VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde voordracht 1 (1-2-1/1)

.

Enkele gedachten n.a.v. blz. 17-18 in de vertaling van 1993.

ALGEMENE MENSKUNDE ALS BASIS VOOR DE PEDAGOGIE

luidt de titel van de vertaling van GA* 293 [1].

De voordrachten die Steiner hield hadden tot doel uiteen te zetten wat vrijeschoolpedagogie omvat.
Van 21 augustus tot en met 6 september 1919 volgden de leerkrachten voor de te beginnen school deze cursus die, naast de in de morgen gehouden voordrachten GA 293, ook nog bestond uit de over de rest van de dag verdeelde cursussen  (GA 294) [2] en (GA 295) [3]

In [1-2-1] komt de verbinding met de geestelijke wereld ter sprake.

Voor velen van ons is de vraag óf er een geestelijke wereld is, al een totaal onzinnige, laat staan dat je daar een verbinding mee kan krijgen of hebben.
Er is geen wetenschappelijk bewijs voor zo’n wereld; je kan er hoogstens in geloven.

Dit probleem wordt ook door Steiner onderkent. Enerzijds geeft hij wegen aan om deze geestelijke wereld te leren waarnemen; anderzijds roept hij ons op om met gezond verstand de mededelingen die hij over deze werelden doet, open onder ogen te zien. Soms zegt hij daar heel simpel bij: ‘om op schoenen te lopen, hoeft niet iedereen schoenmaker te worden.’

Dat het voor de mens van nu moeilijk is om ‘geest’ te accepteren, te begrijpen, vindt een grote oorzaak in de afspraken over geest en ziel op het Concilie van Constantinopel van 879. 

Maar er is meer:

Aristoteles was volgens Steiner de eerste die de geboorte, het ontstaan van de ziel, tegelijkertijd liet plaatsvinden met de geboorte van het lichaam, m.a.w. de menselijke ziel bestaat daarvoor niet. 

In GA 206 zegt daarover:

Und es ist eine durchaus aristotelische Lehre die Lehre von der gleichmäßigen Entstehung des menschlichen Leibes und der menschlichen Seele durch die Geburt oder sagen wir Konzeption eines Menschen. Mit dem Abstreifen der alten Spiritualität, mit dem Heraufdringen der bloßen Intellektualität wurde schon von Aristoteles abgestreift die Präexistenzanschauung, die Anschauung von dem Leben der Menschenseele vor der Geburt, vor der Konzeption. Dieses Leugnen der Präexistenzlehre ist nicht christlich, sondern es ist aristotelisch. Zur dogmatischen Fessel wurde im Grunde genommen diese Bekämpfung der Präexistenzlehre erst durch die Aufnahme des Aristotelismus in die christliche Theologie.

Het is volstrekt een Aristotelische leer: de leer van de gelijktijdige ontwikkeling van het menselijke lichaam en de menselijke ziel door de geboorte of laten we zeggen de conceptie van een mens.
Door afstand te nemen van de oude spiritualiteit, met de opkomst van de pure intellectualiteit werd door Aristoteles al de opvatting over het voorgeboortelijke weggewuifd, het gezichtspunt van het leven van de menselijke ziel voor de geboorte, voor de conceptie.
Dit ontkennen van de pre-existentiële leer is niet christelijk, maar van Aristoteles. In de grond van de zaak werd dit bestrijden van de pre-existentiële leer een dogmatische dwang doordat de christelijke theologie Aristoteles aannam. 

( )  was uns im Menschen zum Beispiel entgegentritt, insofern der Mensch ein physisch-materiell organisiertes Wesen ist, Abbild ist der geistigen Entwicklung seit dem letzten Tode. Das ist in der Tat nicht das rein Geistig-Seelische, es ist das Physisch-Seelische, es ist Abbild, was sich
da entwickelt zwischen Geburt und Tod.

Wat wij van de mens zien in zoverre hij een fysiek-stoffelijk georganiseerd wezen is, is een beeld van zijn geestelijke ontwikkeling sinds zijn laatste dood. Dat is in feite niet de pure geest en ziel, het is lichaam en ziel, het is een beeld van wat zich tussen geboorte en dood ontwikkelt.

Blz. 41

Aus dem, was da der Mensch durchlebt zwischen Geburt und Tod, ist in der Tat niemals eine Möglichkeit zu gewinnen für eine wissenschaftliche Anschauung eines Postmortem-Lebens. Es gibt nichts, was einen möglichen Unsterblichkeitsbeweis liefert, wenn man bloß das Leben des Menschen zwischen der Geburt und dem Tode ins Auge faßt.
Nun faßt aber zunächst das traditionelle Christentum vom Menschen nur dieses Leben zwischen der Geburt und dem Tod ins Auge, denn es läßt ja auch die Seele geschaffen werden mit der Geburt oder Konzeption. Daraus ist kein Wissen zu gewinnen über das Postmortem-Leben. Will man nicht gelten lassen das präexistente Leben, über das, wie Sie wissen, ein Wissen zu gewinnen ist, dann kann man niemals ein Wissen gewinnen über das Leben nach dem Tode. Daher also die Spaltung zwischen Wissen und Glauben mit Bezug auf die Unsterblichkeitsfrage, zum Beispiel aus dem Dogma von der Bekämpfung des vorgeburtlichen Lebens. Weil man fallenlassen wollte die Erkenntnis von dem vorgeburtlichen Leben, ergab sich die Notwendigkeit, eine besondere  Glaubensgewißheit zu statuieren. Denn will man dann, wenn man das vorgeburtliche Leben bekämpft, noch von einem Leben nach dem Tode sprechen, dann kann man nicht von einer wissenschaftlichen Erkenntnis darüber sprechen.

Uit wat de mens doormaakt tussen geboorte en dood is feitelijk nooit de mogelijkheid te halen voor een wetenschappelijke opvatting van een leven na de dood. Er is niets wat een mogelijk bewijs levert voor de vraag van de onsterfelijkheid, wanneer je alleen maar kijkt naar het leven van de mens tussen geboorte en dood.
Maar het traditionele christendom kijkt echter alleen maar naar het leven van de mens tussen geboorte en dood, want zij laat de ziel ook ontstaan met de geboorte of de conceptie. Daaruit kun je geen kennis halen over het leven na de dood. Wil je het leven vóór de geboorte niet meetellen, waarover zoals u weet wél kennis te verkrijgen is, dan kun je ook nooit iets te weten komen over het leven na de dood.
Vandaar de kloof tussen weten en geloven wat betreft de vraag van de onsterfelijkheid, bv. door het dogma van het bestrijden van het voorgeboortelijke leven. Omdat men kennis over het voorgeboortelijke leven wilde laten vallen, ontstond de noodzaak een bijzondere geloofszekerheid vast te stellen. Want wil je, wanneer je het voorgeboortelijke leven bestrijdt, toch over een leven na de dood spreken, dan kun je daarover niet spreken met wetenschappelijke kennis.

Sie sehen, wie systematisch geordnet, möchte ich sagen, dieses Dogmengefüge ist. Es handelt sich darum, innerhalb der Menschheit Finsternis zu verbreiten über die geistige Wissenschaft. Wie kann man das? Man bekämpft auf der einen Seite die Präexistenzlehre; dann gibt es kein Wissen über das nachtodliche Leben, dann muß das nachtodliche Leben von dem Menschen auf Grundlage der Dogmatik geglaubt werden. Man erkämpft sich den Glauben an die Dogmatik, indem man bekämpft die Erkenntnis des vorgeburtlichen Lebens.

De dogmaformuleringen zitten systematisch in elkaar.
Het gaat erom binnen de mensheid de geestelijke wetenschap te verduisteren. Hoe? Men bestrijdt enerzijds de leer van de pre-existentie, dan is er geen kennis over het leven na de dood, dan moet het leven na de dood geloofd worden op basis van het dogma. Door de kennis van het voorgeboortelijke te bestrijden, strijdt men voor het geloof aan de dogma’s.

Oh, es ist außerordentlich viel Systematik darinnen, wie die Dogmatik seit dem 4. nachchristlichen Jahrhundert sich entwickelt hat, wie sich aus dieser Dogmatik restlos die modernen wissenschaftlichen Anschauungen herausentwickelt haben. Denn sie sind alle ihrem Ursprunge nach darinnen nachzuweisen, nur angewendet auf die äußere Naturbeobachtung, und es ist nachzuweisen, wie dadurch vorbereitet

Blz. 42

worden ist des Menschen Sich-Anhängen an ein bloßes Glauben. Weil der Mensch natürlich etwas über die Unsterblichkeit will, nimmt man ihm das Wissen, und das hat man ihm genommen: dann ist er für den dogmatischen Glauben zugänglich, dann kann der dogmatische Glaube sich seine Herrschaftsbereiche aussuchen.

Ja, er zit buitengewoon veel systematiek in de ontwikkeoling van de dogamtiek sinds de 4e eeuw na christus, hoe zich vanuit deze dogmatiek zonder meer de moderne wetenschappelijke inzichten tot ontwikkeling zijn gekomen. Want alle oorsprong is daarop terug te voeren, alleen toegepast op de uiterlijke manier van natuurwaarneming en aan te tonen is hoe daardoor de mens is gaan hangen aan het geloof alleen. Omdat de mens natuurlijk iets wil weten over de onsterfelijkheid, neemt men hem de kennis af en dat is gebeurd: dan staat hij open voor het dogmatische geloof, dan heeft het dogmatische geloof het terrein van zijn heerschappij voor het uitzoeken.
GA 206/40-42
Niet vertaald

*GA= Gesamt Ausgabe, de boeken en voordrachten van Steiner

[1] GA 293
Algemene menskunde als basis voor de pedagogie
[2] GA 294
Opvoedkunst. Methodisch-didactische aanwijzingen
[
3] GA 295
Praktijk van het lesgeven

.

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

2055

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.