Tagarchief: 7e klas geschiedenis

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Filips de Goede

.

Filips de Goede

Filips de Goede, hertog van Bourgondië  1396-1467

De kern van het tegenwoordige België en Nedeeland vindt zijn oorsprong in het bewind van Filips de Goede, de hertog van Bourgondië. Voor hem hadden gebieden als Holland, Zeeland, Brabant en Vlaanderen gemeenschappelijke belangen. Maar die gebieden waren verdeeld onder een groot aantal heersers, die elkaar bestreden. Filips verenigde hen door een volhardende politiek van huwelijken, veroveringen en aankopen. Het leek mogelijk, dat er tussen de Rijn, de Seine en de Rhône een nieuwe staat zou ontstaan. Dit vooruitzicht stierf met Karel de Stoute, de zoon van Filips, tijdens de Slag om Nancy in 1476. Maar de Bourgondische gebieden in de Lage Landen, die werden geërfd door Filips’ dochter Maria van Bourgondië, waren van groot belang voor de daarna volgende Europese geschiedenis.

De Bourgondische staat en de bemoeienis in de Lage Landen, waren begonnen met de grootvader van Filips, hertog Filips de Stoute (1404), uit de Franse koninklijke familie Valois, hertog van Bourgondië en door zijn huwelijk graaf van Vlaanderen. Hij was een van de toonaangevende figuren in de Franse politiek. Zijn zoon, hertog Jan zonder Vrees, zette die traditie voort. Hij betwistte de volgelingen van de dauphin (kroonprins) de macht over de krankzinnige koning Karel VI. Door de grote overwinning van de Engelse koning Hendrik V bij Agincourt in 1415, was Noord-Frankrijk blootgelegd voor verovering door de Britten. Uiteindelijk werd er een ontmoeting gearrangeerd tussen de aanhangers van de dauphin en de Bourgondiërs. Dat was in Montreux op 10 september 1419.

Maar er kwam geen verzoening. In plaats daarvan werd Jan zonder Vrees op verraderlijke wijze vermoord. Filips sloot een bondgenootschap met de Engelsen en erkende het recht van de Engelse koning Hendrik V op de troon van Frankrijk. De Engelsen betaalden Filips jaarlijks een groot bedrag en ‘schonken’ hem verscheidene Franse gebieden, zoals Macon en Ponthieu. Zijn zuster Anne trouwde met hertog Jan van Bedford, de Engelse regent in Normandië. Het was een Bourgondisch garnizoen, dat Jeanne d’Arc tot overgave aan de Engelsen dwong. Maar Jeanne had de Fransen weer tot vaderlandsliefde geïnspireerd. Frankrijk knoopte ook banden aan met Duitse heersers aan de oostgrens van Bourgondië. Een tijdgenoot schreef: ‘Naarmate de tijd verstreek, kreeg hertog Filips steeds meer de behoefte zijn Franse hart te tonen’. In 1435 vergaderde het Congres van Arras (Atrecht) om Frankrijk en Engeland met elkaar te verzoenen. Daar ruilde Filips de Goede op dramatische wijze zijn bondgenootschap met Engeland voor een hernieuwde band met Frankrijk. Niettemin behield hij de landen die hem door de Engelsen waren geschonken, en uitgebreide grensgebieden langs de rivier de Somme.

De Bourgondische banden in het zuiden steunden op een overeenkomst van Filips de Goede met hertog Amadeus VII van Savoye en de hertog van Bourbon. Hij zocht in de moeizame politiek van Karel VII van Frankrijk naar voordelen voor Bourgondië. Hij steunde de oppositie van de edelen, de Praguerie, en bood asiel aan de opstandige Franse koningszoon, de toekomstige Lodewijk XI. Maar zijn belangrijkste wapenfeit was het behouden van de Bourgondische macht in de Lage Landen.

In het Verdrag van Delft van 1428 werd het recht van Filips de Goede op de troonsopvolging in Holland erkend. Dit gold ook voor Zeeland en Henegouwen. In 1430 werd hij in Brabant als hertog aanvaard. Namen werd aangekocht en Luxemburg veroverd. Hij verwierf Friesland, Limburg en Kamerijk en breidde de invloed van zijn familie uit in de bisdommen van Luik en Utrecht. Ondanks deze aanzienlijke gebiedsuitbreidingen slaagde Filips de Goede er niet in, de politieke problemen die werden veroorzaakt door de rijke en machtige steden, op te lossen. En op die rijke steden steunde de Bourgondische macht. Er kwamen opstanden in Brugge, Amsterdam, Rotterdam en Leiden. Toen, in 1447, kondigde de regering aan dat er een belasting op zout geheven zou worden. Dit betekende het begin van een langdurige strijd tegen de stad Gent. Deze stad was ‘de machtigste stad in de gebiedsdelen van de hertog’. Gent had een leidende rol gespeeld in het Vlaamse verzet tegen de grootvader van Filips de Goede. Dat verzet werd neergeslagen in de Slag bij Roosebeeck in 1382. De stad en de gemeenteraad van Gent hadden veel macht op het omringende platteland. Hun greep werd versterkt door de niet in de stad wonende burgers, de zogenoemde ‘hagepoorters’. Maar tijdens het conflict met de regering van de hertog werd het bestuur in de stad uitgeoefend door een revolutionaire raad. Het leger van de stad Gent werd in juli 1453 in de Slag bij Gavere verslagen. Daaraan was een strijd voorafgegaan, die de Bourgondische staat bedreigde en die de economie van Vlaanderen veel schade berokkende.

De tradities van de gebieden van de hertog werden weerspiegeld in het regeringssysteem. Het innen van de belastingen gebeurde plaatselijk, bijvoorbeeld in Den Haag, Brussel, Lille en Dijon. De stadhouders (provinciale bestuurders) werden de permanente bestuurders.

Het hof van Filips de Goede was het schitterendste van zijn tijdperk. Het werd gefinancierd door de schatrijke Nederlandse en Vlaamse steden. De schilders Jan van Eyck en Rogier van der Weyden en de musici Guillaume Dufay, Gilles Binchois en Johannes Ockeghem behoorden tot de grootste kunstenaars van de Lage Landen tijdens de regeringsperiode van Filips de Goede. Het was een ‘gouden eeuw’ voor de Europese cultuur.

 

alle biografieën

 

1022

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Elizabeth 1

.

Elizabeth 1

Elizabeth I  1533-1603

Een portret van Elizabeth I. Het werd in 1585 geschilderd door Nicholas Hilliard. Hilliard was waarschijnlijk ook de maker van het Armada-juweel van 1588. Elizabeth stond toen op het hoogtepunt van haar macht. Aan het eind van de regeringsperiode van de ‘Virgin Queen’ was Engeland als wereldmacht naar voren gekomen.

 

Elizabeth I was een dochter van Hendrik VIII uit zijn tweede huwelijk, met Anna Boleyn. Hendrik VIII werd in 1547 opgevolgd door zijn zoon Eduard VI uit zijn derde huwelijk, met Jane Seymour. In 1553 kwam Maria (de Katholieke) aan het bewind, een halfzuster van Eduard VI, een dochter uit het huwelijk van Hendrik VIII en Catharina van Aragon. Hoe haar regering was, blijkt wel uit de bijnaam die ze kreeg, ‘Bloody Mary’ ofwel Maria de Bloedige. Toen Elizabeth betrokken raakte bij een mislukte opstand, werd ze door haar halfzuster opgesloten in de Tower van Londen. De 21-jarige prinses liet zich echter niet uit haar evenwicht brengen. Ze ging niet in op de beschuldigingen van haar ondervragers. Elizabeth was intelligent en bekwaam. Ze beheerste zeven vreemde talen. Maar bovendien bezat ze, wat voor iemand in haar positie onontbeerlijk was, de gave om zich te handhaven. In de gevaarlijke jaren die volgden, zou haar behoedzame gedrag haar in leven houden. Mogelijk kwam het daardoor, dat ‘Bloody Mary’ het niet aandurfde, haar halfzuster ter dood te laten brengen.

Toen Elizabeth als Elizabeth I koningin was geworden, kreeg ze met nog meer gevaar te kampen. Maar ze was gelukkig in de keus van haar ministers. Hun vooruitziende blik en trouw beschermden haar tegen haar vijanden.

Aan het hoofd van deze ministers stond William Cecil, de latere Lord Burghley. Evenals Elizabeth was Cecil van mening, dat welvaart alleen maar mogelijk was door het voeren van een voorzichtige financiële politiek en het vermijden van oorlog. Engeland kwam tot bloei. De industrie profiteerde van de stroom vakbekwame immigranten die naar Engeland vluchtten vanwege de godsdienstoorlogen op het vasteland van Europa. In 1571 opende Elizabeth de Koninklijke Beurs, gebouwd door de financier Sir Thomas Gresham. Een jaar tevoren was de protestantse Elizabeth door paus Pius V formeel in de ban gedaan. De pauselijke bul hield in, dat de Engelse katholieken hun koningin niet trouw hoefden te zijn. Erger nog: hij riep zelfs op tot ongehoorzaamheid. Deze passage zou overigens tien jaar later worden herroepen. Van dat ogenblik af was iedere katholiek voor wat de regering betrof een mogelijke verrader. Aanvankelijk had Elizabeths betrekkelijk verdraagzame politiek de katholieken (de helft van de bevolking) in staat gesteld hun geloof althans binnenskamers te belijden. Nu werden de wetten vervangen door strengere. Toen de jezuïeten in 1580 heimelijk het land begonnen binnen te komen, liet de regering van Elizabeth hen tot in hun verste schuilhoeken achtervolgen.

De ergste bedreiging voor de koningin was de aanwezigheid van haar nicht, Maria Stuart. Nadat de opstandige adel haar had gedwongen afstand van de Schotse troon te doen, was Maria Stuart naar Engeland gevlucht, in de hoop steun te krijgen van Elizabeth. Ze bleef er voortdurend bij de koningin op aandringen, haar tot haar opvolgster te benoemen. Daarbij was ze tactloos genoeg om te beweren dat zij – en niet Elizabeth – de rechtmatige koningin van Engeland was. Elizabeth liet haar onwelkome koninklijke bezoekster in verschillende kastelen opsluiten. Intussen werden zowel in Engeland als daarbuiten plannen beraamd om de katholieke Maria Stuart op de Engelse troon te krijgen.

Toen een aantal van deze samenzweringen aan het licht was gekomen, liet Elizabeth de samenzweerders terechtstellen. Haar ministers smeekten haar, zich ook van Maria te ontdoen, maar Elizabeth aarzelde om een gekroonde koningin te laten terechtstellen. Toen echter het bewijs werd geleverd dat Maria betrokken was geweest bij een samenzwering met als doel Elizabeth te doden, liet ze haar toch voor de rechter brengen. Zelf tekende ze Maria’s doodvonnis, maar toen het werd uitgevoerd, werd de koningin hysterisch en probeerde ze haar ministers de schuld te geven.

Elizabeth was onvermurwbaar wat een ander belangrijk punt betrof: haar huwelijk. Als kind had ze zich reeds voorgenomen, nooit te zullen trouwen. Mogelijk kwam haar angst voor het huwelijk voort uit het feit dat ze het met de dood in verband bracht. Gezien het lot van haar moeder, Anna Boleyn, en dat van haar vaders vijfde vrouw, Catherine Howard, was dat niet verwonderlijk. Een tweede factor die een rol speelde bij haar tegenzin aangaande het huwelijk was, dat zij er niets voor voelde haar macht met een eventuele echtgenoot te delen. Haar minnaars, die ze zelfs tot op middelbare leeftijd had, heeft ze waarschijnlijk nooit serieus genomen. Ze had hen vanwege hun strategische waarde. Zo bleef ze de hertog van Anjou bijvoorbeeld drie jaar lang aan het lijntje houden door hem een verbond met Frankrijk in het vooruitzicht te stellen. Op die manier zou de agressieve politiek van Filips II van Spanje binnen de perken kunnen worden gehouden. Filips ergerde zich aan de Engelse piraterij die door Elizabeth oogluikend werd toegestaan. Bovendien was hij van mening, dat hij recht had op de Engelse kroon, die Maria Stuart hem had nagelaten. In 1588 stuurde hij zijn Onoverwinnelijke Vloot, de Armada, naar het noorden. Elizabeth bleef er tot op het allerlaatst van overtuigd, dat het niet tot een werkelijke oorlog zou komen. Ze weigerde daarom, haar strijdkrachten van voldoende voorraden te voorzien. Toch slaagde de Engelse zeemacht (grotendeels een schepping van Elizabeth) erin, de Spanjaarden te verdrijven. Door deze overwinning groeide de nationale trots van de Engelsen en de genegenheid voor hun koningin nam toe. Gedurende de laatste vijftien jaar van haar regering werd Elizabeth bijna als een godin verheerlijkt. Vele dichters maakten lofzangen op haar verdiensten. Het toegenomen nationaal bewustzijn kwam tot uitdrukking in een golf van culturele activiteit. Daarvan werd het hoogtepunt wel gevormd door de toneelstukken van William Shakespeare (1564-1616). De oude vorstin, zwaar opgemaakt, voorzien van een pruik en gehuld in de meest fantastische kostuums, diende als levend symbool van de nieuwe grootheid van Engeland. Onder al die uiterlijke opschik ging een scherpzinnige vrouw schuil, die pas op haar sterfbed bekendmaakte wie haar opvolger zou worden: Jacobus VI van Schotland, Maria Stuarts zoon.

 

Elizabeth 1

Elizabeth I wordt op het hoogtepunt van haar regeringsperiode door haar hovelingen in een draagstoel gedragen. Ze eiste van haar hof totale trouw. Toen haar favoriet, Sir Walter Raleigh, in het geheim in het huwelijk trad, beschouwde Elizabeth dit als een belediging voor haar als vorstin en als vrouw. Dit schilderij wordt toegeschreven aan Robert Peake de Oudere.

 

7e klas geschiedenis: alle artikelen

 

alle biografieën

 

 

997

 

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Cortez

.

Cortez

Een portret van Hernan Cortez te paard. Het is afkomstig uit een boek van de Tlaxcalan-indianen, dat handelt over zijn verovering van Mexico. De Indiaanse kunstenaar beeldde Cortez af met een hoed, zoals die werd gedragen door hun god Quetzalcoatl. De verschijning van Cortez was voor de Indianen zeer vreemd. Het versterkte hun overtuiging, dat Cortez een god was, die uit ballingschap terugkeerde

HERNÀN CORTEZ  1485-1547

Hoe Hernàn Cortez erin slaagde om met niet meer dan 500 soldaten een rijk met verscheidene miljoenen inwoners te veroveren, zal wel altijd een raadsel blijven.

Hernàn Cortez was afkomstig uit de arme Spaanse provincie Estremadura, waar zijn ouders tot de lagere Castiliaanse adel behoorden. Hij nam deel aan de verovering van Cuba en was al op negentienjarige leeftijd een vooraanstaand lid van de koloniale samenleving daar. In 1517 kreeg hij van gouverneur-generaal Velazquez van Cuba opdracht, naar het westen te varen om gegevens te verzamelen over nieuwe gebieden. Cortez vertrok met 500 manschappen, 16 paarden, 10 kleine kanonnen en 48 geweren. Toen Velazquez, die spijt had gekregen van zijn opdracht, hem terug wilde roepen, waren Cortez en zijn mannen al op weg. Voor de kust van Yucatan werden ze verwelkomd door de plaatselijke Maya-bevolking. Eén van de vrouwen sprak een Azteekse taal en samen met een Spanjaard, die slaaf bij de Maya’s was geweest en die hun taal sprak, trad ze voor Cortez op als tolk. In april 1519 landden de Spanjaarden bij Cempoalla aan de Mexicaanse kust.

Nog geen honderd jaar tevoren hadden de Azteken enkele wrede oorlogen gevoerd, waarbij ze schatting, slaven en mensenoffers van de Maya’s geëist hadden. Het verslagen volk was ervan overtuigd, dat hun god Quetzalcoatl eens zou terugkeren om de vijand te verslaan. Toen Cortez met zijn ‘gevleugelde kano’s met hun donderstemmen’ (de kanonnen) aankwam, meende men dan ook dat de dag van de bevrijding was gekomen.

Voor velen was hij de god, wiens komst was voorspeld, de god van de winden, de goedheid en het licht.

Vlakbij Cempoalla bouwde Cortez een versterking, die hij Vera Cruz noemde. Vervolgens stuurde hij een van zijn schepen terug naar Spanje met een verslag over de gebeurtenissen, op de vijand veroverde voorwerpen en een geschilderd boek over de legende van Quetzalcoatl.

Het was augustus 1519, toen hij met 400 van zijn mannen, duizenden inlandse dragers en 7 kanonnen landinwaarts trok om zich te voegen bij de Tlaxcala, een bergvolk dat in oorlog was met de Azteken. De grote hoofdstad Tenochtitlan telde bijna een miljoen inwoners. Deze stad was gebouwd op een aantal eilanden in een meer dat was omgeven door bergen en vulkanen. Montezuma, de Azteekse keizer, die er niet in slaagde Cortez tegen te houden of hem uit de weg te ruimen, schonk hem een paleis binnen de stad.

Intussen waren in Vera Cruz manschappen vanuit Cuba aangekomen, met de opdracht van de jaloerse gouverneur-generaal, Cortez gevangen te nemen. Razendsnel keerde Cortez terug naar de kust, waar hij zijn tegenstanders versloeg en de overlevenden overhaalde, zich bij hem aan te sluiten.

In Tenochtitlan hadden de achtergebleven mannen inmiddels een groot aantal burgers vermoord, uit angst overvallen te worden. Toen Cortez terugkwam, begonnen de Azteken een beleg. Tijdens de gevechten die volgden werd Montezuma gedood, maar de Spanjaarden werden op de vlucht gedreven. Op de terugweg, die via een
verbindingsdam leidde, vonden vele Spanjaarden de dood in het meer.

Ondanks het grote verlies dat ze hadden geleden, wisten Cortez en zijn mannen een groot Azteeks leger bij Otumba te verslaan. Samen met de Tlaxcala en duizenden Azteekse opstandelingen, vereerden ze Tenochtitlan. Het beleg duurde drie maanden en na afloop stond er vrijwel geen gebouw meer overeind. De Spaanse soldaten maakten zich schuldig aan afschuwelijke wreedheden, hoewel een dergelijk gedrag bepaald niet paste bij Cortez’ godsdienstige opvattingen.

Hoewel er verschillende theorieën over bestaan, zal het waarschijnlijk altijd een raadsel blijven, hoe de 500 conquistadores (veroveraars) van Cortez erin slaagden een miljoenenvolk te verslaan. Sommige deskundigen menen dat er sprake moet zijn geweest van een ziekte die, meegebracht door de Europeanen, onder de Azteken een epidemie veroorzaakte. De ontevredenheid onder de bevolking die herhaaldelijk tot opstanden leidde, zal wellicht ook een rol hebben gespeeld. Cortez, die van de Spaanse regering de titel ‘Marquis de Valle des Oaxaca’ kreeg, zag zijn grootste wens, gouverneur van de nieuwe provincie te worden, niet in vervulling gaan. Hij ondervond voortdurend tegenstand van de koloniale regering en de onderkoning en hij stierf in 1547 als een verbitterd man.

Cortez

Cortez met de Indiaanse prinses Malinche, die zijn tolk werd. Zij vertaalt de woorden van een Azteek om Cortez van dienst te zijn.

alle biografieën

7e klas geschiedenis

 

VRIJESCHOOL in beeld:  7e klas alle beelden

 

994

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Willem de Veroveraar

.

Willem de Veroveraar

 

 

Het linkerprofiel van Willem de Veroveraar op een zilveren penny. De munt werd waarschijnlijk in 1068 geslagen. Het ontwerp is toegeschreven aan Theodoric.

 

Willem, hertog van Normandië, was een van de veroveraars die in de 11e eeuw de kaart van Europa drastisch wijzigde. De Normandiërs waren de afstammelingen van de Vikingen, die aan het begin van de 10e eeuw het hertogdom hadden gesticht. Tegen 1100 hadden ze Zuid-Italië op de vroegere Longobardische en Byzantijnse overheersers veroverd. Ze begonnen na de Eerste Kruistocht al nieuwe staten te stichten in Syrië en Palestina.

Deze harde en oorlogszuchtige mannen hadden een groot talent voor regeren. Na de slag bij Hastings in 1066 werd Willem heer en meester van één van de best bestuurde koninkrijken in Europa. Hij bouwde op deze basis verder. Toen hij stierf, liet hij een voor die tijd op unieke wijze georganiseerde staat na.

Willem was de onwettige zoon van Robert I van Normandië en Herleva, de dochter van een rijke inwoner van Falaise. Hertog Robert stierf toen zijn zoon nog maar acht jaar was. Onmiddellijk ontstond er rond de jongen een golf van geweld en intrige. Drie van zijn raadslieden werden vermoord en aan datzelfde lot kon de jonge Willem ternauwernood ontsnappen.

Op zijn zestiende jaar kreeg de jonge hertog Willem al te maken met een algemene opstand. Het was duidelijk, dat hij op militair gebied zeer begaafd was. Maar toch moest hij de hulp inroepen van koning Hendrik I van Frankrijk. Tijdens de vijf jaar daarna kwam Willem naar voren als een kundig leider.

In plaats van met een dankbare trouwe vazal, zag Hendrik zich geconfronteerd met een machtige buur. Zijn pogingen om de Normandische staat te ontmantelen faalden. Na de dood van de Franse koning Hendrik I in 1060 breidde Willem zijn gebied uit met het aangrenzende graafschap Maine. Hij had bewezen, dat hij de meester was in het roerigste gebied van Frankrijk. Zijn Engelse avontuur stond op het punt te beginnen.

Engeland werd geregeerd door Eduard de Belijder. Deze koning was kinderloos. Tijdens de regering van Kanoet had Eduard als banneling in Normandie geleefd. Toen hij koning werd, had hij Normandiërs als raadsheren aangesteld. In 1051 wees hij Willem officieel als zijn troonopvolger aan. In 1053 trouwde Willem met Matilda, die afstamde van Alfred de Grote van Engeland. Maar er waren in Engeland allerlei ontwikkelingen waardoor Harold Godwinson op de voorgrond kwam. In de 60-er jaren van de elfde eeuw had hij een goede kans, door middel van verkiezingen tot koning te worden gekozen. Toen leed Harold in 1064 voor de kust van Normandië schipbreuk. Hij werd als ‘gast’ meegenomen naar het hof van Willem. Volgens zeggen werd hij daar door een list overgehaald om te zweren, dat hij Willems aanspraken op de Engelse troon zou steunen. Koning Eduard stierf en in januari 1066 werd Harold tot koning gekozen.

Ondanks de tegenstand van zijn eigen raadgevers begon Willem op grote schaal voorbereidingen te treffen voor de invasie van Engeland. Hij bouwde een vloot om zijn manschappen te vervoeren. Hij rekruteerde huursoldaten uit Bretagne, Vlaanderen en uit andere streken. Hij kreeg voor zijn oorlog tegen een ‘meineed-plegende overweldiger’ de pauselijke zegen. Door de harde tegenwind werden zijn troepen gedwongen om de hele zomer van 1066 in Normandië te blijven.

Intussen had Harold langs de hele Engelse Kanaalkust mannen en schepen geposteerd. In september kreeg hij het bericht dat Noorse troepen in het noorden aan land waren gegaan. Hij marcheerde met zijn leger zo snel noordwaarts, dat hij de Noren en hun bondgenoten kon verrassen. Hij vernietigde hen op 25 september 1066 in de slag van Stamford Bridge. Maar in het zuiden was de wind gedraaid. Willem kon zonder tegenstand bij Pevensey aan land gaan.

Harold en zijn keurtroepen haastten zich terug naar Londen. Op 13 oktober 1066 sloegen ze hun kamp op bovenop een heuvel in de buurt van de tegenwoordige stad Battle. Daar hadden ze moeten wachten op versterkingen die onderweg waren. Harolds mannen waren eigenlijk ook te moe om direct weer ten strijde te trekken. Maar Harold besloot, de volgende ochtend om negen uur het gevecht met de indringers aan te gaan. De Engelsen hielden de hele dag stand. Tegen het vallen van de avond deden de legers van Willem alsof ze op de vlucht sloegen. De Engelsen verlieten hun slagorde om hen te achtervolgen. Maar de troepen van Willem verzamelden zich weer. De list slaagde. De Engelsen werden overwonnen en Harold sneuvelde.

De veertigjarige overwinnaar was wreed, hebzuchtig, meedogenloos en mateloos ambitieus. Maar hij was ook een dapper en vindingrijk leider. Hij werd één van Engelands grootste koningen. Vanaf Hastings rukte hij op naar Londen. In de zuidelijke streken liet hij een spoor van verwoesting en dood achter. Hij werd op Kerstdag 1066 in de Abdij van Westminster tot koning gekroond. Er volgden opstanden in 1069, 1072 en 1075, die allemaal werden neergeslagen. Midden-Engeland en het noorden werden door Willem de Veroveraar zo verwoest, dat het land 50 jaar nodig had om zich weer enigszins te herstellen. Willem verdeelde het land en de bezittingen van de verslagen Engelse adel onder zijn volgelingen. Maar de nieuwe Normandische machthebbers kregen maar heel kleine leengoeden, waardoor het voor hen heel moeilijk werd machtsblokken te vormen. Er werden kastelen gebouwd om vandaaruit het vijandige land in bedwang te houden. De grootste van die kastelen waren dat van de koning in Windsor en de Tower van Londen. Aan het eind van zijn regering gaf Willem het bevel om overal landmetingen te verrichten en daarvan aantekeningen te maken. Dit werd bij de Engelsen bekend als het Domesday Book. Het was een omvangrijk en uniek document. Het had zonder het bestuurlijk apparaat dat Willem van zijn voorgangers erfde, nooit tot stand kunnen komen. Willem sneuvelde terwijl hij zijn vijanden in Normandië bestreed. Tijdens zijn regering had de Engelse samenleving een nieuwe vorm gekregen.

Bayeux

Een deel van het beroemde wandkleed van Bayeux. Het toont de Normandiërs die op weg zijn naar de zuidkust van Engeland, enige tijd voor de Slag bij Hastings. Na de nederlaag van de Engelsen en de dood van koning Harold bij Hastings, trokken de troepen van Willem de Veroveraar een spoor van dood en verwoesting door Zuid-Engeland. Daarna werd Londen veroverd. Het wandkleed van Bayeux werd waarschijnlijk aan het eind van de 11e eeuw door Engelse naaisters geweven in opdracht van Odo, de bisschop van Bayeux en halfbroer van Willem de Veroveraar.

 

alle biografieën

 

988

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Willem van Oranje

 

Willem de Zwijger  1533-1584

Willem van Oranje

Een portret van Willem van Oranje. Het werd geschilderd door de Hollandse schilder Michiel van Mierevelt.

 

Toen de elfjarige Willem van zijn neef René van Chalon het prinsdom Oranje en de uitgestrekte bezittingen van Nassau erfde, werd hij daardoor een van de rijkste edelen van Europa. Zijn vader, graaf Willem de Rijke van Nassau-Dillenburg, die zijn zoon volgens de lutheraanse gedachten wilde opvoeden, was er niet erg gelukkig mee. Het betekende namelijk, dat de jonge Willem aan het hof te Brussel zou moeten gaan wonen. Keizer Karel V wilde dat Willem verder zou worden opgevoed door de landvoogdes Maria van Hongarije, die trouw rooms-katholiek was.

Willem was een zelfbewuste vriendelijke jongeman, die bij keizer Karel V in de smaak viel. Zijn bijnaam ‘de Zwijger’ dankte hij aan het feit, dat hij zijn gevoelens zo goed wist te verbergen. Als jongeman leidde hij een werelds bestaan, op het genotzuchtige af.

Toen Filips II van Spanje in 1555 het beheer over de Nederlanden kreeg, werd zijn kijk op het leven ernstiger. Willem was stadhouder voor Filips van de provincies Holland, Zeeland, Utrecht en Bourgondië. Trouw te zijn aan zijn vorst beschouwde hij als zijn eerste plicht. Willem, en met hem andere leden van de heersende klasse, begonnen tot het besef te komen dat Filips II van plan was hun macht ernstig te beknotten, zo niet geheel te laten verdwijnen. Filips II had zich voorgenomen, de ketterij in de Nederlanden ten koste van alles uit te roeien.

Ten gevolge van deze politiek, die op meedogenloze wijze in praktijk werd gebracht door de afgevaardigden van Filips II, verlieten veel van zijn onderdanen het land. Willem en de andere edelen – katholieke zowel als protestantse – verzochten Filips II via een Smeekschrift, een wat toegeeflijker houding aan te nemen. Het antwoord van Filips II kwam in de vorm van de hertog van Alva en enkele duizenden soldaten. Het buitengewone gerechtshof van Alva, de Raad van Beroerten (bekender als ‘de Bloedraad’), maakte al snel duidelijk dat het niet alleen de ketters waren die zouden worden gestraft. Bezittingen van lastige edelen werden in beslag genomen, de eigenaars werden gevangengezet en in sommige gevallen ter dood gebracht. Willem en zijn familieleden vluchtten naar Duitsland. In de vijf jaar dat zijn ballingschap duurde, bracht Willem van Oranje een leger op de been.

Voor Willem had de strijd tegen Spanje voornamelijk politieke betekenis. Maar al kwam voor hem in dit geval de godsdienst op de tweede plaats, toch werd hij gedwongen zich aan te sluiten bij de protestanten. Dankzij de strijdvaardigheid van zijn soldaten, kreeg hij de beschikking over een leger dat een gericht doel voor ogen stond. Langzamerhand begon Willem steeds meer voor het calvinisme te voelen. Maar hij zou blijven werken aan de vereniging van de Nederlanden, waar volledige vrijheid van godsdienst mogelijk moest zijn.

In 1572 rukte Willem met een leger van 20.000 man de Nederlanden binnen. Aan het eind van dat jaar had hij éénderde van Holland en gedeelten van Zeeland en Friesland in handen. Dat was nog maar het begin van de oorlog. De Spanjaarden sloegen terug. In het voorjaar van 1574 belegerden ze Leiden. Het heldhaftige opheffen van het beleg, door het omliggende platteland onder water te zetten en de stad met behulp van boten te bevrijden, betekende de redding van Holland.

Een belangrijke stap voorwaarts bij de totstandkoming van de eenheid was de Pacificatie van Gent van 1576. Hierdoor werden Holland en Zeeland verenigd, terwijl aan Willem van Oranje uitgebreide militaire bevoegdheden werden verleend. In het zuiden nam het verzet tegen de Spanjaarden toe. Men riep Willem te hulp om de opstand te leiden. Maar al snel begon de kloof tussen het calvinistische noorden en het katholieke zuiden breder te worden. Enkele zuidelijke provincies (Artois, Henegouwen en de stad Douai) sloten zich middels de Unie van Atrecht, in januari 1579 aaneen. Nog geen drie weken later kwam de Unie van Utrecht tot stand, een verbond tussen Noord- Nederlandse gewesten en Brabantse en Vlaamse steden. Daarmee kwam een eind aan het vooruitzicht het gebied van de Nederlanden tot één geheel te verenigen.

Dit schilderij werd in 1832 gemaakt door Cornelis Kruseman. Het is een voorstelling van Willem de Zwijger, die in 1559 in Vlissingen door Filips II van Spanje werd beschuldigd van trouweloosheid. Filips II staat op het punt uit de Nederlanden te vertrekken. Willems trouw aan Filips II bracht hem in een innerlijk conflict met zijn sympathie voor het volk der Nederlanden. Hij besefte, dat Filips II de bedoeling had, de Nederlanden met geweld te onderdrukken.

Willem van Oranje

In het jaar daarop (1580) verscheen de Apologie van Willem. In dit verweerschrift rechtvaardigde hij zijn opstandigheid. Het was ook de eerste keer dat hij Filips II ervan beschuldigde, de trouw van zijn onderdanen niet waard te zijn. Op 26 juli 1581 tekenden de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden de Akte van Afzwering. Daarbij verklaarden ze Filips II van de heerschappij over de Nederlanden vervallen, terwijl ze de Prins van Oranje, de ‘Vader des Vaderlands’, tot tijdelijk regeringshoofd kozen.

Maar Filips II had een prijs gezet op het hoofd van Willem van Oranje. De eerste moordaanslag mislukte. Enkele jaren later, op 10 juli 1584, werd hij doodgeschoten door Balthasar Gerards, een schrijnwerkersleerling. Het wapen waarmee deze de aanslag pleegde, had hij betaald met geld dat hij van Willem van Oranje zelf had geleend.

Willem van Oranje 2

Deze prent is een afbeelding van Willem de Zwijger, die door Balthasar Gerards werd doodgeschoten. Het moordwapen werd met het geld van het slachtoffer gekocht.

alle biografieën

7e klas geschiedenis: alle artikelen

917

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Filips ll

Filips ll

Filips II 1527-1598

Filips II was, evenals zijn vader Karel V, de machtigste vorst van zijn tijd. Maar ondanks de internationale positie die hij innam, bekeek Filips II de wereld uitsluitend vanuit Spaans oogpunt. Hij sprak geen vreemde talen en in tegenstelling tot zijn vader hield hij niet van reizen.

Hoewel de kroon van het Heilige Roomse Rijk na de dood van Karel V naar diens broer Ferdinand was gegaan, bleef er toch een aanzienlijke erfenis over voor Filips: Spanje met zijn bezittingen in de Nieuwe Wereld, de 17 provincies van de Nederlanden, Bourgondië, Napels en verscheidene andere bezittingen in het Middellandse zeegebied. Door zijn huwelijk met Maria Tudor werd hij in naam koning van Engeland. In 1578 erfde hij Portugal met zijn bezittingen. De militaire ondernemingen van Filips II tegen de Turken, de Fransen, de Nederlanders en de Engelsen werden bekostigd met geld uit de Nieuwe Wereld. Filips II was reeds op 27-jarige leeftijd weduwnaar. Overeenkomstig de wens van zijn vader hertrouwde hij in 1554 met de koningin van Engeland, Maria Tudor, die elf jaar ouder was dan hij. Het huwelijk was een mislukking. Tweemaal verkeerde Maria in de veronderstelling dat ze zwanger was. Tweemaal bleken het symptomen van waterzucht te zijn. De erfgenaam die Engeland en de Nederlanden met elkaar zou moeten verbinden, werd niet geboren.

Filips’ grootste streven was, de positie van de rooms-katholieke kerk in heel Europa te herstellen. Maar met de vervolgingen van de protestanten in Engeland onder ‘Bloody Mary’ kon hij zich niet bemoeien. Hij had zich namelijk verplicht, zich niet in Engelse aangelegenheden te mengen. Ook had hij toegezegd, Engeland niet te betrekken bij de oorlogen van Spanje. Toen hij echter in 1557 in oorlog raakte met Frankrijk, deed hij een beroep op Maria en haar Geheime Raad om hem met manschappen en geld te steunen. Het leger van Filips II bracht de Fransen een verschrikkelijke nederlaag toe bij St. Quentin, in het noorden van Frankrijk. Maar de Fransen wisten de slecht verdedigde haven Calais te veroveren.

Maria Tudor stierf in 1558. Haar dood bracht Elizabeth I op de troon. Zij zou later een geduchte tegenstandster worden van Filips II, maar voorlopig waren de Nederlanden zijn grootste zorg. Deze provincies waren weliswaar onafhankelijk van elkaar, maar er begon zich langzamerhand een gevoel van saamhorigheid te ontwikkelen. Streng, vroom en sober als Filips II was, voelde hij zich niet aangetrokken tot de Nederlanders. Hij begreep niet, wat Karel V zo goed had ingezien, dat ze zich zouden verzetten tegen Spaanse overheersing. De adellijke Nederlandse families hadden een afkeer van de landvoogd die Filips had gestuurd om hen te regeren. In 1566 bood een groep protestantse en katholieke edelen hem een smeekschrift aan, waarin hem dringend werd verzocht de Spaanse inquisitie niet naar de Nederlanden te laten komen. Het verzoek werd verworpen. Horden woedende calvinisten vernielden heiligenbeelden en voorwerpen van de eredienst in talloze katholieke kerken en kloosters. In antwoord op deze ‘beeldenstorm’ stuurde Filips II niet alleen de inquisitie om de ketters op te sporen en te bestraffen, maar bovendien duizenden soldaten onder de hertog van Alva. Deze werd de nieuwe landvoogd en trad de opstandelingen met uiterste wreedheid tegemoet. Maar de geest van de opstand was aangewakkerd en er begon een lange bittere strijd.

Een latere landvoogd, de hertog van Parma, slaagde erin de zuidelijke provincies te onderwerpen, maar in 1581 verklaarden de noordelijke provincies zich onafhankelijk. De Republiek der Verenigde Nederlanden kreeg steun van de Engelsen, die Spaanse schepen aanvielen en plunderden. Besluitvaardigheid was niet het sterkste punt van Filips II. Maar hij nam zich toch voor, de Engelsen een lesje te leren, Elizabeth I van de troon te stoten en het land in bezit te nemen ten gunste van het katholieke geloof.

Hij gaf opdracht tot het bouwen van 130 schepen, de grootste vloot die de wereld ooit had aanschouwd, de Armada. Met 30.000 man aan boord zette de Armada in juli 1588 koers naar het noorden, terwijl het leger onder bevel van de hertog van Parma vanuit de Nederlanden oprukte. In Het Kanaal zette de Engelse vloot de achtervolging van de Spaanse schepen in, verjoeg de schepen en bracht de Armada, Onoverwinnelijke Vloot, ernstige schade toe. Hevige storm dreef de geteisterde Spaanse schepen de Noordzee op. Na een verschrikkelijke tocht langs de kust van Engeland keerde slechts de helft van de vloot met één derde van de bemanning in Spanje terug.

Kunst en cultuur waren inmiddels in het moederland tot grote bloei gekomen. Dankzij mannen als de schrijver Cervantes en de schilder El Greco kon men terecht spreken van een ‘Gouden Eeuw’. Maar de voornaamste bezittingen van Filips II, de rijke landen overzee, waren er oorzaak van dat het verval zich begon in te zetten. De stroom goud die Spanje vanuit Amerika binnenvloeide, bracht er een ernstige inflatie teweeg. Maar Filips II was evenmin als zijn raadslieden in staat de hand over hand toenemende waardevermindering van het Spaanse geld aan banden te leggen. Bovendien hadden de rijkdommen van het buitenland een duidelijke lokroep laten horen. Grote delen van de bevolking waren vertrokken, om hun geluk daar te gaan beproeven. Het gevolg was dat de industrie in het eigen land begon weg te kwijnen. Koning Filips II was oud en ziek. In het
Escoriaal, het grote paleis dat hij bij Madrid had laten bouwen, wijdde Filips II zich meer en meer aan het geestelijk leven, teleurgesteld over de wereld.

alle biografieën

7e klas geschiedenis: alle artikelen

913

 

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Karel V

 

Karel V  1500-1558

Karel VEen portret van de Habsburgse keizer Karel V. Het is afkomstig van een familieportret, dat door Bernard Striegel werd geschilderd. Het schilderij werd gemaakt toen Karel nog een tiener was. Op zijn negentiende jaar werd hij ‘Heilig Rooms Keizer’. De familie van de Habsburgers was bijna 600 jaar de belangrijkste macht in Centraal-Europa.

Voor een miljoen gouden florijnen kreeg Karel van Habsburg de zekerheid, dat hij keizer van het Heilige Roomse Rijk zou worden. Zeer waarschijnlijk zouden de zeven keurvorsten – die aan het hoofd stonden van de belangrijke Duitse staten – hem, als kleinzoon van Maximiliaan I, tóch wel hebben gekozen. Maar de mogelijkheid bestond, dat hun keus zou vallen op Frans I, koning van Frankrijk. Dat was een zorgwekkend vooruitzicht voor Karel. Zijn rijkste bezittingen, de Nederlanden, zouden daardoor immers komen te liggen tussen twee door de Fransen beheerste gebieden.

Karel, die al hertog van Bourgondië, koning van Spanje, Sicilië, Sardinië en Napels was, alsmede erfopvolger in de Habsburgse landen in Midden-Europa, was op zijn negentiende jaar de machtigste vorst van het Westen. Maar zijn macht werd van alle kanten bedreigd. De Franse koning, die was omringd door Habsburgse landen, was vastbesloten de eerzuchtige plannen van de keizer in Italië tegen te gaan. Oost-Europa en de landen om de Middellandse Zee ondervonden voortdurend bedreiging van de Turken, die Constantinopel hadden veroverd. Ook waren er enkele Duitse vorsten, die zich tegen Karel verzetten. Het lutheranisme dat ze aanhingen, verstoorde de eenheid van het keizerrijk. De hervorming was het grootste struikelblok tijdens de regering van Karel, die zijn uiterste best bleef doen de protestanten terug te brengen naar de rooms- katholieke kerk. De keizer was het in zoverre met Lutner eens, dat hij zich veel moeite getroostte er bij de paus op aan te dringen een eind te maken aan de corruptie binnen de rooms-katholieke kerk. Maar Luthers nieuwe leerstellingen kon hij niet aanvaarden. Zonder enig succes wierp de ene Rijksdag na de andere zich op het probleem van de godsdienstkwestie. Veel Duitse vorsten gingen namelijk niet alleen zelf tot het lutheranisme over, maar eisten bovendien dat ze zelf de staatsgodsdienst van hun rijk mochten bepalen. Toen Karel ten slotte paus Paulus III bereid had gevonden een concilie te houden, was de houding van de protestanten harder geworden.

Karel V  2

Het schitterende schild van Karel V. Het werd ontworpen door Raphael. Het reliëf is een voorstelling van de ‘Slag bij Carthago’.

In 1546 kwam het tot een oorlog tussen de protestantse landen – geholpen door Frans I – enerzijds, en de katholieke staten onder Karel V met steun van paus Paulus III anderzijds. De strijd duurde voort tot 1555. Bij de Vrede van Augsburg werd bepaald, dat een staatshoofd het recht had de godsdienst van zijn onderdanen te bepalen. Intussen was Karel V voortdurend betrokken bij oorlogen tussen de Fransen en de Turken. Verbintenissen met vooraanstaande Italiaanse geslachten (vaak door middel van huwelijken) maakten, dat het grootste deel van Italië onder Habsburgs bewind kwam. Maar niet alle pausen waren gelukkig met deze gang van zaken. Teneinde een machtsevenwicht tot stand te brengen, verleenden ze steun aan Frankrijk, dat eveneens naar Italië lonkte. In 1521 brak er oorlog uit tussen Karel V en Frans I. De voornaamste inzet was Milaan, dat destijds in Franse handen was. De strijd duurde jaren, maar uiteindelijk slaagde Karel V erin een federatie van Noorditaliaanse staten te vormen die trouw was aan de keizer. Deze band zou 300 jaar blijven bestaan.

De Turken, die gebruik maakten van de vijandelijkheden tussen de christelijke machten, vielen Hongarije binnen. Maar in 1532, toen ze bijna voor Wenen stonden, werden ze door de legers van Karel V verslagen. Het kwam in Hongarije tot een weinig overtuigende vrede. Toen Karel V in 1535 Tunis veroverde, kreeg de Turkse heerschappij op de Noordafrikaanse kust een forse klap. Maar tijdens de hele regeringsperiode van Karel V en ook nog daarna bleven de Turken de landen om de Middellandse Zee bedreigen. Voordat het goud uit de Spaanse bezittingen in Zuid-Amerika begon binnen te stromen, vormden de Lage Landen de voornaamste bron van welvaart van Karel V. Al eeuwenlang bloeiden daar handel en industrie. Karel V, die hertog van Bourgondië was, eiste van deze provincies trouw en het recht op financiële steun – geen belasting, maar hulpverlening. De vele oorlogen waarin hij betrokken was, kostten schatten. Dat was iets waarover hij herhaaldelijk waarschuwingen kreeg van zijn zuster Maria, de regentes over deze gebieden. Het bestuur dat Karels eisen desondanks had ingewilligd, werd in 1539 door de bevolking van Gent omvergeworpen. Maar Karel V sloeg de opstand meedogenloos neer.

Toch was Karel V graag gezien in de Nederlanden. Hij was er geboren en getogen en sprak de taal. Het gebied was tijdens zijn regering groter geworden en de zuidelijke provincies Vlaanderen en Artois waren bevrijd van de Franse dreiging. Toen Karel V in de vijftig was, zag hij eruit als een oude, uitgeputte man. Verwonderlijk was dat niet, gezien de spanningen waarmee hij voortdurend te maken had gehad. De verbintenis tussen Maria Tudor en zijn zoon Filips, die ten doel had een gecombineerde Engels-Nederlandse macht te stellen tegenover Frankrijk, deed zijn energie tijdelijk weer opleven.

In 1555 maakte Karel V een begin met het overdragen van zijn verschillende kronen aan Filips en aan zijn broer Ferdinand, die keizer zou worden. Zelf trok hij zich terug in een klein huis in Spanje. Daar bracht hij zijn laatste levensjaren door. Hij hield er hof, genoot van de jacht en muziek en van de overdadige maaltijden, die zijn gezondheid verder ondermijnden. Veertig jaar lang had hij een enorme last op zijn schouders gedragen. Niet al zijn ondernemingen waren geslaagd. Maar hij stierf als een bemind vorst.

alle biografieën

7e klas geschiedenis: alle artikelen

908