VRIJESCHOOL – Ontwikkelingsfasen – aan het begin van het leven (1-1)

.

Conceptie: leven door de poort van de dood

.
In het eerste college ‘menselijke embryologie’, dat ik jaarlijks* aan medische studenten geef, begin ik de collegeserie met een samenvatting van de gebeurtenissen, die zich afspelen bij de menselijke conceptie (bevruchting). Vaak voel ik in de aanvang een wat afwijzende houding bij de eerste-jaarsstuden-(tes), in de trant van ‘dat weten we allang, daarover zijn we al uitvoerig voorgelicht, dat is niets nieuws meer.’

Ik kan me die houding wel voorstellen in een tijd, waarin het een trend is kinderen zo vroeg mogelijk hier over voor te lichten in vaak erg zakelijke, voor het kind inhoudsloze begrippen. Het mooie, het wonder, is er af.

Ik meen echter de menselijke conceptie in zodanige termen te kunnen beschrijven, dat dit zogenaamde biologische gebeuren weer komt te staan in het perspectief van het oerfenomeen van de ont-moeting. Er ontstaat dan ruimte voor gevoelens van verwondering en het beleven van scheppingswijsheid: het wonder achter de zakelijke feiten. De twijfel of dit ook na het geschreven woord mogelijk is, doet mij wat terughoudend zijn, maar omdat ik zelf iedere keer weer getroffen word door dit verhaal van leven en dood, wil ik het graag proberen.

Laat ik beginnen hoofdrolspeler en -speelster het drama ten tonele te voeren. Om te beginnen is er de zaadcel, de spermatozoo. Met miljoenen tegelijk komen zij vrij: voor een redelijke kans op bevruchting zijn er, onder normale omstandigheden, minstens 100.000.000 nodig! De productie van deze enorme aantallen vindt continu, dag in, dag uit plaats in de manlijke testis (een woord dat mij altijd speelser en lichter voorkomt dan het Nederlandse equivalent teelbal of zaadbal). In de testis is er sprake van een gigantische celdelingsactiviteit, een ware uitspatting van leven die het orgaan bijvoorbeeld zo gevoelig maakt voor de celdodende werking van Rö-stralen. Deze aanmaak wordt gevolgd door een rijpingsproces van enkele weken, dat resulteert in de uiteindelijke spermatozoo, die naar men aanneemt, niet langer dan 2, 3 dagen in leven blijft en dan weer wordt afgebroken. In schijnbaar tegenstrijdigheid daarmee vindt deze uitspatting van celdelingen, van levensactiviteit zijn optimale condities in een koelere omgeving dan de lichaamsholte: 35° C is optimaal. Warmte is nadelig voor de spermatozoenaanmaak. Als de testes, wat bij kinderen soms gebeurt, tijdens de ontwikkeling in de ichaamsholte blijven liggen, komen zij niet tot activiteit, op het moment, dat dat normaliter gebeurt, namelijk bij het begin van de puberteit.

Hoe anders is het gesteld met het vrouwlijk geslachtsorgaan, de eierstok of ovarium. Deze organen liggen wél diep in de buikholte en zijn daar met hun helder witte kleur – die ook de kleur van bijvoorbeeld zenuwweefsel is – een opvallende verschijning. Kennelijk deert de lichaamstemperatuur hun
functioneren niet; integendeel menige vrouw weet uit eigen ervaring dat de eisprong (de ovulatie) met een verhoging van de lichaamstemperatuur gepaard gaat. Het woord stok (afgeleid van het Engelse ‘stock’ = voorraad) duidt erop, dat hier iets – althans bij de vrouw in haar vruchtbare periode – heel anders gaande is dan in de testis, namelijk geen productie van eicellen (oöcyten), maar een voorraad. En wel, een slinkende voorraad.

In tegenstelling tot de spermatozoo worden de eicellen al aangemaakt vóór de geboorte, totdat ongeveer in de 5e maand van de embryonale ontwikkeling van een vrouwelijk individu het maximum van 6.000.000 (onrijpe) eicellen is bereikt. Bij de geboorte zijn er daarvan nog maar hoogstens 2.000.000 over en aan het begin van de puberteit – het moment waarop bij de man de zaadcellenaanmaak begint – is er een nog steeds slinkende voorraad van 40.000 eicellen in een bijna rijpe toestand, in een soort ruststadium verkerend. Eén keer per maand, per cyclus gaan een aantal eicellen met hun rijpingsproces verder, en weer één (of soms ook twee?) daarvan maakt dit af en komt als rijpe eicel (oöcyt) vrij. In het ovarium heerst niet de bruisende activiteit van een enorme celdelingsproductiviteit, maar de rust van een gestaag afstervingsproces.

Eicel 469 maal vergroot
.
Zo begint zich een polariteit af te tekenen. Hoewel beide organen gesitueerd zijn in het stofwisselingsgebied van de mens, maar beide ook elementen bevatten die meer eigen zijn aan de zintuig-zenuwstelsel-pool (zoals het symmetrische voorkomen, de witte kleur), mengen beide organen deze kwaliteiten op een polaire wijze. De testis (harde buitenschil, koele condities) vertoont het bruisende van een stofwisselingsorgaan, het ovarium (weker orgaan, warmere condities) is daarentegen een plaats van een afstervensproces. Polair in zichzelf en polair tegenover elkaar.

A. Spermatozoo. B. Spermatozoo op dezelfde schaal als C. C. Eicel of oöcyt met een krans van voedstercellen.

Het fascinerende van polariteiten is dat zij, juist door hun eenzijdigheden kunnen polariseren, in hun eenzijdigheid verstarren, maar ook zo… vruchtbaar kunnen zijn, als zij elkaar in wisselwerking ontmoeten. Licht en donker: als zij elkaar actief, creatief ontmoeten manifesteren zich op dat grensvlak de kleuren (Goethe). Hoe herkenbaar is dat niet in de menselijke samenleving? Zijn niet juist die ontmoetingen (uiteindelijk) het vruchtbaarst, die plaats vinden tussen twee strijdige karakters, persoonlijkheden, wanneer maar de afstotende krachten tussen de twee polen overwonnen worden? Heeft een ander juist daarom niet zoveel te bieden, omdat hij/zij anders is? Maar tegelijk moeten de afstotende machten, die de polen in hun eenzijdigheid willen doen verkeren, overwonnen worden. Niets is doodser, onvruchtbaarder dan de eenzijdige verstarring, zoals de materialist en de spiritualist die elkaar niet meer kunnen vinden, ont-moeten. Een derde mogelijkheid is de passieve ontmoeting tussen twee polen, het grauwe midden, het compromis. Ook een vorm van eindpunt, de spanning van de ontmoeting, de wisselwerking is eruit. De schemer, ontmoetingspunt van dag en nacht: waar dag in nacht, nacht in dag overgaat, is niet scherp te stellen: beide polen maximaal aanwezig, maar niet in hun eenzijdigheid. Integendeel, beide kwaliteiten gaan op in de schitterende kleuren waarmee de hemel zich tooit: een vruchtbaar breekpunt van tegelijkertijd zijn en niet-zijnde ontmoeting. Maar laat ons teruggaan naar wat spermatozoo en oöcyt ons in deze te vertellen hebben.

De polariteit gaat namelijk nog veel verder op. De spermatozoo is een kleine cel, met een zogenaamde kop van ongeveer 0,005 mm en een ongeveer vijftien keer zo lange staart. Het is een cel die zich middels bewegingen van de staart op eigen kracht kan voortbewegen, liefst tegen de stroom in. Omdat er een vloeistofstroom bestaat van eierstok naar baarmoeder vindt de spermatozoo, tegen de stroom in ‘zwemmend’, zijn weg. Het volume van de spermatozoo is uiterst klein: tijdens het rijpingsproces wordt alle overbodige celmateriaal (‘ballast’) uitgespoten, zodat bijna alleen kern en celwand overblijven, hetgeen een voordeel voor de beweeglijkheid lijkt te zijn. De zaadcel is een uiterst gespecialiseerde cel met een sterk uitgesproken vorm, iets dat ook aangetroffen wordt bij zenuwcellen. Net als deze cellen kan ook een spermatozoo zich niet meer delen dit is het ‘dode’ eindpunt van een gespecialiseerde ontwikkeling. De zaadcel is de actieve, zoekende partner in deze oer-ontmoeting.

Want de eicel, zij wacht. Het is een ronde cel, die daardoor in de vorm weinig gespecialiseerd is en als zodanig meer een representant van het stofwisselingsgebied. De eicel is gigantisch groot: met haar 0,2 mm diameter is zij bijna met het blote oog zichtbaar en behoort daarmee tot de grootste menselijke lichaamscellen. In tegenstelling tot de spermatozoo zien we bij het oöcytrijpingsproces een enorme volumevergrotingstendens: er is juist een grote hoeveelheid cytoplasma (celinhoud) aanwezig. In één eicel gaan tienduizend spermatozoën! Dit grote volume zou men kunnen beschouwen als de bijdrage van de oöcyt om de ontmoetingskans te vergroten; bovendien levert de eicel het celmateriaal voor de eerste stadia in de embryonale ontwikkeling na de conceptie. Heeft de spermatozoo na zijn rijpingsproces en vrijkomen, het vermogen tot deling verloren, de eicel vertoont rond het moment van vrijkomen nog enkele delingen (rijpingsdelingen). (Overigens zijn dit zeer ongelijke delingen: er ontstaat één grote cel en een heel klein celletje, dat nauwelijks celmateriaal bevat, het poollichaampje). De celdeling die zij begint vlak na de ovulatie zal alleen worden afgemaakt indien er sprake is van conceptie en onmiddellijk daarop treden dan de eerste delingen op, die het ontstaan van een vrucht inleiden. De eicel heeft na de ovulatie nog een levensduur van enkele uren tenzij bevruchting optreedt. Ze kan zich niet op eigen kracht bewegen en wordt dan ook passief meegevoerd met dezelfde vloeistofstroom waar de spermatozoo zo actief tegenin zwemt: via de eileider naar de baarmoeder.

Daar zweeft zij: één in getal, groot, rond, passief, met de levenskrachten in haar als het ware ‘op scherp’, wachtend om na de ontmoeting met de spermatozoo vrij te komen. Een wereld van ingehouden rust, in schril contrast van het massale, drukke, actieve gedoe van miljoenen spermatozoën, die in groten getale onderweg afsterven: slechts ‘enkele’ bereiken de eicel. [1]

Zo staan eicel en zaadcel tegenover elkaar ‘ een immense polariteit, waarin dood en leven op zo wonderlijke wijze vervlochten zijn. In gemetamorfoseerde vorm, en elke op volkomen andere manier zijn zaadcel en eicel de topjes van een piramide, eindpunt van een stroom, gedoemd te sterven. Tenzij zij elkaar ontmoeten en juist in deze ontmoeting van maximale eenzijdigheden opgaan en… vruchtbaar zijn: de bevruchte eicel, het ovum, nieuw leven. In de zaadcel en de eicel zijn het manlijke en het vrouwlijke maximaal uitgekristalliseerd, daarom zo eenzijdig, maar juist daarom zo vol mogelijkheden. Zoals in de top van de piramide de hele kracht van het bouwwerk ingesloten zit, maar in concreto niet aanwezig is. Het middelpunt van de lemniscaat. Op dat smalle punt van deze vorm, van de zandloper ontmoeten de beide stromen elkaar. Man en vrouw maken ruimte voor een nieuwe mens. Hun ontmoeten is essentieel daarvoor, hun terugtreden evenzeer: het kind is niet van de ouders, het kan wórden, dankzij die ouders. De levenstroom van aanmaak van eicellen en zaadcellen komt tot stilstand in die ene zaadcel en eicel, en dat kan het startpunt worden van de miljarden celdelingen die daarna aan de vorming van een nieuw menselijk individu zullen bijdragen.

Er is nog een fenomeen waarop ik graag de aandacht wil vestigen. het is een algemeen verbreid idee dat menselijk leven bij de conceptie ‘begint’. Nu kan men vanuit de geesteswetenschappelijke inhouden voldoende beschrijvingen, argumenten aanvoeren, dat dit niet het geval is, maar dat bij de conceptie sprake is van verschijnen van leven in de wereld van de materie. De doelstelling van dit artikel is echter ook te laten zien, dat men waarneembare fenomenen zodanig kan beschrijven en rangschikken, dat er wel degelijk een aansluiting te vinden is tussen deze fenomenen én de realiteiten uit geesteswetenschappelijk oogpunt. Als het ware ontmoetingspunten creëren waar de piramiden van geesteswetenschappelijke beschouwing en natuurwetenschappelijke, materialistische zienswijze elkaar kunnen raken.

Niet meer en niet minder dan voorwaarden tot ontmoeting creëren, de ontmoeting zelf komt dan van buitenaf tot stand, zij ligt niet in de beide stromen besloten. Uit het voorafgaande is dunkt mij voor degene die dat uit, voldoende aanleiding te vinden om te stellen, dat de stelling ‘het leven begint bij de conceptie’, maar zeer relatief is. Er is echter nog een fenomeen waarop ik in deze wijzen wil.

In de weken voorafgaande aan de conceptie vertoont het baarmoederslijmvlies een sterke opbouwende activiteit: het wordt dikker, rijker aan klieren en bloedvaten, etc. Ook gedurende de eerste week na de bevruchting schrijdt dit proces van opbouw, levensactiviteit verder om zo het baarmoederslijmvlies voor te bereiden op de eventuele innesteling van een dan ongeveer zes dagen oud embryo (‘vrucht’). Indien er geen bevruchting en daarmee geen innesteling optreedt wordt het slijmvlies weer afgebroken, hetgeen zich na enige dagen als menstruatie manifesteert. Zo kan men de cyclus van de vrouw beschrijven als een ritmische afwisseling van opbouw en afbraak, van leven en dood. (zie afb.)

voorstelling van de cyclische veranderingen bij de vrouw vóór en na de conceptie: opbouwfase, leven; afbraakfase, dood; blijvende opbouwfase

Wanneer nu conceptie en innesteling optreedt, blijft het baarmoederslijmvlies in de begonnen opbouwfase, alsof voorkomen wordt dat de doodskrachten bezit nemen van dat slijmvlies, waardoor het niet in de afbraakfase komt. Alsof ‘iets’ in dit ritmische proces inhaakt en het leven daarmee vasthoudt, voorkomt dat de levensprocessen tot verval geraken. Zo beschouwt kan men de vraag ‘waar begint het leven dan?’ veranderen in ‘was het leven al niet aanwezig?’ Zoals de eicel ook in zekere zin de vermogens tot celdeling, levensactiviteit in zich opgeslagen had. Daarbij sluit ook de waarneming aan dat de vrouwelijke geslachtscellen zich al in een heel vroeg stadium van de ontwikkeling van een vrouwelijk individu afzonderen en niet meer aan verdere specialisatie etc. deelnemen: het zijn met recht oerkiemcellen.

Ik hoop de conceptie zodanig voor u beschreven te hebben, dat u iets herkent van de enorme indruk die deze oerontmoeting op mij maakt. Een boeiend samenspel van leven en dood, zoals de schemering dat is tussen dag en nacht: een teer evenwicht met enorme ingehouden mogelijkheden.

Tot slot zou ik de vraag willen stellen: waar begint conceptie eigenlijk? Bij de ontmoeting van zaadcel en eicel of al bij de ontmoeting van man en vrouw, of op het moment dat zij de wens tot een kind concipiëren, of nog verder ‘terug’ in realiteiten, waar het zintuiglijke geen toegang heeft? Als een mens uit niets meer ontstaat dan uit klompjes genetisch materiaal, die eenmaal door het toeval samengevoegd, kunnen uitgroeien tot een menselijk individu, dan zal dit ‘leven’ inderdaad beginnen bij de versmelting van zaadcel en eicel. Beschreven zoals hierboven kan menselijk leven evengoed beschouwd worden als een continuüm van inhakende en loslatende geestelijke en materiële grootheden, waarbij een beginpunt moeilijk is aan te geven en hoogstens gesproken kan worden van een verschijningspunt, waar zichtbare en onzichtbare wereld elkaar in hun uitersten raken. De conceptie als een punt waar leven tot bijna stervens toe terugtreedt om (nieuw) leven ruimte te geven.

Of zoals onderstaand gedicht dat in eigen bewoordingen uitdrukt:

Ik zou je een kind willen geven
niet zomaar
een optelsom
van twee soorten genen,
toeval in een zee
van tijd

Maar
een wonder,
zwevend in het veilige blauw
van je schoot

Geworden
geschapen
op dat ene moment,
dat ik was jij
en jij was mij,
wij waren elkaar
en werden
de ander.

 

[1] Ik betreur het, dat op dit moment vaak bij de studenten een weerstand voelbaar is. Het is mij gebleken, dat dat komt, omdat ze denken dat ik met deze beelden voeding geef aan de opvatting dat de vrouw ongelijk zou zijn aan de man.’Ik schilder inderdaad een ongelijkheid, maar als polariteit, die niets van doen heeft met ongelijkwaardigheid. Integendeel: beide polen ontlenen zelfs hun waarde aan elkaar, zij bestaan dank zij elkaar. Deze reactie heeft zeker te maken met het tijdsbeeld, waarin bijvoorbeeld begrippen als ‘actief – passief’ een bepaalde lading hebben gekregen in termen van rolpatronen.
.

Jaap van der Wal, Jonas 17, *20-04-1979
.

Jaap van der Wal 

Meer over embryologie onder ‘ontwikkelingsfasenaan het begin van het leven

menskunde en pedagogie: alle artikelen

.

1439

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s