Tagarchief: televisie en geweld

VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen (19-7)

.

Al jaren geleden was er aandacht voor agressie en de invloed van bepaalde tv-programma’s.

Niemand weet precies hoe het ‘echt’ zit, maar de samenhang zomaar ter zijde schuiven, is een andere kant.

Regelmatig vind je stukjes in de kracht waarijn melding wordt gemaakt van geweld, vaak in combinatie met de ‘beeldende’ media: tv, clips, games e.d.
.

 

Dr.Jan Verhulst, ED 04-06-1997
.

Televisiegeweld slecht voor jeugd

Is het slecht als kinderen naar geweld op de tv kijken?
AI jaren ruziën psychologen, pedagogen en agogen over het antwoord op deze vraag. Over het algemeen gaat men in de discussies over dit onderwerp uit van drie verschillende hypothesen.

Allereerst is er de zogenoemde reductiehypothese. Voorstanders van deze opinie gaan ervan uit dat het kijken naar geweld de neiging om zelf gewelddadig te handelen doet afnemen.

Volgens de tweede hypothese (de stimulatiehypothese) werkt het kijken naar geweld, gewelddadig gedrag juist in de hand.

De derde hypothese, ten slotte, gaat ervan uit dat het helemaal niets uitmaakt of een kind al dan niet naar gewelddadige films kijkt.

De hoogleraar pedagogiek Tom van der Voort heeft jarenlang onderzoek gedaan naar de effecten van het kijken naar geweld op de tv bij kinderen. In zijn boek ,De invloed van televisiegeweld’ (uitg. Swets en Zeitlinger) zet hij alle resultaten op de rij.

Om met de belangrijkste conclusie te beginnen: het kan wel degelijk kwaad als kinderen regelmatig naar gewelddadige films en/of tv-series kijken. Dat is dus niet zo best. Zeker niet als je in aanmerking neemt dat de dramaproducties voor kinderen gemiddeld meer geweld bevatten dan die voor volwassenen. Van der Voort laat er dan ook geen twijfel over bestaan dat de stimulatie-hypothese wel degelijk het meest plausibel is. Hoe, en de mate waarin het kijken naar geweld bij kinderen agressie opwekt is een complexe zaak. Dat hangt ondermeer af van de persoonlijkheidskenmerken van het kind en van de omgeving waarin het opgroeit. Want, zo stelt Van der Voort: televisiegeweld is slechts een van de factoren die agressief gedrag bij kinderen in de hand werken.

Kijken naar geweld op de tv werkt bij kinderen agressief gedrag in de hand omdat ze vaak zien dat geweld lonend is (de sterkste wint). Ook leren ze via tv allerlei vormen van geweld kennen, waar ze voorheen nog niet bij hadden stilgestaan. Kinderen worden door tv-geweld dus op verkeerde ideeën gebracht. Ook is het onderzoek gebleken dat kinderen door het veelvuldig zien van geweld hun angst en remmingen voor agressief gedrag verliezen. En dan gaat het vooral over de relatief mildere vormen van agressief gedrag, zoals pesten, plagen, vechten en slaan.

Ook de ouders spelen een belangrijke rol, omdat hun reactie op het getoonde geweld doorslaggevend kan zijn. Als ze vrolijk mee gaan zitten vechten en aan hun kinderen laten merken dat ze al dat geweld prachtig vinden, dan is de kans groot dat hun kinderen opgroeien tot nietsontziende, gevoelsarme vechtersbazen, zonder enige moraal. En dat is nog niet alles: de kans is ook nog aanwezig (vooral bij onzekere en labiele kinderen) dat het zien van geweld aanleiding geeft tot nachtmerries, angsten en slaapstoornissen.

Redenen genoeg dus om eindelijk maar eens een punt te zetten achter deze al zolang lopende discussie. Kinderen moeten gewoon niet kijken naar agressieve en/of gewelddadige films en tv-series: ze worden er zeker niet beter van, alleen maar slechter.

.

Opvoedingsvragenalle artikelen over tv: onder nr. 19

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

.

1989

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen (19-5/2)


.

In de jaren ’80 – ’90 van de vorige eeuw was er betrekkelijk veel aandacht voor het fenomeen ‘tv en kinderen, jeugd’. 
Veel meer dan nu, lijkt het. De tv is, ook voor kinderen, een aanvaard apparaat dat er ‘gewoon’ bijhoort.
Wat er waar is van allerlei onderzoeken, gezichtspunten enz. lijkt ondergesneeuwd en verdwenen.
Ik vond nog wat artikelen uit die tijd:

.

Mr.R.M.H.Houwink in ‘De Vacature’, maand?  1976

Enige opmerkinger over het TV-kijken door onvolwassenen

Eer wij nader ingaan op bovenstaand onderwerp moeten wij vaststellen, dat helaas een toenemend aantal naar hun leeftijd volwassenen, psychisch – maar in het bijzonder emotioneel – de volwassenheid niet hebben bereikt.

Het is duidelijk, dat hierdoor het gevaar van de tv als accumulator van het agressieve driftleven aanzienlijk is toegenomen.

Toch menen we, dat de jeugd het meest te lijden heeft van de vele tv-programma’s, die op de beeldbuis komen en waarin het geweld domineert.

Misschien is het goed, vooraf een onderscheid te maken tussen de prepuberale en de puberale onvolwassenen.

De eerste groep mist als zodanig elk redelijk onderscheidingsvermogen ten aanzien van de reële of gefingeerde gewelddadigheden, die op het scherm verschijnen.
Hoe jonger zij zijn des te ontvankelijker zijn zij voor de angstgevoelens, die deze schrikbeelden bij hen opwekken. En men weet, dat verschijnselen van agressie op latere leeftijd terug te voeren zijn tot in het onderbewuste weggedoken kinderangsten.

In dit verband dient terloops gewezen te worden op het verschil in werking van voor kinderen bestemde televisieverhalen tussen vier- en zevenjarigen.

De grote angstogen van vierjarigen zijn mij bijgebleven tegenover de pretogen van zevenjarigen bij het kijken naar dezelfde uitzending!

Globaal betekent dit, dat in de prepuberale fase angstgevoelens bij het tv-kijken overwegen, ook bij de meeste voor die leeftijd bestemde uitzendingen, omdat de makers zich niet hebben kunnen inleven in de verbanden, die het jonge kind legt tussen de diverse figuren en gebeurtenissen en daarbij ten behoeve van het kind niet corrigerend kunnen optreden.
Zoals dat in het gezin of op de kleuterschool wél mogelijk is; waar een groot aantal dreigende misverstanden, eer zij zich hebben vastgezet in de kinderziel, uit de weg kunnen worden geruimd.
Dit uiteraard alleen door attente en „verstandige” ouderen. Men denke aan o.a.: de dood, Sinterklaas, (nog altijd !) de ooievaar.

Maar als de ouders deze televisie-uitzendingen niet óók zien of in hun gezin niet díe sfeer hebben weten te creëren, die ook de jongste kinderen gelegenheid geeft, om onbevangen met hun vragen voor de dag te komen, dan is de kans groot, dat deze jonge kinderen „hun” conclusies uit het aanschouwde trekken en dat zullen uiteraard meestal verkeerde conclusies zijn, omdat zij niet over de noodzakelijke ervaringskennis beschikken, die hen in staat stelt, verbeelding en werkelijkheid te onderscheiden.

Voor de zevenjarigen en ouderen geldt over het algemeen, dat zij tot de puberteit vooral behoefte hebben aan „werkelijkheid”, d.w.z. aan ontmoetingen met de wereld, waarin zij leven.
Het oeverloos vragend „waarom” heeft plaats gemaakt voor het doen van eigen ontdekkingen en daarbij behoort, via film en tv, ook de wereld van het geweld.

De imitatie-drang van het kind, waaraan het voor zijn ontwikkeling zoveel te danken heeft, kan helaas pathologische vormen aannemen.

Dat gebeurt overal daar, waar geen gezond en normaal gedragspatroon in het gezin is (wordt) opgebouwd en de ouders hetzij uit onwetendheid, onverschilligheid, of door een verkeerd begrepen autoritaire opvoeding het kind loslaten in een vorm- en normloze ruimte, die dan zijn „levensruimte” wordt (of heet).

Overal, waar het kind in deze woestijn terecht komt, zal het als reactie op de leegte, waarin het zich bevindt tot dwangmatig handelen komen en zo is de kans groot, dat de imitatie-drang verandert in imitatie-dwang.

Een afschuwelijk voorbeeld hiervan speelde zich af, ongeveer twee maanden geleden, in het plaatsje Kevelaer, een vermaard bedevaartsoord in West-Duitsland.

Twee meisjes van dertien en veertien jaar vermoordden er in koelen bloede, zoals dat heet, een jongetje van zeven. Bij het onderzoek bleek, dat zij tot hun daad gekomen waren door het zien van een groot aantal misdaadfilms. Vóór de moord zagen zij nog „Une partie de plaisir” van Claude Chabrol.
Tot groot plezier van de jongste trapte daarbij de hoofdpersoon de schedel in van zijn gescheiden vrouw.

Natuurlijk hebben wij hier te maken met een exces, terwijl de oudste van het tweetal bovendien geestelijk niet volwaardig bleek te zijn; hoewel juist de jongste als initiatiefneemster optrad!

Maar dit exces wijst naar het groot gevaar, dat bijna geheel onze opgroeiende jeugd via de overdaad aan z.g. „harde” tv-films bedreigt.

Deze films spelen in op de sluimerende agressieve gevoelens van emotioneel verwaarloosde jeugd; waarbij men niet vergeten mag, dat verwenning een van de ergste vormen van verwaarlozing is.

Het toenemend aantal kinderen, dat opgroeit in een milieu, waarin zij lichamelijk en geestelijk tekortkomen, veroorzaakt als het ware een stuwing van agressiviteit, die gemakkelijk exploderen kan, vooral wanneer twee of meer van deze kinderen elkaar vinden (vergelijk de destijds gerucht makende Baarnse moordzaak).

Ook later, veel later kan een dergelijke, gestuwde agressiviteit tot explosie komen. Zij verklaart ten dele de toeneming van geweld over de gehele wereld.

Onze scholen zouden zich daarover zorgen moeten maken en – het is héél véél gevraagd! – zich medeverantwoordelijk voelen voor het trieste lot van zovele jongeren, die niet leven kunnen in de verlatenheid van hun wereld en die als ze de leeftijd van dertig jaar hebben bereikt, alles hebben meegemaakt, wat zich aan hen opgedrongen heeft, van diverse soorten drugs tot diverse soorten sexuele experimenten toe.
En die dan leeggeroofd achterblijven met zichzelf in situaties, die voor velen hunner feitelijk niet meer leefbaar zijn.

Nu het gezin als primair opvoedingsmilieu steeds meer faalt – daarvan mogen wij de ouders zeker niet alleen en niet in de eerste plaats de schuld geven) -, dient de school als tweede opvoedingsmilieu steeds meer in functie te treden en zich niet langer uitsluitend vast te leggen op haar onderwijzende taak.

De consequentie hiervan is: individuele begeleiding van het kind, dus kleinere klassen; een verzwaring van de taak van hen die onderwijs geven, méér geld nodig voor minder éclatante prestaties.

Daartegenover is maar één alternatief, dat dreigend naderbij komt: staatsscholen, gebaseerd op een onveranderlijke ideologische basis, waarbij het met onze geestelijke vrijheid is gedaan. Linkse of rechtse partijdiscipline.

Het lijkt sommigen een uitkomst, die moe zijn geworden van het ongrijpbare, chaotische leven, waarin wij onze kinderen zien opgroeien, zonder persoonlijke idealen en zonder enig persoonlijk verantwoordelijkheidsbesef.

De tv met haar sterk commerciële inslag, waarbij hoofdzakelijk gelet wordt op wat het doet bij een zo groot mogelijk aantal kijkers, volgt rustig haar harde lijn van simpele of meer geraffineerde geweldplegingen, die de volwassenen ondergaan als een soort van bevrijdende voldoening van de in hen sluimerende sadistische neigingen, doch die maar zelden bij psychisch normalen tot navolging zullen prikkelen en als zodanig als „onschuldig” gelden.
Daartegenover staat het kwalijke effect, dat deze misdaadfilms en bepaalde reportages hebben op de talrijke onevenwichtige jongeren, die aan wat zij op het scherm zien de vrijheid tot imitatie ontlenen.
Wie vele malen op de beeldbuis heeft gezien, hoe iemand in elkaar geslagen wordt, heeft een drie glazen bier genoeg om hetzelfde te doen, wanneer men zich van elke verantwoordelijkheid voor het leven van een ander heeft ontdaan.
Het is volstrekt onnodig, dat men zijn slachtoffer kent, ofschoon z.g. „wraak-acties” aan de orde van de dag zijn.
Een lichte alcoholroes is voldoende, om het laatste vleugje „cultuur” weg te blazen. En het onbeperkt machtsbesef van het moment bevredigt – voor dat moment! – lange, donkere jaren van onbegrip en lichamelijke en geestelijke verwaarlozing, samen te vatten als onherbergzame liefdeloosheid.
De vensterloze agressiviteit drijft ontelbare jongeren in de fuik der criminaliteit, voorzover zij niet aan ongelimiteerd druggebruik ten gronde gaan.

Wij menen, dat de televisie voor een niet onbelangrijk deel schuld draagt aan deze onttakeling van de jeugd en te weinig rekening houdt met de gevolgen van de amusementsprogramma’s, die zij biedt en waarbij het geweld maar al te vaak op de voorgrond staat. Overigens willen wij met nadruk vaststellen, dat naar haar oorsprong de jeugdproblematiek weliswaar heel eenvoudig ligt, maar dat de gecompliceerdheid van haar uitwerking en aanpak zo moeilijk is, dat het onjuist en in hoge mate onbillijk zou zijn aan welke afzonderlijke instanties ook de schuld te geven.

Wij hebben hier te maken met een maatschappelijk probleem van de eerste orde, dat ons allen aangaat en dat alleen zo goed mogelijk kan worden opgelost door samenwerking van alle betrokken instanties. En helaas is het zo ver nog lang niet.

Maar omdat de school als tweede opvoedingsmilieu, en ook door haar relatie met de ouders, hier een belangrijke taak heeft, meenden wij er goed aan te doen een van de actuele knelpunten van deze zaak naar voren te brengen.

‘) Vgl. Dostojewsky: „Chacun de nous est coupable devant tous, pour tous et pour tout.”

.

Opvoedingsvragenalle artikelen over tv: onder nr. 19

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

.

1911

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

 

VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen (19-5/3)

.

In de jaren ’80 – ’90 van de vorige eeuw was er betrekkelijk veel aandacht voor het fenomeen ‘tv en kinderen, jeugd’. 
Veel meer dan nu, lijkt het. De tv is, ook voor kinderen, een aanvaard apparaat dat er ‘gewoon’ bijhoort.
Wat er waar is van allerlei onderzoeken, gezichtspunten enz. lijkt ondergesneeuwd en verdwenen.
Ik vond nog wat artikelen uit die tijd:

De Gelderlander, 12-02-1986

 

studie aan Leidse Universiteit:

Schoolkind kijkt kritischer naar geweld op de tv

Kinderen beschouwen geweld op televisie niet als de normaalste zaak van de wereld. Het is mogelijk ze kritischer te laten kijken, waardoor ze met name sceptisch komen te staan tegenover het geromantiseerde beeld van series met geweld. Ze keuren dan geweld eerder af, ook in de werkelijkheid.

Dit zijn enkele conclusies uit het gisteren verschenen proefschrift ‘Kritisch TV kijken’ waarop dr Marcel W. Vooys is gepromoveerd aan de Rijksuniversiteit van Leiden.

Vooys heeft een onderzoek gehouden onder de drie hoogste klassen van enkele basisscholen. Hij bood de kinderen een pakket aan van negen lessen, die ondersteund werden met videobeelden. De theorie uit de lessen werd vergeleken met de beelden op het scherm.

De bedoeling van het lespakket is drieledig.
Ten eerste:
de anderen moeten de ernst van het geweld scherper leren inzien. Het is nogal wat om geweld uit te delen of te onderaan. Dat gaat niet zo in je kouwe kleren zitten als de films suggereren. Daar klopt de held zijn kleren af na een knokpartij die geëindigd is met een val van een schurk in een ravijn en rijdt hij fluitend de zon tegemoet. Bij Miami Vice reageren de detectives volstrekt onaangedaan als ze iemand hebben gedood. In werkelijkheid, zo leren de lessen van dr Vooys, kunnen agenten die geweld hebben moeten gebruiken, daar nog heel lang geestelijk last van lebben.

‘De goede’

Ten tweede:
wordt de scholieren bijgebracht dat ook ‘de goeie’ in de film zich niet van alles kan permitteren. Kinderen keu
ren doorgaans wel slechte daden van de boef af, maar vergoeilijken dezelfde daden van ‘de goede’.

Tot slot:
leren de scholieren het verschil tussen de werkelijkheid van de maatschappij en de verzinsels op de televisie. Met name politie- en detectiveseries geven een verwrongen beeld van de ware gang van zaken. Magnum is een onbestaanbare figuur. Derrick lost in zijn eentje alles op. Onzin, zegt een echte politieman op de buis, aan een moordzaak werken minstens 30 mensen mee.

Het gaat om een pakket van negen lessen dat twee maal per week gedurende vijf weken bestudeerd werd. Na afloop liet Vooys de kinderen vragenlijsten invullen. Deze brengen hem tot de conclusie dat zijn lessen vruchten hebben afgeworpen en dat de houding van de kinderen ten opzichte van de geweldsgolf op het scherm wel is bij te stellen. Vergelijkingen met de kinderen van andere scholen die de kritische tv-cursussen niet hebben ondergaan, en met studenten van de Paedagogische Akademie (volwassenen dus) wezen uit dat de kinderen die Vooys’ lessen hadden gevolgd aanmerkelijk kritischer zijn geworden en volwassener in hun houding.

Genoegen

Voorts wijst het onderzoek uit dat de meest agressieve kinderen en de liefhebbers van het geweldgenre niet minder van de lessen opsteken dan kinderen die wat gereserveerder tegenover geweld staan.

Dr Vooys keurt geweld op televisie op zichzelf niet af. „Wat mij betreft mogen de kinderen als ze daar genoegen in scheppen rustig blijven kijken, mits ze dat maar kritisch doen.”

Het pakket van Vooys gaat nog een tweede leven leiden als lesmateriaal bij de schooltelevisie.

.

Opvoedingsvragen over tvonder nr. 19

Nabootsingartikelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen (19-5/2)

.

In de jaren ’80 – ’90 van de vorige eeuw was er betrekkelijk veel aandacht voor het fenomeen ‘tv en kinderen, jeugd’. 
Veel meer dan nu, lijkt het. De tv is, ook voor kinderen, een aanvaard apparaat dat er ‘gewoon’ bijhoort.
Wat er waar is van allerlei onderzoeken, gezichtspunten enz. lijkt ondergesneeuwd en verdwenen.
Ik vond nog wat artikelen uit die tijd:
.

De Volkskrant, 29-08-1987
.

Tv kan Rambo-connectie versterken
.

Afgelopen woensdag was hij weer op de tv, The master. Een avonturenserie over een bejaarde man, gekleed in een Japans aandoende zwarte overall, die onmogelijke dingen doet. Zoals van een dak springen en onderweg nog even twee tegenstanders vloeren. Hij vecht veel en gebruikt daarbij soms een metalen schijf met scherpe punten, een werpster.

„We hebben nu tussen de 25 en de 30 van die werpsterren hier. Ze zijn verboden in Nederland. Het zijn, wat wij dan noemen, ongewenste handwapens. De jeugd hier hoeft maar een kilometer de grens over te gaan om ze in Duitsland te kopen; daar is een videotheek die ze verkoopt. Ze zijn echt gevaarlijk. Niet zomaar stukjes blik om mee te spelen, nee, zwaar metalen dingen die thuis ook nog eens langs de slijpmachine worden gehaald.”

Politievoorlichter Peters van het hoofdbureau in Enschede is ervan overtuigd dat de sterrenrage in de stad en ook elders in het land, een gevolg is van de Veronica tv-serie The master.

Het bureau is begonnen met een verstandige omruilactie. Iedereen die een ster inlevert, krijgt er een frisbee voor terug, een plastic werpschotel die aanzienlijk minder gevaarlijk is.

Is er verband tussen geweld op tv en in bioscopen en agressief gedrag van mensen? Een vraag die bijna zo oud is als de televisie. Maar er begint nu ook een antwoord op te komen. Volgens prof.dr O. Wiegman worden de deskundigen het met elkaar eens op dit punt. Verband is er.

„De oude theorie is losgelaten waarbij aangenomen werd dat mensen hun agressie kwijt kunnen door alleen naar gewelddadige scènes te kijken of er over te fantaseren. De Amerikaan Bandura — die op dit terrein veel gepubliceerd heeft — heeft dat in het begin van de jaren zestig verworpen en ook anderen zijn het met hem eens. Het tegengestelde is eerder waar: agressie roept agressie op”, aldus Wiegman, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Twente.

De mate waarin het effect voorkomt, hangt van veel zaken af. De leeftijd van de kijkers speelt een rol, hun intelligentie, de manier waarop ze zelf te maken hebben gehad met agressie, de tijd dat ze naar agressieve beelden kijken. „Er zijn mensen die zich door dergelijke beelden onbewust laten beïnvloeden en anderen gaan er juist voor zitten. Zo zag je na de eerste vliegtuigkapingen die op de televisie en in de krant kwamen, een ware hausse ontstaan in kapingen. De mensen zijn daardoor op een idee gebracht, ze zagen dat het kon en het is daarna honderden keren herhaald.

„Hetzelfde geldt voor beelden van wegversperringen om auto’s tegen te houden. Ook dat werd meteen na de melding ervan in de media volop in praktijk gebracht. Brandkastkraken met moderne technische middelen, overvallen op benzinestations, beroving van banken op een speciale manier, ga maar door. Zo is het evident dat die man in Engeland, die vorige week zo veel mensen heeft doodgeschoten op zjjn tocht door dat stadje Hungerford, de film Rambo gezien heeft. Alleen valt wetenschappelijk moeiüjk aan te tonen dat zijn gedrag daardoor beïnvloed is.”

Aantoonbaar of niet, Wiegman vindt het onjuist dat Veronica volgende week de Rambo-film First Blood uitzendt, of welke agressieve film dan ook. „Agressiviteit in films dient geen enkel positief doel.” Voor wie First Blood nog niet kent, de film lijkt wat op de slachtpartij die zich vorige week in Engeland afspeelde: een man vermoordt iemand, gaat een stadje binnen, beschiet een pompstation, vermoordt en verwondt nog een groot aantal mensen en trekt zich terug in een gebouw waar hij het verder uitvecht met de politie.

Meteen werd in de Britse pers de Rambo-connection gelegd. Een titel die blijkbaar aansloeg, want dagenlang is de slachtpartij in het nieuws gebleven, hoewel het toch bepaald niet de eerste keer is dat iets dergelijks gebeurt. Geweld in deze vorm heeft blijkbaar nu een gezicht gekregen, en is daardoor beter herkenbaar geworden. De Britse pers en haar lezers toonden er meer dan normale belangstelling voor.

„Tv-beelden bepalen natuurlijk niet alleen het gedrag van mensen. Maar ze kunnen wel bepaalde uitingen versterken. Daarbij komt dat er een zekere cumulatie is, een optelsom van effecten die op een bepaald moment een ontlading zoekt. Zware kijkers naar dergelijke agressieve films zullen dan ook op een bepaald moment een ander gedrag vertonen dan mensen die minder vaak kijken”, aldus Wiegman.
Hij pleit voor meer beleid bij de omroepen op dit punt. Meer afweging van welke films wel en welke niet uitgezonden worden, op welk tijdstip zo’n uitzending dan moet plaatsvinden en of bepaalde delen er misschien uit moeten. Dat geldt ook in zekere mate voor het journaal. Voor Wiegman hoeft niet echt alles vertoond te worden dat over bepaalde agressieve zaken voorhanden is, zeker niet tijdens de vroege uitzendingen.

De onderzoekresultaten die bekend zijn bij psychologen over het menselijk gedrag hebben vooral betrekking op de ervaring van kinderen. Daaruit komt naar voren dat intelligente kinderen minder gevoelig zijn voor agressieve beelden. Ze kijken al minder televisie, zijn daarbij selectiever en blijken ook minder ontvankelijk te zijn voor de beelden die vertoond worden. „Bovendien zijn ze makkelijker aanspreekbaar op hun verstand. Daarmee heb je een ingang om therapie te bedrijven en ze te behoeden voor valkuilen.”

Er zijn overigens ook andere factoren die remmend werken op agressief gedrag, waarmee de deskundigen overigens nog niet goed raad weten. Zware kijkers zijn bijvoorbeeld bejaarden. Die moeten in hun leven al heel wat agressieve beelden hebben verwerkt. Maar toch komt het niet vaak voor dat hoogbejaarde mensen schietend de straat op gaan, ondanks de accumulatietheorie. „Bij die mensen heeft ergens een verzadigingsmechanisme gewerkt. Het is echter niet duidelijk hoe en waarom bepaalde effecten niet optreden. Misschien is er ergens een breekpunt waarop mensen zich juist afsluiten van de invloed van agressie.”

Die rem is bij velen nog ver te zoeken. De Rambo-maniak in Hungerford staat niet alleen. In de Britse pers is al eerder een verband gelegd tussen First Blood en een gebeurtenis waarbij een militair in Australië zes motorrijders overhoop schoot vanuit een bosje.

Een paar dagen geleden nog werd melding gemaakt van twee strijdende drugsbendes in de sloppenwijken van Rio de Janeiro. De leider van een van die bendes, ene Cabeludo, is een fan van de filmster Sylvester Stallone die in First Blood de rol speelt van Rambo. „Ik heb hetzelfde machinegeweer als hij in zijn film gebruikt”, zei de bendeleider, die zijn zoon Rambo-twee heeft genoemd.

Die 31-jarige misdadiger is trouwens niet de enige met bewondering voor Rambo (Stallone). In 1985 liet president Reagan van de Verenigde Staten zich ook al in lovende bewoordingen over hem uit. Sprekend over de oplossing van de zoveelste gijzelingszaak in het Midden Oosten zei hij: „Ik zag Rambo gisteren op het scherm. Volgende keer weet ik wat ik moet doen.”

.

Opvoedingsvragenalle artikelen over tv: onder nr. 19

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen – tv (19-5/1)

.

In de jaren ’80 – ’90 van de vorige eeuw was er betrekkelijk veel aandacht voor het fenomeen ‘tv en kinderen, jeugd’. 
Veel meer dan nu, lijkt het. De tv is, ook voor kinderen, een aanvaard apparaat dat er ‘gewoon’ bijhoort.
Wat er waar is van allerlei onderzoeken, gezichtspunten enz. lijkt ondergesneeuwd en verdwenen.
Ik vond nog wat artikelen uit die tijd:

Roger Simons in ‘De Gelderlander’, 08-08-1989
.

‘Britse jeugd wordt crimineel door tv’

LONDEN – Sommige regio’s van Groot-Brittannië kweken doorlopend jeugdige delinquenten. Bijna de helft van de jongens worden er boeven vóór ze de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt. En de tv is vaak van doorslaggevende invloed op hun karakter.

De onrustwekkende snelheid waarmee in bepaalde Britse gewesten zoveel jongens zich al vroeg schuldig maken aan misdrijven, wordt uitvoerig toegelicht in een recente regeringsstudie.

Kinderen van nauwelijks elf jaar gaan joy-riden in gestolen auto’s, zegt dit rapport. Zij plegen inbraken en nemen dingen weg uit winkels zonder te betalen. Meisjes zijn daar ook niet vies van. Zij vinden dergelijke diefstallen bijzonder opwindend.

Uit de Britse regeringsstudie blijkt, dat in Groot-Manchester zo’n 44 procent van alle jongens tussen de 11 en 16 ‘betrapte delinquenten’ zijn. Het Noord-Engelse Manchester werd voor deze studie als ‘typisch voorbeeld’ genomen. In andere Britse regio’s is het minder ernstig gesteld met de criminaliteit onder jongeren.

Nog niet

Neem nu Kirklees, een gemeente in het Noordengelse Yorkshire. Daar staan 10 procent van de jongens en 4 procent van de meisjes bekend als delinquenten. In Tendring, een gemeente in het Zuid-Engelse Essex en dus veel dichter bij Londen, bedraagt de hoeveelheid 9 en 5 procent.

Volgens deze overheidsstudie vormen geweld en drugs nog geen echte plaag onder de kinderen van Groot-Brittannië. Toch was in verband met 20 procent van de misdrijven, gepleegd door jongens van minder dan 16 jaar, sprake van bedreiging. Maar de onderwijzers van Groot-Brittannië laten, wat dit aspect van het gedrag van hun leerlingen betreft, een heel ander geluid horen.

Op het congres van de bond van Britse onderwijzers vorige week [zie datum boven] in Birmingham, hadden diverse sprekers het op de tv gemunt. Zij zijn de vaste overtuiging toegedaan, dat televisiekijken de kinderen van Groot- Brittannië corrupt en gewelddadig maakt.

Peter Dawson, gewezen hoofdonderwijzer en tegenwoordig algemeen secretaris van deze vakvereniging met 43.000 leden, stelt het populaire BBC-feuilleton ‘EastEnders’ aansprakelijk voor het huidige verval van de Britse goede zeden dat duidelijk merkbaar is, zowel onder kinderen als volwassenen. Dawson vindt dat ‘EastEnders’ niet deugt omdat de scenario’s van deze serie ‘te realistisch’ zijn en de spelers hun werk te goed verstaan.

Voorbeelden

Van ‘Dallas’ zegt hij dat ‘geen mens daarin gelooft’ maar ‘EastEnders’ wordt wel als ‘echt’ ervaren, wat volgens Dawson onvermijdelijk tot gevolg heeft dat dit feuilleton slechte voorbeelden geeft. In een toespraak verwees hij naar echtelijke ontrouw, homoseksualiteit, drankmisbruik, het gebruik van drugs, diefstal, geweldpleging (ook van man tot vrouw) en ga zo maar door.

„Niet alleen jonge kinderen maar ook volwassenen denken dat het zo hoort en dat ze dit alles moeten nabootsen,” zei Dawson. De BBC was er helemaal niet gelukkig mee. „Wij proberen precies het tegenovergestelde te bereiken,” verklaarde een woordvoerster van de omroep verontwaardigd. „Ons doel is door middel van realistische situaties de kijkers ervan te doordringen dat ze er altijd beter aan doen het rechte pad te bewandelen.”

Maar de Britse onderwijzers zijn kennelijk van mening dat tv verantwoordelijk dient gesteld voor alle kwalen van de moderne wereld. Zelfs Amerikaanse tekenfilms, zoals ‘Tom and Jerry’ en ‘Bugs Bunny’, die in hun land vrij geregeld op de buis komen, schijnen niet te deugen.

Klappen

„Heel jonge kinderen geloven dat de echte wereld precies dezelfde is als die van de tv,” zei Anne Spencer, adjunct-hoofd van een Zuidwestlondense basisschool, in een toespraak. „Hebt u die tekenfilms van tegenwoordig al goed bekeken? In mijn school zag ik een jongetje zijn vriendje klappen geven dat het een aard had.

Daarna verbaasde hij zich erover dat het vriendje op de grond lag te huilen van de pijn. De dader kon niet begrijpen waarom er iets niet in orde was met het andere jongetje. Zij speelden hun tv-helden en op de buis geeft het niet dat je elkaar platslaat, want daarna sta je toch weer op alsof er niets gebeurd is en snel je nieuwe avonturen gemoet!”

.

Opvoedingsvragen over tv. onder nr. 19

Nabootsing: artikelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.