..
Hannelore Blume/ Suse König
.
De voorbereiding van de volwassene
Om te komen tot wat je ‘elementaire’ euritmie voor jonge kinderen zou kunnen noemen, is het niet nodig om de rijke verscheidenheid van de kunstzinnige euritmie te vereenvoudigen of aan te passen in kindvriendelijke vormen; de euritmist moet zich veeleer terugverplaatsen naar de fundamentele elementen van de kunstvorm. Dit is in feite het omgekeerde van de gebruikelijke aanpak. Bij vereenvoudiging laat je zaken weg, terwijl het zoeken naar de oorspronkelijke essentie juist vraagt om een intensievere verdieping in de materie.
De innerlijke voorbereiding op euritmie met jonge kinderen houdt daarom een proces van rustige, persoonlijke verkenning in. Je kan bijvoorbeeld de (weinige) specifieke spraakklanken die voor de les bedoeld zijn, herhaaldelijk vanuit verschillende invalshoeken oefenen – waarbij je let op hun kleur, vorm en innerlijk ritme, evenals de bijbehorende voorbereidende gebaren – om zo gevoel te krijgen voor het karakter van de vormgevende kracht van de klank. Alleen op die manier kan men intuïtief aanvoelen welke klanken geschikt zijn voor jonge kinderen en welke minder, of bepalen of een bepaalde klank wellicht vaker gebruikt zou moeten worden om therapeutische redenen. Wie streeft naar dit achtergrondbegrip, hoeft niet onzeker te zijn bij het opzetten van een euritmieles voor kinderen.
Het is belangrijk dat de les (die niet de volle zestig minuten hoeft te duren) een natuurlijk ‘ademend’ karakter heeft: een balans tussen snelle en langzame, luide en zachte, en kleine en grote bewegingen, evenals de juiste verhouding tussen arm- en beenbewegingen, spraak en muzikale klank. Dit innerlijke ritme moet worden afgestemd op de toestand van de kinderen en flexibel genoeg blijven om aanpassingen mogelijk te maken. Als kinderen bijvoorbeeld onrustig binnenkomen, helpen langzame, kalme bewegingen meestal niet. Het is het beste om aan te sluiten bij de situatie zoals die zich voordoet en hen vervolgens via beweging te leiden naar wat je wil aanbieden – net zoals het jonge kind het gemakkelijkst te begeleiden is door activiteit en doen. Niet de gemoedstoestanden van de volwassene worden door hen opgepikt, maar de handelingen. Het vermogen en de behoefte van het jonge kind om na te bootsen, vormen de sleutel tot alles. Ze willen volledig opgaan in het doen; uitleg, lof of plotselinge verzoeken om iets zelfstandig te laten zien of uit eigen beweging te stoppen, halen hen uit die flow. De kinderen worden dan moe, kritisch of gaan gek doen. Dit gedrag is simpelweg een teken dat de kinderen niet in hun element zijn – het element van nabootsing.
Nabootsing is een fundamentele fase van de menselijke vrijheid en de noodzakelijke basis daarvan. Wanneer je deze twee begrippen samen beschouwt – “het jonge kind is pure wil en puur zintuigorgaan” – herken je de twee elementen die ook het vrije oordeel en handelen van de bewuste mens, de volwassene, kenmerken. De krachtige uiting van de eigen creatieve impuls en de onbevangen waarneming van de handelingen van een ander vormen de twee pijlers van het sociale leven. In een groep kinderen is duidelijk waar te nemen dat nabootsing geworteld is in de diepste menselijke kracht: de kracht van het “Ik”. Want hoewel alle kinderen dezelfde volwassene meemaken, zie je een grote verscheidenheid aan metamorfosen in de manier waarop zij opnemen wat ze zien. Het ene kind doet misschien met elke vezel van zijn lichaam mee, terwijl het andere dat wellicht alleen met de ogen of een lichte handbeweging doet. Het ene kind heeft misschien heel levendig in zich opgenomen hoe reuzen stampen, terwijl het andere zich richt op hoe de dwergen hameren bij het geluid van een zilveren belletje.
De volwassene grijpt niet van buitenaf in op deze stroom van de kinderwil; hij toont simpelweg zijn eigen handelingen. Zo zijn nabootsing en vrolijkheid de twee elementen die de sfeer bepalen waarin het jonge kind leeft. Wanneer je bedenkt dat het kind bezig is te incarneren – zijn ziel-geest-natuur te verbinden met zijn fysieke lichaam – begrijpt je hoe vrolijkheid (in tegenstelling tot louter uitgelatenheid) de nodige “lichtheid” biedt om de verschillende aspecten van zijn wezen met elkaar in harmonie te brengen.
Als de zoektocht naar de ware aard van het kind tijdens de eerste zevenjaarsperiode – naast het voortdurend herontdekken en verwarmen van de geest door middel van euritmie – de achtergrond vormt, kan je vol vertrouwen en vrijheid op uiteenlopende manieren vormgeven aan een les. Soms rijst de vraag: waarin verschilt kindereuritmie van de kringspelen en ochtendkringen op de kleuterschool? De inhoud en teksten zijn immers vaak vergelijkbaar of zelfs identiek. Het wezenlijke verschil is echter dat het bij kringspelen gaat om het nadoen van menselijke bewegingen die ontleend zijn aan het dagelijks leven en de natuur. Hoewel deze bewegingen op artistieke en ritmische wijze worden uitgevoerd, blijven het zichtbare, letterlijke handelingen – zoals die van de zaaier of de spinster. Euritmische beweging is daarentegen geen uiterlijke handeling; het is veeleer de beweging van de klank, van de spraak en van de innerlijke vormkracht der dingen.
Een andere veel gestelde vraag betreft ritmes: welke moeten er worden gebruikt – of misschien juist helemaal geen? Ook hier rijst de vraag: wat vormt een fundamenteel ritme? Is het wellicht het ademhalingsritme van de les zelf – het samenspel van luid en zacht, snel en langzaam, naar buiten bewegen en weer terugkeren – dat telkens opnieuw wordt herhaald en toch aan de specifieke situatie wordt aangepast? Elke leerkracht moet zelf aanvoelen hoe diep er op spraakritmes en de uitvoering daarvan moet worden ingegaan. Het is echter belangrijk te beseffen dat de ademhalingspatronen van een kind vóór het negende levensjaar nog niet hun eigen ritme hebben gevonden; het instrument dat nodig is voor ritmische vormen, is nog niet volledig ontwikkeld. Toch dient dat algemene ritme om het leven van het kind te ordenen en te voeden.
.
‘Het kind danst’: inhoudsopgave
Rudolf Steiner over euritmie: alle artikelen
Euritmie: alle artikelen
Peuter en kleuter: alle artikelen
Vrijeschool in beweging: peuter- en kleuterklas
.
3627-3418
.
.
.
.