VRIJESCHOOL – Handenarbeid – lagere klassen -boetseren (1-1)

.

Uit de methode van Anke-Usche Clausen en Martin Riedel:

‘PLASTISCHES GESTALTEN’

‘VORMEND WERKEN’

methodisch werken, band 2, uitgeverij Mellinger, Stuttgart, 1969

BOETSEREN
Er kan in de 1e klas begonnen worden met het werken met klei. In het begin van het schooljaar zal de nadruk wat meer liggen op het boetseren met bijenwas, maar op zeker ogenblik mogen de kinderen toch ook kennismaken met de klei.

In het werk van Anke-Usche Clausen – dat geldt voor alle 4 de delen: (1) Zeichnen = Sehen lernen; (2) Schöpferisch Gestalten mit Farben; (3) Plastisches Gestalten; en (4) Plastisches Gestalten in Holz staan allerlei aanwijzingen en leerwegen, met vele voorbeelden.

Wie op verantwoorde wijze in de vrijeschool kunstzinnig met kinderen wil werken, kan eigenlijk niet zonder de hulp van deze methode.

Methodisch-pedagogische aanwijzingen
De klei wordt door de hogere klassen voor de lagere klaargemaakt en heeft in handzame brokjes verdeeld, vochtig toegedekt in een warme ruimte gelegen.
Zoals bij al het kunstzinnig werk moet de grondhouding ‘eerbied’ zijn.
Belangrijk is dus een beeldrijke inleiding tot het materiaal, bv. door de beelden uit Genesis, waar de ‘aardkloot’ leven krijgt ingeblazen en een levende vorm ontstaat.*
Daarna legt de leerkracht bij ieder kind een klompje klei in de hand; op zijn tafeltje ligt een (houten onderplank, een lapje om handen, plank en tafeltje schoon te maken) en daar wordt de klei met aandacht gekneed, tot deze van de handen makkelijk loslaat.
Dan begint het eigenlijke boetseren, daarbij moet de kindermond zwijgen, zodat de handen mooi kunnen ‘spreken’.

Klas 1 – 4:

Rudolf Steiner
Das muß in der richtigen Weise geschehen. Heute schwimmt alles durcheinander, insbesondere wenn das Künstlerische gepflegt wird. Wir zeichnen mit der Hand und wir plastizieren auch mit der Hand – und dennoch ist beides völlig verschieden.

Alle oefenwerk……….’ moet op de juiste wijze gebeuren. Tegenwoordig zwemt alles door elkaar, vooral wanneer het de kunst betreft. We tekenen met de hand, en we boetseren met de hand en toch zijn beide volstrekt verschillend.’
GA 294/18
Vertaald: Opvoedkunst/18

Vooroefeningen:
Men moet de kinderen op jonge leeftijd het gevoel geven dat ze handen hebben. In het doen beleeft het het wonder van zijn handen, die boetseren, die met het materiaal liefdevolle gesprekken voeren. Bij het begin van het werk, maar ook bij noodzakelijke pauzes kijken we eens naar deze handen (passend  bij de leeftijd). We laten met hen allerlei vormen en gebaren vrij maken. Één hand is asymmetrisch, beide handen wanneer ze ‘samen handelen’ vormen een asymmetrische symmetrie. Verder oefenen we met karakteristieke gebaren, bv. het sluiten en openen van de handen: vlakten, dalen, heuvels, we bekijken ze als ‘organen in de ruimte’, die ruimte vormen. In de ruimte van de hand die levendig beweegt kan plastisch materiaal zijn vorm vinden.

‘Het is zo dat de kinderen zich overal in vormen kunnen vinden; daarbij kan bijzonder veel tot stand komen en daarbij krijgt u iets voor elkaar, wanneer u niet zo werkt ‘dat het eruit ziet’ maar wanneer u een gevoel oproept, dat het kind bv. deze tekening zo wil hebben dat het in zekere zin voelt, beneden gaat het iets uit elkaar, iets oefent van bovenaf druk uit, iets streeft van onder naar boven. Dat moet men in het gevoel krijgen, dat moet in de hand komen dat moet de hand uitvoeren. Wat dat betreft is de mens daar ook helemaal mee bezig, met heel zijn wezen, hij denkt met zijn lijf. Men moet dus beslist proberen dat de dingen gevoeld worden’.[1]

boetseren 1

Rudolf Steiner
Aber es wirkt ungeheuer belebend auf das physische Sehverniögen des Kindes, auf die Beseelung des physischen Sehvermögens3 daß das Kind auch in das Formen von plastischen Gestalten in der rechten Weise im richtigen Alter eingeführt werde. Die Menschen gehen ja vielfach so durchs Leben: die Dinge und Ereignisse sind um sie herum und viele sehen das Aller- wichtigste nicht. Sehen lernen so, daß der Mensch in rechter Weise in der Welt drinnen steht, das muß man ja auch erst lernen. Und für dieses richtige Sehenlernen ist es ganz besonders fruchtbar, die plastische Betätigung, die das Gesehene vom Kopf ableitet, von den Augen in die Fingerbewegung, in die Handbewegung ableitet, beim Kinde möglichst frühzeitig zu pflegenö Das Kind wird dadurch nicht nur in geschmackvoller Weise hinübergeleitet dazu, daß ihm in seiner nächsten Umgebung, ich will sagen, in seiner Zimmereinrichtung und dergleichen nur das Geschmackvolle gefällt, nicht das Geschmacklose, sondern es wird dadurch auch in der richtigen Weise dazu geführt, in der Welt dasjenige zu sehen, was von der Welt vor allen Dingen in Menschenseele und Menschengemüt hereinkommen soll.

Maar het werkt geweldig verlevendigend op het fysieke gezichtsvermogen van het kind, op de bezieling van de fy­sieke gezichtsvermogens dat het kind op de ware wijze op de juiste leeftijd ingevoerd wordt in het vormen van plastische gestalten. De mensen gaan immers veelal als volgt door het leven: de dingen en gebeurtenissen zijn om ze heen en velen zien het allerbelangrijkste niet. Zó leren zien dat de mens op een goede manier in de wereld staat, dat moet men immers ook eerst leren. [En voor dit juiste leren zien is het bijzonder vruchtbaar de plastische activiteit, dat wat wordt gezien, van het hoofd, van de ogen, over te brengen naar de beweging van de vingers, in de handbeweging, en dit bij het kind zo vroeg mogelijk te verzorgen.] Niet alleen wordt het kind daardoor op smaakvolle wij­ze er naartoe geleid dat hem in zijn naaste omgeving, laat ik zeggen, in de inrichting van zijn kamer en dergelijke alleen het smaakvolle bevalt, niet het smakeloze. Nee, daardoor wordt het ook op de juiste wijze ertoe gebracht datgene in te zien wat van de wereld vooral in ziel en gemoed van mensen binnen moet komen.
GA 307/222
Vertaald/281 [mijn vertaling: in de uitgave ontbreekt een stukje]

 

 

boetseren 2

Hand – ruimte – gebaren

Voorbereidingsoefeningen bij het boetseren.

Rudolf Steiner:
Wir zeichnen mit der Hand und wir plastizieren auch mit der Hand – und dennoch ist beides völlig verschieden. Das kann insbesondere dann zum Ausdruck kommen, wenn wir Kinder in das Künstlerische hineinbringen. Wir müssen, wenn wir Kinder ins Pla­stische hineinbringen, möglichst darauf sehen, daß sie die Formen des Plastischen mit der Hand verfolgen. Indem das Kind sein eigenes Formen fühlt, indem es die Hand bewegt und zeichnerisch irgend etwas macht, können wir es dahin bringen, daß es mit dem Auge, aber mit dem durch das Auge gehenden Willen die Formen verfolgt. Es ist durch­aus nicht etwas die Naivität des Kindes Verletzendes, wenn wir das Kind anweisen, selbst mit der hohlen Hand die Körperformen nach­zufühlen, wenn wir es aufmerksam machen auf das Auge, indem es die Wendungen des Kreises zum Beispiel verfolgt, und ihm sagen: Du machst ja selbst mit deinem Auge einen Kreis. Das ist nicht eine Ver­letzung der Naivität des Kindes, sondern es ist ein Inanspruchnehmen des Interesses des ganzen Menschen.
De hand als een orgaan dat ruimte kan vormen
‘…..we tekenen met de hand en we boetseren ook met de hand – en toch zijn beide volstrekt verschillend….als we kinderen laten boetseren, moeten we er zo goed mogelijk op letten dat ze de vormen van het boetseerwerk met de hand volgen. Wanneer het kind voelt wat het zelf vormt door de hand te bewegen en tekenend iets te maken, kunnen we het kind ertoe brengen de vormen te volgen met het oog maar ook met de door het oog gaande wil. We plegen beslist geen inbreuk op de naïviteit van een kind wanneer we het kind zelf met de holle hand de lichaamsvormen laten voelen, wanneer we het wijzen op het oog – bijvoorbeeld wanneer het de kromming van een cirkel volgt – en zeggen: je maakt ook zelf met je oog een cirkel. Dat maakt geen inbreuk op de naïviteit van een kind, nee, dat appelleert aan de interesse van de gehele mens.
GA 294/18-19
Vertaald: Opvoedkunst/18-19

boetseren 3

Veranderingen:
van wat rond is naar wat lang is
van wat asymmetrisch is naar symmetrisch
oefeningen voor aan het eind van de 1e klas

Rudolf Steiner:
Plastisches soll vor dem neunten Jahre beginnen, Kugeln, dann an­deres und so weiter. Auch beim Plastischen soll man ganz aus den For­men heraus arbeiten.

‘Met plastische vormen moet men voor het negende jaar beginnen, met bollen, dan verder met andere dingen. Ook bij het boetseren moet men geheel en al werken vanuit de vormen.’
GA 295/182
Vertaald: ‘Praktijk van het lesgeven‘/166

‘Bol voelen in de ruimte, is (Selbstheit) je eigen wezen, Ik voelen.
…..Wanneer hij een klein stukje van de schaal van een bol ziet en voelt, dat dat wijst op ‘zich als zelfstandig beleven’, wanneer de mens zo voelt, dan leert hij in vormen te leven.’ [2]

‘De druppel is wat zijn vormgeving betreft een oermotief. Het is een creatie van de kosmos, van de ritmisch werkende krachten van de kosmos. De druppelvorm is  een oermotief, omdat deze de mogelijkheid in zich draagt vele vormen aan te nemen. De amandelvorm is meteen al een beginnende  metamorfose ervan. [3]

boetseren 4

Het beleven van de handruimte
De basisoefeningen in het boetseren moeten ook als de kinderen wat ouder zijn herhaald worden.
Net zoals Dr.Steiner veel oefeningen gegeven heeft om de lineaire vormenwereld te oefenen, zo kan men deze als stimulans ook voor een gedeelte toepassen op het plastische. De methodische opbouw voor het tekenen is in het boek ‘Tekenen = leren kijken’ (Zeichnen = Sehen lernen) gegeven.
Nadat lineaire oefeningen vooraf zijn gegaan, wordt begonnen met de basisoefeningen in klei, vanuit de hand:
voorbereidingen – samenspel van de beide handen (voorbeelden hierboven).
Heel belangrijk is het boetseren in de lucht, resp. met de lucht, het kind krijgt een heel ander bewustzijn voor vorm en ruimte en kijkt aandachtiger.
Vooraf aan iedere boetseerles zouden een paar hand – ruimte-oefeningen moeten worden gemaakt. Dr.Steiner heeft vingeroefeningen gegeven die belangrijk zijn bij het bewustworden en het beleven van de eigen handen. [4]

Oefeningen om de binnenruimte van de hand te beleven:

Linker en rechter hand pakken allebei een goed passend (niet te zwaar of te licht) bolletje klei en vormen dit in beide handen tegelijk:
convex (bol): rondachtig
in de lengte, 
eivormig
concaaf (hol): met instulpingen

De vormen die zo ontstaan zijn, moeten lekker in de hand liggen. Dan nemen we met twee handen de twee bollen en herhalen deze oefening:

boetseren 5

 Vanaf klas 1 of ook in 2  

De vingertoppen ‘voelen’; ‘ervaren.’

Wanneer allebei de handen gekruist worden tijdens het bezig zijn, is dat een belangrijke steun bij de concentratie – bij het ervaren.

De ene keer wordt met de klei geoefend terwijl deze diep in de hand ligt, een andere keer wordt deze bijna alleen door de vingertoppen vastgehouden. (Het bolletje klei wordt net zo lang in de holte van de hand of met de vingertoppen gedraaid tot dit rondachtig, langwerpiger, met instulpingen enz. wordt).
Deze oefeningen worden nog versterkt door op je tenen te gaan staan; je handen hoog te houden, vast op beide voeten te staan (klei midden in de hand nemend) of de handen wijd uitgestrekt en weer bij elkaar brengen of zoiets.

boetseren 6

Het edelste werktuig zijn bij al het vormen in klei de handen

Handholte-oefeningen

De kwaliteit van de handholte beleven de leerlingen in de volgende oefeningen (uit vele kiezen we er hier een paar):

Kleibollen die passen in de verschillende handruimten, (aangepast aan de grootte van de hand)
De handen die bewegen vormen de klei, die past zich aan de ruimte aan en krijgt zo de eigen vorm.

Goed in de handen komen, weg van het hoofd, geven volgende oefeningen:

bolletjes klei die goed in de hand passen in de linker en rechter hand tegelijkertijd vormen.

Wanneer de vormen klaar zijn is er een verhouding tussen deze, zoals tussen de linker en de rechter hand: figuurharmonie, vormharmonie of voorbereidingsoefeningen voor convexe (bolle) vormen. Hieruit worden oefeningen ontwikkeld die tot ruimte- en vormharmonie leiden.

boetseren 7

Oefening: ‘voegen naar’

Een gevoel voor materiaal wordt aangelegd:

Beide handen vormen het bolletje dat in hen past rondachtig en laten het op de plank vallen. Het wordt overgelaten aan de zwaarte die het in vorm houdt en karakteriseert. Bij de weerstand op de plank toont de klei zijn eigen, elementaire vorm (standplastiek), een ‘eenmaal’ gebogen vlak.

De binnenvlakte van de hand – de handpalm, handholte – die steeds rondachtig gehouden, spreekt tegen deze elementaire vorm wanneer ze erin drukt (indruk makend en daardoor ontstaat er op meerdere plaatsen een rond gebogen, levend vlak.

Het is echter nog een eenvoudig drukvlak, een eerste aanroepen; het krijgt pas plastische kwaliteit, wanneer beide handen, actief tastend, langs de vlakken gaand, vormend de kunstzinnige vorm vinden, die het resultaat is van ‘het gesprek tussen vormende handen en klei’.

boetseren 8

 Oefeningen: hoe verhouden ruimten zich tot elkaar,
                                                           convex-concaafoefeningen  

Ongedwongen doet men ervaringen op; hoe kunnen mijn beide handen met het materiaal spreken? Wat voor antwoord geeft het op mijn ‘in-spraak’ (indrukken – concaaf (holte) verdieping?) Hoe spreekt het materiaal zich in zijn karakter uit (uitdrukken-convex-bol-uitstulping)?

De vorm die klaar is (in het Duits staat hier: abgerundet – afgerond, bijna letterlijk) wordt op de plank geplaatst.
Met de muis van de rechterhand wordt nu krachtig op de vorm gedrukt. Nu ontstaat er een diepte die weer iets oproept, die te diep is om zo te laten staan. Dat moet door de leerlingen intensief ervaren worden. Daarna wordt er een bolle vorm gemaakt die bij de vorige – niet precies passend – hoort.

Tot nog toe was de binnenruimte van de hand meer bepalend; wat nu volgt is een vorm die past (Duits ‘Entsprechung = wederzijds met elkaar te maken)

Oefening van wat bij elkaar past  (Sichentsprechungsübung)
De ene vorm roept de andere op, een convexvorm eist een tweede, derde, vierde enz. en deze moeten zich aanpassen – invoegen – in de reliëfvorm die als bodem ligt:

boetseren 9Vanaf klas 3/4   

Oefening van wat bij elkaar past (Sichentsprechungsübung)

(binnen – buiten)

1.Drie vormen waarbij de nadruk ligt op de  buitenste 2  

2.Drie vormen, alle drie met elkaar in harmonie

3.Drie vormen waarbij de de nadruk ligt op de 3 buitenste; binnen 3 kleine

4.Drie vormen, binnen groot en buiten 3 kleine

5.Drie vormen, binnen 1 kleine, buiten 3 grote 

boetseren 10

 

Het is belangrijk om vanaf het begin erop toe te zien dat er niet met het bolletje klei op de plank geslagen wordt om het te kneden, maar dat dit echt met de handen gebeurt. Daarom is het belangrijk bij de voorbereiding ervoor te zorgen dat de klei ook werkelijk goed kneedbaar is. De manier waarop de kinderen kneden verraadt iets van hun temperament – daar moet je dus op letten.

Dat de kinderen af en toe over ‘kleien’ spreken, vooruit, wij hebben het natuurlijk over boetseren…..

*in de 1e klas kun je uiteraard ook een andere ‘inleiding’ houden – niet te lang: de kinderen willen doen.

[1] Clausen citeert uit ‘Vom Lehrplan der Freien Waldorfschule’ . In welke pedagogische voordrachtenreeks dit staat, heb ik nog niet gevonden.
[2] Steiner: GA 286 Wege zu einem neuen Baustil, 1957, blz. onbekend
[3] Uehli: ‘Atlantis und das Rätsel der Eiszeitkunst, 1957, blz. onbekend
[4] Deze zouden in [1] moeten staan, maar ik weet niet precies waarop Clausen doelt.

 

Handenarbeid – alle artikelen

.

224-212

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertenties

4 Reacties op “VRIJESCHOOL – Handenarbeid – lagere klassen -boetseren (1-1)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – HANDENARBEID – Alle artikelen | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – 1e klas – 1e schooldag | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) – GA 311 – voordracht 6 | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: VRIJESCHOOL – Handenarbeid – Alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s