VRIJESCHOOL -Grohmann – ‘over de eerste dier- en plantkunde in de pedagogie van Rudolf Steiner

.

Gerbert Grohmann:

‘Over de eerste dier- en
plantkunde in de pedagogie van Rudolf Steiner’

Zur ersten Tier-und Pflanzenkunde in der Pädagogik Rudolf Steiners
Menschenkunde und Erziehung Band 3
Verlag Freies Geistesleben Stuttgart, 1979
ISBN 3 7725 0203 2

deel 2:

PLANT – AARDE – MENSENZIEL

Inhoudsopgave:
Voorwoord bij de 1e uitgave-zie onder
(blz. 85-86)
Uitwerkingen van de 9e werkbespreking
(blz. 87-114)(nog niet oproepbaar)
Uitwerkingen van de 10e werkbespreking
(blz. 115-121)(nog niet oproepbaar)
Uitwerkingen van de 11e werkbespreking
(blz. 122-143)(nog niet oproepbaar)
Nog enige fundamentele vragen
blz. 144-148)(nog niet oproepbaar)

Bij uitgeverij Phaidos – zie rechts in de ‘linklijst’ – zijn ook een aantal vertalingen te vinden; daarom ga ik met mijn eigen vertalingen voorlopig niet verder.


Voorwoord bij de 1e druk (1953)
Vóór de opening van de Waldorfschool in Stuttgart in september 1919 bereidde Rudolf Steiner de toekomstige leerkrachten op hun nieuwe taak voor (21 aug.-6 sept).

’s Morgens werden  de fundamentele voordrachten over algemene menskunde [1] en over het  methodisch-didactische [2] gehouden, ’s middags vonden in een vrije gedachtenwisseling werkbesprekingen [3] plaats.
In zoverre de laatste over plantkunde gaan, zullen die onderwerp van behandeling zijn.

De door Rudolf Steiner gegeven aanwijzingen zijn buitengewoon.

Ze betekenen, ondanks hun bescheiden vorm, pedagogische, maar ook natuurwetenschappelijke impulsen van  revolutionaire betekenis, waarnaast alles verbleekt, wat zich anderszins aan vernieuwingspogingen voordoet. Het komt er slechts op aan dat wij het niet laten afweten  en ons steeds weer moeite getroosten deze in ons op te nemen en te verwerken.  Wat Rudolf Steiner in zijn werkbesprekingen ontwikkelde is verrassend genoeg. Het werd consequent  naar de geest van de pedagogie van de Waldorfschool neergezet. Men zou het oerpedagogisch kunnen noemen.

Wanneer wij ons uitsluitend aan de voorbeelden zouden houden waaraan Rudolf Steiner zijn ideeën uitwerkte, zouden wij in dezelfde fout vervallen als het tijdvak dat in Goethe niet de Copernicus en Kepler van de organische wereld erkende, omdat het maar een paar dingen zag.

Zeer zeker zijn de voorbeelden van Rudolf Steiner voor ons van onschatbare waarde, maar we moeten ze niet navolgen, zonder tegelijkertijd steeds te vragen: wat heeft Rudolf Steiner door zijn raadgevingen eigenlijk geïnaugureerd?

Daarom hebben wij het hier tot opdracht gemaakt in het bijzonder de pedagogische en methodische basis uit te werken.

Omdat het in de werkbesprekingen niet om voordrachten ging, maar om besprekingen, moet de vrije manier van spreken in de gaten worden gehouden. Het gesprek ging heen en weer, waardoor zo nu en dan  wat omzettingen in de tekstvolgorde nodig werden. Maar aan de lezer zij met nadruk gezegd dat onze uiteenzettingen volledig zijn. Geen aanwijzing en geen van de besproken thema’s werd weggelaten. Wanneer het op de woorden van Rudolf Steiner bijzonder aankwam, werd het citaat toegevoegd.

De schrijver dezes had niet het geluk tot de kring van die personen te horen met wie de werkbesprekingen werden gehouden. Alleen het feit dat hij zich vele jaren van zijn leven aan de studie van de plantenwereld heeft gewijd en dat hij ook lang als leraar met de pedagogie van Rudolf Steiner mocht werken, gaf hem de moed het woord te nemen.

Een bijzonder probleem ontstond voor hem daardoor dat hij zich bij het schrijven steeds voor de vraag gesteld zag, in hoeverre de inhoud van zijn eerdere boeken met het onderhavige werk enigszins een geheel zou vormen, of verondersteld kon worden of verwijzingen genoeg zouden zijn of dat er geciteerd  zou moeten worden. De voorliggende uiteenzettingen zijn zo gehouden dat zij ook op zich gelezen kunnen worden; toch kan het niet anders of de bekendheid met de andere boeken van de auteur betekenen een verrijking. In het werk ‘De Plant’ is de wetenschappelijke basis van een door geestenwetenschap geïnspireerde plantkunde gelegd, in het ‘Leesboek voor de plantkunde’ is veel uitgewerkt, wat hier alleen maar principieel methodisch behandeld kan worden, zodat het ‘Leesboek’ en onze uiteenzettingen alleen al door de verscheidenheid van de lezerskring waar het zich op richt, zich wederzijds kunnen beïnvloeden. Vooral voor de in de 11e werkbespreking  genoemde ontwikkelingstrap in het plantenrijk moet het leesboek worden aanbevolen.
Na deze vooropmerkingen gelooft de schrijver dat hij kan afzien van de meeste van de soms nodige aparte aanwijzingen in de tekst.

Stuttgart, Pasen 1953, Gerbert Grohmann

[1]Rudolf Steiner: ‘Allgemeine Menschenkunde’
GA 293
Vertaling: ‘Algemene menskunde als basis voor de pedagogie’

[2]Rudolf Steiner: ‘Erziehungskunst Methodisch-Didaktisches’
GA 294
Vertaling:Opvoedkunst”

[3]Rudolf Steiner:’Erziehungskunst Seminarbesprechungen und Lehrplanvorträge’
GA 295
Vertaling:’Praktijk van het lesgeven’

 

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

 

70-68

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

2 Reacties op “VRIJESCHOOL -Grohmann – ‘over de eerste dier- en plantkunde in de pedagogie van Rudolf Steiner

  1. Pingback: PLANTKUNDE | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: WAT STAAT OP DEZE BLOG | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s