VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen (20-1)

,
Petra Weeda in Weleda Puur Kind, herfst 2004, nr.14
.

Over hechten

Alleen liefde is niet genoeg

Een zuigeling is al een zeer communicatief wezen. Veel van zijn ontwikkeling tot zelfstandige volwassene hangt af van hoe je als ouder in de eerste maanden omgaat met de signalen die je baby je geeft. Christoph Meinecke is kinder- en jeugdarts in het Berlijnse ziekenhuis Havelhöhe. Hij verdiept zich in het ontstaan van de band tussen ouder en kind oftewel: in het hechtingsproces.

Een buitenwijk van Berlijn. De bus stopt vlak voor de ingang van Havelhöhe, één van de drie grote, algemene ziekenhuizen in Duitsland die zowel werken volgens de reguliere als de antroposofische geneeskunde. Nonchalant verstrooid over het ruime, parkachtige terrein staan de gebouwen, knusjes omgeven door tuintjes met wilde bloemen of een weitje met een grazende geit. De sfeer is niet erg ziekenhuisachtig en ook binnen krijg je niet het gevoel in een medische wereld terecht te zijn gekomen. Geen zakelijke gangen of witte doktersjassen, maar een moeilijk in woorden te vangen sfeer van warmte, kleur, licht en rust.

‘Je hoeft natuurlijk alleen maar je gezonde verstand te gebruiken om te weten dat een kind niet zonder menselijk contact kan opgroeien,’ zegt Christoph Meinecke. En hij schuift de kleurige houten speelgoedfiguurtjes op zijn bureau wat terzijde om de koffie neer te zetten. ‘Een mens ontwikkelt zich met het voorbeeld van andere mensen voor ogen. Een bekend verhaal. Maar hoe een baby contact maakt met een ander en wat dat voor hem betekent, is nog maar betrekkelijk kort geleden voor het eerst onderzocht. Aanvankelijk gingen we ervan uit dat een zuigeling een dom en slaperig wezentje is dat weinig ziet of voelt. Maar toen ontwikkelingspsychologen in de jaren zeventig het gedrag van baby’s diepgaand gingen bestuderen, ontdekten ze bijvoorbeeld het volgende; bij de scherpstelling van zijn ogen stelt de zuigeling zich direct na de geboorte in op de afstand van de borst van zijn moeder tot haar gezicht. Het gezicht van zijn moeder is dus het eerste ding dat een baby scherp ziet. Ze merkten dat de baby al snel actief en doelgericht contact met haar zoekt en in de eerste acht maanden van zijn leven een hechte band opbouwt met deze zogeheten primaire hechtingspersoon. De kwaliteit van die band is van grote invloed op zijn hele verdere leven en vooral op de manier waarop hij later zijn relaties met anderen vormgeeft. Deze ontdekkingen hadden natuurlijk enorme consequenties. Toch duurde het nog tot ver in de jaren tachtig voordat het belang van een veilig hechtingsproces in het eerste levensjaar algemeen gedachtegoed werd.

De meeste kinderen met gedragsproblemen hebben moeite met relaties, of dat nu met zichzelf is of met de wereld om hen heen. Maar het maakt wel degelijk uit of dat voortkomt uit een onzekere hechting in het eerste levensjaar of dat een kind pas later in zijn leven teleurstellingen op dat gebied heeft moeten verwerken. Het is net alsof die allereerste gehechtheidservaringen in je lijf gaan zitten en een onderdeel van je constitutie worden.

Het is dus echt van belang om er op te letten hoe het hechtingsproces tussen jou en je kind verloopt.’

Liefde voor je baby is geen garantie voor veilige hechting?

‘Nee, alleen liefde is niet genoeg. Natuurlijk is liefde wel het allerbelangrijkst. Maar dan wel de liefde waarbij de eigenliefde, die bij vrijwel elke vorm van liefde meespeelt, niet te zeer op de voorgrond treedt. De liefde die een veilig hechtingsproces bevordert is de liefde die is gebaseerd op het vermogen je te kunnen inleven in de behoeften van de ander. In de hechtingstheorie is daar een prachtig begrip voor geïntroduceerd: de “fijngevoeligheid van de primaire hechtingspersoon”. Fijngevoeligheid betekent dan vooral dat je je eigen behoeften terughoudt in het directe contact met je baby en je oriënteert op zijn behoeften.

Een tweede gegeven waarmee je rekening moet houden is dat een zuigeling zich in de eerste levensmaanden maar aan één persoon kan hechten. Meestal is dat de biologische moeder, omdat zij hem na de geboorte het meest verzorgt en voedt, maar het kan ook een ander zijn. Zodra de navelstreng is doorgeknipt, ontwikkelt een kind zich van je vandaan. De primaire hechtingspersoon is daarbij zijn poort naar de wereld. Hoe veiliger de gehechtheid aan die persoon, hoe groter het vertrouwen waarmee een kind de poort door gaat om de wereld te gaan veroveren.’

Wat is die fijngevoeligheid precies en kun je dat leren?

‘Ouders hebben momenteel toegang tot een enorme hoeveelheid pedagogische kennis in boeken en tijdschriften. Maar de adviezen staan vaak volledig haaks op elkaar of ze blijken bij jouw kind gewoon niet te werken. Wat betreft het opvoeden van kinderen bestaat er geen absolute waarheid. Toch moet je te weten zien te komen wat jouw kind nodig heeft. Daar is intuïtie en fijngevoeligheid voor nodig. Dat kun je het beste ontwikkelen door goed naar je baby te kijken en je in te leven in zijn behoeften. Een eenvoudig voorbeeld: je baby ligt op de aankleedtafel voor een schone luier. Dan wil hij communiceren. Hij wendt zijn blik naar jou toe en lacht stralend. Niets is heerlijker dan je baby die naar je lacht en je glimlacht dus vanzelf terug. Maar het was wel de baby die het initiatief nam tot het contact! Als fijngevoelige ouder beantwoord je die behoefte door hem aan te raken, tegen hem te praten, de toon van je stem wat hoger te maken, de intentie van je woorden af te stemmen op de baby en je mimiek te intensiveren. Dan wendt hij zijn blik plotseling af! Er zijn dan twee extremen in je
reactiepatroon mogelijk: of je buigt je helemaal over je baby heen en probeert luidruchtig zijn aandacht weer naar je toe te trekken of je denkt, oh jee, hij wendt zich van me af, wat heb ik verkeerd gedaan. Beide reacties zou je moeten zien te vermijden. Als je baby zijn blik afwendt, dan toont hij de gezonde behoefte van een mens om na inspanning bij zichzelf terug te keren. Als je hem stimuleert zich toch naar buiten te blijven richten, dan zal hij dat doen. Maar hij zal daardoor meer opwinding en onrust te verduren krijgen dan hij kan verwerken. Het kan een eventuele aanleg voor hyperactiviteit versterken.

Het andere uiterste is dat je je onzeker voelt als je baby van je wegkijkt. Je vraagt je af of je wel een goede moeder bent en dan wordt de manier waarop je je baby vasthoudt direct terughoudender. Je baby, die net als alle heel kleine kinderen nog een soort aangeboren fijngevoeligheid bezit, voelt dat meteen.

Hij durft er niet meer op te vertrouwen dat het goed is als hij zijn eigen behoeften volgt en gaat meer op jou letten dan goed voor hem is.

Een fijngevoelige moeder respecteert het signaal dat de baby geeft met het afwenden van zijn blik. Ze zal de intensiteit van het contact verminderen zonder dat ze haar bezigheden met hem onderbreekt of haar stemming verandert. Als je baby voelt dat alles gewoon doorgaat, ook als hij het even laat afweten, dan versterkt dat zijn vertrouwen.’

Het is momenteel niet zo vanzelfsprekend dat de moeder de enige is die haar kind verzorgt. Kan een baby zich niet aan meer personen tegelijk hechten?

‘Vanuit mijn ervaring kan ik nu niet anders dan vaststellen dat het in het belang van een veilige hechting is als in de eerste acht maanden één persoon centraal staat. Er is nog onvoldoende onderzocht of het ook mogelijk is dat twee mensen voor die basiszekerheid kunnen zorgen. Maar volgens de huidige gezichtspunten op het hechtingsproces vraagt het te veel aanpassingsvermogen van een baby om zich in te stellen op twee mensen die, uiteraard, heel verschillend zijn. In de eerste levensmaanden zou de omgeving zich moeten instellen op de behoeften van het kind en niet andersom.’

En als een moeder merkt dat het haar niet goed lukt een band met haar baby op te bouwen?

‘Dan heeft ze om te beginnen bemoediging nodig. Meestal hoeft er maar weinig te gebeuren om die band te versterken. Kijk bijvoorbeeld eens naar je baby als hij ligt te slapen. Kijk hoe hij ademt, kijk naar de onvoorwaardelijke vanzelfsprekendheid waarmee hij daar ligt. Veel ouders vertelden me dat ze dan plotseling het heel zekere gevoel kregen dat het klopt dat dit kind bij hen is. Je baby pakt dat onuitgesproken signaal op en voelt dat het goed is.

Een andere hulpmiddel is babymassage. Daarvoor hoef je echt niet op cursus te gaan of bepaalde handgrepen te leren. Het is al prachtig als je zacht over het babylijfje strijkt. Het gaat om het huid-op-huid-contact. En praat tegen je baby. Vertel hem wat je hoort, wat je ziet, wat je aan het doen bent en wat jullie straks gaan doen. Veel spreken is goed voor het hechtingsproces, maar het moet wel een aangepaste, rustige en lichte manier van spreken zijn.’

Kun je het aan een baby merken als het hechtingsproces niet optimaal verloopt?

‘In de eerste drie maanden zullen signalen van een moeilijk hechtingsproces nog nauwelijks waarneembaar zijn. Wel zijn er baby’s waarbij het hechtingsproces vanaf de geboorte extra aandacht vraagt. Bijvoorbeeld huilbaby’s en baby’s die hun eigen bedje niet als een veilige plek beschouwen. Om slaapproblemen te voorkomen kun je je baby vanaf een week of vier het beste altijd laten inslapen op de plek waar hij ook wakker zal worden. Zo krijgt hij niet het onzekere gevoel dat er in zijn slaap van alles met hem kan gebeuren. Wen jezelf eraan om je baby overgangen van de ene situatie naar de andere altijd bewust te laten ervaren. Leg hem als hij tijdens het voeden is ingeslapen niet meteen in bed maar maak hem voorzichtig wakker, strijk over zijn wangetjes en vertel hem dat je hem nu naar zijn bedje gaat brengen. Neem duidelijk afscheid voor je zijn kamer uitgaat. Probeer niet voortdurend in de wieg te gaan kijken om te zien of hij nog wel ademt. Je baby krijgt dan het signaal mee dat jij er niet op vertrouwt dat alles wel goed gaat als jij niet in de buurt bent. Binnen een veilige hechtingssituatie zal een kind langzaam maar zeker scheiding leren verdragen. Daarbij hoort het leren uithouden als je kind huilt.’

Hoe merk je bij een wat groter kind of het wel of niet goed gehecht is en valt daar dan nog iets aan te verbeteren?

‘Als je het gedrag van een kind met een zekere gehechtheid bestudeert, dan zie je dat hij zijn spel onderbreekt en protesteert als zijn moeder weggaat. Als zij terugkomt is hij blij. Hij laat zich knuffelen en pakt zijn spel weer op.

Bij kinderen met een onzekere gehechtheid gaat dat anders. Er zijn drie soorten onzekere gehechtheid. Het kind met een “onzeker vermijdende gehechtheid” protesteert niet als hij van zijn moeder wordt gescheiden. Hij gaat gewoon door met zijn spel. Als zijn moeder terugkomt negeert hij haar, hij zoekt geen contact, maar neemt juist meer afstand.

Een “onzekerambivalent gehecht” kind protesteert extreem tegen vertrek van zijn moeder. Hij klampt zich overdreven aan haar vast, huilt paniekerig en komt, ook nadat zij weer terug is, nauwelijks tot rust. Hij klampt zich opnieuw vast, maar vertoont tegelijkertijd boos en agressief gedrag naar haar. Met deze twee vormen van onzekere gehechtheid geeft het kind het signaal dat het in een niet-optimale hechtingssituatie verkeert.

Zorgelijker is de derde vorm, de “gedesorganiseerde gehechtheid”. Een gedesorganiseerd kind zal in iedere situatie onvoorspelbaar of juist heel stereotiep gedrag vertonen. Zijn bewegingen zijn verstard, alsof hij innerlijk bevroren is. Bij een gedesorganiseerde hechting zal meestal externe hulp nodig zijn.
Maar in de eerste twee gevallen van onzekere gehechtheid kun je zeker veel doen en dat is ook van het grootste belang voor het verdere leven van je kind. Je zult dan vooral moeten werken aan de betrouwbaarheid van je reactiepatronen. Kan het kind ervan op aan dat jij in een bepaalde situatie altijd op dezelfde manier reageert? Wees duidelijk, straf als het nodig is, maar laat het kind altijd volledig in zijn waarde. Bestraffen is niet slecht, ook niet voor het hechtingsproces, zolang je je kind niet als persoon wilt treffen met je straf. Een goede straf bestraft niet het wezen van het kind, maar zijn gedrag. Ik merk wel dat ouders vaak moeite hebben met straffen. Je moet het namelijk uit zien te houden om consequent te zijn. Ben je dat niet, dan is straf contraproductief. Maar alle kinderen zoeken de grenzen en duwen er met kracht tegen. Als jij niet in staat bent ze overeind te houden, dan tuimelt je kind in een vacuüm. Begrenzen is de essentie van het omhullende gebaar dat je om je kind heen maakt. Dat gebaar wordt natuurlijk steeds wijder, totdat je je kind uiteindelijk volledige zelfstandigheid geeft. Als fijngevoelige ouder weet je hoeveel frustratie je kind daarbij aan kan. Je geeft hem de kans te ervaren dat het niet het einde van de wereld is als er niet meteen aan zijn behoeften wordt voldaan. Ook dat versterkt het vertrouwen. Zekere hechting houdt in dat het oervertrouwen waarmee het kind werd geboren in de eerste acht maanden zo door de primaire hechtingspersoon wordt behoed dat het naar binnen kan trekken en zich kan omvormen tot zelfvertrouwen.’.

.
Opvoedingsvragen: alle artikelen

Ontwikkelingsfasen van het kind

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

1877

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.