Tagarchief: vertelstof 3e klas; 3e klas vertellen

VRIJESCHOOL – 3e klas – Vertelstof – maak een schema

.

Het is een geruststellende gedachte wanneer je de vertelstof zo hebt ingedeeld, dat je op het eind van het schooljaar niet in tijdnood komt.

Indeling

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 3e klas – het leven in het Oude Testament (27)

.

ANDERE MIDDELEN VAN VERVOER

leven O.T. 1191. Vrouwen op reis
Assyrisch relief uit het paleis van Sanherib. De bekende geleerde Alfred Jeremias geeft dit plaatje om aanschouwelijk te maken, hoe men zich voorstellen kan de reis genoemd in Gen. 12 : 6. En Abraham is doorgetogen in dat land, tot aan de plaats Sichem. Oorspronkelijk waren de wielen één rond hout; van later tijd zijn pas de spaken in de wielen. Uit die latere tijd zijn ook deze tweewielige wagens; de bouw ervan geschiedde door wagenmakers, welke vooral onder de Elamieten gevonden werden. De twee vrouwen voor dragen beide een sluierkap, maar het gelaat is onbedekt; een ervan heeft een kruik.

leven O.T. 1202. Filistijnsche ossenkarren
De Filistijnen zijn herkenbaar aan hun vederhelm (a) die met een snoer of band bevestigd is; aan de helm is verbonden een halsbedekking. De Filistijnen zijn gewapend met lansen (b) en dolken (c). Zij worden hier voorgesteld in strijd met Egyptenaren. Het schild (d) der Filistijnen is rond. De ossenkarren (e) waarop vrouwen en kinderen zich bevinden, worden door vier ossen getrokken. De wagen of kar is vierhoekig, gemaakt van hout, of gevlochten takken. Als wielen dienen ronde houtschijven (ƒ). De vrouwen in de wagen houden de kinderen omhoog, smeekend om erbarmen. Dat een Filistijnsche wagen van hout is (1 Sam. 6 : 14) en door runderen wordt getrokken, vindt men ook in het bekende verhaal over de terugkeer van de ark (1 Sam. 6:7).

leven O.T. 1213. Wagens van Takkari
(een Aziatisch volk in de berichten der Egyptenaren). Zij rijden in karren met zware schijfwielen (a) getrokken door een vierspan ossen (b). De ene drijver met de stok in de hand drijft de ossen aan; de ander, die achterom ziet heeft een rond schild (c). De wagen is met een vierkante houten wand omgeven. In de wagen staat een vrouw, die een kind aan de bovenarm vasthoudt.

leven O.T. 122

4. Zadels van de kameel
Reeds in de dagen der aartsvaders is sprake van gezadelde kamelen (Gen. 37 : 25). De koningin van Scheba kwam te Jeruzalem met een zeer zwaar heir, met kemelen, dragende specerijen (1 Kon. 10 : 2). Behalve van lastkemelen spreekt de Bijbel ook van snelle kemelen (Jesaja 66 : 20; 60 : 6). Gewoonlijk legt een rijkameel 5—6 km. per uur af en loopt dan 8 tot 10 uur per dag en dat weken lang. Dat houdt geen paard vol. Om de last goed op te laden, wordt gebruik gemaakt van eigenaardige zadels; twee lange stokken aan weerszijden van het dier dienen om het draagvlak te vergroten. De kameelzadels worden dikwijls bewaard in de vrouwenafdeeling van de tent (Gen. 31 : 34).

leven O.T. 1235. Weg tussen steenmren
De handelslieden trokken langs grote internationale karavaanwegen (Genesis 37 : 25) en de eenzame reiziger langs een holle weg (Numeri 22 : 24) die door de wijngaarden loopt met een muur aan deze en een muur aan gene zijde. Tuinen, boomgaarden, wijngaarden en soms de groepen olijfbomen en vijgebomen zijn omsloten door een muur (a) (jedar). De jedar wordt opgebouwd van onbehouwen stukken steen. Deze los-ongestapelde muren zijn vaak vol stoffige gaten, die welkome schuilplaats voor slangen bieden (Prediker 10 : 8). De jedar wordt in de Bijbel gebruikt als beeld van Gods bescherming (Ezra 9 : 9; Micha 7 : 11); het deel van de goddelozen vergelijkt David met een muur die door de winterstormen is vernield (Ps. 62 : 4).

 

Overzicht: het leven in het Oude Testament

3e klas heemkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL  in beeld: 3e klas heemkunde

 

1063

VRIJESCHOOL – 3e klas – het leven in het Oude Testament (21)

.

HERDERS; SCHAPEN; PAARDENSTAL

leven O.T. 841. Herder met stok en staf 
De stok (a) is gewoonlijk van eikenhout; ± 60 c.m. lang, met een knop ter grootte van een goed uitgegroeide sinaasappel. Met behulp van een band kan de stok aan de gordel bevestigd worden of hij hangt als een rijzweep aan de pols. De staf (b) meet van 4 tot 6 voet en is gewoonlijk gemaakt van een tak van een olijfboom, die geschild wordt. De staf dient de herder bij het beklimmen van de rotsen, om takjes en bladeren af te slaan, om treuzelende of vechtende geiten te bestraffen en eindelijk om erop te leunen, wanneer hij wacht houdt over zijn kudde. De herder draagt een lang onderkleed (c) een soort mantel (d) een hoofddoek (e) vastgehouden met een band (ƒ); over het onderkleed een gordel (g); in de rechterhand de slinger.
leven O.T. 852. Slinger
Deze is gewoonlijk gevlochten van wol en heeft in het midden een 5 a 6 c.m. breed extra gevlochten gedeelte, waarin de steen komt te liggen in het midden van de holligheid des slingers (1 Sam. 25 : 20). Als slingerstenen werden gebruikt de kleine „gladde stenen” (1 Sam. 17 : 40) die men ’s zomers in de droge beddingen van de uitgedroogde rivierlopen opzocht en dan in de „tas voor de slingerstenen” (vert. Prof. de Groot) opborg (Bruijel).
leven O.T. 863. Herdersknaap met slinger
Als men de steen in de slinger gedaan heeft, steekt men de middelvinger van de rechterhand door het oog van de ene lus, houdt het andere, iets langere en smallere eind met dezelfde hand en slingert nu de slinger boven het hoofd. De kunst is, het snoer op het goede ogenblik los te laten, zodat de steen het doel treft.

 

leven O.T. 874. Herdersknaap de fluit bespelend
Bij de herdersknapen is het een geliefkoosde bezigheid om de kudde te kalmeren door op een schalmei (a) te blazen. Zij maken deze van riet. Er zijn 6 openingen; de knaap gebruikt van beide handen daarom drie vingers om te bespelen. In de Bijbel wordt er gewag van gemaakt als men het fluiten der herders tussen de kudden hoort (Richt. 5 : 16).
leven O.T. 885. Schaapskooien
De schaapskooien dienen om de kudden in de zomernachten een verblijf te verlenen. Een muur van los opgestapelde stenen is feitelijk de beschutting. Deze kooien moeten dan beschermen tegen „dief en rover” (Joh, 10 : 1). In de muur is een opening „de deur in de schaapskooi” (a). Voor deze deur ligt de deurwachter, gewoonlijk een der herders, ’s Morgens doet de deurwachter de deur open en de herders roepen de schapen (Joh. 10 : 2, 3).
leven O.T. 896. Paardenstallen van Salomo in Megiddo
Van Salomo wordt gemeld, dat Salomo had „schatsteden, en wagensteden en steden der ruiteren” (1 Kon. 9 : 17—19). Salomo kocht paarden en wagens uit Egypte (1 Kon. 10 : 28) en voerde die naar het noorden, om te verkopen aan de koningen van de Hethieten en de Syriërs (1 Kon. 10 : 29). Het vervoer geschiedde over de handelsweg, waaraan Megiddo lag. Bij de opgravingen zijn hier gevonden de stallen van Salomo. De stallen hadden de vorm van een lange hal, met afdelingen voor de paarden aan weerszijden van de middengang. Het dak werd gedragen door 2 rijen stenen pilaren; tussen die pilaren stonden stenen kribben. In de pilaren waren gaten, waardoor men een touw kon halen om de dieren vast te binden.
.

Overzicht: het leven in het Oude Testament

3e klas heemkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL  in beeld: 3e klas heemkunde

1034

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 3e klas – het leven in het Oude Testament (20)

.

WIJNGAARDEN; OLIJVENPERS

leven O.T. 77 - 00041. Wachthut in de wijngaard
In de vruchttuinen (bijv. in de komkommerhof Jes. 1 : 8) en de wijngaarden heeft men in de tijd van het rijp zijn en de oogst priëelachtige gebouwtjes: een takkendak op palen. Het is de wachthut (b) op de wachttoren (a) die in de wijngaard voorkomt (Jesaja 6 : 2) waar vaak de gehele familie ten tijde van de oogst in de hut woont: het hutje in de wijngaard (Jesaja 1:8). De hut komt in de Bijbel ook voor als zinnebeeld van bescherming (Ps. 27 : 5). Een hut kan instorten en vervallen; daarop doelt de belofte in Amos 9 : 11.

leven O.T. 802. Druivenoogst; druiventreden (Egyptische voorstelling).
Rechts is een priëel van wijngaardranken (a); daaronder staan de plukkers (b) die de druiventrossen (c) afsnijden. Links is de wijnpersbak (d) waarin de mannen staande de druiven treden (e). Beneden loopt de wijn uit de wijnpersbak in een kuip (ƒ); de wijn werd dan later in de kruiken (g) gebotteld.

leven O.T. 813. Treden in de druivenpers.
In de oudheid was bekend „persen treden” (Neh. 13 : 15) en beroemd is de uitdrukking in het sehone visioen van Jesaja: Waarom zijt Gij rood aan Uw gewaad? en Uw klederen als van een, die in de wijnpers treedt? Ik heb de pers alleen getreden (Jes. 63 : 2, 3).
Behalve de wijnpersbak (a) is er ook een wijnbak (b) (Jes. 5 : 2) de trog, waarin de getreden most of wijn vloeit; in de Statenvert. ook wel genoemd kuipen (Jer. 48 : 33). Het druivenpersen kan gebeuren doordat men een zwaar voorwerp door middel van een hefboom op de druiven drukt; of doordat mensen met blote voeten in de wijnpersbak treden (a). Uit de wijnpersbak vloeit de getreden wijn in een lagere trog of kuip, (b) die als een goot hier voor de wijnpersbak loopt.

leven O.T. 824. 5. Olijvenpers
De olijfolie in de dienst Gods werd gebruikt
1. als „olie tot de luchter”;
2. als „olie der heilige zalving”;
3. als onderdeel van het spijsoffer.

De olie tot de luchter en de zalfolie wordt omschreven als „zuivere gestoten olijfolie”;
voor het spijsoffer als „gestoten olie” (Ex. 27 : 20; 29 : 40; Lev. 24 : 2; Num. 28 : 5).
Om deze olie te verkrijgen werden de allerfijnste olijven uitgezocht. Deze werden dan in een stenen mortier gekneusd tot een brijachtige massa en daarna in een korf gedaan. De olie, die dan uit de korf druppelt, en dank zij de voorzichtige bewerking, in het geheel niet vermengd is met bestanddelen van het vruchtvlees of van de pit is de „zuivere gestoten olie”. Deze is blank en walmt bij de verbranding niet. Door nu de inhoud van de korf met stenen te bezwaren of onder de balk te plaatsen, verkrijgt men een tweede, ook nog uitnemende kwaliteit, de „gestoten olie”.
Om olie voor dagelijks gebruik te verkrijgen werd de olijvenbrij verder uitgeperst, waarbij ook de pitten verbrijzeld werden. Zo leverde de olijf al de olie af, die echter nu vermengd was met bestanddelen van vruchtvlees en pitten, dus veel minder zuiver was.
Dit geschiedde in een olijvenpers (a). Een rond zwaar stenen onderstuk was uitgehold, zodat er een cirkelvormige goot in was, waarin een zware ronde steen (b) door middel van een hefboom (c) gewenteld kon worden.
In de Bijbel is over dit olijvenpersen niets te vinden dan een verwiizing in Job 24 : 11 „tusschen hun muren persen zij olie uit”. [Bruijel],

leven O.T. 83

 

Overzicht: het leven in het Oude Testament

3e klas heemkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL  in beeld: 3e klas heemkunde

 

1029

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 3e klas – het leven in het Oude Testament – alle artikelen

.

Leven in het Oude Testament

[13] aardewerk
[45] afgoderij
[29] Assyrische strijders
[35] bomen
[46] borstlap/borstschild van hogepriester Aäron
[5] broodbakken
[10] burchten, torens en huizen
[37] dieren
[43] gebedsriem
[32] gevangenen
[33] gevangenis, Romeins soldaat
[34] graf – graven
[39] grote verzoendag
[15] handwerk
[40] heilige (der heiligen)
[43] heilige personen
[28] herberg
[21] herders, schapen, paardenstal
[42] Herodes’ tempel
[39] hogepriester
[46] hogepriester – borstschild Aäron
[1] houwelen, zagen, spaden
[8] huizen
[9] huis in Ur uit de dagen van Abraham
[6] jacht en visserij
[44] Kapernaüm synagoge
[28] karavanserai
[26] kleding
[2] landbouw
[17] maaltijden
[14] melk en water
[4] meten en malen
[3]  meten, wannen, zeven,
[19] muziekinstrumenten
[20] olijf- en wijnpers
[21] paardenstal, herders, schapen
[36] planten
[43] priesters
[33] Romeins soldaat, gevangenis
[25] schepen
[22] schrift (1)
[23] schrift (2)
[18] sieraden
[33] Romeins soldaat, gevangenis
[1] spaden, houwelen, zagen
[12] de stad en de muren
[11] gezicht op de stad Megiddo
[30] strijdmiddelen
[44] synagoge van Kapernaüm
[38] tabernakel
[42] tempel van Herodes
[41] tempel -voorhof
[16] tent; gebruiksvoorwerpen
[10] torens, burchten en huizen
[24] vaartuigen
[27] vervoermiddelen
[6] visserij en jacht
[41] voorhof van de tempel
[3] wannen, zeven, meten
[31] wapens
[14] water en melk
[7] werktuigen
[20] wijn- en olijfpers
[1] zagen, spaden, houwelen
[3] zeven, meten, wannen,

3e klas heemkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL  in beeld: 3e klas heemkunde

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 3e klas – het leven in het Oude Testament (19)

.

MUZIEKINSTRUMENTEN

 

leven O.T.  17

1. Harp uit Ur
Deze harp is een instrument met 11 snaren (a), schuin gespannen boven een rijkversierde klankbodem (b). De harp wordt met de hand bespeeld (1 Sam. 16 : 16, „dat hij met zijn hand spele”). In Israël werd het instrument lopende bespeeld; het werd dus gedragen en kon daarom niet groot zijn (1 Sam. 10 : 5; 2 Sam. 6:5). Het klankwerk is versierd met mozaïek en het einde is versierd met een ramskop.

 

leven O.T.  18

2. Joodse gevangenen die de lier bespelen
De gevangenen, waarschijnlijk mannen van Juda uit Lachis, trekken door een bergwoud, onder bewaking en toezicht van een soldaat, die een knots (b) in de hand en een boogtas (d) op de rug heeft. De gevangenen dragen een hemdrok en zijn barrevoets; een van hen gaat blootshoofds; de anderen hebben een kap met hoofdband. Typisch voor hen is het Joodse gelaat, de haarlokken, de korte volle baard. Zij moesten op hun tocht op hun lier (c) spelen (als zij, die ons gevangen hielden, de woorden eens lieds van ons begeerden, Ps. 137 : 3). De soldaat draagt laarzen (a); deze Assyrische soldatenlaarzen worden vermeld in Jes. 9 : 4.

 

leven O.T.  19

3. Assyrische cymbalist
De cymbaal bestond uit twee koperen bekkens (a) („hel klinkende cymbalen”, Ps. 150 : 5) die tegen elkander geslagen werden, en diende niet om de melodie te leiden, maar om de maat te doen uitkomen. Zij werden gebruikt bij de orkesten (1 Kron. 25 : 1; 2 Kron. 5 : 12; Ezra 3 : 10) bij optochten (2 Sam. 6:5).

 

leven O.T.  20

4. Assyrische pauk
In de tempels speelde men op manshoge pauken of keteltrommels: de doffe toon was ver hoorbaar. Verder had men draagbare exemplaren van cylinder- of kegelvorm. Met de knokkels of de vingers werd de trom geslagen. In Israël werd de handtrommel of tamboerijn vaak door vrouwen bespeeld (Exod. 15 : 20); deze trom was het geliefkoosde instrument bij volksfeesten en optochten, bij vrolijke gelegenheden en gaf bij het gezang, vooral als het met reidansen gepaard ging, de maat aan (Richt. 11 : 34).

 

leven O.T.  21

5. Assyrische dubbele fluit
De fluit werd oorspronkelijk (en nog wel) uit een riet vervaardigd; later ook uit brons. Veel werd de fluit gebruikt; fluitspel begeleidde de klaagzangen (Jer. 48 : 36; Matth. 9 : 23) en de vreugdeliederen.

 

leven O.T.  22

6. Egyptisch meisje dat de luit bespeelt
Het meisje heeft om haar haar een haarband (a) met een versiering van bloemen. Zij bespeelt de luit (b) met een plektron of plectrum. De luit is een
tokkelinstrument met peervormig achtervlak; een plectrum is een klein ivoren, houten, schildpadden of metalen plaatje, waarmee de snaarinstrumenten van de ouden bespeeld werden. In Israël lieten de aanzienlijken de luit van tandelhout maken (1 Kon. 10 : 12).

 

leven O.T.  23

7. Reidans met muziekinstrumenten (Egyptische voorstelling).
De vrouwen met palmtakken (a), handtrommels (b) en lieren (c) begeleiden de dans met muziek, terwijl een naakt kind een tak in de hand houdt. Dansen bij godsdienstige feesten met muziek kwamen ook in Israël voor („de dochters van Silo zullen uitgegaan zijn om met reien te dansen,” Richt. 21 : 21; in het midden de trommelende maagden, Ps. 68 : 26).
.
Overzicht: het leven in het Oude Testament

3e klas heemkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL  in beeld: 3e klas heemkunde

 

1024

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 3e klas – het leven in het Oude Testament (18)

 

SIERAAD

leven O.T. 1

1. Snoer uit Ras Sjamra
Bij de opgravingen van Oegarit (Ras Sjamra) werd o. m. dit snoer gevonden, dat blijkens de ligging dateert uit de 14e eeuw vóór Christus. Het snoer bestaat uit kralen van goud en zilver, kornalijn en barnsteen en parelen; buitendien is het versierd met enkele hangertjes (a).
Zulke snoeren waren in de oudheid zeer geliefd; men droeg ze in Oud-Israël („spanselen” Ex. 35 : 22; ketenen aan uwe hals; Spr. 1:9; halssieraad van het fijnste goud; Spr. 25 : 12; parelsnoeren; Hoogl. 1 : 10). Als hangertjes dienden halve maantjes en reukflesjes (Jes. 3 : 18 en 19).

 

leven O.T. 2

2. Spiegel (Egyptische zilverspiegel uit Byblos in Syrië).
De handspiegel bestond uit gegoten, convex geslepen metaal, vaak van zilver (daarom spreekt Elihu van de hemelen, die vast zijn als een gegoten spiegel, Job 37 : 18). Soms ook van andere metalen („hij maakte het koperen wasvat met zijn koperen voet van de spiegels der te hoop komende vrouwen, Exodus 38 : 8).

 

leven O.T. 3

3. Egyptische vrouw,
bezig zich te schminken, en een spiegel (a) in de linkerhand. „Zo blankette zij haar aangezicht en versierde haar hoofd” (2 Kon. 9 : 30).
Bij voorkeur werd gebruikt loodglans of stibium; het werd met een stift gesmeerd op de wenkbrauwen en wimpers om het oogwit sterker te doen uitkomen en de ogen groter te doen schijnen („al schuurdet gij uw ogen met blanketsel, Jer. 4 : 30; uw ogen beschilderd, Ezech. 23 : 40).

 

leven O.T. 4

4. Instrument voor het fijnwrijven van schminkpoeder
(Teleitat Ghas-soel). Het stibium werd met olie of zalf uitgewreven om als schminkpoeder gebruikt te worden. Het werd dan bewaard in schminkpaletten (als bij de opgraving van Sichem zijn gevonden); de naam van de jongste dochter van Job, Keren happûch kan betekenen: schminkhorentje of schminkdoosje (Job 42 : 14).

 

leven O.T. 5

5. Oorring uit Megiddo,
Oorringen („oorsierselen”, Statenvert. Gen. 35 : 4, oorring Num. 31 : 50) werden door vrouwen gedragen en door kinderen (de gouden oorsierselen, die in de oren uwer vrouwen, en uwer zonen, en uwer dochteren zijn; Ex. 32 : 2).

 

leven O.T. 6

6. Zegelring uit Jericho
Reeds in de tijd der aartsvaders was de zegelring bekend (Gen. 38 : 18): de zegelring dient als „ondertekening”.
De zegelring werd door de Israëlieten wel aan een snoer om de hals gedragen (Gen. 38 : 18), door de Egyptenaren aan de vinger (Gen. 41 : 42); later door de Israëlieten eveneens (zegelring aan Mijne rechterhand”; Jer. 22 : 24).

 

leven O.T. 7

7. Zegel van „Sjema,
dienaar van Jerobeam” uit Megiddo.
In het midden van het zegel is een brullende leeuw afgebeeld; er is op te lezen: „Sjema dienaar van Jerobeam”.
Met Jerobeam kan bedoeld zijn de tweede koning van die naam, die in Samaria regeerde van 783—743 voor Christus, terwijl Sjema dan zijn beambte was.
Het zegel is van jaspis en doet duidelijk uitkomen, hoe hoog de graveerkunst stond.

Overzicht: het leven in het Oude Testament

3e klas heemkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL  in beeld: 3e klas heemkunde

 

1021

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Salomo

 

Salomo

|

Salomo en Sheba, zoals ze zijn afgeheeld door de 15e eeuwse Italiaanse schilder Piero della Francesca. Door de eeuwen heen zijn Salomo en de koningin van Sheba favoriete onderwerpen voor de kunstenaars geweest. Er bestaan maar weinig aanwijzingen over hoe ze er hebben uitgezien. In dit voorbeeld draagt Salomo de hoofdtooi, die typerend was voor de Semitische mannen in de 15e
eeuw.

Salomo   1015-977 v. Chr.

Veel van de heuvels, meren, bronnen en andere natuurlijke kenmerken van het huidige Israël zouden de oude Israëlieten nog heel bekend voorkomen. Archeologen hebben steden opgegraven, die dateren uit de bijbelse tijd. De voor de inwoners van Israël meest heilige van al deze overblijfselen is de Klaagmuur in de Oude Stad van Jeruzalem. Deze muur grenst aan de rotsachtige heuvel, waarop koning Salomo in de 10e eeuw v. Chr. zijn schitterende tempel liet bouwen. Onder zijn regering bereikte het oude Israël een hoogtepunt, zowel van macht, aanzien als van economische voorspoed.
Salomo volgde zijn vader David als koning op. David was zijn leven begonnen als herder en tot het koningschap opgeklommen. Hij heerste over een rijk dat zich uitstrekte van Egypte tot aan de Eufraat. Salomo was niet de oudste zoon van David. Zijn moeder, Batsheba, drong er echter bij David op aan om Salomo nog tijdens zijn leven als zijn opvolger te kiezen, zodat over de troonopvolging geen meningsverschil zou ontstaan. Na de dood van David liet Salomo zijn rivalen en vijanden vermoorden, omdat hij er zeker van wilde zijn dat zijn gezag door niemand zou worden aangetast.

Door middel van huwelijken werden er verbonden gesloten met de buurstaten. Hij liet op strategische punten garnizoenssteden bouwen, waar hij troepen, paarden en strijdwagens legerde. Verafgelegen gebieden werden door de Israëlieten gekoloniseerd om de belangen van de regering en de handelslieden te beschermen. Israël werd verdeeld in 12 districten. De grenzen liepen dwars door de oude stamgrenzen, om samenzweringen te voorkomen. Elk district moest de koninklijke hofhouding van ongeveer 5000 mensen een maand van het jaar van voedsel voorzien.

De basis voor de economie in het rijk werd voornamelijk gevormd door de handel. De strategische ligging langs de belangrijkste handelswegen tussen Afrika, Azië en het Middellandse Zeegebied werd ten volle uitgebuit. Salomo liet alle karavanen die door zijn gebied kwamen, belasting betalen. Hij verkocht hen voorraden en kocht hun goederen, om ze elders met winst te verkopen. Hij ruilde ook Israëlische produkten, zoals koper, voor de produkten die in zijn eigen land schaars waren. Het is mogelijk, dat hij handel dreef met de koningin van Sheba. Sheba lag aan de Rode Zee, in Zuid-Arabië of in Oost-Afrika. De koningin van Sheba controleerde de scheepvaartroutes naar het oosten en dreef handel in goederen als goud, specerijen en edelstenen. Volgens de legende waren Salomo en de koningin van Sheba geliefden en kregen ze een zoon, die het koninklijk huis van Ethiopië stichtte. Salomo gebruikte de opbrengsten uit de handel om een enorm bouwprogramma te laten uitvoeren. Dit omvatte steden, forten en huizen voor een aantal van zijn vrouwen en buitenlandse kooplieden en gezanten. Maar het grootste deel van het geld werd besteed aan de bouw van een paleis, de beroemde Klaagmuur en een schitterende tempel in de hoofdstad Jeruzalem. De bouw van de tempel duurde zeven jaar. De tempel werd weelderig versierd met gebeeldhouwd cederhout, dat was bedekt met goud en edelstenen. Koning Hiram van Tyrus, een bondgenoot van Salomo, leverde het goud en het cederhout. Ook de bouwmeesters en ambachtslieden kwamen uit Tyrus. Na de voltooiing van de tempel plaatste men daar de Arke des Verbonds. Deze bevatte de tabletten, de stenen tafelen, met de Tien Geboden. Salomo wijdde de tempel zelf in. Duizenden schapen en ossen werden geofferd. Mensen uit alle delen van het rijk waren naar Jeruzalem gekomen om deel te nemen aan het feest, dat zeven dagen duurde. Uiteindelijk eisten het grote bouwprogramma en de koninklijke levensstijl van Salomo toch hun tol. De mensen gingen gebukt onder de hoge belastingen en de dwangarbeid, en werden rusteloos. De oude conflicten tussen de stammen kwamen weer naar boven. Salomo werd ervan beschuldigd zijn God te verloochenen voor de goden van zijn uitheemse vrouwen. Ook de door Salomo onderworpen staten zorgden voor moeilijkheden. Salomo hield het rijk voor de duur van de rest van zijn leven bijeen. Maar zijn zoon Rehabeam die hem opvolgde, was niet zo krachtig en kundig als zijn vader. De tien noordelijke stammen van Israël scheidden zich van het land af. Dit werd daardoor verdeeld in twee landen, Israël en Judea.

De tempel van Salomo bleef bijna 400 jaar staan. De tempel maakte Jeruzalem tot de godsdienstige zo niet politieke hoofdstad van de kinderen Israëls. Nadat de tempel van Salomo in 586 v. Chr. door de Babyloniërs was verwoest, werd hij later weer opgebouwd door de Romeinse heerser Herodes. Daarmee werd in 20 v. Chr. begonnen. De Romeinse keizer Titus vernietigde de tempel van Herodes in 70 na Chr. en verdreef de Israëlieten uit Jeruzalem. De tempel van Salomo werd nooit meer herbouwd. Slechts de westelijke muur van het platform waarop deze tempel stond, is er nog van over. Deze muur, de Klaagmuur, bleef een bron van inspiratie voor de Israëlieten van nu.
.
Salomo behoort ook tot de vertelstof van het Oude Testament in klas 3.
Jakob Streit heeft de bijbelse verhalen naverteld – een voorbeeld van wat beeldend vertellen is – in zijn ‘En het werd licht’
.
vertelstof: alle artikelen
.
932

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Mozes

 

mozes

Mozes

Er bestaan geen historische gegevens die aanwijzingen geven over hoe Mozes eruitzag. Toch hebben veel kunstenaars geprobeerd hem te portretteren. Het door de Italiaan Michelangelo gemaakte beeld van Mozes, is een van de bekendste voorbeelden. Dit werk uit de zestiende eeuw is te bezichtigen in de kerk van St.-Pieter in Ketenen in Rome.

In het Oude Testament wordt verteld, dat Jehova of Jahwe aan Mozes verscheen en hem vertelde, dat het zijn taak zou zijn om zijn volk te redden. ‘Wie ben ik, ’ protesteerde Mozes. Maar God hield aan en Mozes gaf uiteindelijk toe. Mozes leek niet de beste keus om het volk van Israël uit de Egyptische ballingschap naar het beloofde land te leiden. Hij stotterde en dit spraakgebrek maakte het voor hem moeilijk, de mensen toe te spreken. Hij had in het verleden een Egyptische bewaker vermoord om een andere Israëliet het leven te redden.
Na de aangrijpende ontsnapping uit Egypte zwierven de Israëlieten 40 jaar door de Sinaïwoestijn. Hun moreel leed daar natuurlijk zeer onder. Ze klaagden en Mozes kreeg overal de schuld van. Er waren er zelfs, die hem smeekten naar Egypte terug te keren. Mozes raakte ook zelf ontmoedigd. Maar hij bleef hopen op de hulp van God. Mozes wist de discipline bij zijn volk te herstellen en schonk hun het gevoel, dat ze een uitverkoren volk waren. Uiteindelijk bereikten ze veilig het beloofde land. Ze veroverden het en begonnen hun natie op te bouwen.

De Israëlieten, die door Mozes naar Kanaan werden geleid, haalden hun inspiratie en wilskracht uit de wetten, die door God aan Mozes waren doorgegeven. Op zijn beurt leerde Mozes deze geboden tijdens de 40 jaar durende exodus (uittocht) aan zijn volk. Het verhaal wil, dat Mozes de meeste van deze wetten tijdens de derde maand in de woestijn te horen kreeg. God gaf Mozes de opdracht de berg Sinaï te beklimmen. Daar openbaarde Hij hem de burgerlijke, strafrechtelijke en religieuze wetten. De Israëlieten moesten voortaan volgens die wetten leven. Mozes bracht bij zijn terugkeer twee tabletten (van gebakken klei) mee, waarop de belangrijkste wetten waren ge

schreven. Daarop stonden de Tien Geboden.
3 klas vertelstof Mozes
een paginagrote afbeelding uit de Grandval Bijbel uit de 9e eeuw. Mozes heeft van God, Yahweh, Jehova) de ‘Tafelen van de Wet’ gekregen en toont ze aan het volk Israel.

Mozes trok zelf niet met zijn volk het beloofde land binnen. Zijn werk was ten einde toen ze de grens hadden bereikt. Hij klom naar de top van de berg Nebo om een glimp van Kanaän te kunnen opvangen. Maar hij kwam nooit in Kanaän zelf. Hij stierf zoals hij was geboren, in een vreemd land.

De juiste bijzonderheden over de dood en de begrafenis van Mozes zijn niet bekend. Zijn geboorte is echter in een beroemd verhaal vastgelegd. Hij kwam, waarschijnlijk aan het eind van de 14e eeuw v. Chr., in Egypte ter wereld. De Israëlieten waren ongeveer 400 jaar eerder uit Kanaän, waar hongersnood heerste, weggevlucht en hadden zich in Egypte gevestigd. Het grootste deel van de tijd hadden ze daar in vrede en voorspoed geleefd. Hun aantal was gegroeid. De farao Ramses II was bang dat hun macht te groot zou worden. Hij onderwierp hen aan de slavernij. Toen de slavernij hun aantal niet deed afnemen, gaf de farao het bevel, dat alle nieuwgeboren zonen gedood moesten worden.

Mozes overleefde zijn kindertijd, omdat zijn moeder hem direct na zijn geboorte verborg. Toen hij een paar maanden oud was, zette zijn moeder hem in een mand in het riet langs de oever van de Nijl. Hij werd door niemand minder dan de dochter van de farao gevonden. Die adopteerde hem en voedde hem op als een lid van de koninklijke hofhouding.

Als volwassene ontdekte Mozes het lot van zijn volk en probeerde hen te helpen. De farao kreeg dit te horen en dreigde hem te laten vermoorden. Mozes vluchtte. Hij vestigde zich in het land

Midian in Noordwest-Arabië. Daar trouwde hij met de dochter van Jetro, de hoofdman van een stam uit Midian. Mozes hoedde de schaapskudden van Jetro en maakte lange tochten op zoek naar grasland. Op een dag, in de buurt van de berg Sinaï, kwam hij bij een brandend struikgewas, dat evenwel niet door de vlammen werd verteerd. Toen sprak God tot Mozes en gaf hem de opdracht zijn levenstaak te verrichten. Hij keerde naar Egypte terug en begon met de moeilijke taak de mensen ervan te overtuigen dat God tot hem had gesproken en hen zou helpen uit Egypte te vluchten. Hij werd daarbij geholpen door zijn broer Aäron, die welbespraakter was dan Mozes. De farao was niet zo snel overtuigd. Hij was niet geneigd de bevelen van een onbekende God te aanvaarden en nog minder was hij bereid een groot aantal van zijn slaven de vrijheid te geven. Maar Egypte werd door een groot aantal plagen getroffen. Het water van de Nijl werd bloedrood. Kikkers, luizen, vliegen en sprinkhanen teisterden het land. Uiteindelijk, toen elk eerstgeboren kind van elk Egyptisch gezin stierf, veranderde de farao enigszins van gedachten.
De Israëlieten werden voor deze plaag behoed. God had hun de opdracht gegeven een lam te offeren en het bloed ervan op de deuren van hun huizen te smeren, zodat ze zouden worden overgeslagen. De farao liet zich vermurwen. Hij was wanhopig over het verlies van zijn eigen zoon en de rampspoed die het land had getroffen. De Israëlieten slaagden erin te ontvluchten. Ze werden achtervolgd door Egyptische troepen, die hen bij de Rode Zee in het nauw dreven. Er stak een storm op, die het water van de Rode Zee opzij blies. Ze konden veilig de overkant bereiken. De Egyptenaren joegen achter hen aan, maar de wind begon plotseling uit een andere richting te waaien, waardoor de Egyptenaren allemaal verdronken. Volgens het Oude Testament was het God zelf, die zorgde voor de wonderbaarlijke ontsnapping van de Israëlieten uit Egypte. Hij bleef hen helpen bij alle beproevingen en moeilijkheden die daarna volgden. Mozes was Zijn woordvoerder. Door Mozes leerden de Israëlieten zich te zien als het uitverkoren volk en over hun opdracht om naar het ‘beloofde land’ terug te keren. Voornamelijk dankzij hem slaagden ze daarin.
.
biografieën: alle biografieën
vertelstof: alle artikelen
klas 3: alle artikelen
.
927

VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Abraham

 

abraham

AbrahamPortret door de 17e eeuwse schilder Guercino uit Bologna. Er bestaat geen enkel verslag over hoe Abraham er in werkelijkheid uitzag, dus maakte de schilder gebruik van zijn fantasie.

De geschiedenis van twee volkeren en drie gods­diensten begint ongeveer 1800 v. Chr. bij Abra­ham. Hij werd toen nog Abram genoemd. Hij was een eenvoudige herder, die in de omgeving van de stad Ur zijn kudden hoedde. Het Oude Testament stelt, dat Abram door God werd uit­verkoren om naar een nieuw land te reizen, Kanaän. Daar ontstonden volgens de overlevering uit zijn zoon Izaäk het joodse volk, het jodendom en het christendom, en uit zijn zoon Ismaël het Arabische volk en de islam.

Ur was één van de vele steden in de vruchtbare laagvlakte tussen de rivieren de Eufraat en de Tigris, in het huidige Irak, toen bekend als Mesopotamië. Het was één van de twee gebieden in het Midden-Oosten waar de mensen zich het eerst vestigden en waar beschavingen ontstonden. Egypte, in het dal van de Nijl, was het andere ge­bied. De boog van bevloeid land die hen verbond, werd de vruchtbare maansikkel genoemd. De meeste mensen in Mesopotamië waren Soemeriërs. Maar Abraham behoorde tot de stam van de Arameeën, die veehoudende nomaden waren. Oorspronkelijk kwamen de Arameeën waarschijnlijk van het Arabisch schiereiland en waren ze naar de bevloeide gebieden rond de steden getrokken om water en voedsel voor hun kudden te vinden.

Babylon 8

Niemand weet, waarom Abrahams vader Terah het besluit nam om uit Ur te vertrekken en naar Haran in het noorden te verhuizen. Hij zocht misschien beter grasland en koos Haran, omdat het een vriendelijke stad was, waarvan de inwoners dezelfde goden aanbaden als in Ur. Terah stierf in Haran en Abraham werd het hoofd van de familie. Volgens de legende sprak er in dezelfde tijd een tot dan onbekende God tot Abraham. Hij vertelde dat hij zijn vrouw Sara en zijn neef Lot moest meenemen naar een nieuw land. Abraham volgde de bevelen op en ging met Sara en Lot op reis. Hij trok dwars door de vruchtbare maansikkel, tot hij bij Kanaän kwam. Dat was een heuvelachtig gebied ten westen van de rivier de Jordaan. Daar verscheen God weer aan Abraham en zei: ‘Ik zal dit land aan uw nageslacht schenken.’ Abraham zette zijn tenten op, bouwde een altaar voor God, en liet zijn schapen grazen. In de jaren daarna maakte hij lange zwerftochten, soms helemaal tot in Egypte. Maar hij keerde altijd terug naar Kanaän, het land dat door God aan zijn nakomelingen was beloofd.

Abraham had nog steeds een probleem. Hij had geen kinderen. Sara was onvruchtbaar. Ze stelde voor, dat Abraham bij een andere vrouw een kind moest nemen. Dat was niet in strijd met de gewoonten van die tijd. Ze koos zelf een vrouw voor hem uit, haar Egyptische slavin Hagar. Niet lang daarna werd Hagar zwanger van Abraham. Maar Sara reageerde daarop door haar de woestijn in te jagen. God verscheen aan Hagar. Hij vertelde haar, dat ze een zoon zou baren, die ze Ismaël moest noemen. Hij zou de aartsvader worden van een eigen volk. Hagar keerde terug naar Abraham en bracht na enige tijd een zoon ter wereld. Later-werd ze weer naar de woestijn verdreven. God behoedde haar en haar kind.

Haar kind, Ismaël, groeide op en trouwde met een Egyptische, die hem twaalf zonen schonk. Deze zonen, hun vader en hun grootvader (Abraham) worden door de Arabieren beschouwd als de stichters van hun natie. Ismaël bleef niet Abrahams enige zoon. Volgens de legende verscheen God met een lijst geboden en openbaringen. Hij gaf Abraham opdracht zijn naam van Abram te veranderen in Abraham: de ‘vader der volkeren’. God onthulde dat Sara een zoon zou baren, die Izaäk moest gaan heten. Zowel Abraham als Sara lachten toen ze dat hoorden, want Sara was 90 jaar en Abraham 100. Maar binnen een jaar baarde Sara een zoon.

In het Oude Testament wordt verteld over de smart van Abraham, toen hij van God de opdracht kreeg zijn 12-jarige zoon Izaäk te offeren. Toch bereidde hij zich voor om Gods wil ten uitvoer te brengen. Hij bond brandhout op de schouders van zijn zoon. Samen beklommen ze de berg Moriah, waar het offer moest plaatsvinden. Abraham bond Izaäk vast en zette hem bovenop het hout. Toen hij op het punt stond om de jongen met zijn mes te doorsteken, weerhield God hem daarvan. Abraham had zijn geloof bewezen. De redding van Izaäk leek Abraham van nageslacht te verzekeren, maar zijn werk was nog niet voltooid. Er moest voor Izaäk een vrouw worden gevonden. Abraham wilde niet dat zijn zoon een van de vrouwen uit Kanaän zou trouwen. Zo’n bruid zou niet in zijn God geloven. Daarom stuurde hij één van zijn trouwste bedienden naar Haran om onder zijn eigen volk een vrouw te kiezen. De bediende vond Rebecca, de kleindochter van Abrahams broer Nahor.

In het begin leek het of Rebecca, net als Sara, onvruchtbaar was. Maar uiteindelijk baarde ze twee zonen, een tweeling: Ezau en Jakob. Ezau, de eerstgeborene, verkocht voor voedsel zijn recht van eerstgeborene aan Jakob. Het verhaal wil, dat de 12 zonen van Jakob de stichters waren van de 12 stammen van de kinderen Israëls.

Er gingen honderden jaren voorbij, voordat de afstammelingen van Abraham en Jakob een natie vormden en Kanaän als hun vaderland regeerden. Zij heersten er niet lang. Ze werden in alle windrichtingen uiteengejaagd.

Maar nooit vergaten ze Abraham en wat God had beloofd. Meer dan 2000 jaar later keerden ze terug om – in het land waar Abraham ooit zijn schapen liet grazen – de moderne staat Israël te stichten.

Zeer beeldend wordt over Abraham verteld in:
Jakob Streit: ‘En het werd licht’

alle biografieën

vertelstof: alle artikelen

922

VRIJESCHOOL – Vertelstof – 3e klas

.

laat je niet onaangenaam verrassen

Het thema van vertellen is in klas 3 (groep 5) het Oude Testament.

Ik heb veel kinderbijbels bekeken, maar wat vertellen betreft, gaat er m.i. niets boven de beeldende verteltrant van JAKOB STREIT.

Het zijn heel wat verhalen en in mijn eerste ‘rondje’ kwam ik – voor de laatste verhalen – in tijdnood.

Dat wilde ik in mijn daaropvolgende 3e klas niet nog eens laten gebeuren en ik maakte aan het begin van het schooljaar een schema.

Heel simpel: je hebt ongeveer 40 schoolweken van 5 dagen: dit is 200 keer,  wanneer je iedere dag vertelt. Dat behoort tot het dagelijks terugkerende lesonderdeel, maar het leven brengt mee, dat dit niet altijd lukt – m.a.w. je hebt iets minder dan 200 keer.

Ik vertelde uit de 3 Duitse delen, die nu in een vertaling in 1 boek zijn uitgegeven.

De Nederlandse uitgave heeft ca. 240 blz.  voor 200 dagen, dat is iets meer dan een bladzijde per dag. Voor mijn uitgaven zou dat betekenen dat je nu* ten minste al bij Henoch zou moeten zijn (ervan uitgaand dat het schooljaar half augustus is begonnen; e.e.a. hangt natuurlijk nog af van de vakantiespreiding), maar gezien het feit dat er in de kersttijd veel verteld wordt – ik las bijv. ’s morgens bij het (iedere dag) even branden van de adventskaars(en), meteen aan het begin van de dag, wanneer het buiten nog zo donker is, Maria’s kleine ezel voor – ook nog in klas 3 – (tot 3-Koningen) – en dan moet je niet nog eens veel meer willen vertellen – dat is toch wat onevenwichtig – en daardoor komt de vertelstof dan even wat minder aan bod. Wanneer je in december nog een deel van Abraham zou kunnen doen, lig je aardig op een ontspannen schema.

Dit, om onaangename verrassingen te voorkomen.

*begin november

.

3e klas: Oude Testament

3e klas: alle artikelen

vertelstof: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 3e klas

.

354-333

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

.