VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen (2)

 

AUTORITEIT EN GEZAG
                                                 KINDEREN ACCEPTEREN ZOALS ZE ZIJN

‘Wie let op wat een kind van deze leef­tijd – tussen zeven en veertien jaar -werkelijk vraagt, oefent vanzelfspre­kend autoriteit uit omdat hij merkt dat het kind diep tevreden is als het gehoorzamen mag. Maar veel tijd­genoten passen datgene wat voor vol­wassenen juist is, toe op alle leeftij­den. De volwassene moet in vrijheid een oordeel kunnen vormen als hij daarvoor voldoende grondslagen krijgt in kennis van feiten en omstandighe­den en de verwerking onder de knie krijgt. Maar het kind is geen kleine volwassene en heeft geen oordeelsver­mogen. Als het kind beneden veertien jaar oordeelt, doet het dat uit wat het van de omgeving opneemt aan gedach­ten, emoties, gewoonten. Het kind laten oordelen voordat het veertien jaar is, betekent de grondslag te leggen voor een onvrij oordeel in het latere leven’.

Vooral dit stukje uit het veelomvat­tende artikel over het Kind tussen ze­ven en veertien jaar van J. Knijpenga in het kerstnummer van Jonas* zette mij aan het denken. In de kerst­vakantie heb ik er meer over gelezen en vooral heb ik geprobeerd na te gaan hoe ik voel en handel in dit opzicht tegenover onze kinderen. Vanzelfspre­kend autoriteit uitoefenen blijkt me niet makkelijk af te gaan.

In bijna alle voordrachten van Rudolf Steiner over de leeftijdsperiode tussen tandenwisseling en puberteit wordt de kwestie van autoriteit en gehoorzaam­heid aan de orde gesteld. Auroriteit is het steekwoord voor de opvoeder van het kind tussen zeven en veertien. Het woord autoriteit heeft in onze tijd een negatieve blijklank en dit op zich­zelf is al symptomatisch. Gezag heeft voor mijn gevoel een betere klank, er klinkt in mee dat het uit de kern komt van wie het uitoefent. Als bijvoegelijk naamwoord is hij nog duidelijker: ‘hij spreekt met gezag’ betekent iets heel anders dan hij spreekt autoritair. Van de opvoeder tegenover het kind wordt gezag gevraagd, ik-vervuld, echt.
Als een kind gehoorzaamt, leeft ‘op gezag’ van zijn ouders of opvoeder, hoeft het niet direct zijn eigen oor­deelsvermogen aan te spreken, het hoeft niet zijn eigen weg te kiezen. Dat is niet goed voor hem. Het klinkt nogal apodictisch. Waarom niet? Waarom moet een kind niet te vroeg, niet vóór ongeveer z’n twaalfde jaar oordeelsvermogen ontwikkelen? Het is in tegenspraak met de gangbare opvattingen van onze tijd, waarin kin­deren zo vroeg mogelijk tot zelfstan­digheid opgevoed moeten worden. Het vormen van een eigen oordeel, het le­ren kiezen, wordt juist op alle moge­lijke manieren aangemoedigd en niet alleen door de manier waarop de leer­stof wordt aangeboden, vaak met een multiple choice systeem. Ook door het speelgoed en dan vooral het zoge­noemde verantwoorde speelgoed dat immers dikwijls ontworpen is op grond van heersende pedagogische opvattin­gen – meer dan menig ander lelijk, maar betrekkelijk onschuldig plastic auto of pop.

En wat doet bijvoorbeeld een puzzel? Als iets het oordeelsvermogen aan­spreekt is het wel een puzzel. Stukje voor stukje beoordelend op vorm, kleur en voorstelling moet het kind er een geheel van maken, waarvan hij innerlijk geen beeld heeft – hoogstens een plaatje als voorbeeld. Alle stukjes op zich zijn nietszeggende fragmentjes waarvan je niet kunt zien wat erop afgebeeld wordt. Hoe moet een kind zich daarmee verbinden? Ja, het ene stukje is hem liever dan het andere, maar helemaal niet op grond van bruikbaarheid, maar omdat het hoofd erop staat of iets anders dat als beeld herkenbaar is. Wat kan je als volwas­sene ongeduldig worden als je ernaast zit en het hem toch zélf wilt laten doen. Vinden kinderen puzzelen leuk? Vaak wel, maar dan: hoe bepalend is dat criterium?

Anti-autoritair
Behalve in de school en de speelgoedwinkel hebben ook bij bewuste ouders in het begin van de zeventiger jaren verlichte, anti-autoritaire   ideeën opgang gemaakt. Men is ervan teruggekomen, dat wel, maar toch heeft deze korte golf diepe invloed gehad op de houding van ouders tegenover hun kinderen. Of je wilt of niet, je bent er­door beïnvloed en dat heeft op zijn minst een stuk onzekerheid in dit opzicht bewerkt. Hierop kom ik later terug. Vanzelfsprekend ligt de zaak voor mij niet.

Zoals ik al schreef heeft Rudolf Stei­ner veel over dit onderwerp
gespro­ken. Vooral de volgende gedachte trof me en maakte me enthousiast. Wil het oordeelsvermogen opbouwend en gezond kunnen functioneren bij de volwassen mens, dan moet het in nauwe verbinding staan met de liefde­krachten in die mens; oordeelsvermo­gen en vermogen tot liefde moeten als het ware in dezelfde laag aangelegd zijn om zo bevruchtend op elkaar in te kunnen werken. Een oordeel, kritiek, is alleen dan terecht als het gedragen wordt door wel-willendheid. Een oor­deel zonder liefde breekt af, is vernie­tigend, doet afbreuk aan wat beoor­deeld wordt en uiteindelijk ook aan jezelf.

Het oordeelsvermogen dat te vroeg aangesproken wordt, vóór het twaalfde jaar, wordt dan aangelegd in een ontwikkelingslaag van het kind, waarin de liefdekrachten nog geen actieve rol spelen. Het oordeelsvermo­gen, dat in die periode al ontwikkeld wordt, krijgt dan te maken met nog ongeremde levenskrachten, die sterk op het eigen ik geconcentreerd zijn. Dan bestaat het gevaar dat in het
oor­deelsvermogen een stuk destructiviteit mee aangelegd wordt. Ondertussen is er een verschil tussen oordeelsvermogen en oordeelskracht. Oordeelsvermogen, en dat wordt in het bovenstaande steeds bedoeld, is het vermogen om je juiste oordelen te vor­men en daarvoor je goede gronden te hebben. Dan is de vraag: ‘wat vind je er zelf van, en waarom?’ De oordeels­kracht is de kracht waarmee ja of nee gezegd wordt, de kracht waarmee je je met een bepaald oordeel verbindt, on­geacht de juistheid ervan. Dit laatste moet wel ontwikkeld worden door het kind tussen zeven en veertien. Het is een uiting van geestelijke levenskracht en wordt sterk aan duidelijke beelden, zoals die bijvoorbeeld in de volk­sprookjes en ook in veel verhalen uit het Oude Testament te voorschijn ko­men. De heks, de wolf zijn het kwade, van top tot teen. De koning, de prins of prinses daarentegen zijn het goe­de. Er is geen grijs middengebied waar­in juiste oordelen gevormd moeten worden om de goede weg te kunnen kiezen. De keus is opperduidelijk. Het zijn sterke beelden, waaraan de kracht van het oordeel groeien kan.

Ja of nee ontwikkelen
Samenvattend kan je zeggen dat tus­sen tandenwisseling en puberteit het erom gaat, de kracht waarmee het kind ja of nee zegt te ontwikkelen: de inhoud ervan is nog niet belangrijk. Dit gebeurt door het kind krachtige afgeronde beelden voor ogen te stellen die het in hun geheel kan aanschou­wen, overzien. Pas in de volgende le­vensperiode, als de puberteit begint, komt de inhoud van het oordeel en het waarom ervan aan de beurt. De liefdekrachten, die dan ontwaakt zijn, verbinden zich met het groeiend oor­deelsvermogen en maken het oordeel opbouwend, waar.

Tot zover de denkmatige omspe­lingen van het citaat uit Knijpenga’s artikel. Nu volgen nog wat meer gevoelsmatige reacties en een poging, die te verwoorden. Waarom houdt het me zo bezig? Wat roept het bij me op? Enerzijds enthou­siasme: voelen dat je warm loopt voor iets dat je als waar herkent, dat met jou te maken heeft, omdat je er nu aan toe bent. Aan de andere kant ook veel vraagtekens en een gevoel van
ver­wardheid over waar de praktijk van de dagelijkse omgang met je kinderen nu eigenlijk aanrakingspunten heeft met die aantrekkelijke theorie. Waarom vind ik het zo moeilijk ‘van­zelfsprekend autoriteit uit te oefe­nen’ ? Niet dat ik het niet graag zou willen, maar het lukt me eenvoudig zo vaak niet. Al zoekend vond ik twee oorzaken.

De eerste heeft te maken met het zin­netje van Knijpenga ‘maar veel tijdge­noten passen datgene wat voor volwas­senen juist is, toe op alle leeftijden’.

Vooral de vrouw komt, als ze kinde­ren krijgt, in een totaal andere
situa­tie. Daarvoor een leven tussen volwas­senen, daarna, vooral de eerste tijd, een tamelijk geïsoleerd bestaan tussen kinderen. De oordelen, wat is goed ? wat is verkeerd? die je je vormt, wor­den in het verkeer met volwassenen vaak samen gedragen; je zoekt
gelijk­gestemde mensen op en wisselt daar­mee van gedachten. Je steunt op een stukje collectiviteit. In de eerste tijd met je kleine kinderen ben je veel al­leen. Contact met vrouwen in dezelf­de situatie zoek je op, maar blijkt vaak schaars te zijn. En wat gebeurt er? Je gaat praten met je kinderen alsof het volwassenen zijn, je overlegt met ze over deze mogelijkheid of die, zonder je te realiseren dat jij degeen bent die het overzicht hebt het juiste oordeel te vormen, en de kinderen niet. Al heel vroeg begint dat. Wil je appel­stroop of pindakaas? Thee of limona­de? Zullen we deze kant opgaan of die? Het maakt hen in feite niets uit, ze vinden allebei even lekker, even fijn.

Jezelf
Eigenlijk stel je de vraag niet aan de kinderen, maar hardop aan jezelf. Het is moeilijk om de verantwoordelijk­heid echt helemaal alleen te dragen, jezelf de vraag innerlijk te stellen, de voor- en nadelen af te wegen en te doen wat je het beste lijkt. ‘Willen jul­lie naar het Amsterdamse bos of naar het Thijssepark?’ vraag ik hardop en denk zelf na wat het beste is: zijn ze toe aan bloemen bekijken of aan lek­ker uitwaaien? En als ik dan tot een andere keuze kom dan de kinderen, zijn de poppen aan het dansen en heb ik mezelf in een moeilijk parket ge­bracht. Je komt voor de dag met je mooie argumenten, maar wat maken die nu voor indruk op de kinderen? Zij kozen het Thijssepark – voor hun vandaag het fijnste: geen bloemen kij­ken, maar lekker op de bruggetjes stampen.

Dat is het eerste: helemaal alleen moet je oordeelsvermogen opbrengen, zeker in die situaties die het kind niet kan overzien of waarin hij niet vrij is om te kiezen – omdat ik de keus eigenlijk al gemaakt heb. Pindakaas of appel­stroop? Maar de appelstroop zit al op m’n mes – ja en dan wil ze natuurlijk pindakaas!

Autoriteit
Het tweede is moeilijker onder woor­den te brengen. Het heeft te maken met het verschil in klank tussen auto­riteit en gezag. Bij het woord autori­teit zie ik, enigszins overdreven, een streng gezicht en een wijzende of ver­manende vinger. De politieagent: zo moet jij het doen, maar ik sta boven de wet.

Dat dit niet de goede manier is om met kinderen om te gaan is duidelijk. Zo duidelijk, dat de neiging tot anti-autoritair opvoeden   begrijpelijk wordt. Niet alleen in de cultuur, maar ook bij jezelf. Alles lijkt beter dan op deze manier, jezelf buiten schot hou­dend, autoritair zijn. Maar de stap van het anti-autoritaire ideaal – het respecteren van het kind in zijn individualiteit en vrijheid – naar ‘laat hij het zelf maar uitzoeken, laat hem z’n gang maar gaan’ is klein en vlug gezet. Het makkelijke ervan is, zo in negatieve zin opgevat, dat je niet zelf mee hoeft te doen. Je kunt zelfs iets anders doen!

Hier ligt het verschil met gezag. Ie­mand die voor mij gezag heeft zie ik op de rug, niet met een wijzende vin­ger, maar zelf bezig met waarin hij ge­zag heeft.

Wil je vanzelfsprekend gezag uitoefe­nen tegenover je kinderen dan vraagt dat een onvoorwaardelijk engagement, een onvoorwaardelijk je begeven in de relatie tot dat kind en in de situatie waarin het staat. Je kunt niet buiten schot blijven.

Iemand kwam me ophalen, ’s avonds om acht uur. Ze was nog vergeten iets te zeggen en vroeg of ze naar huis mocht opbellen. ‘Ja Maarten, met mamma. Ik ben nog vergeten je te hel­pen herinneren aan je medicijn.. .acht korrels uit het doosje op de kast.. .met een slokje water.. .als je nu de telefoon neerlegt ga je naar de kast, je pakt het doosje en je neemt acht korrels.. .niet eerst iets anders doen. Dag, slaap lek­ker.’ Ik zag dat ze niet hier was, aan mijn telefoon, maar daar, naast haar zoon en hem begeleidde in wat ze van hem vroeg. En ik denk dat hij het in­derdaad gedaan heeft.

(Lili Chavannes, Jonas 11., 27 januari 1978)

*Niet op deze blog

737
Advertenties

3 Reacties op “VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen (2)

  1. Pingback: WAT VIND JE OP DEZE BLOG? | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: WAT STAAT OP DEZE BLOG | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – Opvoedingsvragen – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s