VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde – voordracht 3 (3-3)

.

Enkele gedachten bij blz. 47/48 in de vertaling van 1993.

ALGEMENE MENSKUNDE ALS BASIS VOOR DE PEDAGOGIE

luidt de titel van de vertaling van GA* 293 [1].

De voordrachten die Steiner hield hadden tot doel uiteen te zetten wat vrijeschoolpedagogie omvat.
Van 21 augustus tot en met 6 september 1919 volgden de leerkrachten voor de te beginnen school deze cursus die, naast de in de morgen gehouden voordrachten GA 293, ook nog bestond uit de over de rest van de dag verdeelde cursussen  (GA 294) [2] en (GA295) [3]

ROBERT JULIUS MAYER

Nadat Steiner over de gevolgen van het Concilie van Constantinopel heeft gesproken waarbij a.h.w. de geest werd afgeschaft, komt hij tot de conclusie dat we daardoor niet tot een werkelijk inzicht kunnen komen in het wezen van de mens.

En wil je kinderen helpen bij hun ontwikkeling, dan moet je deze kennen. En ontwikkeling is – vanuit een bepaald perspectief – o.a. ontwikkeling van denken, voelen en willen of met andere woorden: van geest, ziel en lichaam.

Zonder ‘geest’ heb je dus eigenlijk geen volledig mens voor je.

Maar er is nóg een idee in de ontwikkeling van de westerse mensheid gekomen, dat een werkelijk inzicht in het wezen van de mens in de weg staat.

Steiner noemt het een grootse verworvenheid van de fysica.
In het begrijpen daarvan, maakt men volgens hem, ‘een grote vergissing.’

Deze ‘grootse verworvenheid’ is onder woorden gebracht door Julius Robert Mayer.*

*Julius Robert Mayer (1814-1878), arts en natuurkundige; hij formuleerde in 1842 de wet van het behoud van energie. Zie J.R.Mayer, Bemerkungen über das mechanische Äquivalent der Wärme (1851)
.

Die idee is in een wet, een formule, zo gaan heten: de wet van behoud van energie en kracht.

Mayer postuleerde die wet niet in deze abstracte vorm. Volgens Steiner wilde hij de metamorfose van krachten aan het licht brengen:

(  ) dem sogenannten Gesetz von der Erhaltnng der Energie oder der Kraft. Dieses Gesetz besagt ja, daß die Summe aller im Weltenall vorhandenen Energien oder Kräfte eine konstante ist, daß sich diese Kräfte nur umwandeln, so daß etwa eine Kraft einmal als Wärme, ein andermal als mechanische Kraft erscheint und dergleichen. In diese Form kleidet man aber das Gesetz von Julius Robert Mayer nur dann, wenn man ihn gründlich mißversteht! Denn ihm war es zu tun um die Aufdeckung der Metamorphose der Kräfte, nicht aber um die Aufstellung eines so abstrakten Gesetzes, wie es das von der Erhaltung der Energie ist.

met de zogenaamde wet van behoud van energie of kracht. Zoals u weet houdt deze wet in dat de som van alle energie of kracht in de kosmos constant is; dat deze krachten alleen steeds een andere vorm aannemen. Een kracht kan zich bijvoorbeeld de ene keer als warmte en de andere keer als mechanische kracht manifesteren, enzovoort. Maar men giet de wet van Julius Robert Mayer alleen in deze vorm wan­neer men Mayer principieel verkeerd begrijpt! Want het ging hem erom de metamorfose van krachten aan het licht te bren­gen en niet om een zo abstracte wet te postuleren als die van behoud van energie.

Evenals ‘geen geest – 869’ betekent deze opvatting dat het wezen van de mens niet begrepen kan worden. 
Immers: als de metamorfosegedachte naar de achtergrond verdwijnt of zelfs helemaal verdwijnt, gaat daarmee ook de blik op de veranderingen verloren waaraan de mens tijdens zijn leven onderworpen is. 
Ontwikkelingsfasen zijn geen op zich staande fasen: de ene is verbonden aan de andere, maar de ene is ook de voorbereiding op de andere. In dat opzicht alleen al, is er geen ‘constante’. 

Nu is dat voor de stoffelijkheid moeilijker te zien: we hebben ons hele leven ons lichaam; we zien het wel veranderen, maar tegelijkertijd zijn het bijv. nog steeds ‘deze vingers’ en geen andere. Maar is dat ook zo?

In GA 202 geeft Steiner dit voorbeeld:

Nur weil wenn Stoff vergeht, fortwährend neuer Stoff entsteht, redet der Mensch von einer Konstanz des Stoffes. Er gibt sich demselben Irrtum hin, dem er sich hingeben würde, wenn eine Anzahl von Dokumenten in ein Haus eingetragen, drinnen abgeschrieben würden, aber als solche verbrannt würden und die Abschriften wieder herauskommen, und er, weil er dasselbe herauskommen sieht, was hineingetragen ist, denken würde, es sei dasselbe. In Wirklichkeit sind die alten verbrannt worden und neu abgeschrieben worden.

Alleen omdat er, wanneer stof vergaat, voortdurend nieuwe stof ontstaat, spreekt de mens over een constante van de stof. Maar daar maakt hij dezelfde vergissing als die hij zou maken wanneer er een aantal documenten in een huis binnengebracht worden, binnen worden gekopieerd, maar de oorspronkelijke documenten verbrand en dat de kopieën weer naar buiten komen, en hij dan zou denken dat deze dezelfde zijn. In werkelijkheid zijn de oude verbrand en eerst gekopieerd.

En zoals zo vaak volgt er dan een verrassende conclusie:

So ist es auch mit dem Werden in der Welt. Denn da, wo im Menschen Stoff vergeht, zum Scheine wird und neuer Stoff entsteht, da sitzt die Möglichkeit der Liebe. Und Freiheit und Liebe gehören zusammen.

Zo is het ook met de wording in de wereld. Want waar in de mens stof vergaat, schijn wordt en nieuwe stof ontstaat, zit de mogelijkheid van de liefde. En vrijheid en liefde horen samen.
GA 202/12
Niet vertaald

Zonder dit nader uit te werken, geeft zo’n opmerking al enigszins aan, hoe belangrijk het is voor de mens – want dat liefde en vrijheid belangrijk voor hem zijn, hoeft niet uitgelegd te worden – dat ook de stoffelijke processen in zijn lichaam begrepen worden.

En Steiner noemt nóg een belangrijk aspect: het sociale leven. Het niet begrijpen van de natuur en van het geestelijk leven maakt het voor de mens moeilijker zich in te voegen in het sociale leven:

Was ist, in einem großen Zusammenhange angesehen, kultur- geschichtlich dieses Gesetz von der Erhaltung der Energie oder der Kraft? Es ist das große Hindernis, den Menschen überhaupt zu verstehen. Sobald man nämlich meint, daß niemals Kräfte wirklich neu gebildet werden, wird man nicht zu einer Erkenntnis des wahren Wesens des Menschen gelangen können. Denn dieses wahre Wesen des Menschen beruht gerade darin, daß fortwährend durch ihn neue Kräfte gebildet werden. Allerdings in dem Zusammenhange, in dem wir in der Welt leben, ist der Mensch das einzige Wesen, in welchem neue Kräfte und – wie wir später noch hören werden – sogar neue Stoffe gebildet werden. Aber da die heutige Weltanschauung überhaupt nicht solche Elemente in sich aufnehmen will, durch welche auch der Mensch voll erkannt werden kann, so kommt sie dann mit diesem Gesetz von der Erhaltung der Kraft, das ja in einem gewissen Sinne nicht stört, wenn man nur die anderen Reiche der Natur – das Mineralreich, das Pflanzenreich und das Tierreich – ins Auge faßt, das aber sofort alles von wirklicher Erkenntnis auslöscht, wenn man an den Menschen herankommen will.

Wat betekent in een groter, cultuurhistorisch verband deze wet van behoud van energie of kracht? Deze wet is een grote hindernis die het onmogelijk maakt de mens ook maar enigszins te begrijpen. Gelooft men namelijk dat er nooit werkelijk nieu­we krachten gevormd kunnen worden, dan zal men niet tot inzicht kunnen komen in het ware wezen van de mens. Want dit ware wezen van de mens ligt nu juist in het feit dat voortdurend door de mens nieuwe krachten worden gevormd. Maar het is wel zo dat binnen de samenhang waarin wij in de wereld leven de mens het enige wezen is waarin nieuwe krachten worden gevormd en zelfs, zoals we later nog zullen horen, nieuwe stof­fen. Maar aangezien in het huidige wereldbeeld volstrekt geen plaats is voor elementen waardoor ook de mens in zijn totaliteit doorgrond kan worden, komt men met deze wet van behoud van energie op de proppen. Neemt men alleen de andere na­tuurrijken, die van mineralen, planten en dieren, in ogen­schouw, dan is die wet niet zo storend, maar probeert men de mens te doorgronden, dan belemmert deze wet onmiddellijk ieder werkelijk inzicht.

In GA 306 noemt Steiner deze wet ook:

Die Tatsache ist, daβ dieses Gesetz von der Erhaltung der Kraft der inneren Wesenheit des Menschen, der Wahrheit widerspricht. Es gilt nur für die unorganische Welt im strengen Sinne des Wortes. Für die organische gilt es nur so weit, als diese von Unorganischem ausgefüllt ist; für die Eisenteilchen im Blutserum gilt dieses Gesetz, aber nicht für das ganze Menschenwesen.

Het feit is dat deze wet van het behoud van kracht in tegenspraak is met het wezen van de mens, met de waarheid. Hij geldt alleeb voor anorganische wereld in de strictere zin van het woord. Voor de organische wereld geldt deze alleen in zoverre deze gevuld is met anorganische stof; voor de ijzerdeeltjes in het bloedserum geldt deze wet, maar niet voor het hele mensenwezen.

(In deze voordracht GA 306 gaat Steiner er weer vanuit een ander gezichtspunt op in, dat ik er hier nog niet bij betrek.)

Dieses Gesetz von der Erhaltung der Kraft, das ist es ja vor allen Dingen, welches den Menschen so in das Weltenall hineinstellen möchte, daβ dieser Mensch dabei eigentlich nur wie ein Naturprodukt in diesem Weltenall drinnensteht.

Deze wet van het behoud van kracht wil de mens in het wereldal die plaats geven dat hij daarin eigenlijk alleen maar een natuurproduct is.
GA 201/236
Niet vertaald

Sie werden als Lehrer die Notwendigkeit haben, auf der einen Seite Ihren Schülern die Natur verständlich zu machen, auf der anderen Seite sie hinzuführen zu einer gewissen Auffassung des geistigen Lebens. Ohne mit der Natur bekannt zu sein, wenigstens in einem gewissen Grade, und ohne ein Verhältnis zum geistigen Leben zu haben, kann sich heute der Mensch auch nicht in das soziale Leben hineinstellen. 

Als leraar zult u genoodzaakt zijn de leerlingen aan de ene kant inzicht in de natuur te verschaffen en aan de andere kant te brengen tot een zeker begrip van het geestelijke leven. Zonder tenminste enigszins bekend te zijn met de natuur en zonder een relatie tot het geestelijke leven te hebben, kan de mens zich tegenwoordig ook niet goed invoegen in het sociale leven.
GA 293/48
vertaald/48

Hierna gaat Steiner weer meer naar de details en grijpt daarbij terug op de inhoud van voordracht 2. Daar wordt een apart artikel aan besteed.

.

*GA= Gesamt Ausgabe, de boeken en voordrachten van Steiner

[1] GA 293
Algemene menskunde als basis voor de pedagogie
[
2] GA 294
Opvoedkunst. Methodisch-didactische aanwijzingen
[
3] GA 295
Praktijk van het lesgeven

.

Algemene menskunde: voordracht 3 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

1677

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.