VRIJESCHOOL Rudolf Steiner over pedagogie(k) – GA 304 – voordracht 8

.

Hier volgt een eigen vertaling. Bij het vertalen heb ik ernaar gestreefd Steiners woorden zo veel mogelijk in gangbaar Nederlands weer te geven. Met wat moeilijkere passages heb ik geprobeerd de bedoeling over te brengen, soms met behulp van wat er in andere voordrachten werd gezegd. Ik ben geen tolk en heb geen akten Duits. Er kunnen dus fouten zijn gemaakt, waarvoor excuses. De Duitse tekst gaat steeds vooraf aan de vertaling. Verbeteringen of andere vertaalsuggesties e.d. zijn meer dan welkom: vspedagogie  voeg toe apenstaartje gmail punt com
.

RUDOLF STEINER

GA 304

Inhoudsopgave;  voordracht [1] [2] [3] [4] [5] [6vragenbeantwoording
Aan het eind van voordracht 6 staat een vragenbeantwoording bij deze voordracht, maar ook een die bij voordracht 1 hoort.

ERZIEHUNGS- UND UNTERRICHTSMETHODEN AUF ANTHROPOSOPHISCHER
GRUNDLAGE

9 openbare voordrachten gehouden tussen 23 februari 1921 en 16 september 1922 in verschillende steden.

OPVOED- EN ONDERWIJSMETHODEN VANUIT DE ANTROPOSOFIE

Blz. 201

Voordracht 8, Stratford-on-Avon, 23. april 1922

SHAKESPEARE UND DIE NEUEN IDEALE

Vielleicht hat mancher erwartet aus der Ankündigung des Themas meines heutigen Vortrages über «Shakespeare- und die neuen Ideale-», daß ich über besondere neue Ideale sprechen werde. Allein es ist meine­ Überzeugung, daß es heute nicht so notwendig ist, über neue Ideale zu sprechen, als namentlich darüber, wie die Menschheit der Gegenwart überhaupt wiederum die Kraft gewinnt, Idealen nachzugehen. Über Ideale sprechen, das erfordert im Grunde genommen keine große Kraft, und zuweilen ist es so, daß diejenigen Menschen am meisten über dergleichen große Fragen, hohe, schöne Ideale in abstrakten Worten aus dem Intellekt heraus sprechen, denen die Kraft zu den Idealen eigentlich fehlt. Manchmal ist das Reden über Ideale nur ein Hegen, ein Fassen von Illusionen, um über die Realien des Lebens hinwegzukommen. Aber bei diesem Feste ist eine  Veranlassung, gar sehr von dem Realen des Geistigen zu sprechen, denn dieses Fest ist ein Erinne-rungsfest für Shakespeare, und Shakespeare lebt mit all seinem Schaffen durchaus im Geistigen, zugleich aber in einer idealen Welt.

SHAKEPEARE EN DE NIEUWE IDEALEN

Misschien hadden sommigen door de aankondiging van het thema van mijn voordracht van vandaag over ‘Shakespeare en de nieuwe idealen’, verwacht dat ik over bijzondere, nieuwe idealen zou spreken. Alleen, ik ben ervan overtuigd dat het vandaag de dag niet zo noodzakelijk is om over nieuwe idealen te spreken, maar wel over hoe de mensheid van nu echt weer de kracht krijgt om idealen te volgen. Om over idealen te spreken heb je eigenlijk niet veel kracht nodig en af en toe is het zo, dat die mensen die het meest over dergelijke grote vragen, hoge, mooie idealen in abstracte bewoordingen spreken vanuit het intellect, voor die idealen eigenlijk niet de kracht opbrengen. Soms is het spreken over idealen slechts het koesteren van en vasthouden aan illusies om te ontsnappen aan de realiteit van het leven. Maar bij dit feest is er wél een aanleiding om juist over de realiteit van de geest te spreken, want dit feest is een herdenkingsfeest voor Shakespeare en hij leeft met al zijn werk zeker in de spirituele, tegelijkertijd echter ook in een ideale wereld.

Und so könnte es wohl vor allen Dingen das Aufnehmen Shakespeares in unser eigenes Gemüt, in unsere eigene Seele sein, das gerade dem heutigen Menschen die Kraft, den inneren Impuls dazu gibt, wenn ich mich des Ausdruckes bedienen darf: Idealen nachzugehen. Und solche Ideale, wir können sie dann im richtigen Sinn ins Auge fassen, wenn wir uns daran erinnern, wie vorübergehend manches moderne Ideal war und ist, wie fest, wie grandios in der Welt dastehend durch ihre Wirksamkeit manche alten Ideale sind. Wir sehen weitere Kreise von Bekennern dieser oder jener Religion, dieser oder jener Weltanschauung, Bekenner, welche durchaus ihr innerstes geistiges Leben, ihre innere geistige Beweglichkeit aus demjenigen nehmen, was vergangen ist, und welche die Kraft gewinnen für eine geistige Erhebung aus solchem Vergangenen. Und wir fragen uns: Woher kommt es, daß manches so schöne moderne Ideal wie in Nebel zerrinnt, das bei wenigen Menschen allerdings von großem En­thusiasmus begleitet ist, aber dennoch bald zerronnen ist, während

En zo zou wel degelijk het opnemen van Shakespeare in ons eigen gevoel, in onze eigen ziel kunnen zijn, dat dit juist aan de mens van tegenwoordig de kracht, de innerlijke impuls geeft, als ik het zo zeggen mag: idealen te volgen. En zulke idealen kunnen we dan op de juiste wijze zien, als we eraan denken, hoe mooie idealen van voorbij gaande aard waren en zijn en hoe verankerd, hoe grandioos sommige oude idealen door hun werking nog in de wereld bestaan. We zien in grotere kringen aanhangers van bepaalde godsdiensten of wereldbeschouwingen, volgelingen die met name hun diepste geestelijke leven, hun diep geestelijke opgewektheid, halen uit wat voorbij is en die de kracht zich geestelijk te verheffen, uit dat verleden putten. En wij vragen ons af, hoe het komt dat sommige van die mooie, moderne idealen waarvoor maar weinig mensen een groot enthousiasme hebben in rook opgaan en dus weldra als zand tussen de vingers wegglippen, terwijl

Blz. 202

religiöse, künsderische Ideale und Stile der alten Zeiten nicht nur Jahrhunderte, sondern Jahrtausende hindurch in die Menschheit ihre volle Kraft tragen?  Wenn wir uns fragen, warum dies so ist, kommen wir immer wieder und wiederum darauf zurück, daß diese Ideale gesam­melt sind aus einem wirklich geistigen Leben, einer gewissen Spiritualität der Menschheit. Während unsere gewöhnlichen Ideale zumeist nur Schattenbilder des Intellektes sind  der Intellekt kann niemals dem Menschen aus dem Inneren seines Wesens heraus wirkliche Kraft geben, zerrinnen manche moderne Ideale gegenüber demjenigen, was an alten Religionsbekenntnissen, aus alten Kunststilen aus dem grauesten Alter­tum zu uns herauf spricht. Wiederum aber, wenn wir mit einer solchen Gesinnung an Shakespeare herangehen, wissen wir, daß in Shakespeares Dramatik eine Kraft liegt, die uns immer wieder und wiederum nicht nur neu begeistert, sondern aus unserer eigenen Imagination heraus eigene ­Schöpferkräfte, unsere eigene Phantasie, unsere eigene Geistigkeit in der wunderbarsten Weise anregt. Wir wissen, daß Shakespeare eine wunder­bare Kraft ist; daß sie sich heute, wenn wir uns derselben hingeben, so modern ausnimmt, wie nur irgendeine moderne Kraft sein kann. Und ich darf, indem ich gerade einmal von dieser Seite von dem Zusammen­hang der menschlichen Ideale mit Shakespeare sprechen möchte, erin­nern an dasjenige, woran ich schon am letzten Mittwoch angeknüpft habe, an das Bedeutsame, was von Shakespeare ausgegangen ist auf Goethe.

religieuze, kunstzinnige idealen en stijlen uit vervlogen tijden, niet alleen eeuwen, maar millennia lang in de mensheid hun volle werking hebben?
Wanneer we ons afvragen waarom dit zo is, moeten we er steeds weer op terugkomen, dat deze idealen uit een reëel geestesleven, een bepaalde spiritualiteit van de mensheid komen. Terwijl onze dagelijkse idealen meestal slechts schaduwbeelden zijn van het intellect – het intellect kan aan de mens nooit vanuit zijn innerlijk wezen echte kracht geven – verzanden sommige moderne idealen ten opzichte van wat de oude geloofsovertuigingen, oude kunststijlen uit het verste verleden ons te zeggen hebben. Maar als we weer met zo’n stemming Shakespeare benaderen, weten we dat in zijn dramatiek een kracht ligt, die ons steeds weer, niet alleen opnieuw enthousiast maakt, maar vanuit onze eigen verbeeldingskracht, eigen scheppingskracht, onze eigen fantasie, onze eigen spiritualiteit op de meest verbazingwekkende manier stimuleert.
We weten dat Shakespeare een wonderbaarlijke kracht is; dat die, wanneer we daar serieus mee bezig zijn, zo van deze tijd is, als iets maar kan zijn. En omdat ik nu eens van deze kant over de samenhang van menselijke idealen met Shakespeare mag spreken, mag ik er wel aan herinneren waarom ik afgelopen woensdag al aanknoopte bij het betekenisvolle dat van Shakespeare uitgegaan is naar Goethe.

Über Shakespeare ist ungeheuer viel aus einer sehr geistvollen Gelehr­samkeit heraus geschrieben worden. Und wenn man alle diejenigen gelehrten Werke nehmen wollte, welche über «Hamlet» alle in geschrie­ben sind, ich glaube, man könnte eine Bibliothek füllen damit, die über die ganze Wand sich erstreckte. Aber wenn man nachforscht, was auf einen Goethe aus Shakespeare gewirkt hat, dann kommt man dazu, sich zu sagen: Nichts von alledem, was in diesen Werken darinnen steht, gar nichts. Das hätte alles ungeschrieben bleiben können, das ist alles von der Welt an Shakespeare herangebracht, eine gewisse Kraft des menschli­chen Intellekts, die gut ist, naturwissenschaftliche Tatsachen zu begrei­fen, die gut ist, die äußere Natur, wie wir sie heute haben müssen als Grundlage für unsere Technik, zu erklären und zu begreifen, die aber

Er is vanuit een originele en erudiete kennis ongelooflijk veel over Shakespeare geschreven. En als je al die geleerde werken zou nemen die over ‘Hamlet’ geschreven zijn, zou je daarmee een bibliotheek kunnen vullen die zich zou uitstrekken langs de totale muur [waarschijnlijk van de ruimte waarin de voordracht werd gehouden].
Maar als je nagaat wat er van Shakespeare naar Goethe uitging, dan moet je concluderen: daarover staat in al die werken niets, helemaal niets. Het had net zo goed niet geschreven kunnen worden, het is een bepaalde kracht van het menselijk intellect dat vanuit de wereld uitgegaan is naar Shakespeare, de kracht die goed is om natuurwetenschappelijke feiten te begrijpen, goed is om de uiterlijke natuur te verklaren en te begrijpen die we nu nodig hebben, maar

Blz.  203

niemals imstande ist, in dasjenige hineinzudringen, was beweglich in Shake-speares Dramen vor uns steht.
Ja, ich möchte noch weiter gehen. Auch hier könnte mancherlei über Shakespeare gesagt werden, manch eine Erklärung über «Hamlet» abge­geben werden. Man kann von dem Standpunkt ausgehen: dasjenige, was Goethe über Shakespeare, über «Hamlet» gesagt hat, ist alles im Grunde genommen einseitig und falsch. Aber auf dasjenige kommt es nicht an, was Goethe gesagt hat über Shakespeare, sondern auf etwas ganz anderes kommt es an, darauf, was Goethe meinte, wenn er aus seinem Innersten sprach, wenn er zum Beispiel die folgenden Worte sagte-, die keine Erklärung, aber eine Hingabe des ganzen innersten Geistes sind. Er sagt:
Das sind keine Gedichte, das ist etwas wie die großen gewaltigen Blätter des Schicksals, die aufgeschlagen sind und durch die der Sturmwind des Lebens bläst und rasch eines nach dem andern hin und wider blättert. Das ist ganz anders aus dem Menschen gesprochen, als wenn Goethe selbst über «Hamlet» spricht. Und wir können uns nun fragen: Warum kommt man mit intelle-ktualistischen Erklärungen so wenig an Shake­speare heran? Ich will es an einem Bilde zeigen. Wenn ein Mensch lebhaft träumt und die Traumfiguren eine bestimmte Traumhandlung vollführen, können wir mit unserem Intellekt nachher sagen:

nooit in staat is door te dringen tot het dynamische dat we in de drama’s van Shakespeare voor ons hebben.
Ik zou nog verder willen gaan. Ook hier zou veel over Shakespeare gezegd kunnen worden, nog meer verklaringen over Hamlet ten tonele gevoerd kunnen worden. Je kan van dit standpunt uitgaan: wat Goethe over Shakespeare, over Hamlet heeft gezegd, is in de grond genomen allemaal eenzijdig en niet juist. Maar het komt er niet op aan wat Goethe over Shakespeare heeft gezegd, wél op wat Goethe bedoelde, toen hij vanuit zijn diepe innerlijk sprak, toen hij bijv. de volgende woorden bezigde, die geen verklaring, maar toewijding vanuit zijn diepste wezen zijn. Hij zegt:
Dit zijn geen gedichten, dit is zoiets als de grote verheven bladzijden van het lot die opengeslagen zijn en waar de stormwind van het leven doorheen waait en snel door de ene en door de andere bladzij bladert. Dat is heel anders vanuit de mens gesproken als wanneer Goethe zelf over Hamlet spreekt. En wij kunnen ons nu afvragen: Waarom bereikt men Shakespeare zo slecht met intellectualistische verklaringen? Dat wil ik aan een voorbeeld laten zien. Wanneer een mens levendig droomt en de figuren in de droom bepaalden dingen doen, kunnen later met ons intellect zeggen:

Diese oder jene Person im Traum hat falsch gehandelt, da ist etwas nicht motiviert, da sind Widersprüche. Aber der Traum wird sich wenig darum küm­mern. Ebensowenig wird sich der Dichter darum kümmern, ob wir es mit unserem Intellekt kritisieren, wenn etwas unmotiviert ist, ob es sich widerspricht und so weiter. Ich kannte einen pedantischen Kritiker, der es sonderbar fand, daß Hamlet, nachdem er gerade den Geist seines Vaters gesehen, den Monolog sagt von «Sein oder Nicht-Sein» und dabei ausspricht, daß von dem Lande des Todes noch kein Wanderer zurück­gekehrt sei; das könne eigentlich nicht ein und derselbe Dichter sagen. So meinte der trockene Gelehrte. Nun will ich jedoch damit nicht sagen, daß die Shakespeareschen dramatischen Handlungen Traumhandlungen sind. Sie sind gewöhnliche Handlungen; aber so, wie wenn der Mensch noch nicht ganz in seiner physischen Persönlichkeit darin ist oder schon draußen ist beim Einschlafen, so ist es bei Shakespeare, daß er im vollen lebendigen Bewußtsein seine Handlungen erlebt, aber den Intellekt

Deze of gene persoon heeft in die droom iets verkeerds gedaan, iets is niet gemotiveerd, er zijn tegenstrijdigheden. Maar daar zal de droom zich weinig van aantrekken. Net zo min zal de dichter er zich iets van aantrekken of wij zijn werk met ons intellect bekritiseren als er iets niet gemotiveerd is of er iets tegenstrijdigs is, enz. Ik ken een pedante criticus die het raar vond dat Hamlet, nadat hij de geest van zijn vader gezien had, de monoloog uitspreekt over ‘zijn of niet-zijn’ en daarbij zegt dat er uit het land van de dood nog geen reiziger teruggekeerd is; dat zou een en dezelfde dichter niet moeten zeggen. Dat vond die droge geleerde. Nu wil ik hiermee echter niet zeggen, dat de handelingen in de drama’s van Shakespeare droomhandelingen zijn. Het zijn gewone handelingen; maar zo als wanneer de mens nog niet helemaal in zijn fysieke persoon zit of er weer buiten is als hij inslaapt, is het bij Shakespeare zo, dat hij zijn handelingen vol bewust beleeft, maar het intellect

Blz. 204

dabei nur soweit gebraucht, als man ihn nötig hat, um zu dienen, die Figuren auszugestalten, die Figuren aufzurollen, Handlungen zu for­men, aber ihn nicht zum Meister desjenigen zu machen, was geschehen soll. Indem ich hier auf dieses aufmerksam machen darf – da ich ja spreche vom Gesichtspunkt der, wie ich glaube, die großen Ideale der Menschheit enthaltenden anthroposophischen Weltanschauung -, darf ich eine wichtige Erfahrung vor Ihnen erzählen, welche das, was man mehr als eine Ahnung zunächst haben kann, so wie ich es ausgesprochen habe, dann völlig erklärt, aber erklärt im seherisch-künstlerischen Sinne. Ich habe in diesen Tagen schon zweimal sprechen dürfen von demjeni­gen, wie im Goetheanum, der Freien Hochschule in Dornach in der Schweiz, gepflegt wird exakte Clairvoyance. Die Wege habe ich ja beschrieben in den Büchern, die unter dem Titel «Knowledge- of Higher Worlds and Its Attainment», «Theosophy» und «Occult Scie-nce – An Outline-» ins Englische übersetzt sind. Da kommt der Mensch durch gewisse Übungen, die so exakt verlaufen wie man Mathematik lernt, dazu, seine seelischen Kräfte so kraftvoll zu machen, daß man die­ Denkkraft, die Willenskraft, die- Gefühlskraft zuletzt so handhaben lernt, daß man mit seiner Seele bewußt, nicht schlafend unbewußt, auch nicht träumend, außerhalb des Leibes ist, daß man also zurückläßt mit vollem Bewußtsein den physischen Leib mit seinem intellektualistischen Denken – das bleibt beim physischen Leib -,

daarbij gebruikt, in zoverre men dit nodig heeft als hulp, om de figuren vorm te geven, de figuren te onderzoeken, handelingen te creëren, maar niet om dit meester te laten worden over wat er moet gebeuren. Wanneer ik er hier op wil wijzen – ik spreek hier immers vanuit het gezichtspunt van de antroposofische wereldbeschouwing die naar ik geloof de grote idealen van de mensheid bevat  – mag ik u wel een belangrijke ervaring vertellen: dat wat je in eerste instantie meer dan als een voorgevoel kan hebben, zoals ik het uitgesproken heb, dat dan volledig verklaart, maar verklaart op een helderziend-kunstzinnige manier. Ik heb deze dagen al twee keer mogen spreken over hoe in het Goetheanum, de Vrije Hogeschool in Dornach in Zwitserland, de exacte helderziendheid ontwikkeld wordt. De ontwikkelingswegen heb ik beschreven in de boeken met de titel: «Knowledge of Higher Worlds and Its Attainment», «Theosophy» en «Occult Science – An Outline-», vertaald in het Engels. De mens komt door bepaalde oefeningen die zo exact verlopen alsof je wiskunde studeert zover, dat hij de krachten in zijn ziel zo sterk maakt, de kracht van het denken, van de wil en het gevoel uiteindelijk zo weet te ontwikkelen, dat hij met zijn ziel bewust, niet slapend onbewust, ook niet dromend, buiten zijn lichaam is, dat hij het fysieke lichaam met zijn intellectualistische denken – dat blijft bij het fysieke lichaam – vol bewust op de achtergrond plaatst,

daß man nun Imaginationen hat, die nicht Phantasie~Imaginationen sind, wie sie für die Kunst berechtigt sind, sondern Ausdruck von demjenigen, was in der heutigen Welt vorhanden ist aus der spirituellen Welt, die uns überall umgibt. Wir lernen schauen durch Imagination, Inspiration und Intuition Wesenhaf­tes von der geistigen Welt, so wie sonst von der physischen Welt. Wir lernen durch unsere Sinne aus den Farben, aus den Tönen heraus bewußt betrachten durch diese exakt- Clairvoyance eine geistige Welt; nicht durch Halluzinationen, Illusionen, die immer in den Menschen hineinar­beiten und sein Bewußtsein he-rabdämmern, sondern wir lernen die geistige Welt kennen im vollen Bewußtsein, das so exakt ist wie das Bewußtsein, wenn ich Mathematik treibe. In die hohen geistigen Regio­nen können wir uns auf diese Weise versetzen, können Bilder darinnen haben, die nur zu vergleichen sind mit unseren Erinne-rungsbildern, die

dat hij dan tot imaginaties komt die geen fantasie-imaginaties zijn zoals die voor de kunst op hun plaats zijn, maar een uitdrukking wat er nu op aarde aanwezig is uit de spirituele wereld die ons overal omringt.
Door imaginatie, inspiratie en intuïtie leren we het wezenlijke van de geestelijke wereld waarnemen, zoals anders die van de fysieke wereld. Wij leren door onze zintuigen uit de kleuren, uit de klanken door deze exacte helderziendheid bewust een geestelijke wereld waar te nemen; niet door hallucinaties, illusies die steeds op de mens inwerken en zijn bewustzijn vertroebelen, maar wij leren de geestelijke wereld met vol bewustzijn kennen, dat zo exact is als het bewustzijn wanneer ik wiskunde beoefen.
We kunnen op deze manier toegang krijgen tot deze hoge geestelijke gebieden, we kunnen er beelden vinden die slechts te vergelijken zijn met onze herinneringsbeelden die

Blz. 205

nicht zu vergleichen sind mit Visionen, die aber durchaus reale geistige Weltbilder sind. Nun halte ich es für meine Pflicht, hinzuweisen darauf, daß wir aufzunehmen haben dasjenige, was wir durch den Geistesfor­scher empfangen, was wir lernen zu schauen, was aus der Geisteswelt da herausgekommen ist an allen ursprünglichen Idealen in Wissenschaft, Kunst, Religion der Menschheit. Alle alten Ideale haben deshalb so große Impulsivität gegenüber den intellektualistischen modernen Idea­len, weil sie der Geisteswelt entstammen, durch Clairvoyance, die damals allerdings instinktiv und traumhaft war, weil sie aus einer solchen geistigen Welt hervorgeholt sind. Mögen wir heute klar erkennen, daß gewisse religiöse Inhalte nicht mehr für unsere Zeit passen: sie sind aber aus der alten Zeit hereingetragen worden durch Clairvoyance in das gewöhnliche Leben. Wir brauchen wiederum offene Tore, um in die geistige Welt hineinzuschauen, um herauszuholen nicht abstrakte Ideale, von denen überall gesprochen wird, aber um die Kraft zu gewinnen, dem Idealen, dem Geistigen, dem Spirituellen in Wissenschaft, in Kunst, in Religion nachzugehen.
Wenn man mit solchem Schauen darinsteht in der geistigen Welt und nun an Shakespeare- herantritt, so bietet sich eine ganz besondere Erfah­rung dar.

niet zijn te vergelijken met visioenen, die echter reële geestelijke wereldbeelden zijn. Nu beschouw ik het als mijn plicht erop te wijzen dat wij in ons moeten opnemen wat we door de geestesonderzoeker ontvangen, wat we leren waar te nemen, wat er uit de wereld van de geest aan alle oorspronkelijke idealen in wetenschap, kunst, religie van de mensheid gekomen is. Alle oude idealen hebben t.o.v. de moderne intellectualistische idealen daarom zo’n grote impulsiviteit, omdat ze afkomstig zijn uit de geestelijke wereld, omdat deze uit die geestelijke wereld zijn gehaald door helderziendheid die toen instinctief en droomachtig was.
Ook al moeten we tegenwoordig duidelijk erkennen dat bepaalde religieuze inhoud in onze tijd niet meer past: die is in die oude tijd echter wel door helderziendheid in het gewone leven binnengekomen. Maar ook nu hebben we open vensters nodig om in de geestelijke wereld waar te kunnen nemen, niet om er abstracte idealen vandaan te halen waarover overal gesproken wordt, maar om de kracht te krijgen de idealen, de geest, het spirituele in wetenschap, kunst en religie te kunnen vinden.
Wanneer je zo waarnemend in de geestelijke wereld verwijlt en dan naar Shakespeare kijkt, kun je iets heel bijzonders ervaren.

Von dieser Erfahrung will ich Ihnen sprechen. Man kann Shakespeare begreifen aus wahrem, tiefem Bewußtsein heraus, aus tiefem Gefühl heraus. Man braucht natürlich, um Shakespeare voll zu erleben, nicht exakte Clairvoyance, aber diese exakte Clairvoyance kann auf etwas hinweisen; sie kann uns klarmachen, warum Shakespeare uns nicht verlassen wird, warum er uns immer wieder gewisse Impulse gibt. Da kann der, der es zu exakter Clairvoyance gebracht hat durch Entwick­lung von Denk-, Gefühls- und Willenskraft, er kann das, was er aus Shakespeare aufgenommen hat, hinübertragen in die geistige Welt. Diese Erfahrung kann man durchaus gemacht haben. Man kann hineinnehmen in die- geistige- Welt hinüber, was man hier erlebt hat: «Hamlet», ,,Mac­beth» und so weiter kann man hinübernehmen in die geistige Welt. Da kann man aber erst sehen, was im tiefsten Inneren Shakespeares lebte, wenn man das vergleicht mit irgend etwas anderem, mit einem anderen Dichter der neueren Zeit, dessen Eindrücke man hinübernehmen kann. Ich will keine besonderen Dichter nennen – es könnte im Grunde

Ik wil u over deze ervaring vertellen. Shakespeare kun je vanuit een echt, diep bewustzijn, vanuit een diep gevoel, begrijpen. Je hebt natuurlijk om Shakespeare volkomen te beleven, geen exacte helderziendheid nodig; maar deze kan wel op iets wijzen; die kan ons duidelijk maken, waarom Shakespeare ons niet verlaten zal, waarom hij ons steeds weer bepaalde impulsen zal geven. Wie tot de exacte helderziendheid gekomen is door de ontwikkeling van denk- gevoels- en wilskracht, kan iets van wat hij uit Shakespeare opgenomen heeft, in de geestelijke wereld brengen. Zo’n ervaring kun je hebben. Wat je hier hebt beleefd: ‘Hamlet’, ‘Macbeth’ enz. kun je meenemen naar de geestelijke wereld. Daar kun je echter pas zien, wat in het diepste innerlijk van Shakespeare leefde, wanneer je dat vergelijkt met iets anders, met een dichter uit de nieuwere tijd wiens indrukken je in je op kan nemen. Ik wil geen dichter in het bijzonder noemen – in de grond

Blz. 206

genommen jeder erwähnt werden -, da ja jeder Vorliebe hat für einen bestimmten. Jeder eigentlich naturalistische Dichter kann genannt wer-den, namentlich die naturalistischen Dichter seit vierzig bis fünfzig Jahren. Wenn man vergleicht dasjenige, was man drüben in der geistigen Welt hat, mit dem, was man aus Shakespeare hinübergenommen hat, dann findet man das Eigentümliche: Shakespeare’s Gestalten leben! Indem man sie hinüberträgt, machen sie andere Handlungen; aber das Leben, das sie hier haben, das bringt man hinüber in die geistige Welt; während, wenn man selbst von manchem modernen idealistischen Dich­ter die- Gestalten hinüberbringt in die geistige Welt, sie sich wie hölzerne Puppen ausnehmen: sie sterben ab, sie haben keine Beweglichkeit. Man kann Shakespeare in die geistige Welt mitnehmen so wie einen bekann­ten anderen Dichter der neueren Zeit. Man nimmt von Shakespeare aus solche Gestalten mit, welche sich drüben zu benehmen wissen. Die-Gestalten vieler anderer Dichter aber, die aus bloßem Naturalismus kommen, sind Puppen drüben, sie werden dann eine Art Erfrieren durchmachen; man erkältet selbst in der geistigen Welt an dieser moder­nen Dichtung.

van de zaak zou iedereen genoemd kunnen worden – omdat iedereen een voorliefde voor iets bepaalds heeft. In feite kan iedere naturalistische dichter genoemd worden, met name die uit de laatste veertig, vijftig jaar. Wanneer je vergelijkt wat je ginds in de geestelijke wereld hebt, met wat men van Shakespeare overgenomen heeft, vind je dit merkwaardige: de personages van Shakespeare leven. Wanneer men ze overneemt, doen ze iets anders; maar het leven dat ze hier leiden, brengt men over naar de geestelijke wereld; terwijl, als je zelfs van sommige moderne idealistische dichters de personages overbrengt naar de geestelijke wereld, dan gedragen die zich als houtenklazen; ze sterven weg, ze hebben geen beweeglijkheid. Je kan Shakespeare meenemen naar de geestelijke wereld alsmede een andere bekende dichter uit de nieuwere tijd. Van Shakespeare neem je de figuren mee die zich daarboven weten te gedragen. De figuren van veel andere dichters echter die puur uit het naturalisme komen, zijn daarboven poppen, die zullen daar een soort bevriezing doormaken; door dit moderne dichten krijgt men het zelfs in de geestelijke wereld koud.

Das sage ich nicht aus einer Emotion heraus, aber aus Erfahrung heraus. Hat man aber diese Erfahrung, dann kann man sagen: Was hat Goethe gefühlt? Da ist es bei Shakespeare, wie wenn das große Buch der Natur aufgeschlagen wäre, und die Blätter rasch hin und wider geblättert würden vom Sturmwind des Lebens. Goethe wußte, daß Shakespeare aus allen Tiefen der geistigen Welt heraus schuf, und er empfand das. Das ist dasjenige, was Shakespeare zu der eigentlichen Unsterblichkeit verholfen hat, was Shakespeare wiederum neu macht. Wir können zehn-, zwanzig-, hundertmal ein Shakespearesches Drama erleben, nehmen wir es im Ganzen oder im Einzelnen auf.
Sie- haben in diesen Tagen jene Szene sehen können, wo der Mönch vor der hingeworfenen Helena hinkinet und seine Überzeugung über ihre Schuldlosigkeit ausdrückt. Es ist etwas ungeheuerlich Tiefes und Wahres, mit dem sich kaum etwas vergleichen läßt in der neueren Literatur; es sind manchmal gerade die Intimitäten an Shakespeare, die so bedeutsam wirken und seine innere Lebendigkeit aufweisen. Oder in dem Stück «Wie es euch gefällt», wo der Herzog in dem Ardennenwalde­ vor den Bäumen im Walde steht und die Natur schaut: Das sind bessere

Dat zeg ik niet vanuit emotie, maar uit ervaring. Heb je die ervaring eenmaal, dan kan je zeggen: wat voelde Goethe? Het is alsof bij Shakespeare het grote boek van de natuur opengeslagen is en dat de bladzijden snel heen en weer geblazen worden door de stormwind van het leven. Goethe wist dat Shakespeare vanuit de diepten van de geestelijke wereld schiep en dat voelde hij. Dat heeft Shakespeare de eigenlijke onsterfelijkheid gegeven, wat Shakespeare nieuw maakt. We kunnen tien, twintig, honderd keer een drama van Shakespeare meebeleven, of we het nu als geheel nemen of in detail.
U hebt deze dagen de scènes kunnen zien waarin de monnik voor de ter aarde geworpen Helena knielt en zijn overtuiging van haar onschuld tot uitdrukking brengt. Dat is iets buitengewoon dieps en waar, wat met bijna niets te vergelijken is in de modernere literatuur; het zijn soms juist de intieme dingen bij Shakespeare die zo’n belangrijke werking hebben en een bewijs zijn voor zijn innerlijk leven. Of in het stuk ‘As you like it’, waarin de hertog in de Ardennen voor de bomen staat en de natuur aanschouwt: dat zijn betere

Blz. 207

Ratgeber als das am Hof Erlebte – spricht er aus, denn diese Ratgeber sagen mir etwas darüber, was ich als Mensch bin. Und welch wunderbare Naturanschauung spricht gerade an dieser Stelle aus Shakespeare, indem er sagt: Die Bäume sprechen, die Quellen werden zur Schrift. Er lernt die Natur verstehen, er lernt die Natur lesen. Darauf kann Shake­speare hinweisen, darauf kann sekundär ja auch ein neuerer Dichter hindeuten. Beim neueren Dichter empfinden wir das Sekundäre-; bei Shakespeare- empfinden wir, daß er in seinem Erlebnis darinsteht, daß er unmittelbar das alles ganz selbst erlebt hat. Selbst wenn beide dasselbe sagen, ist es ganz anders, ob Shakespeare oder ein neuerer Dichter es sagt.
Da tritt die große Frage vor uns hin: Wie kommt es, daß bei Shakespeare diese mit dem Übersinnlichen verwandte Lebendigkeit besteht, woher kommt überhaupt das Leben in Shakespeares Drama? Da aber werden wir hingeführt zu sehen, wie Shakespeare aus dem 16., 17. Jahrhundert heraus etwas zu schaffen in der Lage ist, was doch noch einen lebendigen Zusammenhang hat mit dem Leben des ältesten Dra­mas; und das älteste Drama, das zu uns herüberspricht von Äschylos, von Sophokles,

raadsheren dan die hij aan het hof meemaakte – spreekt hij uit – want deze raadslieden zeggen mij iets over wat ik als mens ben. En wat spreekt Shakespeare hier een prachtige natuurwaarneming uit wanneer hij zegt: de bomen spreken, de bronnen worden tot schrift. Hij leert de natuur begrijpen, hij leert de natuur lezen. Daar kan Shakespeare op wijzen, daar kan in tweede instantie ook een modernere dichter op wijzen. Bij deze beleven wij dat secundaire; bij Shakespeare beleven we dat hij dit zelf puur beleeft, dat hij dit allemaal zelf direct beleefd heeft. Zelfs wanneer ze allebei hetzelfde zeggen, is het toch heel anders of Shakespeare het zegt of de moderne dichter.
Dan worden we voor de grote vraag gesteld: hoe komt het dat deze levendigheid die met het bovenzintuiglijke verwant is, bij Shakespeare aanwezig is, waar komt dat leven in de drama’s van Shakespeare vandaan? Dan worden we er toch toe gebracht om te zien hoe Shakespeare vanuit de 16e, 17e eeuw iets kan scheppen wat nog een levende samenhang vertoon met wat er in de oudste drama’s leeft; en het oudste drama dat nog tot ons spreekt, is van Aischylos, van Sophocles,

das ist wiederum ein Produkt der Mysterien, jener alten kultischen und künstlerischen Veranstaltungen, welche hervorgeholt sind aus der ältesten instinktiven, inneren, tiefsten sprituellen Erkennt­nis. Dasjenige, was uns an wahrer Kunst so begeistert, wir können es verstehen, wenn wir den Ursprung in den Mysterien suchen.
Wenn ich nun einige aphoristische Bemerkungen über das Mysterienwesen und das Hervorgehen des künstlerischen Sinnes und künstleri­schen Schaffens aus diesem Mysterienwesen geben werde, so kann natürlich sehr leicht eingewendet werden, daß dasjenige, was vom Standpunkt einer exakten Clairvoyance über diesen Gegenstand gesagt wird, nicht genügend durch Beweise gestützt sei. Allein dasjenige, was exakte Clairvoyance gibt, ist ja nicht nur die Bilderwelt, die uns in der Gegenwart umgibt, sondern durchaus auch die Welt des geschichtlichen Daseins, der historischen Entwicklung der Menschheit und des Kosmos überhaupt. Derjenige, der sich dieser Methode, wie ich sie in meinen Büchern geschildert habe, bedient, kann selber dasjenige nachprüfen, was diese exakte Clairvoyance über das Mysterienwesen zu sagen hat

die komen uit de mysteries voort, die oude cultische en kunstzinnige voorstellingen die uit het oudste, instinctieve, intiemere, diepste spirituele weten gehaald zijn. Wat ons voor de echte kunst zo enthousiast maakt, kunnen we begrijpen, wanneer wij de oorsprong in de mysteriën zoeken.
Wanneer ik nu een paar aforistische opmerkingen maak over de mysteriën en het ontstaan van de kunstzin en het kunstzinnige scheppen hieruit, kan natuurlijk makkelijk worden tegengeworpen dat wat er over dit onderwerp vanuit een exacte helderziendheid gezegd wordt, niet genoeg door bewijzen wordt onderbouwd. Alleen, wat exacte helderziendheid schenkt, is niet alleen maar een wereld van beelden die ons in deze tijd omringt, maar duidelijk ook de wereld van het geschiedkundige bestaan, van de historische ontwikkeling van de mensheid en niet te vergeten de kosmos. Degene die deze methode zoals ik die in mijn boeken geschetst heb, gebruikt, kan zelf nagaan wat deze exacte helderziendheid over de mysteriën heeft te zeggen.

Blz. 208

Wenn man über die Mysterien spricht, so weist man zurück in sehr alte Zeiten der Menschheitsentwicklung, in welchen Religion, Kunst und Wissenschaft noch nicht so getrennt nebeneinander dastanden, wie das heute der Fall ist. Es bringen sich die Menschen oftmals nicht genügend zum Bewußtsein, welche Wandlungen, welche Metamorphosen Kunst, Religion und Wissenschaft durchgemacht haben, bis sie zu einer solchen Trennung, einer solchen Differenzierung gekommen sind, auf der sie heute stehen. Ich will nur ein Einziges erwähnen, um einigermaßen darauf hinzudeuten, wie gerade die hier gemeinte heutige anthroposo­phische Erkenntnis wiederum hineinführt in ältere Formen, nicht in symbolisch~allegorisch~künstliche- Gestaltung, sondern in wirkliches Künstlertum. Zu uns leuchtet herüber dasjenige, was die älteren Maler zu Ende des 13., 14. Jahrhunderts geleistet haben. Man braucht sich nur an Cimabue zu erinnern. Dann tritt etwas in die Malerei ein, was die moderne Malerei mit Recht beherrscht: dasjenige, was wir Raumesper­spektive nennen. Es wird in den Kuppeln im Goetheanum in Dornach gezeigt, wie wir wieder zurückgehen nach jener Perspektive, welche in den Farben selbst liegt, daß man anders das Blaue, das Rote, das Gelbe empfindet, daß man zugleich aus der gewöhnlichen physischen Welt herauskommt, daß die dritte Dimension des Raumes aufhört eine Bedeu­tung zu haben. Man kommt dazu, nur in zwei Dimensionen zu arbeiten. 

Wanneer je over mysteriën spreekt, verwijs je naar zeer oude tijden van de mensheidsontwikkeling, waarin religie, kunst en wetenschap nog niet zo  van elkaar gescheiden waren, als tegenwoordig. Vaak dringt het niet genoeg tot het bewustzijn van de mensen door, wat voor veranderingen, welke metamorfosen kunst, religie en wetenschap doorgemaakt hebben, tot er zo’n dergelijke scheiding, zo’n differentiatie ontstaan is, als nu. Ik wil maar een enkel facet noemen om er enigszins op te wijzen hoe juist de antroposofische kennis zoals wij die hier voorstaan, weer terug kan gaan naar de oudere vormen, niet naar symbolisch-allegorisch-kunstzinnige vormen, maar naar het werkelijke kunstenaarschap. Wat de oudere schilders eind 13e, 14e eeuw gepresteerd hebben, licht voor ons op. Je hoeft maar aan Cimabue te denken. Dan komt er iets in de schilderkunst, wat de moderne schilders met zeer goed beheersen: het ruimteperspectief. In de koepels van het Goetheanum in Dornach is te zien hoe wij weer teruggaan naar dat perspectief dat in de kleuren zelf besloten ligt, dat het blauw, het rood, het geel ervaren wordt alsof je de gewone fysieke wereld verlaat, dat de derde ruimtedimensie geen betekenis meer heeft. Je komt ertoe alleen nog maar tweedimensionaal te werken.

Das ist die große Bedeutung desjenigen, was in der Kunst dem Maler zur Verfügung steht, was er mit der Farbe ausdrücken kann. Aber wie er wieder zurückkehrt zu den älteren, instinktiven, geistigen Erlebnissen der Menschheit, das will uns die moderne Anthroposophie auf ganz besondere Weise geben durch das von mir Gesagte über exakte- Clair­voyance. Wenn man zurückschaut auf das, was alte Clairvoyance wollte – es hängt ebenso zusammen mit dem Künstlerischen, mit dem Religiösen, mit dem Wissenschaftlichen, mit der alten Erkenntnis überhaupt. Eines gab es in den alten Kultusstätten des Mysterienwesens: Das Verständnis für die- Zusammengehörigkeit von Religion, Kunst und Wissenschaft, die zu gleicher Zeit schon sein sollten eine Offenbarung der göttlichen Weltenkräfte. Indem sie eine Manifestation der göttlichen Kräfte waren, versenkten sie sich in die menschlichen Gefühle des Religiösen; indem

Dat is de grote betekenis van wat in de kunst de schilder ter beschikking staat, wat hij met de kleur tot uitdrukking kan brengen. Maar hoe hij weer terugkeert naar de oudere, instinctieve, geestelijke ervaringen van de mensheid, dat wil de moderne antroposofie ons op een bijzondere manier doen toekomen door wat ik over de exacte helderziendheid heb gezegd.
Wanneer je terugkijkt naar wat de oude helderziendheid wilde, hangt dat net zo met het kunstzinnige, religieuze en het wetenschappelijke samen, dus eigenlijk met de oude kennis. In die oude cultusplaatsen van de mysteriën bestond het besef van dit samenhoren van religie, kunst en wetenschap, die tegelijkertijd een openbaring van de goddelijke wereldkrachten moesten zijn. Omdat deze een manifestatie waren van de goddelijke krachten, verbonden ze zich met het menselijk religieus gevoel; omdat

Blz. 209

sie schon waren, was wir heute in der Kunst pflegen, waren diese Kultushandlungen die künstlerischen Werke der Menschheit; und indem man sich bewußt war, daß wahre Erkenntnis gewonnen werden kann, wenn nicht einseitig der Mensch diese Erkenntnis sucht, war die alte­mysterienhafte Kulturentwicklung zugleich die Vermittlerin der dama­ligen menschlichen Erkenntnis. Nach der heutigen Anschauung glaubt man Erkenntnis erringen zu können, wenn man einfach das Bewußtsein nimmt und nun hingeht an das, was man in der Natur beobachten kann, und sich Begrilfe bildet von Naturtatsachen. So wie man heute an die Welt herangeht, um Erkenntnis zu gewinnen, war das in alter Zeit nicht der Fall. Der Mensch mußte erst zu einer höheren Stufe seiner Mensch­lichkeit hinaufsteigen, um dann in der alten Art  die nicht dieselbe ist wie die exakte Clairvoyance hineinzuschauen in die geistige Welt. Aber er schaute hinein. Dazu waren die Kultushandlungen nicht da, um dem Menschen etwas für seine Augen zu zeigen, sondern dazu, daß der Mensch etwas erlebte. Es waren gewaltige Schicksale, die dem Menschen vorgeführt wurden und die den Gegenstand dieser Kultushandlungen, dieser Mysterienhandlungen bildeten.

ze al waren wat wij tegenwoordig in de kunst doen, waren deze cultushandelingen de kunstzinnige werken van de mensheid; en omdat men er zich van bewust was, dat ware kennis verkregen kan worden, wanneer de mens niet eenzijdig naar deze kennis op zoek is, was de oude mysterieverwante cultuurontwikkeling tegelijk ook de bemiddelaar van de toenmalige menselijke kennis. Wat de huidige opvatting betreft, denkt men kennis te kunnen vergaren, wanneer men simpelweg vanuit het bewustzijn zich richt op wat men in de natuur kan waarnemen en zich begrippen kan vormen van feiten. Zoals men tegenwoordig de wereld benadert om kennis op te doen, was dat in de oudere tijden niet het geval. Eerst moest de mens met zijn menselijkheid op een hoger plan komen om dan op de oude manier die niet dezelfde is als de exacte helderziendheid, in de geestelijke wereld waar te nemen. En dat deed hij. De cultushandelingen dienden er niet voor om de mensen iets voor ogen te toveren, maar opdat de mens iets zou beleven. De mensen kregen indrukwekkende lotsbestemmingen te zien en die waren het onderwerp van deze cultushandelingen, deze mysteriehandelingen.

Der Mensch wurde dadurch, daß er seinen gewöhnlichen Menschen vergaß, herausgehoben aus dem gewöhnlichen Leben, so daß er in den Zustand kam, wo er – aber es war nicht so klar, wie es heute sein muß, nur wie ein Traum – außerhalb seines Leibes war. Das war das Ziel der Mysterien: die Menschen durch erschütternde Handlungen zu dem zu bringen, daß sie außerhalb des Leibes erlebten. Nun sind also ge­wisse Erlebnisse da außerhalb des Leibes. Das eine große Erlebnis ha­ben wir, während wir in unserem Leibe leben, während wir in unserem Organismus sind, wenn wir das, was außerhalb von uns ist, erleben mit unseren Gefühlen. Wir haben ein Miterleben desjenigen, was außer uns ist.
Wenn Sie sich vorstellen, daß der Mensch mit seinem Seelisch-Geisti­gen außerhalb seines Physischen ist und daß er draußen immer geistig miterlebt, nicht mit eisigen Verstandeskräften, sondern miterlebt mit Kräften der Seele, mit Gefühlsemotionen, wenn Sie sich vorstellen, was der Mensch dann außerhalb seines Leibes erlebt, dann lernen Sie etwas kennen: das ist das Mitfühlen – man lernt es auch mit anderen Menschen

De mens werd, doordat hij vergat een gewoon mens te zijn, opgetild boven het gewone leven, zodat hij in de toestand kwam waarin hij, echter niet zo duidelijk zoals dat tegenwoordig moet, maar als in een droom, buiten zijn eigen lichaam was. Dat was het doel van de mysteriën: de mens door schokkende handelingen zover te brengen dat hij buiten zijn lichaam iets ervoer. Er zijn bepaalde ervaringen buiten het lichaam. We hebben een sterke ervaring als we in ons lichaam aanwezig zijn, wanneer we hetgeen dat buiten ons is, in ons gevoelsleven ervaren. We leven mee met wat er buiten ons is.
Wanneer je je voorstelt dat de mens met zijn geest-zielenwezen buiten zijn fysiek is en dat hij daarbuiten steeds geestelijk meeleeft, niet met kille verstandskrachten, maar meeleeft met de kracht van de ziel, met emoties, wanneer je je  voorstelt wat de mens dan buiten zijn lichaam beleeft, dan leer je iets kennen: dat is het medegevoel – je leert het ook bij andere mensen,

Blz. 210

mit Blitz und Donner, mit dem Rauschen des Baches, dem Sprudeln der Quelle, dem Sausen des Windes, aber auch mit den geistigen Entitäten der Welt. Außerhalb seines Leibes lernt man auch das wirklich miterleben. Damit aber wird verbunden ein anderes Gefühl, das den Menschen überkommt, wenn er dem zunächst Unbekannten gegenübersteht. Es ist ein gewisses Gefühl der Furcht, der Angst. Beide Gefühle spielten die größte Rolle  in den alten Mysterien: dieses Gefühl des Miterlebens der Welt und dieses Gefühl der Furcht. Und wenn der Mensch sich so stark gemacht hatte in seinem Inneren, daß er nun ertragen konnte dieses Miterleben der Welt, daß er ertragen konnte – auch die Furcht, ohne sich dabei innerlich zu ergeben oder abzuwenden, dann war er geeignet, dann war er so weit entwickelt, daß er nun in die geistige Welt wirklich hineinschauen konnte, daß er die geistige Welt miterleben konnte, daß er seinen Mitmenschen Erkenntnisse überliefern konnte von geistigen Welten, aber auch mit diesem Gefühl wiederum in diese geistige Welt wirkte; daß seine Sprache eine- neue- poetische- Kraft offenbarte, daß seine Hand geeignet wurde, die Farben zu beherrschen, daß er seine innere Rhythmik so handhaben konnte, daß er zum Musiker der Menschen wurde. Er wurde zum Künstler.

bij donder en bliksem, bij het murmelen van de beek, het borrelen van de bron, het ruisen van de wind, maar ook bij de geestelijke entiteiten van de wereld.
Buiten je lichaam leer je dat werkelijk meebeleven. Maar daarmee wordt een ander gevoel verbonden dat de mens overkomt, wanneer hij daar aanvankelijk als iets onbekends tegenover staat. Het is een bepaald gevoel van vrees, van angst. Die beide gevoelens speelden in de oude mysteriën een grote rol: het gevoel van meeleven met de wereld en deze angstgevoelens. En wanneer de mens zich innerlijk zo sterk gemaakt had, dat hij dit meebeleven met de wereld kon uithouden, ook de angst zonder daar innerlijk aan toe te geven of zich af te keren, dat was hij geschikt, dan was hij zo ver ontwikkeld dat hij nu daadwerkelijk in de geestelijke wereld kon schouwen, dat hij de geestelijke wereld meebeleven kon, dat hij aan zijn medemens kennis over de geestelijke werelden kon overdragen, maar dat hij ook weer met dit gevoel in de geestelijke wereld werkzaam kon zijn; dat zijn taal een nieuwe poëtische kracht kon openbaren, dat zijn hand in staat was de kleur te beheersen, dat hij zijn ritmisch innerlijke krachten zo kon gebruiken dat hij de musicus onder de mensen kon worden. Hij werd een kunstenaar.

Er konnte das den Menschen überliefern, was die Urreligionen dem Menschen gaben, durchaus aus dem Mysterium heraus.  Wer heute das katholische Meßopfer mit innerer menschlicher Erkenntnis durchschaut, der weiß: es ist dieses das letzte schattenhafte Bild desjenigen, was in den Myste­rien lebend war. Das, was so in den Mysterien lebte, es hatte seine künstlerische, seine religiöse Seite. Die trennten sich später. Indem wir auf Äschylos hinschauen, auf Sophokles hinschauen, haben wir schon den Teil herausgehoben aus den Mysterien, der der künstlerische Ein­schlag war. Wir haben den göttlichen Helden Prometheus; er soll erleben, wie der Mensch Erschütterndes durchmachen kann, wie der Mensch innerliche Schreckens und Furchtzustände durchmachen kann. Zum Bilde war dasjenige geworden  das aber im Menschen wie dramati­sches Darstellen wurde, was in den alten Mysterien lebendig war, um im Menschen zu einer höheren Stufe hinaufzuheben, was in Mysterien initiiert werden sollte. So war dies ein Nachbild geworden der tiefsten menschlichen Erlebnisse. Aristoteles hatte doch noch einige Traditionen

Juist vanuit de mysteriën kon hij aan de mensen geven, wat de oer-religies de mens hadden gebracht. Wie tegenwoordig naar de heilige mis in de katholieke kerk kijkt met een blik die vanuit een innerlijk, menselijk weten komt, weet: dit is het laatste schaduwbeeld van wat in de mysteriën leefde. Wat er zo in die mysteriën leefde, had een kunstzinnige, een religieuze kant. Die werden later gescheiden. Wanneer we naar Aischylos, naar Sophocles kijken, is het deel van de mysteriën dat de kunstzinnige inslag was, er al uit verdwenen. We hebben de goddelijke held Prometheus; hij moet beleven hoe de mens iets schokkends mee kan maken, hoe de mens innerlijke schrik- en angsttoestanden door kan maken.
Wat in de oude mysteriën leefde, was tot beeld geworden; in de mens moest dit dramatisch tot uiting komen om in de mens op een hoger niveau te brengen wat in de mysteriën geïnitieerd moest worden. Zo is dit tot een nabeeld geworden van de diepste menselijke belevingen. Bij Aristoteles vind je toch nog een paar tradities

Blz. 211

von der Art, wie das alte Drama hervorgegangen ist aus den Mysterien. Aristoteles hat jenen Satz geprägt, den die Gelehrten überall in Büchern behandelt haben, die überall in Bibliotheken zu finden sind; er hat etwas hingeschrieben, was noch ein Nachklang der alten Myste­rien war, was in Äschylos und Sophokles weiterlebte: daß das Drama die Darstellung einer Handlung ist, die Mitleid und Furcht erregt, damit der Mensch gereinigt werden könne von physischen Leidenschaften, damit er die Katharsis durchmache. Man versteht nicht, was diese Katharsis, diese Reinigung bedeutet, wenn man nicht zurückschauen kann in die alten Mysterien und sehen kann, wie die Menschen vom Physischen gereinigt wurden, außerhalb ihres Leibes erleben konnten das Übersinn­liche in mächtigen Erlebnissen.
Aristoteles hat schon das geschildert, was zum Bilde geworden war in dem Drama. Das ist auf die neueren Dramatiker dann übergegangen, und wir sehen, wie in Corneille, in Radne Aristoteles wirkt; wie nachgebildet wird dem toten Aristoteles, wie gestaltet, gekleidet wird die Handlung in Furcht und Mitleid  was aber nichts anderes ist als das frühere Miterleben der geistigen Welt, wenn der Mensch außerhalb seines Leibes war. Aber die Furcht ist immer da, wenn der Mensch vor dem Unbekannten steht, und das Übersinnliche ist immer gewisserma­ßen etwas Unbekanntes.

van hoe het oude drama zich uit de mysteriën ontwikkeld heeft. Aristoteles heeft in een zin tot uitdrukking gebracht die geleerden alom in boeken aan de orde hebben gesteld en die in allerlei bibliotheken zijn te vinden, hij heeft iets opgeschreven dat nog een afspiegeling is van wat er in de oude mysteriën leefde, wat in Aischylos en Sophocles verder leefde: dat het drama een voorstelling is van een handeling die medelijden en angst oproept, opdat de mens gereinigd kan worden van fysieke hartstochten, opdat hij de catharsis door kan maken.
Men begrijpt niet wat deze catharsis, deze reiniging betekent, wanneer je niet terug kan blikken in de oude mysteriën en kan zien hoe de mensen van het fysieke gereinigd werden en buiten hun lichaam in machtige belevingen het bovenzinnelijke konden ervaren. Aristoteles heeft geschetst wat in het drama al tot beeld geworden was. Dat is overgegaan op de modernere dramaschrijvers en we zien hoe bij Corneille, bij Radne Aristoteles doorwerkt; hoe de dode Aristoteles nagevormd wordt, hoe in de handeling angst en medelijden aangekleed worden, hun vorm krijgen, wat echter niets anders is dan het meebeleven van de geestelijke wereld in die vroegere tijden, toen de mens buiten zijn lichaam verbleef. Maar er is altijd angst wanneer de mens voor iets onbekends staat en het bovenzintuiglijke is in een bepaalde mate altijd iets onbekends.

Es wird in der neueren Entwicklung nicht mehr mit vollem Verständ­nis auf die alten Mysterien hingeblickt, wo man hinausgeführt wurde von der menschlichen in eine höhere Gotteswelt, wo hereinragte die höhere Gotteswelt in diese menschliche Welt. Die Menschheit entwikkelte nicht weiter diesen alten Standpunkt, der dieser alten Dramatik zugrunde gelegen hat; dies konnte nicht mehr die Entwicelung der späteren Menschheit sein. Und Shakespeare war in die Entwicklung des Dramas der damaligen Zeit hineingestellt, in je-ne Welt, die nach einer anderen Dramatik damals suchte, so, daß in der Dramatik etwas von einem über das gewöhnliche Menschliche- Hinweggehenden lebe. Da hinein hat sich Shakespeare eingelebt, und angeregt durch das, was an jener dramatischen Kraft seiner Zeit von Menschen noch gefühlt werden kann, gab er sich demjenigen hin, was so wirkt, daß man das Gefühl hat: in Shakespeare

In de recente ontwikkeling kijkt men niet meer met het volle begrip naar de mysteriën, waar men weggeleid werd van de mensenwereld naar een hogere goddelijke, waarbij de hogere godenwereld tot aan de mensenwereld raakte. De mensheid ontwikkelde dit standpunt dat aan deze oude dramatiek ten grondslag lag, niet verder; dit kon niet meer de ontwikkeling zijn van de latere mensheid.
En Shakespeare stond met de ontwikkeling van het drama in die tijd toen, in die wereld die naar een andere dramatiek op zoek was, zodat in die dramatiek iets leefde van wat boven het gewone menselijke uitgaat. Daar heeft Shakespeare zich in ingeleefd en aangezet door wat aan die dramatische kracht van zijn tijd door de mensen nog kan worden beleefd, wijdde hij zich daaraan, wat zo werkt dat je het gevoel hebt: in Shakespeare

Blz. 212

wirkt mehr als eine einzelne menschliche Persönlichkeit, in Shakespeare wirkt der Geist seines Jahrhunderts, und damit im Grunde genommen der Geist der ganzen Entwicklung der Menschheit. Indem in Shake­speare noch etwas darinnen gewesen war von jenem alten Fühlen, machte er in sich rege dasjenige, was nun nicht eine intellektuelle Gestaltung von dieser oder jener Wesenheit oder diesem oder jenem Menschen ist, sondern er lebte selber in diesen Gestalten noch darinnen. So wurden die Gestalten seiner Dramen etwas, was nicht aus menschli­chem Intellekt heraus, sondern was aus der entzündeten Kraft des Menschen heraus gekommen ist, die wir wieder suchen müssen, wenn wir zur Entwickelung wirklicher Menschheitsideale kommen wollen. Dann aber müssen wir zur Intuition wieder kommen.
Das wird im Goetheanum in Dornach gesucht, und es darf gesagt werden, daß dort die Menschheit wiederum auf die exakte Clairvoyance­ verwiesen wird. Was noch in Shakespeare wirkt, was er auf der einen Seite in so wunderbarer Weise geschaffen hat, was die Mysteriendramati­ker noch äußerlich hingestellt haben vor den Menschen, und was Shake­speare ausgearbeitet hat, kann verständlich gemacht werden. Es ist nicht eine Äußerlichkeit, daß man in Shakespeares Dramen etwa hundertfünf­zig Pflanzennamen findet, daß man etwa hundert Vogelnamen findet:

werkt meer dan alleen maar één menselijke persoonlijkheid, in Shakespeare werkt de geest van zijn eeuw en daarmee in wezen de geest van de hele ontwikkeling van de mensheid. Als er in Shakespeare nog iets aanwezig was geweest van dat oude beleven, ontwikkelde hij in zich dat wat nu niet een intellectuele vormgeving van deze of gene figuur of deze of gene mens is, maar hij was zelf nog in deze gestalten aanwezig. Zo werden de gestalten van zijn drama’s niet wat vanuit menselijk intellect is gekomen, maar vanuit de aangewakkerde kracht van de mens, dat wij weer moeten zoeken, als we tot de ontwikkeling willen komen van echte mensheidsidealen. Maar dan moeten we de intuïtie bereiken.
Dat proberen we in Dornach, in het Goethanum en het mag worden gezegd dat daar de mensheid weer wordt gewezen op de exacte helderziendheid.
Wat nog in Shakespeare doorwerkt, wat hij op zo’n wonderbaarlijke manier gemaakt heeft, wat de toneelschrijvers van de mysteriën nog op een uiterlijke manier voor de mensen hebben neergezet en wat Shakespeare verder uitgewerkt heeft, kan begrijpelijk gemaakt worden. Het is niet iets uiterlijks wanneer we in Shakespeares drama’s zo’n honderdvijftig plantennamen vinden, zo’n honderd vogelnamen:

das alles gehört mit Shakespearedat  zum Ganzen, was als ein fortlaufender Strom sich entwickelt von den alten Kultusimpulsen der Mysterien her, was er ganz in das Menschenleben hereinnahm. Dadurch werden seine Dramen wach und wirklich, nicht durch das, was der Mensch hineinlegt, motiviert oder nicht motiviert… Ebensowenig wie man einen solchen Maßstab bei dem Prometheus, bei dem Ödipus anwenden darf, darf man ihn bei Shakespeare anwenden. Und in wunderbarer Weise sehen wir in Shakespeare’s eigener Persönlichkeit die Mysterienentwicklung. Er kommt nach London, er ist hineingestellt in das dramatische Leben, er dichtet wie andere, er wendet sich in bezug auf seine Stoffe auf das Gebiet historischer Überlieferungen, er ist abhängig von der Dramatik der anderen. Wir sehen, wie in diesen Jahren die eigentliche künstleri­sche Phantasie erwacht, so daß von 1598 an er das Innere seines Wesens seinen Gestalten aufzudrücken vermag; wir sehen, wenn er etwa seinen «Hamlet» gedichtet hat, daß er ihm mit dem gewöhnlichen Bewußtsein

dat alles hoort met Shakespeare tot het geheel, tot wat zich als doorlopende stroom ontwikkelt vanaf de oude cultuurimpulsen van de mysteriën, wat hij helemaal in het mensenleven opnam. Daardoor werden zijn drama’s geestelijk open en reëel, niet door wat de mens erin legt, gemotiveerd of niet. Net zo min als je zo’n maatstaf mag aanleggen bij Prometheus, bij Oedipus, mag je dat bij Shakespeare doen. En op een wonderbaarlijke manier zien we in Shakespeares eigen persoonlijkheid de ontwikkeling van de mysteriën. Hij komt naar Londen, hij staat in het leven van het drama, hij dicht als anderen, hij richt zich voor zijn stof op het gebied van de historische overleveringen, hij is afhankelijk van de drama’s van anderen. We zien hoe in deze jaren de kunstzinnige fantasie ontwaakt, zodat hij vanaf 1598 in staat is de kern van zijn wezen op zijn figuren over te dragen; we zien toen hij zijn Hamlet had gedicht, dat hij hem met het gewone bewustzijn

Blz. 213

nicht nachkommen kann. Es ist etwas, wie wenn man fühlen würde, daß er in anderen Welten erlebte, daß er die physische Welt anders beurteilte. Und solche Verinnerlichung verläuft mit einer Art innerer Tragik in Shakespeare. Nachdem er erst erlebt hat das äußere dramatische Milieu, dann die tiefste Innerlichkeit – ich möchte sagen, das Begegnen mit dem Weltengeist, von dem Goethe in so schöner Weise sprach -, kommt er wieder mit einem gewissen Humor in die Dramatik hinein; Humor, der die höchsten Kräfte ebenso in sich trägt, wie zum Beispiel im «Sturm» eine der wunderbarsten Schöpfungen der ganzen Menschheit, eine der reichsten Entwicklungen der dramatischen Kunst. So kann Shakespeare eine reife Weltanschauung überall in das lebendige menschliche Schaffen hineinverlegen.
Damit aber, daß wir die Dramatiker zurückführen können auf das alte Mysterienwesen, das es abgezielt hatte auf eine lebendige Entwickelung der Menschheit, wird uns begreiflich, warum aus der Dramatik Shakespeares eine solche erzieherische Kraft ausgeht. Wenn wir es ernst meinen mit diesen neuen Idealen, dann können wir sagen: Wir können wissen, wie das, was aus einer Art von Selbsterziehung hervorgegangen ist – wie ich eben geschildert habe – bis zu seiner höchsten geistigen Erhebung, nun auch in den Schulen wirken kann; wie es hineindringen kann in die lebendigen erzieherischen Kräfte unserer Jugend.

niet kan volgen. Het is zoiets alsof je voelt dat hij in een andere wereld leefde, alsof hij de fysieke wereld anders beoordeelde. En een dergelijk verinnerlijken verloopt in Shakespeare met een soort innerlijke tragiek.
Nadat hij in eerste instantie het uiterlijke dramatische milieu beleefde, dan de diepste innerlijkheid – ik zou willen zeggen, de ontmoeting met de wereldgeest waarover Goethe zo mooi sprak – komt hij weer terug in de dramatiek met een bepaalde vorm van humor; humor met een grote diepgang, zoals bijv. in ‘de Storm’, een van de wonderbaarlijkste scheppingen in de hele mensheid, een van de rijkste ontwikkelingen van de dramatische kunst.
Zo kan Shakespeare overal aan het levende menselijke scheppen een rijpe wereldbeschouwing meegeven.
Omdat wij echter de toneelschrijvers terug kunnen voeren tot aan het oude mysteriewezen en dat dit streefde naar een levendige ontwikkeling van de mensheid, kunnen we begrijpen waarom uit de dramatiek van Shakespeare zo’n opvoedkundige kracht uitgaat. Wanneer we deze nieuwe idealen serieus nemen, kunnen we zeggen: we kunnen weten hoe wat tevoorschijn gekomen is uit een soort zelfopvoeding – zoals ik net heb geschetst – ontwikkeld tot een grote geestelijke hoogte, ook in de school werkzaam kan zijn; hoe dat door kan dringen tot in de levende opvoedkundige krachten van onze jeugd.

Das ist es, was aus der Erfahrung der ganzen kosmischen Spiritualität uns so recht heute aktuell macht Shakespeares Dramen und die großen Erziehungs-fragen der Zeit. Aber mit allen Mitteln müssen wir geistig tätig sein, denn wir werden aus Shakespeare diese Fragen nur dann beantworten, wenn wir sie mit tiefster Spiritualität, aus voller Geistigkeit heraus beantwor­ten. Wir brauchen das, denn es sind diejenigen Ideale, die die Menschheit so sehr nötig hat. Wir haben eine großartige Naturwissenschaft; sie gibt uns eine dichte, stoffliche Welt, sie kann nichts anderes lehren als das Ende, welches in eine Art Weltentod führen wird. Wir schauen auf die natürliche Entwicklung hin, wir finden sie aus den Anschauungen der letzten Jahrhunderte herausgehend als etwas Fremdes, wenn wir zu unseren Idealen hinaufschauen. Hat aber das unreligiöse Ideal durch die ganze zivilisierte Welt hin eine reale Kraft? Nein! Wir müssen sie erst wieder erwerben, müssen zu den geistigen Welten aufsteigen, um diese

Dat is wat vanuit het ervaren van heel die kosmische spiritualiteit voor ons de drama’s van Shakespeare en de grote opvoedingsvragen van de tijd zo actueel maakt. We moeten wel met alle middelen geestelijk actief zijn, want we kunnen vanuit Shakespeare deze vragen alleen beantwoorden, wanneer we deze met de diepste spiritualiteit, vanuit de volle geest, beantwoorden. Dat hebben we nodig, want het gaat om de idealen die de mensheid zo zeer nodig heeft. We hebben een geweldige natuurwetenschap; die geeft ons een vaste, stoffelijke wereld, die kan niet anders leren dan het einde, dat tot een soort werelddood zal leiden. We kijken naar de natuurlijke ontwikkeling, we ervaren die vanuit de opvattingen van de laatste eeuwen uitgaand, als iets vreemds, wanneer we naar onze idealen opzien. Maar heeft het niet-religieuze ideaal door de hele beschaafde wereld een reële kracht? Nee! We moeten die eerst weer zien te verkrijgen, moeten ons opwerken tot de geestelijke wereld om deze

Blz. 214

Kraft zu erwerben, die- alles überwinden kann, die selbst zur starken Naturkraft werden kann, nicht nur zum Glauben. Wir mussen uns aufschwingen können zu dem, was aus religiösen Idealen etwas schafft, was im Kosmos das Stoffliche überwindet. Das können wir nur, wenn wir der geistigen Weltanschauung uns hingeben. Ein großer Führer kann Shakespeare sein zu dieser geistigen Weltanschauung. Es ist aber auch ein starkes soziales Bedürfnis für das Wirken dieser geistigen Weltanschauung in der Gegenwart da. Rechnen Sie es mir nicht so an, als wenn ich aus Egoismus heraus diese Entwickelung wollte, weil gerade in Dornach in der Schweiz das gepflegt wird, was die Menschheit wiederum hineinführen kann in die Wirklichkeit, in das Geistige, in die wahre Spiritualität der Welt. Allein gerade deshalb ist es in Dornach möglich gewesen, manches zu überwinden, was heute Interessen der Menschheit sind, die aber leider diese Menschheit spalten; einander widerstrebende Interessen, die Parteien geschaffen haben in allen mögli­chen Gebieten. Und gesagt werden darf vielleicht, daß während meist in Dornach siebzehn Repräsentanten der gegenwärtigen Zivilisation vom Jahre 1913 bis jetzt in Eintracht arbeiteten durch die ganze Kriegsepoche­hindurch – wir in der Nachbarschaft die Kanonen donnern hörten, in denen der menschliche Unfriede aneinanderprallte.

kracht te verwerven die alles kan overwinnen, die zelf tot een sterke natuurkracht kan worden, niet alleen maar tot een geloof. We moeten ons kunnen opwerken tot wat uit religieuze idealen iets kan kan scheppen, wat in de kosmos het stoffelijke overwint. Dat kunnen we alleen, wanneer we ons richten op de geestelijke wereldbeschouwing. Voor deze geestelijke wereldbeschouwing kan Shakespeare een grote leider zijn.
Maar er is in deze tijd ook een sterke sociale behoefte aan de werking van deze geestelijke wereldbeschouwing. Neem het me maar niet kwalijk, als zou ik deze ontwikkeling vanuit egoïsme willen, omdat met name in Dornach in Zwitserland volop in de aandacht staat wat de mensheid weer tot de werkelijkheid kan brengen, tot het geestelijke, tot de echte wereldspiritualiteit.
Juist daarom was het in Dornach mogelijk veel te overwinnen van wat tegenwoordig de interesses van de mensheid zijn, die helaas echter in de mensheid een scheuring teweegbrengen; interesses die tegen elkaar ingaan, die partijen hebben doen ontstaan op allerlei gebied. En het mag misschien worden gezegd dat, terwijl in Dornach zeventien vertegenwoordigers van de huidige beschaving vanaf 1913 tot nu in harmonie werkten tijdens de hele oorlogstijd – wij in de buurt de kanonnen hoorden bulderen, waarbij de menselijke onvrede op elkaar botste.

Und daß Repräsen­tanten von siebzehn Nationen in dem größten der menschlichen Kriege friedlich zusammenarbeiten konnten, scheint mir auch ein großes Ideal der Erziehung zu sein. Was so im kleinen, das könnte auch im großen möglich sein, und das braucht der menschliche Fortschritt, die menschli­che Zivilisation. Deshalb, weil wir einen Fortschritt der menschlichen Zivilisation wollen, muß ich hinweisen auf eine solche Gestalt, die in der ganzen Menschheit wirkte, die der ganzen Menschheit große Anregung gegeben hat zu denjenigen neuen menschlichen Idealen, die für die internationale allgemeine Menschheit Bedeutung haben. Deshalb muß ich auf Shakespeare- hinweisen, deshalb lassen Sie mich schließen an diesem festlichen Tage mit Worten, die ich behandelt habe in meinen Auseinandersetzungen – mit Worten Goethes, die- er empfunden hat, indem er bei Shakespeare volle, totale Spiritualität und Geistigkeit empfunden hat. Da entrang sich ihm ein Satz, der, wie es mir scheint, tonangebend sein muß für alle Shakespeare-Auffassung, die da bleiben

En dat vertegenwoordigers van zeventien landen in de grootste oorlog tussen de mensen vreedzaam konden samenwerken, lijkt mij ook een groot opvoedingsideaal. Wat zo in het klein mogelijk is, zou het ook in het groot kunnen zijn en dat heeft de menselijke vooruitgang nodig, de menselijke beschaving. En als we een vooruitgang van de menselijke beschaving willen, moet ik verwijzen naar die persoonlijkheid die in de hele mensheid werkzaam is, die de hele mensheid een grote impuls heeft gegeven voor die nieuwe idealen die voor de internationale mensengemeenschap van betekenis is. Daarom moet ik op Shakespeare wijzen, en laat u mij daarom op deze feestelijke dag afsluiten met de woorden die ik aan de orde heb gesteld in mijn uiteenzetting – met de woorden van Goethe die hij ervoer toen hij bij Shakespeare de volle, totale spiritualiteit vond. Toen kwam hij tot een zin die, zo ziet die er voor mij uit, toonaangevend moet zijn voor alle opvattingen over Shakespeare die een

Blz. 215

muß ein ewiger Quell der Anregung für alle zivilisierten Menschen. Und im Bewußtsein davon hat Goethe die Worte gebraucht über Shake­speare, mit denen wir diese Betrachtung schließen können: «Es ist die Eigenschaft des Geistes, daß er den Geist ewig anregt. » Deshalb muß man mit Recht mit Goethe sagen: «Shakespeare und kein Ende!»

eeuwige bron ter aansporing moet blijven voor alle beschaafde mensen. En met dat bewustzijn heeft Goethe over Shakespeare de woorden gebruikt waarmee we deze overdenking kunnen afsluiten: ‘Het is de eigenschap van de geest, dat deze de geest eeuwig stimuleert.’ Daarom moet je met recht met Goethe zeggen: ‘Shakespeare en geen einde!’
.

GA 304, 8e voordracht (Duits)
.

Shakespeare

Rudolf Steineralle pedagogische voordrachten

Rudolf Steineralle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

2627

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.