Categorie archief: Uncategorized

VRIJESCHOOL – Breinbreker (nieuw)

.

Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.

Onderstaande breinbreker vergt een waarnemingsgave: hoe ziet een verplaatsing van de lucifers eruit en nodigt uit tot rekenen.

Maak de som kloppend door 1 of 2 lucifers een andere plaats te geven en/of weg te nemen:

 

Oplossing later

 

Alle breinbrekers

Alle taalraadsels

Alle rekenraadsels

Alle ‘gewone’ raadsels

 

5A

VRIJESCHOOL – Mededeling Nationale vertelschool

.

Meer informatie, kijk op: Nationale vertelschool
0-0-0
Podcast met Wim Wolbrink >>
In de podcast bespreekt Wim het sprookje Assepoester waar verschillende elementen naar voren komen die ook in deze tijd relevant zijn.
Voor zijn werk als verteller en docent is Wim al jaren geïnspireerd door de antroposofie waar hij ook graag over spreekt.
Naast een mooie oefening deelt hij een aantal inzichten van Rudolf Steiner over deze tijd en zijn visie op de vrijeschool. Een hele rijke uitzending met veel informatie over de antroposofie!
Beluister hier de hele podcast >>

De Nieuwe Mens: Programma 2026 en Gezegende Kerst

Bernard Lievegoed

“Een mens is alleen een mens in relatie tot anderen.”
– Caring Community –
Prof. Bernard Lievegoed
1905 (Medan, Sumatra) — 1992 (Zeist)

Wat staat er in 2026 nu al allemaal op het programma?

Voorkant flyer Het pad van de mens
Klik op de poster om naar de voordracht te gaan.
Uitgelicht
 

Cursus:
Kennismaken met de Filosofie vd Vrijheid

Do. 29 jan. t/m 19 maart 2026 | 19.00 – 21.00 uur
Urtica De Vijfsprong – Vorden

De Filosofie van de Vrijheid van Rudolf Steiner is de sleutel tot het waarnemen van de geest. Het boek laat de weg zien die ieder mens kan bewandelen.

Zelf de schepper zijn
Het denken is het aangrijpingspunt. Elk individu kan zelf de schepper en de schouwer van zijn gedachten zijn.

Kerngegevens

  • Data: Do. 29 jan t/m 19 mrt 2026
  • Locatie: De Vijfsprong, Vorden (Gld)
  • Docent: Wim Wolbrink
  • Prijs: vanaf € 190,-

Voordracht:
De Rubicon Oversteken

Do. 15 jan. 2026 | 20.00 – 21.45 uur
Vrijeschool de Noorderkroon – Enschede

Waarom de Rubicon?
In de pedagogiek beschrijft dit de intense fase die kinderen doormaken rond hun negende levensjaar.

De Stille Crisis?
Rond de negen jaar verandert er iets fundamenteels. Het kind ervaart zichzelf voor het eerst als individu.

Kerngegevens

  • Datum: donderdag 15 jan. 2026
  • Locatie: de Noorderkroon, Enschede
  • Docenten: Brecht Drager / Wim Wolbrink
  • Prijs: € 10 / vrije gift

Vooraankondiging

Expeditie Wildeman
14 t/m 17 mei 2026 – Expeditie Wildeman
Landgoed Zonnebloem, De Slingeweg 12, Winterswijk (Achterhoek)
Hé wildeman, ga je mee op expeditie? Tijdens Expeditie Wildeman komen mannen samen om écht te verbinden. Hier kun je jezelf laten zien zoals je werkelijk bent: authentiek, kwetsbaar en krachtig.
Vier dagen lang stap je uit de dagelijkse drukte en neem je de tijd om naar jezelf en anderen te luisteren. Samen.
Openingsprogramma:
Het volledige sprookje van de gebroeders Grimm ‘De Wildeman’ als levende voordracht door Sander Verwer en Wim Wolbrink.
Aanmelden en tickets >>
Nationale Vertelschool
Kantoor: Kasbah, Eendengang 75 7552 KN Hengelo
T: 06 – 133 47 333  E: info@nationalevertelschool.nl
KVK: 83.68.51.70

Voor meer info: Nationale vertelschool

Ontwikkelingsfasen: alle artikelen

Opvoedingsvragen: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

.

.

VRIJESCHOOL – Mededeling – Sociale driegeleding – agenda/activiteiten

.

‘SOCIALE DRIEGELEDING’

website

Nummers van tijdschrift Driegonaal

Nieuwsbrief sociale driegeleding

Nr. 4  /  27 juni 2025

Zéker te weten: stuur deze Nieuwsbrief gerust door naar een ieder die beseft dat we het met maatschappelijk knip- en plakwerk niet gaan redden en dat er fundamentele veranderingen gevraagd worden. Zij zijn noodzakelijk om in deze woelige tijden het mens-zijn te behouden.

Actueel

Het consuminderen kan beginnen!

Het is nog niet in het algemeen bewustzijn doorgedrongen, maar een groeiend deel van de Nederlandse bevolking is er klaar voor: we gaan consuminderen! Lees verder »

(On)menselijkheid

De gedachte dat de mensheid zich in opgaande richting ontwikkelt – dat wat een mens tot mens maakt steeds verder uitvormt- staat sterk onder druk. Lees verder »

Artikelen

Sociale driegeleding als menselijke noodzaak
John Hogervorst

Het bestuderen van de geschiedenis is een bezigheid die ons veel kan leren over de mens van vandaag. Wanneer we proberen een beeld te vormen van het sociale leven ten tijde van het Oude Egypte, kunnen we vervolgens, door dat beeld in relatie te brengen tot het sociale leven van onze tijd, zien hoezeer dit sociale leven -en dus de mens- veranderd is. We kunnen op die manier bovendien een besef krijgen van de richting waarin de mens zich ontwikkelt. Lees verder »

Over compromissen en vrij onderwijs
Rudolf Steiner

“Het is niet zo dat we iedereen die ons complimenteert er gelijk uit moeten gooien, maar we moeten echt zorgvuldig onderzoeken wat we verkeerd doen wanneer het zo is dat we gecomplimenteerd worden door mensen die in de moderne onderwijspraktijk staan.” Lees verder »

Het abc van de driegeleding

Arbeid

Arbeid is de menselijke activiteit die wordt ingezet om een resultaat (product, dienst) voort te brengen waaraan anderen (dat wil zeggen: niet degene die de arbeid verricht en/of degenen met wie hij zijn privéleven deelt) behoefte hebben. Zo schept de inzet van arbeid economische waarde.
Met het verrichten van arbeid draagt men ook bij aan de welvaart en/of het welzijn van het sociale geheel waarvan men deel uitmaakt.
Arbeid is geen koopwaar.
Niet de arbeid zelf, maar het resultaat van arbeid is iets dat verkocht kan worden.  Lees verder »

Driegeleding in vraag & antwoord

Waarom zou de samenleving uit drie delen bestaan? Lees verder »

Agenda

Europa tussen Oost en West:
In twee komende activiteiten (waaronder een meerdaagse bijeenkomst in Drenthe) staat hetzelfde thema centraal, de vraag naar de opgave van Europa.
Bekijk de volledige agenda: KLIK HIER

Een krant over Sleipnir

In een zojuist verschenen krant wordt een uitvoerig beeld gegeven van de  ervaringen die worden opgedaan met het ondernemen zonder dat er sprake is van privé-eigendom.

Moet ieder in de economie zijn eigen belang najagen en levert dat voor het geheel de beste situatie op? Is het nodig dat een ondernemer zijn bedrijf bezit?

Uit de concrete praktijk van ruim 35 ondernemingen die zijn aangesloten bij Stichting Sleipnir, blijkt iets heel anders!

In de eenmalige krant vind je een schat aan praktijkervaringen, interviews, beschrijvingen van wat er binnen de samenwerking ontwikkeld is en wordt – en natuurlijk de inzichten die uit de sociale driegeleding en associatieve economie geput kunnen worden.

Je kunt de krant HIER downloaden

Exemplaren van de krant ontvangen?
Je krijgt de krant, vanaf minimaal 10 exemplaren, gratis thuisgestuurd.
Mail naar info@nearchus.nl en vermeld het aantal dat je ontvangen wil.



Sociale driegeleding: alle artikelen op deze blog

Vrijheid van onderwijs: alle artikelen

.

.

.

VRIJESCHOOL – actueel – Maria- Lichtmis

.

Maria-Lichtmis:     alle artikelen

Van Dale schrijft het met koppelteken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Breinbreker (nieuw)

.

Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.

Onderstaande breinbreker vergt een waarnemingsgave: hoe ziet een verplaatsing van de lucifers eruit en nodigt uit tot rekenen.

Maak de som kloppend door 2 lucifers een andere plaats te geven:

Oplossing 

Alle breinbrekers

Alle taalraadsels

Alle rekenraadsels

Alle ‘gewone’ raadsels

49

VRIJESCHOOL – Taalraadsel (nieuw)

.

Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.

De 5e-, 6e-klasser moet dat wel kunnen: goed lezen en iedere letter goed bekijken en logisch erin plaatsen. 

Analyseren en synthetiseren:

Weet je de betekenis van alle woorden? 
Zoek het op in het woordenboek.
Kan je met die woorden nu een zin maken?

Oplossing:

.

Alle taalraadsels

Alle rekenraadsels

Alle breinbrekers

Alle ‘gewone’ raadsels

 

8-32

.

.

.

VRIJESCHOOL – Vrijeschoolliederen

.

Gratis toegang voor alle vrijeschoolleerkrachten
Goed nieuws: de Vereniging van vrijescholen en Vrijeschoolliederen slaan de handen ineen, zodat alle vrijeschoolleerkrachten kosteloos en onbeperkt van ons platform gebruik kunnen maken. We vertellen je er graag alles over in deze nieuwsbrief.

Maar er is meer: een kersvers lied, een inspirerende podcast, het nieuwe studentenabonnement en een voorproefje van de Werkplaats 2026.

Muziektip
Ontdek hoe heerlijk ‘Warewinde flierevlinde’ wegzingt. Dit nieuwe lied is sfeervol, beeldrijk en fijn in het gehoor liggend. Inge Stok maakte een nieuwe tekst op een bekende Hongaarse melodie, Anouk Vinders bewerkte het tot een tweestemmig lied en Anne Gies maakte er een prachtige illustratie bij.

Bekijk hier het resultaat

De Vereniging van vrijescholen en Vrijeschoolliederen werken samen: alle vrijescholen in Nederland krijgen een collectief abonnement van Vrijeschoolliederen, als onderdeel van hun lidmaatschap bij de Vereniging.

Hiermee hebben alle leerkrachten onbeperkt toegang tot het complete aanbod van bladmuziek, lesideeën, methodieken, podcasts en pedagogische achtergrondartikelen.

Nieuwsgierig? Mail ons gerust voor meer informatie: info@vrijeschoolliederen.nl.

TIP: Werk je binnen het reguliere onderwijs of het hoger onderwijs en wil je voor jouw medewerkers of studenten ook onbeperkte toegang tot het platform? Neem dan contact met ons op, dan kijken we naar de mogelijkheden voor een passend collectief abonnement.

Podcast

Wist je dat er bij Vrijeschoolliederen elke maand een nieuwe podcast verschijnt, die je ook zonder abonnement kunt beluisteren? Matthijs Overmars interviewt muziekprofessionals die vertellen over hun drijfveren en ervaringen.

Uitgelicht: Marcel van Os was decennialang muziekdocent op Hogeschool Helicon en de Vrijeschool pabo. In de podcast benadrukt hij het belang van een speelse benadering van muzieklessen. Hij is wars van dogma’s en tegelijk diep doordrongen van de betekenis van muziek voor het opgroeiende kind.

Beluister de podcast met Marcel van Os

Studenten opgelet!

Voor jullie is er nu een abonnement op maat met 15% korting. Klik hier voor meer informatie.

Voorproefje

Onze Werkplaats biedt een rijk palet aan muzikale nascholing. Hieronder alvast een tipje van de sluier voor het voorjaarsprogramma 2026. In de volgende nieuwsbrief worden de data bekend gemaakt en kun je je aanmelden.

Ukelele spelen – op veler verzoek nogmaals een ochtend om de basisvaardigheden van het spelen op de ukelele onder de knie te krijgen.
 Lees meer.

Samen in beweging – werelddansen in je klas: Anouk Vinders laat je ervaren hoe je zowel met lagere als hogere klassen kunt dansen. Een multiculturele ontdekkingstocht waar de kinderen blij van worden! 
Lees meer.

• Nieuw Koorzingen op school – een inspiratiedag voor dirigenten: het schoolkoor kan de muzikale motor zijn van de muziekcultuur op een school. Maar hoe pak je dat aan? Tips & tricks voor een bloeiend schoolkoor.

Fluiten met je klas – didactiek en praktijk: fluitles geven is niet zo moeilijk als je misschien denkt! Een ochtend om je net dat duwtje in de rug te geven om te starten met instrumentaal onderwijs. 
Lees meer.

• Nieuw Speels slagwerk – werken met ritmestokjes in je klas: we maken zelf ritmestokjes en ontdekken daarmee een wereld van ritmische werkvormen, spelletjes, virtuositeit en samenwerking.

Bodypercussie – ook de praktijkochtend met Jeroen Schipper en Heiko de Jonge gaat in reprise, met weer nieuwe grooves, spelvormen en lesideeën. 
Lees meer.

Binnenkort in de werkplaats

Zondag 25 januari 2026:
Inspiratiedag Zingen met kinderen

Hoe pak je dat aan, zingen met kinderen? Welk repertoire kies je, hoe leer je nieuwe liederen aan, hoe houd je je klas of kinderkoor gemotiveerd? Combineer enthousiasme met vakmanschap en word een inspirerende muziekdocent of kinderkoordirigent.

Muziekdocenten Annemiek van der Ven en Matthijs Overmars werken met nieuwe thema’s, liederen en spel-ideeën. Op zondag 25 januari staat het variëren met liedmateriaal centraal: speelse werkvormen die kinderen muzikaal bij de les houden.
Meer informatie en aanmelden

Over muziekonderwijs in het nieuws:
Muziekdeskundigen over de waarde van muziekonderwijs. En dat er op de Nederlandse scholen te weinig muziekonderwijs is. De vrijescholen worden niet genoemd. Steiner over muziek.
Opspattend grind:  Zie [7]  [10]  [24]  [26]  [66]  [99
Algemene menskundealle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

 

.

.

.

.

 

 

 

 

Goed nieuws: de Vereniging van vrijescholen en Vrijeschoolliederen slaan de handen ineen, zodat alle vrijeschoolleerkrachten kosteloos en onbeperkt van ons platform gebruik kunnen maken. We vertellen je er graag alles over in deze nieuwsbrief.

Maar er is meer: een kersvers lied, een inspirerende podcast, het nieuwe studentenabonnement en een voorproefje van de Werkplaats 2026.

Muziektip

Ontdek hoe heerlijk ‘Warewinde flierevlinde’ wegzingt. Dit nieuwe lied is sfeervol, beeldrijk en fijn in het gehoor liggend. Inge Stok maakte een nieuwe tekst op een bekende Hongaarse melodie, Anouk Vinders bewerkte het tot een tweestemmig lied en Anne Gies maakte er een prachtige illustratie bij.

Bekijk hier het resultaat

Cadeautje

De Vereniging van vrijescholen en Vrijeschoolliederen werken samen: alle vrijescholen in Nederland krijgen een collectief abonnement van Vrijeschoolliederen, als onderdeel van hun lidmaatschap bij de Vereniging.

Hiermee hebben alle leerkrachten onbeperkt toegang tot het complete aanbod van bladmuziek, lesideeën, methodieken, podcasts en pedagogische achtergrondartikelen.

Nieuwsgierig? Mail ons gerust voor meer informatie: info@vrijeschoolliederen.nl.

TIP: Werk je binnen het reguliere onderwijs of het hoger onderwijs en wil je voor jouw medewerkers of studenten ook onbeperkte toegang tot het platform? Neem dan contact met ons op, dan kijken we naar de mogelijkheden voor een passend collectief abonnement.

Podcast

Wist je dat er bij Vrijeschoolliederen elke maand een nieuwe podcast verschijnt, die je ook zonder abonnement kunt beluisteren? Matthijs Overmars interviewt muziekprofessionals die vertellen over hun drijfveren en ervaringen.

Uitgelicht: Marcel van Os was decennialang muziekdocent op Hogeschool Helicon en de Vrijeschool pabo. In de podcast benadrukt hij het belang van een speelse benadering van muzieklessen. Hij is wars van dogma’s en tegelijk diep doordrongen van de betekenis van muziek voor het opgroeiende kind.

Beluister de podcast met Marcel van Os
Studenten opgelet!

Voor jullie is er nu een abonnement op maat met 15% korting. Klik hier voor meer informatie.
Voorproefje

Onze Werkplaats biedt een rijk palet aan muzikale nascholing. Hieronder alvast een tipje van de sluier voor het voorjaarsprogramma 2026. In de volgende nieuwsbrief worden de data bekend gemaakt en kun je je aanmelden.
• Ukelele spelen – op veler verzoek nogmaals een ochtend om de basisvaardigheden van het spelen op de ukelele onder de knie te krijgen. Lees meer.

• Samen in beweging – werelddansen in je klas: Anouk Vinders laat je ervaren hoe je zowel met lagere als hogere klassen kunt dansen. Een multiculturele ontdekkingstocht waar de kinderen blij van worden! Lees meer.

• Nieuw Koorzingen op school – een inspiratiedag voor dirigenten: het schoolkoor kan de muzikale motor zijn van de muziekcultuur op een school. Maar hoe pak je dat aan? Tips & tricks voor een bloeiend schoolkoor.

• Fluiten met je klas – didactiek en praktijk: fluitles geven is niet zo moeilijk als je misschien denkt! Een ochtend om je net dat duwtje in de rug te geven om te starten met instrumentaal onderwijs. Lees meer.

• Nieuw Speels slagwerk – werken met ritmestokjes in je klas: we maken zelf ritmestokjes en ontdekken daarmee een wereld van ritmische werkvormen, spelletjes, virtuositeit en samenwerking.

• Bodypercussie – ook de praktijkochtend met Jeroen Schipper en Heiko de Jonge gaat in reprise, met weer nieuwe grooves, spelvormen en lesideeën. Lees meer.
Binnenkort in de werkplaats

Zondag 25 januari 2026:
Inspiratiedag Zingen met kinderen

Hoe pak je dat aan, zingen met kinderen? Welk repertoire kies je, hoe leer je nieuwe liederen aan, hoe houd je je klas of kinderkoor gemotiveerd? Combineer enthousiasme met vakmanschap en word een inspirerende muziekdocent of kinderkoordirigent.

Muziekdocenten Annemiek van der Ven en Matthijs Overmars werken met nieuwe thema’s, liederen en spel-ideeën. Op zondag 25 januari staat het variëren met liedmateriaal centraal: speelse werkvormen die kinderen muzikaal bij de les houden.
Meer informatie en aanmelden

Wij wensen je mooie en sfeervolle maanden toe, met veel muziek en licht.

Een hartelijke groet, namens het team van Vrijeschoolliederen,
Ilse Delaere
Illustraties in deze nieuwsbrief door Anne Gies.

Deze e-mail is verstuurd aan pieterhawitvliet@gmail.com.
Als je geen e-mails meer wilt ontvangen dan kun je je hier afmelden.
Je kunt ook je gegevens inzien en wijzigen.
Voeg info@vrijeschoolliederen.nl toe aan je adresboek voor een betere ontvangst.

VRIJESCHOOL – 11e klas – Parcival (7)

.

In de 11e klas wordt de zgn. ‘Parcivalperiode’ gegeven.

Over het waarom, vind je in deze artikelen uit Vrije Opvoedkunst’ de nodige achtergronden.

Ook op deze blog staan er diverse artikelen over. Zie onder Parzival.

Het volgende artikel is eveneens bedoeld als verdieping om deze periode te kunnen geven.

Jelle v.d. Meulen, Motief nr. 274, 7/8 2023

De gewonde patriarch

 

Een terugkerend motief in de Graallegenden vormen de innige betrekkingen tussen vrouwen en mannen. Wij als moderne lezers zien daarbij in de eerste plaats romantische paren. Maar echt romantisch blijken de verhalen niet. Geliefden bereiken elkaar niet, blijven lang gescheiden of verliezen elkaar. Wat wij gemakkelijk over het hoofd zien is dat de relaties niet alleen van belang zijn voor de twee betrokkenen. Het verlossende einde, zoals bijvoorbeeld beschreven door Wolfram von Eschenbach in diens Parzival, betreft niet in de eerste plaats twee of vier of zes gelukkige individuen die elkaar hebben gevonden, maar een complete gemeenschap.

De schrijvers van de legenden uit de twaalfde en dertiende eeuw hadden een scherp oog voor wat we de sociale betekenis van een innige relatie kunnen noemen. Ons gesloten concept – met eigen kinderen, eigen huis en eigen pensioen – komt in geen van de vertellingen voor. Ervoor in de plaats ontvouwt zich in de legenden een open vlechtwerk van betrekkingen, waarin het lotgeval van de één resoneert met anderen. De mate van innigheid tussen twee mensen maakt daarbij de kracht van de missie van hun relatie uit. De missie van deze betrekking heeft in het mycelium van relaties een heel bepaalde betekenis, die als een specifieke vorm van liefde kan worden gekenmerkt. Deze vorm heeft een dragende en zelfs initiërende werking in het grote geheel.

Patriarchaat, matriarchaat

De legenden van de Graal zijn op te vatten als een poging tot zachtmoedige ontmanteling van het patriarchaat. Overal verschijnen kijkwijzen die van een andere levenshouding getuigen. Er wordt transformatie nagestreefd. De macht wordt omgevormd met zachte krachten. En met name bij Wolfram von Eschenbach valt op dat deze zachtmoedige benadering met pittige humor gepaard gaat. Met het patriarchaat gaat een bepaalde geschiedschrijving gepaard, die nagenoeg uitsluitend over mannen handelt. De archeologe Marija Gimbutas toont in haar studie The Living Goddess aan dat de opkomst van het patriarchaat op zijn minst tot zevenduizend jaar voor Christus teruggaat. Tal van opgravingen in Europa en Azië bewijzen dat er in die tijd overal gemeenschappen waren, waar eerst vrouwelijke godinnen werden vereerd en pas daarna mannelijke. In haar studie beschrijft Gimbutas het plotselinge verschijnen van agressieve, militaristisch georganiseerde volkeren, die de eerder matriarchaal ingerichte gemeenschappen verdrijven of zelfs vernietigen. Wat mij betreft behoort de opkomst van het patriarchaat tot de raadselachtigste aspecten van de door ons aangenomen geschiedenis. Onbegrijpelijk is in de eerste plaats dat het patriarchaat zo absoluut het heft in handen nam. Waarom is dit gebeurd?

Het duurde tot de twintigste eeuw voordat een algemeen onbehagen wakker werd over de curieuze uitsluiting van vrouwen. Het probleem van de ongelijke behandeling van vrouwen en mannen is inmiddels in onze cultuur aangekomen, ook in de academische en de politieke wereld. Maar het heeft een hardnekkige kern. Achter het verloop der dingen gaat een vraag schuil: Hoe begrijpen wij vandaag de dag onszelf in het licht van de historiserende uitsluiting van de helft van de mensheid, de vrouwen dus? Wat zegt ons de opkomst van het patriarchaat over ons als mens? Het is een vraag die met zelfkennis te maken heeft, en zij betreft ons allen, zowel vrouwen als mannen.

Parcival

In de legenden over de Graal wordt de dominantie van het patriarchaat mild, maar aanhoudend aan de orde gesteld. Het begint ermee dat de moeder van Parzival weduwe is, die alleen met haar zoon in een woud woont. Zij heet Herzeloyde, wat leed-van-het-hart betekent. De vader van Parzival is kort voor de geboorte van diens zoon op het slagveld gestorven. Daarom doet Herzeloyde alles om te voorkomen dat Parzival een ridder wordt. De bewust gekozen levenswijze van de moeder vertoont nadrukkelijk matriarchale kenmerken, maar is tegelijk een door nood gedwongen beschermende afzondering. En dit laatste past eigenlijk niet in het matriarchaat, want dat wil juist open zijn. De ongedurige Parzival wil de wereld in trekken. Hij is het tegendeel van een veelbelovende patriarch-in-opleiding, eerder een onnozele jongeling die zich thuis voelt in de natuur en bovendien meent dat ridders eigenlijk goddelijke wezens zijn. Zelfs zijn eigen naam kent hij niet. Hij heeft geen oordelen in zijn kop en denkt dus niet in termen van goed of slecht, mooi of lelijk, waar of onwaar. Want alles wat je met je ogen kunt zien is goed, mooi en waar. Parzival is lang kind gebleven, wat ook een matriarchaal kenmerk is.

Maar hij verlaat zijn moeder. Op het moment dat Parzival vertrekt om ridder te worden, wat voor hem dus hetzelfde is als god worden, sterft Herzeloyde. Hij merkt dit echter niet, want opgetogen heeft hij de eerste stappen in de wereld gezet, zonder om te kijken. Alles wat hem vervolgens tegemoetkomt, neemt hij monter en onbevangen in zich op. Alleen al dit begin van het epos plaats een opmerkelijke kanttekening bij het patriarchaat: het wordt niet als een onvermijdelijke status quo voorgesteld. Herzeloyde maakt een duidelijke keuze en zet die ook door. En Parzival zelf vertrouwt erop dat het leven hem brengen zal wat hij nodig heeft. De realistische patriarchale visie dat het leven vooral weerbarstig-want-schaars is, leeft niet in hem. Een cruciale rol speelt vervolgens de ontmoeting met de doorgewinterde patriarch Gurnemanz, die Parzival informeert over de regels in het hoofse leven. De jonge held – en hier stuiten wij op een paradox – neemt de raadgevingen van de landsman zonder enige reserve in zich op. Zijn matriarchale jeugd lijkt hem weerloos te maken. Eén van de leringen van Gurnemanz is dat Parzival nooit een vraag mag stellen, want dat is onbeleefd. Onbevangen als een jong kind verinnerlijkt Parzival deze raad, precies zoals hij ooit in het bos de eksters, vossen en reeën accepteerde zoals zij waren.

Uit het verloop van de gebeurtenissen blijkt dat uitgerekend de dood van zijn moeder – Parzival hoort er pas later van – zijn montere vreugde verjaagt. De antiheld begrijpt ineens dat zijn stap in de wereld ongemerkt een schaduw in het leven heeft geroepen, voortkomend uit het verdriet en het sterven van zijn moeder. Niet lang na de raad van Gurnemanz komt Parzival oog in oog te staan met het oerbeeld van de gewonde patriarch, de patriarch dus die geen patriarch meer kan zijn. Deze graalkoning Anfortas is – door eigen schuld – uitgerekend tussen zijn benen gewond geraakt en niet meer in staat de gemeenschap van de Heilige Graal te leiden. Als de naïeve Parzival voor Anfortas staat, is hij verwonderd, maar hij vraagt niet wat er met de gewonde koning aan de hand is. Dit feit bepaalt het verdere verloop van de gebeurtenissen. Er is sprake van een vraag die voor het wel en wee van de gemeenschap moet worden gesteld, niet alleen voor Anfortas. Die vraag blijft in de verwarde ziel van Parzival steken. Pas na een reeks dramatische gebeurtenissen komt Parzival een tweede keer voor Anfortas te staan. Hij is door de vele avonturengerijpt en vraagt Anfortas dan: “Wat deert u?” Daardoor wordt niet alleen Anfortas op een haast magische wijze verlost van zijn lijden, maar de hele gemeenschap om hem heen.

Sigune en Schionatulander

Tot de vele liefdesgeschiedenissen in de legenden over de Graal behoort ook die van Sigune en Schionatulander. Het gaat hierbij om een innige betrekking, die teruggaat tot de jeugd van beiden. Zij vormen een soort symbiose. Als zij later echt geliefden zijn, raakt hun relatie verwikkeld in voorvallen die tot de dood van Schionatulander leiden. Wolfram von Eschenbach was een meester van het detail. Een van de literaire principes die hij gebruikt is dat van de spiegeling. De geschiedenis van Sigune en Schionatulander wordt gespiegeld door die van Jeschute en Orilus.

Jeschute is een jonge vrouw, getrouwd met de ridder Orilus. De onnozele Parzival vindt haar aan het begin van zijn avonturen slapend in een tent en meent haar te moeten kussen, want zijn moeder had hem gezegd dat vrouwen worden gekust. Parzival kust dus Jeschute, die wakker wordt. Er vindt een worsteling plaats, want Parzival wil nog een tweede kus. Maar Jeschute verzet zich. Wat zich afspeelt is een heuse overweldiging en Jeschute voelt zich onteerd. Parzival steelt bovendien een ring die hij van haar vinger wringt en een speld van haar borst. Orilus, de man van Jeschute, bevindt zich op hetzelfde moment in een gevecht met Schionatulander, die een schildknaap is. Wolfram von Eschenbach benadrukt de gelijktijdigheid van de gebeurtenissen. De spiegeling is opvallend, doordat de strijd tussen Orilus en Schionatulander direct met Parzival samenhangt. Orilus denkt namelijk dat de schildknaap optreedt als een handlanger van Parzival, in een andere kwestie. Over deze kwestie – een twist over het bezit van landerijen – weet Parzival helemaal niets af, doordat zijn moeder hem er niet over heeft ingelicht. Terwijl Parzival met Jeschute worstelt, vecht zijn veronderstelde plaatsvervanger Schionatulander met Orilus. En Schionatulander sterft. Op het moment van diens sterven, waar hij dus geen weet van heeft, laat Parzival de vrouw met rust en vertrekt in het bezit van twee sieraden, die hem niet toebehoren.

De vervlechting van de gebeurtenissen spreekt voor zich. Om te beginnen gaat het om een ontmoeting tussen een vrouw en een man, die door de laatste in ongerede wordt gebracht. Verder betekent de dood van Schionatulander dat Parzival, zonder er weet van te hebben, aan de dood ontsnapt, want het liefste had Orilus hem omgebracht. Schionatulander fungeerde immers als zijn plaatsvervanger. En in beide gevallen is er een vraag over de rechtmatigheid van bezit, een typisch patriarchaal thema.

De vijfde in het spel is Sigune. De dood van Schionatulander brengt in haar een proces op gang, dat voor ons moderne lezers ongewoon is. Zij stort in een afgrond van droefenis. Zij houdt daarbij vast aan haar relatie tot haar gestorven geliefde, blijft in de buurt van diens lijk en treurt tot haar eigen dood over diens dood. Dit treuren biedt een beslissende opening in het verloop van de verdere gebeurtenissen. Kort na het voorval met Jeschute en de dood van Schionatulander vindt tussen Parzival en Sigune een eerste ontmoeting plaats. Op de schoot van Sigune ligt het dode lichaam van Schionatulander. Als Sigune en Parzival, met elkaar in gesprek raken, maakt zij zich bekend als zijn nicht; en zij vertelt hem dat hij Parzival heet. Later in het verhaal is het Sigune die Parzival vertelt over het sterven van zijn moeder, wat hem in vertwijfeling stort. Hij leert zijn schaduw kennen, die bestaat uit een knoop van schuldgevoelens, schaamte en heimwee. Bij een latere gelegenheid, kort na zijn smartelijke bezoek aan Anfortas, licht Sigune hem in over de gevolgen van diens verzuim om te vragen naar de oorzaak van het lijden van de koning. Sigune wekt in Parzival het begin van een inzicht, dat hem later mogelijk maakt de bevrijdende vraag wel te stellen.

De liefdesgeschiedenis tussen Sigune en Schionatulander wordt in het licht van een omvangrijk gebeuren voorgesteld. De spiegelende speling van het lot reikt veel verder dan het wel en wee van de twee. De liefde tussen beiden vibreert in een complexe gemeenschap. Elk lotgeval maakt deel uit van het grote geheel. Wat in dit verband de trouw van Sigune wordt genoemd, mag in onze moderne ogen overdreven lijken. Wij denken bij trouw aan vasthouden aan een afspraak. Maar van een afspraak, zoals wij die vandaag de dag maken als wij bijvoorbeeld trouwen, is geen sprake. Wat Sigune doet, is dat zij trouw blijft aan een verbinding die uiterlijk gezien niet meer bestaat. Je kunt ook zeggen: In het gescheiden zijn door de dood verzorgt zij in zichzelf de innige verbinding. Deze innerlijke activiteit is meer dan alleen maar treuren, want zij leidt tot wijsheid die Parzival verder helpt; en ze voert er bovendien toe dat Schionatulander tot het einde van het verhaal aanwezig blijft. Hij is weliswaar dood, maar toch levend. Hij wordt niet vergeten. Dit is een markante mystieke notie, die zich abstract zo laat beschrijven: Wat wij binnen in ons stil en oprecht behoeden, heeft een werking op de wereld buiten ons. Sigune praktiseert deze vorm van zwijgzame liefde, die een matriarchaal karakter heeft. Haar innerlijke activiteit heeft op een onzichtbare manier een perifere werking, die de gemeenschap van de Graal niet alleen draagt, maar uiteindelijk ook verlost.

Dualiteit en vriendschap

Mij lijkt dat in de legenden over de Graal de dualiteit tussen patriarchaat en matriarchaat in beweging wordt gebracht. Heersers, zoals Artus en Anfortas, hebben de wens zich overbodig te maken of tenminste hun macht te delen. Van dit laatste is de Ronde Tafel een oerbeeld. Andere patriarchen daarentegen, zoals Gurnemanz en Orilus, hebben deze wens niet. Binnen het patriarchaat ontstaat een dynamische spanning, die ook wij vandaag de dag goed kennen. Maar ook het matriarchaat vertoont een dubbele houding. Aan de ene kant handelt Herzeloyde, en ook Sigune, uit een innerlijke nood. Zij beschermen zich, sluiten zich op. Aan de andere kant hebben zij vanuit die afgeslotenheid een bevrijdende werking op de gehele gemeenschap. Het principe van de afsluiting is in feite patriarchaal, zie de Romeinen en de Roomse Kerk, maar het leidt in het geval van de twee heldinnen indirect juist tot een opening in het patriarchaat. Er vindt in de legenden, via de innige betrekkingen tussen vrouwen en mannen, een kruisbestuiving plaats, die licht werpt op hoe de dualiteit kennelijk minder scherp kan worden gemaakt.

Bijna duizend jaar later ben ik geneigd deze bestuiving vriendschap te noemen.

.

L.Beuger ‘Parzival’

Afbeeldingen op Wikipedia

11e klas: alle artikelen

Algemene menskunde: alle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

3471-3268

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – De wereld is waar…….

.

Hoe WAAR is de wereld voor de opgroeiende mens vanaf 12 jaar?
Zie de inleidende gezichtspunten.

Waar kun je als leerkracht enthousiast over worden en als ideaal aan je leerlingen laten zien?

Je kan – dat overkwam mij bij het lezen van zo’n artikel – van binnen warm worden, je dankbaar voelen ‘dat er zulke mensen zijn’.

Iets positiefs ervaren: als we dat onze leerlingen eens konden meegeven.

Aardpeer – BD Grondbeheer info@bdgrondbeheer.nl

Terwijl we genieten van de zomer, is het op het land volop oogsttijd. Een periode waarin we de vruchten plukken van wat maanden geleden is gezaaid en waarin we ruimte maken voor wat straks weer kan groeien.Er is nog één week om mee te doen aan onze Win-Win loterij met Urtica De Vijfsprong. Met één lot van slechts €7 maak je direct 1 m² grond vrij bij deze bijzondere zorgboerderij en maak je kans op mooie prijzen.Samen met jou maken we grond vrij.

Nog 1 week om een lot te kopen

Voor de loterij waarmee je de grond voor Urtica de Vijfsprong vrijmaakt terwijl je ook kans maakt op leuke prijzen! Win-Win 💚Doe mee vóór 1 september. Koop een lot voor €7 en maak direct 1 vierkante meter grond vrij bij boerderij Urtica De Vijfsprong.Dit kun je winnen

1ste prijs – Kom Biodyneren met 4 personen op De Vijfsprong op 13 september óf kies een De Vijfsprong kaaspakket (t.w.v. €80)
2de prijs – De Vijfsprong Kaaspakket t.w.v. €60
3de prijs – De Vijfsprong Kaaspakket t.w.v. €40

Koop een lot voor de loterij

De Aarde als Werelderfgoed

Kan de hele Aarde op de Werelderfgoedlijst? Henry Mentink, bekend van zijn kruiwagentocht naar Parijs, vindt van wel en legde dit idee zelfs voor aan UNESCO. Officieel kon het niet, maar het werd wél omarmd als een inspirerend en belangrijk plan.Van 13 t/m 19 oktober strijkt Henry neer bij Thuishaven in Zeewolde om de crowdfunding campagne voor 19 hectare grond kracht bij te zetten. Met lezingen, workshops en rituelen roept hij op om samen grond vrij te maken: “Elke vierkante meter telt.”Het evenement maakt deel uit van Henry’s Campertocht langs plekken in Nederland waar gemeenschappen zorg dragen voor de Aarde. Met het Werelderfgoedpakket kan iedereen bijdragen: een symbolische sleutel tot een stukje Aarde, én een concreet middel om grond en biodiversiteit duurzaam veilig te stellen. Doe mee, en help bouwen aan een wereld die we samen als ons erfgoed bewaren.
Ontdek meer
Loterij Urtica de Vijfsprong Aardpeer - BD Grondbeheer

Doe mee met de loterij

En maak kans op een plekje bij Biodyneren op 13 september óf een van de heerlijke kaaspakketten van Urtica de Vijfsprong!
Koop een lot

Van droom naar Voedselbos 

Op zondag 14 september nodigen we je uit voor de Open Perceeldag bij de Jonge Voedselbosboeren.Wandel mee over het 13 hectare grote perceel dat Aardpeer en Land van Ons vorig jaar samen aankochten, luister naar het verhaal van de jonge boeren en zie hoe hun droom van een voedselbos langzaam werkelijkheid wordt!Datum & tijd: 14 september 2025 | 09:30 of 13:00 uur.

Programma: Er zijn twee rondes ingepland met hetzelfde programma: ronde 1 start om 09:30 tot ca. 11:30 uur. Ronde 2 start om 13:00 tot ca. 15:00 uur.

Adres: ‘Pakschuur’ op Landerij de Park (De Park 12, Elst)

Meld je aan

Maak de grond van De Vijfsprong vrij

Doneren
AardpeerSamen voor GrondCampagnes

Boeren

Over Aardpeer

info@aardpeer.nl

www.aardpeer.nl

BD GrondbeheerDoneer een stukkie grondCampagnes

Boeren

Over BD Grondbeheer

info@bdgrondbeheer.nl

www.bdgrondbeheer.nl

Volg ons ook op onze socials
BetaalgegevensIBAN: NL32 TRIO 0198 486 197RSIN: 007255317

Adres

Stichting BD Grondbeheer, Diederichslaan 25, 3971 PA Driebergen, The Netherlands

Algemene menskundede wereld is waar

Sociale driegeledingalle artikelen

7e klas: voedingsleer

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

.

.

VRIJESCHOOL – ………………………

.

auschwitz

.

gaza

Ik plaatste deze afbeeldingen ook op Facebook. Daar werden ze onder de noemer ‘aanstootgevend’ verwijderd!

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 96 – voordracht 4

.

Hier volgt een eigen vertaling. Bij het vertalen heb ik ernaar gestreefd Steiners woorden zo veel mogelijk in gangbaar Nederlands weer te geven. Met wat moeilijkere passages heb ik geprobeerd de bedoeling over te brengen, soms met behulp van wat er in andere voordrachten werd gezegd. Ik ben geen tolk en heb geen akten Duits. Er kunnen dus fouten zijn gemaakt, waarvoor excuses. De Duitse tekst gaat steeds vooraf aan de vertaling. Verbeteringen of andere vertaalsuggesties e.d. zijn meer dan welkom: vspedagogie voeg toe apenstaartje gmail punt com
.

RUDOLF STEINER:

GA 96

Grundimpulse der Theosophie

Fundamentele impulsen van de antroposofie

Steiner noemde later wat hij als ‘theosofie’ had gebracht: antroposofie.
Waar in deze voordracht ‘theosofie’ staat, heb ik dat vertaald als ‘antroposofie’.
De kopjes zijn door mij aangebracht.
.

Blz. 60     niet vertaald

Voordracht 4, Berlijn 14 mei 1906

Erziehungspraxis auf der Grundlage spiritueller Erkenntnis

De praktijk van het opvoeden op basis van spiritueel inzicht

Öfter schon habe ich hier die Gelegenheit ergriffen, das Vorurteil zurückzuweisen, als ob die theosophische Weltanschauung der Praxis des Lebens völlig fern stehe. Wir haben im Gegenteil oft Veranlas­sung gehabt, darauf hinzuweisen, wie die Theosophie in das praktische Leben tief hineinführen soll, weil sie die Gesetze dessen kennen lehrt, was fortwährend das Leben um uns gestaltet. Wer nur das kennt, was die Gesetze des äußeren Lebens sind, dem ist nur ein kleiner Teil des Lebens bekannt. Der weitaus größte Teil gehört nämlich zu den verborgenen Dingen des Lebens, verborgen für die äußeren Sinne. Nun wird gewiß in nicht gar zu ferner Zukunft die Menschheit immer mehr einsehen, daß man die verborgenen Welten studieren muß, um mit dem Leben zurechtzukommen, denn die materialistische Gesinnung würde zu einer Krisis auf allen Gebieten führen, vor allem auf gesundheitlichem Gebiet wie auch im Erzie­hungssystem, wo sich die Frage erhebt: Wie sollen die Menschen die zukünftige Generation heranbilden? – Und nicht zuletzt in allen gesellschaftlichen, politischen und Kulturfragen würde der Materia­lismus eine Krisis herbeiführen:

Inleiding

Ik heb hier vaker van de gelegenheid gebruik gemaakt om het vooroordeel te verwerpen dat de antroposofische wereldbeschouwing volledig losstaat van de praktijk van het leven. Integendeel, we hebben vaak de gelegenheid gehad om erop te wijzen hoe antroposofie ons diep in het praktische leven zou moeten brengen, omdat zij ons leert de wetten te kennen van wat het leven om ons heen voortdurend vormt. Wie alleen de wetten van het uiterlijke leven kent, kent slechts een klein deel van het leven. Verreweg het grootste deel behoort tot de verborgen dingen van het leven, verborgen voor de uiterlijke zintuigen. Nu, in de niet al te verre toekomst, zal de mensheid zich zeker steeds meer realiseren dat je de verborgen werelden moet bestuderen om zich in het leven te kunnen oriënteren, want de materialistische houding zou leiden tot een crisis op alle gebieden, vooral op het gebied van gezondheid en in het onderwijssysteem, waar de vraag rijst: Hoe moet je de toekomstige generatie opvoeden? – En last but not least zou materialisme een crisis veroorzaken in alle sociale, politieke en culturele vraagstukken:

Das Leben würde sich so gestalten, daß man eines Tages nicht mehr wissen würde, wie man sich noch helfen soll. Zur Erläuterung dessen, was ich meine, möchte ich einiges über Erziehungsfragen sagen, die wenigstens jeden interessieren müssen.
Wer sich vom materialistischen Standpunkt mit der Erziehungsfrage befaßt, wird sehr leicht zu den allerverkehrtesten Maßregeln kommen. Denn er wird nie bedenken, wie streng gesetzmäßig das ganze Leben verläuft, und er berücksichtigt daher nicht, daß es ins Leben tief eingreifende Zeitabschnitte gibt. Man kann sich einfach nicht denken, warum zum Beispiel die Epoche der Kindheit, die mit dem sechsten bis achten Jahre abläuft, sich so grundwesentlich unterscheidet von der des Mädchen- und Knabenalters, also der Zeit vom siebenten oder achten Jahre ungefähr bis zur Geschlechtsreife.

Het leven zou zich zo ontwikkelen dat je op een dag niet meer weet hoe je jezelf moet helpen. Om uit te leggen wat ik bedoel, wil ik een paar dingen zeggen over onderwijsvragen die op zijn minst iedereen moeten interesseren.

Drie leeftijdsfasen

Wie de onderwijsvraagstukken vanuit een materialistisch standpunt benadert, zal heel gemakkelijk tot de meest foute maatregelen komen. Want hij zal nooit overwegen hoe strikt wetmatig de hele levensloop is, en hij zal er dus geen rekening mee houden dat er perioden zijn die een diepgaande invloed op het leven hebben. Men kan zich eenvoudigweg niet voorstellen waarom bijvoorbeeld die fase van de kindertijd, die loopt van het zesde tot het achtste jaar, zo fundamenteel verschilt van die van de meisjes- en jongensjaren, dat wil zeggen de periode vanaf het zevende of achtste jaar ongeveer, tot aan de seksuele volwassenheid.

Blz. 61

Wer aber keine Ahnung hat, was in dieser Zeit mit dem Menschen geschieht, kann sich auch nicht vorstellen, wie wichtig es ist, diese Zeitabschnitte genau zu beobachten. Es ist nicht gleichgültig, ob man weiß, was der Mensch in diesen drei Epochen ist: in der ersten, die bis zum sechsten bis achten Jahre geht, in der zweiten, die bis zum vierzehnten oder fünfzehnten Jahre reicht, und dann wieder in der folgenden Zeit, die nächsten sieben bis acht Jahre hindurch. Das sind drei Altersstufen im Leben des Menschen, die ganz genau studiert werden müssen, nicht nur im äußeren Sinne, sondern vom Standpunkt des Okkultismus aus, der sich mit den für die äußeren Sinne verborgenen Welten befaßt. – Sie wissen, daß der Mensch nicht nur aus diesem physischen Leibe besteht, sondern aus dem physischen Leibe, dem Ätherleibe, der dem physischen zugrunde liegt und ihm ähnlich gestaltet ist, und dann dem Astralleib, der sich für den Hell­seher als eine Wolke ausnimmt, in der die beiden erstgenannten Kör­per eingebettet sind. In diesen eingehüllt haben wir den Ich-Träger. Diese drei Körper wollen wir einmal beim werdenden Menschen betrachten.

Maar wie geen idee heeft wat er in deze tijd met een mens gebeurt, kan zich niet voorstellen hoe belangrijk het is om deze perioden nauwlettend in de gaten te houden. Het is niet onbelangrijk of je weet wat de mens in deze drie fasen is:
in de eerste, die loopt tot het zesde à achtste jaar,
in de tweede, die loopt tot het veertiende of vijftiende jaar,
en dan weer in de volgende tijd, door de volgende zeven tot acht jaar.
Dit zijn drie leeftijdsfasen in het leven van de mens, die heel zorgvuldig bestudeerd moeten worden, niet alleen in uiterlijke zin, maar ook vanuit het standpunt van de geesteswetenschap, die zich bezighoudt met de werelden die verborgen zijn voor de uiterlijke zintuigen. –
Je weet dat het menselijk wezen niet alleen maar bestaat uit dit fysieke lichaam, maar uit het fysieke lichaam, het etherlijf [1], dat aan het fysieke lichaam ten grondslag ligt en de vorm ervan heeft, en dan het astraallijf, dat voor de helderziende verschijnt als een wolk waarin de eerste twee lichamen zijn ingebed. Door deze twee omhuld, vinden we de Ik-drager [2]. Laten we eens kijken naar deze drie lichamen in de zich ontwikkelende mens.

Wenn Sie sich eine richtige Vorstellung davon bilden wollen, so müssen Sie sich klarmachen, daß vor den Zeitabschnitten, in denen der Mensch äußerlich gesehen werden kann, noch der Zeitabschnitt vor der Geburt liegt, wo der Mensch im Leibe der Mutter lebt. Sie müssen rein physisch unterscheiden zwischen dem Leben vor der Geburt und den folgenden Zeiträumen und sich klarrnachen, daß der Mensch nicht leben könnte, wenn er zu früh geboren würde, zu früh in die äußere sichtbare Welt treten würde. Er könnte in der äußeren Welt nicht leben, weil seine Sinnesorgane, mit denen er mit der äußeren Welt in Verkehr tritt, noch nicht genügend ausgebildet sind. Während der Mensch bis zu seiner Geburt vom Mutterleib umschlossen ist, werden seine Organe, Augen, Ohren, und alles was er braucht, um in der physischen Welt zu leben, ausgebildet. Bevor seine Organe innerhalb der schützenden Hülle eines anderen physischen Körpers genügend vorbereitet sind, kann der Mensch nicht mit der physischen Welt in Berührung treten. Die Geburt ist der Zeitpunkt, in welchem der Mensch soweit reif ist, daß er ohne

Als je je daar een juist beeld van wil vormen, moet je beseffen dat vóór de perioden waarin de mens uiterlijk zichtbaar is, er nog de periode van voor de geboorte is, waarin de mens in de moederschoot leeft. Je moet een puur fysisch onderscheid maken tussen het leven voor de geboorte en de daaropvolgende periodes en beseffen dat de mens niet zou kunnen leven als hij te vroeg geboren werd, als hij te vroeg de uiterlijke zichtbare wereld zou betreden. Hij zou niet in de uiterlijke wereld kunnen leven omdat zijn zintuigen, waarmee hij in contact komt met de uiterlijke wereld, nog niet voldoende ontwikkeld zijn. Terwijl de mens tot zijn geboorte in de baarmoeder van zijn moeder omgesloten zit, worden zijn organen, ogen, oren en alles wat hij nodig heeft om in de fysieke wereld te leven, gevormd. Totdat zijn organen voldoende zijn voorbereid in het beschermende omhulsel van een ander fysiek lichaam, kan de mens niet in contact komen met de fysieke wereld. Geboorte is het moment waarop de mens zo ver is om zonder

Blz. 62

eine schützende Hülle mit der Umwelt in Berührung treten kann. Dasselbe ist dann aber noch lange nicht mit dem Ätherleib und Astralleib der Fall. Sie sind noch nicht so weit, daß sie ebenfalls mit der Umwelt in unmittelbare Berührung treten können. Ein ganz ähn­licher Prozeß, wie er vor der Geburt des Menschen mit dem phy­sischen Leibe vor sich geht, geht mit dem Ätherleib in dem Zeitraum von der Geburt bis ungefähr zum siebenten Jahre vor sich. Erst dann, kann man sagen, wird der Ätherleib geboren. Und erst mit dem vier­zehnten bis fünfzehnten Jahre wird der Astralleib geboren, der als­dann eine freie, selbständige Tätigkeit gegenüber der Umwelt entfal­ten kann.
Sie müssen sich also klar darüber sein, daß bis zum siebenten Jahre an den Ätherleib, und bis zum vierzehnten Jahre an den Astral­leib keine besonderen Anforderungen gestellt werden dürfen. Wenn man den Ätherleib eines Kindes der brutalen Umwelt aussetzen würde, so wäre das gerade so, als ob man ein Kind im fünften Monat des Embryonalzustandes der Außenwelt übergeben würde, obwohl es nicht mit der gleichen Vehemenz zutage treten würde. Entspre­chendes gilt für den Fall, daß Sie vor dem vierzehnten Jahre den Astralleib der Umwelt aussetzen. Darüber müssen Sie sich klar sein:

een beschermende omhulling in contact kan komen met de omgeving. Hetzelfde is echter nog niet het geval met het etherische en astrale lichaam. Zij hebben nog niet het stadium bereikt waarin ook zij in direct contact kunnen komen met de omgeving. Een zeer vergelijkbaar proces als dat wat plaatsvindt met het fysieke lichaam voor de geboorte van de mens, vindt plaats met het etherlijf in de periode vanaf de geboorte tot ongeveer het zevende jaar. Pas dan, kan je zeggen, wordt het etherlijf geboren. En pas op de leeftijd van veertien tot vijftien jaar wordt het astraallijf geboren, dat dan een vrije, onafhankelijke activiteit kan ontwikkelen in relatie tot de omgeving.
Je moet je dus realiseren dat er tot het zevende jaar geen speciale eisen gesteld kunnen worden aan het etherlijf, en tot het veertiende jaar aan het astraallijf. Als je het etherlijf van een kind zou blootstellen aan de harde buitenwereld, zou dat net zo zijn als wanneer je een kind in de vijfde maand van de embryonale toestand in de buitenwereld zou brengen, hoewel het niet met dezelfde heftigheid aan het licht zou komen.
Hetzelfde geldt als je het astraallijf voor het veertiende aan de omgeving uitlevert. Je moet je dit realiseren:

Bis zum siebenten Jahre ist erst der physische Körper so weit gebo­ren, daß die Umwelt einen vollen Einfluß auf ihn ausüben darf. Der Ätherkörper ist bis zum siebenten Jahre so sehr mit sich selbst be­schäftigt, daß man ihn schädigen würde, wenn man auf ihn beson­ders einwirken würde. Bis zu diesem Zeitpunkt sollte also nur auf den physischen Leib eingewirkt werden. Vom siebenten bis zum vierzehnten Jahre darf die Erziehung des Ätherleibes in die Hand genommen werden, und erst vom fünfzehnten Jahre ab kann man auf den Astralleib von außen durch die Erziehung wirken.
Auf den physischen Leib des Menschen einwirken, heißt, dem Kinde äußere Eindrücke zu vermitteln. Durch die äußeren Eindrücke wird der physische Leib herangebildet. Daher ist auch das, was bis zum siebenten Jahre versäumt worden ist, später kaum noch nach­zuholen. Bis zum siebenten Jahre ist der physische Leib in einem sol­chen Stadium begriffen, daß er durch äußere sinnliche Eindrücke

De eerste fase

Tot het zevende jaar heeft het fysieke lichaam pas het stadium bereikt waarin de omgeving er een volledige invloed op kan uitoefenen. Tot het zevende jaar is het etherlijf zo met zichzelf bezig dat je het tekort zou doen zou, als je er op een bepaalde manier op zou willen inwerken. Tot dit tijdstip moet daarom alleen op het fysieke lichaam worden ingewerkt. Van het zevende tot het veertiende jaar kan de opvoeding van het etherlijf ter hand worden genomen en pas vanaf het vijftiende jaar kan het astraallijf van buitenaf door opvoeding worden beïnvloed. Het fysieke lichaam van de mens beïnvloeden, betekent het kind indrukken van buitenaf geven. Het fysieke lichaam wordt gevormd door indrukken van buitenaf. Daarom kan wat tot de leeftijd van zeven jaar is verwaarloosd, later nauwelijks worden goedgemaakt. Tot het zevende jaar is het fysieke lichaam in zo’n stadium dat het gevormd wordt door externe zintuiglijke indrukken.

Blz. 63

herangebildet werden sollte. Wenn das Auge des Kindes bis zum siebenten Jahre nur Schönes sieht, bildet es sich so heran, daß es das ganze Leben hindurch ein Empfinden für das Schöne behält. Später kann der Schönheitssinn nicht mehr auf die gleiche Weise entwickelt werden. Was Sie dem Kinde im ersten Jahrsiebent sagen oder was Sie tun, ist viel weniger wichtig, als die Art, wie man seine Umge­bung gestaltet und was das Kind sieht und hört. Die inneren Wachs­tumskräfte müssen bis dahin durch die äußeren Eindrücke herangefördert werden. Der frei gestaltende Geist des Kindes formt aus einem Stück Holz, das ein paar Punkte und Striche für Augen, Nase und Mund hat, eine menschliche Figur. Wenn das Kind aber eine möglichst schön geformte Puppe bekommt, so hat es etwas, woran es gebunden ist; daher haftet dann die innere Geisteskraft an dem, was schon da ist und wird nicht zur eigenen Tätigkeit herausgefor­dert – sie ist gebunden -, und damit geht die gestaltende Phantasiekraft für das spätere Leben überhaupt fast verloren.
So ist es weitgehend mit allen Eindrücken der Sinneswelt.

Als het oog van een kind tot zijn zevende jaar alleen maar mooie dingen ziet, ontwikkelt het zich zodanig dat het zijn hele leven lang een gevoel voor schoonheid behoudt. Later kan het gevoel voor schoonheid niet meer op dezelfde manier ontwikkeld worden. Wat je in het eerste jaar tegen het kind zegt of wat je doet, is veel minder belangrijk dan de manier waarop je de omgeving organiseert en wat het kind ziet en hoort. De innerlijke groeikrachten moeten tot die tijd gevoed worden door indrukken van buitenaf. De vrije creatieve geest van het kind maakt een menselijke figuur van een stuk hout met een paar stippen en lijnen voor ogen, neus en mond. Als het kind echter een pop krijgt die zo mooi mogelijk gevormd is, heeft het iets waaraan het gebonden is; de innerlijke mentale kracht houdt zich dus vast aan wat er al is en wordt niet uitgedaagd tot zijn eigen activiteit – het is gebonden – en zo gaat de creatieve verbeeldingskracht bijna verloren voor het latere leven. [3]
Dit is grotendeels het geval met alle indrukken van de zintuiglijke wereld.

Was Sie selbst in der Umgebung des Kindes sind, was das Kind unmittelbar sieht oder hört, darauf kommt es an. Es wird ein guter Mensch, wenn es um sich gute Menschen sieht. Es ahmt die Dinge, die es um sich herum wahrnimmt, nach. Gerade auf die Nachahmungskraft, auf die Wirkung des Beispiels muß man den allergrößten Wert legen. Daher wird das richtige sein: möglichst viel vormachen, damit das Kind möglichst viel nachmachen kann. In diesem Sinne muß also auf die Pflege des physischen Leibes in der Zeit vom ersten bis siebenten Jahre der Hauptwert gelegt werden. Auf die höheren Leiber kann man in diesem Alter noch nicht durch Erziehungsmaßnahmen wirken, über­haupt nicht durch bewußte Erziehung, sondern auf diese Leiber wir­ken Sie, solange sie noch ganz mit sich selbst beschäftigt sind, durch das, was Sie eben sind. Ein kluger Mensch wird durch seine Klugheit in dem Kinde selbst die Klugheit zum Wirken bringen. Im übrigen hat sich der Erzieher zu bemühen, in der Umgebung eines Kindes ein möglichst geschlossener Mensch zu sein, möglichst hohe und gute Gedanken zu haben – wie ein gesunder Leib der Mutter gesund auf den Körper des Kindes wirkt.

Wat je zelf bent in de omgeving van het kind, wat het kind direct ziet of hoort, daar gaat het om. Het wordt een goed mens als het goede mensen om zich heen ziet. Het bootst de dingen die het om zich heen ziet na. Juist aan de kracht van nabootsing, de werking van het voorbeeld, moet je de grootste waarde hechten. [4] Daarom is het beste om zoveel mogelijk voor te doen, zodat het kind zoveel mogelijk kan nabootsen. In die zin moet de meeste nadruk worden gelegd op de verzorging van het fysieke lichaam in de periode van het eerste tot het zevende jaar. Op deze leeftijd is het nog niet mogelijk om de hogere lichamen door opvoedkundige maatregelen te beïnvloeden, helemaal niet door bewuste opvoeding, maar je beïnvloedt deze lichamen, zolang ze nog volledig met zichzelf bezig zijn, door wat je bent. Een slim persoon zal slimheid in het kind zelf teweegbrengen door zijn slimheid. Wat de rest betreft moet de opvoeder ernaar streven in de omgeving van het kind een zo evenwichtig mogelijk persoon te zijn met de hoogst mogelijke en beste gedachten  – net zoals het lichaam van een gezonde moeder een gezond effect heeft op het lichaam van het kind.

Blz. 64

 Mit dem siebenten Jahre beginnt die Zeit, wo Sie den Ätherleib durch vorsätzliche Maßnahmen erziehen können. Dabei kommen zwei Dinge in Betracht: Gewohnheiten und Gedächtnis, die mit der Ent­wickelung des Ätherleibes zusammenhängen. Je nachdem der Mensch diese oder jene Gewohnheiten hat oder das eine oder andere in sein Gedächtnis aufnimmt, bildet er seinen Ätherleib. Daher soll man ver­suchen, dem heranwachsenden Menschen eine feste Lebensgrundlage zu geben, die in guten Gewohnheiten wurzelt. Wer jeden Tag etwas anderes tut, nicht eine sichere Basis für seine Handlungen hat, der wird ein charakterloser Mensch werden. Einen Grundstock von Gewohnheiten herauszubilden, ist daher der Zeit vom siebenten bis vierzehnten Jahre vorbehalten. Auch auf das Gedächtnis muß in die­ser Zeit eingewirkt werden. Es ist also erforderlich, daß das Kind gediegene Gewohnheiten und einen Schatz von gedächtnismäßigem Wissen erhält. Tatsächlich ist es nur ein Fehler der materialistischen Zeit, zu glauben, daß das Kind möglichst früh zu eigenem Urteil angehalten werden müsse. Man sollte im Gegenteil alles tun, um das Kind davor zu schützen.

De tweede fase

Het zevende jaar is de tijd waarin je het etherlijf kunt opvoeden door middel van bewuste maatregelen. Twee dingen komen hier aan de orde: gewoonten en geheugen, die verbonden zijn met de ontwikkeling van het etherlijf. Al naar gelang de mens deze of die gewoonte heeft, of wel dit of dat in zijn geheugen opneemt, vormt hij zijn etherlijf. Daarom moet je ernaar streven om de opgroeiende mens een stevige basis in het leven te geven die geworteld is in goede gewoonten. Iemand die elke dag iets anders doet en geen stevige basis voor zijn handelingen heeft, wordt een persoon zonder karakter. Het vormen van een basis van gewoonten is daarom voorbehouden aan de periode van zeven tot veertien jaar. In deze periode moet ook aan het geheugen worden gewerkt. Het is daarom noodzakelijk dat het kind degelijke gewoonten aanleert en een schat aan kennis uit het hoofd leert. In feite is het slechts een vergissing van het materialistische tijdperk om te geloven dat het kind moet worden aangemoedigd om zo vroeg mogelijk zijn eigen oordelen te vormen. Integendeel, alles moet worden gedaan om het kind hiertegen te beschermen.

In dieser Zeit soll sich das Kind die Dinge noch auf Autorität hin aneignen. Die Menschen, die um ein Kind herum sind, sollen in dessen zweitem Jahrsiebent nicht lediglich durch Beispiel, sondern direkt durch die Unterweisung auf das Kind ein­wirken. Nicht immer mit dem «warum» und «weil», sondern dadurch, daß alles auf Autorität gebaut ist, werden starke Gedächtnisschätze ausgebildet. Daher muß das Kind von Menschen umgeben sein, auf die es bauen kann, zu denen es Vertrauen hat und die in dem Kinde den guten Glauben an die eigene Autorität wachrufen. Erst nach diesem Lebensabschnitt soll das Kind zur Urteilskraft und zur selb­ständigen Erkenntnis geführt werden. Durch das vorzeitige Frei­machen von der Autorität nehmen Sie dem Ätherleib die Möglich­keit zu gründlicher Ausbildung. Daher ist es am besten, wenn man dem Kind im zweiten Jahrsiebent nicht Beweise und Urteile, sondern Beispiele und Gleichnisse vermittelt. Urteile wirken nur auf den Astralleib, und dieser ist dafür noch nicht frei. Man sollte dem Kinde möglichst viel von großen Persönlichkeiten erzählen. Die An­schauung solcher historischer Persönlichkeiten soll auf das Kind einfach

In deze periode moet het kind nog steeds dingen leren op gezag. In de tweede zevenjaarsfase van het kind moeten de mensen om het kind heen, het niet alleen beïnvloeden door het goede voorbeeld te geven, maar direct door instructie. Niet altijd met het “waarom” en “omdat”, maar doordat alles op autoriteit is gebouwd, worden sterke geheugenschatten gevormd. Daarom moet het kind omringd worden door mensen op wie het kan vertrouwen, in wie het vertrouwen heeft en die bij het kind een goed vertrouwen in zijn eigen autoriteit wekken. [5] Pas na deze levensfase moet het kind geleid worden naar het vermogen om te oordelen en onafhankelijke kennis te verwerven. Door het kind voortijdig vrij te laten wat de autoriteit betreft, ontneem je het etherlijf de kans op een grondige vorming. Het is daarom het beste als het kind in de tweede fase voorbeelden en gelijkenissen gegeven worden in plaats van bewijzen en oordelen. Oordelen hebben alleen invloed op het astraallijf en dat is daar nog niet vrij voor. Het kind moet zoveel mogelijk over grote persoonlijkheden worden verteld. Het inleven in zulke historische persoonlijkheden moet eenvoudigweg

Blz. 65

so wirken, daß es diesen Gestalten nacheifert. Auch die Frage nach dem Tode und der Geburt ist viel besser durch das Beispiel zu beantworten. Wer die Natur heranzuziehen vermag, wird sehen, was er gerade damit bewirken kann. Man führt dem Kind etwa die Raupe vor Augen und zeigt ihm, wie sie sich zur Puppe einspinnt und wie sich aus dieser Puppe schließlich der Schmetterling entfaltet – das ist ein wunderschönes Beispiel für die Entstehung des Kindes aus der Mutter heraus. So kann viel erreicht werden, wenn der Natur selbst Vergleiche entlehnt werden.
Ebenso wichtig ist es, dem Kinde nicht sittliche Grundsätze, son­dern sittliche Gleichnisse einzuschärfen. Deutlich zeigen das einige Aussprüche des Pythagoras. Statt zu deklamieren: Du sollst, wenn du irgend etwas unternehmen willst, dich nicht mit Dingen befassen, deren Erfolglosigkeit du von vornherein absehen kannst! – sagte Pythagoras kurz und bündig: Schlage nicht mit dem Schwert ins Feuer! – Das ist ein besonders gutes Beispiel dafür. Und für die Unterweisung: Du sollst dich nicht in das hineinmischen, wofür du noch nicht reif bist! – wandte er den Satz an: Enthalte dich der Bohnen!

op zo’n manier werken dat het ook zo zou willen zijn. De vraag over dood en geboorte wordt ook veel beter beantwoord aan de hand van een voorbeeld. Wie uit de natuur kan putten, zal zien wat hij daarmee kan bereiken. Je kunt het kind bijvoorbeeld de rups laten zien en hoe deze zichzelf tot een pop spint en hoe de vlinder zich uiteindelijk uit deze pop ontvouwt – dit is een prachtig voorbeeld van het ontstaan van het kind uit de moeder. Er kan zoveel bereikt worden door vergelijkingen aan de natuur zelf te ontlenen. [6]
Het is net zo belangrijk om het kind geen morele principes bij te brengen, maar morele parabels. Dit wordt duidelijk geïllustreerd door sommige uitspraken van Pythagoras. In plaats van te zeggen: Als je iets wilt doen, moet je je niet bezighouden met dingen waarvan je van te voren al ziet dat die geen succes zullen hebben – zei Pythagoras kort en bondig: Sla geen vuur met een zwaard! – Dat is een bijzonder goed voorbeeld. En voor het laten zien: Je moet je niet bemoeien met iets waar je nog niet klaar voor bent! – paste hij de zin toe: Laat die bonen maar!

Das hatte neben der rein physischen auch eine moralische Anwendung. Wenn man im alten Griechenland über irgend etwas entscheiden wollte, verteilte man schwarze und weiße Bohnen und zählte dann ab, wieviel Bohnen von der einen und der anderen Farbe abgegeben wurden. Auf diese Weise wurden auch Wahlen vorgenom­men. In diesem Sinne sagte Pythagoras statt: Ihr seid noch nicht reif, euch in öffentliche Angelegenheiten zu mischen! – einfach: Enthaltet euch der Bohnen!
An die bildende Kraft der Phantasie wird auf diese Weise appelliert, und nicht an die Kraft des Verstandes. Je mehr Sie sich des Bildlichen bedienen, desto mehr wirken Sie auf das Kind. Nichts Schöneres konnte daher die Mutter Goethes tun, als ihrem Sohne schöne mora­lische Erzählungen zu erzählen. Niemals hielt sie ihm Moralpredig­ten. Manchmal wurde sie mit ihrer Erzählung nicht fertig; dann dichtete er sich selbst das Ende dazu.
Besonders nachteilig ist es für den werdenden Menschen, wenn er vor dem vierzehnten Jahre dazu gedrängt wird zu kritisieren, auf

Dit had zowel een morele als een puur fysieke toepassing. Als mensen in het oude Griekenland over iets wilden beslissen, deelden ze zwarte en witte bonen uit en telden dan hoeveel bonen van de ene kleur ze kregen en hoeveel van de andere kleur. Op deze manier werden er ook verkiezingen gehouden. In deze zin zei Pythagoras in plaats van: Je bent nog niet rijp om je met publieke zaken te bemoeien! – Eenvoudig: Laat die bonen maar! [7]
Dit doet een beroep op de creatieve kracht van de verbeelding in plaats van op de kracht van het verstand. Hoe meer je beeldspraak gebruikt, hoe meer effect je op het kind hebt. Goethes moeder* kon daarom niets beters doen dan haar zoon mooie morele verhalen vertellen. Ze hield nooit zedenpreken tegen hem. Soms kon ze haar verhaal niet afmaken; dan verzon hij zelf het einde.

*Goethe’s Mutter

Het is bijzonder nadelig voor de mens in ontwikkeling als hij voor zijn veertiende wordt aangespoord om kritiek te leveren, op

Blz. 66

das eigene Urteil zu bauen, wenn er die wohltätige Macht der um ihn herum weilenden Autoritäten verliert. Es ist sehr schlimm für ihn, wenn keine Persönlichkeiten da sind, zu denen er aufblicken kann. Der Ätherleib verkümmert, wird schwach und siech, wenn er sich nicht an großen Beispielen heraufranken kann. Und dann wirkt es ganz besonders schlimm, wenn er sich vor der Zeit ein eigenes Glaubensbekenntnis aneignet und über die Welt urteilen will. Dazu ist er erst reif, wenn sich sein Astralkörper frei entfaltet. Je mehr man ihn davor behüten kann, vorzeitig zu urteilen und zu kritisieren, desto besser ist es für ihn. Der Erzieher handelt daher klug, wenn er versucht, vor dem Freiwerden des Astralleibes die Wirklichkeit an den Geschehnissen selbst begreiflich zu machen, und den jungen Men­schen nicht zu einem festgelegten Bekenntnis auffordert, wie dies durch die materialistische Bildung immer mehr geschieht. Das Chaos unter den Glaubensbekenntnissen würde schnell verschwinden, wenn dies innegehalten würde.

zijn eigen beoordelingsvermogen op te bouwen wanneer hij de weldadige kracht van de autoriteiten om hem heen verliest. Het is heel slecht voor hem als er geen persoonlijkheden zijn naar wie hij kan opkijken. Het etherlijf verkommert, wordt zwak en ongeschikter als het geen inspiratie kan putten uit grote voorbeelden. En dan heeft het een bijzonder slecht effect als het een soort eigen overtuiging over de wereld ontwikkelt en een oordeel over de wereld wil vellen. Hij is hier pas volwassen genoeg voor als zijn astrale lichaam zich vrij ontvouwt. Hoe meer je kunt voorkomen dat hij voortijdig oordeelt en bekritiseert, hoe beter het voor hem is. De opvoeder handelt daarom verstandig als hij probeert de werkelijkheid begrijpelijk te maken door de gebeurtenissen zelf, voordat het astraallijf vrij wordt en de jonge mens niet vraagt een vaste overtuiging te hebben, zoals steeds meer gebeurt door de materialistische opvoeding. De chaos onder de geloofsovertuigingen zou snel verdwijnen als hier een einde aan werd gemaakt.

Die Urteilskraft, der Verstand sollen möglichst spät herangezogen werden, erst dann, wenn der Sinn für das Individuelle erwacht, mit dem Herauskommen des Astralleibes. Vor­her soll sich der Mensch nicht für das Individuelle entscheiden; da soll es eine Gegebenheit sein, an wen er glaubt. Aber in den Jahren, die jetzt kommen, findet das Individuelle seinen stärksten Ausdruck in der Beziehung der beiden Geschlechter zueinander, wenn das eine Individuum zu dem anderen sich hingezogen fühlt.
So sehen Sie: wenn man die drei Leiber des Menschen richtig studiert, bekommt man in der Tat die allerpraktischste Grundlage für eine richtige Erziehung und Entwickelung des Menschen. Die Geisteswissenschaft ist also nichts Unpraktisches, nichts in den Wol­ken Schwebendes, sondern etwas, das uns die beste Anleitung gibt, ins Leben einzugreifen.
Das ist es gerade, was die heutige geisteswissenschaftliche Vertie­fung so notwendig macht, weil die Menschen sonst in eine Sackgasse geraten würden. Man tadelt heute die früheren Zeiten, weil die Kinder nicht frühzeitig aufgerufen wurden, um über Gott und die Welt zu entscheiden. Das war aber nur ein ganz gesunder Instinkt. Heute muß man das wieder mehr und mehr bewußt erreichen. Das instinktive

Derde fase

Het beoordelingsvermogen en het intellect moeten zo laat mogelijk gebruikt worden, pas wanneer het gevoel voor het individuele ontwaakt, met de ontwikkeling van het astraallijf. [8] Voor die tijd moet de mens niet oordelen over het individuele; daar moeten het de feiten zijn waarin hij gelooft. Maar in de jaren die nu komen, vindt het individuele zijn sterkste uitdrukking in de relatie tussen de twee seksen, wanneer het ene individu zich aangetrokken voelt tot het andere.

De noodzaak van antroposofie

Dus je ziet, als je de drie lichamen van de mens op de juiste manier bestudeert, krijg je in feite de meest praktische basis voor een juiste opvoeding en ontwikkeling van de mens. Spirituele wetenschap is dus niets onpraktisch, niets dat in de wolken zweeft, maar iets dat ons de beste leidraad geeft om in het leven doelbewust te handelen.
Dit is precies wat de hedendaagse geesteswetenschappelijke verdieping  zo noodzakelijk maakt, omdat mensen anders op een dood spoor zouden belanden. Mensen bekritiseren tegenwoordig vroegere tijden omdat kinderen niet op jonge leeftijd werden opgeroepen om te oordelen over God en de wereld. Maar dat was juist een heel gezond instinct. Vandaag de dag moet dat steeds bewuster gebeuren. Het instinctieve

Blz. 67

Erkennen von früher ist verschwunden, damit aber auch eine gewisse Sicherheit für einzelne Dinge des Lebens. Nun darf das Menschen­geschlecht jedoch nicht plötzlich zugrunde gerichtet werden. Wenn man auf dem Erziehungsgebiet, in der Medizin, Rechtswissenschaft und so weiter radikal den Grundsätzen des Materialismus gefolgt wäre, dann würde unsere menschliche Ordnung wohl schon längst in die Brüche gegangen sein. Man konnte aber nicht alles zerstören: ein Teil von früher ist geblieben. Weil der Materialismus die Menschen notwendig in eine Sackgasse hineinführen würde, darum ist die geisteswissenschaftliche Bewegung notwendig.
Lehrer, die wirklich noch eine Empfindung für die Kindesseele haben, ersticken einfach unter dem Schulschematismus und den Vor­schriften, die eine Karikatur dessen sind, was in Wirklichkeit da sein sollte, und die herausgeboren sind aus dem Aberglauben, daß man es nur mit dem physischen Leibe zu tun hätte. Davor schützt auch nicht religiöse Gläubigkeit. Es kommt vielmehr darauf an, daß die Men­schen für das Spirituelle einen Sinn bekommen, für das, was über das Sinnesleben wirklich hinausgeht.

weten in het verleden is verdwenen, maar daarmee ook een bepaalde zekerheid voor sommige dingen in het leven. Het menselijk ras mag echter niet plotseling vernietigd worden. Als de principes van het materialisme radicaal zouden zijn gevolgd op het gebied van onderwijs, geneeskunde, recht enzovoort, dan zou onze menselijke orde waarschijnlijk allang zijn ingestort. Maar niet alles kon vernietigd worden: een deel van het verleden is gebleven. Omdat materialisme mensen noodzakelijkerwijs naar een doodlopende weg zou leiden, is de spiritueel-wetenschappelijke beweging noodzakelijk.
Leraren die echt nog gevoel hebben voor de ziel van het kind, stikken gewoon onder het schoolschematisme en de leefregels, die een karikatuur zijn van wat er werkelijk zou moeten zijn, en die voortkomen uit het bijgeloof dat men zich alleen met het fysieke lichaam bezig hoeft te houden. Religieus geloof beschermt hier niet tegen. Het is veeleer belangrijk dat mensen gevoel krijgen voor het spirituele, voor dat wat het zintuiglijke leven werkelijk overstijgt.

Deshalb werden auch nicht die Leute das Richtige finden können, die sich in Bezug auf die Erzie­hungsgrundsätze an äußere Formeln halten. Sie klammern sich an das traditionelle kirchliche Dogma, wollen aber nichts von der Ent­wickelung des Geistes wissen. Damit haben wir es vor allem zu tun. Was heute not tut, das muß aus spirituellen Welten kommen. Denn was der Materialismus gezeitigt hat, ist nur geeignet, die Menschen am physischen Leibe und den höheren Leibern krank zu machen. Eine schwere Krisis wäre unausbleiblich, wenn nicht eine geistige Vertiefung der Menschheit Platz greifen würde. Es gibt manches, das wie mit Fingern auf die wichtigen Entscheidungen, die sich heute innerhalb unserer Menschheit vollziehen, hindeutet. Man muß die Dinge innerlich betrachten, äußere Formen machen es nicht aus. Die Sehnsucht und das Hinneigen nach dem Geiste läßt sich bei den Men­schen nicht töten. Einem Teil der Menschen, die eine solche Sehnsucht haben, kam der Spiritismus entgegen. Da will man den Geist auf eine materielle Art beweisen. Bemerkenswert ist nun, wie sich die katho­lische Kirche dazu verhält, die es doch eigentlich nur mit Spirituellem

Daarom zullen mensen die vasthouden aan uiterlijke formules als het gaat om opvoedingsprincipes niet in staat zijn om het juiste te vinden. Ze houden vast aan traditionele kerkelijke dogma’s, maar willen niets weten van de ontwikkeling van de geest. Daar hebben we vooral mee te maken hebben. Wat vandaag nodig is, moet uit geestelijke werelden komen. Want wat het materialisme heeft voortgebracht is alleen in staat om mensen ziek te maken in het fysieke lichaam en de hogere lichamen. Een ernstige crisis zou onvermijdelijk zijn als er geen spirituele verdieping van de mensheid zou plaatsvinden. Er zijn veel dingen die verwijzen naar de belangrijke beslissingen die vandaag de dag binnen onze mensheid plaatsvinden. Je moet de dingen innerlijk bekijken, uiterlijke vormen maken het verschil niet. Het verlangen en de neiging naar de geest kan niet gedood worden in mensen. Sommige mensen die zo’n verlangen hebben, worden bediend door het spiritisme. Zij willen de geest op een materiële manier bewijzen. Opmerkelijk is nu hoe de katholieke kerk, die eigenlijk alleen met het spirituele bezig zou moeten zijn, zich hier tegenover opstelt:

Blz. 68

zu tun haben sollte: eine jede äußere Handlung ist hier die Abspiege­lung von etwas Spirituellem. Aber es ist merkwürdig, was sich gerade jetzt zugetragen hat: daß nämlich in kirchlichen Kreisen jemand nach einem äußeren Beweis für das Geistige sucht. Jetzt ist ein Buch von Lapporn; dem Leibarzt des Papstes erschienen, der darin geradezu für den Spiritismus eintritt. Das ist deshalb so sonderbar, weil die Men­schen, an die sich diese Publikation wendet, offensichtlich gar nicht mehr spirituell gesinnt sind; sie brauchen einen handgreiflichen Be­weis für das Vorhandensein einer geistigen Welt. Es ist schon des Nachdenkens wert, wenn der Leibarzt des Papstes für den Spiritismus eintritt. Da ist die Sehnsucht nach der geistigen Welt vorhanden, aber kein Verständnis für die eigene Lehre von der geistigen Welt.
So schleicht sich der Materialismus in die Religionen hinein, die im Grunde ganz und gar nicht materialistisch sein sollten. Daher können Sie sehen, wie bedeutsam eine Bewegung ist, die an die wirkliche Er­kenntnis des Geistes im Menschen appelliert, die dem Leben indessen nicht asketisch und fremd gegenübersteht, sondern jeden Augenblick die praktische Bedeutung dieses Geistigen erst recht begreiflich macht.
Aber nun sollen wir auch nicht fragen:

Elke uiterlijke handeling is hier de weerspiegeling van iets geestelijks. Maar het is vreemd wat er zojuist is gebeurd: namelijk dat iemand in kerkelijke kringen op zoek is naar extern bewijs van het spirituele. Nu is er een boek verschenen van Lapponi*, de persoonlijke arts van de paus, die daarin m.n. voor het spiritisme pleit. Dit is zo vreemd omdat de mensen tot wie deze publicatie is gericht, duidelijk niet meer spiritueel zijn ingesteld; zij hebben behoefte aan tastbaar bewijs van het bestaan van een geestelijke wereld. Het is het overdenken waard wanneer de persoonlijke arts van de paus het spiritualisme bepleit. Er is een verlangen naar de spirituele wereld, maar geen begrip van de doctrine van de spirituele wereld.

*Het stenogram is hier niet volledig; het boek was t.t.v. de voordracht nog niet vertaald.

Zo sluipt materialisme religies binnen die helemaal niet materialistisch zouden moeten zijn. Daarom kun je zien hoe belangrijk een beweging is die appelleert aan de werkelijke kennis van de geest in de mens, die echter niet ascetisch is en  van het leven vervreemd, maar juist de praktische betekenis van deze spiritualiteit op elk moment pas echt begrijpelijker maakt.

Maar nu moeten we niet vragen:

Wie kann ich in mir schnell alle möglichen okkulten Kräfte ausbilden? – oder: Wie kann ich mich einspinnen, um nur mit der Wirklichkeit nicht in Berührung zu kom­men? – Wer so fragt, ist ein Egoist und nichts anderes als ein geistiger Feinschmecker. Wenn man alles nur genießen will, was einem geistig gefällt, so verhält man sich nur etwas raffinierter als ein anderer, der mit dem Feinschmecken beim Frühstück anfängt Wem der leibliche Geschmack verdorben ist, der kommt manchmal zu den raffiniertesten geistigen Gerichten. Der ist im richtigen Sinne Theosoph, der sich bemüht, das Leben zu begreifen und dem Leben zu dienen, und die Eltern sind theosophisch gesinnt, die ihre Aufgabe darin sehen, das Kind bei jedem Schritt, den es tut, in seiner Entwickelung zu för­dern. Sagen Sie nicht: Wie können wir das in unserer Zeit? – Da muß man wiederum wissen: Es kommt darauf an, bewußt festzuhalten, daß die Seele das Ewige ist. Der Mensch ist bereit, an ein ewiges Leben zu glauben, in das er nach seinem Tode möglichst sofort ein­gehen möchte. Wer aber wirklich davon überzeugt ist, daß die Seele

Hoe kan ik snel allerlei bovenzinnelijke krachten in mezelf ontwikkelen? – Of: Hoe kan ik mezelf zo terugtrekken dat ik niet in contact kom met de werkelijkheid? – Wie zulke vragen stelt, is een egoïst en niets meer dan een spirituele fijnproever. Als je alleen maar wilt genieten van alles wat je spiritueel behaagt, dan gedraag je je alleen maar iets geraffineerder dan iemand anders die bij het ontbijt eerste de lekkere dingen pakt. Degene wiens lichamelijke smaak bedorven is, komt soms tot de meest geraffineerde spirituele gerechten. Een antroposoof in de juiste zin van het woord ben je als je ernaar streeft het leven te begrijpen en het leven te dienen, en ouders zijn antroposofisch ingesteld als ze het als hun taak zien om het kind bij elke stap die het zet aan te moedigen in zijn ontwikkeling. Zeg niet: Hoe kunnen we dat doen in onze tijd? – Nogmaals, je moet weten: Het is belangrijk om te beseffen dat de ziel eeuwig is. De mens is bereid te geloven in een eeuwig leven, waar hij na zijn dood zo snel mogelijk wil zijn. Maar voor wie er echt van overtuigd is dat de ziel

Blz. 69

ein Ewiges ist, für den bedeutet die Zeit vom zweiten bis achtzigsten Jahre nur einen Unterschied von achtundsiebzig Jahren, und was ist das gegen die Ewigkeit? Dann glaubt man an die Ewigkeit des Da­seins, und das muß man auch fühlen und Geduld haben. Wir müssen uns angewöhnen, im Dienst der ganzen Menschheit zu wirken. Es kommt daher gar nicht darauf an, ob wir das, was wir uns aneignen, wirklich gleich anwenden können; sondern vor allem müssen wir im­mer danach streben, es anzuwenden, und irgendein kleines Feld dafür findet schließlich jeder. Wenn aber jeder nur herumkritisiert, so wird niemals etwas zustande kommen. Besser ist es, ein ganz klein wenig zu tun und uns nicht zu beklagen, daß wir das Gelernte nicht an­wenden können, anstatt überhaupt nichts zu tun. Das ist das, was wir uns als praktisches Gesetz in die Seele schreiben sollten. Unser Leben wird ganz von selbst anders, wenn wir uns so in die Geisteswissen­schaft hineinarbeiten, und ohne daß der Mensch etwas merkt, gestaltet er die Welt um, wenn er Theosoph wird. Die Hauptsache und das Klügste, was wir tun können, ist, die Geisteswissenschaft erst einmal in ihrem Wesenskern erfassen und dann möglichst intensiv danach zu leben. Dann führen wir sie ins Leben ein; das andere wird sich schon von selbst gestalten.

eeuwig is, is de tijd van het tweede tot het tachtigste jaar slechts een verschil van achtenzeventig jaar, en wat is dat vergeleken met de eeuwigheid? Dan geloof je in de eeuwigheid van het bestaan, en dat moet je ook voelen en geduld hebben. We moeten er een gewoonte van maken om in dienst van de hele mensheid te werken. Het is daarom helemaal niet belangrijk of we wat we geleerd hebben meteen echt kunnen toepassen, maar we moeten er vooral altijd naar streven om het toe te passen, en iedereen zal daar uiteindelijk een klein werkveld voor vinden. Maar als iedereen alleen maar kritiek heeft, komt er nooit iets van terecht. Het is beter om een klein beetje te doen en niet te klagen dat we het geleerde niet kunnen toepassen dan om helemaal niets te doen. Dit zouden we in onze ziel moeten schrijven als een praktische wet. Ons leven wordt vanzelf anders als we ons op deze manier in de spirituele wetenschap inwerken, en zonder het te beseffen verandert iemand de wereld als hij antroposoof wordt. Het belangrijkste en verstandigste wat we kunnen doen is eerst de essentie van de spirituele wetenschap te begrijpen en er dan zo intensief mogelijk naar te leven. Dan introduceren we het in het leven; de rest zal voor zichzelf zorgen.

Eine Mutter, ein Lehrer, die Theosophen sind, werden ganz von selbst anders handeln, als ein Mensch, der davon keine Ahnung hat. Wer da weiß, was für ein Gebilde der Mensch ist, der wird auch ganz instinktiv das verschiedenartige Werden beim sich entwickelnden Menschen beobachten. Vor allem würde durch echte theosophische Vertiefung eine solche Heuchelei aufhören, daß die Großen erst alles mögliche Allotria treiben und dann mit todernsten Grundsätzen in die Kinderstube treten. Das kommt eben daher, daß die Menschen keinen Glauben an den Geist haben.
So haben wir wieder einen Einblick gewonnen, daß Geisteswissen­schaft etwas ist, was der Lebenspraxis angehört, und daß es eines der unsinnigsten Vorurteile ist, wenn Gegner sagen, sie bringe vom Le­ben ab. In Wahrheit führt sie ins Leben hinein. Heute fühlt sich noch jeder, der ein braver Spießbürger ist, erhaben, wenn er über die Theosophie reden kann, aber es wird eine Zeit kommen, in der man

Een moeder, een leraar die antroposoof is, zal uit zichzelf anders handelen dan iemand die er geen idee van heeft. Wie weet wat voor wezen een mens is, zal ook instinctief de verschillende soorten ontwikkeling in de evoluerende mens waarnemen. Bovenal zou door echte antroposofische verdieping een einde komen aan zulke hypocrisie dat de groten zich eerst bezighouden met allerlei soorten onbenulligheden en dan de kinderkamer ingaan met bloedserieuze principes. Dit komt juist omdat mensen geen vertrouwen hebben in de geest.
Zo hebben we weer inzicht gekregen in het feit dat spirituele wetenschap iets is dat bij de praktijk van het leven hoort, en dat het een van de meest absurde vooroordelen is als tegenstanders zeggen dat het van het leven wegleidt. In werkelijkheid leidt het naar het leven. Vandaag de dag voelt iedereen die een brave burger is zich nog steeds verheven als hij over antroposofie kan praten, maar er zal een tijd komen waarin

Blz. 70

anders urteilen wird. Man wird einmal einsehen, wo die wahre Lebens­freudigkeit liegt. Die Zukunft wird kommen, wo man sagen wird:
Das waren die großen Reaktionäre, die es mit einer unmöglich in die Zukunft hineinführenden Zeitströmung hielten, die nichts wissen wollten von der großen Praxis des Lebens, welche den Menschen neue Erkenntnisse des Geistes ankündigt, wie sie uns durch die theo­sophische Weltanschauung gegeben werden, Erkenntnisse, die sich in uns befestigen und immer praktischer werden sollen durch die an­gefachte und in uns lebendig wirkende theosophische Gesinnung.

men anders zal oordelen. Op een dag zullen mensen beseffen

waar de ware vreugde van het leven ligt. De toekomst zal komen dat mensen zullen zeggen:
Dat waren de grote reactionairen die vasthielden aan een stroming van de tijd die onmogelijk naar de toekomst kon leiden, die niets wilden weten van de grote praktijk van het leven, die de mensheid nieuwe inzichten van de geest aankondigt, zoals ze ons worden gegeven door het antroposofische wereldbeeld, inzichten die stevig in ons verankerd moeten raken en steeds praktischer worden door de antroposofische houding die in ons is aangewakkerd en levend is.
GA 96/60

[1] Over de naamgeving etherlichaam of etherlijf
[2] Over het Ik
[3] Over spel
[4] Over nabootsing
[5] Over autoriteit
[6] Over vlinder en ziel
[7] Over deze uitspraken van Pythagoras
In het oude Griekenland werden lagere ambtenaren gekozen door één witte boon met een lading zwarte bonen in een “bonenmachine” te doen. Wie de witte boon pakte, kreeg de baan. [bron]
[8] Over oordelen

.

Rudolf Steiner over pedagogiek: alle artikelen op deze blog

Algemene menskunde: alle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

3465-3262

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – N.a.v. een artikel over natuurkunde

.

Het betreft dit artikel  waarin ik opmerkte:

Ik raakte er na de periode en wat ik las of bij anderen zag, steeds meer van overtuigd dat de leerlingen te weinig zelf DOEN.

In Trouw van 12-04-2025 stond een artikel over de Raspberry Pi-competitie.

Bedrijven en de overheid vinden het maar lastig: hoe zorg je dat meer jongeren kiezen voor een technisch beroep? Jongeren zelf vinden het niet zo ingewikkeld. ‘Geef ons de kans om te ontdekken hoe leuk techniek is.’

Een prachtig antwoord, gegeven door de leerlingen zelf. In het artikel zijn ze ca. 14-16 jaar. Dat is dus de leeftijd van de bovenbouw van de vrijeschool.

Het artikel is hier te vinden. Mocht de link niet openen, dan heb ik eventueel een gescand exemplaar, via vspedagogie@gmail.com

Hoewel ik geen bovenbouwleraar ben geweest en dus al helemaal geen leraar natuurkunde daar, zie ik allerlei lijntjes naar wat Steiner ook zo belangrijk vond voor ‘eigentijds in het leven staan’: de voorwerpen die je gebruikt, doorzien, de werking kennen; de toepasbaarheid in het dagelijks leven. 

Heel leerzaam wat een leerling hier zegt:

Met de vraag van bedrijfsleven en overheid in het achterhoofd): Waarom kiezen dan toch zo weinig jongeren voor techniek?

Het niveau van het technische gedeelte op het vwo is veel te laag, vindt Joran. “Ik hoop voor later, als mijn kinderen naar school gaan, dat er meer met de handen wordt gewerkt. Veel studen­ten doen een bachelor. Altijd in de boeken gezeten, maar ze kunnen nog niets. Daar lopen ze tegenaan als ze afgestudeerd zijn. Terwijl met je handen werken zo leuk is!”

Stijn: “Naast ons gebouw zit het gebouw van de tl-opleiding voor vmbo. We wisten het niet, maar daar hebben ze een lokaal vol met mooie dingen. 3D-printers. Een robotarm die je kunt programmeren.”

Zouden ze daar graag vaker heen willen? In koor: “Jaaaaaaü!” Stijn: “Hoeveel 3D-printers hebben we op het vwo? Nul.”

Hun oplossing om meer jongeren voor techniek te laten kiezen is sim­pel: “Geef vwo- en havo-leerlingen ook de kans om te ontdekken hoe leuk het is. Ik kwam er pas na drie jaar achter dat dat lokaal er was.

Daar baal ik nu nog van!” zegt Joran. “Ik denk dat veel meer mensen voor techniek kiezen als ze merken hoe leuk het is. Als ik de hele dag natuur­kunde uit een schrift moet leren, wil ik later geen natuurkunde studeren.”

Stijn en Sven knikken. Stijn: “We doen wel wat proefjes, maar die zijn al vastgelegd. Je kunt niet zelf kie­zen wat je doet. Dus is er niks aan.” Dat geldt voor veel technische vak­ken op havo en vwo, zeggen ze.

Bij Pieter speelt dat ook. Binnen­kort begint hij met het bouwen van een robot. Voor de lol, hij heeft er zin in. “Ik heb op school informatica gekozen.” Een leuk vak voor een jongen die kan programmeren, zou je denken. Maar nee, het valt hem zwaar tegen. Hij mijdt het zelfs: “Met die robots hoef je de les niet te volgen.” Hij wil zelf kiezen wat hij doet, de vakken zijn voorgekauwd en dus saai.

In het artikel over natuurkunde in de 6e klas, opperde ik het zelf bouwen van bv. een monochord.

Van andere scholen weet ik het niet, maar in Bussum gebeurt(de) het:

 

In de 10e klas in Zutphen werden ze gemaakt bij houtbewerking:

.

Natuurkundealle artikelen

6e klasalle artikelen

10e klas: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: 6e klas: alle beelden

.

3459-3256

.

.

.

VRIJESCHOOL – Taalraadsel (nieuw)

.

Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.

De 5e-, 6e-klasser moet dat wel kunnen: goed lezen en iedere letter goed bekijken en logisch erin plaatsen. 

Analyseren en synthetiseren:

Weet je de betekenis van alle woorden? 
Zoek het op in het woordenboek.
Kan je met die woorden nu een zin maken?

Oplossing:

.

Alle taalraadsels

Alle rekenraadsels

Alle breinbrekers

Alle ‘gewone’ raadsels

 

8-12

VRIJESCHOOL – De wereld is waar…. (9-5-3-7)

.

Hoe WAAR is de wereld voor de opgroeiende mens vanaf 12 jaar?
Zie de inleidende gezichtspunten.

Waar kun je als leerkracht enthousiast over worden en als ideaal aan je leerlingen laten zien?

Je kan – dat overkwam mij bij het lezen van zo’n artikel – van binnen warm worden, je dankbaar voelen ‘dat er zulke mensen zijn’.

Iets positiefs ervaren: als we dat onze leerlingen eens konden meegeven.

.
Manfred van Doorn en Annelijn Steenbergen, Antroposofisch Magazine 8, dec. 2017

.

De paradox van schenken is dat het jezelf verrijkt

VRIJE GROND 

.

In de afgelopen vier decennia heeft de Stichting Grondbeheer met schenkgeld en obligaties 260 hectare landbouwgrond aangekocht. Deze hectares zijn vrije grond: het is geen persoonlijk eigendom meer. Deze hectares staan echter wel onder toezicht: zodat ze nu en in de toekomst beheerd worden door biodynamische boeren.

Waar komt het begrip ‘vrije grond’ vandaan? Om dit te duiden moeten we twee grote mythes* in de wereld nader bekijken. Allereerst de kerk die destijds een concept introduceerde: schuld. Het schuldbegrip is niet tastbaar, maar door verhalen zoals de erfzonde is het levensecht gemaakt. Door de vruchten van hun arbeid aan de kerk te geven konden boeren en burgers die schuld afkopen. Dankzij dit concept is de kerk nog steeds een van de grootste vastgoedmagnaten ter wereld.

En hierna waren er een paar slimme bankiers die ontdekten dat je geld kunt creëren zonder dat er iets tegenover staat. Sindsdien zetten bankiers een paar cijfers en nullen neer en zeggen: nu heb jij geld om een huis te kopen, maar je staat wel bij mij in de schuld. Vervolgens betaal je via rente twee keer het bedrag terug datje ooit hebt geleend.

Bezit

Er is een belangrijke samenhang tussen het oude en nieuwe schuldconcept. Het zijn beide onderdrukkingstechnieken die voortkomen uit het materialisme. Mensen aan de top – van kerken of banken – verrijken zichzelf ten koste van de gemeenschap. Gelukkig ontdekken steeds meer mensen dat de wisseltruc van ‘rente’ voor ‘schuld’ een immoreel spelletje is waar zij niet meer aan willen meedoen.

Om ons heen worden op dit moment diverse gezonde ideeën geboren, zoals het basisinkomen, de thuiszorgorganisatie Buurtzorg en de actie ‘schuldvrij’ van de Correspondent. Deze verfrissende oplossingen zijn de eerste rimpelingen van de volgende emancipatiegolf: onszelf bevrijden van top-down machtsstructuren. Deze paradigmaverschuiving heeft alles te maken met de definitie van bezit.

Rutger Bregman, een voorvechter van het basisinkomen, legt dat heel mooi uit in zijn lezingen. Hij zegt dat wij onze huidige bezittingen en welvaart voor 90 procent te danken hebben aan de generaties voor ons. Doordat de monniken de zee inpolderden, de kooplieden in de gouden eeuw de grachtenpanden bouwden en onze grootouders de wegen aanlegden, leven wij nu in grote rijkdom. Omdat dit de verdienste is van het collectief – en niet van een paar individuen – pleit Bregman ervoor om die welvaart dan ook rechtvaardig te verdelen via een basisinkomen voor iedereen.

Stichting Grondbeheer zegt in essentie hetzelfde. Vruchtbare landbouwgrond is het levenswerk van de boeren voor ons. Die kostbare bron krijgen we zomaar cadeau. Dat geschenk is niet van enkelen, maar van de gehele mensheid en van de toekomst. Naast het vruchtgebruik hebben we dus ook de plicht om het zorgvuldig te beheren. De eerste stap van Stichting Grondbeheer is dan ook om de grond aan te kopen met schenkgeld en obligaties zodat het geen persoonlijk eigendom meer is. Vervolgens gaan zij het beheren. Dat doen ze door het voor een zeer schappelijke pacht beschikbaar te stellen aan biodynamische boeren. En wanneer de boeren van vandaag met pensioen gaan, zorgt Stichting Grondbeheer ervoor dat de hectares doorgegeven worden aan de boeren van morgen.

Schenken verbindt

Het werk van Stichting Grondbeheer is een koploper binnen de grote transformatie van ‘hebben’ naar ‘zijn’. Daarbij gaat het er om dat mensen zich niet meer vastklampen aan persoonlijk bezit, maar zingeving ervaren in het gemeenschappelijke gebruik. In dat kader krijgt geld een totaal nieuwe betekenis: het is een middel waarmee jij bewust kunt investeren in datgene wat jij belangrijk vindt in de wereld. Of, zoals Triodos Bank het zegt: Buy the change.

Schenkgeld gaat nog een stapje verder. Dat gaat erover dat jij het leven, zoals Bregman dat ook benoemt, als geschenk kunt ervaren van je ouders en voorouders. Als dat oprecht lukt, gebeurt er iets magisch: dat gevoel van dankbaarheid roept namelijk de wil op om te schenken. De paradox van schenken is dat het jezelf verrijkt. Je zult ervaren dat je een wezen bent dat verbonden is met het grote geheel. In het Engels heten we niet voor niets ‘human beings’ en niet ‘human havings’. Bovendien is dat gevoel van verbinding aantoonbaar goed voor je gezondheid.

Emancipatie

Het vrij maken van landbouwgrond is een gebaar dat thuishoort in de nieuwe emancipatiegolf. Het is als een psychologisch ontwaken; afscheid nemen van een schuldeconomie ten gunste van een schenk-economie. De initiatieven die wij zien binnen deze emancipatiegolf hebben overigens een duidelijke samenhang: ze dienen het belang van de volgende generaties. En als de volgende generaties één belang hebben, dan is het wel vruchtbare landbouwgrond. Dat is letterlijk de basis van ons voortbestaan. 

*De schrijvers gebruiken hier het woord ‘mythe’ in de zin waarin het meestal wordt bedoeld: een leugen o.i.d. 
Door het in deze context te blijven gebruiken, werken we mee aan het ‘verduisteren’ van de diepere betekenis van ‘de mythe’.

.

bdgrondbeheer.nl

naoberhoeve500.nl

hondspol500.nl

Algemene menskunde: de wereld is waar

Sociale driegeleding: alle artikelen

7e klas: voedingsleer

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3456-3253

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Vrijeschool versus overheid

.

Andreas Driessen, Antroposofisch Magazine, dec. 2017  nr. 8
.

Vrijeschoolleraren houden ervan hun lessen zelf vorm te geven. Het periodeonderwijs is hiervan een goed voorbeeld. Daarin werkt een klas wekenlang ’s ochtends aan een vast thema, bijvoorbeeld op het gebied van taal, rekenen, aardrijkskunde of geschiedenis. Als leraar zoek je binnen een thema naar een ingang die jezelf en daarmee de leerlingen raakt Als de interesse gewekt is, gaat het leerproces vanuit het ervaren naar het eigen maken van de kennis.

Binnen gegeven kaders hebben leerlingen vrijheid om dit op hun eigen manier te verwerken in hun periodeschriften, via teksten, gedichten en tekeningen. Hierin schuilt een grote waarde die niemand mooier kan verwoorden dan Henry Ford [1863-1947] deed: ~lf you chop your own wood, it will warm you twice”. Vanuit een actieve betrokkenheid krijgen de leerlingen de kans intrinsiek betrokken te zijn bij hun eigen leerproces.

Met mijn zesde klas stond ik in september een maand lang stil bij de Romeinse geschiedenis. We begonnen met leren marcheren en elke dag kwamen er nieuwe bevelen bij. Na verloop van tijd namen leerlingen de rol van generaal van het legioen over. Op een ochtend marcheerde de gehele klas strak in de maat door de wijk van de school, toen er plotseling een vuilniswagen voorbijreed. Ineens klonk er het bevel ‘aanvallen’, waarna de hele klas prepubers er in volle vaart achteraan rende. Een tevreden meester bleef achter; de Romeinen werden beleefd. Naast ‘de slag rond de vuilniswagen’ haalde ik veel voldoening uit het bekijken van de prachtige periodeschriften van mijn Romeinen.

Heb ik nu gedaan wat de overheid van mij als leraar verlangt? Ik ken veel leraren die de overheid zien als iets abstracts dat de vrijheid van de leraar beperkt en dingen oplegt die óók nog moeten gebeuren. Wat de overheid doet, is het stellen van algemene doelen per vakgebied. Veel scholen kiezen leermethodes en boeken als middel om aan deze vakgebieden te werken. Vervolgens wil de inspectie dat een school kan laten zien dat deze de leerlingen volgt. Dit betekent dat je als leraar inzichtelijk maakt dat de ene leerling baat heeft bij meer oefening en een bovengemiddelde leerling extra uitgedaagd moet worden. Alle vrijescholen hebben hier professionele leerlingvolgsystemen voor.

Steeds vaker komen er leermethodes voor taal en rekenen de vrijeschool binnen. Ik hoop dat deze als hulpmiddel blijven dienen en dat de leerkracht, vanuit zijn eigen creativiteit, de dirigent zal blijven van zijn koor. Ver weg ziet de overheid licht, dat een knetterend vuurtje zou kunnen zijn. Ze vinden dit goed, al zullen ze er weinig weet van hebben dat de leerlingen hun eigen hout gesprokkeld hebben. 

.

Periodeonderwijs: alle artikelen

100 jaar vrijeschool: alle artikelen

Vrijheid van onderwijs: alle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3455-3252

.

.

.

.