria.

Als we weten dat de Waldorf Astoria-fabriek dit bedrag betaalt voor de kinderen van haar werknemers, schieten we daar niet veel mee op, omdat we dan geen andere kinderen meer kunnen opnemen, behalve via externe bijdragen. Het moet een fundamenteel principe blijven om kinderen aan te nemen die het schoolgeld niet kunnen betalen. Uiteraard lijdt de school eronder dat ze een  school voor kapitalisten aan het geworden is, afgezien van de kinderen die afkomstig zijn van de Waldorf Astoria-fabriek.

Die Dinge können vertreten werden vor der Welt. Ich war längst dafür, daß man in der Schweiz vertreten würde, daß wenn jeder Schweizer eine einzige Mark geben würde für den Dornacher Bau, so würden wir den Bau glänzend zu Ende führen. Nicht wahr, wenn man das in möglichst starker Weise den Leuten sagen würde, dann würden sie einsehen, wie man eine Sache zu einer allgemeinen Sache macht auf die Weise, daß wir arme Kinder aufnehmen, daß aber ein Reicher das Schulgeld bezahlt. Ich wollte das vorher bloß sagen, daß das Schulgeld der fremden Kinder nicht bestimmt werden kann nach dem, was fehlt. Daher werden wir immer versuchen müssen, von der Öffentlichkeit das Geld zu bekommen. Nun ja, nicht wahr, das ist die
eine Sache, die so nur geregelt werden sollte, daß für jedes arme Kind irgendein Reicher das Schulgeld bezahlt.
Haben wir die Einrichtung der Patenschaften im Waldorfschulverein?

Dingen kunnen aan de wereld worden gepresenteerd. <2> Ik ben er al lange tijd voorstander van om in Zwitserland te benadrukken dat als elke Zwitserse burger één mark zou bijdragen aan het bouwproject in Dornach, we het tot een schitterend einde zouden brengen. Is het niet zo dat als dit zo duidelijk mogelijk aan de mensen wordt gecommuniceerd, ze zouden begrijpen hoe ze iets tot een gemeenschappelijk goed kunnen maken, door arme kinderen toe te laten terwijl een rijk persoon het schoolgeld betaalt? Ik wilde er alleen van tevoren op wijzen dat het schoolgeld voor kinderen uit andere landen niet kan worden bepaald door wat er ontbreekt. Daarom zullen we altijd moeten proberen het geld van het publiek te krijgen. Is dat niet juist wat we zo zouden moeten regelen dat voor elk arm kind een rijk persoon het schoolgeld betaalt? Hebben we sponsoring ingesteld binnen de Waldorf School Vereniging? <2>

X.: Ich habe gedacht, daß 1000 Mark der Beitrag sein soll für ein Mitglied, das Pate wird. Es sind noch nicht viele Paten gekommen.

X: Ik dacht dat 1000 mark de bijdrage zou moeten zijn voor een lid dat sponsor wordt. Er hebben zich nog niet veel sponsors gemeld.

X.: Es sollten Bausteine gegeben werden für die Waldorfschule.

X: Bouwstenen zouden beschikbaar moeten worden gesteld voor de Waldorfschool.

Dr. Steiner: Man kann natürlich auch das machen. Die Sammeltätig-

Dr. Steiner: Natuurlijk, dat is ook mogelijk. De verzamelactiviteit

Blz. 189

keit ist eine gute Arbeit. Natürlich, wenn wir den Leuten sagen, sie können kleine Beiträge geben, so werden sie kleine Beiträge geben.
Die Mitglieder sollten sammeln gehen.
Die Hauptfrage ist offenbar die Begründung des Weltschulvereins.
Alles andere müßte sich an diese Hauptfrage anschließen. Aber ich habe noch immer nicht gehört, wieviel eigentlich der Waldorfschulverein in der Kasse hat. Das hätte ich gerne gewußt.

is goed werk. Natuurlijk, als we mensen vertellen dat ze kleine bijdragen kunnen geven, zullen ze ook kleine bijdragen geven. De leden zouden donaties moeten gaan inzamelen. De belangrijkste vraag is uiteraard de stichting van de Wereldschoolvereniging. Al het andere zou uit deze hoofdvraag moeten voortvloeien. Maar ik heb nog steeds niet gehoord hoeveel geld de Waldorfschoolvereniging daadwerkelijk in kas heeft. Dat zou ik graag willen weten.

X.: 60 000 bis 80 000 Mark.

X: 60.000 tot 80.000 mark.

Dr. Steiner: Das ist gewissermaßen, was in der Kasse ist.

Dat is ongeveer wat er in de kas zit.

X.: Was von der Waldorf ist, das ist ein Jahresbetrag von 170 000 Mark.

X: Wat van Waldorf komt, is een jaarlijks bedrag van 170.000 mark.

Dr. Steiner: Wird man auf solche Stiftungen in den kommenden
Jahren rechnen können?

Dr. Steiner: Kunnen we de komende jaren op zulke toelagen blijven rekenen?

Molt: Wenn das Wirtschaftsleben nicht zusammenbricht. Der Beitrag wird auf 200 000 hinaufgehen.

Molt: Als de economie niet instort. Dan zal de bijdrage stijgen naar 200.000.

Dr. Steiner: Und wenn er es nicht tut?

Dr. Steiner: En als dat niet gebeurt?

Molt: Dafür bin ich an der Spitze des Unternehmens, um genügenden Einfluß auf die Sache zu nehmen.

Molt: Daarom sta ik aan de top van het bedrijf, om voldoende invloed te hebben
op de zaak.

Dr. Steiner: Das wären die Kosten, die der Waldorf erwachsen. Wir haben so viel begüterte Eltern, die entsprechende Beiträge leisten könnten, die können nicht von der Waldorf verlangen, daß sie große Beträge gibt. Deshalb muß an diese Menschen herangetreten werden, die Interesse haben an der Schule, wenn das Interesse nicht verdunstet, sobald sie die Taschen aufmachen sollen. Dann ist es besser, die Kinder bleiben weg. Wir sind nicht da, bloß um die Kinder aufzunehmen, weil die Schule näher liegt. Das wird sich erproben in den nächsten acht Tagen. Wenn sie es nicht tun, dann werden wir die Anmeldungen rückgängig machen. Es werden sich die Geister scheiden. Wenn man sagt: Wir verstehen unter einer Einheitsschule dasjenige, daß keiner etwas bezahlt, daß alle gleich sind, gegen dies habe ich nichts. Wir brauchen es nicht zur Ehre anzurechnen, daß Ministerkinder da sind, aber daß auch künftig die Kinder der Wohlhabenden neben den Kindern der Armen sitzen.
Vielleicht könnte es noch gelingen, über die Frage des Weltschulvereins zu einer gewissen Klarheit zu kommen. Bei all diesen Dingen darf nicht vergessen werden: wir haben große Schwierigkeit, unmittelbar Gelder zu bekommen für den Bau in Dornach. Wir werden geringere Schwierigkeiten haben, namentlich in Amerika, für die Begründung von Schulen. Wir haben die allergeringste Schwierigkeit,

Dat zouden de kosten zijn die Waldorf zou maken. We hebben zoveel rijke ouders die een overeenkomstige bijdrage zouden kunnen leveren; ze kunnen niet verwachten dat Waldorf grote bedragen geeft. Daarom moeten we deze mensen benaderen die geïnteresseerd zijn in de school, mits die interesse niet verdwijnt zodra ze hun portemonnee moeten trekken. Dan is het beter als de kinderen wegblijven. <3> We zijn hier niet alleen om kinderen op te nemen omdat de school dichterbij is. Dit zal de komende acht dagen blijken. Als ze niet geïnteresseerd zijn, annuleren we de inschrijvingen. De meningen zullen verdeeld zijn. Als iemand zegt: “Wij verstaan ​​onder een brede school dat niemand iets betaalt, dat iedereen gelijk is”, dan heb ik daar geen bezwaar tegen. We hoeven het niet als een eer te beschouwen dat de kinderen van de minister hier zitten, maar het is belangrijk dat in de toekomst de kinderen van rijke ouders naast de kinderen van arme ouders zitten. <3>
Misschien is er nog wel een mogelijkheid om duidelijkheid te krijgen over de kwestie van de Wereldschoolvereniging.
Met dit alles in het achterhoofd mogen we niet vergeten dat we grote moeite hebben om direct financiering te verkrijgen voor de bouw in Dornach. We zullen minder problemen ondervinden, met name in Amerika, voor het oprichten van scholen. We hebben niet de minste moeite

Blz. 190

wenn man Sanatorien begründen will. Die Menschen verstehen, daß man ein Sanatorium braucht, sie verstehen weniger, daß man Schulen braucht, aber sie verstehen nicht, daß man die Grundlage von allem braucht, daß man den Dornacher Bau braucht.

met het stichten van sanatoria. Mensen begrijpen dat je een sanatorium nodig hebt, ze begrijpen minder dat je scholen nodig hebt, maar ze begrijpen niet dat je de basis van alles nodig hebt, dat je het gebouw in Dornach nodig hebt.

X.: Dann muß man das Sanatorium verbinden mit der Schule.

X: Dan het sanatorium maar met de school combineren.

Dr. Steiner: Unsere Schulen sind anders gebaut, das können wir nicht zum Ausdruck bringen. Oder wir gründen einen Weltverein der ganz jungen Invaliden. „Gesundheitsschule”, das würde mehr ziehen. Das wird aber nicht gehen. Es würde sich nur darum handeln, in der Propaganda die Dinge zu verbinden, daß man einen gemeinsamen Fonds hat, daß man auf der einen Seite Sanatorien macht und auf der anderen Seite eine Schule. Wir müssen, wenn wir Schulen begründen wollen, dem Verein das Recht geben, daß er auch das Geld für Dornach verwendet. Sonst wird der Verein ein Kontraverein für Dornach, der jedes Zuweisen aufsaugt. Wenn wir die Eurythmie umgestalten zur Heileurythmie, dann kriegen wir sehr bald ein Sanatorium. Ich werde im kleinen, bescheidenen Maßstabe den Versuch machen, um etwas zu zeigen. Ich bin gebeten worden, ob nicht etwas als Heileurythmie gemacht werden kann. Ich werde diesen Versuch machen. Sie werden sehen, da werden alle Leute kommen.
Wir müssen schon die Schule als solche als staatslose Schule, die aus dem freien Geistesleben geschaffen ist, betonen.

Onze scholen zijn anders gebouwd; daar kunnen we geen vorm voor vinden. Of we stichten een wereldwijde vereniging van zeer jonge mensen met een beperking. “Gezondheidsschool”—dat zou aantrekkelijker zijn. Maar dat werkt niet. Het zou alleen een kwestie zijn van dingen aan elkaar koppelen in de propaganda, van een gemeenschappelijk fonds hebben, van enerzijds sanatoria bouwen en anderzijds een school. Als we scholen willen oprichten, moeten we de vereniging het recht geven om het geld ook voor Dornach te gebruiken. Anders wordt de vereniging een tegenorganisatie van Dornach, die elke toewijzing opslokt. Als we euritmie omvormen tot therapeutische euritmie, hebben we al snel een sanatorium. Ik zal het op kleine, bescheiden schaal proberen, om iets te tonen. Mij ​​is gevraagd of er iets gedaan kan worden met therapeutische euritmie. Ik ga het proberen. U zult het zien, iedereen zal komen.
<4> We moeten benadrukken dat de school zelf een staatloze school is, ontstaan ​​uit een vrij geestesleven leven.

X.: Man sollte konkrete Vorschläge machen zum Weltschulverein. Man sollte, ehe man an die Öffentlichkeit tritt, abwarten, wie das wirkt, was versucht ist.
Jetzt sollte man nicht den Eindruck entstehen lassen, daß man nicht weiter kann.

X.: We moeten concrete voorstellen doen voor de Wereldschoolvereniging. Voordat we naar buiten treden, moeten we afwachten hoe het initiatief wordt ontvangen. Nu moeten we niet de indruk wekken dat we niet verder kunnen.

Dr. Steiner: Wir haben so viel Anmeldungen, daß wir nur dann diese Anmeldungen entgegennehmen können, wenn wir mehr Beiträge bekommen. Haben Sie den Eindruck, daß der Aufruf so klingt, als ob wir Gefühle des Versagens haben? Ich wollte hervorrufen, daß von der Lehrerschaft betont wird, daß etwas erreicht worden ist mit der Schule, wofür sich die Öffentlichkeit interessieren kann, um beizutragen aus einem allgemeinen Interesse heraus. Die zahlreichen Anmeldungen sind betont worden. Es schien mir wichtig, daß man mit den Zahlen aufwartet. Jetzt sind hundert da, die wir nicht aufnehmen könnten, wenn wir nicht Mittel bekommen. Ich würde vorschlagen, daß man in einem sehr guten Aufruf hinschreiben würde: Es strömen uns die Kinder zu! — Dann würde ich vorschlagen, daß es jedenfalls ein Lehrer vorbringt, weil es viel mehr Eindruck macht.
Nun müssen wir den Modus finden, daß uns nicht die Menschen

We hebben zoveel aanvragen dat we die alleen kunnen accepteren als we meer bijdragen ontvangen. Krijgt u de indruk dat de oproep klinkt alsof we ons verloren voelen? Ik wilde het onderwijspersoneel aanmoedigen om te benadrukken dat er iets bereikt is met de school, iets waar het publiek in geïnteresseerd kan zijn en waaraan het uit algemene interesse kan bijdragen. Het grote aantal aanvragen is benadrukt. Het leek me belangrijk om de aantallen te presenteren. Er zijn er nu honderd die we niet zouden kunnen accepteren als we geen financiering zouden ontvangen. Ik zou willen voorstellen dat een zeer goede oproep zou moeten luiden: Kinderen stromen naar ons toe! — En ik zou willen voorstellen dat ten minste één leraar dit punt aanhaalt, omdat het een veel sterkere indruk maakt. Nu moeten we een manier vinden om ervoor te zorgen dat mensen niet tegen ons

Blz. 191

sagen: Nun ja, wenn die Kinder zuströmen, dann sollen es auch die Eltern der Kinder bezahlen. — Es ist eine prinzipielle Sache, daß wir nicht von jedem Schulkind das Schulgeld bezahlen lassen können.
Deshalb sind die Schwierigkeiten, die darin beruhen, daß wir Kinder aufnehmen, die nicht Schulgeld bezahlen.

zeggen: Nou, als de kinderen massaal komen opdagen, dan moeten de ouders van de kinderen betalen. — Het is een principekwestie dat we niet elk schoolkind schoolgeld kunnen laten betalen. Daarom hebben we moeite met het toelaten van kinderen die geen schoolgeld betalen.

X. stellt den Antrag, daß Heydebrand und Hahn den Aufruf im Sinne des Entwurfs ausarbeiten, und daß es heute abend vorgebracht wird.

X. Stelt voor dat Heydebrand en Hahn de oproep opstellen conform het concept en dat het vanavond wordt gepresenteerd.

Dr. Steiner: Ich habe nichts dagegen, weil es keine Versammlung ist.
Es kann gemacht werden. Mir scheint, es müßte schärfer herausgearbeitet werden, so daß etwas Bestimmtes ins Bewußtsein der Menschen fällt. Eine solche offizielle Erklärung scheint mir nicht gegen eine Privatwerbung zu wirken. Es ist vielleicht gut, in voller Öffentlichkeit aufzutreten.
Es liegt der Antrag vor, daß die Sache nochmals vertagt wird, daß man mit geladenen Revolvern kommt. Ist dagegen etwas zu sagen?
Wenn Sie heute noch eine Sitzung unter sich, unter irgend jemand von sich aus berufen wollen, so bitte ich das zu tun; ich kann am Nachmittag nicht.

Ik heb geen bezwaar, want het is geen openbare vergadering. Het kan. Het lijkt me alleen dat het duidelijker geformuleerd moet worden, zodat er iets concreets bij de mensen doordringt. Zo’n officiële verklaring lijkt me geen tegenwicht te bieden aan particuliere reclame. Het zou goed zijn om het in het openbaar te presenteren.
Er is een motie om de zaak opnieuw uit te stellen, om met ‘geladen revolvers’ te komen. Is daar bezwaar tegen? Als u vandaag een vergadering wilt beleggen, onderling of met iemand anders, doe dat dan gerust; ik ben vanmiddag niet beschikbaar.

X. fragt nach dem Lehrplan der 9. Klasse und nach der Errichtung eines Internats. Es liegen verschiedene Vorschläge vor von Persönlichkeiten, die Kinder aufnehmen würden, um sich eine Existenz zu gründen, oder die sie nebenher aufnehmen würden. Dann die Frage der Reifeprüfung.

X. informeert naar het leerplan voor de negende klas en de oprichting van een internaat. Er zijn verschillende voorstellen ontvangen van personen die kinderen willen opnemen om zich een inkomen te verschaffen of om hen erbij te nemen. Dan is er nog de kwestie van het eindexamen.

Dr. Steiner: Was den Lehrplan der 9. Klasse betrifft, so ist das eine eminent pädagogische Frage, etwas, was ganz gewiß vorliegen wird im Beginne des nächsten Schuljahres, was verbunden sein würde mit einem Kurs von fünf bis sieben neuen Vorträgen, die aufgesetzt werden müssen. Der würde dann für das Lehrerkollegium am Anfang des Schuljahres zu halten sein. Das eigentliche, das lehrplanmäßige Einrichten der 9. Klasse, das ist etwas, was einen fünf- bis sechstägigen Kurs notwendig machen würde. Insofern würden wir die pädagogische Ordnung vertagen können bis zum Beginn des nächsten Schuljahres. — Wir müssen uns nur klar werden über die Besetzungsfragen der einzelnen Klassen.
Dann ist da die Frage der Reifeprüfung. Das ist eine nicht ganz leichte Sache aus dem Grunde, weil wir dadurch, daß wir auf die staatliche Anerkennung unserer Mittelschule hinarbeiten, ja eigentlich unserem Prinzip untreu werden. Wir bringen uns in Abhängigkeit vom Staate. Wir haben nicht mehr das Recht, von einer staatsfreien Schule zu reden. Wir bleiben nur treu, wenn wir die Kinder einfach darauf verweisen, daß sie sich einfach prüfen lassen müssen,

Wat betreft het leerplan voor de negende klas, dit is een cruciale pedagogische kwestie, iets dat zeker aan het begin van het volgende schooljaar aan de orde zal komen. Dit zou een cursus van vijf tot zeven nieuwe voordrachten vereisen, die vervolgens aan het begin van het schooljaar voor het docententeam zou worden gegeven. De daadwerkelijke implementatie van het leerplan voor de negende klas vereist een cursus van vijf tot zes dagen. In dit opzicht zouden we de pedagogische regelingen kunnen uitstellen tot het begin van het volgende schooljaar. We moeten alleen nog de personeelsbezetting voor de afzonderlijke klassen regelen.
<5> Dan is er nog de kwestie van het eindexamen. Dit is geen eenvoudige zaak, want door te streven naar staatserkenning van onze middelbare school verraden we in feite ons eigen principe. We maken onszelf afhankelijk van de staat. We hebben niet langer het recht om te spreken van een staatsvrije school. We blijven alleen trouw aan onze principes als we de kinderen simpelweg laten weten dat ze een test moeten ondergaan,

Blz. 192

falls sie eine Staatsanstellung wollen; daß sie sich prüfen lassen müssen auf einer Staatsschule, die ihnen das Recht gibt, eine Universität zu besuchen. Sobald wir mit dem Staate zu verhandeln anfangen, begeben wir uns in seine Abhängigkeit. Er wird wahrscheinlich auch die Bedingung stellen, daß irgendein staatlich modellierter Studienrat auch bei unserer Abgangsprüfung erscheinen soll. Die dürfen wir nicht in die wirkliche substantielle Einrichtung hineinlassen.
Wenn sie die Schule anschauen wollen, da mögen sie es tun, wenn sie herumlungern. Aber in wirkliche Verhandlungen können wir uns nicht einlassen. Wir werden nicht untreu, wenn sich die Kinder, die doch in Abrahams Schoß zurückkehren, staatlich prüfen lassen.
Einen wirklichen Sinn hat die Begründung der 9. Klasse nur dann, wenn wir die Begründung einer vollständig freien Hochschule in Aussicht nehmen. Es hat nur einen Sinn, wenn wir eine freie Hochschule zu gleicher Zeit in Aussicht nehmen, und dann kann es uns egal sein, wie diese Reifeprüfung entschieden wird. Dann wird nur die Hochschulberechtigungsfrage in Aussicht genommen werden müssen. Das ist eine solche Frage, die wir vertagen. Bis dahin werden sich die Verhältnisse geändert haben, daß man einer solchen Hochschule die Anerkennung versagen kann.

als ze een baan bij de overheid willen; dat ze een examen moeten afleggen op een staatsschool, wat hen recht geeft op een universitaire opleiding. Zodra we met de staat gaan onderhandelen, worden we ervan afhankelijk. Waarschijnlijk zal de staat ook bepalen dat er een door de staat opgeleide leraar aanwezig moet zijn bij onze eindexamens. We mogen ze niet toelaten in de eigenlijke, inhoudelijke instelling. Als ze de school willen bekijken, mogen ze dat doen als ze willen rondhangen. Maar we kunnen niet echt onderhandelen. We worden niet ontrouw als de kinderen, die uiteindelijk terugkeren naar Abrahams schoot, staatsexamens afleggen. <5>
De invoering van de negende klas heeft alleen echt zin als we de oprichting van een volledig vrije universiteit voor ogen hebben. Het heeft alleen zin als we tegelijkertijd een vrije universiteit voor ogen hebben en dan maakt het ons niet uit hoe dit eindexamen wordt bepaald. Dan hoeven we alleen nog maar de kwestie van de toelatingseisen voor de universiteit te overwegen. Dat is een kwestie die we zullen uitstellen. Tegen die tijd zullen de omstandigheden zodanig veranderd zijn dat dat men een dergelijke universiteit de erkenning kan weigeren.

Die Frage des Internats ist etwas, was wünschenswert ist. Sie hängt zusammen mit der Aufnahme von auswärtigen Schülern. Es wäre sehr schön. Alle Leute reden davon, daß sie ihre Kinder hierherschicken würden. Wir kriegen gleich die zwei (X.)-Buben aus Dornach. Uns sind sie vorläufig auf den Dächern herumgetanzt. Sie können das Tanzen fortsetzen auf der Nase der Internatsleitung. Das wird ja verlockend sein.

De vraag naar een internaat is wenselijk. Het hangt samen met de toelating van leerlingen van buiten de regio. Dat zou heel mooi zijn. Iedereen praat erover om hun kinderen hierheen te sturen. We krijgen de twee (X.) jongens uit Dornach meteen. Tot nu toe hebben ze ons flink te pakken genomen. Ze kunnen hun streken gerust voortzetten, recht voor de neus van de internaatsleiding. Dat zal verleidelijk zijn.

Es wird gefragt, in welcher Farbe die Bänke angestrichen werden sollen.

<6> De vraag rijst welke kleur de banken moeten krijgen.

Dr. Steiner: Das kann wohl gemacht werden, das Anstreichen der Bänke. Ein lila Anstrich; bläulich, hell. Das kann mit gewöhnlichen Farben geschehen. Die Dornacher Farben können aus geldlichen Gründen nicht realisiert werden.
Ich habe eine Mappe aus Dornach mitgebracht. Es handelt sich darum, daß in Dornach eine kleinere Anzahl von Kindern von Herrn B. in dieser Weise sehr gut vorwärts gebracht worden ist. Es sind Zeichnungen, die die Kinder so gemacht haben, daß ihnen eigentliche Motive gegeben worden sind, und es kommt dabei die Individualität der einzelnen Kinder gut heraus. Wenn wir auf eine Stunde zusammenkommen, dann werde ich Ihnen diese Mappe suchen und auseinandersetzen. Es ist immerhin wichtig, wenn Sie daran denken,

Dat kan zeker, de banken schilderen. Paars, blauwachtig, licht. Dat kan met gewone verf. De kleuren van Dornach kunnen om financiële redenen niet gebruikt worden. <6>
Ik heb een map uit Dornach meegenomen. Die gaat over het feit dat een klein aantal kinderen in Dornach op deze manier zeer succesvol ondersteund is door meneer B. Het zijn tekeningen die de kinderen hebben gemaakt, waarbij ze specifieke motieven kregen en de individualiteit van elk kind duidelijk naar voren komt. Als we elkaar een uur spreken, zal ik deze map voor u opzoeken en doornemen. Het is belangrijk dat u eraan denkt

Blz. 193

etwas zu veröffentlichen. Die kleine G. W. hat mir gesagt, als ich ihr erzählte: „Eure Zeichnungen werden wir in der Waldorfschule zeigen”: „Jetzt modellieren wir auch schon.” Es sind die Individualitäten der Kinder ganz famos zum Ausdruck gekommen. Ich denke nicht daran, das zu einer Norm zu machen. Ein anderer mag es anders machen, aber man kann daran viel lernen. Was B. will, ist, daß er denKindern das eine oder andere erzählt; dann läßt er sie, nachdem er ihnen ganz spärliche Anleitungen gegeben hat, einfach nach ihren Ideen das, was er erzählt hat, in Formen zum Ausdruck bringen. Das haben die Kinder untereinander besprochen.
Am Nachmittag fand dann eine Besprechung statt in einem erweiterten Kreise, ohne Dr. Steiner, über die Möglichkeiten, Geld zu beschaffen und über die Gründung des Weltschulvereins. Am Abend war ein öffentlicher Vortrag Dr. Steiners: „Wer darf gegen den Untergang des Abendlandes reden? (Eine
Gegenwartsrede.)”

om iets te publiceren. Toen ik tegen de kleine G.W. zei: “We laten je tekeningen zien op de Waldorfschool”, zei ze: “Nu zijn we al aan het boetseren.” De individualiteit van de kinderen kwam prachtig tot uiting. Ik wil hier geen norm van maken. Iemand anders doet het misschien anders, maar er valt veel van te leren. Wat B. wil, is dat hij de kinderen iets vertelt; vervolgens, na hen zeer summiere instructies te hebben gegeven, laat hij hen gewoon uitdrukken wat hij hen heeft verteld in vormen die aansluiten bij hun eigen ideeën. De kinderen bespraken dit onderling.

’s Middags vond er een bijeenkomst plaats in een bredere kring, zonder Dr. Steiner, over de mogelijkheden om geld in te zamelen en over de oprichting van de Wereldschoolvereniging. ’s Avonds was er een openbare lezing van Dr. Steiner: “Wie mag zich uitspreken tegen het verval van het Westen? (Een toespraak uit die tijd.)” GA 335/214. Niet vertaald.

.

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3490-3285

 .

.

.

 

 

 

VRIJESCHOOL – Taalraadsel (nieuw)

.

Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.

De paardensprong. Net als bij schaken maakt de beginletter – onder midden I  – sprongen en de letters waar hij neerkomt vormen in volgorde een woord. Welk?

.

Oplossing: IEDEREEN

 

 

Alle taalraadsels

Alle rekenraadsels

Alle breinbrekers

Alle ‘gewone’ raadsels

 

9-10

VRIJESCHOOL – De wereld is waar…….

.

Hoe WAAR is de wereld voor de opgroeiende mens vanaf 12 jaar?
Zie de inleidende gezichtspunten.

Waar kun je als leerkracht enthousiast over worden en als ideaal aan je leerlingen laten zien?

Je kan – dat overkwam mij bij het lezen van zo’n artikel – van binnen warm worden, je dankbaar voelen ‘dat er zulke mensen zijn’.

Iets positiefs ervaren: als we dat onze leerlingen eens konden meegeven.

Aardpeer – BD Grondbeheer info@bdgrondbeheer.

Beste pieter ha,

Goed nieuws!

Onze campagne met Thuishaven maakt een mooie stap vooruit. Jeroen van Steen gaat samen met de eigen community het erf, waar de gebouwen op staan, borgen. Daardoor hoeft het doelbedrag niet langer €300.000 te zijn, maar €220.000.

Dat betekent: €80.000 minder nodig en we zijn daarmee nu al voor 56,8% onderweg.

Een krachtig voorbeeld van wat er mogelijk is als we grond echt samen dragen. Help je mee om de grond 100% vrij te maken?

Op naar de 100%

We zijn dichter bij ons doel

Afgelopen zomer schonk Jeroen van Steen 19 hectare landbouwgrond aan BD Grondbeheer, dat is de grootste donatie in onze geschiedenis.

Dankzij de mooie meevaller gaat het doelbedrag van de campagne Thuishaven omlaag van €300.000 naar €220.000. De eindstreep komt in zicht. Aanleiding genoeg om met Jeroen van Steen in gesprek te gaan. Over wat de campagne tot nu toe teweeggebracht heeft, het verlagen van het doelbedrag en wat deze stap voor hem en Thuishaven betekent.

Lees verder

De weg naar duurzame landbouw is vrije grond

In januari 2026 bestaat Aardpeer vijf jaar. BD Grondbeheer, Wij.land, Herenboeren NL en Triodos Regenerative Money Centre bundelden hun krachten met één helder doel: de transitie naar natuurvriendelijke landbouw mogelijk maken.

Kees van Biert en Danielle de Nie blikken terug op wat is bereikt en delen hun belangrijkste inzicht voor de toekomst: vrije grond is onmisbaar.

Lees verder

Heb jij al een stukkie grond gedoneerd?

Over 5 jaar Aardpeer gesproken. Bij Burgerboerderij de Patrijs zie je hoe het werkt: dankzij de steun van de community via de Samen voor Grond Obligaties 1 en 3 kon deze prachtige plek van start gaan.

Nu is het tijd voor de volgende stap: we gaan de grond vrij maken. Dat betekent dat dit stuk grond voor altijd een plek zal zijn om ecologisch en natuurvriendelijk te werken. In de woorden van Danielle de Nie: “Vrije grond, dus grond die niet financieel belast is, is de enige echte weg naar duurzame grond.”

En jij kunt daar een onderdeel van zijn!

Door een stukkie grond te doneren aan burgerboerderij de Patrijs. Help je mee?

Doneer een stukkie grond

Het is niet makkelijk om boer te worden

De Jonge Voedselbosboeren geloven in de kracht van eetbare ecosystemen waarin natuur en landbouw hand in hand gaan.

Op het noordelijkste punt van landschapspark Lingezegen in Elst (Gelderland) hebben Aardpeer en Land van Ons 13 hectare voor hen gekocht. De vier ondernemers, waaronder Katja Zweerus, zijn hier vorig jaar van start gegaan met de aanplant van hagen en pioniersplanten: het begin van Voedselbos De Laar. Katja vertelt hoe ze de biodiversiteit in rap tempo ziet verbeteren.

Lees verder

Eindsprint voor Thuishaven

Doneren
Aardpeer

Samen voor Grond

Campagnes

Boeren

Over Aardpeer

info@aardpeer.nl

www.aardpeer.nl

BD Grondbeheer

Doneer een stukkie grond

Campagnes

Boeren

Over BD Grondbeheer

info@bdgrondbeheer.nl

www.bdgrondbeheer.nl

Betaalgegevens

IBAN: NL32 TRIO 0198 486 197

RSIN: 007255317

Adres

Stichting BD Grondbeheer, Diederichslaan 25, 3971 PA Driebergen, The Netherlands

Algemene menskundede wereld is waar

Sociale driegeledingalle artikelen

7e klas: voedingsleer

Vrijeschool in beeldalle beelden

.
.
.
.

VRIJESCHOOL – Breinbreker (nieuw)

.

Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.

Onderstaande breinbreker vergt een waarnemingsgave: hoe ziet een verplaatsing van de lucifers eruit en nodigt uit tot rekenen.

Maak de som kloppend door 1 of 2 lucifers een andere plaats te geven en/of weg te nemen:

Oplossing:

Alle breinbrekers

Alle taalraadsels

Alle rekenraadsels

Alle ‘gewone’ raadsels

5A

VRIJESCHOOL – Breinbreker (nieuw)

.

Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.

Onderstaande breinbreker vergt een waarnemingsgave: hoe ziet een verplaatsing van de lucifers eruit en nodigt uit tot rekenen.

Maak de som kloppend door 2 lucifers een andere plaats te geven:

Oplossing 

Alle breinbrekers

Alle taalraadsels

Alle rekenraadsels

Alle ‘gewone’ raadsels

49

VRIJESCHOOL – Vrijeschoolliederen

.

Gratis toegang voor alle vrijeschoolleerkrachten
Goed nieuws: de Vereniging van vrijescholen en Vrijeschoolliederen slaan de handen ineen, zodat alle vrijeschoolleerkrachten kosteloos en onbeperkt van ons platform gebruik kunnen maken. We vertellen je er graag alles over in deze nieuwsbrief.

Maar er is meer: een kersvers lied, een inspirerende podcast, het nieuwe studentenabonnement en een voorproefje van de Werkplaats 2026.

Muziektip
Ontdek hoe heerlijk ‘Warewinde flierevlinde’ wegzingt. Dit nieuwe lied is sfeervol, beeldrijk en fijn in het gehoor liggend. Inge Stok maakte een nieuwe tekst op een bekende Hongaarse melodie, Anouk Vinders bewerkte het tot een tweestemmig lied en Anne Gies maakte er een prachtige illustratie bij.

Bekijk hier het resultaat

De Vereniging van vrijescholen en Vrijeschoolliederen werken samen: alle vrijescholen in Nederland krijgen een collectief abonnement van Vrijeschoolliederen, als onderdeel van hun lidmaatschap bij de Vereniging.

Hiermee hebben alle leerkrachten onbeperkt toegang tot het complete aanbod van bladmuziek, lesideeën, methodieken, podcasts en pedagogische achtergrondartikelen.

Nieuwsgierig? Mail ons gerust voor meer informatie: info@vrijeschoolliederen.nl.

TIP: Werk je binnen het reguliere onderwijs of het hoger onderwijs en wil je voor jouw medewerkers of studenten ook onbeperkte toegang tot het platform? Neem dan contact met ons op, dan kijken we naar de mogelijkheden voor een passend collectief abonnement.

Podcast

Wist je dat er bij Vrijeschoolliederen elke maand een nieuwe podcast verschijnt, die je ook zonder abonnement kunt beluisteren? Matthijs Overmars interviewt muziekprofessionals die vertellen over hun drijfveren en ervaringen.

Uitgelicht: Marcel van Os was decennialang muziekdocent op Hogeschool Helicon en de Vrijeschool pabo. In de podcast benadrukt hij het belang van een speelse benadering van muzieklessen. Hij is wars van dogma’s en tegelijk diep doordrongen van de betekenis van muziek voor het opgroeiende kind.

Beluister de podcast met Marcel van Os

Studenten opgelet!

Voor jullie is er nu een abonnement op maat met 15% korting. Klik hier voor meer informatie.

Voorproefje

Onze Werkplaats biedt een rijk palet aan muzikale nascholing. Hieronder alvast een tipje van de sluier voor het voorjaarsprogramma 2026. In de volgende nieuwsbrief worden de data bekend gemaakt en kun je je aanmelden.

Ukelele spelen – op veler verzoek nogmaals een ochtend om de basisvaardigheden van het spelen op de ukelele onder de knie te krijgen.
 Lees meer.

Samen in beweging – werelddansen in je klas: Anouk Vinders laat je ervaren hoe je zowel met lagere als hogere klassen kunt dansen. Een multiculturele ontdekkingstocht waar de kinderen blij van worden! 
Lees meer.

• Nieuw Koorzingen op school – een inspiratiedag voor dirigenten: het schoolkoor kan de muzikale motor zijn van de muziekcultuur op een school. Maar hoe pak je dat aan? Tips & tricks voor een bloeiend schoolkoor.

Fluiten met je klas – didactiek en praktijk: fluitles geven is niet zo moeilijk als je misschien denkt! Een ochtend om je net dat duwtje in de rug te geven om te starten met instrumentaal onderwijs. 
Lees meer.

• Nieuw Speels slagwerk – werken met ritmestokjes in je klas: we maken zelf ritmestokjes en ontdekken daarmee een wereld van ritmische werkvormen, spelletjes, virtuositeit en samenwerking.

Bodypercussie – ook de praktijkochtend met Jeroen Schipper en Heiko de Jonge gaat in reprise, met weer nieuwe grooves, spelvormen en lesideeën. 
Lees meer.

Binnenkort in de werkplaats

Zondag 25 januari 2026:
Inspiratiedag Zingen met kinderen

Hoe pak je dat aan, zingen met kinderen? Welk repertoire kies je, hoe leer je nieuwe liederen aan, hoe houd je je klas of kinderkoor gemotiveerd? Combineer enthousiasme met vakmanschap en word een inspirerende muziekdocent of kinderkoordirigent.

Muziekdocenten Annemiek van der Ven en Matthijs Overmars werken met nieuwe thema’s, liederen en spel-ideeën. Op zondag 25 januari staat het variëren met liedmateriaal centraal: speelse werkvormen die kinderen muzikaal bij de les houden.
Meer informatie en aanmelden

Over muziekonderwijs in het nieuws:
Muziekdeskundigen over de waarde van muziekonderwijs. En dat er op de Nederlandse scholen te weinig muziekonderwijs is. De vrijescholen worden niet genoemd. Steiner over muziek.
Opspattend grind:  Zie [7]  [10]  [24]  [26]  [66]  [99
Algemene menskundealle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

 

.

.

.

.

 

 

 

 

Goed nieuws: de Vereniging van vrijescholen en Vrijeschoolliederen slaan de handen ineen, zodat alle vrijeschoolleerkrachten kosteloos en onbeperkt van ons platform gebruik kunnen maken. We vertellen je er graag alles over in deze nieuwsbrief.

Maar er is meer: een kersvers lied, een inspirerende podcast, het nieuwe studentenabonnement en een voorproefje van de Werkplaats 2026.

Muziektip

Ontdek hoe heerlijk ‘Warewinde flierevlinde’ wegzingt. Dit nieuwe lied is sfeervol, beeldrijk en fijn in het gehoor liggend. Inge Stok maakte een nieuwe tekst op een bekende Hongaarse melodie, Anouk Vinders bewerkte het tot een tweestemmig lied en Anne Gies maakte er een prachtige illustratie bij.

Bekijk hier het resultaat

Cadeautje

De Vereniging van vrijescholen en Vrijeschoolliederen werken samen: alle vrijescholen in Nederland krijgen een collectief abonnement van Vrijeschoolliederen, als onderdeel van hun lidmaatschap bij de Vereniging.

Hiermee hebben alle leerkrachten onbeperkt toegang tot het complete aanbod van bladmuziek, lesideeën, methodieken, podcasts en pedagogische achtergrondartikelen.

Nieuwsgierig? Mail ons gerust voor meer informatie: info@vrijeschoolliederen.nl.

TIP: Werk je binnen het reguliere onderwijs of het hoger onderwijs en wil je voor jouw medewerkers of studenten ook onbeperkte toegang tot het platform? Neem dan contact met ons op, dan kijken we naar de mogelijkheden voor een passend collectief abonnement.

Podcast

Wist je dat er bij Vrijeschoolliederen elke maand een nieuwe podcast verschijnt, die je ook zonder abonnement kunt beluisteren? Matthijs Overmars interviewt muziekprofessionals die vertellen over hun drijfveren en ervaringen.

Uitgelicht: Marcel van Os was decennialang muziekdocent op Hogeschool Helicon en de Vrijeschool pabo. In de podcast benadrukt hij het belang van een speelse benadering van muzieklessen. Hij is wars van dogma’s en tegelijk diep doordrongen van de betekenis van muziek voor het opgroeiende kind.

Beluister de podcast met Marcel van Os
Studenten opgelet!

Voor jullie is er nu een abonnement op maat met 15% korting. Klik hier voor meer informatie.
Voorproefje

Onze Werkplaats biedt een rijk palet aan muzikale nascholing. Hieronder alvast een tipje van de sluier voor het voorjaarsprogramma 2026. In de volgende nieuwsbrief worden de data bekend gemaakt en kun je je aanmelden.
• Ukelele spelen – op veler verzoek nogmaals een ochtend om de basisvaardigheden van het spelen op de ukelele onder de knie te krijgen. Lees meer.

• Samen in beweging – werelddansen in je klas: Anouk Vinders laat je ervaren hoe je zowel met lagere als hogere klassen kunt dansen. Een multiculturele ontdekkingstocht waar de kinderen blij van worden! Lees meer.

• Nieuw Koorzingen op school – een inspiratiedag voor dirigenten: het schoolkoor kan de muzikale motor zijn van de muziekcultuur op een school. Maar hoe pak je dat aan? Tips & tricks voor een bloeiend schoolkoor.

• Fluiten met je klas – didactiek en praktijk: fluitles geven is niet zo moeilijk als je misschien denkt! Een ochtend om je net dat duwtje in de rug te geven om te starten met instrumentaal onderwijs. Lees meer.

• Nieuw Speels slagwerk – werken met ritmestokjes in je klas: we maken zelf ritmestokjes en ontdekken daarmee een wereld van ritmische werkvormen, spelletjes, virtuositeit en samenwerking.

• Bodypercussie – ook de praktijkochtend met Jeroen Schipper en Heiko de Jonge gaat in reprise, met weer nieuwe grooves, spelvormen en lesideeën. Lees meer.
Binnenkort in de werkplaats

Zondag 25 januari 2026:
Inspiratiedag Zingen met kinderen

Hoe pak je dat aan, zingen met kinderen? Welk repertoire kies je, hoe leer je nieuwe liederen aan, hoe houd je je klas of kinderkoor gemotiveerd? Combineer enthousiasme met vakmanschap en word een inspirerende muziekdocent of kinderkoordirigent.

Muziekdocenten Annemiek van der Ven en Matthijs Overmars werken met nieuwe thema’s, liederen en spel-ideeën. Op zondag 25 januari staat het variëren met liedmateriaal centraal: speelse werkvormen die kinderen muzikaal bij de les houden.
Meer informatie en aanmelden

Wij wensen je mooie en sfeervolle maanden toe, met veel muziek en licht.

Een hartelijke groet, namens het team van Vrijeschoolliederen,
Ilse Delaere
Illustraties in deze nieuwsbrief door Anne Gies.

Deze e-mail is verstuurd aan pieterhawitvliet@gmail.com.
Als je geen e-mails meer wilt ontvangen dan kun je je hier afmelden.
Je kunt ook je gegevens inzien en wijzigen.
Voeg info@vrijeschoolliederen.nl toe aan je adresboek voor een betere ontvangst.

VRIJESCHOOL – 11e klas – Parcival (7)

.

In de 11e klas wordt de zgn. ‘Parcivalperiode’ gegeven.

Over het waarom, vind je in deze artikelen uit Vrije Opvoedkunst’ de nodige achtergronden.

Ook op deze blog staan er diverse artikelen over. Zie onder Parzival.

Het volgende artikel is eveneens bedoeld als verdieping om deze periode te kunnen geven.

Jelle v.d. Meulen, Motief nr. 274, 7/8 2023

De gewonde patriarch

 

Een terugkerend motief in de Graallegenden vormen de innige betrekkingen tussen vrouwen en mannen. Wij als moderne lezers zien daarbij in de eerste plaats romantische paren. Maar echt romantisch blijken de verhalen niet. Geliefden bereiken elkaar niet, blijven lang gescheiden of verliezen elkaar. Wat wij gemakkelijk over het hoofd zien is dat de relaties niet alleen van belang zijn voor de twee betrokkenen. Het verlossende einde, zoals bijvoorbeeld beschreven door Wolfram von Eschenbach in diens Parzival, betreft niet in de eerste plaats twee of vier of zes gelukkige individuen die elkaar hebben gevonden, maar een complete gemeenschap.

De schrijvers van de legenden uit de twaalfde en dertiende eeuw hadden een scherp oog voor wat we de sociale betekenis van een innige relatie kunnen noemen. Ons gesloten concept – met eigen kinderen, eigen huis en eigen pensioen – komt in geen van de vertellingen voor. Ervoor in de plaats ontvouwt zich in de legenden een open vlechtwerk van betrekkingen, waarin het lotgeval van de één resoneert met anderen. De mate van innigheid tussen twee mensen maakt daarbij de kracht van de missie van hun relatie uit. De missie van deze betrekking heeft in het mycelium van relaties een heel bepaalde betekenis, die als een specifieke vorm van liefde kan worden gekenmerkt. Deze vorm heeft een dragende en zelfs initiërende werking in het grote geheel.

Patriarchaat, matriarchaat

De legenden van de Graal zijn op te vatten als een poging tot zachtmoedige ontmanteling van het patriarchaat. Overal verschijnen kijkwijzen die van een andere levenshouding getuigen. Er wordt transformatie nagestreefd. De macht wordt omgevormd met zachte krachten. En met name bij Wolfram von Eschenbach valt op dat deze zachtmoedige benadering met pittige humor gepaard gaat. Met het patriarchaat gaat een bepaalde geschiedschrijving gepaard, die nagenoeg uitsluitend over mannen handelt. De archeologe Marija Gimbutas toont in haar studie The Living Goddess aan dat de opkomst van het patriarchaat op zijn minst tot zevenduizend jaar voor Christus teruggaat. Tal van opgravingen in Europa en Azië bewijzen dat er in die tijd overal gemeenschappen waren, waar eerst vrouwelijke godinnen werden vereerd en pas daarna mannelijke. In haar studie beschrijft Gimbutas het plotselinge verschijnen van agressieve, militaristisch georganiseerde volkeren, die de eerder matriarchaal ingerichte gemeenschappen verdrijven of zelfs vernietigen. Wat mij betreft behoort de opkomst van het patriarchaat tot de raadselachtigste aspecten van de door ons aangenomen geschiedenis. Onbegrijpelijk is in de eerste plaats dat het patriarchaat zo absoluut het heft in handen nam. Waarom is dit gebeurd?

Het duurde tot de twintigste eeuw voordat een algemeen onbehagen wakker werd over de curieuze uitsluiting van vrouwen. Het probleem van de ongelijke behandeling van vrouwen en mannen is inmiddels in onze cultuur aangekomen, ook in de academische en de politieke wereld. Maar het heeft een hardnekkige kern. Achter het verloop der dingen gaat een vraag schuil: Hoe begrijpen wij vandaag de dag onszelf in het licht van de historiserende uitsluiting van de helft van de mensheid, de vrouwen dus? Wat zegt ons de opkomst van het patriarchaat over ons als mens? Het is een vraag die met zelfkennis te maken heeft, en zij betreft ons allen, zowel vrouwen als mannen.

Parcival

In de legenden over de Graal wordt de dominantie van het patriarchaat mild, maar aanhoudend aan de orde gesteld. Het begint ermee dat de moeder van Parzival weduwe is, die alleen met haar zoon in een woud woont. Zij heet Herzeloyde, wat leed-van-het-hart betekent. De vader van Parzival is kort voor de geboorte van diens zoon op het slagveld gestorven. Daarom doet Herzeloyde alles om te voorkomen dat Parzival een ridder wordt. De bewust gekozen levenswijze van de moeder vertoont nadrukkelijk matriarchale kenmerken, maar is tegelijk een door nood gedwongen beschermende afzondering. En dit laatste past eigenlijk niet in het matriarchaat, want dat wil juist open zijn. De ongedurige Parzival wil de wereld in trekken. Hij is het tegendeel van een veelbelovende patriarch-in-opleiding, eerder een onnozele jongeling die zich thuis voelt in de natuur en bovendien meent dat ridders eigenlijk goddelijke wezens zijn. Zelfs zijn eigen naam kent hij niet. Hij heeft geen oordelen in zijn kop en denkt dus niet in termen van goed of slecht, mooi of lelijk, waar of onwaar. Want alles wat je met je ogen kunt zien is goed, mooi en waar. Parzival is lang kind gebleven, wat ook een matriarchaal kenmerk is.

Maar hij verlaat zijn moeder. Op het moment dat Parzival vertrekt om ridder te worden, wat voor hem dus hetzelfde is als god worden, sterft Herzeloyde. Hij merkt dit echter niet, want opgetogen heeft hij de eerste stappen in de wereld gezet, zonder om te kijken. Alles wat hem vervolgens tegemoetkomt, neemt hij monter en onbevangen in zich op. Alleen al dit begin van het epos plaats een opmerkelijke kanttekening bij het patriarchaat: het wordt niet als een onvermijdelijke status quo voorgesteld. Herzeloyde maakt een duidelijke keuze en zet die ook door. En Parzival zelf vertrouwt erop dat het leven hem brengen zal wat hij nodig heeft. De realistische patriarchale visie dat het leven vooral weerbarstig-want-schaars is, leeft niet in hem. Een cruciale rol speelt vervolgens de ontmoeting met de doorgewinterde patriarch Gurnemanz, die Parzival informeert over de regels in het hoofse leven. De jonge held – en hier stuiten wij op een paradox – neemt de raadgevingen van de landsman zonder enige reserve in zich op. Zijn matriarchale jeugd lijkt hem weerloos te maken. Eén van de leringen van Gurnemanz is dat Parzival nooit een vraag mag stellen, want dat is onbeleefd. Onbevangen als een jong kind verinnerlijkt Parzival deze raad, precies zoals hij ooit in het bos de eksters, vossen en reeën accepteerde zoals zij waren.

Uit het verloop van de gebeurtenissen blijkt dat uitgerekend de dood van zijn moeder – Parzival hoort er pas later van – zijn montere vreugde verjaagt. De antiheld begrijpt ineens dat zijn stap in de wereld ongemerkt een schaduw in het leven heeft geroepen, voortkomend uit het verdriet en het sterven van zijn moeder. Niet lang na de raad van Gurnemanz komt Parzival oog in oog te staan met het oerbeeld van de gewonde patriarch, de patriarch dus die geen patriarch meer kan zijn. Deze graalkoning Anfortas is – door eigen schuld – uitgerekend tussen zijn benen gewond geraakt en niet meer in staat de gemeenschap van de Heilige Graal te leiden. Als de naïeve Parzival voor Anfortas staat, is hij verwonderd, maar hij vraagt niet wat er met de gewonde koning aan de hand is. Dit feit bepaalt het verdere verloop van de gebeurtenissen. Er is sprake van een vraag die voor het wel en wee van de gemeenschap moet worden gesteld, niet alleen voor Anfortas. Die vraag blijft in de verwarde ziel van Parzival steken. Pas na een reeks dramatische gebeurtenissen komt Parzival een tweede keer voor Anfortas te staan. Hij is door de vele avonturengerijpt en vraagt Anfortas dan: “Wat deert u?” Daardoor wordt niet alleen Anfortas op een haast magische wijze verlost van zijn lijden, maar de hele gemeenschap om hem heen.

Sigune en Schionatulander

Tot de vele liefdesgeschiedenissen in de legenden over de Graal behoort ook die van Sigune en Schionatulander. Het gaat hierbij om een innige betrekking, die teruggaat tot de jeugd van beiden. Zij vormen een soort symbiose. Als zij later echt geliefden zijn, raakt hun relatie verwikkeld in voorvallen die tot de dood van Schionatulander leiden. Wolfram von Eschenbach was een meester van het detail. Een van de literaire principes die hij gebruikt is dat van de spiegeling. De geschiedenis van Sigune en Schionatulander wordt gespiegeld door die van Jeschute en Orilus.

Jeschute is een jonge vrouw, getrouwd met de ridder Orilus. De onnozele Parzival vindt haar aan het begin van zijn avonturen slapend in een tent en meent haar te moeten kussen, want zijn moeder had hem gezegd dat vrouwen worden gekust. Parzival kust dus Jeschute, die wakker wordt. Er vindt een worsteling plaats, want Parzival wil nog een tweede kus. Maar Jeschute verzet zich. Wat zich afspeelt is een heuse overweldiging en Jeschute voelt zich onteerd. Parzival steelt bovendien een ring die hij van haar vinger wringt en een speld van haar borst. Orilus, de man van Jeschute, bevindt zich op hetzelfde moment in een gevecht met Schionatulander, die een schildknaap is. Wolfram von Eschenbach benadrukt de gelijktijdigheid van de gebeurtenissen. De spiegeling is opvallend, doordat de strijd tussen Orilus en Schionatulander direct met Parzival samenhangt. Orilus denkt namelijk dat de schildknaap optreedt als een handlanger van Parzival, in een andere kwestie. Over deze kwestie – een twist over het bezit van landerijen – weet Parzival helemaal niets af, doordat zijn moeder hem er niet over heeft ingelicht. Terwijl Parzival met Jeschute worstelt, vecht zijn veronderstelde plaatsvervanger Schionatulander met Orilus. En Schionatulander sterft. Op het moment van diens sterven, waar hij dus geen weet van heeft, laat Parzival de vrouw met rust en vertrekt in het bezit van twee sieraden, die hem niet toebehoren.

De vervlechting van de gebeurtenissen spreekt voor zich. Om te beginnen gaat het om een ontmoeting tussen een vrouw en een man, die door de laatste in ongerede wordt gebracht. Verder betekent de dood van Schionatulander dat Parzival, zonder er weet van te hebben, aan de dood ontsnapt, want het liefste had Orilus hem omgebracht. Schionatulander fungeerde immers als zijn plaatsvervanger. En in beide gevallen is er een vraag over de rechtmatigheid van bezit, een typisch patriarchaal thema.

De vijfde in het spel is Sigune. De dood van Schionatulander brengt in haar een proces op gang, dat voor ons moderne lezers ongewoon is. Zij stort in een afgrond van droefenis. Zij houdt daarbij vast aan haar relatie tot haar gestorven geliefde, blijft in de buurt van diens lijk en treurt tot haar eigen dood over diens dood. Dit treuren biedt een beslissende opening in het verloop van de verdere gebeurtenissen. Kort na het voorval met Jeschute en de dood van Schionatulander vindt tussen Parzival en Sigune een eerste ontmoeting plaats. Op de schoot van Sigune ligt het dode lichaam van Schionatulander. Als Sigune en Parzival, met elkaar in gesprek raken, maakt zij zich bekend als zijn nicht; en zij vertelt hem dat hij Parzival heet. Later in het verhaal is het Sigune die Parzival vertelt over het sterven van zijn moeder, wat hem in vertwijfeling stort. Hij leert zijn schaduw kennen, die bestaat uit een knoop van schuldgevoelens, schaamte en heimwee. Bij een latere gelegenheid, kort na zijn smartelijke bezoek aan Anfortas, licht Sigune hem in over de gevolgen van diens verzuim om te vragen naar de oorzaak van het lijden van de koning. Sigune wekt in Parzival het begin van een inzicht, dat hem later mogelijk maakt de bevrijdende vraag wel te stellen.

De liefdesgeschiedenis tussen Sigune en Schionatulander wordt in het licht van een omvangrijk gebeuren voorgesteld. De spiegelende speling van het lot reikt veel verder dan het wel en wee van de twee. De liefde tussen beiden vibreert in een complexe gemeenschap. Elk lotgeval maakt deel uit van het grote geheel. Wat in dit verband de trouw van Sigune wordt genoemd, mag in onze moderne ogen overdreven lijken. Wij denken bij trouw aan vasthouden aan een afspraak. Maar van een afspraak, zoals wij die vandaag de dag maken als wij bijvoorbeeld trouwen, is geen sprake. Wat Sigune doet, is dat zij trouw blijft aan een verbinding die uiterlijk gezien niet meer bestaat. Je kunt ook zeggen: In het gescheiden zijn door de dood verzorgt zij in zichzelf de innige verbinding. Deze innerlijke activiteit is meer dan alleen maar treuren, want zij leidt tot wijsheid die Parzival verder helpt; en ze voert er bovendien toe dat Schionatulander tot het einde van het verhaal aanwezig blijft. Hij is weliswaar dood, maar toch levend. Hij wordt niet vergeten. Dit is een markante mystieke notie, die zich abstract zo laat beschrijven: Wat wij binnen in ons stil en oprecht behoeden, heeft een werking op de wereld buiten ons. Sigune praktiseert deze vorm van zwijgzame liefde, die een matriarchaal karakter heeft. Haar innerlijke activiteit heeft op een onzichtbare manier een perifere werking, die de gemeenschap van de Graal niet alleen draagt, maar uiteindelijk ook verlost.

Dualiteit en vriendschap

Mij lijkt dat in de legenden over de Graal de dualiteit tussen patriarchaat en matriarchaat in beweging wordt gebracht. Heersers, zoals Artus en Anfortas, hebben de wens zich overbodig te maken of tenminste hun macht te delen. Van dit laatste is de Ronde Tafel een oerbeeld. Andere patriarchen daarentegen, zoals Gurnemanz en Orilus, hebben deze wens niet. Binnen het patriarchaat ontstaat een dynamische spanning, die ook wij vandaag de dag goed kennen. Maar ook het matriarchaat vertoont een dubbele houding. Aan de ene kant handelt Herzeloyde, en ook Sigune, uit een innerlijke nood. Zij beschermen zich, sluiten zich op. Aan de andere kant hebben zij vanuit die afgeslotenheid een bevrijdende werking op de gehele gemeenschap. Het principe van de afsluiting is in feite patriarchaal, zie de Romeinen en de Roomse Kerk, maar het leidt in het geval van de twee heldinnen indirect juist tot een opening in het patriarchaat. Er vindt in de legenden, via de innige betrekkingen tussen vrouwen en mannen, een kruisbestuiving plaats, die licht werpt op hoe de dualiteit kennelijk minder scherp kan worden gemaakt.

Bijna duizend jaar later ben ik geneigd deze bestuiving vriendschap te noemen.

.

L.Beuger ‘Parzival’

Afbeeldingen op Wikipedia

11e klas: alle artikelen

Algemene menskunde: alle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

3471-3268

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – ………………………

.

auschwitz

.

gaza

Ik plaatste deze afbeeldingen ook op Facebook. Daar werden ze onder de noemer ‘aanstootgevend’ verwijderd!

Rudolf Steiner: Het kind met eerbied ontvangen, in liefde opvoeden, tot het in vrijheid zijn weg kan gaan.

.

3487-3282

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – N.a.v. een artikel over natuurkunde

.

Het betreft dit artikel  waarin ik opmerkte:

Ik raakte er na de periode en wat ik las of bij anderen zag, steeds meer van overtuigd dat de leerlingen te weinig zelf DOEN.

In Trouw van 12-04-2025 stond een artikel over de Raspberry Pi-competitie.

Bedrijven en de overheid vinden het maar lastig: hoe zorg je dat meer jongeren kiezen voor een technisch beroep? Jongeren zelf vinden het niet zo ingewikkeld. ‘Geef ons de kans om te ontdekken hoe leuk techniek is.’

Een prachtig antwoord, gegeven door de leerlingen zelf. In het artikel zijn ze ca. 14-16 jaar. Dat is dus de leeftijd van de bovenbouw van de vrijeschool.

Het artikel is hier te vinden. Mocht de link niet openen, dan heb ik eventueel een gescand exemplaar, via vspedagogie@gmail.com

Hoewel ik geen bovenbouwleraar ben geweest en dus al helemaal geen leraar natuurkunde daar, zie ik allerlei lijntjes naar wat Steiner ook zo belangrijk vond voor ‘eigentijds in het leven staan’: de voorwerpen die je gebruikt, doorzien, de werking kennen; de toepasbaarheid in het dagelijks leven. 

Heel leerzaam wat een leerling hier zegt:

Met de vraag van bedrijfsleven en overheid in het achterhoofd): Waarom kiezen dan toch zo weinig jongeren voor techniek?

Het niveau van het technische gedeelte op het vwo is veel te laag, vindt Joran. “Ik hoop voor later, als mijn kinderen naar school gaan, dat er meer met de handen wordt gewerkt. Veel studen­ten doen een bachelor. Altijd in de boeken gezeten, maar ze kunnen nog niets. Daar lopen ze tegenaan als ze afgestudeerd zijn. Terwijl met je handen werken zo leuk is!”

Stijn: “Naast ons gebouw zit het gebouw van de tl-opleiding voor vmbo. We wisten het niet, maar daar hebben ze een lokaal vol met mooie dingen. 3D-printers. Een robotarm die je kunt programmeren.”

Zouden ze daar graag vaker heen willen? In koor: “Jaaaaaaü!” Stijn: “Hoeveel 3D-printers hebben we op het vwo? Nul.”

Hun oplossing om meer jongeren voor techniek te laten kiezen is sim­pel: “Geef vwo- en havo-leerlingen ook de kans om te ontdekken hoe leuk het is. Ik kwam er pas na drie jaar achter dat dat lokaal er was.

Daar baal ik nu nog van!” zegt Joran. “Ik denk dat veel meer mensen voor techniek kiezen als ze merken hoe leuk het is. Als ik de hele dag natuur­kunde uit een schrift moet leren, wil ik later geen natuurkunde studeren.”

Stijn en Sven knikken. Stijn: “We doen wel wat proefjes, maar die zijn al vastgelegd. Je kunt niet zelf kie­zen wat je doet. Dus is er niks aan.” Dat geldt voor veel technische vak­ken op havo en vwo, zeggen ze.

Bij Pieter speelt dat ook. Binnen­kort begint hij met het bouwen van een robot. Voor de lol, hij heeft er zin in. “Ik heb op school informatica gekozen.” Een leuk vak voor een jongen die kan programmeren, zou je denken. Maar nee, het valt hem zwaar tegen. Hij mijdt het zelfs: “Met die robots hoef je de les niet te volgen.” Hij wil zelf kiezen wat hij doet, de vakken zijn voorgekauwd en dus saai.

In het artikel over natuurkunde in de 6e klas, opperde ik het zelf bouwen van bv. een monochord.

Van andere scholen weet ik het niet, maar in Bussum gebeurt(de) het:

 

In de 10e klas in Zutphen werden ze gemaakt bij houtbewerking:

.

Natuurkundealle artikelen

6e klasalle artikelen

10e klas: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: 6e klas: alle beelden

.

3459-3256

.

.

.

VRIJESCHOOL – Is het alles goud wat er blinkt….? (3-2)

.

.
Pinterest ter inspiratie???
.

Toen ik op deze blog ooit illustraties had gezet, zag ik die een poos later terug bij Pinterest.
Ik zal er wel toestemming voor hebben gegeven, of niet, feit is: ze stonden er en ze staan er nog: je kan ze niet verwijderen.

Er bleek toen al veel ‘vrijeschoolmateriaal’ op te staan.
Dat is er dus ook wetend of onwetend op terechtgekomen.

Dat leidde ertoe dat ik voor bepaalde onderwerpen – het handwerken bijv. – op zoek ging naar voorbeelden.

Ik kan me zo voorstellen dat je als beginnend leerkracht ook zoekt naar wat je gebruiken kan.
Degene van wie het materiaal is, zou er dus alleen maar dat op moeten zetten wat nabootsingswaardig is.
Of een bepaalde toelichting waarom het er in die vorm staat.
Maar die ontbreekt vaak en niet altijd kom je op de plaats waar het werk aanvankelijk eerst stond.

Degene van wie er voorbeelden op Pinterest verschijnen, zou zich m.i. bewust moeten zijn van deze voorbeeldfunctie.

WASBLOKJES ZIJN NIET OM LIJNEN MEE TE TEKENEN, MAAR VLAKKEN!

Zie het boek van Paul van Meurs

[1] Is het alles goud wat er blinkt?  Over getuigschriften

[2] Is het alles goud wat er blinkt? Over bordtekeningen

[31] Is het alles goud wat er blinkt? Over het tekenen van vlechtvormen

Wordt (hopelijk niet) vervolgd.

.

3436-3234

.

.

.