Tagarchief: Beskow Elsa

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (5)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Voor iets grotere kinderen is Beskows herfstboek Okke, Nootje en Doppejan. Daarin kun je meeleven met twee eikeljongetjes die in hun spel op een dwarrelend eikenblad door de wind worden meegevoerd. Ze komen terecht tussen, een paar kaboutervrouwtjes die net de schoongewassen  kabouterbaarden ophangen. Ze worden aan het werk gezet en moeten de schone baarden bezorgen bij de kabouters. Ondertussen worden de jongens thuis gemist. De eekhoorn en het hazelnootmeisje Nootje gaan het hele bos door om hen te zoeken. Natuurlijk komt alles goed en is er tot slot een prachtig feest bij volle maan. Dit boek is in twee formaten verkrijgbaar. De kleine versie is ideaal om mee op herfstvakantie te nemen.

.

boek

vanaf 4 jaar

.

Amalia Baracs, Weleda Puur Kind, lente 2000, nr.5

.

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

1653

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (4)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

 


PRENTENBOEK

Eigenlijk vergeten we nogal snel hoe het was om kind te zijn:
hoe je dan vanuit het diepste van je binnenste hunkert naar wat goed, mooi en echt is. Je leeft in een onuitgesproken, maar sterk verlangen naar een harmonische manier van opgroeien, zodat je later besluitvaardig het leven aan kunt en aandurft. Een van de basisvoorwaarden om zo te kunnen opgroeien is een beschermende omgeving in de eerste jaren. In zijn onbevangenheid staat een kind immers werkelijk voor alles open. Bescherming geef je een kind niet alleen door te zorgen dat hij niet aan kou of te felle zon wordt blootgesteld, maar ook door hem te behoeden tegen grofheid en namaak. Dat betekent dat je bij het uitzoeken van de eerste prentenboeken soms kritisch moet kijken naar de kwaliteit van tekeningen en tekst. Het samen bekijken en voorlezen van een prentenboek dat bij de leeftijd en de ontwikkeling van je kind past (niet zelden zijn op zich mooie prentenboeken alleen geschikt voor grote kinderen of volwassenen) kan een onuitputtelijke bron van gedeeld plezier zijn.

Voor de allerkleinsten is het belangrijk dat tekst en tekeningen van een prentenboek de ‘gewone’ dagelijkse dingen tot onderwerp hebben, zonder al te veel gekkigheid of volwassen humor. Voor peuters zijn boeken waarin veel herhalingen voorkomen heel geschikt. Kleine kinderen genieten bijna lijfelijk van herhalingen. Terugkerende thema’s in de tekst of woordherhalingen bieden hun rust en houvast op dezelfde manier als een regelmatig terugkerende boom of struik in een tuinontwerp je een prettig gevoel van ritme en oriëntatie in de ruimte geeft.

Iemand die niet is vergeten hoe het was om kind te zijn, is de kinderboekenschrijfster Elsa Beskow. Heel mooi en eenvoudig is het eerste prentenboek dat zij maakte: Het verhaal van het kleine, kleine oude vrouwtje. De fijne tekeningen staan in ronde kaders, waarin ook de tekst is opgenomen. Je kunt die al aan een heel jong kind voorlezen. Beskow heeft maar weinig woorden nodig om het verhaal te vertellen en aan het tikje ondeugendheid dat er in voorkomt – een poesje dat stiekem van de melk snoept – zal zelfs een tweejarige veel pret beleven.
.


boek

vanaf 2 jaar

.

Amalia Baracs, Weleda Puur Kind, lente 2000, nr.5

.

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

1652

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (3)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

 

Het is voor kinderen niet altijd even gemakkelijk gevoel te krijgen voor de oorsprong van allerlei gewone dingen. Geld komt toch uit de muur, melk uit de fles en honing uit een pot? Een geweldig boek om speels aan de weet te komen waar kleren vandaan komen en hoe ze worden gemaakt, is Pelles nieuwe kleren van Elsa Beskow. Het is een echt lenteboek, want het begint zo:
‘Pelle had een lam dat helemaal alleen van hem was. Het lam werd groter maar Pelle werd ook groter. De wol van het lam werd steeds langer en Pelles kleren werden steeds korter. Toen nam Pelle een schaar en schoor daarmee de wol van het schaap af’.
En dan begint Pelles tocht langs de mensen die hem helpen’. Oma kaardt de ruwe wol heel fijn, terwijl Pelle ondertussen het onkruid tussen de worteltjes in haar moestuin wiedt. De andere oma spint de wol op haar spinnewiel als Pelle haar koeien hoedt. Bij zijn oom de schilder vraagt hij om verf om zijn wol te verven. Oom lacht: ‘Zulke verf heb ik niet hoor; maar je mag bij de winkel aan de overkant van het meer terpentine voor me halen en voor de rest van het geld de goede verf kopen.’
Dus roeit Pelle naar de overkant, krijgt een puntzak blauwe verf en verft de wol helemaal blauw.

Voor kinderen van een jaar of vijf is dat een openbaring. Zo is mijn trui dus blauw geworden! Pelles moeder weeft een lap van de wol terwijl hij zijn zusje pap voert en de kleermaker naait daar een jasje en broek van. ’s Avonds is Pelles nieuwe pak klaar. De volgende dag trekt hij het aan. Pelle stapt naar zijn lam en zegt: ‘Dankjewel voor deze mooie kleren.’

Dit is misschien, wel een van de mooiste prentenboeken die ik ken. Zoals alle Beskows prentenboeken zou je de tekst en plaatjes ouderwets kunnen noemen. Maar ze zijn onovertroffen in hun vermogen de essentie van een tijdloos levensthema te raken: het spel van geven en nemen tussen mensen onderling en tussen mensen en de natuur om te kunnen voorzien in de meest basale levensvoorwaarden. Kleuters herkennen dit verhaal. Het beantwoordt aan hun verlangen te weten hoe de wereld in elkaar zit.

boek

vanaf 4 jaar

Amalia Baracs, Weleda Puur Kind, lente 2000, nr.5

.

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

1651

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.