Tagarchief: klas 11 Parcival

VRIJESCHOOL – 11e klas – Parzival (5)

.

PARZIVAL, MIDDELEEUWS GEDICHT MET MODERNE STREKKING

Wolfram von Eschenbach schreef rond 1200 Parzival, een ridderverhaal, dat zich afspeelt rond het hof van koning Arthur.
Peter de Beer stelt zich de vraag of de Parzival past in de huidige belangstelling voor de middeleeuwen. Ook sprak hij met professor Lievegoed over het beeld dat de Parzival geeft van de ontwikkelingsweg van de mens.

De middeleeuwen staan al geruime tijd sterk in de belangstelling en de geschiedschrijving van deze periode, al dan niet in geromantiseerde vorm, trekt een breed publiek. Namen als George Duby, Umberto Eco, Barbara Tuchman en Johan Huizinga zijn algemeen bekend. De historische romans geven van de middeleeuwen zowel een spectaculair beeld als een ideaalbeeld. Maar hoewel de populaire schrijvers boeiend kunnen vertellen, kan (kunst-)geschiedenis ook droog zijn. De belangstelling is waarschijnlijk eerder gelegen in het gangbare ideaalbeeld van de middeleeuwen. De middeleeuwse maatschappij wordt vaak voorgesteld als een duidelijk gestructureerde, stabiele samenleving, waarin mensen hun plaats kennen en weten wat en hoe zij moeten denken. De samenlevingsverbanden zijn klein, de natuur is dichtbij en er is nog ruimte voor hartstocht. Dat dit beeld niet helemaal overeenkomt met de werkelijkheid van toen, is niet belangrijk. Het schept de mogelijkheid de huidige maatschappij te ontvluchten. Deze is immers, technisch-mechanisch, geordend volgens onduidelijke structuren en regelingen. Bovenal zijn mensen hun richtsnoer, dat vroeger vooral was gelegen in het geloof, kwijtgeraakt. Waarden en normen liggen niet meer vast en het gezag van de overheid en de wet is niet meer onaantastbaar. Anders dan de middeleeuwen is men nu vrij te denken wat men wil, maar het blijkt allerminst eenvoudig te zijn, op grond van eigen ideeën, een individueel standpunt te bepalen en daarnaar te handelen. Door te lezen over de middeleeuwen kan de moderne mens even terugkeren naar een tijd waarin de individuele verantwoordelijkheid nog niet zo zwaar woog. Bovendien kan hij of zij het huidige sociale rechtvaardigheidsgevoel botvieren op misstanden in de middeleeuwen, zonder vervolgens tot actie te hoeven overgaan.

Ridderschap
Onlangs* is bij uitgeverij Vrij Geestesleven de Nederlandse prozavertaling verschenen van Wolfram von Eschenbachs Parzival. [1]

Het verhaal begint met de beschrijving van de avonturen, zowel in het oosten als in het westen, van de vader van Parzival, Gahmuret. Diens weduwe, Herzeloyde voedt Parzival op in de bossen om te voorkomen dat ook hij ridder wordt en in de strijd zal sneuvelen. Parzival besluit echter toch ridder te worden en in dienst te treden van koning Arthur, wat hem na vele avonturen lukt. Daarvóór is hij door Gurnemanz onderwezen in het ridderschap en gehuwd met koningin Condwiramurs. Hij is in de graalburcht van de zieke koning Anfortas geweest, waar hij de vraag die de koning van zijn lijden kan verlossen, niet heeft gesteld. Omdat hem dit naderhand wordt verweten, gaat hij op zoek naar de graal. Na door Trevrizent te zijn onderwezen in het geesteliike, innerlijke leven, vindt hij die uiteindelijk.

Het verhaal van Parzival wordt in het boek afgewisseld met de avonturen van Gawan, de beste ridder van de Ronde Tafel. Deze gaat op avontuur uit om zich te zuiveren van de beschuldiging een lage, laffe moord te hebben gepleegd. Hij vertrekt, tegelijk met Parzival, van het hof en beleeft drie grote avonturen die hij tot een goed einde brengt.
Ten slotte handelt de roman nog over de jongste zoon van Parzival, Loherangrin.

Koning Arthur
Wolfram heeft dit boek geschreven tussen 1200 en 1210. Het past in de ‘matière de Bretagne’, waarbij het hof van Arthur als context dient. De literatuurhistorici zijn het er niet over eens of Arthur een historische persoonlijkheid is geweest. Als hij heeft bestaan, dan heeft hij geleefd op de grens van de vijfde en de zesde eeuw. Maar hij is ofwel een door de Kelten verzonnen heldenfiguur, die het volk in benauwde tijden eens zal redden, ofwel een historische aanvoerder, aan wie de volksvertellingen een mythisch karakter hebben verleend. Historische bronnen maken wel melding van zo’n legendarische aanvoerder. Slechts enkele daarvan geven zijn naam: Arthur. Pas in het historische epos Historia regum Brittanniae (± 1137) van Geoffrey van Monmouth wordt het hele levensverhaal van Arthur verteld. Dit boek kende een grote populariteit en is door Wace vertaald in de volkstaal. Diens navolgers gebruikten de gegevens slechts als achtergrond voor hun eigen stof, waarin steeds meer fantastische elementen slopen. Een van hen is Chrétien de Troyes. De geschiedenis van Arthur is voor hem slechts een vindplaats van literaire thema’s, zoals de liefde en het hoofse gedrag. Het hof is daarmee tijdloos geworden. Eén van Chrétiens romans is Perceval ou le conté du graal. Deze heeft zeker als basis gediend voor Wolframs Parzival. De Parzival kan worden beschouwd als het hoogtepunt in de graaloverlevering.

Tot 1200 zijn de Arthurromans geschreven in de versvorm. In de dertiende eeuw wordt, althans in Frankrijk, het proza de normale vorm. Behalve door erop te wijzen dat er een lezend publiek was ontstaan, wordt dit verklaard aan de hand van het verschil in toegeschreven waarheidsgehalte. Verzen zouden een leugenachtige inhoud hebben, terwijl proza werd beschouwd als een waarmerk van de historische betrouwbaarheid van het geschrevene. In die tijd ontstond weer de behoefte de stof in te passen in een ‘historisch’ relaas. Het is onwaarschijnlijk dat ook in het dertiende-eeuwse Duitsland de versvorm werd vervangen door de prozavorm. Zou dit wel het geval zijn geweest, dan is het mogelijk dat Wolfram in verband met de diepere, esoterische betekenis van zijn Parzival met opzet in rijm heeft geschreven.

Dit taalkundige uitstapje brengt mij op de zojuist verschenen vertaling, de eerste volledige die in het Nederlands is verschenen. De vertaler, Leonard Beuger, heeft — naar zijn zeggen — getracht zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven zonder concessies aan de inhoud te doen. De Parzival levert voor iedere vertaler of hertaler grote moei;ijkheden op. Het uitgangspunt van deze vertaler is prijzenswaardig. Behoudens enige inconsequenties heeft hij zich hieraan gehouden, en met succes. Een nadeel van zijn werkwijze is dat een deel van de vertaal- en interpretatieproblemen wordt afgeschoven op de lezer. Specifieke, middeleeuwse uitdrukkingen en begrippen waarvan de betekenis soms van de context afhankelijk is, worden nu met een modern Nederlands ‘equivalent’ vertaald. Hoewel zijn keuze van de ‘equivalenten’ (bijvoorbeeld trouw voor ‘triuwe’) meestal niet slecht is, moet de lezer zelfde nuances aanbrengen of invoelen. Dit geldt ook voor woorden die niet precies te vertalen zijn. Hier en bij vele beeldspraken en zinswendingen geeft de vertaler geen interpretatie (bijvoorbeeld bij liebe en minne = liefde en minne). Het voordeel is, dat de lezer voor zichzelf de schoonheid, de inhoud en de stijl van het werk kan (leren) bepalen en waarderen. Hoewel Beuger bij de keuze van zijn woorden en uitdrukkingen, die soms onnodig ouderwets of ingewikkeld zijn, niet altijd even gelukkig is geweest, heeft hij een uitstekende, goed leesbare vertaling afgeleverd, die de beeldende kracht en de bizarre, soms duistere stijl van het origineel vaak dicht benadert. De aantekeningen zijn overeenkomstig zijn uitgangspunt sober, dat wil zeggen bijna alleen encyclopedisch, maar verhelderend. Het staat buiten kijf, dat Wolframs Parzival een bijzonder kunstwerk is. Deze nieuwe vertaling doet daar alle recht aan: de lezer kan in de eigen taal genieten van de literaire procedés die Wolfram hanteert en die in een moderne roman niet zouden misstaan, van het beeldende taalgebruik, het gevoel voor nuances, de humor, de sublieme compositie en de contrasten tussen de stof en het commentaar daarop van de verteller.

Dubbele bodem
Past de Parzival in de huidige belangstelling voor de middeleeuwen? Het boek biedt zonder twijfel sensatie. Het is immers een spannend ridderverhaal met sprookjesachtige en gewelddadige elementen. Liefde, trouw en eer spelen een grote rol De betekenis van de religie en de familie is voor de moderne lezer acceptabel. Het hoofse gedrag en de riddercode geven aan de waarden en normen een duidelijke inhoud. Bovendien is het een literair werk uit de middeleeuwen, waardoor een nieuwe dimensie wordt toegevoegd aan een
bestaande belangstelling. In deze opzichten heeft het werk betekenis voor de moderne lezer. Een modern aandoend aspect is de ontwikkeling van de romanfiguren, waardoor het boek een extra waarde, een dubbele bodem krijgt. Wolfram heeft verscheidene ‘dubbele bodems’ ingebouwd. Ergenlijk kan men beter spreken van een ‘drie- of meervoudige gelaagdheid’ want de roman laat zich op veel niveaus lezen. Eén daarvan heb ik al genoemd: een spannend ridderverhaal.

In een gesprek met professor Lievegoed, die zich al sinds het eind van de jaren twintig met de Paizival bezighoudt, komt een tweede niveau aan de orde, namelijk het beeld dat de Parzival geeft van de ontwikkelingsweg van de mens. Hieronder heb ik getracht de opvattingen van Lievegoed zo goed mogelijk weer te geven.

Lievegoed meent dat de Parzival historische gebeurtenissen beschrijft uit de negende eeuw, toen pas een einde was gekomen aan de regering van Karel de Grote. Natuurlijk stammen het  taalgebruik, de gewoontes en het verhaal over Gahmuret uit de dertiende eeuw. In de dertiende eeuw was de verhouding oost-west echter heel anders dan in de negende eeuw, zodat een historische inleiding noodzakelijk was. Bovendien was de betekenis van de roman, zeker met betrekking tot de Ronde Tafelridders en de graal, ketterij. Daar rond 1200 de inquisitie zeer actief was, moest Wolfram in beelden en imaginaties schrijven, zodat de achterliggende ideeën slechts door ingewijden konden worden begrepen. Maar, zo meent Lievegoed, uit de beschrijving van de constellatie der planeten is te berekenen wanneer het verhaal zich in werkelijkheid heeft afgespeeld. Een mondelinge overlevering van 400 jaar is volgens hem geen   uitzondering. Pas wanneer een verhaal verloren dreigt te gaan, wordt het opgetekend. Arthur is niet de naam van een persoon, maar de naam voor een functie, namelijk die van koning van de Kelten.

Lievegoed vindt dat het boek deel moet gaan uitmaken van onze cultuur. De eerste reden hiervoor is dar Wolfram elementen uit een bestaande materie op een geheel eigen wijze heeft samengevoegd en enkele nieuwe elementen daaraan heeft toegevoegd. Inhoud en compositie zijn daardoor verrassend, nieuw rn goed op elkaar afgestemd. Hij doelt vooral op de ontwikkelingen van Gawan en Parzival. De tweede reden is, dat de Parzival een voorbode was van een toen toekomstige cultuur met een voorspellende waarde, zoals de Odyssee dat op een ander niveau is geweest.

Voorbode
Lievegoed begint meteen te vertellen over het belang van de Odyssee. In de ontwikkelingsfase waarin de mens zich bevond tot de tijd waarin Homerus schreef, beleefde hij de wereld op een bepaalde manier. Hij kon alleen primair reageren op wat hij waarnam: de reactie was spontaan, zintuiglijk en gericht op de waargenomen werkelijkheid. Concrete gebeurtenissen en personen, en zijn reacties daarop, kon hij zich achteraf wel voor de geest halen, maar met abstracte denkbeelden ging dat moeilijker. Tot in de tijd der Pythagoreeërs (zesde eeuw voor Christus) gold het zich voorstellen van een driehoek als een topprestatie in het abstracte denken. In een nog eerdere ontwikkelingsfase van de mens was hij niet eens in staat zich gebeurtenissen te herinneren.

De Odyssee is de voorbode van het einde van die ontwikkelingsfase. De mens betreedt hier de volgende trede op de psychische ontwikkelingsladder, en wel in de persoon van Odysseus. Na tien jaar oorlog waren de Grieken de strijd moe. Odysseus bedenkt echter een list. Met behulp van het paard van Troje wordt de overwinning behaald. Niet de overwinning, maar de list is een teken van de nieuwe ontwikkelingen. De voorafgaande fase was, zoals Lievegoed het noemt, die der gewaarwordingsziel, de nieuwe is die der verstandsziel. De bewoners van Troje doorzien de list niet. Even zijn ze wantrouwend, maar ze beoordelen het paard slechts op het uiterlijk: groot en onschuldig. Odysseus is de eerste die zijn verstand op deze wijze creatief gebruikt. Daardoor is ook een list of leugen mogelijk geworden. Men gaat inzien dat de werkelijkheid zich anders aan de mens kan voordoen dan zij in feite is. De beschrijving van de overgang van gewaarwordingsziel naar verstandsziel heeft de Odyssee tot een tijdloos boek gemaakt. Het vormt een mijlpaal in de ontwikkelingsgeschiedenis van de mens. Door de eeuwen heen is het gewaardeerd en het is een deel geworden van onze cultuur.

De nieuwe ontwikkelingsfase, waarin de verstandszielemens heerst, loopt volgens Lievegoed door tot de vijftiende eeuw. De Parzival is een voorbode van de daaropvolgende ontwikkelingsfase, die der bewustzijnsziel, en is zijn tijd dus driehonderd jaar vooruit. Tussen 1200 en 1500 is de verstandszielemens op zijn hoogtepunt. Wat houdt de eigen manier van denken en doen in die fase precies in? Men reageert niet meer spontaan en primair, maar ontwikkelt het abstracte denken. Onder invloed van de Arabieren, die de klassieken kennen en bewerken, krijgt het intellect meer aandacht. De werkelijkheid wordt niet meer als zodanig beschouwd, maar via voorstellingen erover. Men stelt dogma’s tegenover elkaar en discussieert daarover, bijvoorbeeld in de vorm van een ‘disputatio’, waarbij de opponenten van rol wisselen. Men probeert uit te vinden wat waar is, wat juist en wat fout is. Argumenteren is van groot belang, maar men mag de heersende dogma’s, die immers waar zijn, niet afvallen. Dus in het denken is men niet vrij. Non-conformisten worden gestraft. Vanaf 1200 teistert de inquisitie vooral Frankrijk. Het is ook de tijd van de grote verstandszielemensen als Albertus Magnus en Thomas van Aquino.

Zoals gezegd, kondigt de Parzival een nieuwe ontwikkelingsfase aan, die van de bewustzijnszielemens.

Biografie
Ieder individu, zo zegt Lievegoed, maakt in zijn biografie de ontwikkelingsgeschiedenis van de mensheid door. Oudere fases dan die waarin iemand zich in een bepaalde tijd bevindt, worden als het ware eigenschappen die ontwikkeld kunnen worden. Daarom is het bijvoorbeeld mogelijk een kind tot op zeker niveau waarnemen en abstract denken te leren. Hij licht dit aan de hand van het volgende toe:

Gawan is vanaf zijn vierde jaar aan het hof van Artus, de Duitse benaming voor Arthur, die de broer is van zijn moeder, en krijgt daar een goede opvoeding. Hij is dé vertegenwoordiger en exponent van de cultuur van dat moment: de modelridder. Hij weet precies hoe hij zich moet gedragen en wat hij moet denken, hij weet met vrouwen om te gaan en is erudiet. Met de riddercode kan Gawan de werkelijkheid aan. Hij denkt en handelt altijd volgens het hoofse ideaal. Hij wordt echter van een lage moord beschuldigd. Dit is een nieuwe ervaring voor Gawan, het begin van een veranderingsproces. Uiteraard wil hij in een duel zijn gelijk bewijzen. Op weg daarnaartoe komt hij langs een belegerde burcht. Wegens zijn belofte het duel aan te gaan en zijn naam van blaam te zuiveren, houdt hij zich afzijdig van de strijd. De oudste dochter van de koning bespot hem en twijfelt aan zijn stand: ridder of koopman. Voor het eerst twijfelt iemand aan zijn maatschappelijke status, maar tegelijk stelt iemand anders, namelijk de jongste, twaalfjarige dochter Obilotte, alle vertrouwen in hem als
persoon en vraagt hem in haar naam te strijden. Gawan wijkt van zijn gedragscode af. Daarmee helpt hij weliswaar een vrouw, of liever gezegd een jong meisje van ongeveer twaalf jaar, in nood, maar hij doet dat ook voor zichzelf. Als hij de strijd in zijn voordeel en dat van de burcht heeft afgesloten, is hij edelmoedig tegenover de oudste dochter. Op het aanzoek van Obilotte gaat hij niet in: zij is nog veel te jong. Hij trekt verder en bereikt een andere burcht, waar hij uitstekend wordt ontvangen. Antikonie houdt hem aangenaam gezelschap. De burchtbewoners herkennen in hem de vermeende moordenaar van hun koning, de vader van Antikonie. In strijd met het gastrecht vallen ze hem aan. Hij en Antikonie verschansen zich in haar hoogste torenkamer en verdedigen zich met behulp van een schaakbord en -stukken. Net op tijd wordt hij ontzet. Ter compensatie voor het uitstellen van het duel moet hij de graal zoeken. Het aanzoek van Antikonie wijst hij af, omdat hij nog verder moet. Onderweg ontmoet hij Orgeluse, voor wie hij onmiddellijk in vuur en vlam staat. Zij
behandelt hem lomp, scheldt hem uit en bespot hem. Bovendien geeft ze hem steeds weer zware opdrachten, waarbij hij telkenmale bijna zijn leven verliest. Pas als hij de vierhonderd jonkvrouwen uit het ‘Schastel Merveile’ heeft bevrijd en een krans heeft bemachtigd, houdt Orgeluse op hen te beproeven. Ze bekent dan, dat ze doodsangsten heeft uitgestaan, maar dat ze hem de beproevingen moest opleggen. Gawan moest zijn ziele-ontwikkeling doormaken door ontmoetingen.

In het eerste avontuur wordt de gewaarwordingsziel in kinderlijke vorm uitgebeeld. Obilotte heeft meteen vertrouwen in Gawan. Zij vertegenwoordigt de gewaarwordingsziel. De liefde is kinderlijk en rein. In het tweede avontuur wordt de verstandsziel uitgebeeld. De hoogste kamer in de toren is op te vatten als de sfeer van het denkende hoofd. Een vrouw met een schaakspel is het beeld bij uitstek van de verstandsziel. In dit avontuur is er bovendien sprake van verraad. Gawan wijst Antikonie, die ongeveer dertig jaar zal zijn, af omdat hij verder moet. Hij begint te zien en te begrijpen. In het derde avontuur staan de beproevingen en de slechte behandeling centraal. Steeds weer moet Gawan zich met moed en tegenwoordigheid van geest redden uit levensgevaarlijke situaties. Orgeluse is een vrouw van rond de veertig jaar. Uit liefde voor haar houdt hij vol. Hij zet zich niet in als ridder, maar als Gawan. Hij beziet de werkelijkheid niet vanuit zijn ridderscode. Hij neemt zelf een standpunt in tegenover de code en zijn gedrag. Hii gooit als het ware zijn ‘ik’ in de strijd.
Daarmee is het wezen van de bewustzijnszielemens aangegeven. Deze neemt zelf een standpunt in en neemt een beslissing. Hij wordt geplaatst voor situaties die hij wellicht niet overziet, maar waar hij handelend mee om moet gaan. Moed en tegenwoordigheid van geest zijn nodig om die situaties aan te kunnen. Twijfel aan dogma’s en ideeën is daartoe een voorwaarde. (Het tweede woord van de proloog is ‘zwïfel’ (twijfel)! Een proloog neemt in de middeleeuwen een belangrijke plaats in in een boek.) De bewustzijnszielemens vergelijkt niet meer ideeën met elkaar, maar neemt zelf stelling tegenover die ideeën. De mens brengt zichzelf in de discussie in en draagt de verantwoordelijkheid daarvoor. De leeftijden komen ongeveer overeen met de overgangen in de moderne mens van de ene fase naar de andere, zo stelt Lievegoed.

Verschillende wegen
Gawan en Parzival gaan ieder een eigen ontwikkelingsweg. Gawan volgt de uiterlijke weg, de weg naar buiten. Hij ontwikkelt zich in het sociale leven, aan de ontmoetingen met vrouwen. Twijfel aan zijn persoon ervaart hij als kwetsend. Wanneer hij met Orgeluse is gehuwd, laat hij de zieleproblemen achter zich. Hij heeft in de beproevingen die hem door Orgeluse werden opgelegd,
bewustzijnszielekrachten veroverd. Hij eindigt zijn ontwikkeling waar Parzival is begonnen. Gawan heeft de Graal niet echt gezocht.

Parzival, die overal is geweest waar Gawan komt, heeft niets met de avonturen van Gawan te maken. Die behoren niet tot zijn ontwikkelingsweg. Na zijn wereldlijke opvoeding door Gurnemanz is hij op de hoogte van de cultuur van zijn tijd. Hij kan als wereldlijk ridder Conwiramurs redden. Maar innerlijk is hij nog ontwetend. Zijn tweede opvoeding krijgt hij op een andere manier: de graalweg. De graalburcht ligt verborgen in een bos waarin iedereen verdwaalt. Alleen diegenen die rijp zijn om de graal te beleven, kunnen hem vinden. Parzival komt ’s avonds bij de burcht en vertrekt ’s morgens. Hij beleeft die nacht het graalavontuur. De hele graalburcht is een nachtbeleven. Is het droom of werkelijkheid? De graalburcht, een objectieve innerlijke beleving. Parzival gaat die innerlijke weg, de weg van de geest. Hij ontwikkelt zich van dwaas tot ingewijde, niet aan de ontmoetingen in het sociale leven, maar aan innerlijke probleemstellingen: wat is het wezen van de graal? Wat betekent het dat Anfortas ziek is? Enzovoort.
Lievegoed bewondert Wolfram omdat deze de twee geschetste ontwikkelingslijnen in een uitgekiende compositie heeft uitgebeeld. Het resultaat hiervan is, dat duidelijk wordt dat Gawan en Parzival twee gelijktijdig optredende aspecten van één ontwikkelingsweg zijn, namelijk het ziels- en het geestesaspect. Gawan en Parzival vertrekken tegelijk van het hof, ze zijn praktisch op hetzelfde moment bij verschillende burchten. Ze komen tenslotte weer samen: buiten het hof, als onbekenden. Ze strijden. Wanneer Parzival dreigt te winnen, waarschuwt een schildknaap Gawan. Parzival maakt zich ook bekend. Ze staken de strijd en verzoenen zich uiteraard. ‘Ik heb miizélf verslagen’, zo zegt Parzival dan. En Gawan zegt: ‘Jouw hand heeft ons beiden verslagen.’

Wat mij niet helemaal duidelijk is geworden tijdens het gesprek is de verhouding tussen de ontwikkelingsfasen en het soort problemen waarmee men te maken krijgt. Volgen zij elkaar in de individuele, moderne mens op, overeenkomstig de genoemde leeftijden? En: kent iedere fase haar eigen problemen of loopt het onderscheid ziele- en geestesproblemen niet parallel aan de ontwikkelingsweg? Wellicht worden geestesproblemen in de verstandszielefase of in de vroege bewustzijns-zielefase ‘vertaald’ als zieleproblemen. Een dertigjarige denkt aan stress te lijden omdat hij ruzie heeft met zijn vrouw, maar in werkelijkheid twijfelt hij aan de zin van zijn bestaan. Voor een antwoord op deze vragen verwees Lievegoed me naar zijn boek De levensloop van de mens.

Het is volgens Lievegoed eigen aan de bewustzijnszielemens zich met morele zaken bezig te houden. Niet: is iets juist of fout, maar wat is het Goede of het Slechte. Daarin schuilt de basis voor de eigen verantwoordelijkheid. Dergelijke vragen worden tegenwoordig gesteld, bijvoorbeeld in de euthanasiekwestie. Deze stap, namelijk die van persoonlijke stellingname tot morele standpuntbepaling, kan in de Parzival mijns inziens niet los worden gezien van het graalmotief Parzival staat twee keer voor de keuze: Artus of Anfortas, uiterlijk of innerlijk. De eerste keer kiest Parzival (onbewust) voor het uiterlijk, namelijk voor Artus. Deze misstap maakt hii later goed door toch de graalweg te volgen. dit betekent dat het niet eigen is aan de bewustzijnszielemens om zich moreel in dogmata op te stellen (zo hoort het), maar wel om via een persoonlijke stellingname uiteindelijk, als hij zich ook innerlijk en ethisch ontwikkelt, op morele vragen uit te komen (hoort het wel zo?).

Inzicht
Lievegoed ziet in de Parzival een aanwijzing voor de moderne mens. De Parzival geeft geen eenduidige oplossingen, maar kan inzicht geven in de problematiek van de moderne mens. Gewelddaden, zoals de moord op de directeur van Renault, worden gepleegd om sociaal iets te bereiken. Als de moderne mens, de mens van de twintigste en eenentwintigste eeuw, niet een moreel standpunt zal nastreven dan zullen wij een strijd van allen tegen allen krijgen. Wij moeten leren het goede te doen vanuit een persoonlijk inzicht.

Ieder, zo zegt Lievegoed, heeft een lotsbestemming en is in het bezit van mogelijkheden of talenten. Ieder heeft de taak deze talenten als uitgangspunten te ontwikkelen. Indien men niet overeenkomstig zijn talenten handelt, dan raakt de lotsbestemming gefrustreerd, het ‘karma’ raakt in de war, men is ziek. Dit is Anfortas overkomen. Hij was voorbestemd graalkoning te worden, iemand die anderen te allen tijde onzelfzuchtig moet helpen. Eén keer kwam hij een vrouw, Orgeluse, niet onzelfzuchtig te hulp, maar uit begeerte. Hij raakte gewond aan zijn genitaalstreek. De ziekte treft hem in het kwetsbare deel van zijn persoonlijkheid. De Parzival leert dat een ander een zieke kan helpen. Niet via de bekende geneeswijzen, maar door het stellen van een vraag die een nieuw proces op gang kan brengen. Niet het antwoord, maar de vraag is het belangrijkste. Zij is de sleutel tot genezing, want zij getuigt van het juiste inzicht in de problematiek. De vraag was: ‘Oom, waz wir-ret dir?’, wat is er met jou, is jouw karma in de war? Parzival doorziet dat Anfortas niet gewoon ziek is, maar zijn geestelijke taak tekort heeft gedaan. In de moderne tijd is van ieder van ons het karma in de war. Allemaal hebben we het gevoel dat we niet datgene doen wat we zouden moeten kunnen. We leven beneden onze standaard. Pas als men tot een dergelijk inzicht is gekomen bij zichzelf, kan men werkelijk een eigen standpunt innemen en verantwoordelijkheid dragen voor het handelen dat daarop is gebaseerd. Dan pas is men een echte bewustzienszielemens: bevrijd van het eigen karma. Men heeft dan zoveel inzicht in het eigen kunnen en functioneren, dat men echte keuzes kan maken. Het proces van het herkennen van zowel de eigen problemen als de eigen mogelijkheden kan dus door een ander door middel van een vraag in werking worden gezet. Wellicht ook door een boek: de Parzival.

Kwaad en goed
Lievegoed heeft in zijn praktijk onder meer dit boek gebruikt als een hulpmiddel bij therapieën die zijn gericht op geestesproblemen. De beelden uit de Parzival kunnen duidelijk maken dat men een specifieke geestesproblematiek doormaakt en kunnen bovendien bij dragen aan de verheldering daarvan. Meer in het algemeen kan men zeggen dat beelden objectiverend werken, wat een van de redenen is dat ook psychologen als Jung en Assagioli er in hun praktijk gebruik van maakten. Afgezien van de rijkdom aan beelden die de Parzival bezit, kan het boek bij dragen aan het inzicht dat iedereen, vroeg of laat, dezelfde ontwikkeling doormaakt en moet doormaken.

Verder illustreert de Parzival dat uit het kwade het goede kan voortkomen. Lievegoed citeert in dit verband een middeleeuwse spreuk: ‘Es ist das königliche Recht des Bösen, dass es immer das Gute gebirt’. In de verstandszielefase mocht men geen verkeerde gedachte hebben. De brandstapel kon het gevolg zijn. Vandaar de strijd om definities van de feiten. Nu mag men wel andere gedachten hebben dan alleen de gangbare. Het gaat nu om andere dingen, om morele zaken. Als je verkeerd heb gehandeld, dan is dat nog goed te maken. Parzival bijvoorbeeld, behandelt Ieschute, wanneer hij haar voor het eerst ziet, niet erg ridderlijk, eigenlijk onheus. Haar echtgenoot, Orilus, komt later thuis, vertrouwt haar en haar relaas van de gebeurtenissen niet en behandelt haar slecht. Bij de tweede ontmoeting is Orilus ook aanwezig. Parzival verslaat hem en stuurt hem naar het hof van Arthur. Zonder de eerste wandaad en het goedmaken daarvan zou Orilus nooit tot het hof van Arthur, het culturele centrum van de wereld, zijn toegelaten. Je kunt alleen het goede doen als je kwadc kent. Zo is de graalweg het beeld voor de ontwakende nachtmens. In de middeleeuwen was het verschil tussen de dag- en nachtwereld veel kleiner, de nachtwereld was net zo reëel als onze dagwereld. Onze nachtwereld is: wat heb ik vannach gedroomd. Maar het nachtleven is geen subjectieve flauwekul. Het moet wakker worden in de
bewustzijnszielemens. Wij mogen niet meer slaper ons nachtbewustzijn moet zo worden, dat we daarin een stuk van onze ontwikkeling kunnen gaan.

Dit brengt mij weer bij de oorspronkelijke vraagstelling: past de Parzival in de huidige belangstellingssfeer? Het lijkt mij van wel. Hij biedt een vluchtweg, maar hij kan de eventuele vluchteling wellicht ook weer in de huidige tijd terugbrengen.
Lievegoed vindt dat het boek een cultuurvormende taak heeft: het geeft een dieper inzicht in de centrale problemen van deze tijd.

Het moge duidelijk zijn dat het boek zoveel mooie en diepe beelden bevat dat iedereen er wel iets van zijn gading in kan vinden.
Laffrée, Beuger en de schrijver van het heldere en informatieve voorwoord, professor Van der Lee, zeggen het respectievelijk als volgt: ‘De vertelling zelf is een graalschaal: onuitputtelijk stromen daaruit ideeën ei inspiraties. Daarom is zij (…) van alle tijden’; ‘Deze hele vertaling is erop gericht de lezer zélf het boek, schoon en duister als het is, te laten ontdekken’ en ‘Om de plaats van Wolframs Parzival in de geschiedenis van de westerse cultuur te bepalen is tot op heden nog niet gelukt. (…) Men heeft hem wel een voorloper van Luther genoemd, vergeleken met de Faust-figuur van Goethe. Maar zulks kan het poly-interpretabele werk van de dichter meer schaden dan baten, het doet deze hoofse-ridderroman onrecht (_).’

Peter de Beer, Jonas *10, 09-01-1987

[1] L.Beuger ‘Parzival’

 

Een middeleeuws epos als begeleider op een bewustzijnsweg [1]   [2]   [3]

11e klas – Parcival  -impressie van een periode

11e klas – Parzival – impressie van een periode

11e klas – Parcival

11e klas – Parcival: over de 3 bloeddruppels in de sneeuw

Vrije Opvoedkunst:

De mens in ontwikkeling tussen omgeving en wereld: Parcival
W.A. Mees (Wijnand)
Juli 1974

Parsifal
Mr. A.C. Henny (Arnold)
Maart 1941

De beteekenis der Parzivalsage voor onzen tijd
Mr. A.C. Henny (Arnold)
Maart 1937

Afbeeldingen op Wikipedia

1045

 

 

Advertenties

VRIJESCHOOL – 11e klas – Parcival (4)

.

De drie bloeddruppels in de sneeuw

Reeds eeuwen lang hebben de beelden uit het Parcivalepos de mensen geboeid. Eén speciaal beeld, dat van de bloeddruppels in de sneeuw, heeft ook schilders meermalen geïnspireerd. Geïmponeerd door de wijze waarop dit deel van het verhaal uitgewerkt is, heb ik mij afgevraagd wat zich in dit beeld onthult.

Op het ogenblik dat Parcival de Graalsburcht onvoorbereid voor het eerst betreedt, heeft hij al een heel aantal avonturen achter zich. Hij heeft zijn moeder verlaten, bij wie hij zijn jeugd doorgebracht heeft, hij heeft kennis gemaakt met het raadsel van de dood en kennis gemaakt met de ridders van het hof van Koning Arthur. Hij is daarop de wereld ingetrokken met zijn oude paard en zijn ongevaarlijke houten speer, omdat zijn moeder hem immers beschermen wilde voor ernstige avonturen. Hij raakt al spoedig in moeilijkheden verwikkeld, waarvan de eerste is de ontmoeting met Jeschute in de tent. Hij vindt hier een slapende jonkvrouw. Zijn moeder had hem verteld dat men van een jonkvrouw proberen moest een ring te ontvangen en haar daarvoor een kus moest geven. Hij trekt dus voorzichtig een ring van haar vinger, geeft haar een zoen en sluipt ongemerkt weg. Als de jonkvrouw daardoor ontwaakt, is zij zeer onthutst over hetgeen haar gebeurd is. Als haar man Orilus thuiskomt gelooft hij van haar hele verhaal niets en denkt dat zij hem ontrouw geweest is. Dit kleine avontuur is later van groot belang, zoals we zullen zien. We zouden het zo kunnen karakteriseren dat Parcival hier onschuldig schuldig is. Hij bedoelt het goed, maar richt toch onheil aan.

Daarna komt hij aan bij het hof van Koning Arthur, hij vecht met Ither, de rode ridder, die hij met meer geluk dan wijsheid doodt door zijn houten lansje door een oogspleet van het harnas naar binnen te steken en Ither zo de schedel te doorboren. Vervolgens begint zijn leertijd bij Gurnemanz, in welke tijd hij ook voor het eerst Kondwiramur, zijn toekomstige geliefde, zijn ‘minne’ ontmoet. Al deze dingen zijn hier kort weergegeven in de veronderstelling dat ze min of meer bekend zijn.

Tenslotte komt hij op zekere avond in de Graalsburcht, die zeer onverwachts voor hem opdoemt in een hoog gebergte. Hij ziet hoe zijn oom Amfortas binnengedragen wordt op een rustbed, omdat hij verwond is, hij ziet de bloedende lans die eveneens binnengedragen wordt. Daarna wordt de Graal zelf binnengedragen, tal van jonkvrouwen en ridders komen binnen, scharen zich om de Graal, hij maakt het hele ceremonieel mee, ziet hoe allen door de Graal gespijzigd worden, doch begrijpt er niets van. Dat hij niet vraagt wat dit alles betekent, is de bekende vraag die men wel de Parcivalvraag pleegt te noemen, dat wil zeggen, een vraag waar iets van afhangt, dat niet zal gebeuren als zij niet gesteld wordt.

Al deze dingen moet ik, zoals gezegd, als bekend veronderstellen. Als Koning Amfortas en de lans weggedragen worden, als alle jonkvrouwen en ridders de zaal verlaten hebben, als de Graal weggedragen is, wordt hij naar zijn eigen kamer geleid waar hij een onrustige nacht doorbrengt. In de vroege ochtend wordt hij wakker, hij vindt zijn wapenuitrusting naast zijn bed, hij kleedt zich aan, gaat naar de binnenplaats, ziet geen mens, doch wel dat zijn paard gezadeld klaar staat; hij stijgt op zijn paard, rijdt de slotbrug weer over die onmiddellijk daarna omhoog klapt, hij hoort nog een verwijtend woord dat hem nageroepen wordt, hij voelt ook heel duidelijk dat hij iets verzuimd heeft, maar hij weet eenvoudig niet wat.

Bij alle verhalen over Parcival moeten we goed begrijpen dat van zijn kant uit hij geen fout gemaakt heeft. Hij had geleerd dat het onbeleefd is om vragen te stellen; dat is een van de dingen die altijd aangehaald worden om hem te verontschuldigen. Het hele verhaal krijgt echter nog een ander aspect wanneer wij het volgende in ogenschouw gaan nemen.

Als Parcival verder rijdt, ziet hij aan de kant van de weg een jonkvrouw zitten met een dode ridder, Schionatulander, op haar schoot, die zij beweent; het is Sigune. Zij kent Parcival, spreekt hem aan, spreekt over haar eigen verwantschap met hem, zij vertelt hem over zijn moeder, enz. De hoofdzaak is dat wij het beeld, de jonkvrouw met de dode ridder op haar schoot, goed in onze herinnering moeten inprenten. Het betekent namelijk een keerpunt in Parcivals leven. Wanneer hij verder trekt komt hij Orilus en Jeschute weer tegen. Omdat Orilus nog steeds gelooft dat zijn vrouw hem ontrouw geweest is, mag zij niet naast doch slechts achter hem rijden, gehuld in bedelkleren, een beeld van schande.

Wat later komt hij op een grote besneeuwde vlakte, waarbij hij een roofvogel in de lucht ontdekt, die een gans met zich meesleurt die weliswaar weet te ontkomen, doch verwond is, zodat drie bloeddruppels op de sneeuw vallen. Als Parcival deze drie bloeddruppels ziet raakt hij helemaal in trance. Hij zit op zijn paard, staart naar het bloed op de sneeuw en vergeet alles wat om hem heen gebeurt.
Dicht in de buurt is het hof van Koning Arthur gelegen. Er zijn ridders die in de omgeving rondrijden, één van hen ontdekt Parcival, die hij kent. Hij spreekt hem aan en vermaant hem mee te gaan naar Koning Arthur, doch Parcival reageert helemaal niet. Enigszins verbaasd probeert de ridder thans Parcival min of meer uitdagend te benaderen door een soort van gevechtshouding aan te nemen. Daardoor ontwaakt Parcival een ogenblik uit zijn droomachtige toestand, hij neemt zijn lans, rent op de ander in, stoot hem uit het zadel en gaat weer naar zijn oude plaats terug, starend naar de drie bloeddruppels in de sneeuw.

Om de geschiedenis niet te lang te maken is het voldoende om te zeggen dat het een andere ridder net zo vergaat, die zelfs nog ongelukkiger komt te vallen zodat hij een been en een arm breekt. Men zou kunnen zeggen dat de verontwaardiging onder de ridders van Koning Arthur steeds groter wordt, terwijl Parcival zich van alles niets aantrekt en slechts onafgebroken geheel verzonken blijft in het beeld van het bloed op de sneeuw.

Tenslotte verschijnt zijn vriend Gawan ten tonele. Hij kent Parcival goed, begrijpt wat er aan de hand is, neemt zijn mantel en bedekt daarmee de bloeddruppels. Nu pas kan Parcival ontwaken uit deze quasi hypnotische toestand, waarna hij met Gawan meegaat naar het hof van Koning Arthur.

Wat is de diepere achtergrond van deze scène met de drie bloeddruppels? Wolfram von Eschenbach geeft zelf een antwoord; hij zegt dat Parcival door deze bloeddruppels herinnerd wordt aan de blos op de koon van zijn geliefde. Hij wordt om zo te zeggen herinnerd aan zijn ‘minne’, dat wil zeggen het ideaal waarvoor hij ten strijde trekt. Ook Chréstien de Troyes geeft een soortgelijke verklaring.

Ik heb nooit helemaal begrepen hoe men bij het zien van bloed aan de kleur van de blos op iemands wangen kan denken, doch aan de andere kant komt dit beeld meer voor. Immers, bij het sprookje van Sneeuwwitje horen we ook dat haar moeder, toen zij voor het venster zat te naaien, zich in de vinger prikte en dat drie bloeddruppels op de sneeuw vielen. Bij de aanblik daarvan zegt de moeder dat ze hoopt een kind te krijgen met een huid zo wit als sneeuw en zo rood als bloed. In zoverre dekken deze twee verhalen elkaar. Doch er zijn nog meer voorbeelden van bloeddruppels die een andere taal spreken. Zo bijvoorbeeld de Ganzenhoedster, waar bloeddruppels op een wit zakdoekje gedruppeld worden door een moeder, die dit aan haar dochter meegeeft en erbij zegt: ‘bewaar het goed, je zult het op reis nodig hebben’.

Een derde voorbeeld van hetzelfde beeld is gegeven in het sprookje van ‘De drie oude mannetjes in het bos’. De overige inhoud daarvan is voor ons niet van belang. We hoeven slechts te vermelden hoe een jong meisje, in een papieren jurkje en slechts een korst brood als proviand door haar boze stiefmoeder midden in de winter, als alles besneeuwd is, het bos ingestuurd wordt om aardbeien te zoeken. Als ze bij een klein huisje komt ziet ze drie oude mannetjes uit het raam kijken, die haar vragen wat ze daar komt zoeken. ‘Ik moet van mijn moeder aardbeien zoeken in het bos’, zegt ze. ‘Maar kind’, antwoorden de drie mannetjes, ‘je kunt in de sneeuw toch geen aardbeien vinden!’. ‘Nee, dat weet ik, maar ik durf niet zonder thuis te komen’. Ze wordt daarop binnengelaten, ze mag zich warmen bij het vuur en de mannetjes vragen haar of ze iets van haar brood kunnen krijgen omdat ze honger hebben, waarop het meisje vanzelfsprekend haar brood met hen deelt. Hierop vraagt er een of ze hun nog een dienst zou willen bewijzen, waartoe ze graag bereid is. Ze geven haar een bezem en verzoeker haar de sneeuw voor de achterdeur weg te vegen. Als ze dat doet komen er van onder de sneeuw prachtige aardbeien te voorschijn.

De verdere geschiedenis hoeft, zoals reeds gezegd, niet vermeld te worden. Het gaat erom dat wij duidelijk hetzelfde beeld weer tegenkomen, een beeld dat ons onmiddellijk herinnert aan het bloed op de sneeuw.

Wij kunnen ons nu weer afvragen: wat kan dit beeld ons vertellen? Hiertoe moet men een aantal indrukken samennemen: Parcival komt uit de Graalsburcht met de vraag in zich wat dit alles te betekenen heeft. Hij ziet eerst Sigune met Schionatulander op haar schoot, dan Orilus en Jeschute. Pas daarna wordt hij geconfronteerd met het mysterie van de drie bloeddruppels in de sneeuw.

Parcival staat gefascineerd naar het bloed te kijken, zo zegt men. Ik meen echter dat er nog een andere opvatting mogelijk is, die geheel nieuwe gedachten in ons kan opwekken. Wij zouden ons kunnen vragen: waar kijkt Parcival naar? Als wij dan vanzelfsprekend zeggen: naar het bloed, meen ik dat hier een eenzijdigheid dreigt. Zeker, hij ziet dat bloed, doch ik zou willen opmerken dat bloed voor Parcival niets bijzonders is. Hij heeft veel gevechten geleverd, veel mensen gedood; bloedige avonturen zijn hem overbekend. Ik ga nu zo ver door te zeggen dat Parcival in werkelijkheid niet naar het bloed kijkt. Hij kijkt naar de sneeuw, hij is verbijsterd door het licht! Om welk licht gaat het hier? – Juist dit ligt uitgedrukt in de opeenvolging der besproken beelden.

Orilus en Jeschute, een beeld van een onschuldige schuld, een beeld van de zondeval tengevolge van een verleiding waar de mens nog niet tegen bestand was.
Rudolf Steiner gebruikte eens de uitdrukking: ‘Von Anderen erschuldete Selbstheit Schuld’ om de zondeval te karakteriseren, wijzende op de bijzondere verhouding tussen mens en Lucifer. – Eerder had Parcival Sigune en Schionatulander ontmoet, waarin wij het beeld der ‘Piëta’, Maria met de Christus op haar schoot, kunnen herkennen. Michelangelo heeft dit in zijn plastiek – in de Sint Pieters Kerk in Rome — wel onnavolgbaar schoon uitgebeeld.

Daarna krijgen wij de scène met de bloeddruppels, waarvan ik zei dat het licht hetgene is wat Parcival zo fascineert. Voor mij betekent dit niets anders dan dat Parcival voor het eerst gewaar wordt dat het bloed veranderd is, dat wil zeggen dat het bloed niet meer het bloed is wat wij kennen uit de begrippen: bloedig, bloedwraak, bloedschande, enzovoort. Het bloed is veranderd sinds het Mysterie van Golgotha en op het ogenblik dat Parcival de bloeddruppels in de sneeuw ziet wordt hij er zich voor het eerst van bewust dat dit gebeuren een totale omwenteling betekent in de menselijke evolutie. Wat er gebeurd is op Golgotha is een ‘tegengebaar’ ten opzichte van de zondeval. Vandaar de opeenvolging van de beelden: Sigune-Schionatulander en Orilus-Jeschute.

Men zou nu zeggen dat het begrijpelijk wordt dat Parcival niet vraagt naar de dingen die hij in de Graalsburcht ziet. De verwonde Amfortas, de bloedende lans, het zijn alle beelden die hem volstrekt geen verwondering inboezemen, zij behoren tot zijn dagelijkse ervaring. – Van de Graal kan gezegd worden dat hij daar inderdaad niets van kent of begrijpt, doch wij hebben reeds gezien dat vragen daarnaar voor hem een ongepastheid geweest zou zijn. Van een werkelijke achtergrond bevroedt hij nog niets.

Is het niet wonderbaarlijk dat zich direct daarna de hele reeks gebeurtenissen afwikkelt die tot het dramatische hoogtepunt van het gebeuren op het sneeuwveld leiden?

Doch het wordt nog onthullender wanneer wij de sprookjesachtige beelden die daarna besproken zijn nog eens duidelijk beschouwen. Bloeddruppels in de sneeuw bij Parcival drukken uit dat iets nieuws, een lichtkracht zich met het bloed verbonden heeft. Dezelfde bloeddruppels in het verhaal van Sneeuwwitje worden in verband gebracht met een toekomstige geboorte in de mens. De bloeddruppels op het witte lapje in het sprookje van de Ganzenhoedster betekenen een hulp in de nood waarin de mens dreigt te gaan verkeren. Het rode op het witte in het sprookje van de Drie Mannetjes wijst op een eigenschap van goedheid en bescheidenheid die in de mens leeft.

Zo ontstaat langzamerhand een geheel, een geheel waarbij meer en meer naar voren komt wat zich in de loop der tijden met de menselijke ontwikkeling met ieder mens verbonden heeft, wat in ieder mens te vinden is als een nieuw begin, als een keerpunt in zijn verhouding tot de geestelijke wereld. Het beeld van Sigune met Schionatulander richt de geest van Parcival op het gebeuren op Golgotha, op het moment in de aarde-ontwikkeling waar het Christuswezen zich met de mensheid, dit wil zeggen ook met ieder mens op aarde, verbond. Sindsdien is het bloed veranderd.

In het bloed hebben we met een wonderbaarlijke substantie te maken. In Goethe’s ‘Faust’ zegt Mephistofeles, op het ogenblik dat Faust het verdrag van hem met zijn bloed zal ondertekenen: ‘Blut ist ein ganz besonderer Saft’. Mephistofeles maakt hiermede om zo te zeggen aanspraak op het bloed. De besproken beelden uit het Parcivalepos onthullen dat voor iemand wiens aandacht daarvoor gewekt is, een nieuw element — zij het voorlopig nog verborgen – in het bloed leeft.

Pas wanneer de mensheid zich bewust gaat worden van wat er in dit bloed veranderd is door het Mysterie van Golgotha, kan zij de weg ‘omhoog’ weer terug vinden.
Rudolf Steiner heeft hierover een aantal voordrachten gehouden die samengevat zijn onder de titel: ‘Die Welt der Sinne und die Welt des Geistes’.*) Het is hier niet mogelijk daar verder op in te gaan, doch het komt er op neer dat het rode bloed de uitdrukking is van de menselijke begeerten en hartstochten, zoals ook in de meditatie van het Rozenkruis in ‘Geheimwissenschaft im Umriss’ **beschreven wordt. Door de komst van de Christus verschijnt ‘licht in de duisternis’, wordt het bloed doordrongen met een nieuwe impuls, die het begin van een opstanding betekent. De indruk die Parcival heeft van het sneeuwveld en het bloed kan ook op deze manier gezien worden.
.

L. F. C. Mees, in een mededelingenblad van de antroposofische ver. in Nederland, jaartal onbekend (maart 1981?)

.

*GA 134 – Die Welt der Sinne und die Welt des Geistes. Hannover 1911/12.
**GA 13
vertaald

.

L.Beuger ‘Parzival’

Een middeleeuws epos als begeleider op een bewustzijnsweg [1]   [2]   [3]

11e klas – Parcival  -impressie van een periode

11e klas – Parzival – impressie van een periode

11e klas – Parcival

Vrije Opvoedkunst:

De mens in ontwikkeling tussen omgeving en wereld: Parcival
W.A. Mees (Wijnand)
Juli 1974

Parsifal
Mr. A.C. Henny (Arnold)
Maart 1941

De beteekenis der Parzivalsage voor onzen tijd
Mr. A.C. Henny (Arnold)
Maart 1937

Afbeeldingen op Wikipedia

 

1038

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.