VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Coster, Gutenberg, Manutius

Laurens Janszoon Coster, Gutenberg en Manutius

Uitvinders van de boekdrukkunst
Eeuwen en eeuwen geleden hebben vernuftige en onbekend gebleven mannen in China al ontdekt, dat men lettertekens in blokken hout kon graveren en dat men deze kon gebruiken, om de tekens op papier af te drukken. Door die blokken in een rij onder elkaar te leggen, kon men zo hele volzinnen drukken. Wie de eigenlijke boekdrukkunst heeft uitgevonden, zal men wel nooit weten. Volgens sommigen was het Laurens Janszoon Coster uit Haarlem, volgens anderen Johann Gutenberg uit Mainz.
Laurens Janszoon Coster werd te Haarlem geboren en leefde daar in de vijftiende eeuw. Zijn vader stamde uit een zijtak van Brederode, een der meest aanzienlijke geslachten in Nederland. Coster voerde evenmin als zijn vader de familienaam, maar volgde de gewoonte van die tijd door alleen zijn vaders doopnaam bij de zijne te voegen. Men neemt algemeen aan, dat Laurens Janszoon het kostersambt van de grote kerk te Haarlem vervuld heeft. Voor de kerkhervorming was dit ambt geheel iets anders dan thans, het was in die tijd een zeer aanzienlijke betrekking; de koster was in het bijzonder belast met het bewaren van de kerksieraden en met het beheer van de eredienst. Dit kostersambt, dat later ook door andere familieleden van hem vervuld werd, is de oorzaak dat deze titel tot familienaam geworden is. Naast zijn kostersbetrekking is hij koopman in wijn, kaarsen, olie en zeep geweest. Sommigen beweren dat hij tevens herbergier was, anderen daarentegen merken op, dat dit niet het geval was, maar dat alleen de wijn bij vergaderingen gebruikt op zijn naam uit de stads- of raadskelder werd afgegeven. Hij bekleedde namelijk ook nog verschillende belangrijke betrekkingen in het stadsbestuur, zoals lid der vroedschap, schepen en thesaurier der stad Haarlem en woonde uit dien hoofde vele belangrijke vergaderingen bij.
Dat Laurens Janszoon de boekdrukkunst uitgevonden heeft, staat niet onomstotelijk vast, er wordt vaak over de Costerlegende geschreven, die opgetekend is door een Hollandse geneesheer en geschiedschrijver Hadrianus Junius. Daar het hier de plaats niet is, om er over te redetwisten wie gelijk heeft, willen wij volstaan met het neerschrijven van deze Costerlegende. Junius baseert zijn uitspraak dat Coster de uitvinder der boekdrukkunst is op inlichtingen, die hij verkreeg van bepaalde ingezetenen van Haarlem. Hij schrijft, dat Coster omstreeks 1440* op zekere dag in de Hout wandelde, een oude gewoonte van vele Haarlemmers. Al wandelend sneed hij enkele letters uit de bomen; toen deze op de grond vielen, ontstond er een afdruk in het zand. Hij nam ook proeven om met deze letters afdrukken op papier te maken. Zijn schoonzoon was hem hierbij behulpzaam en samen ontdekten zij een betere inktsoort. Al spoedig ging Coster ertoe over, de beukehouten letters te vervangen door loden en daarna door tinnen. Van deze tinnen letters zijn later wijnkannen gemaakt, die in het Costerhuis te Haarlem bewaard werden. De boekdrukkunst bloeide sterk op en Coster moest zijn bedrijf uitbreiden; hiertoe nam hij verschillende leerlingen in dienst. Een van hen, een zekere Johann, leerde het lettergieten en zetten en toen hij hierin goed bedreven was, nam hij op een Kerstnacht, toen iedereen naar de kerk was, de gelegenheid waar, om met de gehele lettervoorraad er van door te gaan. Hij vluchtte via Amsterdam, Keulen naar Mainz en opende daar een drukkerij.
Dit hele verhaal ontstond uit de overlevering; het was eertijds door een zekere boekbinder Cornelis aan een leermeester van Junius verteld. Inderdaad heeft men kunnen vaststellen dat er tussen 1474 en 1522 in Haarlem een boekbinder van die naam bestaan heeft. Tegen dit alles dient echter ingebracht te worden, dat geen van de vroegdrukken uit Mainz of omgeving het lettertype vertoont van de primitieve Hollandse druk. Technisch heeft men met zekerheid kunnen vaststellen, dat de te Mainz ontwikkelde boekdrukkunst niet afkomstig is uit Holland. Er zijn later wel primitieve stukken Hollands drukwerk gevonden; de tekst dezer stukken is niet alleen in het Hollands gedrukt, maar de ontworpen lettertypen zijn sterk gelijkend op de toentertijd in Holland geschreven letters. Enkele dezer bladen zijn gevonden in de banden der rekeningboeken van de Haarlemse kerk en dateren uit 1474 en later, ook is bekend dat Cornelis ze gebonden heeft.
Uit het bovenstaande moeten wij zeker concluderen, dat wat ieder op school leert, als zou Coster de boekdrukkunst uitgevonden hebben, niet zonder meer aangenomen mag worden.
Johann Gutenberg, omstreeks het jaar 1398 te Mainz geboren, heet in zijn land ‘de Vader van de boekdrukkunst’. Zijn eigenlijke naam was Gensfleisch, maar hij adopteerde de naam van de geboorteplaats van zijn moeder, de stad Gutenberg.
Toen hij twintig jaar was en een goede school had doorlopen, verliet zijn familie Mainz en vestigde zich te Straatsburg. Johann had een grote aanleg voor werktuigkunde en was een knap mecanicien. Het is niet bekend onder welke omstandigheden zijn neiging tot het maken van lettertypes en drukletters zich begon te ontwikkelen. Misschien had hij iets gehoord over het boekdrukken in China, maar het kan ook zijn, dat hij op de gedachte is gekomen door het gebruik van zegels. Reeds op middelbare leeftijd was hij zo bedreven in het maken van drukletters, dat hij het plan opvatte boeken te drukken.
Gutenberg was voor geen kleintje vervaard; als eerste begin wilde hij niet minder dan het boek der boeken, de Latijnse bijbel, gaan drukken. Natuurlijk had hij daarvoor geld nodig. Hij kende een rijke goudsmid in Mainz, Johann Faust; misschien voelde die er iets voor een flinke duit te verdienen. Hij zocht Johann Faust op en zei: ‘Zie je die bladzijde? Heb ik dat geschreven? Of heeft iemand anders het geschreven? Mis! Dat heb ik niet geschreven, maar ik heb het in een ommezien gemaakt. Ik heb de letters gesneden in houtblokjes, de blokjes naast elkaar gelegd, er inkt op gesmeerd en er papier op gelegd. Daarna heb ik een rol genomen en hier is de afdruk, minstens zo goed als het handschrift van een schrijver. Je weet zelf wel, hoe duur manuscripten zijn; alleen mensen met heel veel geld kunnen zich de weelde veroorloven ze te kopen. Op mijn manier zal iedereen ze kunnen aanschaffen. Hier valt geld te verdienen, Johann Faust; Ik ga een groot aantal afdrukken maken van de complete bijbel. Denk eens aan wat die zullen opbrengen! Een fortuin zit erin, maar dan moet je beginnen de noodzakelijke kosten voor te schieten.’ Na lang aarzelen stelde Faust hem een som gelds ter hand om te kunnen beginnen en hij beloofde hem verder te helpen, als hij tekort kwam. Gutenbergs eerste werk was het huren van een graveur, om lettertypes te maken. Hiervoor koos hij Peter Schöffer uit, een bekwaam vakman, die zijn uiterste best deed om mooie letters te maken. Toen begonnen Gutenberg en een paar assistenten de letters te zetten, de bladzijden te drukken en te binden. Zo maakten ze een aantal afdrukken van de bijbel. Het werd een boekwerk van 1282 bladzijden in twee kolommen en tweeënveertig regels per kolom. Eén exemplaar van die bijbel is voor 1½ miljoen dollar door de regering van de Ver. Staten gekocht en ondergebracht in de bibliotheek van het Congres in Washington D. C.**; er bestaan nog slechts twee exemplaren van de bijbel van Gutenberg op de hele wereld.
Dat had Johann Faust eens moeten weten! Hij had zich door de
welbespraaktheid van Gutenberg laten overreden, maar was niet erg enthousiast gestemd over de afloop van de onderneming. In 1450 had hij hem 800 gulden voorgeschoten en die waren in 1452 op. Opnieuw ging Gutenberg naar hem toe en opnieuw gaf Faust hem, ditmaal na lang tegenstribbelen en zeker niet van harte, 800 gulden. Het is mogelijk, dat Gutenberg minder bijbels verkocht dan hij verwacht had; misschien besteedde hij het geld ook voor andere doeleinden. In ieder geval deed Faust hem een proces aan, dat hij in 1445 won. Volgens sommigen liet Faust toen alle lettertypes en de hele inventaris van de boekdrukkerij in beslag nemen en nam Peter Schöffer in dienst om de drukkerij voort te zetten. Vast staat echter, dat in 1457 het eerste boek verscheen met de naam van de drukker en de datum, waarop het gedrukt was: het psalmboek van Mainz, gedrukt door Johann Faust en Peter Schöffer. Naderhand hebben die twee samen nog een aantal andere boeken gedrukt en uitgegeven. Gutenberg bleef in Mainz en ging door met het drukken, maar verkeerde steeds in grote geldelijke moeilijkheden, want hij leende voortdurend geld en slaagde er niet in zijn schulden af te lossen. Later kreeg hij een rijksbetrekking met een klein salaris en stierf in 1468 op bijna zeventigjarige leeftijd.
Toen Gutenberg aan zijn bijbel werkte, was Teobaldo Mannucci (een Italiaan), of ‘kleine Aldo’, zoals hij genoemd werd, een jongetje van een jaar of vijf. Zijn familie was rijk en gaf hem een uitstekende opvoeding. Eerst had hij een paar gouverneurs, die hem thuis onderwijs gaven en later kreeg hij onderricht van bekende mannen in Rome en Ferrara. Op een goede dag maakte hij kennis met een boekdrukker en van die dag af dateert zijn geestdrift voor het boekdrukkersvak. Teobaldo Mannucci was een aristocraat met innemende manieren en daaraan is het waarschijnlijk toe te schrijven, dat hij grote sommen gelds los wist te krijgen van invloedrijke mannen. Met dat geld begon hij eerst de boeken te drukken, waarvan hij het meest hield. Hij vestigde zich in Venetië en ging daar om met geleerden, die zich in de conversatie uitsluitend van het klassieke Grieks bedienden. Samen lazen zij kostbare, op velijn (kalfsperkament) geschreven boeken, door broodschrijvers gekopieerd van de Griekse klassieken. Hij was diep onder de indruk van de grote wijsheid en schoonheid, die hij in die boeken vond en van de fijne geest, die eruit sprak. Als hij deze geschreven boeken drukte, zou hij een werk verrichten, dat de mensheid ten goede kwam, want dan zouden veel meer mensen in staat zijn ervan te profiteren. Achtereenvolgens drukte hij toen de filosofie van Aristoteles, de blijspelen van Aristophanes, de treurspelen van Sophocles, de geschiedkundige werken van Herodotus en Xenophon, de redevoeringen van Demosthenes, de gedichten van Pindarus en het Symposion en de Staat van Plato.
Van 1490 tot 1515, het jaar van zijn dood, had Aldo Mannucci, of Manutius, voor niets anders aandacht dan voor het drukken van Griekse, Latijnse en Italiaanse manuscripten, waaronder ook die van Dante en Petrarchus.
Omdat Manutius zelf zoveel van de klassieken hield en wenste, dat ze onder de ogen van zoveel mogelijk mensen zouden komen, maakte hij zijn boeken in klein formaat en stelde de prijs niet hoog. De druk was echter uiterst verzorgd en de uitgave zo aantrekkelijk, dat men zijn boeken niet kon zien zonder de lust bij zich te voelen opkomen, ze ook te lezen. Hij vond ook de cursiefdruk uit, waardoor de illusie werd gewekt, dat men een geschreven boek las.
Toen Aldo Manutius in het vijfenzestigste jaar van een welbesteed leven, gewijd aan de beschaving, stierf, zetten zijn zwagers en zijn zoon – later ook zijn kleinzoon – zijn werk voort. De familie Manutius drukte en publiceerde in totaal ruim negenhonderd boekwerken in Ventië, voornamelijk van de klassieken. De boeken, die van de pers van Aldo Manutius kwamen, verwierven om hun verzorgde uitgave en elegante verschijning grote vermaardheid; ze hadden als kenteken een anker en een dolfijn. De boeken verschenen in de zestiende eeuw; thans, in de twintigste eeuw, behoren de aldine-uitgaven voor de bibliofielen tot de meest gezochte ter wereld, en in Engeland heeft men zelfs aan sommige, in typografische zin buitengewoon geslaagde en aan zeer hoge esthetische eisen voldoende edities het epitheton aldine gegeven. Groter en meer verdiende eer heeft het nageslacht Aldo Manutius, een van de pioniers van de boekdrukkunst, niet kunnen bewijzen.
* De keuze van het jaar 1440 berust echter op traditie, daar er geen enkele aanwijzing bestaat voor dit bepaalde jaar. In de jaren 1740, 1840 en 1940 zijn echter ondanks dit feit een groot aantal gedenkboeken verschenen.
**Washington D. C. aan de rivier de Potomac, de hoofdstad der Ver. Staten in het District of Columbia.
882
Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Coster, Gutenberg, Manutius

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Vertelstof – Biografieën – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.