VRIJESCHOOL – 5e klas – geschiedenis (2-4)

.

zie de inleiding op deze artikelen

De volkerensmeltkroes aan de Eufraat en TiGris

Er is misschien geen streek op aarde, waar zoveel verschillende volkeren zijn samengekomen. In vele sagen wordt de wieg der mensheid in Mesopotamië gelegd.

voor de leerkracht

Veltman blz. 22

De eerste cultuurscheppers in het Tweestromenland zijn de Sumeriërs
(Gilgamesh). Bij de Sumerische cultuur wordt geleidelijk beeldbewustzijn vervangen door eigen denken, kosmologie door astronomie, sociale kosmische ordening door regeling van staatswege (wetten).

Het is niet toevallig dat de Sumeriërs het schrift uitvinden, dat al snel tot een abstract letterschrift wordt. Er moest nl. door documenten bewaard worden wat eerst door onmiddellijk schouwen werd waargenomen. De hemelse kroniek gaat in de menselijke over. De beeldentaal wordt tot begripstaal. Uit de smeltkroes komt de Babylonische spraakverwarring. Nog veel oude wijsheid is te vinden in de Sumerische wereldbeschouwing. Naast de exoterische maat- en
getalwetenschap
der Babyloniërs blijft een esoterische stroming van Sumero-Chaldeërs lopen. Door het centraal-aziatisch mysteriecentrum van Manu werden er drie belangrijke sociale cultuurimpulsen gegeven.

1.India (behoeden van de godsdienst)

2.Perzië (landbouw, veeteelt, economie)

3.Sumer-Akkad (staatvorming en recht)

Sumerië bewaarde de impuls het zuiverst. Akkad heeft veel Turanische invloed. De Assyriërs staan het meest onder de Turanische Marsimpulsen.

Uit deze smeltkroes komt de Israëlitisch-Joodse ontwikkelingslijn.

Abraham komt uit Ur!

dictaat

Veltman blz. 23

Veltman blz. 24

De monding van Eufraat en Tigris met de oudste steden.

Babylonië en het tweestromenland.

In dezelfde periode waarin zich de ontwikkeling van Egypte voltrok, ontstond in Voor-Azië een grote cultuur in het Tweestromenland. Deze cultuur is niet zo’n geheel als de Egyptische en iets ouder dan deze. Het Tweestromenland, ook Mesopotamië geheten, is een brede vlakte, aan de noordzijde afgesloten door de hoge bergtoppen van Armenië, aan de oostzijde door de bergruggen van Iran, in het westen door de Syrische woestijn en in het zuiden door de Indische oceaan. In vroeger tijden was de brede vlakte, waardoor de twee grote rivieren Eufraat en Tigris stromen, een vruchtbaar paradijs. Thans is deze vlakte grotendeels woestijn, waaruit de oude steden als vervallen ronde kleiheuvels omhoogsteken. Al in 5000 v. Chr. was deze vlakte bewoond. Een volk, SUMERIERS geheten, trok door Perzië in oeroude tijden en vestigde zich aan de monding van de Eufraat. De Sumeriërs schreven op kleitafeltjes en er zijn vele sagen bewaard gebleven. Beroemd is hun verhaal van de schepping der wereld, dat aldus begint:

TOEN BOVEN NOG NIET BENOEMD WAS DE HEMEL,
HET VASTE BENEDEN GEEN NAAM NOG DROEG,
TOEN OERSCHEPPER APSU, OERMOEDER TIAMAT
MUMMU HUN WAAT’REN INEEN DEDEN VLOEIEN;
TOEN ER GEEN LAND WAS, GEEN RIET ZICH ROERDE,
GEEN NAAM NOG WEERKLONK EN GEEN LOT BESTEMD WAS…
TOEN ZIJN UIT DE DIEPTE DE GODEN ONTSTAAN.

De belangrijkste goden scheidden zich af van de oergrond. Dit waren

ANU – de hemelgod
ENLIL – de aardgod
EA – de wijze watergod.

De oerdraak Tiamat trachtte met behulp van een aantal monsters de nieuwe goden te vernietigen. Niemand durfde Tiamat aan te vallen. Ea’s zoon, de jonge, stralende MARDUK ondernam het waagstuk en hij kreeg de leiding van de goden. Marduk trok ten strijde, hij bliksemde Tiamat neer, scheurde haar in tweeën en schiep de hemel uit de ene, de aarde uit de andere helft. Daarna gaat hij voort met het scheppen van een nieuwe wereld.

TOEN MARDUK DER GODEN WOORD VERNOMEN HAD
KREEG HIJ HET PLAN OM IETS GROOTS TE SCHEPPEN.
HIJ OPENT DE MOND EN KEERT ZICH TOT EA,
EN DEELT HEM MEE DE GEDACHTE ZIJNS HARTEN:
“EEN GOD MOET MEN SLACHTEN
EN MET ZIJN VLEES EN MET ZIJN BLOED
MOET KLEI VAN DE AARDE WORDEN VERMENGD!
BLOED ZAL IK VERZAMELEN EN GEBEENTE,
DE MENS ZAL IK OP DE AARDE ZETTEN
DE MENS ZAL IK SCHEPPEN EN “MENS” ZAL ZIJN NAAM ZIJN.
DE GODEN TE EREN.’DAT ZAL ZIJN PLICHT ZIJN!
UIT BLOED EN GEBEENTE MAAK IK DE MENSEN
DE DIENST DER GODEN ZAL HUNNE TAAK ZIJN
ZIJ ZULLEN VOOR ALTIJD DE GRENSSTENEN ZETTEN
ZIJ ZULLEN DE DRAAGKORF IN HANDEN NEMEN
OM DE HEILIGE HUIZEN DER GODEN TE BOUWEN.
ZIJ ZULLEN DE LANDERIJEN VERDELEN
DOOR KANALEN DE LOOP VAN HET WATER RICHTEN,
DE LANDEN BEVLOEIEN, DE PLANTEN VERZORGEN,
ZIJ ZULLEN DE HUIZEN EN TEMPELS BOUWEN,
HET GRAAN OPSTAPELEN, HET VELD BEBOUWEN,
OPDAT HET VRUCHT DRAAGT EN RIJK WORDT DE AARDE”

ZO SCHIEP DAN DE MACHTIGE MARDUK DE MENSEN,
HET VEE SCHIEP HIJ OOK, EN HET WILDE GEDIERTE.
HIJ WEES DE TIGRIS EN EUFRAAT HUN BEDDING.
HIJ SCHIEP HET GRAS EN HET RIET DER MOERASSEN,
DE PALMEN, DE STRUIKEN EN GROENE GEWASSEN
DE VELDEN EN TUINEN, DE BOSSEN EN BERGEN…

Veltman blz. 25                                                                                              khshaa = koning
vergelijk Shah

Veltman blz. 26

de rots van Behistun

Een triomfmonument van de Perzische koning Dareios. Deze rotsinscriptie maakte het Sir Henry Rowlandson mogelijk om het spijkerschrift te ontcijferen, in Perzisch.(A en B) met de vertaling in het Babylonisch (C) en het Elamitisch(D). Koning Darius heft bestraffend de arm op tegen 9 oproerkraaiers
(stadhouders, die hij onderwerpen moest). Zijn voet staat op de valse Smerdis, die zich voor koning wilde uitgeven. Boven in de lucht zweeft Ahura Mazda.

Toen de Sumeriërs het mondingsgebied van Eufraat en Tigris bereikten, troffen zij daar uitgestrekte moerassen aan. Met veel ijver legden zij het land droog. Riet en klei was het enige materiaal waarover zij in overvloed beschikten. Op lage heuvels in het moerasland bouwden zij hun huisjes van riet en klei. Daken waren plat of gebogen, deuren en steunpalen waren van hout. Het drooggelegde land was vruchtbaar: gerst en vlas werden rijkelijk verbouwd. De Sumeriërs bezaten ook vee (koeien, schapen, geiten en varkens). Met bootjes, voorzien van een hoge, kromme voorsteven, bevoeren zij plassen en rivieren. De Sumeriërs waren niet alleen flinke boeren, maar ook ondernemende handelslieden. Uit de berglanden van Perzië voerden zij hout en vruchten, groenten, palmbomen en edele metalen in. Het eens zo moerassige land kreeg een geheel ander aanzien: Sumer werd een bloeiend akkerland met palmbomen, vijgenbomen, wijnstokken en bloemen.

De aard der Sumeriërs was mild en wijs. Zij waren gedrongen en stevig van gestalte, hun kaken waren breed, hun neus spits. Het voorhoofd was laag en de kin was gladgeschoren. Hun kleding bestond uit een lendenschort, later droegen zij een wollen mantel met een kap.
De sterrenkunde, de rekenkunde en de bouw- en edelsmeedkunst stond op een hoog plan bij de Sumeriërs. Ook ontwikkelden zij een letterschrift. De schrifttekens werden met een rietstengel in een vochtig kleitafeltje gedrukt. Het oudste schrift was een beeldschrift, zoals in Egypte, maar al spoedig kreeg iedere klank een speciaal teken. De vorm van de rietstengel gaf aan elke indruk een spijkerachtig of wijnachtig(?) aanzien. Het schrift uit Mesopotamië wordt “spijkerschrift” genoemd.

De Sumeriërs bouwden steden die tegen water (en vijanden) beschermd werden door aarden wallen. Huizen en paleizen werden van baksteen (in de zon gedroogd) en hout opgetrokken.Talloze kanalen en sloten doorsneden het land. Mesopotamië werd een vruchtbaar paradijs.

De stichter en inwijder van deze Sumerische cultuur is volgens de overlevering een strijdbaar held geweest. Gilgamesh heette hij en hij was koning over de stad URUK. Zijn lotgevallen zijn bewaard in een lang, verhalend gedicht (EPOS), geheel in spijkerschrift op klei geschreven.

Het begin van het Gilgamesh epos:

SHA NÁGEA IMÚRU                                 DIE ALLES ZAG,

ADI SHIDDI MÁTI                                     TOT HET EINDE DER WERELD;

SHA KULLATI IDU                                     DIE KENDE HET HEELAL

KALAMA IHSUSU                                       EN AL WAT BESTAAT;

PUZRAT IMMA                                            DIE ALLE GEHEIMEN

MITHÁRISH IHITU                                    WIST TE DOORGRONDEN

ENZ.                                                                DIE WIJSHEID BEZAT

EN ALLES UITVORSTE…

HIJ HEEFT HET VERBORGENE AANSCHOUWD
EN HET GEHEIM ONS GEOPENBAARD
HIJ BRACHT BERICHT VAN VOOR DE ZONDVLOED

GILGAMESH is voor 2/3 van goddelijke oorsprong, maar l/3 aan hem is sterfelijk en de geweldige held zal moeten sterven. Gilgamesh heerst met straffe hand over URUK. De goden scheppen hem een tegenstander, de harige ENDIKU. Gilgamesh weet echter deze wildeman met worstelen te overwinnen. Een hechte vriendschap ontstaat uit deze strijd. Samen overwinnen zij de reus CHUMBABA uit het cederbos, samen doden zij de hemelstier, die door de godin ISHTAR op aarde was gebracht. Gilgamesh heeft Ishtars gunst versmaad, de vertoornde godin neemt wraak. Endiku moet sterven, getroffen door de giftige adem van de hemelstier. Gilgamesh is ontroostbaar na de dood van zijn dierbare vriend. Hij staat voor het raadsel van de dood en hij begint een lange zwerftocht om de onsterfelijkheid te zoeken. Hij vindt Utnapishtim, de enige mens, die de zondvloed heeft overleefd en het eeuwige leven heeft verkregen. Utnapishtim vertelt zijn bezoeker van de zondvloed:

“ZODRA DE GRAUWE MORGEN AANBRAK,
STEEG VAN DE EINDER EEN ZWARTE WOLK,
WAARIN DE STORMGOD ADAD LOEIT.
EN VOOR HEM UIT TREKKEN HERAUTEN
SHULLAT EN CHANISH OVER HET BERGLAND.
DE SLUISPALEN RUKT NERGAL UIT,
NINURTA VERNIELT DE WERELDDAM!
DE GODEN DER DIEPTE ZWAAIEN FLAMBOUWEN,
DOEN HET LAND IN LAAIENDE GLOED ONTVLAMMEN.
ONTZETTING VOOR ADAD DRONG DOOR TOT DE HEMEL.
HET LICHT VERANDERT IN DUISTERNIS.
HET WIJDE LAND BREEKT ALS EEN AARDEN KRUIK….
EEN DAG LANG WOEDDE DE ZUIDERSTORM,
BLIES HAASTIG HET WATER TOT OP DE BERGEN
DE MENSEN STIERVEN ALS IN EEN VELDSLAG…
GEEN MENS ZAG DE ANDER…
VAN DE HEMEL UIT WAS GEEN MENS TE ZIEN…
DE GODEN SCHROKKEN VAN DEZE STORTVLOED
EN VLUCHTTEN NAAR DE HEMEL VAN ANU
EN HURKTEN DAAR ALS BANGE HONDEN.
EN.ISHTAR MET HAAR SCHONE STEM
KRIJST ALS EEN VROUW IN BARENSNOOD
DE WERELD VAN GISTEREN WERD TOT KLEI
WEE MIJ, WANT IK GAF SLECHTS RAAD
EN IK RIED DEZE ZONDVLOED AAN!
O MIJN MENSEN DIE IK VOORTBRACHT…
HEB IK HEN GESCHAPEN OM DE ZEE
TE VULLEN ALS VISBROED?
DE GODEN DER DIEPTE KLAAGDEN MEE,
DE GODEN ZATEN GEBOGEN EN WEENDEN…

De wijze Utnapishtim legde Gilgamesh een oefening op teneinde de onsterfelijkheid te verkrijgen: 7 dagen en nachten moest hij wakker blijven. Dan zal hij de goden ontmoeten. Gilgamesh faalt: hij slaapt in en onverrichter zake moet hij terugkeren naar Uruk. Utnapishtim wijst hem het “levenskruid” om hem voor alle vergeefse moeite te belonen, maar onderweg kaapt een slang het kruid weg.

Het raadsel van de dood heeft Gilgamesh niet opgelost en het blijft bestaan voor alle mensen, die na hem op aarde leven.

Veltman blz. 27

Veltman blz. 28

De Akkadiërs
Omstreeks 300 v. Chr. komt aan het vredelievend rijk van de
Sumeriërs een eind. De AKKADIËRS veroveren het. Deze Akkadiërs behoorden tot het Semitische volk, evenals Joden, Arabieren, Phoeniciërs en Syriërs. De Semitische volken zijn ijverig en bezitten een scherp verstand. Hun karavanen en vloten trekken naar alle windstreken om handel te drijven.
De Semiten waren geordend in familiegroepen. Het familieleven was zeer belangrijk voor hen. Zij wilden ook hun bloed zuiver houden en daarom sloten zij geen huwelijken met vrouwen uit andere volken. De oudste werd bij hen steeds als de wijste beschouwd. Hun god is “de god van hun vaderen”. Onder de Akkadische koning SARGON werden Sumeriërs en Akkadiërs tot één volk gemaakt. Hij stichtte een groot rijk met de stad BABYLON als hoofdstad. Het eerste Babylonische wereldrijk. In deze tijd ontstond een grote oorlogszuchtigheid onder de volken van Voor-Azië. Tevens kwam een machtige wil tot bouwen tevoorschijn. Grote steden verrijzen met muren en torens, tempels en paleizen.
Het Akkadisch is volkstaal geworden, maar het Sumerisch bleef de taal van priesters en ingewijden.

Onder koning HAMMURABI (+ 1880 v.Chr.) worden Sumeriërs en Akkadiërs nog steviger samengesmeed. De Sumeriërs moeten de lange Akkadische baard dragen, de Akkadiërs moeten de Sumerische kleding aantrekken.
Door het feit, dat in het rijk twee talen en tweeërlei gebruiken zijn, ontstaat voor het eerst in de geschiedenis een soort vergelijkende taalwetenschap: woordenlijsten, vertalingen en geschriften met taalregels zijn gevonden, die uit Hammurabi’s tijd dateren.
Ook was een wetgeving nodig: precieze regels en voorschriften, die aangeven, waarop ieder staatsburger recht heeft en hoe het recht van de een staat tegenover het recht van de ander.
De koning is een machtig heerser, maar ook hij moet zich houden aan de wet, die hij zelf gegeven heeft!

Hammurabi liet alle wetten des rijks optekenen in spijkerschrift op een twee meter hoge zuil. Deze zuil is bewaard gebleven. De wetten waren gegrond op de familieband en sterrenkunde. De priesters namen de hemellichamen waar en gaven aan,hoe men op aarde volgens de waarheden der sterrenwetten moest leven. De Babyloniers hadden een grootse sterrenkunde tot ontwikkeling gebracht,d ie invloed heeft tot in onze dagen.

De Babylonische goden werden “heer van hemel en aarde ” genoemd.
Wat hemelse wet was, moest ook op aarde gebeuren. De Babyloniërs deelden hun land in met grenspalen, genoemd naar sterrenbeelden. Zij gaven de tekens van de Dierenriem een naam; zij deelden het jaar in naar de loop van zon en maan. Zij maakten de indeling van 1 dag=12 uur, 1uur = 60 minuten, 1 minuut = 60 seconden. Zij ontwierpen de eerste tijdmeters : zand-en waterklokken.
Ook in de rekenkunde en meetkunde bezaten de Babyloniërs een grote vaardigheid. Van hen stamt de deling van de cirkel in 360 graden en de 4 hoofdbewerkingen bij het rekenen. Hun getalstelsel was 60-tallig. 12 dierenriemtekens keer 5 planeten). Onder de hemellichamen vereerden zij die het meest, welke het dichtst bij ons staan: Mercurius (EA), Venus (ISHTAR), Maan (SIN), Jupiter (MARDUK)  Adad (Mars), Anu (Saturnus), Shamash (Zon). De grote tempeltoren van Babylon of E-temen-ank bestond uit zeven verdiepingen; elke verdieping was gewijd aan een planeetgod en had een eigen kleur. Ook het lot van de mensen stond te lezen in de sterren.

Zo ontleenden de Babyloniërs hun ordening van het aardse leven aan de wetten des hemels.

ASSUR
Van het eerste Babylonische rijk heeft zich een volk vrijgevochten, dat honderden jaren geheel Voor-Azië zou doen sidderen. De hoofdgod van dit rijk heette Assur en daarom noemden deze mensen zich Assyriërs. Zij bezaten de scherpzinnigheid van de Semiten, het rekentalent van de Babyloniërs en de wreedheid van de Mongolen. Naast de edele cultuur der oude Sumeriërs en Akkadiërs is het Assyrische volk een duistere, bloeddorstige verschijning in de geschiedenis. De koningen zijn koel, wreed, bekwaam en zuinig. Zij schiepen een leger dat zijn gelijke niet had;e en zwaarbewapende slagorde van gepantserde speerdragers, ondersteund door boogschutters, troepen snelle ruiterij en strijdwagens, een artilleriepark met belegeringsmachines.

Onder de eerzuchtige koning TILGLATH-PILESAR bezwijkt het ene volk na het andere voor het geweld. Babylon wordt veroverd. Zelfs de machtige farao van Egypte buigt voor de Assyriër. Het Assyrische leger treft als een bliksemstraal. Geen volk kan het weerstaan. Oorlogsmachines (stormrammen en geschut)beuken de muren der steden tot puin.Wreed is het lot der gevangenen; mannen worden op palen gespietst, vrouwen als slavinnen weggedreven. Alle buit en kostbaarheden worden weggesleept om de Assyrische hoofdstad NINIVEH te verfraaien.
Onder koning ASSUR-NASIR-PAL is Assyrië een wereldrijk geworden. In vredestijd is de koning een groot jager. In de steppen jaagt hij de wilde stier, in het oosten, aan de Indische grens, de olifant.Vanaf zijn strijdwagen doodt hij in de loop van zijn leven 800 leeuwen, te voet verslaat hij er 120.

De latere koning ASSUR-BANI-PAL is bekend door zijn grote BIBLIOTHEEK. Alle kleitafels, die hij te pakken kan krijgen, sleept hij daarheen. Prachtige paleizen bouwt hij met reliefs, die zijn triomfen in oorlog en op jacht verheerlijken.
Maar in het jaar 612 v. Chr. heeft het uur der wrake geslagen. De onderdrukte volken staan tegen Assyrië op onder koning KYAXARES van Medië. De bloedstad Niniveh wordt ingenomen en verwoest. Het Assyrische rijk houdt op te bestaan.

Veltman blz. 29

Nebukadnezar bouwde een aantal tempels in het zjiidelijk deel van de stad opnieuw. Van de tempelwijk naar zijn paleis legde hij een grote weg aan, de “Processieweg”, die leidde door de mooiste poort van de stad, gewijd aan Ishtar. Daarachter lag het reusachtige koninklijke paleis en de regeringsbureaus. Boven alles uit stak de “Zikkurat” of tempelberg van Marduk, een ware “Toren van Babel”. Weelderige tropische plantentuinen verrezen op terrassen boven het koninklijk paleis. Deze tuin, de “hangende tuin”, was gebouwd ter ere van de Medische prinses Amites, die in de hete Babylonische vlakte heimwee had naar haar schone bergachtige paleistuinen in Medië. De Ishtarpoort, geheel bekleed met diep-blauwe, geglazuurde tegels, was versierd met stieren en draken.

De stad was ontzagwekkend versterkt met driedubbele muren, ook doorgetrokken langs de Euphraat. De grote buitenmuur omsloot voor een deel bouwland, zodat de inwoners bij een beleg voedsel van eigen stadsbodem konden krijgen. Ook groef Nebukadnezar een groot kanaal tussen eufraat en Tigris en liet tussen beide rivieren een sterke muur bouwen om de invallen der Meden af te weren, ca. 25 km benoorden Babylon. In de vruchtbare vlakte, vol wuivend koren en palmbossen lag de stad als een eiland. De Babylonische koning beschikte niet over het prachtige marmer van Niniveh, maar hij maakte zijn stad tot een symphonie van zachtgele, saffraangele en barnsteengele schoonheid. Wat kan de mens al niet scheppen met klei, het nederigste der materialen. De muren der stad maten 18 km in omtrek.

Veltman blz.30

ASHURNASIRPAL neemt een stad in:

“Van de soldaten versloeg ik 600 met ‘ t zwaard,
3o00 gevangenen verbrandde ik in ‘t vuur,
Ik liet niemand als gijzelaar in leven.
De lijken stapelde ik torenhoog op.
De stadsvorst kreeg ik levend in handen.
Hem vilde ik en hing zijn
huid op de muur van Damdamusa.”

NAHUM 3:1-3

profetie over Niniveh

“Wee de bloedstad! Louter leugen,
vol verscheuring, zonder ophouden rovend!
Hoor zweepgeklap, hoor wielgeratel!
En jagende paarden en opspringende wagens!
Steigrende rossen en vlammende zwaarden
en bliksemende lansen
en tal van verslagenen, een menigte doden
en eindeloos veel lijken…..

Veltman blz.31

NINIVEH, STAD VAN MARMER.

Niniveh is zo volledig verwoest, dat men meer dan 1000 jaar niet heeft geweten, waar het gelegen was. Alexander de Grote en Xenophon passeerden de plek,
zonder dat zij er een woord aan gewijd hebben. Later zijn er resten van tempels en paleizen gevonden op de grote heuvel van Kuyunjik en de kleine van Nebi Junus (volgens overlevering het graf van Jona). Niniveh was prachtig gelegen en zeer versterkt.Volgens de voorspellingen zou de stad nooit genomen kunnen worden “wanneer het water haar vijand niet werd”. In 612 v.Chr. toen Meden en
Babyloniers de stad belegerden, zwol de Khosr zo hevig,d at er een overstroming in de stad ontstond  en een groot stuk van de muren instortten.

Toen verbrandde de koning (Sardanapalos) zich in zijn burcht en de stad viel.

Sennacherib (de Bijbelse Sanherib) laat zijn kroniekschrijvers optekenen, welke verbeteringen hij in de stad doet aanbrengen.

”Verleg de funderingen van het paleis, want een riviertje heeft hen ondermijnd. Roep de opzichters der slaven, breng stam na stam in slavernij, Chaldeërs , Ciliciërs, Arameeërs’, om klei op hun zwetende ruggen te torsen en tot baksteen te kneden, Sloop het oude paleis, verleg het opstandige riviertje, vul zijn bedding op met aarde, hoger dan te voren. Laat de timmerlui aanrukken om ahornen, palmen, moerbeibomen ,ceders, cypressen, pijnbomen en groene amandelbomen tot planken te zagen en te schaven; snijdt het ivoor; houwt ’t marmer uit de groeven dichtbij, beeldhouwt de muren en zet met koper beslagen stenen leeuwen aan de poorten, plant een park zo groot dat de heuvel eruitziet als het Ainanusgebergte! Voedt de Khosr bij met stromen van de heuvels uit de verte om een geregelde watervoorziening van de vlakte te waarborgen. Graaft een meer, waarin hij zich uitstorten kan en laat het riet in deze plassen groeien, opdat wilde zwijnen en ooievaars er zich verzamelen. En plant er tenslotte de wonderlijke katoenbomen, die als schapen geschoren moeten worden en maak er kleren van. Daarna moet de stadsmuur verbeterd worden en vijftien poorten zullen erin gebouwd of hersteld worden. Niniveh mag het aan niets ontbreken en de beeldhouwers zullen al deze grote dingen vereeuwigen…’

Veltman blz.32

CHALDEA (2e Babylonische rijk)

Na de val van Assyrië wordt door de Semitische Chaldeeën een Nieuw Babylonisch rijk gesticht. Babylon wordt weer hoofdstad van Mesopotamië. De bekendste koning van dit rijk is NEBUKADNESAR, die 43 jaar lang op de troon zit. Hij heeft veel van de Assyriërs geleerd en zijn legers onderwerpen het ene land na het andere. Ook JERUSALEM neeent hij in en voert de Joden weg in ballingschap. Zij moeten in Babel wonen voortaan. Onder het bestuur van Nebukadnezar wordt Babel vergroot en verfraaid. De stad wordt een wonder voor het oog.
Driedubbele muren en torens verrijzen. De prachtige, blauw betegelde ISHTAR-poort is een wonder van schoonheid. Op een hoog terras legt de koning voor zijn vrouw een geweldige tuin aan (de z.g. hangende tuinen). Babel glanst in geel, roze en oranje tint. Hoog boven alles torent de ZIKKURAT van Marduk. Nebukadnezar was zeer trots op zijn stad.

“ZIE, DIT IS HET GROTE BABEL,
DAT IK MIJ TOT EEN KONINKLIJKE ZETEL HEB GEBOUWD
EN TOT EEN TEKEN MIJNER HEERLIJKHEID:”

De opvolgers van Nebukadnezar waren weelderig en slap. Belsasar zag het vlammend schrift aan de wand.

De profeet Daniël vertaalde het MENE-MENE-TEKEL UPHARSIN met:

Geteld zijn uw dagen,
gewogen zijt gij en te licht bevonden,
gedeeld wordt uw rijk door de Persen!

De Perzische koning KYROS veroverde Babylon in 539 v.Chr. Alle landen van Indië tot Egypte behoren onder Kyros opvolgers tot het Rijk van de “KONING DER KONINGEN”, dat is:van de koning der Persen.

Veltman blz.33

Babylon, Ishtar-poort

Veltman blz.34

5e klas geschiedenis: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas – geschiedenisMesopotamië 

5e klas: alle artikelen

881

 

Advertenties

2 Reacties op “VRIJESCHOOL – 5e klas – geschiedenis (2-4)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Geschiedenis – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – 5e klas – Geschiedenis – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.