VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St. Nicolaas (19)

.

MARSEPEIN, VAN MUNT TOT ZOETE LEKKERNIJ

‘Wie zoet is krijgt lekkers,’ en lekkers is met Sinterklaas vooral zoet. Het summum van zoet is marsepein, maar waar komt dat rare woord van­daan?
Wie een mondje over de grens spreekt, vermoedt al snel dat het te maken heeft met ‘brood’, pain in het Frans. Dat is niet zo’n gekke gedachte, want in zijn meest elementaire vorm lijkt marse­pein vaak op een broodje en in het Frans heet het zoete goedje bovendien massepain. De Fransen hebben dit woord overgenomen uit Italië. Daar zeggen ze marzapane – dus weer met het woord ‘brood’ (pane). Toch heeft marsepein niets met brood te maken.
Marzapanes waren doosjes met lekkers – suikerwerk met amandelen en rozenolie (mar­sepein dus) – die je in de veer­tiende eeuw in Venetië kopen kon. Zo’n doosje had een vast gewicht, en – volgt u het nog – ­de naam voor dat gewicht was marzapane. Dus dat is het?

Nee, we zijn er nog niet. Marzapane is oorspronkelijk de naam van een muntje. Later ging men het gewicht dat je voor zo’n muntje kopen kon marzapane noemen en daar­na ook het lekkers waar dat gewicht uit bestond.
De Venetianen voerden het muntje in 1193 in uit Cyprus waar het matapan heette. Het was een imitatie van een oudere Byzantijnse munt waarop een afbeelding stond van een zittende Christusfi­guur. Deze munt werd ook ge­bruikt in de islamitische we­reld en werd daar in het Ara­bisch mauthaban genoemd, wat zoveel betekent als ‘zit­tende koning’. Daarmee zijn we aan de echte bron, en ei­genlijk is marsepein dus een Arabisch woord. Met brood heeft marsepein dus niets te maken, met zoe­tigheid pas sinds de veertien­de eeuw toen de munt uit de roulatie was en de dozen met suikerwerk Venetië verlieten.

(Lauran Toorians in een (onbekend) Nederlands dagblad, 01-12-01)

Mooiste eetbare hapjes zijn van marsepein

Ieder feest heeft zo zijn eigen eetbare tradities. De paashaas heeft zijn chocolade eieren en bij Sinterklaas horen pepernoten en marsepein. Van de zoete amandellek­kernij kunnen de mooiste eetbare hapjes worden ‘geboetseerd’.

Oliebollen eet je niet met Pasen. Snert serveer je nooit op een zomerse avond. En op kerstkrans­jes trakteer je zeker niet als je in augustus jarig bent. Veel lek­kernijen hebben hun vaste tijdstip, waarop ze de meeste verlangens in je wakker roepen en ze ook het lekker­ste smaken.

Voor feesten gaat dit nog meer op. De hapjes, die alleen bij een bepaald feest worden gegeten of speciaal daarvoor in huis worden gehaald, ge­ven zo’n feest zijn specifieke cachet en tillen het boven het alledaagse uit.

Dé lekkernij die naast pepernoten en chocoladeletters bij het grootste kinderfeest Sinterklaas wordt gege­ten, is marsepein.
De Belgische banketbakker Ignace Proot heeft een rijk geïllustreerd boek geschreven over deze delicates­se:

‘Marsepein, van modelleren tot proeven, tips en trucs voor het crea­tief werken met marsepein’.

Hij be­gint met de geschiedenis van marse­pein op beknopte en interessante wijze uit de doeken te doen. Want waar komt het vandaan en waarvan wordt het gemaakt? Waar het van gemaakt wordt, zegt meteen alles over zijn herkomst. Marsepein bestaat uit amandelen en suiker, die in een verhouding van 1:1 of 1:2 worden gemengd, gemodel­leerd en geboetseerd tot eetbare grapjes.
Dat amandelen lekker waren wisten de hoofdrolspelers uit het Ou­de Testament al. In het boek Numeri staat het wonderlijke verhaal van de staf van Aaron, de broer van Mozes. In één nacht bracht deze staf bloe­sems voort waaruit amandelen wa­ren gegroeid.

Rijke monden
De Bijbelse helden waren ook al be­kend met het mengen van de
voedza­me amandelen met een andere lek­kernij uit die streken, suiker. Via de Moren en Italiaanse kooplui uit Ve­netië en Genua raakte Europa be­kend met amandelen en rietsuiker uit het Verre Oosten. En met het mengen van deze twee zoetigheden tot ‘ma-whtaban’, dat uiteindelijk verbasterd of gemodelleerd werd tot ons marsepein.

Die Middeleeuwers hadden het goed gezien. Alles, wat lekker en zoet is, zal ook wel geneeskrachtig zijn, dachten ze. Zeker omdat er rietsui­ker bij kwam, dat door apothekers als erg gezond werd beschouwd. En wat schaars en dus duur is, verdwijnt meestel in de monden van de men­sen met geld. Vorsten en edelen snoepten dan ook in vroegere dagen het meest van marsepein.
Toen Columbus uit Midden-Amerika ook rietsuiker meebracht en dichter bij Europa (op de Canarische eilan­den) ook rietsuiker verbouwd werd, daalde de prijs ervan zodat ook min­der rijke monden van de marsepein konden gaan snoepen. Na deze historische uitleg komt het meer bakkers-technische deel van marsepein. En dat is niet eenvoudig te volgen. Marsepein is sneller in je mond gestopt dan bereid. Via de ‘koude’ methode, op ‘zijn Frans’ of op ‘zijn Duits’ kun je marsepein be­reiden. Wel goed op de hygiëne en de structuur van de marsepein let­ten. Want je hebt in een mum een klodder in je handen, die meer op stopverf lijkt dan op een zoet zachte, smeuïge traktatie.

Pompoenheks
De schrijver vindt dat je al doende moet leren. Dat kan wel zo zijn, de grondregels voor het modelleren zijn echter wat aan de ingewikkelde kant. De fraaie foto’s in het boek daarbij zijn niet echt verduidelijkend. Even­zo komen de methodes om marse­pein in de juiste dikte en maat te krijgen wel erg bakkersachtig over: niet direct iets voor de amateur, die lekker wil boetseren met marsepein. De uitleg bij het maken van poppetjes en beestjes – van troetelberen tot kamelen, olifanten, pompoenheks, zeemeerminnen en zwarte pieten met rose biggen toe – had wat uitgebreider en eenvoudiger gekund. Toch blijft dit boek alleszins prettig om te lezen en door te bladeren. De bood­schap van de Belgische schrijver is duidelijk: marsepein is een lekkernij, waar je een heel jaar van kunt snoe­pen en waarmee je het hele jaar fijn kunt knutselen.

Ignace Proot, Marsepein, van modelleren tot proeven, tips en trucs voor het creatief werken met marsepein, uitg. Lannoo/Terra, ISBN 90 209 4437 1, fl .82,64

(Ray Simoen, Brabants Dagblad, 01-12-01)

Een lè-hè-ter va-an bankèhèt…

Kinderen mochten eeuwen geleden letter opeten als ze hem konden schrijven

Sla een oud sinter­klaasboek open. Tien tegen één dat er zo’n fraaie ingekleurde prent in staat van ‘Sinterklaas bij den Banketbakker’.
Overal staan juten zakken met pe­pernoten, op versierde ta­fels en in vitrines liggen suikerbeesten, borstplaat­harten, speculaaspoppen en marsepeinen varkens. Een glunderend bakkertje met bolle appelwangen toont de Sint een banketletter in de vorm van een sierlijke S. Deze koekletter met amandelspijs is, hoewel knapperig versgebakken, bij wijze van spreken zo oud als Sinterklaas zelf.

De overbekende chocoladeletters zijn een fenomeen van de laatste 120 jaar. Veel ouder is de traditie brave kinderen met koek of broodletters te belonen. In de middeleeuwen leerden kinderen op de kloosterscholen het alfabet aan de hand van broodletters. Zodra ze hem konden schrijven, mochten ze de letter opeten. Als beloning, maar ook omdat on­ze voorouders geloofden dat je je wijsheid eigen kon maken door tekens van wijsheid (letters) let­terlijk tot je te nemen.
Deze ‘heidense’ gedachte stamt zelfs van ver vóór de geboorte van Sint-Nicolaas, rond 260 na Christus.
De Germanen kenden de runetekens van Wodan. Elk pasgeboren kind kreeg een eigen runeteken, dat geluk moest bren­gen. Om dat doel te bereiken, werden jaarlijks vlak voor cle win­ter runetekens van brooddeeg gebakken. Ieder at zijn eigen te­ken ritueel op, samen met appels en noten die voor vruchtbaarheid en levenskracht moesten zorgen.
Het oudste bewijs dat arme kinderen ter ere van de sterfdag van de Sint, 6 december, werden getrakteerd op koek en lekkers, is een rekening van de Stad Dordrecht voor Sint-Nicolaasaankopen, daterend uit 1360. Later ontstonden overal in ons land de zogenaamde Sinterklaasmarkten op 4 en 5 december, waar ouders en opvoeders snoep, sinterklaaspop­pen en speelgoed konden inslaan. Die markten kregen van lieverlee een uitbundig, kermisachtig ka­rakter.

Na de beeldenstorm werd het aanbidden van heiligen en het vereren van beeltenissen afgedaan als afgoderij. Toen de protestanten het in de steden voor het zeggen kregen, gingen de Sinterklaasmarkten in de ban. Voor het bakken van speculaaspoppen (beeltenis!) en zelfs voor het zet­ten van de schoen gold een ver­bod, want dat werkte geldverspil­ling in de hand. Sinterklaas moest noodgedwongen onderdui­ken in huiselijke sfeer en de ban­ketletter groeide uit tot dé tracta­tie, want daartegen konden de autoriteiten geen argumenten verzinnen. Onze grote meesters uit de zestiende en zeventiende eeuw schilderden koekletters met amandelen erop in hun stil­levens. Hoogstwaarschijnlijk wa­ren die toen al gevuld met aman­delspijs, destijds een populaire tractatie. Ook hier hadden de let­ters de nodige symboliek. De S stond daarbij voor de Schepping maar ook voor Sodom en Gomorra. In het oudste Sinterklaaskinderboek, ‘Sint Nicolaas en zijn knecht’, van de Amsterdamse schoolmeester Jan Schenkman uit 1850, komt een prent voor van de sint bij de banketbakker, waarop ook een banketletter te zien is. Amandelspijs: dat is wat de banketletter, maar ook gevulde speculaas en marsepein zo lek­ker maakt. De enige reden die ik kan bedenken om banketspijs te kiezen, in plaats van echt aman­delspijs, is een ernstige notenal­lergie. Banketspijs, gemaakt van gemalen witte bonen, suiker en amandelessence, kost weliswaar aanmerkelijk minder dan échte spijs van gemalen amandelen; persoonlijk heb ik met Sinter­klaas liever géén banketletter bij mijn warme chocolademelk, dan zo’n versuikerde bonenstaak. Wat wel weer erg smakelijk kan zijn, zeker als je helemaal flauw bent geworden van dat zoete snoepgoed, is een hartige saucij­zenletter. Te koop bij de betere slager, maar ook heel goed zelf te maken (zíe recept). Glas kruidige warme bisschopswijn erbij en je kan er weer een pakjesavond tegen.

Waarom M
Mocht u zich afvragen waarom een banketletter altijd de vorm heeft van een letter S of M: de algemene ‘historische’ verklaring is dat S staat voor Sinterklaas en de M niet voor Mama zoals meestal wordt gedacht, maar voor Myra, de Turks-Griekse streek waarvan de goedheiligman bisschop was.

Breukgevaar
Het baktechnische antwoord is dat alleen letters die bestaan uit één vloeiende lijn gegarandeerd heel blijven tijdens het bakken. Alle letters met tussenstreepjes vallen af want die blijven niet vastzitten. De L van Lekker en Leo en Loes zou in aanmerking komen, maar die vult de doos niet goed op, waardoor het risico op breuk tijdens transport te groot is. De U van Urbanus en Ursula is niet interessant omdat er zo bitter weinig namen met een U zijn, maar vooral omdat de knik onderin te geknepen is. Ook hier dreigt breukgevaar. Zelfde probleem met de N. Een vloeien­de W van Willem en Wiesje zou in principe kunnen, maar die hebben we eigenlijk al. Draai ge­woon de M om. De O van ‘O, kom er eens kijken’, en Oma en Otto komt wel voor, maar die hoort weer meer bij Kerstmis en dan heet het opeens geen letter meer maar een krans.

recept saucijzenletter

De S van Saucijs, voor Sinten die hele­maal wee worden van al dat zoete snoepgoed.

Ingrediënten
8 plakjes bladerdeeg (ca. 360 gram)
4 runderbraadworstjes
2 theelepels zout
½ theelepel peper
1 losgeklopt ei
2 eetlepels broodkruim (of paneermeel)
½ eetlepel bloem

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 220 graden.
Laat de bladerdeegplakjes ontdooien.
Snijd met een scherp mesje de zijkant van de rauwe worstjes open en haal de vulling eruit.
Kruid met zout en peper (niet nodig als u een ‘hartige’ slager hebt). Kneed de helft van het losge­klopte ei en het broodkruim erdoor.
Bewaar koel.
Leg de bladerdeegplakjes op elkaar en rol uit met een deegroller tot een lap van 30 bij 30 cm.
Snijd doormidden, leg de lappen in elkaars verlengde en plak ze met wat water aan elkaar.
Rol de naad goed plat.
Vorm van de worstvulling een lange worst van ca. 45 cm.
Leg die in het midden van het deeg.
Bestrooi de worst met bloem.
Sla de deegflap over de vulling en rol op.
Plak met water dicht.
Snijd overtollig deeg weg en vouw de zijkanten netjes naar binnen, zodat de staaf hermetisch is afgeslo­ten.
Bekleed de bakplaat met bakpa­pier en leg de staaf met de naad naar beneden, in de vorm van een soepele S.
Vermeng de rest van het ei met 1 eetlepel water en bestrijk hiermee de saucijzenletter.
Bak hem midden in de oven, in ca. 30 minuten goudbruin.
Laat een kwartiertje afkoelen en ser­veer warm.

Tip: Toch liever de S van Suikerzoet? Vervang de worstvulling dan voor 300 gram amandelspijs, vermengd met 1 eigeel en 1 eetlepel citroenrasp.

(Puck Kerkhoven in landelijk blad, nadere gegevens onbekend)

reuze pepernoten.

Zelf pepernoten bakken is hartstikke leuk om samen met kinderen te doen. Makkie, vooral als je er reuze pepernoten van maakt. Rol balletjes ter grootte van soepballetjes. Wil je gewone pepernoten, neem dan de helft.
Zorg dat het deeg goed koud is en rol met vochtige handen

(voor 2 bakplaten vol):
100 gram boter
125 gram bruine basterdsuiker
250 gram zelfrijzend bakmeel
1 eetlepel speculaaskruiden
1/2 theelepel zout
4 eetlepels melk

Doe zachte boter, suiker, zout, speculaaskruiden in een kom en roer goed door  elkaar.
Zeef zelfrijzend bakmeel er overheen.
Goed roeren.
Dan mag de melk erbij.
Kneed met je handen.
Maak er een bol van.
Verpak die in plasticfolie en leg minimaal 1 uur in de koelkast.
Zet de oven aan op 160 graden.
Bedek bakplaten met bakpapier.
Draai kleine balletjes van het deeg, druk ze beetje plat en leg ze op gelijke afstand op de bakplaat.
Niet te dicht bij elkaar want ze worden tijdens het bakken groter!
Zet de platen in de oven en bak de pepernoten in 15 minuten mooi bruin.
Smul ze.
Tip: pepernoten door de vanillevla, erg lekker.

(bron onbekend)

pepernoten

Smeer eerst een bakblik in met een beetje boter
verwarm de oven voor op 170 graden

Neem dan:
100 gram zelfrijzend bakmeel,
45 gram bruine basterdsuiker,
35 gram boter,
een theelepel speculaaskruiden,
een mespuntje zout
en een eetlepel melk.

Meng dat allemaal door elkaar en ga er dan met je handen een lekkere bal van kneden.
Je moet er misschien nog een klein beetje melk bij doen, maar het deeg mag niet zo nat worden dat het aan je vingers blijft plakken.
Maak van de grote bal heel veel kleine balletjes en leg die in rijtjes op het bakblik.
Schuif het blik in de oven, in een kwartier zijn de pepernootjes gaar en bruin.

(dagblad/weekblad, nadere gegevens ontbreken)

pepernoten

125 gr tarwebloem
75 gr baslerdsuiker(kan vervangen worden door honing maar dan moet je wel iets meer meel toevoegen anders plakt het nogal!)
50 gr boter
1/2 theelepel kaneel
1/4  theelepel gemalen kruidnagelen
2 theelepels anijszaad
1 theelepel bakpoeder

Meng het bakpoeder met het meel.
Kneed alle ingrediënten door elkaar en vorm er kleine balletjes van en leg deze op een beboterd bakblik
bak ze in een vrij warme oven (bij ons stand 4) in ong. 20 min. gaar.
Laat ze volkomen koud worden en bewaar ze in een goed gesloten trommeltje.

Het grappige van dit recept is dat het uit een kookboek van mijn oma komt wat uit 1928 stamt. Toen waren er nog geen samengestelde kruiden zoals je nu bv speculaaskruiden enzo kan kopen.

cake-harten

Dit heb je nodig:

100 gram boter
100 gram suiker
2 eieren
50 gram bloem
1 eetlepel bakpoeder
50 gram gemalen hazelnoten.

Doe de bo­ter en de suiker in een kom en klop met een garde het geheel net zo lang door elkaar tot het wit en luchtig is.
Klop er nu de eieren één voor één door. Je moet nu 10 minuten door blij­ven kloppen (het is een hele tijd, maar het moet even).
De bloem zeef je over het beslag en samen met het bak­poeder en de gemalen hazelnoten schep je het er voorzichtig door.
In­gevette hartvormige cakebakjes (of als je die niet hebt: suikerhartvormen met een bodem van aluminiumfolie!) vul je tot 2/3 met het beslag.
De bak­jes laat je nu een half uur in een matig warme oven van ± 150 C (even aan je moeder vragen) gaar bakken.

(bron onbekend)

chocoladelettertjes

Je hebt nodig:
4 chocoladere­pen,
een spuitzakje en een vetvrij papiertje (van een pakje margarine bijv.).

Smelt de stukjes chocola­de heel lang­zaam in een pannetje.
Vul je spuitzakje met de gesmolten chocolade.
Spuit nu op het vetvrije papiertje letters.
bv. van de namen van je vader en moeder.
Laat ze stijf en koud worden.
Haal ze daarna voor­zichtig van het papier af.

dubbelspeculaas

Dit heb je no­dig:
per persoon twee speculaas­koekjes en wat roomboter.
Smeer wat roomboter op de achterkant van een speculaaskoekje. Leg daar het andere koekje op. Lek­ker bij een kopje thee!
Variatie: Leg op een be­boterd sneetje witbrood 1 of 2 speculaasjes

suikerharten

Je hebt nodig:
500 gram sui­ker,
2 eetlepels cacaopoeder,
3 eetlepels room,hartvormen.

Roer in een pan­netje de suiker, de room en het cacaopoeder goed door
el­kaar.

Laat daarna alles op een zacht vuur smelten.
De sui­ker moet hele­maal opgelost zijn.
Niet roe­ren!
Om te kij­ken of het goed is, moet je even een lepel in de vloeistof dopen en  er  meteen weer uithalen.
Blijft er een draad van sui­ker aanhangen, dan is het goed.

Neem de pan van het vuur en roer heel rustig in het papje tot­dat het niet meer door­zichtig is.
Leg nu de hart­vormen op het schone aan­recht.
Giet de vormen voor­zichtig vol.
De suikerharten moeten koud en hard worden.

Heb wel wat ge­duld.

 borstplaat

Op 5 december zijn alle kinderen bij ons als bakkertjes in volle gang. De ene maakt deeg voor “pepernoten”, de ander (de wat grotere kinderen) begint vast met het maken van borstplaat. Borstplaat is toch echt mierzoet maar wel heerlijk om een keertje van te knabbelen op sinterklaasavond.

Borstplaat is in vele smaken te maken, maar bij ons zijn de koffie- en chocoladeborstplaat nummer 1. Het recept voor borstplaat is eenvoudig.

200 gr witte suiker
1 dl water
200 gr poedersuiker
2 eetl cacao of instant koffie (of naar smaak)

Als je de bekende hartvormen gebruikt doe ze dan goed invetten met boter. Als je de borstplaat op een bord of plank wil uitstorten kan je deze vochtig maken. Ikzelf stort ze in de hartvorm op vochtig bakpapier uit en doe de harten als ze iets steviger zijn geworden naar een droge plek op het papier schuiven. Je mengt de witte suiker met het water en laat dit inkoken naar dunne stroopdikte. Van het vuur halen, smaakje er door roeren, en lepel voor lepel de poedersuiker er doorroeren. Het is wel een karweitje voor wat oudere kinderen want je verbrandt er wel eens een vinger aan. De jongere kinderen vragen meteen om de houten lepel als die is afgekoeld want daar zitten altijd wel restjes aan.

marsepein

Een wat veiliger werkje is het maken van marsepein. Wat voor amandelen we kopen hangt helemaal af van het gevoel. Voel ik mezelf verdrinken in de baksels, knutsels e. d., dan koop ik blanke amandelen. Als we echter het goede gevoel van rust in de drukke tijd nog hebben kunnen vasthouden, halen we amandelen met een schilletje. Voor een lekker stukje marsepein zijn er maar een paar ingrediënten nodig, nl.

250 gr. amandelen
250 gr. poedersuiker.
2 eiwitten
ong. 2 eetl. oranjebloesemwater

De amandelen met water aan de kook brengen en even laten koken, afgieten, pellen en in een doek drogen. In een amandelmolen of zoals wij doen, in een keukenmachine fijn malen en de andere ingrediënten toevoegen en voila, klaar.
Je kan er balletjes van draaien en door de cacao rollen of delen kleuren met cacao en dan een soort worst creëren.

amandelspijs

Tot ongeveer 4 weken geleden* begreep ik eigenlijk niet zo goed waarom er nu zoveel verschil in de prijzen van de banketstaven zat. Bij de Aldi koop je er 1 voor f 2 = en bij de bakker zijn er prijzen van f 12,=* een gewone zaak. Natuurlijk wist ik wel van de namaakamandelspijs gemaakt van peulvruchten en ook het verschil van margarine en boter, ja, dat kon ik er wel bij bedenken. Maar dat de prijs ook afgestemd wordt op de verhouding amandelen/suiker, ja, daar heb ik echt nog nooit bij stil gestaan. In de banketstaaf van de echte bakker zit dus net zoveel amandelen als suiker, kortom, de verhouding is 1 op l. Bij goedkopere banketstaven is die verhouding b.v. 1 op 2, of er is een mengsel gebruikt van amandelen en peulvruchten en suiker. Het grappigst vond ik deze week de zogenaamde gevulde speculaas. Op een pakje stond “gevulde speculaas met echte amandelen”. Je gaat er dan toch vanuit dat er echte amandelen zijn gebruikt bij het maken van het spijs. Niets is minder waar. Die echte amandelen waren diegene die erop zaten! Nou vraag ik je. Dus mensen, lekker zelf maken, die gevulde speculaas.

Je hebt er wel amandelspijs voor nodig. Dat maak je met:

200 gr amandelen
200 gr suiker
geraspte citroenschil
sap van halve citroen
1 ei

De amandelen even aan de kook brengen, pellen en malen.
Vermengen met suiker, ei, suiker, citroensap, citroenrasp.
Dan nog een keer malen, en klaar is dit klusje.

gevulde speculaas

Voor de gevulde speculaas heb je nodig:

500 gr bloem
600 gr amandelspijs
20 gr.  speculaaskruiden
1 theelepel bakpoeder
zout
250 gr. boter
50 gr. gepelde amandelen
250 gr. bruine basterd suiker
1 ei

Je mengt de bloem en bakpoeder en snij de boter in stukjes.
De basterdsuiker ,kruiden, zout erdoor mengen en een deeg kneden.
Als het te droog is kan je een beetje water toevoegen.
Je laat het deeg nu een half uurtje rusten in de koelkast.
Niet te lang want anders moet je bijna een beitel gebruiken……..
Je rolt het uit tot een lap van 1/2 cm dik.
Zelf doe ik dat met behulp van twee latjes van 1/2 cm dikte.
Daar leg ik m’n deeg tussen en rollen maar. Je krijgt dan de deegplak overal even dik.
Je verdeelt de deeglap in twee gelijke stukken en dan de amandelspijs even groot en dik uitrollen. Dit plakt bij mij dus altijd vast aan m’n deegrol en daarom leg ik onder en boven mijn amandelspijs een velletje bakpapier. Dan een beetje aandrukken en als je wilt kan je de bovenkant versieren met sint of gewoon ruitjes maken.

Kinderen vinden dit een erg leuk karweitje en vooral de amandelen erop doen is een succesnummer. O ja, voordat je de amandelen erop doet even bestrijken met een losgeklopt eitje (voor de glans) maar dat hoeft niet hoor. Je bakt je speculaas op 175-200 C. in ongeveer 40 minuten gaar.
Laten afkoelen en dan pas van de plaat halen.

En weet je, al lukt het niet zo mooi als in de winkel, wat je met zorg en liefde voor je gezin bakt, is altijd lekkerder voor je gezin. Wij hebben in ieder geval nog niet meegemaakt dat de kinderen, als zijzelf meegeholpen hadden niet trots op het resultaat waren. Met deze sintrecepten kan er gewoon niets fout gaan! Onze kinderen kijken al uit naar de week voor Sint want dan begint het bakken. Ik wens alle ouders en kinderen een lekkere maar vooral gezellige en tevreden sinterklaasavond toe.

(Ik geef toe, een beetje ongezonde recepten maar dat mag best een keertje van de Sint)

Trudy de Haan, schoolkrant Zevenster Uden, datum onbekend)

Bisschopswijn uit Myra

Bisschopswijn hoort gewoon bij sinterklaasavond. Zelfs als je eigenlijk niet zo van warme wijn houdt, zou ik het nog maken. Al is het maar voor de heerlijke kruidige geur die het hele huis vult.

Voor 6 vuurvaste glazen:

1 fles rode wijn
i sinaasappel
2 mandarijnen
1 citroenschil
20 kruidnagels
1 kaneelstokje
4 eetlepels suiker

Doe de wijn in een pan
Boen sinaasappel en mandarijnen schoon
Prik er gaatjes in
Steek hierin de kruidnagels
Voeg vruchten en citroenschil bij wijn.
Samen met kaneelstokje en suiker.
Dek af en laat langzaam aan de kook komen.
Zet dan op het kleinste vuur, op een sudderplaatje
Laat 1 uur staan
Verwijder vruchten en kruiden.
Schep hete wijn in vuurvaste glazen

(bron onbekend)

.

Sint-Nicolaasalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldSint-Nicolaas

.

353-332

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St. Nicolaas (19)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – St. Nicolaas – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s