VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (28)

.

Gerbert Grohmann

‘leesboek voor de plantkunde”.

blz.106, hoofdstuk 28                                                                      alle hoofdstukken

.

HOE BLOEMPLANTEN FAMILIE VAN ELKAAR KUNNEN ZIJN.
OVER DE AARDAPPEL EN DE TOMAAT
Wie de bloemplanten zou willen indelen, moet zien te ontdekken hoe ze familie van elkaar zijn. Sommige lijken op elkaar als broer en zus; andere staan niet zo dicht bij elkaar. Het makkelijkst laten die planten zien van wie ze familie zijn, wanneer je hun bloeiwijze precies onderzoekt; maar ook aan bladeren, stengels, vruchten en zaden kun je veel herkennen. Zo wordt bv. de verwantschap van de aardappel en de tomaat niet alleen zichtbaar door de bloei, maar ook door de vruchten en de vormen van het blad.

Voor ons kan het om het even zijn hoe de aardappel bloeit en hoe de vruchten eruitzien, want we oogsten alleen maar de onderaardse knollen; bij de tomaat willen we daarentegen dat er juist veel heerlijke rode vruchten aan de bloemdelen groeien en dat die goed tot hun recht komen. Zo zie je dat de ene keer bloem en vrucht voor de mens niet van belang zijn of dat die juist de hoofdzaak zijn.

De plantenkundige bekijkt ze in beide gevallen met evenveel interesse: beide planten moeten familie van elkaar zijn, zegt hij, wanneer hij de overeenkomst in de bloeivorm ontdekt. Het is toch net alsof er kleine aardappelbloempjes aan de tomaat groeien, hoewel de tomaten een gele, de aardappel een witte of paarse bloemkleur hebben. In beide gevallen bestaat de bloemkroon uit vijf puntige, waaiervormige blaadjes en de bundeltjes meeldraden vormen in het midden een geel kegeltje. Maar ook de vruchten van de aardappel en de tomaat lijken erg veel op elkaar, want, zoals je in de herfst kunt zien, groeien er aan de aardappel kleine tomaten; alleen deze blijven groen en je kunt ze niet eten, omdat er gifstoffen in zitten. Toch moet er verwantschap bestaan  tussen tomaat en aardappel. Is je oog daar eenmaal op gevallen, dan vind je de verwantschap ook in de vormen van het blad. Maar toch. Wat zijn plantenbroer en –zus in ander opzicht verschillend.

De boer heeft niets aan de tomaatachtige vruchtjes van de aardappel. Die worden weggegooid. Voor degene die allerlei soorten wil kweken, zijn ze natuurlijk wel van nut. Hij laat ze rijp worden om het zaad te winnen, dat erin zit. Dat zaait hij uit, net zoals anders met de tomaten gebeurt. Zo krijgt de kweker nieuwe aardappelplanten. De boer daarentegen vermenigvuldigt zijn aardappelen op een heel andere manier. Hij neemt speciaal daarvoor uitgezochte knollen-de pootaardappelen, of poters – en plant die in de grond. Uit elk oog ontspruit nu een jonge loot. Gewoonlijk worden de pootaardappelen zelfs in stukken gesneden, als elk stuk maar een oog heeft. Dat kan de tuinman met zijn tomatenplanten helemaal niet doen, want de tomaat heeft geen onderaardse knollen. De stekken moeten uit zaden getrokken worden en midden mei, wanneer het gevaar van nachtvorst voorbij is, kunnen ze uit het kweekbed in de koude grond worden gepoot.

De tomaat houdt van licht en warmte. Hoe zonniger een jaar is, des te meer heeft ze het naar haar zin en des te mooier worden haar vruchten. Is het eenmaal zo ver, dat ze overvloedig in het blad schiet, dan verschijnt het ene blad na het andere, het houdt niet op en iedere keer komt in de buurt van een blad ook een bloemtrosje tevoorschijn. Zou de tomaat zo kunnen groeien als ze wil, dan zou bovendien uit iedere bladoksel ook nog een zijtakje komen. Maar de tuinman wil niet dat de plant helemaal overwoekerd wordt door blad, daarom laat hij maar één, hooguit twee sterke stengels groeien. Die okselloten, of wilde loten, zoals hij ze noemt, worden afgebroken. Je gelooft helemaal niet in hoe korte tijd zo’n wilde loot weer een zelfstandige tak wordt, als je hem laat staan. Het liefst zou de tomaat grenzeloos woekeren. Dat zie je ook al aan de gevederde blaadjes, want ze laat tussen die veerblaadjes weer kleine blaadjes uit de middennerf komen. Zo woekert de tomaat naar omhoog in het licht en vormt haar vruchten die toch weer niets anders zijn dan reusachtige grote bessen.

Het aardappelblad (onder) en het tomatenblad (boven) zijn verwant. Beide bladeren bestaan uit geveerde blaadjes, waarbij die van de tomaat nog eens geveerd zijn. Bovendien komen bij beide bladeren tussen de grote ook nog kleine uit de middennerf.

Ook de aardappel heeft de drang tot woekeren in zich; alleen hij woekert niet boven, maar onder de grond. Nog vóór de stengel de aardekorst doorbroken heeft, laat hij naar alle kanten zijscheuten groeien. Dat zijn de ondergrondse uitlopers, waaraan de aardappelen groeien. Wie namelijk zou denken dat de aardappelknollen wortelvormen zijn, vergist zich behoorlijk. Ondergronds kruipend en dik geworden stengeldelen: dat zijn de aardappelknollen. De voedingsstoffen (koolhydraten) die de bladeren in het zonlicht vormen, stromen ’s nachts in de ondergrondse knollen. Is het een wonder dat deze zo dik opzwellen? Ze schuwen het daglicht, deze koddige kobolden en ze willen in het donker woekeren. Wat leuk als ze er in de late herfst toch uit moeten. Dat ze werkelijk niets anders zijn dan verdikte stengels zie je daaraan dat ze ogen hebben, zoals een stengel en dat uit deze stengels scheuten komen, meestal in de kelder. Ook kun je nog zien dat de knollen groen kunnen worden, wanneer ze toevallig boven de grond uitkomen en door het zonlicht worden beschenen – soms komt het door de harde regen die de knollen blootspoelt. Dan gaan de knollen zich gedragen als plantendelen die boven de grond staan.

Aardappel en tomaat zijn broer en zus, in bloei, blad en vruchten, zo op elkaar lijkend en toch zo verschillend, ja zelfs tegenovergesteld, wanneer je hun manier van leven met elkaar vergelijkt!

Het is een groot verschil of wij vruchten eten die in het licht rijp geworden zijn, of knollen van een plant waarvan de stengels zich in de grond verstoppen.

Rätsel

Es hat keine Ohren,
der Dummkopf,
und die Haare
sind ihm ausgegangen.
Er hat viele Augen
und kann doch nicht sehen,
der arme Kerl!
Im Winter kommt er ins Haus,
aber er kommt nicht wieder heraus.

raadsels

Terug naar de inhoud

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

33-31

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

3 Reacties op “VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (28)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (29) | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: GROHMANN: LEESBOEK VOOR DE PLANTKUNDE-inhoud | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: WAT STAAT OP DEZE BLOG | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s