Tagarchief: godsdienstonderwijs Handeling

VRIJESCHOOL – Godsdienstonderwijs (5-2)

.

In de artikelen over ‘Rudolf Steinergodsdienstonderwijsis goed te volgen hoe dit vak in de beginjaren van de Waldorfschool een bepaalde vorm kreeg.

M.n. in deVergaderingen met de leerkrachten’ wordt e.e.a. duidelijker.
Wat Steiner daar zegt, vind je in GA 300A, hier vertaald.

In een begeleidend commentaar bij het in druk verschijnen van de verslagen van deze vergaderingen in 1975, besteedt ook Erich Gabert aandacht aan het godsdienstonderwijs.

Op de 1e vrijeschool in Nederland wordt vanaf het begin godsdienst gegeven, geheel in lijn met wat Steiner er enkele jaren eerder over had gezegd.
Wanneer Max Stibbe als leraar in 1930 het leerplan beschrijft, zegt hij hier het volgende over het godsdienstonderwijs.

Er was/is wel een groep van godsdienstleraren actief, het “Gremium’, maar ook daarvan zijn niet veel toegankelijke bronnen buiten de scholen.

Ik vond nog een verslag van een bijeenkomst uit 1986 waarin Dr.J.Tautz, op een ouderavond in Driebergen (15-02-1986) een toelichting geeft over ‘de Handeling‘.
Zoals dat meestal gaat met verslagen: als je er niet bij geweest bent, is het soms moeilijk te begrijpen waarom het ging.

Voor mij is dat met dit verslag ook zo.
Toch geeft het een indruk van wat er zoal gedacht en gewild werd met ‘De Handeling’.

.
Notulist niet bekend
.

Over deze lezing:

Dr. J.Tautz heeft gesproken over het thema ‘Wat is de betekenis van de cultische handelingen voor onze tijd’.

Zijn ingangsmotief: er worden vragen aan ons gesteld. T zegt: ‘Ik ben een apostelleerling. De oude Waldorfleraren hebben ons opgeleid. Die zijn weer opgeleid door Rudolf Steiner. Dat waren vijftig tot zestig leraren, twintig daarvan waren mijn collega’s in Stuttgart (waar T in 1945 begon).
Men leert zijn collega’s goed kennen!
Een herinnering: drie collega’s in de zuilenzaal. Voor het altaar Herbert Hahn, Karl Schubert, Max Wollfhügel.
De kinderen stonden tijdens de Handeling. (Totdat er een meisje flauwviel door zwakte, na de oorlog zaten de kinderen tijdens de Handeling).

Voor in de zaal aan de zijkant stond een stoel voor Rudolf Steiner. Na afloop van de Handeling gaven de kinderen hem een hand. Zo ontstond het gebruik de kinderen bij het verlaten van de ruimte waarin de handeling was gehouden, een hand te geven.

De handelingen werden toen druk bezocht.
Tegenwoordig is dat anders. De generatiewisseling is in volle gang.
Vroeger waren er nog condities. Het werd gedragen. Men wist nog.
Nu, voor het eerst in de mensheidsontwikkeling komt het erop aan uit inzicht te handelen.

De jongeren hebben behoeften, vragen enz.
Wat hebben wij te bieden?

Terug naar het begin.

De Waldorfpedagogie in geestelijk opzicht van Steiner
Het was religieus en trad stap voor stap in de werkelijkheid binnen.
25/26 september 1919 gaf Steiner het leerplan en tussen 1 april en 5 augustus nam het godsdienstonderwijs een aanvang.
Na de eerste ouderavond hierover kwamen de ouders met vragen. Ze vroegen om een zondagsdienst.
Hoe kon zo’n vraag ontstaan? Wat hebben de leerkrachten gedacht?
De leerkrachten stelden Steiner voor een stuk uit het evangelie te lezen, een gebed, een muzikaal gedeelte en de weekspreuken met euritmie.
Rudolf Steiner reageerde zeer verbaasd wat het euritmiegedeelte betrof. Euritmie? Dat is toch een wereldse kunst,
Het moet een cultus zijn! Dat mag niet aangetast worden, mag niet ontheiligd worden).
Steiner gaf een tekst voor de zondagshandeling, deze oertekst is echter verlorengegaan.
Nu is er een tekst van Herbert Hahn die zeer dicht bij die oertekst ligt.
Steiner zei dat achter de kinderen de leraren staan, niet fysiek bedoeld.

Steiner heeft de Handeling niet voorgedaan. In het begin hield alleen Herbert Hahn de Handeling.

T stelt zich nu de vraag: wat is een cultus. Hij werkt deze vraag verder uit.
Benesch zegt over de cultus dat het een oeroude mensheidstaal is, een brug tussen de mens en de bovenzinnelijke wereld.

1. Het wezenscontact
   Een vormenlichaam waarin de goddelijkheid instromen kan, incorporatie.
   Deze vorm moet geschapen worden door verlicht bewustzijn.

2.Het bewustzijn van de handelinghoudende: een zielenopening. Deze tast af en      wacht af of hem iets tegemoetkomt. ‘Het weven’, bovenzintuiglijke waarneming van de handelinghoudende (communiceren).

3.Stemming van de deelnemers
   Moeten geopend zijn, worden begroet bij de deur. Vroeger was dat als      cherubijn in het wit, nu is dat niet meer zo, de vorm is echter wel belangrijk: geen vrijetijdskleding! De kinderen niet binnenlaten in zaterdagse kloffies!

Wat ben ik de kinderen verplicht. Kennisvraagstuk, inzichtsvraagstuk.
Men moet over een drempel gaan, een bewustzijnsdrempel, bewustzijn van de dag, bewustzijn van het kind.

4.Een dragende, spirituele samenhang. Een esoterische gemeenschap.
    De realiteit van een mensheidsgemeenschap, een achtergrond.     Antroposofische gemeenschap. De cultus moet aankomen in vereniging.
Moet in het etherlijf doordringen, moet door het hart gaan, anders werkt het niet.

De Handelingen zijn het hart van de school.
De Handelingen zijn de geest van de school.
De werkzaamheid van de Christus.
Ik ben bij u alle dagen.
De esoterische Christus moet aanwezig zijn.

Welke voorwaarden waren er gegeven in het begin:
Elke dag een meditatie-oefening.
Een werkelijkheidsbetrekking van de bovenzinnelijke wereld.
Diegene die antroposofie bestudeert ontmoet op geestelijk vlak Rudolf Steiner.
Als Waldorfleraar stap je onder een hogere werkelijkheid – geen privéleven.

Welke verplichtingen ontstaan er als er Handelingen gehouden worden.
Wat is een cultus. Het hele college meenemen.
Het aangeroepen wezen werkt tot aan de grens van het astrale en etherische, geeft resp. innerlijke bevrediging en innerlijke kracht.
Hierover spreken en ermee leven.

Blik op Rudolf Steiner.
De Handelingen zijn er.
Drie cultische stromingen te onderscheiden.

1.Kenniscultus (Duits Erkenntnis – wat meer is dan ‘kennis’: inzicht o.a.
   Voor de oorlog  zonder gemeente(?)
   Afdruk van de mysteriedrama’s

2.Vier Handelingen:

    1.zondagshandeling
    2.kersthandeling
    3.jeugdhandeling
    4.offerhandeling (leerlingeninitiatief)

3.Christengemeenschap

Erkenntnisdoorbraak Rudolf Steiner
Beproeving der ziel.
Het staan voor Golgotha.
Erkenntnisfreier? Paulinische ervaring. Het schouwen voor Damascus.
De geest,kosmos heeft een middelpunt. Het Ik van de mensen wortelt in dit wezen.
Dit gegeven zit tegenwoordig in het gevoel bij veel mensen. Je vindt het bv. in de ecologische beweging. Maar het is enkel een gevoel.

 

Na deze voordracht volgt nog een vragengedeelte. 
De aanwezigen krijgen gelegenheid tot het stellen van vragen.

V.Ruimte van de handeling: licht of donker.
A.Ga bij jezelf na. Tegenwoordig zijn overal de ruimtes lichter geworden.
Te donker bedrukt de kinderen. 
Waarom dit rood, wordt er vaak gevraagd>
Wat was de intentie van Steiner?
De ziel moet het rood beantwoorden.

V.Heilpedagoog staat bij kind tijdens de Handeling. Hoe moet zijn houding zijn?
Soms staat hij ertussen.
A.Esoterische houding, zielenkracht en innerlijke tact moet hier leiding geven.
Een gevoel krijgen voor geestelijke aanwezigheid.

V.De afbeelding van Christus van Leonardo da Vinci, kun je, mag je die in de klas hangen?
A.Het beeld is provisorisch. Eigenlijk was een beeld van de mensheidsrepresentant bedoeld bij de Handeling. Werd echter onkunstzinnig gevonden. Toen koos men de afbeelding van Leonardo.
T. zou hem persoonlijk niet ophangen uit respect voor zijn collega’s die hem voor de handeling gebruiken.

V.Is het zwart in de kleding nog feestelijk in deze tijd voor de kinderen.
A.Est xou het anders moeten zijn. Onderscheid tussen zielenkleur en geestelijjke kleur.

Na het vragenstellen heeft T nog iets te vertellen.

Occulte belevingen van de jeugd. Ze beleven elementairwezens. Wat vinden we daarvan terug in het onderwijs. Hebben we nog contact met de jeugd.

Waarom houden we Handelingen.
We ontmoeten n ieuwe tijdgenoten. Deze mensen komen in contact met christelijke wezens, michaëlische wezens en anti-christwezens.
Ze ontmoeten deze wezens.
Er is een nieuwe werkzaamheid te bespeuren. De mensen moeten hiervoor doorlaatbaar worden.
Een nieuwe geestelijke zielenconstellatie.
De Handeling moet organen vormen voor deze nieuwe opmerkzaamheid.
Het gebeurt aan de kinderen. Ze kunnen onderduiken in de stemming van de Handeling.
Door de schoolgeest werkt de Christusgeest in. Waar twee of meer in mijn naam samenzijn. 

Waarom is dat zo belangrijk in de Handeling. Omdat nu de bewustzijnsziel wordt opgevoed.
We oefenen door de Handeling.
We oefenen aandacht, verhoogde opmerkzaamheid.
Verhoogd voelen
Verhoogd willen    liefde, niet egoïstisch

Dat de waarnemingsorganen gevormd worden voor de belangrijkste gebeurtenis voor de komende tijd.

.

Godsdienstonderwijs: alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.