VRIJESCHOOL – Menskunde en pedagogie – ritme (3-6)

.

MENSENWERELD
RITMEN IN EN BUITEN DE MENS

Het meest opmerkelijke ritme in de natuur is wel het ritme van dag en nacht. Met het op­gaan van de zon ontwaakt ook de natuur; in het voorjaar horen we bijvoorbeeld het veelstemmige concert van de vogels. De mens en de meeste hogere dieren ontwaken, bloemen gaan open voor het zonlicht. ’s Avonds verstomt langzamerhand het lawaai van overdag. Veel bloemen gaan dicht. Mens en dier gaan slapen.

Uiteraard kan de mens zich tot op zekere hoogte tegen dit ritme verzetten. Bepaalde lichamelijke functies zoals bij­voorbeeld de vorming van menselijk zet­meel, glycogeen, in de lever bereiken hun hoogtepunt in de tweede helft van de nacht. De plasma-cortisolspiegel (hormoon van de bijnierschors) bereikt zijn hoogtepunt tussen 6.00 en 9.00 uur. Wanneer het slaap-ritme verandert, verschuiven ook deze ritmen.

Naast dit dagritme, dat met de loop van de zon samenhangt, kennen we nog het zeven-dagenritme van de week.
In de oud­heid werd dit ritme in verband gebracht met de krachten van de schepping. (De schep­ping in zeven dagen volgens het Oude Testament).
Ook nu nog kunnen we ervaren dat het herstel na een verwonding of een acute ziekte een ritme van zeven dagen doorloopt. Dat wil zeggen bij genezing, die niet wordt beïnvloed door een behandeling met medicamenten, treden bijvoorbeeld pijn en zwellingen in de omgeving van de verwonding in ritmische volgorde elke ze­ven dagen in steeds zwakkere vorm op, tot de genezing volledig is.
De regeneratiepro­cessen die uitdrukking zijn van een eigen krachtenveld, dat we levenslichaam kun­nen noemen, volgen het ritme van zeven dagen. Een ander ritme hangt samen met de omloop van de maan om de aarde.

Het duurt 28 dagen voor de maan alle stadia van nieuwe maan naar volle maan en weer nieuwe maan heeft doorlopen. Zulke maanritmen hebben duidelijk in de dierenwereld nog een directe betekenis; voor de mens is dit alleen nog het geval met betrekking tot de maanperiode in de cyclus van de vrouw en in de embryonale ontwikkeling die 280 dagen, dus tien maal 28 dagen, duurt.

Het qua grootte daaropvolgende ritme is het jaarverloop waar we onze leeftijd aan afmeten. Voor de lichamelijke en psychisch-geestelijke ontwikkeling van de mens is het ritme van zeven jaar van groot belang. In de eerste zeven jaar komt het fysieke lichaam tot een zekere rijpheid. Met het wisselen van de tanden, dat rond het zevende jaar behoort te beginnen, is het kind schoolrijp.
Met veertien jaar komt de geslachtsrijp­heid; dit is ook weer een belangrijke stap met betrekking tot de psychische ontwikkeling van de kinderjaren naar de puberteit en adolescentie. Het eigenlijke volwassen wor­den, de rijpheid om eigen verantwoordelijk­heid te kunnen dragen, volgt met eenen­twintig jaar. Daarmee houden de perioden van zeven jaar niet op, maar krijgen meer het karakter van een psychische rijping. Het grootste onderscheid tussen mens en dier ligt in het feit dat het dier met de geslachtsrijpheid het hoogtepunt in zijn aardse bestaan bereikt terwijl het hoogte­punt bij de mens, door zijn geestelijk latere rijpheid, pas bij het vijfendertigste jaar ligt. Daarmee zijn de grotere ritmen die mens en kosmos verbinden, beschreven. Nu zijn er echter bij de mens nog ritmen die korter zijn dan het dag-nacht ritme, bijvoorbeeld het ritme van de ademhaling. Ook dit ritme staat in verband met de kosmos: bij achttien ademhalingen per minuut ademt de mens binnen 24 uur 25920 maal in en uit. Dat aantal is gelijk aan het aantal jaren dat de zon nodig heeft om éénmaal door de hele dierenriem aan de sterrenhemel te gaan.

Het ritme van de ademhaling
Elke inademing heeft iets van geboren wor­den; elke uitademing iets van sterven in zich.
Onze eerste ademtocht begint met de inademing; de laatste eindigt met de uit­ademing. Vier maal sneller dan het ritme van de ademhaling gaat het ritme van de polsslag waarin – net zoals bij het ritme van de ademhaling – iets van het wezen van de mens als burger van beide werelden tot uit­drukking komt.

Een nog sneller ritme is het zogenaamde alfa-ritme van de hersenen. Het gaat hier om elektrische spontane schommelingen die ook gedurende de diepe slaap nog aanwezig zijn en rond de 10 per seconde liggen.

Bij de innerlijke zorg voor het ritme komt het aan op de momenten van bezinning die men in het verloop van een dag inbouwt; bijvoorbeeld een gebed of een spreuk voor het eten of een terugblik aan het eind van de dag. Een kunstzinnige activiteit, die in de dagelijks noodzakelijke bezigheden wordt opgenomen, kan een verloren ge­gaan ritme in de leefwijze weer herstellen. Vaak zijn slechts enkele momenten van ver­wondering daarvoor al voldoende. Aandacht voor het ritme is tegelijkertijd zorg voor de gezondheid. In de uiterlijke leefwijze moet er veel waarde worden gehecht aan lichaamsbeweging, maar ook aan regel­maat in de maaltijden, goed kauwen bij het eten en het juiste evenwicht tussen waken en slapen, rust en beweging.

Het wezenlijke van het ritme kunnen we slechts begrijpen, wanneer we de polari­teiten kennen waaraan het zijn bestaan te danken heeft.
Bij de plant zijn dat de aardse en de kosmische krachten, bij het dier bo­vendien de krachten van aantrekken en af­stoten bij vreugde en smart, krachten die zich in het zielengebied uiten. De mens be­schikt bovendien nog over de instrumenten van de bewuste geest, die bijvoorbeeld tot uitdrukking komen in de polariteit van waar­nemen en denken.

Een gezond ritme zal altijd een evenwicht tussen de polariteiten bewerkstelligen. Dat gaat echter – althans bij de mens- niet vanzelf omdat krachten van binnen en van buiten dit gezonde evenwicht voortdurend ver­storen.

Laten we het meest fundamentele ritme van de mens bekijken: de ademhaling, waaraan weer alle andere ritmen gekoppeld zijn. De ademhaling stokt bij een shock, bij onver­wachte ervaringen (hoe vaak niet bij een enkele autorit door de stad?), wordt opper­vlakkiger bij slechte, benauwde lucht of bij gebrek aan beweging, wordt ingehouden bij opwinding en ontspant en wordt rustiger bij het beleven van een kunstwerk.

Zorg besteden aan het ritme
Aandacht voor het ritme is tegelijkertijd zorg besteden aan de gezondheid. Het gaat er immers om door het juiste ritme voortdurend een evenwicht te vinden tussen de ziek­makende polen. De ene ziekmakende pool hangt samen met het dagbewustzijn. Dit ontstaat op basis van afbraakprocessen. De ontbrekende mogelijkheid van de ganglioncellen van de hersenen om zich te herstellen en zich te vermeerderen is daar­van een uitdrukking. De andere ziekma­kende pool hangt samen met het slaap-bewustzijn en dit hangt op zijn beurt weer samen met de opbouw- en regeneratie­krachten van ons stofwisselingssysteem. In het dagbewustzijn beleeft elk mens zich­zelf als middelpunt. De krachten van de persoonlijkheid overwegen en snoeren de mens van zijn omgeving, van de kosmos af. In de slaap wordt het hogere wezen van de mens één met de omgeving maar het weet daar – uitzonderingen daargelaten – niets van. We zijn ons niet meer bewust van onze omgeving en van onszelf.
In de egocentrische tendens van de ‘dag­mens’ en in het ‘zich verliezen’ als ‘nacht­mens’ kunnen we twee ziekelijke tendensen zien, die door het ritme van waken en slapen in evenwicht gebracht moeten worden.
In elke inademing leeft een beetje de tendens van de dagmens, in elke uitademing die van de nachtmens. De astmaticus, de hypertonicus – met te hoge bloeddruk- en de preascleroticus (in de voorfase van arteriosclerose) leeft te sterk in het inademingspro­ces. Om het evenwicht te hervinden heeft hij alles nodig wat de uitademing stimuleert:

voldoende slaap, pauzes die het hectisch dagverloop onderbreken en gelegenheid voor kunstzinnige activiteiten, terwijl de pa­tiënt met een te lage bloeddruk daaren­tegen vaak juist de zelfbeleving nodig heeft zoals die bijvoorbeeld in de sport, of in een krachtmeting met de elementen wordt op­geroepen. Hiermee zijn de basisideeën ge­geven en deze kunnen voor ieder tot een zinvolle invulling van het eigen leven leiden.
.

Olaf Titze, arts; Weledaberichten nr.154, sept. 1991

.

Ritmealle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

449-418

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Menskunde en pedagogie – ritme (3-6)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Menskunde en pedagogie – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.