VRIJESCHOOL – Dierkunde 4e klas (1-3)

.

DE LEEUW

Voorheen waren leeuwen algemeen in Zuid-Europa, Zuid-Azië, naar het oosten tot Noord- en Midden-India en geheel Afrika. De laatste leeuw in Europa stierf tussen 80 en 100 na Christus. In 1884 waren de enige overgebleven leeuwen in India die in het Girwoud – ongeveer een dozijn in aantal – en zij waren vermoedelijk elders in Zuid-Azië bv. in Irak en Perzië, kort na die datum uitgestorven. Sedert het begin van deze eeuw zijn de Gir-leeuwen beschermd en een aantal jaren geleden werd hun aantal geschat op 300. Een latere schatting in 1968 bracht dit getal echter terug tot 170. In Noord-Afrika en in Zuid-Azië zijn de leeuwen buiten het Kruger Park uitgeroeid.

De total lengte kan 2.70m bedragen, waarvan ca 90 cm door de staart wordt ingenomen; hij kan een gewicht van 250 kg bereiken. De leeuwin is kleiner. De vacht is bruingeel; de manen van het mannetje zijn bruin tot zwart, dicht of spaarzaam; in sommige districten komen leeuwen zonder manen voor. De manen groeien op kop, nek en schouders en kunnen zich zelfs tot de buik uitstrekken.

Leeft in troepen
Leeuwen leven in open terrein met struikgewas, verspreid staande bomen of rietvelden. Zij zijn de enige sociaal levende leden van de kattenfamilie; ze jagen en leven in troepen van ten hoogste 20 – in uitzonderingsgevallen 30 dieren, bestaande uit een of meer volwassen leeuwen en een aantal leeuwinnen met hun jongen.
De leden van een troep gaan niet alleen samen op jacht, waarbij ze de prooi besluipen en in een hinderlaag jagen, maar verdedigen zich ook gezamenlijk. Bij het jagen wordt er meestal niet gebruld, ofschoon men leeuwen wel tijdens de jacht kan horen grommen om met elkaar contact te houden. Een leeuw is in staat snelheden van 60 km per uur te ontwikkelen, maar alleen over korte afstanden. Hij kan uit stand sprongen maken van 3,5 m hoog en 12 m ver. Leeuwen klimmen normaal niet in bomen, maar leeuwinnen springen wel eens op de laagste takken om te zonnen; soms klimmen zij ook net als de mannetjes in een boom om de buit van een luipaard, verborgen in de oksel van een tak, te bemachtigen. Er is een waarneming over een leeuw die een luipaard in een boom najoeg, kennelijk met de bedoeling hem te doden, maar ze moest het opgeven toen de luipaard de kleinere takken in de top van de boom beklom, die haar gewicht niet konden dragen.

Niet uitsluitend vlees
Ofschoon ze voornamelijk vlees eten, nemen leeuwen ook wel afgevallen vruchten. Gewoonlijk verkrijgen leeuwen, als aanvulling op de eiwitten, koolhydraten en zouten, hun vitaminen uit de ingewanden van de graseters die zij doden. Het is karakteristiek voor leeuwen om eerst de ingewanden en het achterlijf te verslinden en zo naar voren te werken. In gevangenschap doen de leeuwen het ’t best, wanneer vitaminen aan hun dieet van rauw vlees worden toegevoegd. Ofschoon de leeuwinnen vaak de prooi doden, eten de leeuwen het eerst (vandaar de uitdrukking ‘het leeuwendeel’, daarna de leeuwinnen en ten slotte de welpen. Over het algemeen vormen antilopen en zebra’s de voornaamste prooien van de leeuw, maar bijna elk dier kan hiervoor in aanmerking komen: van rietrat tot olifant, nijlpaard, giraf, buffel en zelfs struisvogels.

Een onderzoek in het Kruger Park bracht aan het licht dat de prooidieren in volgorde van belangrijkheid zijn: wildebeest (gnoe), impala, zebra, waterbok, koedoe, giraf, buffel. Een later onderzoek gaf de volgende volgorde te zien: waterbok, wildebeest, koedoe, giraf, zwarte paardantilope, zebra, buffel, rietbok, impala.
Als een leeuw door ouderdom of verwondingen niet in staat is een prooi te vangen, bepaalt hij zich tot stekelvarkens en kleinere knaagdieren, tot schapen en geiten of wordt hij een mensendoder waarbij hij vooral kinderen en vrouwen aanvalt. Mensen eten kan echter een gewoonte worden; een groep leeuwen in Tsavo heeft een tijdlang de bouw van de Oegandaspoorweg opgehouden door hun aanvallen op de spoorwegarbeiders. Honden worden soms gedood, maar niet gegeten.

Overdreven voorstelling van kracht
Een veel gehoord verhaal is dat van de leeuw die een stal binnendringt, een koe steelt en daarmee over de omheining springt. In een tijdschrift uit 1960 staat dat dat onmogelijk is. Leeuwen die een bezoek brengen aan een boerderij gaan nooit alleen naar binnen. Mogelijk springt één van hen over de omheining, doodt een dier en sleept dat onder de omheining door naar de soortgenoten. Mogelijk ook raakt het vee in paniek, waarbij het gemakkelijk kan gebeuren dat een dier de omheining omver loopt en dan onmiddellijk door de troep leeuwen wordt verscheurd.
De leeuw jaagt in stilte en het is meestal de leeuwin die de prooi doodt. De gebruikelijke methode is, de prooi te bespringen en de nek te breken met een slag van de voorpoten. Soms grijpt de leeuw zijn prooi bij de keel met zijn tanden of drukt diens keel of neusgaten dicht met de voorpoten. Een andere methode is de prooi van achteren te bespringen en hem tegen de grond te drukken. Een leeuw doodt een nijlpaard door zijn vlezige lijf te bewerken met zijn klauwen tijdens de achtervolging. Leeuwen doden en eten verder krokodillen en ze eten ook aas, vooral als het nog vers is. Een leeuw eet zelfs zijn dode soortgenoten. Men hoort nog wel eens het oude verhaal van de leeuw die zichzelf tot razernij geselt met een ‘klauwtje’ aan de staart, maar dit is niet meer dan een wervelvergroeiing.

Natuurlijke bevolkingsregulatie
Leeuwen nemen voor het eerst aan de voortplanting deel als ze twee jaar oud zijn, maar bereiken hun volwassenheid na 5 jaar. De mannetjes zijn polygaam. Er wordt flink wat gebruld voor en tijdens de paring en er vinden gevechten plaats met mannelijke indringers.
De draagtijd is ca 105-112 dagen; het aantal welpen bedraagt per worp 2 – 5; ze worden blind en met een gevlekte vacht geboren. De ogen gaan na 6 dagen open; de zoogperiode duurt 3 maanden, waarna de leeuwin de welpen het jagen leert. Na een jaar zijn ze volleerde jagers. Welpen hebben een hoog sterftecijfer, omdat ze bij het eten pas het laatst aan de beurt zijn; ze hebben vaak te lijden van voedseltekort, vooral wat vitaminen betreft. Dat fungeert als een natuurlijke regulatie van de bevolkingsdichtheid. Zou het aantal leeuwenin een gebied door een of andere oorzaak afnemen, bv. wanneer leeuwen door de mens worden gejaagd, dan kunnen de overblijvende dieren gemakkelijker een prooi doden waardoor er meer voedsel is. Leeuwinnen doden dan speciaal voor hun welpen die dan ook het eerst te eten krijgen. Dit rijkere voedselaanbod maakt de overlevingskansen van de welpen groter, waardoor uiteindelijk het evenwicht van de bevolkingsdichtheid wordt hersteld.

Gevaren voor de Koning der Dieren
Er zijn behalve de mens geen werkelijke vijanden van de leeuw, maar er gebeuren nog wel eens ongelukken vooral met de jonge en onervaren dieren. De zebrahengst kan een leeuw gevoelige trappen bezorgen, bv. tegen het gebit, waardoor hij voor de rest van zijn leven nog slechts kleiner wild kan jagen. De zwarte paardantilope is zeer wel in staat een enkele leeuw het hoofd te bieden en ook andere antilopen hebben wel leeuwen op hun hoorns gespietst. Een kudde buffels kan een leeuw vertrappen of hem van het ene paar hoorns op het andere paar gooien, totdat hij dood is; daar staat tegenover dat twee leeuwen een grote buffel de baas kunnen. Er bestaat een melding van een girafwijfje dat een leeuwin die trachtte haar kalf te doden, te lijf ging. Door gebruik te maken van de hoeven van voor- en achterpoten en bovendien klappen met haar nek uit te delen, takelde ze de leeuwin flink toe en joeg haar over een afstand van 100 m achterna. Deze giraf bracht het er beter af dan de meeste neushoorns doen. Een leeuw kan neushoorns nog doden als die al  bijna volwassen zijn.

Plan de campagne
Leeuwenstrategie waargenomen in het Kruger Park. Na een kudde gnoes te hebben ontdekt, verdeelden 16 leeuwen zich in 3 groepen. Tijdens deze veldtocht met bijna menselijke opzet hield de leider zijn groepen onder controle door signalen met de staart te geven. De gnoes zwenkten op tijd af, maar het scheelde een haar of zij waren in de zorgvuldig voorbereide hinderlaag gelopen.

dierkunde leeuw 6

uit Spectrum Encyclopedie

 

dierkunde: alle artikelen

Vrijeschool in beeld4e klas: leeuw   

218-206

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Dierkunde 4e klas (1-3)

  1. Pingback: DIERKUNDE – Alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s