Tagarchief: Pinksteren

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (21)

.

LUILAK EN PINKSTEREN 

In Noord-Holland wordt nog steeds op vrijdag voor Pinksteren luilak gevierd. In sommige plaatsen zijn er bloemenmarkten waar de hele nacht door planten en bloemen worden verkocht.
Voor de kinderen zijn er spelen en wedstrijden. ’s Nachts om 12 uur worden grote vuren gebrand, waarvoor de jeugd al een week van tevoren brand­stof verzamelt. Jong en oud gaat er naar toe. De volgende morgen trekken de jongeren in alle vroegte door de straten met een hels lawaai van pannendeksels, lege blikken enz., proberen ze luid bellend en zingend:

“Luilak, beddenzak,
Staat om negen uren op,
Negen uren half tien,
Nog is luilak niet te zien”.

de “langslapers” wakker te maken. Daarna wordt er ontbeten met luilakbollen.
Ik heb met  de kleuters ook wel luilak gevierd. De luilak wordt zittend op een stoeltje rond gedragen door twee kleuters. Alle kinderen zingen: “Luilak, beddezak”, enz. Dit duurt eindeloos, ieder kind wil een keer luilak zijn.

De volgende dag is het Pinksteren. In deze tijd bloeit de pinksterbloem volop.

In Amsterdam heb ik een pinksterfeest meegevierd in de kleuterklas. Van tevoren worden versierselen gemaakt. De meisjes krijgen een bloemenkransje, de jongens een bruiloftsstaf.
De meisjes die naar de 1e klas gaan krijgen een lange jurk, de jongens een hes, de overige kinderen een sterrenkraag. Ieder versiert zijn spulletjes zo mooi mogelijk met papier. Alleen de pinksterbruid krijgt een witte jurk met sluier en aan haar pols een bandje met belletjes. Middenin de klas hangt de pinksterkroon. Op het feest worden eerst de bruid en de bruidegom aangekleed. Zij zitten hoger dan de andere kinderen, precies onder de pinksterkroon. Dit is een zeer plechtig moment.
Daarna worden de andere kinderen aangekleed. Vanaf de oudste. Als iedereen klaar is rinkelen de bellen en de stoet, met een stralende bruid en bruidegom voorop, zet zich in beweging, zingend:

Hier is onze fiere Pinksterblom
Ik zou hem zo graag eens wezen,
met de mooie kransen in het haar,
En met de rinkelende bellen.
Recht is recht,krom is krom ,
Gelieve wat te geven voor de fiere pinksterblom,
Want de fiere pinksterblom moet voor”.

Zo trokken ze door het Vondelpark naar het huis van één van de kleuters. Daar werd in de tuin beschuit met aardbeien gegeten en limonade gedronken.
Het was een bijzondere ervaring.
.

M.Gerretsen, in ‘Vrijblijvend’- datum onbekend

.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

172-163

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (20)

.
.

PINKSTERFEEST
.

Bron onbekend

 

Pinksteren is het feest van de vrijheid en van de toekomst. Alles in de natuur werkt daaraan mee. Alles staat uitbundig in bloei.
Vruchtbaarheidsriten en godsdienstige gebruiken uit de vóór-christelijke tijd worden in de na-christelijke tijd mei- en pinkstergebruiken.

Sommige streken van ons land kennen nog de pinksterbruid, een huwbaar meisje, symbool van de groeikracht in de natuur.
Ze wordt versierd met bloemen, linten en bellen en al zingend rondgedragen.

Wie geïnteresseerd is in de achtergronden van pinkstergebruiken, leze het desbetreffende hoofdstuk uit het boek ‘Jaarfeestenvan Henk Sweers, uitgeverij Christofoor.
Er staat ook veel in de Prismapocket ‘Nederlandse volksgebruiken bij hoogtijdagen’ (nr. 1814)  Dr.v.d. Graft.

Sprookjes, geschikt voor de tijd rond Pinksteren:
Assepoester, De drie talen, De kristallen bol, De witte en de zwarte bruid

Het Ierse sprookje ‘Vingerhoed’

.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

170-161

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

..

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (19)

.

KRANSEN VAN GROEN EN PAPIEREN BLOEMEN

De Pinksterbruid, zo wil de oude volkstraditie, wordt opgesierd met papieren bloemen.

Op de vraag waarom die bloemen juist met Pinksteren van papier dienen te zijn probeert onderstaand stukje een antwoord te geven.

‘De pinksterbruid krijgt kransen om het hoofd van groen en papieren bloemen’.
Zo wil de oude volkstraditie. En ieder jaar is dit voor velen weer een raadsel. Want het doet ergens nogal absurd aan op een moment dat de natuur ons rijkelijk bloemen en bloesems schenkt, papieren bloemen te gaan maken, die natuurlijk lang niet zo mooi zijn als de echte. Is het puur nabootsingsdrang of is het omdat de versieringen die we maken beter houdbaar zijn?

Oude gebruiken zijn vaak ontstaan uit een soort instinct, een onbewust weten van de geheimen en de zin van het leven en van de ontwikkeling van de aarde en de mensheid. In de viering van de jaarfeesten wordt daar iets van zichtbaar. In onze tijd willen we we­ten waarom we iets doen, anders verliest het zijn waarde. Als je met zo’n raadsel rond­loopt kan het je gebeuren dat je op een keer iets tegenkomt: een gedachte of een uit­spraak van iemand die je op het spoor zet van een antwoord. Wat het maken van papieren bloemen met Pinksteren betreft kun je zo op het volgende komen.

Buiten in de natuur worden we in deze tijd overladen met bloemen. Het is een stuk god­delijk scheppingswerk, die hele plantenwe­reld, een geschenk uit de kracht van de ‘Hei­lige Geest’ zou je kunnen zeggen. De mens heeft daar niets aan gedaan. Maar de mens heeft zelf ook een vonkje van die scheppen­de geestkracht in zich en is daarmee creatief bezig – hij vormt van alles uit de materie, vormt voorwerpen: gebruiksvoorwerpen, ge­reedschap, machines, maar ook kunstvoor­werpen, bouwwerken, enzovoort. En door­dat hij dat doet, maakt hij zich een beetje vrij van die materie, want dat stukje materie dat hij omgevormd heeft, heeft dan zijn functie voor die creativiteit gehad, daar kan hij zich nu van distantiëren. Maar ook de materie zelf wordt door de menselijke bewerking in zekere zin bevrijd. Want het maakt toch een heel verschil of je bijvoorbeeld een brok steen voor je hebt of een beeldhouwwerk uit diezelfde steen. De materie wordt door onze creativiteit en ar­beid een beetje vermenselijkt, dat wil zeggen een beetje vergeestelijkt en daarmee bevrijd uit zijn toestand van vormloosheid en indifferentie. Natuurlijk gebeurt dit niet alleen met Pinksteren. Mensen zijn voortdurend vor­mend bezig. Maar door op een moment iets te doen dat absurd lijkt, merk je pas waar je eigenlijk mee bezig bent.

In het Jonasboekje ‘Jaarfeesten’ vertelt Henk Sweers over de traditionele versieringen rond het pinksterfeest. Het is interessant dat die versieringen bij alle pinkstergebruiken altijd gemaakt worden van ‘mooimakersgoed’ (ge­kleurd papier). Vroeger bewaarde men het hele jaar door gekleurde papiertjes, pakpa­pier en dergelijke.

Het pinksterfeest is het feest van het Ik van de mens dat zelf actief wordt. Behalve bloemen werden er ook pa­pieren waaiertjes gemaakt die werden opge­hangen aan de pinksterkroon waaronder de pinksterbruid plaats nam.

De papierkunst is trouwens een echte volks­kunst. Wie bijvoorbeeld wel eens iets gezien heeft van de kleurrijke knipsels van Johann Jacob Hauswirth zal hier zeker door gefasci­neerd zijn. Johann Jacob Hauswirth werkte in de bossen van het Pays d’Enhaut (Duits/ Frans grensgebied) als kolenbrander. Hij was een eenzaam, ongeletterd man, die in een eigenhandig gebouwde boshut woonde (hij stierf in 1871, hoe oud hij toen was, wist nie­mand). Zijn leven is een mysterie en er is weinig over bekend. Hij moet op latere leef­tijd de schaar ter hand hebben genomen en werd in korte tijd grandioos in de knipkunst. Hij was een schuwe zwijgzame man en ten gevolge van een ongeluk liep hij moeilijk. Zijn knipsels gaf hij aan de kinderen op straat in ruil voor hun snoeppapiertjes. Vaak verkocht hij grote geknipte taferelen bij de boerderijen. Met zijn grove vingers kon hij geen gewone schaar hanteren en hij had daartoe twee rondjes van ijzerdraad op maat van z’n vingers aan de schaar bevestigd. Hij moet een hele rijke binnenwereld gehad heb­ben om op zo’n manier de materie te kunnen overwinnen. Je vermoedt zeker niet zo’n mens achter de ragfijne huppelende herten en de kantachtige patronen van de alpenwei­den.

pinksteren 24

Een groot kunstenaar spreekt uit deze knip­sels. Hauswirth had weinig contacten, dus de beelden moesten uit een andere ervaringswe­reld stammen. Het geeft mij het gevoel of ze regelrecht uit zijn ziel in de schaar overgin­gen: oeroude symbolen verweven met het dagelijks leven in de gang der seizoenen. Hij was dan ook volledig weg uit de wereld als hij bezig was met z’n knipsels. Een oude vrouw vertelde, hoe zij als kind hem een hele middag op een steen had zien zitten knippen zonder te merken dat een geit één voor één de gekleurde knipsels opat!

pinksteren 31

Ter versiering van de pinksterbruid en de pinksterkroon volgen hier beschrij­vingen voor het maken van papieren bloe­men.
.

Tineke Geus en Annet Schukking, ‘Jonas’10, 13 mei 1983

.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

.

168-160

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (18)

.

HET PINKSTERFEEST

Het pinksterfeest is het feest van de vrijheid. Zolang de mens van zijn lichaam afhankelijk is, blijft hij slaaf van dat lichaam. Vrij wor­den kan hij alleen, als hij zichzelf terugvindt in de geest. Op het innerlijke paasfeest gaat hij beseffen, dat hij weliswaar in een uiterlijk lichaam woont, maar dat zijn ware wezen iets innerlijks, iets geestelijks is. Met Pinkste­ren kan hij de geest, die hij in zichzelf heeft gevonden, vrijwillig vullen met een inhoud, die niet tot de materiële wereld behoort. Als ik over ‘mij-zelf’ spreek, heb ik het dan niet over mijn geest? Ons ware ‘Zelf’ is een geestelijke werkelijkheid. Die wereld van de geest noemt men ‘de hemel’. Op aarde wordt de mens ik-zegger, ik-zoeker zelfs. Hij groeit er op tot een zekere zelfstandigheid, tot een individu, afgescheiden van de dingen buiten hem. Maar daar gaat hij dood. Zijn aardse ik was slechts een spiegel van zijn werkelijke wezen. Er is een kloof tussen dit Zelf en ons aardse ik. Tussen hemel en aarde ligt een af­grond. Een zelfde afgrond ontdek je tussen alle mensen op aarde en ook tussen de mens en God. Want voor wie is God nog een wer­kelijk levend begrip? ‘God is dood,’ schreef Nietzsche. Voor ons aardse wezen is God ver weg. En als iemand het gebed, dat Christus ons leerde, bidt, waar is dan de ‘hemel’ waar ‘onze Vader’ is?

De hemel is overal, in ons en buiten ons. De grote Spaanse mystica Theresia van Avila schreef eens in een’brief: ‘Men kan God in alle dingen vinden. Als ge in uw keuken zijt, is Hij u nabij tussen de potten en pannen.’ De apostel Paulus schreef hierover aan de Romeinen (Rom. 8:14-18): ‘Allen die han­delen in Gods geest, zijn Gods zonen, Ge hebt toch niet opnieuw de geest van slavernij in vrees aanvaard, maar ge hebt aanvaard de geest van adoptie, waardoor wij roepen: “Abba, Vader!” Want de geest zelf legt ge­tuigenis af met onze geest, dat wij kinderen van God zijn. Indien kinderen, dan ook erf­genamen: erfgenamen van God, mede-erfge­namen van Christus, wanneer wij inderdaad met hem lijden, zodat wij met hem worden geopenbaard. Want ik ben er van overtuigd, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de toekomstige heerlijkheid, die onthuld zal worden aan ons.’

Pinksteren, het feest van de vrijheid en de liefde, want liefde en vrijheid kunnen niet bui­ten elkaar. Het feest van de geest. Het feest van de toekomst. Een bewustzijnsfeest.

Als de hele natuur van de dood is opgestaan, als alles bloesemt en bloeit, dan vieren de christenen het feest van wat zij noemen de Trooster, de Levende Bron, het Vuur, de Liefde en de kracht schenkende Geest.

‘Plot­seling kwam er een geruis uit de hemel als van een hevige windvlaag en vulde het hele huis waar zij vergaderd waren. Vurige tongen zetten zich op ieder van hen neer. Allen werden vervuld van de Heilige Geest en begon­nen verschillende talen spreken.’ (Hand. 2, 24).

Het is vijftig dagen na Pasen, tien na Christus’ hemelvaart. Na zijn opstanding, totdat hij de hemel binnenging, was Chris­tus in een bepaalde gedaante nog zichtbaar voor zijn leerlingen. Toen ging hij in de gees­telijke wereld. Maar hij is niet onbereikbaar geworden. Integendeel, nu kunnen wij hem overal ontmoeten. Hij kan ons leiden, over de afgrond heen, tot elkaar en tot de Vader van al wat is.

In de gaven van de opnieuw ontwaakte natuur beleefden de christenen vroeger nog de gaven van Gods heilige Geest, de openbaring van zijn kracht. Zo kregen de talloze vrucht­baarheidsriten, de godsdienstige gebruiken uit de vóór- christelijke tijd een nieuwe in­houd. Zeer veel mei- en minneliederen wer­den tot geestelijke liederen, waarin Christus werd bezongen als de bruidegom van de ziel.

Luilak
Luilak is de zaterdag voor Pinksteren. Hij die dan ’t langste slaapt, is de ‘luilak’. Oorspron­kelijk was dat de nieuwe mysterie-ingewijde, die door de priesters in een doodsslaap was gebracht, na 3½ dag eruit was gewekt en daardoor helderziende was geworden. – Hij moet ons trakteren!

Mei- en pinkstergebruiken vallen in de na-christelijke tijd vrijwel samen. Zijn eigen lief, ‘sinen boel’, zijn betere helft ter ere plant iedere jonkman op de eerste meidag voor haar huis of op haar dak ‘den coelen mei’ (de objectieve mei?). Deze takken spreken een voor ieder verstaanbare taal: fijne sparrentak—goedheid; dennentak — gestadige liefde; berkentak — goed en schoon; maar: kersentak—veranderlijk;  hagedoorn – stekelig, katjes —niet zonder handschoenen aan te pakken; bosje biezen – houdt het met iedereen. Wat staan de meisjes op 1 mei vroeg op, om te kijken wat haar ‘mei’ is! Een goede tak laten ze natuurlijk zo lang mogelijk staan.

Maar er is ook één grote, gemeenschappelijke meiboom of ‘Pinksterboom’ van wel 10 me­ter lang. Die is opgesierd met bonte papieren en slingers en wordt midden op het dorps­plein geplant. Daar dansen gelieven en ge­huwden, jong en oud tot Cinxendag (Pink­sterdag) omheen. Tenslotte werpt men de boom in het stromende water.

Pinksterbruid
Ieder huwbaar meisje is meibruid. Maar met Pinksteren is er één pinksterbruid of ‘pinkster-bloem’. Heel vroeger werd de luilak de pinksterbloem. Het kon toen ook even­goed een man of jongen zijn. De pinkster­bruid is niet alleen de lentebruid, het sym­bool voor de groeikracht der natuur, zij is vooral het beeld van de gesluierde Isis, de on­zichtbare geest der aarde, de maagd, die be­vrucht wordt door de Heilige Geest. Natuurlijk waren de details in iedere streek, zelfs in ieder dorp, verschillend. De voor­naamste symbolen waren overal hetzelfde. Onder de ‘hemel’, die ook ‘pinksterkroon’ heet, soms zelfs in een ‘groen huisje’ neemt de pinksterbruid plaats. Plechtig wordt zij ‘gespeeld’ (versierd) en behangen met pinksterbloemen (die heten zo, omdat zij voor dit feest werden gebruikt, niet omdat zij pas met Pinksteren zouden bloeien), met vele sieraden, versierselen en met bellen. Om haar hoofd krijgt zij een of meer kransen van groen en papieren bloemen. Meestal wordt zij gesluierd. Zij is omgeven door vele bruids­meisjes en – jonkers. Enkele van de jonkers hadden in Drente een versierde stok, de ‘bru-loftstok’ in de hand. Dat waren de ‘wasschupneugers’ (uitnodigers voor het gast­maal).

Dan begint de plechtige ommegang door het dorp. Voorop wordt op een stoel gedragen of loopt de pinksterbruid. De uitnodigers liepen de stoet vooruit, klopten met hun stok op alle deuren en riepen:
‘Ziet, uw bruugom komt!’ Het lied dat bij de omme­gang gezongen wordt, luidt op Terschelling aldus:

Hier is onze fiere Pinksterblom
En ik wou hem zo graag eens wezen.
Met zijn groene kransen om het hoofd
En met zijn klinkende bellen.
Recht is recht.
Krom is krom.
Belief je wat te geven voor de fiere Pinkster­blom
?

Want de fiere Pinksterblom moet voort.

Enkele varianten doen ons misschien de afkomst van het ‘fiere’ begrijpen, want in Cuyk (Noord-Brabant) zong men bijvoorbeeld:
‘Vierge, vierge Pinksterblom’.
Komt dat van het Franse ‘vierge’ (maagd)?
De zegekrans om het hoofd is het beeld der ‘gloria’, in het Nieuwe Testament het Latijnse woord voor ‘verheerlijking, openbaring’.
Zilveren bellen zuiveren de atmosfeer (vgl. Psalm 150).
De duivel is voor dat gerin­kel even bang als voor klokgelui. In dit lied is de bloem mannelijk. Wat doet in de hemel het geslacht ertoe?
Mineralen, stoffen zonder leven, zijn recht en hoekig. Levende wezens, planten, dieren en mensen vertonen gebogen, kromme lij­nen. Zo is ‘recht’ ‘dood’ gaan betekenen en ‘krom’ ‘leven’. De weg naar de geestloze helledood is breed en lijnrecht, het pad naar de hemel van de geest krom en bochtig. Wilt u uw gedachten en daden ‘geven’ aan de mensheid? Want zij moet voort, het licht te­gemoet.

Het is interessant, dat de versieringen bij alle pinkstergebruiken – enkele bloemen, zoals pinkster- en boterbloem, uitgezonderd — al­tijd gemaakt worden van ‘mooimakersgoed’ (gekleurd papier). Vroeger jaren bewaarde men daartoe het hele jaar door kleurige pa­piertjes e.d.

In onze tijd, die bedolven is onder een pa­pierlawine, gebruikt men crêpepapier, sits, zijdevloe enz. Echte bloemen horen bij het Midzomerfeest, bij St.- Jan. Het pinksterfeest is nl. niet zozeer het feest van de scheppende aardekrachten, maar van de scheppende menselijke geest, die op aarde pelgrimeert naar Gods Geest. Daarom maakten allen tesamen zelf de zelf bedachte versieringen voor het pinksterfeest: slingers van papier of stof, allerlei fantastische papieren figuren en fictieve, exotische bloemen. – De meietak en de pinksterboom zijn één. Alle bruidjes versie­ren samen de pinksterbruid. Ik werk tesamen met alle mensen der aarde. Dat is een gevoel, dat sinds Christus’ verbin­ding met de aarde en sinds het eerste pink­sterfeest steeds actueler wordt. De volks­geest wordt steeds meer de geest der mens­heid. De kracht die in deze ontwikkeling werkt is afkomstig van wat het Christendom de ‘Heilige Geest’ noemt. En in het gezamen­lijk lijden en worstelen der mensheid om die Geest te verwerven, zal ieder zijn persoon­lijke taak, de opdracht van zijn eigen Zelf van leven tot leven vinden, dankzij de hevige windvlagen, die ruisen door ons huis en die vurige tongen, die vlammen boven ons hoofd.

Dan zullen u en ik een taal gaan spreken, die over heel de wereld wordt verstaan. Want ‘de fiere, vrije pinkstergeest moet voort.’

Henk Sweers, ‘Jonas”nr.20, 4 juni 1976

.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

.

167-159

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (17)

.

PINKSTEREN, TEGENWOORDIGHEID VAN GEEST

Het is al vele jaren geleden, maar ik herinner mij het voorval als de dag van gisteren. De weg door de bossen was niet erg breed. Er liep geen witte on­derbroken lijn over het midden, en er was nergens een aanduiding van hoofd-of zijwegen. Overal zwijgend bos om ons heen. Ik zat achter het stuur; naast mij een moeder, hoog zwanger van haar derde kind. Ze vertelde me iets, maar ik luisterde met een half oor. Het was of ik gespannen ergens op wachtte en ik wist niet waarop. Het zicht was zo slecht met al die bomen en zonder wegbakens. En toen was daar plotseling de krui­sing, geen waarschuwing, geen ver­keersbord. Ik keek naar rechts en zag de auto aankomen. ‘Waarom rijdt die man zo hard op een zijweg?’ schoot het door me heen, en vaag drong een driftig getoeter tot me door. Op dat­zelfde moment hadden mijn handen het stuur al omgegooid. We sloegen keurig rechtsaf en even later bracht ik de auto tot stilstand in de berm, vlak­bij een ANWB-bord. Ik slikte even en zei toen rustig: ‘Zullen we even kijken waar we heen moeten?’ De vrouw naast mij knikte, ze had niets gemerkt, dacht dat het zo hoorde. Maar ik voelde de wiekslag van de engel die over het ongeboren kind waakte, langs mijn verhitte gezicht strijken.

Van buitenaf gezien noemt men dat: tegenwoordigheid van geest. Maar wiens geest is er dan tegenwoordig? Het was niet mijn gewone aardse be­wustzijn, dat mij de reddende hande­ling deed verrichten. Mijn handen ge­hoorzaamden op dat moment heel duidelijk aan iets dat boven mij of om mij heen sterk voelbaar aanwezig was. Een handreiking uit het gebied van de geest? In ieder geval een moment van genade uit de wereld waar het ongebo­ren kind nog helemaal thuishoort. Maar ook ik heb er toegang toe, zo nu en dan, anders was de ingreep niet ge­lukt.

Een stille vreugde kan je vervul­len als je merkt, soms, en altijd onver­wacht, dat de verbinding met de we­reld van het onzichtbare niet geheel verbroken is. Het openhouden van de toegangspoort gaat niet vanzelf. Er groeit zoveel onkruid voor. Je moet eindeloos wieden en na korte tijd komt er weer ander onkruid op, dat alles dreigt te overwoekeren. Geen be­tere oefening voor het geduld dan het schoonhouden van de eigen, innerlijke tuin!

De tijd van het jaar
De maand juni is genoemd naar de go­din Juno, de gemalin van Jupiter, de oppergod der oude Romeinen. Konin­gin van het hemelgewelf was zij met de blanke lelie en de trotse pauw als kenteken naast zich. Als de pauw loopt te pronken met de fonkelend blauwe waaier van zijn prachtige staart, dan kijken de vele ‘ogen’ je aan als een sterrenhemel in het klein. En Juno was heerseres in het rijk van de sterren. Op vele oude schilderijen zie je pauwe­ogen geschilderd op de vleugel van en­gelen. Een stuk van de hemel dragen ze met zich mee, en waar zij komen, kijken al die sterre-ogen ons aan, kij­ken vol belangstelling naar wat er in de wereld der mensen gebeurt. Soms, als je de ernstige blik van een heel jong kind ontmoet, kun je dat ook ervaren: door het kind heen kijkt de wereld van de geest ons aan, kijkt naar ons doen en laten, naar ons vallen en op­staan.

Godin van de vruchtbaarheid, van alles wat groeit en bloeit, van wat ontkie­men wil – dat was Juno ook. Dat vin­den we nu nog terug in de pinkster­bruid met alle gebruiken die daar bij horen.

Vanaf het lentepunt in maart, de dag-­en-nachtevening, stijgt de zon in een versnelde beweging naar zijn hoogte­punt toe. De boog boven de aarde wordt steeds groter en hoger. De zon wordt steeds warmer en hij blijft steeds langer bij ons. De maand juni is misschien wel de moeilijkste tijd om je te concentreren op ‘denkwerk’. Het liefste zou iedereen van de warmte, van de zon, van het leven willen genie­ten zoals kinderen dat doen: lekker kledderen met water en zand, of ma­deliefjes plukken in het gras en kran­sen vlechten, of zomaar wat zitten dromen op een muurtje. Luchtig, speels, schijnbaar zonder doel, zonder aardezwaarte huppelt het kind door het leven. We zijn er jaloers op, want we zijn dat kind in ons kwijt geraakt. Maar eens in het jaar kunnen we weer iets proeven van die lichtheid, van die zonnigheid in de maand van de Twee­ling, de maand van het kind.

Het feest, toen en nu
Pinksteren is al een oeroud feest. Lang voor het begin van onze jaartelling vierden de Israëlieten, 7 weken na het Paschafeest, het feest van de eerste ga­ven van de opnieuw ontwaakte natuur, het feest van de eerstelingen. De rook steeg op van de brandoffers in de tem­pel en droeg de dankbare gebeden van de gelovigen mee omhoog naar de god­heid.

Er werd echter nog een andere gebeur­tenis herdacht met dit feest, een ge­beurtenis waarbij het fundament gege­ven werd voor de hele joodse samenle­ving door alle komende eeuwen heen: het ontvangen van de tien geboden door Mozes. De wetgeving ging ge­paard met donderend onweer en laaiend hemelvuur. De machtige, leidende en ordenende geest gaf op niet mis te verstane wijze blijk van zijn tegen­woordigheid, zodat de zwervende Is­raëlieten met ontzag werden vervuld. Onder bliksemend vuur werden zij tot een volk gesmeed, tot een ‘samen-ho­rend’ geheel. Onder dwang werden de rondzwervende zielen tot een eenheid samengevoegd, gehoorzaam aan één God en zijn gebod. Het antwoord op de vraag ‘waarom?’ lag enige eeuwen later, toen het kind van Maria geboren werd in Bethlehem, de stad Davids.

Hoe geheel anders beleven we Pinkste­ren in christelijke zin! Naar het tijd­stip komt het nog overeen met het ou­de feest der Joden: de vijftigste dag na Pasen of wel 7 weken later. Om een vermoeden te krijgen waar het verschil zit, moeten we de Handelingen der apostelen opslaan. Daarin wordt immers beschreven wat er op die ene bij­zondere pinksterdag gebeurde:
‘Toen dan de dag van het pinksterfeest aan­brak, waren zij allen bijeen. En plotse­ling klonk er uit de hemel een geluid als het waaien van een machtige wind en vulde het hele huis waar zij gezeten waren’.
Hier is reeds een eenheid aan­wezig, de discipelen en andere leerlin­gen die daar bij elkaar zijn in de zaal, voelen zich één door alles wat zij in de afgelopen drie jaar hebben meege­maakt en doorgemaakt. Die machtig waaiende wind is als een geweldige adem die op hen blaast. Het doet mij denken aan het verhaal van de schep­ping van de eerste mens, van Adam: God blies zijn adem op hem, zodat hij tot leven kwam. Het bloed ging stro­men, hij werd warm van een innerlijk vuur en hij kon spreken. Zo werden de leerlingen van Jezus gegrepen door een innerlijk vuur, dat zij bij elkaar schouwden als vurige tongen, die zich op hun hoofden neerzetten, op ieder van hen individueel.
De wolken van Hemelvaart klaarden op, stralend en helder stond een innerlijke ‘wetgeving’ voor hun geest. Buiten werd het feest gevierd van de eerstelingen van de na­tuur; binnen voltrok zich het mystiek gebeuren van de eerste gaven van de Heilige Geest, de Trooster waarover de Christus zo dikwijls gesproken had, toen hij nog op aarde rondwandelde. De discipelen wisten nu wat zij moes­ten doen. Er was een einde gekomen aan hun innerlijke onzekerheid. Ook zij waren enige tijd ‘zwervende zielen’ geweest. Maar nu brandde in hen dat vuur dat hen noopte tot spreken, en zij gingen naar buiten en begonnen te spreken over de machtige daden Gods.

Op dood spoor?
Zo werd het oeroude pinksterfeest van binnenuit vernieuwd, zoals ook het oude paschafeest van binnenuit ver­nieuwd werd door de inzetting van het heilig avondmaal. Pinksteren werd een feest van de toekomst. Het zoeken naar een gemeenschap van individuele zielen was begonnen. Het bleek een hele lange weg te worden. Zo zeker als de eerste discipelen zich voelden van zichzelf en van elkaar, zo onzeker gin­gen de mensen na hen zich gedragen met betrekking tot de heilige Geest en de innerlijke wetgeving. Hoe groter de onzekerheid werd, hoe meer de hoge kerkelijke autoriteiten vergaderden, en hoe meer zij trachtten vast te leggen in leerstellingen, in dogma’s. Zij waren niet meer zo direct bezield met een heilig weten, dat door ieder gedeeld werd, die op dezelfde wijze voorbereid was. De toegangspoort tot de wereld van de geest raakte verstopt met onkruid. Er ontstond een machtig bouwwerk van gedachten, neergelegd in dikke boeken, en toch blijkt nu in deze turbulente tijden dat we deze vastgelegde, kerkelijke  wetgeving steeds meer gaan loslaten op zoek naar het waarachtig levende woord. Er is weer een volk van zwervers ontstaan, van zwervende zielen, van een zoeken­de mensheid. We zoeken een houvast, en dat houvast is het doel waarop we heel ons denken willen richten.

In de roos
In de rozenmaand juni zijn er in onze zuidelijke provincies bepaalde festivi­teiten verbonden met Pinksteren, die ogenschijnlijk met deze christelijke feestdag niets te maken hebben. In Zeeland, in Brabant en Limburg wor­den dan ieder jaar de schuttersfeesten gehouden. Door het jaar heen wordt er geoefend, maar met Pinksteren vie­ren de schuttersgilden het koningsschieten. Met vanen en wapenen gaat men eerst ter kerke. Daarna trekt de stoet naar het veld, waar de hoge schutsboom staat opgesteld. Driemaal loopt de processie eromheen, zodat de plaats van het doel goed gemarkeerd is. Dan mag de ‘koning’ van het vorig jaar de eerste pijl afschieten. Is er raak geschoten, dan slaat de tamboer een roffel op zijn trom en de omstanders juichen. Er wordt veelal met de hand­boog geschoten, vooral in Zeeland. In Brabant komt er meer versiering bij door het ‘vlagvertoon’ van het vendelzwaaien, dat als een kunst beoefend wordt.

Wat heeft de schutter met Pinksteren te maken? We kunnen er een vermoe­den van krijgen, als we ons voorstellen wat de schutter doet. Hij spant zijn boog met de pijl erop en richt zijn oog op het doel, daar hoog in de lucht op de schutsboom. De schutter spant ech­ter niet alleen zijn boog, ook zijn arm, ja zijn hele lichaam spant hij en als hij de pijl laat schieten, ontspant hij zich weer, tegelijk met de boog. Als wij denkend, in de geest, een be­grip proberen te ‘vangen’ in woorden of als wij een bepaalde gedachte, een idee dat we duidelijk voor ons zien, een vorm willen geven, zodat het tast­baar wordt – dan doen we als de schut­ter. En als dan de vorm enigszins be­vredigend, de oorspronkelijke gedach­te tot uitdrukking brengt, dan beleven we daaraan vreugde, dan hebben we ‘in de roos’ geschoten.

Er is nog een ander verband tussen de maand juni en de schutter. Ieder die­renriemteken heeft zijn ‘contrabeeld’ dat een halfjaar later ligt. Nu blijkt het tegenbeeld van de maand juni – dat is de tweeling – in de maand de­cember te liggen, de tijd die staat on­der het teken van de Schutter. Dat kun je als gegeven zo laten staan, maar al denkend kom je tot verrassende ont­dekkingen. Ik kan me voorstellen dat de schutter zo sterk zijn doel voor ogen heeft, dat hij de weg die de pijl moet afleggen om er te komen, niet meer ziet, laat staan nog eventueel an­dere mogelijkheden om het doel te be­reiken, behalve langs de rechte lijn. Het lijkt mij dat de schutter dan veel kan leren van de beweeglijkheid van het kind, dat in zijn spelend leven nog geen doel kent.

Merkwaardig, dat de adventstijd, de weken van verlangend uitzien naar het Kerstkind, in de tijd van de Schutter valt. Zo worden we, als de zon bijna op zijn hoogste punt staat, op een ver­borgen manier gewezen op Kerstmis, het feest van de geboorte midden in de winternacht. Misschien wil Pinkste­ren ons dat zeggen: laat het kind in ons weer geboren worden, dat wat in ons worden wil, wat toekomstkracht in zich draagt. Want waar de openheid van het kind is, daar kan de geest wer­ken. Dan zal er evenwicht zijn tussen geest en materie, tussen hemel en aar­de, en de mens zal in het midden staan.

Marieke Anschütz, ‘Jonas’  1 juni 1979

.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

166-158

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (16)

.

PINKSTEREN, FEEST VAN HET GEHEIM

‘Iets schrijven over Pinksteren is geen eenvoudige opgave – wel een uitdaging’, de gedachten die ik hier wil proberen te verwoorden zijn – helaas – nog geen eigen gedachten, ik vond ze her en der en ze spraken mij erg aan. Daarom wil  ik ze doorgeven in de hoop dat ook jullie er iets in kunt beleven.

Het Pinksterfeest is een oeroud feest. Het behoort waarschijnlijk tot de oudste feesten die de mensheid kent. En toch is het voor ons een feest van de toekomst – waar we eerst nog in moeten groeien. De zin van Pinksteren is de vernieuwing van het bewustzijn, die door ons mensen zelf tot stand moet worden gebracht.

‘Heilig’ is wat heel is. In het paradijselijk oerbegin waren wereld en mens nog heel. De mensenziel – open als die van Maria – was nog een werktuig van het goddelijk denken en willen.

Toen ging die scheur van de afzondering door de schepping omdat de mens verlangde zelf te denken en te weten. De mens scheidde zich af van zijn eigen hogere zelf, dat -gedragen door de Heilige Geest (helende, weer verbindende geest) – boven hem bleef zweven en steeds minder kon inwerken op zijn wezen, dat zich steeds verder afsnoerde. Het langzaam ontwakende eigen denken en kennen nam (en neemt?) in toenemende mate het dode (het onbeweeglijke) en de dood in zich op. Het gewone denken gaat uit van de hersenen. Het glijdt langs de uiterlijke dingen en blijft aan het aardse hangen. Het innerlijk schep­pend zijn blijft de mens het eigen denken schuldig. Knapheid, geestig­heid, dingen kunnen uitrekenen, berekenen daarvoor is geen scheppend vermogen nodig. Het pinksterfeest geeft ons nieuwe mogelijkheden, het kan ons een begin helpen maken met een nieuw denken en zo kan ooit een nieuwe cultuur ontstaan. We moeten een aanvang maken met het heiligen (heel maken) van de samenleving, van dat wat tussen men­sen gebeurt, van het denken – tot op het gebied van de wetenschap, van de aarde.

Toen in de 9e eeuw door het grote schisma de kerk uiteen viel in de oosterse en westerse christenheid, lag de oorzaak daarvoor in het feit dat oost en west het niet langer eens konden zijn over het wezen van de ‘Heilige Geest’. Eigenlijk kwam toen aan het licht hoever de menselijke geest al afstond van de Heilige Geest.

En ongelukkigerwijs stak in diezelfde negende eeuw een andere onzekerheid de kop op omtrent de mens. De vraag of de mens uit lichaam, ziel en geest of alleen uit lichaam en ziel bestaat werd toen op het Conci­lie te Constantinopel gesteld. De mens werd toen een individueel gees­telijk wezen ontzegd. Ook al is het ware geestelijke zelf t.g.v. de zondeval niet in de mens maar zweeft deze er boven, hij is er wel, hoort wel bij de mens. Men ontkende dit toen.

In het uiteenvallen van de oosterse en westerse kerk naar aanleiding van de ‘onzekerheid over de Geest’ ligt de kiem voor het probleem van de oost-west politiek, dat als een nachtmerrie van gigantische afmetingen boven de mensheid hangt. Het begon op religieus-kerkelijke bodem, nu is het in de arena van de politieke machtsverhoudingen aan­gekomen. In het oosten wordt met uiterst raffinement het principe van de collectiviteit tegenover dat van de individualiteit gesteld. In het westen spreekt men over de vrijheid van het individu, maar begeeft zich daarmee op onveilig terrein, omdat men zich tot in de atoomfysica heeft uitgeleverd aan een onbezield denken dat weinig menselijks meer heeft.

Waar ligt het midden tussen die gevaarlijke machtsconcentraties in oost en west? Waar is het geestelijke Europa? Wat door geeste­lijke oorzaken uiteen gevallen is, ziek geworden is, kan ook alleen door geestelijke impulsen weer genezen worden. Pinksteren – doordat het het geheim van de oude Heilige Geest (Helende Geest) goed kent, en leeft met de nieuwe Christelijke Heilige Geest- kan ons helpen zoeken naar een fundamentele vernieuwing van denkwijze, wereldbe­schouwing en wetenschap, en deze impuls kan helpen de brug te slaan over de afgrond en manieren vinden om de wond te helen tussen oost en west.

Het pinksterfeest wordt ons niet – zoals de meeste andere jaar­feesten vanuit de natuur geschonken – maar het moet vanuit het binnen­ste van onze ziel geschapen worden. Dit scheppen is juist voor ons de moeilijkheid. Pinksteren is immers, zoals uit het voorafgaande ook blijkt, het feest van ons ware hogere ik, dat nu nog boven ons zweeft, en tegelijkertijd is het het feest van de gemeenschap. Een gemeenschap die ontstaat uit de harmonie van onze hogere ikken. Het pinksterfeest is het feest van het geheim dat nog in het verborgene rust.

Er is een weg gebaand die naar omhoog leidt en die kunnen wij gaan. Dan krijgen wij vleugels. Daartoe moeten we zorgen dat het warm is in het diepst van onze zielen. In de uiterlijke wereld stijgt de lucht alleen op wanneer zij verwarmd wordt, zo is het ook  in ons in­nerlijk. Een middel om de ziel  te verwarmen is de stilte te zoeken, vrede te vinden, en deze momenten bewust te willen. Dan wordt het hart warm en die warmte doet onze ziel opstijgen naar waar ons ware zelf is. Dan wordt het huwelijk voltrokken tussen de ziel en de geest. In oude liedjes kom je dan ook teksten tegen waarin men spreekt over pinksterbruid  (vieu pinksterblom, vieu = vierge = maagd). De lich­tende vlam van de Geest daalt neer op de warme vlam van ons vredige hart. Die warmte is onze zaak, daar moet aan gewerkt worden, de ver­lichting is dan het Antwoord van de Geest. Kunstenaars als Richard Wagner hebben dat veel beter begrepen en weergegeven dan de theologen. We denken dan aan het graalsverhaal. Op het menselijk hart dat begint op te lichten, daalt de duif van de Geest neer en de graal van het hart doet genezende, voedende en verlichtende krachten uitgaan in het eigen wezen van de mens en in de mensen en schepselen in de wereld om hem heen.

Wanneer door het graalvuur in de mens diens geestelijke deel in hem en in zijn denken zijn intrek neemt, begint een nieuwe levende cultuur te groeien en te bloeien, maar wij moeten het zelf tot stand willen brengen en misschien is er dan ooit vrede op aarde, als de vrede met ons is.

‘Hier is onze fiere Pinksterblom
En ik zou hem zo graag eens wezen’
.

 Anke, nadere gegevens onbekend

.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

165-157

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (15)

.

PINKSTEREN

In een week werd de winterse aanblik van een straat met bomen om getoverd in een teer voorjaarsbeeld. Ontelbaar vele knoppen zwellen, barsten open en de voor elke plant karakteristieke blaadjes vouwen zich naar buiten. Nog indrukwekkender zijn deze processen dan wij kunnen waarnemen: overal over een brede strook op het noordelijk halfrond van de aarde van zuid naar noord voortschuivend voltrekt zich dit smelten van de plantensappen uit een starre wintertoestand, door licht en warmte van de elke dag hoger klimmende zon. Dit is een uitbarsting van vitaliteit,  ja een demonstratie van het leven zelf, die zich ieder jaar herhaalt.

De meeste mensen zullen daarbij er niet aan denken dat over enkele weken het tere groen al weer danig kan zijn aangetast door de mede ontwakende rupsen (wel de tuinders natuurlijk), en evenmin dat in oktober en november de herfststormen deze bladeren verdord weer van de bomen zullen blazen. Toch is ook dat een jaarlijks terugkerend gebeuren en ook nu aan de gang in de gematigde streken van het zuidelijk halfrond. Overigens behoeft dat niet somber te stemmen, want zonder deze schoonmaak zou het bladerdek zich niet kunnen vernieuwen. ‘De dood is de kunstgreep van de natuur om veel leven te kunnen voortbrengen’, zegt Goethe.

In deze tijd vallen, elk jaar op een telkens verspringende datum, Pasen en Pinksteren, die geheimzinnige christelijke feesten die wel met twee zondagen elk worden geëerd, maar die ons gevoel toch veel minder aanspreken dan Kerstmis. Om leven en dood gaat het ook hier: de kruisdood van Christus op Goede Vrijdag en de opstanding op Pasen; de eenzaamheid van de discipelen en andere volgelingen na de hemelvaart en het doorbreken van de door Christus beloofde trooster, de Heilige Geest, met Pinksteren. Hoe komt het dat deze voor het christelijk geloof toch wel zeer fundamentele gebeurtenissen nog zo weinig in onze cultuur een rol spelen?

Nu heeft met name onze tijd met zijn verstandscultuur al heel weinig begrip of zelfs gevoel voor deze diepe geheimen. Zonder meer zijn deze geheimen niet te ver­binden met onze voorstellingswereld, die sterk bepaald wordt door de inzichten die de natuurwetenschap in de ruimste zin ons heeft opgeleverd.

Voor een inzicht in de betekenis van deze gebeurtenissen in het jaar 33 voor de ontwikkeling van mensheid en aarde is een diepere blik nodig dan onze oppervlakte-waarneming van de uiterlijke wereld. Die blik had Rudolf Steiner, en in talloze voordrachten en geschriften heeft hij, wat zich hem openbaarde, trachten te ver­woorden. Iets daarvan zal ik proberen samen te vatten.

De gehele mensheid, te zien als een stroom van generaties, telkens uitbottend en weer stervend, zoals de planten ons jaarlijks laten zien, moet men zich voorstellen als geleidelijk veranderend. Heel vroeger waren de mensen minder zelfbewust en minder vertrouwd met de wereld die zich aan de zintuigen openbaarde. De mensen waren vitaler en veel meer open voor openbaringen van wezens die als goden werden vereerd en die de culturen ordenden en leidden. Dat is uit talloze geschriften te lezen, niet in de laatste plaats uit het Oude Testament. Langzamerhand echter werden deze wezens moeilijker bereikbaar, ook voor de hoogst ontwikkelde mensen die met grote kracht naar deze openbaringen streefden, de ingewijden. Dat was een gevolg van de zgn.  zondeval, waardoor de mensen steeds meer de geestelijke wereld gingen vergeten en steeds wakkerder werden voor zin­tuigopenbaringen. Daarmee trad echter een zeer schokkend en beangstigend verschijnsel op: de dood.
Ook eerder stierven de mensen, maar dat werd niet zozeer als een tragedie beleefd omdat men met het bewustzijn nog voor de geboorte en na de dood kon reiken, waardoor de stervensdrempel niet zo absoluut was.

In de Egyptische cultuur begon dit beangstigende raadsel een steeds grotere rol te spelen. De mens verloor steeds meer de geestelijke wereld, kwam in de ban van het aardse.

De mensheidsstroom verloor aan leven, maar won aan zelf­bewustzijn. Dat bewustzijn is de basis voor de menselijke vrijheid, maar wordt bekocht met een steeds absoluter schijnende dood, waarachter het ‘niets’ of hoogstens een schimmenrijk wordt vermoed, zoals bij de Grieken nog het geval was.

Op de duur zou deze ontwikkeling hebben moeten leiden tot een steeds grotere isolatie van de geestelijke wereld, een steeds grotere verzwakking van het mensenras, daar de levenbrengende voeding uit de geest steeds moeizamer werd; de mens die ook zelf steeds meer af moest wijzen vanuit zijn aardse zelfbewustzijn. Met de mens sterft geleidelijk ook de aardeplaneet, een gedachte die de natuurkundigen allang vertrouwd is.

Dan komt Christus op aarde, een kosmisch wezen volgens Rudolf Steiner, het “scheppende woord”volgens de evangelist Johannes, beschikkend over de krachten die aan de gehele aarde- en mensheidsontwikkeling ten grondslag liggen. Met de doop in de Jordaan trekt hij in het lichaam van Jezus van Nazareth, doordringt dat geleidelijk waardoor zijn openbaringsmogelijkheden steeds toenemen en een hoogtepunt vinden in de opwekking van Lazarus. Opvallend is dat hij veel spreekt over het licht en het leven dat hij de mensen brengt, ja dat hij het leven zelf is, waardoor ze nimmermeer zullen sterven. Daartoe moet hij echter eerst de dood doormaken opdat hij die kan overwinnen. Dat gebeurt tussen Goede Vrijdag en Pasen. Met de opstanding vindt eigenlijk een geboorte plaats: de krachten van Christus stromen in de aardewereld binnen. Daardoor verandert de “stervende planeet” in een “kiemende zon”, die zich pas zeer geleide­lijk zal gaan manifesteren,  zoals ook het sterven een zeer langdurig proces is geweest!

Aan deze opstanding heeft ook de mens deel, hij moet zich­zelf echter met deze kiemkrachten verbinden; opgeroepen wordt hij daartoe doordat de stervende krachten het hem steeds moeilijker zullen maken in het oude spoor verder te leven. Ook de  mens moet door de dood tot opstanding komen!

Onze cultuur vertoont maar al te duidelijk ondergangs­symptomen, ook de natuur wordt door de mens met ondergang bedreigd. Alleen de kiemende krachten van Christus, zich individueel aan elk mens openbarend als inspiratie van de Heilige Geest, kunnen hier uitkomst brengen en weer een toekomst openen. Deze krachten moeten door lijden individueel worden veroverd. Daarop slaat de mooie uitdrukking: kracht naar kruis. Met Pinksteren geschiedt dat voor de eerste keer. In onze tijd nemen de moeilijk­heden voor de mensheid snel toe en daarmee de behoefde aan steun. De geschriften van Rudolf Steiner kunnen voor vele mensen deze steun betekenen;  zijn ideeën voor landbouw, geneeskunde, onderwijs, kunst en religie zijn ook werkzaam buiten de eigenlijke kring van zijn aan­hangers. Anderen zoeken langs andere wegen.

Eens zullen zo Pasen en Pinksteren voor iedere mens een betekenis kunnen krijgen die ver uitgaat boven de huidige betekenis van Kerstmis. Nu zijn deze feesten voor velen nog bijna zonder gevoelswaarde, dan zullen ze algemeen worden gevierd en beleefd. Dat zal niet gaan voordat zware stormen de oude, verdorde bladeren van onze cultuur hebben opgeruimd!

In deze beschouwing werd te veel misschien te kort samengevat. Dat kan bezwaren of vragen oproepen. Als ze worden geuit is het misschien mogelijk daarop in te gaan in een volgende aflevering van Vrijblijvend.

 J.  van Dam, in Vrijbklijvend, schoolblad van de Haagse vrijeschool, jaartal onbekend

.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

164-156

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (14)

.

PINKSTEREN

Pinksteren is het feest van de toekomst, een bewustzijnsfeest, zo lees
je in vele boeken. Misschien dat het juist daarom zo moelijk is er over te schrijven. Met Pasen kun je nog veel zeggen over de natuur, overal om je heen zie je dan immers de opstanding geopenbaard.
Maar hoe zit dat met pinksteren? Het prille voorjaarsgroen is verdwenen. De bloesem is al een tijdje aan de bomen, en hier en daar zelfs al weer verdwenen. Het hele nieuwe is er af en je aandacht voor de wonderlijke processen in de natuur dreigt te verslappen.
Juist in deze tijd valt het pinksterfeest. Er wordt een appèl gedaan op ons bewustzijn. Als wij er voor open staan kunnen wij nieuwe geestkracht ont­vangen.
Zon 2000 jaar geleden raakten de apostelen vervuld van de Heilige Geest. Daarvoor zweefde de Heilige Geest als het ware boven hen. Met Pinksteren verbindt hij zich met de mensen, de apostelen raakten er van vervuld.

“Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek, en zich in tongen verdeeld op ieder van hen neerzette.” (Hand. 2,1-13)
In deze woorden uit de Bijbel zien we de elementen lucht en vuur duidelijk naar voren komen. De lucht, de hevige wind, brengt het vuur, de geestkracht, bij de mens.
Plaatsen wij dit nu eens in het lentegebeuren.
In de winter is de aarde in zich zelf teruggetrokken.
Als het voorjaar wordt, wekt de zon het nieuwe leven.
In de maand mei zijn de levenssappen volop aan het stromen.
De zon wordt nu zo warm dat het water verdampt en opstijgt.
In de vorm van een wolk verschijnt dit nu aan de hemel. Dit is de Hemelvaart in de natuur, het zonlicht verwarmt nu verder. Hoe hoger de zon aan de hemel staat, hoe beter hij kan verwarmen.

Met het Sint-Jansfeest staat de zon op zijn hoogst en is de natuur uitbundig. Er brandt dan een groot vuur; met Pinksteren wordt in de mensenharten een klein vuur ontstoken, de vurige kracht van de Heilige Geest.
Of liever gezegd: Wij mensen moeten proberen onze harten te verwarmen met geestdrift zodat de warmte kan opstijgen als vuur (denk aan vurige liefde, een vurig pleidooi enz). Dan zullen wij het stralende licht van de geest ontvangen.
Pinksteren is het feest van de scheppende menselijke geest.
Zo worden er voor het pinksterfeest dan ook geen echte bloemen gebruikt, maar papieren, door mensenhanden gemaakte bloemen.
In de klas zingen en spelen we eindeloos van de fiere pinksterbloem. De pinksterblom, ook wel pinksterbruid genaamd, is het symbool van de nieuwe groei en bloeikracht van de natuur. Het oudste meisje van de klas mag de pinksterbruid zijn en de oudste jongen de bruidegom, alle andere kinderen zijn bruidsjonkers en meisjes. De laatste krijgen papieren bloemenkransen om het hoofd.
In het lied zingen we: ‘recht is recht, krom is krom’.
Recht is de weg van de dode, levenloze materie; krom (ronde vormen) is de weg naar de hemel.
Krom is ook de weg naar de vrijheid. Pinksteren is niet in de laatste plaats een feest van de (geestelijke ) vrijheid, het is het zoeken naar je eigen hogere zelf, naar dat wat diep in je verborgen is, dus niet dat wat de uiterlijke wereld van je maakt.
Heden ten dage wordt er veel gesproken over vrijheid. Maar wat is werkelijke vrijheid? We weten het vaak niet meer. De vrijheid die ons heden ten dage geboden wordt, is vaak alleen uiterlijk. Vrijheid ligt echter in het gebied van het geestesleven. Nu, in de pinkstertijd worden wij in ons bewustzijn aangesproken. Wij moeten een vuurtje in onze harten aansteken, zodat wij het licht van de geest kunnen ontvangen.
.

geen bron bekend
.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

163-155

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (13)

.

DE PINKSTERBRUID 

Op grond van oude pinkstergebruiken, gaan we nu in het Speelschooltje voor het eerst de “pinksterbruid” vieren.

Pinksteren, is een, naar de zomer opgeschoven, voorjaarsfeest en heeft dus voorjaarsgebruiken. De herlevende natuur werd voorgesteld door een jong meisje, de pinksterbruid of-blom, door haar rond te dragen voerde men de lente binnen. Zij was mooi versierd met bloemen en groen en behangen met zilveren sieraden die de burgerij afstond.Hoe rijker tooi, des te groter uitzicht op overvloedige oogst.

Oorspronkelijk voerde men een bruidspaar rond, tenslotte bleef alleen de bruid over, want van de bruid stroomt de vruchtbaarheidskracht uit. Zo’n lieflijk bruidspaartje liep onder een kroon,waarvan vier kinderen de afhangende slingers droegen en werd gevolgd door kinderen, allen met bloemen versierd. Ook de pinksterliedjes daarbij gezongen, raken in vergetelheid zoals:

Daar komt de vurige pinksterblom,
Daar komt zij aangegangen,
Met een schoon rozenhoedje op,
Al met twee bloeiende wangen.

De pinksterkronen zijn nu ook verdwenen. Kransen, versierd met bloemen, kleurig papier en uitgeblazen eieren hing men over weg en straat. Daaronder zat de pinksterkroon; wie onder de kroon doorging moest iets offeren. Soms hing men ook een bosje brem op.
In een ander dorp kende men in plaats van de pinksterkroon een meiboom: een 6 à 10 meter hoge paal, versierd met horizontaal aangebrachte hoepels, alle behangen met papieren netjes, slingers en lampions, en deze staat midden op straat, of plein. De kinderen dansen ( rozen ) hand aan hand om de kroon en zingen op de wijze van “Wie in januari geboren is “.

De pinksterkroon is weer in het land, hoezee!
De vlaggen die waaien van allen kant, hoezee!
Wij rozen  naar de oude trant;
Weer allen samen hand in hand,
Hoezee, hoezee, hoezee! (bis)

‘s Avonds komen de volwassenen om de kroon dansen en zingen. Bij deze pinksterkroon zit geen pinksterbruid, maar een harmonicaspeler. Evenals de meiboom wordt de pinksterkroon tenslotte verbrand of verdronken.

Enkele volksvermaken zijn: pinksterkermis, het ringrijden , het gooischieten, zeilwedstrijd.

Op sommige plaatsen had ook een broodbedeling plaats aan de armen. Zó kende iedere streek zijn eigen gebruiken. De pinksterblom werd niet altijd toegejuicht als de blij ont­waakte lente, zij werd ook gehoond als de langslaapster, het voorjaar dat te lang op zich had laten wachten. Dan zong men:

De pinksterblom is opgestaan,
ze mocht wel weer te bedde gaan.

Een willekeurige luilak werd op vrijdag en zaterdag voor pink­sterdag rondgeleid. Zij kreeg een krans van gras en brandnetels op het hoofd en werd bespot.
Er wordt ook op horrie gereden. Dit zijn eigengemaakte kleine wagentjes, beladen met groene takken en brandnetel (vruchtbaar­heidssymbool) en voorzien van een lange sliert van blikken en deksels, die over de keien een hels lawaai maken (zeer geschikt om de slapers te wekken). Waar men een langslaper vermoedt, wordt aan de bel getrokken, waaraan men een bos brandnetels of een dode rat hangt onder het zingen van:

De looie bak,
de slaperige zak,
vanmorgen niet vroeg opgestaan.
je kan wel weer naar bed toe gaan

Hoe gaan wij nu in het Speelschooltje de pinksterbruid vieren?

In onze klasjes maken we een pinksterboog, allerlei versieringen, belleboompjes en sieraden voor de pinksterbruid. Twee van de oudste kinderen vormen het bruidspaar, en worden ook zo aangekleed.

Marijke Peters, nadere gegevens onbekend

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

162-154

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (11)

.

HEMELVAART EN PINKSTEREN

In het hartje van Alphen, hoog boven het fietspad van de Prins Bernhardlaan,  zat vanavond jubelend en jodelend een nachtegaal te zingen.Te zingen! De vreugde spatte eraf! In klanken was het even stralend als de aanblik van een bloeiende appelboom.  Even sprankelend als alle bloeiende en uitbottende bomen. In de zomer van het vorige jaar hebben zij in hun bladerkroon zonne-energie verzameld en in de vorm van opgeloste suikers of zetmeel naar beneden gestuurd. Vanuit de bladeren omlaag door twijgen en stam tot in de onder­aardse opslagplaatsen: de wortels.

Bij aardappels, uien, bloembollen, winterwortels enzovoort, ontstaan zelfs ondergrondse zwellingen. Maar ook iedere andere vaste plant of boom slaat geweldig veel zonne-energie op in zijn wortels.

De vroege krokusjes en sneeuwklokjes zien daardoor kans om dwars door de laatste sneeuwvelden een gaatje te smelten. (Het lijkt soms:  duwen. Maar het is werkelijk een smelten, met behulp van in het bolletje bewaarde zonnewarmte).

In de winter leven bomen en planten het sterkst onder de grond. Maar nu,  in de lente, komen ze haast als een fontein naar buiten. Wie even afstapt van zijn fiets of stopt bij een plantsoen of tuin kan het rondom bemerken. Dat is de tijd van de Pinksterbloemen en de bloeiende bomen. Dat is de Hemelvaart van de natuur.

Zit ik nu te overdrijven? Is Hemelvaart niet iets wat in hoger sferen thuishoort…?

Niet als we het bijbelverhaal  (Handelingen, eerste hoofdstuk) erbij halen: “Wat staan jullie daar naar de hemel te kijken” , krijgen de leerlingen te horen. Blijkbaar zoeken ze Christus veel te hoog. Hij was voor ze aan het oog onttrokken “in een wolk”, vooral in woestijnlanden bij uitstek het symbool van regen en leven in de natuur. Hij trekt zich terug vanuit de zichtbare wereld tot in de levenskrachten van de aarde.

Zoals de bloesems na hun “hemelvaart” in zon en frisse lucht en licht door ijverige insecten of rondwaaiend stuifmeel bestoven worden, zodat de vruchtzetting kan beginnen, zo kunnen ook wij daar buiten wandelend, of spelend met de kinderen, een stukje “bovenaardse” of hemelse inspiratie vinden, waardoor er in ons iets kan gaan rijpen. De hemel moet je dan niet ergens onbereikbaar hoog boven de wolken zoeken, maar rondom ons, in de levenssfeer van de aarde. Zo kan je iets van Pinksteren beleven. De levenssfeer van de aarde is iets heiligs. Dat weet iedereen die vergif in de oceaan dumpt, of pesticiden over zijn land spuit, want het knaagt aan zijn geweten.  Daarom ook heeft de biologisch-dynamische landbouw zon belangrijke opgave: zij wil in harmonie met het levende kleed van de aarde werken. De natuur niet uitplunderen.

De levende natuur herkennen als iets van jezelf of jezelf herkennen als deel uitmakend van het lentelicht, dat is een soort bevruchting,  dat is een stukje Pinksteren.
.

Michiel ter Horst, nadere gegevens ontbreken

.

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

158-151

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (10)

 

PINKSTEREN

Nog even, en dan is het weer Pinksteren. Het feest van de vrijheid!
Op de kleuterschool zijn de voorbereidingen al in volle gang. De kinderen genieten van de voorpret.
De kransen zijn gevlochten, de pinksterblom (bruid)  is aangewezen en vol ongeduld wordt nu uitgekeken naar de dag van het feest. Thuis en op school weerklinkt het fraaie lied van de pinksterblom:

Hier is onze fiere pinksterblom
En ik wou hem zo graag eens wezen
Met zijn groene kransen om het hoofd
En met zijn klinkende bellen.
Recht is recht.
Krom is krom.
Belief je wat te geven voor de fiere pinksterblom?
Want de fiere Pinksterblom moet voort.

De zegekrans om het hoofd is het beeld van ‘gloria’, wat in het Nieuwe Testament het Latijnse woord is voor “ver­heerlijking, openbaring”.

De klinkende (zilveren) bellen zuiveren de atmosfeer. De duivel is voor dat gerinkel even bang als voor klokgelui. Recht is recht: mineralen, stoffen zonder leven, zijn recht en hoekig. Krom is krom: levende wezens, planten, dieren en mensen vertonen gebogen, kromme lijnen. Zo is “recht” “dood” gaan betekenen en “krom” “leven”. De weg naar het geestloze is breed en lijnrecht, het pad naar de hemel van de geest krom en bochtig.

Wilt u uw gedachten en daden “geven” aan de mensheid? Want zij moet voort, het licht tegemoet.

Ook thuis kunnen we reeds beginnen met het maken van papieren bloemslingers. Slingers van echte bloemen maken we pas later, met het St.-Jansfeest. De papieren bloemen maken we bij voorkeur van zijdevloeipapier met zijn mooie, zachte kleuren. Hiervoor knippen we cirkels in verschil­lende maten. Twee blaadjes op elkaar leggen, in het midden bij elkaar nemen en ronddraaien. Daarna de bloemetjes aan een lange draad rijgen. Eventueel kunt u er kleine belletje tussen hangen, die bij het kleinste zuchtje wind zachtjes gaan klingelen.
.

W.M. nadere gegevens onbekend

.

Aanvulling:
Hallo Pieter,
Hier nog een aanvulling op wat je hebt verzameld over het pinksterfeest.
Het is het feest van de toekomst. De symboliek van de pinksterbruid en de pinksterbruidegom is in die zin heel mooi.
De bruidegom vertegenwoordigt de Christus die in het huwelijk treedt met de mensheid (de bruid).Dit als vooruitblik van het stichten van het nieuwe Jeruzalem als de Christus terugkeert naar de aarde en daadwerkelijk zich verbindt (in het huwelijk treedt) met de mensheid. Zo gezien is het pinksterfeest een van de twaalf pinkstermysterien die mooi beschreven en uitgelegd worden door Stefan Lubienski in zijn voordracht over het twaalfvoudig pinkstermysterie. Het boekje van deze voordracht is te bestellen bij :
van Spronsen
Watersnip 11
3755GK Eemnes tel: 035-5314555
Als dit adres tenminste nog relevant is.
Groeten van Peter Le Cocq.

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

157-150

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (9)

.

RECEPTEN

“Brood nodig.” 
Uit de Bijbel kennen we al de verhalen over “koeken” of broden. Waarschijnlijk waren de  Egyptenaren de eersten die gerezen deeg maakten en dat doorgaven aan de Oude Grieken. De Romeinen maakten verschillende broodsoorten (van diverse soorten graan) en gaven die kennis door aan de Noord-Europese volkeren,  die een dikke brij aten van gebroken graankorrels, en van de Romeinen het gebakken brood leerden kennen. Door alle culturen heen klinkt de dankbaarheid voor het brood op:  dankrituelen, oogst- en gebedsbijeen­komsten en brooduitdelingen.

Altijd is er blijdschap, eerbied en dankbaarheid ge­weest voor het geschenk van het ons voedende graan dat eetbaar en smakelijk te maken is. Ons lichaam dat is opgebouwd uit de (soms schijnbaar levenloze) wereld om ons heen heeft stoffen en kracht nodig uit deze wereld om zich telkens te vernieuwen. Om als mens op aarde te kunnen zijn en te werken, zijn we door ons fysieke stukje afhankelijk van, en dus dankbaar vóór ons dagelijks brood. Zijn we ons dat nog wel bewust?

Er zijn oeroude, heilige tekenen die met de broodvormen, smaken en versieringen verbonden waren.

Bijna oeroud is dit recept van pinksterbollen,  die heer­lijk zijn als je in de stoet van de pinksterblom loopt:

Luilak- of pinksterbollen.
Het zijn kleine rozijnenbolletjes die ca. 2 cm van elkaar op een groot bakblik gelegd worden. Door het rijzen slui­ten zij aan tot een geheel en na het bakken worden ze van de plak afgescheurd.

Benodigdheden:
250 g bloem (gezeefd).
20 g gist
5 g zout,
2 eetl. suiker
65 g boter (gesmolten)
200 g rozijnen
1 dl lauwe melk

Zeef het meel in een kom,
maak in het midden een kuiltje, waarin u de met wat melk opgeloste gist giet.
Hiervan even een papje roeren en laten rusten.
Om de buitenrand strooit u het zout.
Als het gistpapje belletjes vertoont, giet u van binnenuit de lauwe melk al roerend toe en daarna de gesmolten boter en de suiker.
Meng alles tot een stevige bal en laat het deeg onder een theedoek op een warme plaats ca. 1 uur rijzen.
Daarna legt u de bal op een flink met bloem bestoven aan­recht en gaat het kneden met de rozijnen tot het een mooi rubberachtig deeg is.
Vorm er een rol van en snijd deze in gelijke plakken die u tot bolletjes vormt en op een bebo­terd bakblik legt (2 cm van elkaar).
Nu onder een thee­doek laten narijzen (15 minuten) en bakken op 175º  in ongeveer drie kwartier.
Het brood is gaar als het hol klinkt als je er op tikt.

Met onze kleuters en peuters wordt op school regelmatig zelf brood gebakken. Vooral bij de jaarfeesten wordt er veel gebakken. Voor het Michaëlsfeest bakken we een z.g. “drakenbrood” met appels en rozijnen (oogstfeest).
In de kersttijd: koekjes en kerstbrood. Het driekoningenbrood met de twee witte en een bruine boon er in.
Met Palmpasen de haantjes die bovenop de palmpaastokken komen en met Pasen het paasbrood.
Maar tussen de feesten door bakken we regelmatig bruine bolletjes of een heel brood dat in plakken gesneden wordt.

Hier nog enkele voorbeelden van feestbrood:

pinksteren 20

Het is heel waardevol voor de ontwikkeling van jonge kinderen om oude ambachten (oerbewegingen van de mens) zelf te ervaren. Brood bakken is er een van. Het geeft voldoening en het is heel leuk om in de oven het brood te zien rijzen. Dan gaat het lekker ruiken en daarna mag je het warme brood nog eten ook!

Bij de bakker ligt natuurlijk ook veel lekker brood, maar zelf maken geeft een extra dimensie.
Wij bakken op school meestal met volkoren meel opdat er goed gekauwd kan worden. Gezond voor het gebit en de spijsvertering, maar ook voor de ontwikkeling van de spraak en het hele wezen van het kind. Er wordt steeds meer thuis gebakken en dat is toe te juichen.
Er zijn veel boeken over voeding en brood die kunnen helpen bij het zich eigen maken van het broodbakken.
In het boek “Gezond lekker eten” van Vreni de Jong en Irmela Keiling staan vele waarde­volle dingen.

Tot slot nog wat spreekwoorden en gezegden om aan te geven hoe belangrijk ons dagelijks brood is:

Broodnodig.
Het brood verdienen.
Geen droog brood op de plank hebben.
Broodmager.
Ergens geen brood in zien.
Zoete broodjes bakken.
Om den brode.
Op zijn brood krijgen.
Wiens brood men eet,  diens woord men spreekt.
Op water en brood leven.

Tafelspreuk:
De aarde doet het groeien,
De zonne doet het bloeien,
Rijp wordt het door deregen,
Drievoudig draagt het zegen.

Frédérique Wedekind en Julio Wiertz, nadere bron onbekend
.

Luilakbollen
220 gr. bloem
110 gr. roggemeel,
2 dl water
10 gr. gist
5 gr zout gistdeeg
100 gr. krenten
50 gr. rozijnen

Laten rijzen,
krenten en rozijnen erdoorheen werken
en nogmaals 15 min. laten rijzen.
Het deeg in stukjes van 30 gr. verdelen, deze rond opbollen en op een beboterd bakblik een weinig platdrukken en er met een schaar langs de omtrek op gelijke afstanden vier inkepingen in maken.
10 minuten laten narijzen,
met losgeklopt ei bestrijken en in een hete oven in ca. 15 min. gaar bakken.

Luilakbollen worden met stroop gegeten.

M.Gerretsen in ‘Vrijblijven, schoolkrant vrijeschool Den Haag, jaartal onbekend.
.

Pittabrood

=Zeef bloem en zout in een ruime kom; maak in het midden een kuiltje. Roer de gist glad met wat lauw water en voeg de rest van het water toe.
=Voeg het gistmengsel ineens aan de droge ingrediënten toe en kneed het tot een stevig, soepel deeg.
=Keer het om op een met bloem bestoven werkblad en kneed het 10 minuten door met bloem bestoven handen tot het glad en soepel is en makkelijk loslaat van de kom.
=Maak er een bal van, doe die in een ingevette schaal en dek deze af. Laat staan tot het deeg tweemaal zo groot is geworden en terugveert als erop wordt gedrukt.
=Keer het deeg om op een met bloem bestoven werkblad en
kneed het 2-3 min. licht door.
=Verdeel het deeg in 8 gelijke stukken en kneed ze licht door. Vorm van elk stuk een bal.
=Rol elke bal uit tot een ovaal van halve cm dik. Leg ze op een bakblik.
=Dek de pitta!s af en laat ze staan tot ze sponsachtig zijn. Verwarm in de oven 2 bakplaten.
=leg op elk bakblik 2 pittaTs, bestrijk ze met koud water en bak ze 10 min. bij 220 C  (stand 5)
=Laat op een rooster afkoelen, terwijl de rest wordt gebakken. Maak elke pitta na het bakken aan een kant open en vul ze met een Griekse salade.

 W.M., nadere gegevens onbekend
.

Griekse salade
1 struikje andijvie
1 kropje bindsla
1 komkommer
2 grote tomaten
175 gr. zwarte olijven (zonder pit)
100 gr. feta (schapenkaas),verbrokkeld
50 gr. ansjovisfilets, uitgelekt
2 voorjaarsuitjes, gehakt
2   eetlepels kappertjes

saus:
1 dl olijf- of zonnebloemolie
3  eetlepels rode wijnazijn
1 theelepel oregano
½ theelepel zout, snufje peper

  1. Was andijvie en sla grondig, laat ze uitlekken en droog ze af. Snijd de groenten in dunne reepjes, leg deze in een grote slakom.
  2. Snijd de komkommer in dunne plakjes en de tomaten in partje
  3. Doe komkommer, tomaten, olijven, kaas, ansjovis, ui en kappertjes in de slakom.
    Vermeng de ingrediënten voor de saus,  schenk deze op de salade en schep alles door elkaar,

Tesamen met volkoren- of walnootkoekjes en vruchtensap heeft u dan alle ingrediënten voor een fijne picknick.

 W.M., nadere gegevens onbekend
.
Gaspacho

1 komkommer
500 gr. tomaten
100 gr. groene paprika!s
50-100 gr. uien
1  gepeld knoflookteentje
3 eetlepels olie
3  eetlepels (wijn)azijn
4  dl tomatensap
2  eetlepels tomatenpuree zout
reepjes komkommer

=Maak komkommer, tomaten, paprika’s, uien en knoflook schoon, hak ze grof.
=Vermeng de groente in een ruime kom met de overige ingrediënten.
=Pureer het mengsel in een elektrische mengbeker.
= Giet het mengsel terug in de kom.

Serveer koud met reepjes komkommer.

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

156-149

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (8)

.

OVER PINKSTEREN

Voor kinderen onder de 12 jaar is de christelijke uitleg voor Pasen, Hemelvaart en Pinksteren minder toegankelijk. We kunnen deze feesten beter via de weg van de natuur met hen vieren.

Met Pasen ontspringt nieuw leven uit een schijnbaar dode natuur. Hemelvaart: de natuur richt zich op, knoppen ontsluiten zich en er komen bloemen. Pinksteren: de vruchtzetting vindt plaats en het leven kan dus voort­gang vinden. (Volgend jaar komt alles weer opnieuw.)
In oude gebruiken komen verschillende beelden steeds weer boven. Zowel de heidense natuurfeesten (zoals pinksterbruid en -bruidegom, pinksterkroon en -krans, meiboom en meitak) als de christelijke symbolen (zoals witte duif, witte vogel). Deze oude gebruiken zijn goed om in het jaar mee te nemen.

Bruid en bruidegom als beeld van de aarde die zich als bruid tooit opdat het leven zich voortzet. Symbool van nieuwe groei- en bloeikracht in de natuur. Het woord “Pinksteren” is afgeleid van Pentacoste (Gr. Pentecote) dat vijftigste dag betekent – vijftig dagen na Pasen.

In sommige streken in Nederland wordt intensief “luilak” gevierd, de zaterdag voor Pinksteren. Oorspronkelijk was dat de nieuwe mysterie-ingewijde, die door priesters in een doodsslaap was gebracht, na de 3e dag daaruit was gewekt en daardoor helderziend was geworden.
Vooral aan de Zaan (o.a. Haarlem, Beverwijk) worden d.m.v. herrie van pannendeksels de “langslapers” wakker gemaakt en wordt een nacht(planten)markt gehouden. In veel gezinnen wordt dan ontbeten met “luilakbollen” Interessant is, dat de versiering voor Pinksteren (behalve enkele bloemen als pinkster- en boterbloemen en fluitekruid) altijd van papier wordt gemaakt. Echte bloemen zien we met het Sint- Jansfeest.

Witte duif, witte vogels wijzen ons de weg wanneer we in ons leven niet meer verder kunnen. Veel sprookjes vertellen hierover: Hans en Grietje, Assepoester, Jorinde en Joringel. Maar ook het ganzen­bord vertoont de spiraal: de gang door een mensenleven met hindernissen en een witte vogel (gans) die de weg wijst.

Het pinksterfeest op de kleuterschool wordt gevierd op de wijze waarop het in vele streken in Nederland nog gevierd wordt. De “oudste” kleuters worden pinksterbruid (in het wit) en bruidegom (rood), respectievelijk bruidsmeisje of boogdrager. Achter hen gaan alle kleuters in crêpepapieren jassen en met versierde kransen en hoeden als bruid en bruidegom.

We lopen dan zingend door de buurt en bij aankomst komen we allen bij elkaar opdat bruid en bruidegom nog wat trakteren. Vooral het kleden van de bruid aan het begin van het feest is een plechtig moment, waarop menigeen een brok in de keel krijgt.

Het meest gezongen Pinksterlied* is dit:

‘Ziet hier komt de fiere Pinksterblom
en ik zou hem zo graag eens wezen.
Met die mooie kransen in het haar
en met die rinkelende bellen.
Recht is recht, krom is krom,
belief je wat te geven voor de fiere Pinksterblom,
want de fiere Pinksterblom moet voort.’

*zoals dat gaat met liedjes die maar steeds en steeds van jaar tot jaar worden gezongen: er sluipen allerlei kleine (woord) varianten in:

 kleuterleidsters, nadere bron onbekend

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

155-148

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (7)

.

HET SCHOOLJAAR LOOPT TEN EINDE

Na Pasen komt Pinksteren. Dan zijn we alweer in juni, de schone junimaand met de lange avonden en de geurige rozen. Dan duurt het nog een volle maand voordat de vakantie be­gint. Die tijd is hard nodig voor de getuigschriften. Het is een soort eindspurt. Vroeger bleef ik de laatste nacht op.
Al werkend zag ik het langzaam lichter worden en ik hoorde, hoe de vogels in groepen aan het trilleren, kwinkeleren, zingen en fluiten sloegen. Het dóórwerken werd al moeilijker. Hoe mooi fluiten die eerste zanglijsters! En hoe ondeugend nemen de spreeuwen het na een tijdje over. Dan volgt het eenvoudige maar trouwe mussenkoor: tsjiep, tsjiep, tsjiep-tsjiép, en steeds door: tsjiep, tsjiep, begeleid door een paar bescheiden zachte tuinfluiters, fitissen, tjiftjafjes en andere minder bekende beestjes. Het is dan al geheel licht geworden. Een onbescheiden kauw en een eentonig duifje voegen zich erbij. Of een verstrooide nachtegaal, die ver­geet, dat de nacht voorbij is.

Ook de rozen doen hun uiterste best in die tijd. ’s Nachts rook je dan die heerlijke rozengeur. Veel lekkerder dan bij de bloemist. Geuren zijn blijkbaar niet te kweken.

Het op één na laatste feest staat voor de deur: Pinksteren, een verbastering van pentakostos of “vijftigste dagn in het Grieks. Dat wil zeggen, dat de vijftigste dag na de Opstanding is aangebroken, tien dagen na de hemelvaart. Wanneer men het Paasfeest al moeilijk vindt om te vieren, nu dan is het Pinksterfeest nog veel moeilijker. Het feest zelf is oeroud als natuurfeest. Dan werden de eerstelingen’ aangeboden. Maar een echt natuurfeest is Pinksteren niet. Velen willen dat er in zien, maar ze vergeten, hoe weinig verschil er dan zou zijn met het eierfeest van Pasen. De bleek-lila pinksterbloemen en de vet-gele pinkster­lammetjes van boter zijn natuurlijk heel lief, maar vol­doende is het niet. En veel weet men van Pinksteren niet af. Sommigen trachten er iets over op te zoeken in de Evangeliën en zijn verbaasd, dat daarin niets over Pinksteren staat.

Neen, er staat iets in de “Handelingen der Apostelen”. En het is het eerste feest, waarbij de Christus uiterlijk ge­zien geen duidelijke lichamelijkheid toont. Er is wel sprake van vuurverschijnselen, vurige tongen, die nederdalen op de hoofden van de apostelen. Zij kunnen plotseling spreken in alle talen die in de menigte aanwezig waren: Er vaart een geestesstorm door de menigte. In de geest verstaat men elkaar. De apostelen worden aangeraakt, zij beleven de Christus van binnenuit. Daarmee krijgen zij ook hun opdracht. Pinksteren is een geest-feest, een bewustzijnsfeest.

Daar wordt een tipje van de sluier opgelicht van het raadsel, waarom Pinksteren een zeer oud, maar tegelijkertijd een heel jong feest is.

Een feest, dat de mensheid zal moeten leren vieren. Wij wensen u een goede Pinkster toe.

P.C Veltman, vrijeschool Leiden

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

154-147

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pinksteren (6)

.

PINKSTEREN VANUIT DE KLEUTERSCHOOL 

Als het liefdevolle licht de aarde heeft gewekt, dan vieren we Pinksteren. Lang geleden was er in deze tijd een mei­koningin. Ze werd mooi versierd en was op die manier het beeld van de bloeiende aarde. De bruid wordt getooid met papieren bloemen en linten. Ook draagt zij bellen. Het gerinkel zuivert de lucht van boze machten. Onder de pinksterkroon (de hemel) gaat de pinksterbruid op weg met haar gevolg. Vele
bruids­meisjes en jonkers vergezellen haar op haar pad. De jonkers dragen een versierde stok in hun hand, de zogenaamde bruiloftstok. Zingend trekken ze door de  straten. Dankbaar voor de levenskracht richten de mensen een meiboom op en dansen er religieuze dansen omheen.

Pinksteren wordt gevierd als een feest van de liefde. Liefde en vrijheid horen bij elkaar. In tegenstelling tot mineralen, planten en dieren kan de mens zelf keuzes maken. Als mens heb je het vermogen door je geest vrij te worden. Zo is pinksteren een bewustzijnsfeest.

In de kleuterklas beleven we het pinksterfeest als bruilofts­feest, het huwelijk als hervonden eenheid, de bruid getooid om de aarde te ontvangen.

In de klas merk je ook dat dat feest heel bijzonder beleefd wordt. Zo’n ochtend…….

Lichtend speelt de zon haar stralen door de klas. Een kring vol dromerige ogen, een wakker ventje roept: “Daar komt de bruid”,  het bruidje, dat in zachtgeel gekleed aan de hand van een vertederde moeder de klas binnenkomt. Vederlicht neemt het bruidje plaats op de  troon. Weer roept het wakkere stemmetje: “De bruidegom.” Roffelende voeten tikken door de gang. Eerst een beetje stram stapt de blauwe bruidegom naast zijn vriendje de klas inmamma’s hand hoeft hij niet; met stevige stappen stevent hij recht op de  troon af, klimt erop en zit naast de bruid. Zijn hoofd een beetje verlegen en trots kijkt hij de klas rond.

De hele ruimte is een stille verwondering. Een feest beleefd met zoveel liefde, zon en eenheid.

Straks is het weer Pinksteren.

(bron: gegevens onbekend)

 

Pinksteren: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

153-146

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.