VRIJESCHOOL – Dierkunde 4e klas (1-2)

.

DE LEEUW

De bekendste van alle katachtige dieren is wel de leeuw. Het is dan ook een indrukwekkend dier, vooral als het een mannetje is. Dat is makkelijk her­kenbaar aan de fraaie haartooi aan de kop en het voorste deel van het lichaam. Dit is op zichzelf vreemd, want bij de andere katten is juist heel moei­lijk te zien wie meneer en wie mevrouw is. De ver­klaring voor dit verschil zal wel liggen in de even­zeer verschillende manier van doen van de leeuw. Anders dan de meeste katten leven leeuwen namelijk in troepjes. En als je alleen leeft heeft het weinig betekenis om te laten zien of je een mannetje of een vrouwtje bent. Dat krijgt pas zin als je geregeld met andere dieren in contact komt. Ook zoekt men wel eens een verklaring voor de manen van de leeuw door aan te nemen dat ze bescherming bieden als een soort kussen, dat de slagen kan opvangen bij vecht­partijen tussen de mannetjes onderling om de heer­schappij. Maar daartegenover staat, dat in verschil­lende streken leeuwen voorkomen die van nature heel weinig manen bezitten. Trouwens, zulke grote en mooie manen als je in de dierentuin bij leeuwen vaak ziet, hebben ze in de natuur meestal niet.

Net als we al hebben gezien bij horens, geweien en slagtanden zullen de manen wel dienen ter ver­fraaiing van het uiterlijk van de mannetjes. En dan vooral om de nodige indruk te maken op tegen­standers. De vrouwtjes blijken weer – in tegenstel­ling tot wat men meestal verwacht – weinig onder de indruk te zijn van het uiterlijk van de heren. In feite zijn het de vrouwtjes die de gang van zaken in de groep bepalen. Dit zal wel te maken hebben met het feit dat zij de jongen bij zich hebben. Ze moeten veel actiever zijn dan de mannetjes, die alleen voor zich zelf hebben te zorgen. Dat schijnt zelfs bij het jagen te merken te zijn. De leeuw jaagt namelijk ook in groepen, en men heeft de indruk dat het mannetje er zich vaak toe bepaalt de prooi op te jagen. Vrou­wen en kinderen liggen dan in een hinderlaag. Zij zijn het die dus in feite de prooi pakken, en meneer mag dan ook wel een hapje meeëten. Dat hapje be­staat heel vaak uit grote dieren zoals antilopen en zebra’s, hoewel een hongerige leeuw evenmin als een tijger een klein dier versmaadt. Leeuwen eten bijvoorbeeld vaak sprinkhanen. Vroeger kwamen leeuwen ook in Azië voor; nu alleen nog in Afrika.

Tekst: Han Rensenbrink; illustraties: Rien Poortvliet; uitgave ‘Op verkenning bij de dieren’ , Scheltema & Holkema, Amsterdam, 1962

dierkunde leeuw 4

dierkunde leeuw 5

Leeuw – felis leo, groot katachtig dier, dat oorspronkelijk  Afrika en een groot deel van Azië bewoonde. Komt nu vooral voor op open terrein. Jaagt op allerlei dieren, vooral hoefdieren. Leeft in groepjes; het mannetje is herkenbaar aan de meer of minder sterke ontwikkeling van de manen. Kan met staart mee wel 3 m. lang worden.

 

dierkunde: alle artikelen

Vrijeschool in beeld4e klas: leeuw   

 

217-205

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Dierkunde 4e klas (1-2)

  1. Pingback: DIERKUNDE – Alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s