Tagarchief: paaseieren verven

VRIJESCHOOL – Pasen (46)

.

Hoewel het vieren van jaarfeesten een onderdeel is van wat op de vrijeschool gebeurt, geeft Steiner er in zijn pedagogische voordrachten geen aanwijzingen voor. Dat er over de jaarfeesten op deze blog van alles is te vinden, betekent niet dat alle achtergronden die hier worden gegeven voor iedere school in gelijke mate gelden. Bovendien is ‘school’ in dit opzicht te abstract. Het gaat om de mensen die er vorm aan geven. Omdat het bij de achtergronden om religieuze, spirituele of godsdienstige inhoud gaat, ligt het voor de hand dat iedere individuele leerkracht daarmee een bepaalde verbinding heeft – van een oppervlakkige tot een diepe.
De achtergronden die hier worden gegeven, zijn dus meer bedoeld om de sfeer te schetsen waaruit de concrete vorm van een jaarfeest is voortgekomen.

In onderstaand artikel wordt gepoogd de oorspronkelijkheid van het paasfeest te belichten en dit te vergelijken met hoe in de loop van de tijd dit paasfeest is geworden, of in de ogen van de schrijver: verworden.

H.W.Armstrong, World Wide Church of God
.

De opstanding vond niet op paaszondag plaats!

Pasen is geen christelijk feest, maar staat in verband met de aanbidding van de afgodische ,,koningin des hemels”. Hier volgt een uiteenzetting van de ware oorsprong en betekenis van de vastentijd, van paaseieren en kerkdiensten bij zonsopgang!

Waarom gelooft u de dingen die u gelooft, doet u de dingen die u doet?

Hoogstwaarschijnlijk hebt u zich nooit de tijd gegund uzelf deze vragen te stellen. Van kindsbeen af is u geleerd Pasen als het belangrijkste christelijke feest te aanvaarden.

U bent ervan uitgegaan dat het tot de ware christelijke religie behoort om de vastentijd, de „lijdensweek” en „goede vrijdag” in acht te nemen, om bij de bakker warme paasbroodjes te halen, paaseieren te verven, u netjes te kleden en op paaszondag naar de kerk te gaan — misschien zelfs een paasdienst bij zonsopgang bij te wonen!

Wegens het „kudde”-instinct van de mensen geloven velen veel dingen die niet waar zijn. Velen doen veel dingen die verkeerd zijn, in de veronderstelling dat deze dingen juist zijn, of zelfs geheiligd!

Isjtar, de heidense godin

Wat is de betekenis van Pasen? De Engelse naam van dit feest is „Easter” (dezelfde naam als het Duitse „Ostern”). Wat is de betekenis van deze naam? U bent er wellicht toe gebracht te veronderstellen dat het iets als „opstanding van Christus” betekent. Al 1600 jaar lang is de Westerse wereld geleerd dat Christus op zondagochtend uit de dood is opgestaan. Maar dit is slechts een der fabels waarvoor de apostel Paulus de lezers van het Nieuwe Testament waarschuwde. De opstanding geschiedde niet op zondag! 

De naam „Easter” is (evenals de Duitse naam voor Pasen, „Ostern”) een nauwelijks gewijzigde afleiding van de naam van de oude Assyrische en Babylonische godin Isjtar, aan ons overgeleverd door de oude Teutoonse mythologie. De Foenicische naam van deze godin was Astarte, maitresse van Baal, de zonnegod, wiens aanbidding door de Almachtige in de Bijbel openlijk wordt veroordeeld als de meest abominabele van alle heidense afgoderijen.

Als u de herkomst van „Easter” (of „Ostern”) nazoekt, vindt u steeds duidelijk de heidense oorsprong van deze namen aangegeven.

In de grote, vijfdelige Hastings Dictionary of the Bible worden slechts zes korte regels aan de naam „Easter” gewijd, omdat deze slechts eenmaal in de Bijbel voorkomt — en dan nog alleen in de King James-vertaling. Zegt Hastings: „Easter, gebruikt in Authorized Version als vertaling van ‘Pascha’ in Handelingen 12:4, ‘… willende na het paasfeest [„Easter”] hem voorbrengen voor het volk’. Revised Standard Version heeft het terecht vervangen door ‘the Passover’ [het Pascha].”

De apostelen hielden het Pascha

De World Almanac, editie 1968, p. 187, zegt: „In de tweede eeuw n.Chr. viel Pasen [„Easter Day”] bij de christenen in Klein-Azië [dat wil zeggen, in de Gemeenten te Efeze, in Galatië, enz. — de zogenaamde „heidense” gemeenten die door de apostel Paulus waren gesticht] op de 14e Nisan, de zevende maand van de Joodse [civiele] kalender.” Met andere woorden, op de 14e dag van de eerste maand van de heilige kalender, en het droeg toen niet de naam van de heidense godheid „Easter”, maar de bijbelse naam „Pascha”.

Pascha, de Dagen der Ongezuurde Broden, Pinksteren, en de andere heilige dagen die God voor eeuwig heeft ingesteld, werden alle gehouden door Jezus, en door de eerste apostelen, en door de bekeerde heidense christenen (Hand. 2:1; 12:3; 18:21, Statenvert.; 20:6, 16; 1 Kor. 5:7-8; 16:8). Pascha is een herdenking van de kruisiging van Christus (Lukas 22:19). Het Pascha, zoals dat werd gehouden door de vroege ware Kerk, viel op zondag noch op enige andere vaste dag van de week, maar op een kalenderdag van het jaar. De weekdag verschilt van jaar tot jaar.*

Pasen (Easter, Ostern) is een van de heidense dagen waartegen Paulus heidense bekeerlingen waarschuwde. Zij moesten niet tot de viering ervan terugkeren (Gal. 4:9-10).

Hoe is nu dit heidense feest een belijdende christenheid opgelegd? Dat is een verrassend verhaal — maar laten wij eerst eens letten op de ware oorsprong en aard van Pasen.

*Noot: Ons woord ‘Pasen’ is afgeleid van het griekse ‘Pascha’, dat op zijn beurt een vertaling is van het hebreeuwse ‘Pesach’ of ‘Pasach’. Pasen als feest heeft echter niets te maken met het bijbelse Pascha of Pesach.

De Chaldeeuwse oorsprong

Easter, aldus Alexander Hislop (The Two Babylons, p. 103), „draagt haar Chaldeeuwse oorsprong op het voorhoofd. Easter is niets anders dan Astarte, een der titels van Beltis, de koningin des hemels …”

De oude goden van de heidenen hadden veel verschillende namen. Werd deze godin door de Foeniciërs Astarte genoemd, zij verschijnt als Isjtar op Assyrische monumenten die door Layard bij opgravingen te Ninevé zijn gevonden (Austin H. Layard, Nineveh and Babylon, Vol. II, p. 629). Beide namen worden uitgesproken als ‘Isjtar’. Zo werd Bel tevens Molech genoemd. Het was wegens het offeren aan o.a. Molech (1 Kon. 11:1-11, in het bijzonder vers 7, waar Molech een gruwel wordt genoemd) dat Salomo door de Eeuwige werd veroordeeld, en het Koninkrijk Israël van zijn zoon afgescheurd.

In de oude Chaldeeuwse afgodische zonaanbidding, zoals die door de Foeniciërs werd bedreven, was Baal de zonnegod; Astarte was zijn gemalin of vrouw. En Astarte is dezelfde als Isjtar, of „Easter” (of „Ostern”).

Zegt Hislop: „Het feest, waarover we, onder de naam Pasen, in de Kerkgeschiedenis van de derde en vierde eeuw lezen, was een heel ander feest dan dat wat nu in de Roomse [en protestantse] Kerk wordt gevierd, en stond toentertijd niet bekend onder een naam als Pasen („Easter”). Het heette Pascha, of Pesach, en .. . werd reeds zeer vroeg door vele belijdende Christenen gevierd . .. Dat feest stemde oorspronkelijk overeen met de tijd van het Joodse Pascha, toen Christus werd gekruisigd .. . Dat feest was niet afgodisch, en er ging geen vastentijd aan vooraf” (The Two Babylons, p. 104).

Hoe komen wij aan de vasten?

„Niettemin dient u te weten”, schreef Johannes Cassianus in de vijfde eeuw, „dat zolang de vroege kerk haar volmaaktheid onaangetast hield, er geen viering van de vasten bestond” (First Conference Abbot Theonas, hoofdstuk 30).

Jezus hield geen vasten. De apostelen en de vroege ware Kerk van God hielden geen vastentijd. Waar vindt deze gewoonte dan zijn oorsprong?

„De veertig dagen onthouding van de vastentijd („Lent”) werd rechtstreeks overgenomen van de aanbidders van de Babylonische godin. Een dergelijke vastentijd van veertig dagen in het voorjaar wordt nog altijd in acht genomen door de Yezidis of heidense duivelaanbidders in Koerdistan, die het hebben geërfd van hun vroegere meesters, de Babyloniërs. Een dergelijke vastentijd van veertig dagen werd in de lente in acht genomen door de heidense Mexicanen . .. Een dergelijke vastentijd van veertig dagen werd in acht genomen in Egypte …” (The Two Babylons, pp. 104-105). In feite werd deze Egyptische vasten van veertig dagen uitdrukkelijk gevierd ter ere van Osiris, ook bekend als Adonis in Syrië en als Tammuz in Babylonië (John Landseer, Sabaean Researches, pp. 111, 112).

Beseft u wat er gebeurd is? De Almachtige God gebood zijn volk het Pascha voor eeuwig in acht te nemen! (Ex. 12:24.) Dit gebod werd gegeven toen de Israëlieten zich nog in Egypte bevonden, nog vóór het Oude Verbond en de Wet van Mozes! Het was een uitbeelding, vóór de kruisiging, van Christus’ dood ter vergeving van onze zonden, een type dat hiernaar vooruitzag. Bij zijn laatste Pascha wijzigde Jezus de symbolen, die werden gebruikt voor het bloed van een lam en het eten van het geroosterde vlees daarvan, in het brood en de wijn.

Jezus schafte het Pascha niet af — Hij bracht alleen een wijziging in de symbolen aan. Alle apostelen van Christus en ware christenen van de ware Kerk in de eerste eeuw hielden het op de 14e dag van de eerste maand van de heilige kalender. Nu is het een herdenking van Christus’ dood, waarbij jaar op jaar een herbevestiging plaatsvindt van het geloof van de ware christen in het bloed van Christus voor de vergeving van zijn of haar zonden, en in het gebroken lichaam van Christus voor zijn of haar fysieke genezing.

Maar wat is er gebeurd? Beseft u het? Alle Westerse naties zijn misleid tot het laten vallen van het feest dat God voor eeuwig heeft ingesteld als herdenking van de dood van de ware Verlosser voor onze zonden, en tot de vervanging ervan door een heidens feest ter herdenking van de valse „verlosser” en middelaar Baal, de zonnegod; een feest dat in sommige landen zelfs de naam draagt van de mythische Isjtar, de vrouw van Baal, maar in wezen niemand anders dan Semiramis, die zich uitgaf voor de vrouw van de zonnegod; zij is de afgodische „koningin des hemels”.

Dit is niet christelijk! Het is heidens tot in de kern!

Toch zijn talloze miljoenen misleid tot de viering van deze vorm van heidense afgoderij, in de waan dat zij dit doen ter ere van Jezus Christus, de Zoon van de Schepper God!

Pasen eert Christus niet! En toch, bent u niet geweest als een blind schaap dat aanliep achter de miljoenen anderen die deze gewoonte in acht nemen? „God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden der onwetendheid, heden aan de mensen, dat zij allen overal tot bekering moeten komen” (Hand. 17:30).

Paaseieren

Wist u dat geverfde paaseieren eveneens een rol speelden in de riten van de oude Babylonische mysteriën, precies zoals in de tegenwoordige paasviering het geval is? Ja, ook paaseieren zijn heidens.
In The Mythology and Rites of the British Druids van Edward Davies staat op bladzijde 210, dat het ei het geheiligde symbool van de afgodische orde der oude Druïden was.
In veel oude beschavingen waren eieren heilig en vormden een onderdeel van godsdienstige ceremoniën.
James Bonwick schrijft: „In de Egyptische tempels werden eieren opgehangen. Bunsen vestigt de aandacht op het wereldei, het symbool van het vruchtbare leven, voortkomend uit de mond van de grote god van Egypte. Het mystieke ei van Babylon, waaruit de Venus Isjtar kwam, viel uit de hemel in
de Eufraat. Geverfde eieren waren in Egypte geheiligde paasoffers [„Easter offerings”], zoals ze dat nog altijd in China en Europa zijn. Pasen, of de lente, was het seizoen van geboorte, zowel aardse als hemelse” (Egyptian Belief and Modern Thought, pp. 211-212).
Waarom worden met Pasen eieren geverfd door mensen die van zichzelf vinden dat zij christen zijn? Denken zij dat de Bijbel deze heidense gewoonte heeft ingesteld of geboden? Er staat hierover geen woord in het Nieuwe Testament. Zeer beslist is Christus er niet mee begonnen, en evenmin hielden de apostelen of de vroege christenen zich ermee bezig! Waarom zou u het dan in deze tijd moeten doen? Waarom zou u het heidendom nalopen en onderwijl trachten uzelf ervan te overtuigen dat u christen bent? God noemt zulke dingen een gruwel!

Paasdiensten bij zonsopgang

Sommige mensen vinden een kerkdienst bij zonsopgang op Pasen zo prachtig. Luister! God toonde aan de profeet Ezechiël in een visioen de zonden van zijn volk — een profetie voor onze tijd! God zei tot Ezechiël: „Hebt gij dat gezien, mensenkind? Nog grotere gruwelen dan deze zult gij zien [Ezechiël had zojuist in een visioen de afgodendienst van het belijdende volk van God gezien]. Toen bracht Hij mij [in een visioen] naar de binnenste voorhof van het huis des Heren. En zie . . . tussen de voorhal en het altaar, waren ongeveer vijfentwintig mannen … met hun gezicht naar het oosten, en zij bogen zich in de richting van het oosten neer voor de zon. Hij zeide tot mij: Hebt gij dat gezien, mensenkind? Was het.. . nog niet genoeg om de gruwelen te doen, die zij hier bedrijven . . . ? Daarom zal Ik in grimmigheid met hen handelen. Ik zal niet ontzien en geen deernis hebben. Al roepen zij met luider stem aan mijn oren, toch zal Ik naar hen niet horen”! (Ezech. 8:15-18.) Ziet u om welke gruwel het hier gaat?
Precies dezelfde gruwel die elke paasochtend door miljoenen wordt bedreven: de kerkdienst bij zonsopgang — met het gezicht naar het oosten, waar de zon opkomt, eert men, in een kerkdienst, de zonnegod en zijn mythische, afgodische gemalin, de godin Isjtar. Misleid tot het geloof dat dit christelijk is, aanbidden miljoenen mensen ieder jaar met Pasen in precies dezelfde vorm de oude zonnegod Baal! In de hele Bijbel wordt dit onthuld als de meest gruwelijke van alle afgoderijen in de ogen van de Eeuwige Schepper!

Hoe Pasen in de kerk kwam

Dit is de oorsprong en vroege geschiedenis van Pasen.
Hoe is dit heidense feest nu in de officiële christelijke godsdienst geïnjecteerd ter vervanging van een instelling van God?
Alvorens in beknopte vorm het opzienbarende verslag van deze grote misleiding te onthullen, moeten eerst twee feiten goed in gedachten worden geprent.

Ten eerste, Jezus en de apostelen voorspelden, niet een algemene, wijdverspreide groei van de nieuwtestamentische Kerk, maar een afvallen van de waarheid door de grote meerderheid. In een profetie betreffende deze grote, algemene afval van het eenmaal overgeleverde geloof zei Paulus tot de Thessalonicenzen: „Het geheimenis [mysterie] der wetteloosheid is reeds in werking.” Dit was nauwelijks twintig jaar na het begin van de Kerk! Paulus doelde op dezelfde „Chaldeeuwse mysteriën” waarvan Pasen en Kerstmis de twee belangrijkste feesten zijn!

Ten tweede, ofschoon Jezus zei dat de poorten der hel nooit over zijn Kerk zouden zegevieren, wordt over haar in het Nieuwe Testament geprofeteerd dat zij slechts een „klein kuddeke” zou zijn — en nooit een grote, algemene volkskerk (Lukas 12:32). Dit zijn feiten die de wereld niet beseft!

Twee kerken: een valse en een ware

In de profetieën van het Nieuwe Testament komen twee kerken ter sprake. De ene kerk, een grote, machtige, universele kerk, een deel van de wereld, met haar politiek over vele naties heersend, en verenigd met het „Heilige Roomse Rijk”, wordt scherp in beeld gebracht in Openbaring 17.
Deze kerk wordt afgebeeld met grote pracht, met groot ritueel en vertoon, getooid in purper, scharlaken en goud — trots, werelds, arrogant. Zij wordt afgebeeld als een universele verleidster — alle Westerse naties zijn geestelijk dronken door haar valse doctrines; hun geestelijke waarnemingsvermogen is dermate door haar heidense leerstellingen en praktijken vertroebeld, dat zij niet in staat zijn duidelijk waarheid te onderscheiden! Zij pocht dat zij de ware Kerk is, maar zij is dronken van het bloed der heiligen die zij de marteldood heeft laten sterven!
Maar hoe kon zij, zoals in Gods Woord is voorspeld, de hele wereld misleiden? In elk geval is de protestantse wereld niet misleid!

Niet? Toch wel! Let goed op vers 5: het is een moederkerk! Haar dochters zijn ook kerken, die al protesterend van haar zijn uitgegaan, en zich daarom protestant noemen — maar in de grond zijn ze door heidense doctrine en praktijk met haar verwant! Ook zij maken zich tot onderdeel van deze wereld, en nemen actief deel aan haar politiek — precies het feit dat hun moeder tot „hoer” heeft gemaakt! Deze hele afvallige familie — een moeder met meer dan 400 dochterdenominaties, die onderling allemaal verdeeld zijn en doctrinair in verwarring verkeren, maar toch allemaal in de belangrijkste heidense doctrines en feesten zijn verenigd — heeft een familienaam! Zelf noemen zij zich „christelijk”, maar God noemt hen anders: „Geheimenis: het grote Babylon”!

„Babylon” betekent verwarring! God noemt mensen en dingen altijd volgens wat zij zijn! En wij zien hier dezelfde oude Babylonische mysteriën of geheimenissen, alleen nu onder de dekmantel „christendom” — in feite echter is het hetzelfde oude „Babylonische Mysteriën Systeem”. Maar waar was dan de ware Kerk?

De ware Kerk: klein en verstrooid

Is de ware Kerk van God, waarvan Jezus Christus het levende, leidinggevende Hoofd is, verdorven geworden — is zij vervallen tot het zojuist beschreven systeem? Beslist niet! De poorten der hel hebben nimmer over de ware Kerk van God gezegevierd, en zullen dat ook nooit! De ware Kerk is nooit gevallen! Zij heeft nooit opgehouden te bestaan!
Maar de ware Kerk van God wordt in de profetieën uitgebeeld als een „klein kuddeke”! Het Nieuwe Testament beschrijft deze Kerk als voortdurend vervolgd, en veracht door de grote volkskerken, omdat zij niet van deze wereld of haar politiek is, maar zichzelf onbevlekt van de wereld houdt! Zij heeft altijd de Geboden van God en het geloof van Jezus bewaard (Openb. 12:17). Zij heeft Gods Feestdagen gevierd, niet de heidense feestdagen. Zij is altijd van kracht voorzien door de Geest van God! Deze Kerk werd nooit de grote volkskerk in Rome, zoals de protestantse wereld meent! Deze Kerk heeft altijd bestaan, en bestaat ook vandaag! Waar ging zij dan heen? Waar was zij in de Middeleeuwen? Waar bevindt zij zich vandaag?
Houd steeds in gedachten dat deze Kerk nooit groot is geweest, nooit politiek krachtig, nooit een wereldbekende organisatie van mensen. Het is een geestelijk organisme, geen politieke organisatie. Zij is samengesteld uit allen van wie hart en leven door de Geest van God zijn veranderd, hetzij zichtbaar bijeengekomen, hetzij als verspreide individuen.
Gehinderd door voortdurende vervolging en tegenstand van de georganiseerde machten van deze wereld, is het moeilijk voor deze mensen om in een verenigd en georganiseerd verband bijeen te blijven.
Daniël profeteerde dat het ware volk van God zou worden verstrooid (Dan. 12:7). Ezechiël voorspelde het (Ezech. 34:5-12). Jeremia eveneens (Jer. 23:1-2). Jezus voorspelde het (Matth. 26:31). De apostolische Kerk werd al spoedig door vervolging verstrooid (Hand. 8:1).

Onbekend in de geschiedenis

In de seculiere geschiedschrijving van deze wereld zult u niet veel over dit ware Lichaam van Christus aantreffen! De wereld slaat weinig acht op, en herinnert zich niet lang, de activiteiten van deze „kleine kudde”, die door de wereld wordt gehaat en geminacht, die door vervolging de wildernis is ingedreven, die altijd met tegenstand heeft te kampen en meestal is verstrooid! Maar er zijn in authentieke geschiedenissen genoeg verwijzingen naar haar die aantonen dat zij door alle eeuwen heen tot op vandaag is blijven voortbestaan!
De profetieën geven van deze Kerk een scherp beeld in het 12e hoofdstuk van Openbaring. Daar wordt zij getoond in haar geestelijke toestand, in de glorie en pracht van de Geest van God, maar in de wereld zichtbaar als een vervolgde Kerk, die de Geboden houdt, en die gedurende 1260 jaar, de hele Middeleeuwen, naar de wildernis was verdreven!
Reeds in Paulus’ tijd begon een groot aantal van degenen die te Antiochië, te Jeruzalem, te Efeze, te Korinthe en op andere plaatsen de diensten bezochten, afvallig te worden en zich van de waarheid af te wenden. Er ontstond verdeeldheid. Degenen die niet bekeerd waren, of zich van Gods waarheid en levenswijze hadden afgekeerd, maakten geen deel uit van Gods ware Kerk, ook al kwamen zij fysiek bijeen met hen die dat wel waren. Binnen deze zichtbare gemeenten was „het geheimenis der wetteloosheid” reeds in werking. Deze afval werd steeds groter! Rond het jaar 125 n.Chr. zette de meerderheid in de meeste gemeenten, in het bijzonder in die van heidense afkomst, vele van hun oude heidense geloofsstellingen en praktijken voort, hoewel zij beleden christelijk te zijn! Langzamerhand bleef een steeds slinkend deel van de zichtbare kerken die als „christelijk” bekendstonden, werkelijk aan God en zijn waarheid trouw. Nadat Constantijn in het begin van de vierde eeuw het beheer van de zichtbare, officiële Kerk in handen had genomen, werd deze zichtbare organisatie vrijwel totaal heidens, en begon allen die zich aan het ware Woord van God hielden te excommuniceren en te vervolgen! Tenslotte waren de ware christenen, die als enigen, zelfs als verstrooid volk, de ware christelijke Kerk vormden, gedwongen het rechtsgebied van Rome te ontvluchten teneinde God waarlijk te kunnen vereren! Aldus werd de zichtbare, georganiseerde Kerk, die zeer machtig werd, de valse Kerk — „de Grote Hoer” van Openbaring 17.

Geïnjecteerd in de Kerk

Niets illustreert dit feit levendiger dan de daadwerkelijke geschiedenis van het injecteren van Pasen in de Westerse Kerk.

Hier volgt in het kort deze geschiedenis, zoals die wordt weergegeven door de Encyclopaedia Britannica (11e editie, Vol. VIII, pp. 828-829):

„Er is geen indicatie voor de viering van het Paasfeest [„Easter”] in het Nieuwe Testament of in de geschriften van de Apostolische Vaders . . . De eerste christenen [de oorspronkelijke ware Kerk] bleven de joodse [d.w.z. Gods] feestdagen in acht nemen, ofschoon in een nieuwe geest, als herdenking van gebeurtenissen waarvan deze feestdagen een voorafschaduwing waren geweest. Aldus bleef men het Pascha vieren, verrijkt met een nieuw begrip, dat van Christus als het ware Paschalam en als de eerste vrucht uit de dood.
„Ofschoon de viering van Pasen [„Easter”] reeds vroeg in de praktijk van de Christelijke Kerk werd opgenomen, rees er spoedig aangaande de dag waarop de viering diende plaats te vinden een ernstig verschil van mening tussen de christenen van joodse en die van heidense afkomst, hetgeen tot een lange en. bittere controverse heeft geleid. Bij de joodse christenen … eindigde de vasten … op de 14e dag van de maan in de avond . .. ongeacht de dag van de week. De heidense christenen daarentegen [d.w.z. het begin van de Kerk van Rome, die heidense in de plaats van ware christelijke doctrines stelde] … koppelden de eerste dag van de week aan de opstanding, en hielden de voorafgaande vrijdag als de herdenking van de kruisiging, ongeacht de dag van de maand.
„In het algemeen gesproken hielden de Westerse [Katholieke] Kerken Pasen op de le dag van de week, terwijl de Oosterse Kerken [voor een deel bestaande uit hen die deel bleven uitmaken van de ware christelijke Kerk] de joodse regel volgden. [Dat wil zeggen, zij hielden het Pascha op de 14e dag van de eerste heilige maand in plaats van het heidense Paasfeest.]
„Polycarpus, de discipel van Johannes de Evangelist, en bisschop van Smyrna, bezocht in 159 [sic] Rome om met Anicetus, de bisschop van dat bisdom, over dit onderwerp te spreken, en drong aan op de traditie die hij van de apostelen had ontvangen om de 14e dag in acht te nemen. Anicetus wees dit echter af. Ongeveer veertig jaar later (in 197) werd de kwestie in een heel andere geest besproken tussen Victor, bisschop van Rome, en Polycrates, aartsbisschop van het proconsulaire Azië [het gebied van de gemeenten te Efeze, Galatië, Antiochië, Filadelfia, en de andere die in Openbaring 2 en 3 worden genoemd — de gemeenten die door de apostel Paulus waren opgericht]. Deze provincie was het enige gebied van het Christendom waar men nog aan het joodse gebruik vasthield. Victor eiste dat iedereen het gebruik dat te Rome in zwang was zou overnemen. Polycrates weigerde vastberaden hiermee in te stemmen, en droeg vele gewichtige redenen aan voor het tegendeel, waarop Victor stappen ondernam om Polycrates en de Christenen die zich aan het Oosterse gebruik bleven houden [d.w.z. die op Gods weg bleven, zoals Jezus, Petrus, Paulus en de hele vroege ware Kerk] te excommuniceren. Van daadwerkelijke maatregelen om het decreet van excommunicatie op te leggen werd hij echter [door andere bisschoppen] weerhouden … en de Aziatische gemeenten handhaafden ongehinderd hun gebruik. Van tijd tot tijd deed het joodse [ware christelijke Pascha] gebruik zich nadien opnieuw gelden, maar nooit in zeer grote mate.

„Een definitieve regeling van het dispuut was een der redenen die Constantijn ertoe bewoog in 325 het Concilie van Nicea bijeen te roepen. Toentertijd waren de Syriërs en de Antiochiërs nog de enige verdedigers van de viering op de 14e dag. De beslissing van het concilie was unaniem dat Pasen [„Easter”] op zondag gehouden moest worden, en wel in de gehele wereld op dezelfde zondag, en dat ‘niemand voortaan de verblindheid der Joden mocht navolgen’. [Dat wil in duidelijke taal zeggen, dat de Kerk van Rome besliste dat het niemand was toegestaan de weg van Christus te volgen — de weg van de ware christelijke Kerk!]
„ … De weinigen die zich naderhand afscheidden van de eenheid van de kerk [van Rome], en zich aan de 14e dag bleven houden, werden ‘Quartodecimani’ genoemd, en het geschil zelf staat bekend als de ‘Quartodecimaanse controverse’.”

Zo ziet u hoe de politiek georganiseerde kerk te Rome tot grote omvang en macht uitgroeide door het overnemen van populaire heidense praktijken, en hoe zij langzamerhand de ware leer, doctrines en praktijken van Christus en de ware Kerk, voor wat betreft de collectieve uitoefening ervan, uitroeide.

De eerste historische verslagen

De vroege Kerk van God in nieuwtestamentische tijden werd geleerd dat Jezus drie dagen en nachten in het graf doorbracht — dat Hij aan het eind van de derde dag na de kruisiging opstond. De kruisiging vond plaats op woensdag 25 april, 31 n.Chr.
Het Pascha werd jaarlijks gevierd, op de avond van Christus’ dood, op 14 Nisan van Gods heilige kalender. Deze nieuwtestamentische praktijk vond in het Westen algemeen navolging tot kort na de dood van de apostel Johannes. In het Oostelijke Romeinse Rijk bleef de juiste praktijk veel langer voortbestaan.

Nu volgt wat er in het Oosten gebeurde!
Halverwege de tweede eeuw n.Chr. vond er een kalenderwijziging plaats, waarna allerlei nieuwe ideeën in de officiële christelijke wereld werden geïntroduceerd. De ware christenen die Jeruzalem waren ontvlucht „bleven de joodse cyclus gebruiken [d.w.z. Gods methode om volgens de heilige kalender het Pascha te berekenen], totdat de bisschoppen van Jeruzalem die uit de besnijdenis waren, werden opgevolgd door andere die niet uit de besnijdenis waren [onbekeerde heidenen — en] … zij begonnen andere cyclussen uit te denken” (Bingham, Antiquities of the Christian Church, p. 1152).
Dezelfde schrijver vervolgt: „Wij zien dat in deze tijd [midden tweede eeuw] de joodse rekenwijze [bepaald door Gods kalender die de Joden nauwgezet hadden bewaard] algemeen werd verworpen door de… kerk, en toch werd er geen zekere kalender voor in de plaats gesteld . ..”
Op deze wijze werd het Pascha — soms het Laatste Avondmaal of de Eucharistie genoemd — langzaam maar zeker verworpen.

Het Laatste Avondmaal op zaterdag!

Vergeet niet dat tot op die tijd de Gemeenten van God algemeen wisten dat Jezus na drie dagen was opgestaan — op zaterdagavond vlak voor zonsondergang.
Met de afwijzing van Gods heilige kalender begonnen velen in de officiële christelijke wereld te doen wat hun juist scheen. Niet alleen begonnen zij de jaarlijkse datum van het Pascha verkeerd te berekenen, maar in het Oosten begonnen zij het Pascha zelfs wekelijks te houden, op zaterdag, de sabbat! Hier is het bewijs:
Gedurende meer dan 200 jaar was deze gewoonte algemeen gebruikelijk in de Oosterse kerken. De kerkhistoricus Socrates schreef in zijn Ecclesiastical History, boek V, hoofdstuk 22: „Terwijl derhalve sommigen in Klein-Azië de bovengenoemde dag hielden [hij bedoelt dat sommigen het Pascha evenals de apostelen op de 14e Nisan bleven vieren], hielden anderen dit feest inderdaad op de Sabbat. ..” Met „sabbat” bedoelen alle vroege schrijvers de zaterdag!

Deze gewoonte om „het Laatste Avondmaal” op zaterdag te houden was zo algemeen dat hij vervolgt: „Want hoewel bijna alle kerken in de gehele wereld de heilige mysteriën op de sabbat van iedere week vieren, zijn desalniettemin de christenen van Alexandrië en in Rome, ter wille van een of andere oude traditie, hiermee opgehouden.”

Ziet u de werkelijke betekenis van dit citaat?

Het Pascha werd van een jaarlijkse herdenking van de dood van Christus getransformeerd in een wekelijkse herdenking van zijn opstanding, die op zaterdag plaatsvond. Deze wekelijkse „pascha’s” werden „de heilige mysteriën” genoemd. Een van deze oude mysteriën was Pasen (het feest van Easter).

Dit Pasen (Easter) viel niet plotseling uit de lucht. Het sloop langzaam binnen, onder het mom van een christelijk gebruik.

Velen hielden zich nog altijd trouw aan de praktijk van de oorspronkelijke ware Kerk. Anderen begonnen elke zaterdag „de heilige mysteriën” te houden, ter ere van, zo dachten zij, de opstanding van Jezus Christus. Maar hoe nu zouden de valse leraars de wetenschap dat Jezus drie dagen en drie nachten in het graf lag veranderen?

De „Goede Vrijdag-Paaszondag”-traditie

Laten wij hier goed bij stilstaan! Door de Syriac Didascalia, samengesteld kort voor de tijd van Constantijn, hebben wij een verslag van wat er in die vroege dagen plaatsvond. Valse leraars begonnen de drie dagen en drie nachten op de volgende handige manier te interpreteren:
Zij beweerden dat Jezus, volgens hen op vrijdag, gedurende ongeveer zes uur aan het kruis heeft geleden. De uren daglicht van negen uur ’s morgens tot twaalf uur ’s middags telden zij als één dag. De uren van twaalf tot drie ’smiddags (toen het land verduisterd was) rekenden zij als de eerste nacht. Vervolgens werd de tijd van drie uur ’s middags tot zonsondergang gerekend als de tweede dag. De nacht van vrijdag op zaterdag werd de tweede nacht; zaterdag overdag de derde dag; en de nacht van zaterdag op zondag de derde nacht.
Een buitengewoon handige redenering — en een zeer groot aantal mensen werd erdoor misleid! Deze valse dienaren verdraaiden de waarheid dat Jezus gedurende de tijd van drie dagen en drie nachten in het graf was.

Zo werd het idee van een opstanding op zondag voor het eerst in de kerken geïnjecteerd. Zie nu wat er verder gebeurde.

Paaszondag begint te Rome eerder

Sprekend over degenen die het Pascha niet waarnamen in overeenstemming met de praktijk van de apostelen schreef Irenaeus, die aan het einde van de tweede eeuw leefde, aan bisschop Victor van Rome: „Wij bedoelen Anicetus, en Pius, en Hyginus, en Telesphorus, en Xystus. Zij hielden het [het ware Pascha op de 14e Nisan] niet, en stonden het degenen na hen ook niet toe” (Nicene and Post-Nicene Fathers, Vol. I, p. 243).
Wie waren deze mannen? Bisschoppen van de kerk te Rome! Dit is het eerste verslag, door een Katholiek, van het feit dat de Romeinse bisschoppen niet langer het Pascha op de juiste door God gegeven tijd hielden, maar op zondag!
Het was bisschop Xystus (ook wel gespeld als Sixtus) van wie als eerste wordt getuigd dat hij de juiste viering van het Pascha verbood, en dat hij jaarlijks op zondag de heilige mysteriën vierde. Irenaeus verklaart voorts over hem dat zijn leer in directe „tegenstelling” was met de praktijk van de rest van de kerken. Bisschop Sixtus leefde aan het begin van de tweede eeuw, niet lang na de dood van de apostel Johannes.

Let er tevens op dat de paaszondagtraditie niet in de jaren 60 n.Chr. met Petrus of Paulus begon, maar in de tweede eeuw met Sixtus!
Dit is de verbazingwekkende oorsprong van paaszondag in de Westerse kerken. Naast deze praktijk werden „de heilige mysteriën” eveneens iedere zondag gevierd!

De Romeinen verdeeld

Vanzelfsprekend verdeelde de invoering van deze gewoonte de christenen te Rome. De katholieke historicus Abbé Duchesne schreef: „Er waren in Rome destijds vele christenen uit Azië [de Kerk van God te Rome was immers gesticht door mensen uit Klein-Azië, waar Paulus predikte] en de eerste pausen, Xystus en Telesphorus, zagen dat zij ieder jaar hun Pasch [het ware Pascha] hielden op dezelfde dag als de Joden. Zij hielden in stand wat juist was. Het werd hun toegestaan … hoewel de rest van Rome een ander gebruik hield” (The Early History of the Church, Vol. I, p. 210).

Dit zijn opzienbarende feiten, maar ze zijn waar! Het is tijd dat wij ervan op de ‘hoogte zijn!

Irenaeus schreef nog meer inzake de viering van Pasen in Rome en elders: „Maar Polycarpus was bovendien niet alleen door de apostelen geïnstrueerd, en kende velen die Christus hadden gezien, maar hij was ook door de apostelen in Azië benoemd tot bisschop van de Kerk van Smyrna.. . Ook was hij in Rome ten tijde van Anicetus [bisschop van Rome, 155-166 n.Chr.] en hij zorgde ervoor dat velen zich afwendden van de . . . ketterijen tot de Kerk van God, door te verkondigen dat hij deze ene en zuivere waarheid van de apostelen had ontvangen …” Tijdens zijn verblijf in Rome besprak Polycarpus met de Romeinse bisschop de zaak omtrent Pasen.
Irenaeus vervolgde: „Want Anicetus kon Polycarpus er niet van overtuigen het [het Pascha] niet te vieren, omdat deze het altijd had gevierd tezamen met Johannes, de discipel van onze Heer, en met de rest van de apostelen met wie hij in contact stond; en evenmin overtuigde Polycarpus Anicetus ervan het wel te vieren, die zei dat hij gebonden was de gewoonten van de presbyters vóór hem na te volgen” (Eusebius, Ecclesiastical History, boek V, hoofdstuk 24; in: Nicene and Post-Nicene Fathers, Vol. I, p. 244).

Vals visioen

Kort na het vertrek van Polycarpus verscheen er een verbazingwekkende brief — volgens vele geleerden een opzettelijke vervalsing. In deze brief wordt gezegd: „Paus Pius, die rond 147 leefde, maakte een decreet, dat de jaarlijkse plechtigheid van het Pasch [het Griekse woord voor Pascha] gehouden moet worden op de dag des Heren [zondag] en als bevestiging hiervan beweerde hij dat Hermes [Hermas], zijn broer, die destijds een voorname leraar bij hen was, deze instructie had ontvangen van een engel, die gebood dat alle mensen het Pasch op de dag des Heren moeten houden” (Joseph Bingham, Antiquities of the Christian Church, pp. 1148-1149).
Over deze zelfde mystificatie lezen wij in Apostolical Fathers van James Donaldson, pagina 324: „Een van de brieven verzonnen namens Pius, waarvan ene Hermas [Hermes] als auteur wordt genoemd; en er wordt gesteld dat er in zijn boek door middel van een engel een gebod werd gegeven om het Pascha op zondag te vieren.”
Als deze brief een opzettelijke vervalsing was, was hij verzonnen na de tijd van Polycarpus in een poging gewicht te geven aan de gewoonte van Anicetus, de bisschop van Rome, die de zondagse viering van de Eucharistie of het Pascha handhaafde. Was het geen vervalsing, dan was Pius zelf de auteur van deze misleidende brief. (Pius overleed kort voor het bezoek van Polycarpus aan Rome.)

Constantijn — de man met macht

Vervolgens riep Constantijn het eerste algemene concilie van de officieel christelijke wereld bijeen. Het Concilie van Nicea besloot, op zijn gezag, dat Pasen op zondag moet worden gevierd en dat het Pascha moet worden verboden!
Ongeacht deze beslissingen bleven velen getrouw. Daarom vaardigde Constantijn een edict uit waarin werd verklaard: „Wij hebben dienovereenkomstig opdracht gegeven dat u alle gebouwen waarin u uw bijeenkomsten pleegt te houden zullen worden ontnomen . .. hetzij openbare hetzij particuliere” (Life of Constantine, boek III).

Pasen nog steeds op verschillende zondagen

Ofschoon iedereen nu was gedwongen Pasen te vieren dan wel de stedelijke gebieden van het Romeinse Rijk te ontvluchten, waren de kerken nog altijd verdeeld over de precieze zondag voor Pasen. Zie hoe groot de verwarring werd:

„Maar niettegenstaande alle pogingen die toen of later in het werk werden gesteld, bleven gedurende vele eeuwen hierover grote verschillen in de kerk bestaan. Want de kerken in Groot-Brittannië en Ierland stemden niet overeen met de Romeinse kerk wat het vieren van Pasen op dezelfde zondag betreft, tot ongeveer het jaar 800. Evenmin werd in Frankrijk de Romeinse wijze volledig geaccepteerd, totdat het daar door het gezag van Karei de Grote werd geregeld …” (Bingham, Antiquities of the Christian Church, p. 1151).

Dit zijn verbazingwekkende feiten — maar zij zouden uw ogen voor de waarheid moeten openen! Het is hoog tijd dat wij precies vernemen wat er de afgelopen 1900 jaar is gebeurd met het Evangelie van Jezus Christus en met de gebruiken van de nieuwtestamentische Kerk van God.

Ware christenen hielden het Pascha

Het Nieuwe Testament openbaart dat Jezus, de apostelen en de nieuwtestamentische Kerk, zowel degenen van Joodse als zij van heidense geboorte, Gods sabbatten en Gods feestdagen hielden — de wekelijkse en de jaarlijkse! Lees met aandacht Handelingen 2:1; 12:3-4 (denk eraan dat het woord ‘paasfeest’ hier een onjuiste vertaling is en dat het het oorspronkelijk geïnspireerde ‘Pascha’ dient te zijn); 18:21, Statenvert.: 20:6, 16; 1 Korinthe 16:8.
Eusebius, historicus van de vroege eeuwen van de Kerk, spreekt over de ware christenen die het Pascha vierden op de 14e Nisan, de eerste maand van de heilige kalender.
„In die tijd ontstond een kwestie van niet gering belang. Want de parochies in heel Azië, die van een oudere traditie zijn, beweerden dat de veertiende dag van de maan, op welke dag de Joden was geboden het lam te offeren, gehouden moest worden als het feest van het pascha van de Verlosser … de bisschoppen van Azië besloten, onder leiding van Polycrates, zich te houden aan het oude gebruik dat hun was overgeleverd. Zelf bracht hij, in een brief die hij aan Victor en de kerk van Rome richtte, de traditie die hem was overgeleverd in de volgende woorden naar voren:
„‘Wij houden de juiste dag; wij voegen niets toe, nemen evenmin iets weg. Want ook in Azië zijn grote lichten ingeslapen die zullen herrijzen op de dag van de komst van de Heer, wanneer Hij zal komen met de heerlijkheid van de hemel, en alle heiligen zal bijeenzoeken. Daaronder is Filippus, een der twaalf apostelen … en, bovendien, Johannes, die zowel getuige als leraar was, die heeft gerust aan de borst van de Heer … en Polycarpus in Smyrna, die bisschop was en martelaar; en Thraseas, bisschop en martelaar uit Eumenia … de bisschop en martelaar Sagaris … de gezegende Papirius, en Melito … zij allen hielden de veertiende dag van het pascha in overeenstemming met het Evangelie, in geen enkel opzicht afwijkend, maar in navolging van de regel van het geloof’ ” (Ecclesiastical History, boek V, hoofdstuk XXIII en XXIV).

Naarmate echter de valse, heidense kerk groeide in omvang en politieke macht, werden in de vierde eeuw decreten uitgevaardigd, waarin de doodstraf werd opgelegd aan christenen van wie werd ontdekt dat zij Gods sabbat of Gods feestdagen hielden. Tenslotte zijn vele christenen (die de ware Kerk vormden) om de ware weg van God te houden, gevlucht voor hun leven.

Maar een ander groot deel van de ware Kerk van God, dat er niet in slaagde te vluchten, maar toch trouw aan Gods waarheid bleef, betaalde met hun leven in een marteldood (Openb. 2:13; 6:9; 13:15; 17:6; 18:24). Gehoorzaamheid aan God hadden zij meer lief dan hun leven. U ook?
Maar gedurende alle generaties, gedurende iedere eeuw hielden vele ware christenen, al werden zij vervolgd, verstrooid, en niet door de wereld erkend, de ware Kerk van God in leven — de Kerk die is samengesteld uit degenen die de heilige Geest van God bezitten.

Wat God heeft geboden

De „communie”, ook wel genoemd „het heilig Avondmaal”, is in wezen het Pascha — zoals deze instelling meer terecht behoort te worden genoemd. Aangaande de viering van het Pascha, en iedere juiste praktijk, spoort Judas aan „tot het uiterste te strijden voor het geloof, dat eenmaal de heiligen overgeleverd is”.
Laten wij, nu wij de heidense oorsprong van de paasviering kennen, de wolk der onwetendheid verdrijven die hangt over de waarheid van het Pascha, de herdenking van Christus’ dood.
Laten wij nauwkeurig bestuderen op welke wijze Jezus deze instelling in acht nam; door zijn voorbeeld te volgen kunnen wij ons immers niet vergissen. In Lukas 22:14-20 lezen wij: „En toen het uur aangebroken was, ging Hij aanliggen … En Hij nam een brood, sprak de dankzegging uit, brak het en gaf het hun, zeggende: Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot mijn gedachtenis. Evenzo de beker, na de maaltijd, zeggende: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt.”

Let erop dat „het uur aangebroken was”, dat Jezus het ongezuurde brood en de wijn introduceerde. Het was op een bepaalde tijd — op een bepaald uur — dat Hij deze instelling hield als een voorbeeld voor ons.
Let er bovendien op dat Hij hun gebood het in acht te nemen: „Doet dit”! En waarom? „Tot mijn gedachtenis”, zei Jezus. Deze nieuwtestamentische wijze om het Pascha te houden stelde Hij in op die tragische avond, de avond voor zijn dood.

In het verslag van Mattheüs toont de Bijbel dat deze instelling plaatsvond op het tijdstip van het Pascha, „terwijl zij aten” (Matth. 26:2, 26). Jezus wist dat zijn tijd was gekomen. Hij was ons pascha, dat voor ons is geslacht (1 Kor. 5:7).
Het Pascha is altijd gehouden op de avond van de 14e van Gods eerste maand, volgens de heilige of joodse kalender. Het was tijdens de avond van de allerlaatste paschamaaltijd dat Jezus deze nieuwtestamentische symbolen — het ongezuurde brood en de wijn — introduceerde in plaats van het lam dat jaarlijks werd geslacht.
Vergeet niet dat Jezus gebood: „Doet dit tot mijn gedachtenis.” Waarom? Omdat het Pascha „voor altoos” was geboden.
Het Pascha moest, samen met de Dagen der Ongezuurde Broden, jaarlijks worden gevierd. „Gij zult deze inzetting onderhouden op haar vaste tijd, van jaar tot jaar” (Ex. 13:10). Jezus stelde ons een voorbeeld (1 Petr. 2:21), en Hij hield deze instelling eenmaal per jaar op dezelfde tijd (Lukas 2:41). Gesteld dat de Israëlieten in Egypte deze instelling op een andere dan de door God vastgestelde tijd hadden gehouden. Zij zouden dan niet zijn gered in die nacht dat de engel des doods door het land trok! God doet de dingen op tijd. Hij heeft ons voor deze instelling een precies tijdstip gegeven. Jezus stelde de nieuwtestamentische symbolen in „toen het uur aangebroken was”.

De instelling van nederigheid

In hun verslag beschrijven Mattheüs, Markus en Lukas het nemen van het ongezuurde brood en de wijn. Johannes vermeldt nog een ander onderdeel van deze instelling.
In het 13e hoofdstuk van Johannes zien wij dat Jezus onder de paschamaaltijd (vers 2), een doek nam (vers 4) en de voeten van zijn discipelen begon te wassen (vers 5).
„Toen Hij dan hun voeten gewassen had en zijn klederen aangedaan en weder plaats genomen had, zeide Hij tot hen: Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb? Gij noemt Mij Meester en Here, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het. Indien nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen; want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb” (Joh. 13:12-15).

Als er iemand zich misschien afvraagt of deze instelling een gebod is dat ook voor hem geldt, laat hem dan Mattheüs 28:19 en 20 opslaan. Hier zegt Jezus tot dezelfde discipelen: „Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen … en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.” Zij moesten ons dus alle dingen die Jezus hun had geboden leren onderhouden!

Eenmaal per jaar gehouden in de apostolische Kerk

In 1 Korinthe 5:7 en 8 zegt Paulus tot de Korinthiërs: „Want ook ons [pascha]lam is geslacht: Christus. Laten wij derhalve [het] feest vieren, niet met oud zuurdeeg .. . maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid.” En in het 11e hoofdstuk geeft hij aanwijzingen inzake deze instelling.
Sommige mensen begrijpen vers 26 verkeerd: „Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt . . .” Zij interpreteren dit alsof er staat: „Eet en drink het zo dikwijls gij maar wenst.” Maar dat staat er niet!
Er staat „zo dikwijls” gij dit onderhoudt, „verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt”. Ook Jezus gebood: „Doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn gedachtenis” (vers 25).

Wij doen dit ter nagedachtenis van de dood van Christus — als herdenking van zijn dood. Zoals u weet, worden herdenkingen jaarlijks gevierd, eenmaal per jaar, op de dag waarop de te herdenken gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Daarom onderhouden wij jaarlijks de herdenking van Christus’ dood. En even dikwijls als dat ieder jaar plaatsvindt moeten wij „de dood des Heren [verkondigen], totdat Hij komt”, door deze herdenking te houden.

Christus stelde dit in op de avond van zijn dood. Dat was op de 14e Abib, volgens Gods heilige kalender, aan het begin van de dag. God begint de dagen met zonsondergang, niet om middernacht. Dus later op diezelfde dag, nadat Jezus naar Gethsemane was vertrokken, leidde Judas Iscariot de groep die Jezus gevangen nam. Vervolgens werd Hij later op diezelfde dag gekruisigd, in het daglichtgedeelte van deze zelfde 14e dag van de maand Abib.

Door het voorbeeld van Jezus te volgen bij het onderhouden van deze heilige instelling op hetzelfde tijdstip als Hij dat deed — op precies hetzelfde tijdstip dat het Pascha voor eeuwig onderhouden moest worden — continueren wij de herdenking van zijn dood, jaarlijks, op de avond voor de kruisiging.

Er zijn altijd mensen die vragen stellen over de bedoeling van Paulus in de verzen 27-29 van 1 Korinthe 11. De apostel spreekt niet over het al of niet waardig zijn van een christen om van het pascha te nemen. Hij spreekt hier over de manier waarop dat gebeurt. Wij gebruiken het onwaardig als wij het verkeerd gebruiken, op de verkeerde manier. Als wij eenmaal de waarheid over de viering ervan hebben vernomen, en wij gebruiken het toch op enige andere tijd dan de door God ingestelde, dan gebruiken wij het onwaardig. Wij gebruiken het dus onwaardig als wij het lichaam en bloed van Christus niet accepteren. Laten wij daarom deze zeer heilige instelling niet gebruiken tot onze veroordeling, maar in plaats daarvan op een waardige manier!

Wat betekent „brood breken”?

Er zijn sommige kerkgenootschappen die in Handelingen 20:7 het bewijs lezen dat „het Avondmaal” op zondagmorgen moet worden gebruikt! Let erop dat dit na de Dagen der Ongezuurde Broden was (vers 6). Paulus sprak op een afscheidsbijeenkomst, niet op zondagmorgen, maar op zaterdagavond. Het was na middernacht (vers 7) dat zij brood braken, omdat zij honger hadden gekregen. En nadat zij „brood gebroken” en gegeten hadden, „sprak [Paulus] nog lang met hen, tot de morgenstond, en zo vertrok hij”.
Dit was dus een volkomen normale maaltijd!
Deze zelfde uitdrukking „brood breken” is te vinden in Handelingen 27:34 en 35: „Daarom spoor ik u aan voedsel te nemen .. . En terwijl hij dit zeide, nam hij brood . . . brak het en begon te eten.” Eveneens in Handelingen 2:46: „[Zij] braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap.” Dit kan onmogelijk „het Avondmaal”, of, juister, het Pascha zijn geweest, want Paulus zegt dat als wij dat nemen om onze honger te stillen, wij het nemen tot onze veroordeling (1 Kor. 11:34). In die tijd „brak” iedereen brood op gewone maaltijden, omdat zij niet het soort brood hadden dat wij snijden. Jezus brak brood omdat het tijdens het paschamaal was.
Wij dienen terug te keren tot het geloof dat eenmaal is overgeleverd. Laten wij nederig en gehoorzaam deze heilige instelling onderhouden zoals ons is geboden, op de bijbelse tijd, na zonsondergang, op de 14e Abib volgens de heilige kalender.

.

Christenen hielden het Pascha

Jezus Christus hield het Pascha. Ook de apostel Johannes deed dat. En ook sommige christenen in Schotland deden dat tot zelfs in de 7e eeuw.
Deze informatie is afkomstig van niemand minder dan de gezaghebbende kerkhistoricus Beda. Zijn Ecclesiastical History of the English Nation zal veel mensen verbazen die denken dat Christus en de eerste apostelen Pasen vierden.
Beda schrijft dat „Johannes placht, in navolging van de gebruiken van de Wet, het Paasfeest [het Pascha] te beginnen op de avond van de veertiende dag van de eerste maand, of deze nu viel op de sabbat of op enige andere dag” (III, 25).

De apostel Johannes is de auteur van vijf boeken van het Nieuwe Testament en had een speciale band met Jezus gehad. Toch hield hij het Pascha op de 14e dag van de eerste maand (Nisan), precies zoals God dat ten tijde van Mozes heeft geboden. Dat is de heldere bewering van deze vroege katholieke theoloog!
Maar vanwaar had Johannes deze gewoonte? Van het voorbeeld van Jezus Christus! „Evenmin heeft onze Heer, de Schepper en Schenker van het Evangelie, het oude Pascha gegeten en het Sacrament van het Nieuwe Testament ingesteld, om door de Kerk ter herdenking van zijn lijden te worden gevierd op … [enige andere dag], dan de veertiende” (Eccl. History, III, 25).

Aldus herhaalt Beda wat de Bijbel zelf duidelijk zegt: dat Christus het oude Pascha gebruikte en vervolgens, op de 14e van de eerste maand, de nieuwtestamentische symbolen van het brood en de wijn invoerde.
Het gebruik om, naar het voorbeeld van Christus en Johannes, het nieuwtestamentische Pascha te gebruiken bleef eeuwenlang bestaan bij geïsoleerde groeperingen. Beda vertelt dat sommigen het in de 7e eeuw in Schotland nog altijd trouw hielden! (II, 19.)
.

Palmpasen en Pasenalle artikelen
.
VRIJESCHOOL in beeld: (Palm)pasen

.

1790

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (15)

.

Hulpjes bij het schilderen

Een breinaald met onder een kurk. Daarop het ei.
Een satéprikker kan natuurlijk ook en de kurk kan ook door iets anders vervangen waarop/in de breinaald/prikker blijft staan.

Eieren beschilderen

Eieren verven voor Pasen is een oude tradi­tie. Vroeger gebruikte men natuurlijke kleurbronnen van fruit, groente of bloesem (uien, peen, rode bieten, brandnetels, malva enzovoort). Later kwamen poeders in de handel, ongiftige kleurstoffen. De eieren worden erin gekookt en staan te pronken op de paastafel. Soms worden ze liefdevol be­schilderd of beplakt. Iedereen vindt het jammer, al dat moois kapot te moeten ma­ken, om de inhoud op te kunnen eten.

Dit is zeker een van de redenen, waarom men eieren leegblaast en zich op de hulzen creatief gaat uitleven. Ieder jaar opnieuw zijn vele moeders van plan, om vroegtijdig met dat leegblazen te beginnen, zodat ze omstreeks Pasen tientallen keurig nette hol­le-bolle eitjes hebben liggen om met zijn al­len gezellig te gaan beschilderen. Maar hoe gaat dat? Even gauw spiegeleieren of pannenkoeken bakken. Geen tijd voor die blaastoestanden, want dat duurt even. Vol­gende keer dan maar… En drie dagen voor Pasen wordt wat verf uit de drogisterij ge­haald en het is het oude liedje!

Ga dus meteen beginnen!
Als je net een cake wilt bakken, neem de moeite, blaas de eieren leeg. Voor degenen, die misschien een beetje onwennig tegenover deze ademoefening staan, een kleine uitleg:
Prik aan de top en precies er tegenover een gaatje in het ei (stopnaald, satéstokje). Houdt het ei licht maar stevig in de holte van je hand. Het gaat niet stuk en het loopt ook niet vanzelf leeg! De gaten voorzichtig wat groter maken, en dan maar blazen. Bij kleine eitjes duurt het meestal wat langer dan bij grotere. Maar de inhoud komt beslist d’r uit!

Blijvende paasversiering

De hulzen schoonspoelen met koud water, en daarna een poos deponeren in warm zout water. Voor het drogen de eieren (ook later bij het schilderen) op bijvoorbeeld schroefdoppen van limonadeflessen zetten. Ze moe­ten werkelijk kurkdroog zijn, alvorens je be­gint met het artistieke werkje! Ik gebruik de verfdoos uit mijn schooltijd en werk nauwkeurig met penseeltjes — voor ie­dere kleur een ander. Zo droog mogelijk werken.

Voor het schrijven van dit stukje nam ik een proef met viltstiften. Gaat prima. Kinderen doen dat liever. Het resultaat is minder sub­tiel.

Voor de verdere — conserverende — bewer­king is het enorm belangrijk, dat de schilde­rijtjes enkele dagen rusten alvorens de be­schermende laag erop te brengen. Je kunt met vernis werken, met kleurloze nagellak of — dat vind ik het gemakkelijkst — met vetvrije haarlak. Ook daarmee lukt het pas na acht à tien dagen zonder uitlopen. Het drogen van de verf is mede afhankelijk van de tijd, die het ei leeg is geweest.

Knoop een houten kraal vast aan een lint of draad, trek deze door het ei, en hang het he­le clubje op een veilige plaats (tochtig!) aan wasknijpers op. Besproeien met haarlak op een afstand van 15 centimeter, anders be­schadigt de straal de verf! Ik hang ze op aan kale takken, maak er een boompje van en heb nog een krans van ‘henneneitjes’ liggen, die vijftien jaar geleden zijn beschilderd (toen zaten wij nog in Ham­burg!) en alle verhuizingen hebben doorstaan Ze worden ieder jaar verpakt in een karton­nen doos in watten. Het is een schat — wer­kelijk iets kostbaars! De kinderen, die ze be­schilderd hebben, zijn nu al grote mensen. Het is daarom leuk, als ieder kind zijn naam heel klein erop zet en het jaartal.

Ik heb enkele suggesties getekend (hier niet afgebeeld)— beestjes, bloemen, ornamenten. Ieder kind kan het terrein kiezen, waarop het meent het beste resultaat te bereiken. In deze keuze spiegelt zich al vroeg het karakter van onze oogap­pels! Het is een boeiend schouwspel, als er een groep met elkaar zit te werken. Als moeders meteen afspreken, vanaf vandaag al­le eitjes leeg te blazen (mits er geen sneeuw geklopt moet worden!), kunnen de kinderen spoedig aan de slag gaan. Wie ook een krans (voor onder de lamp of aan het plafond) wil maken, adviseer ik: Rijg steeds niet meer dan vijf eitjes aan een touw, en knoop deze dan aan elkaar. Op deze manier ontstaat een mooie boogkrans.

Katja Lobbe, ‘Jonas”, 12 maart 1976

.

Eiertak(ken)

Blaas een ei uit door er aan twee kanten een gaatje in te prikken, dan voorzichtig blazen boven een kopje.
Hang het ei op door in het gaatje een halve lucifer aan een draadje te laten zakken. Hang de uitgeblazen eieren op aan een uitlopende tak of aan een hoepel die omwikkeld wordt met groen crêpepapier.

Bron: ‘Jonas’ 5 april 1974

.

Paaseieren versieren

U zult het wel allemaal met mij eens kunnen zijn, wanneer ik zeg: Pasen en eieren horen bij elkaar.
Ik wilde wel, dat u het ook  met mij eens bent, dat bij Pasen geverfde eieren – en niet gewone witte – horen, waardoor u zoveel de nadruk legt op het eten van de eieren, wat toch niet de hoofdzaak van het paasfeest is….

Denkt u ook niet, dat speciaal onze kinderen het veel meer een “paasfeest” zullen kunnen vinden als de eieren mooi ge­kleurd en beschilderd zijn?

Er zijn nog grote gebieden in Midden-Europa, waar een paasei alleen maar een beschilderd ei kan zijn;  waar in elk gezin op Witte Donderdag een schaal met eieren op tafel komt, en waar iedereen, die maar enigszins een penseel kan hanteren, de paaseieren beschildert.

In Rusland werd op paasmorgen je ei door de Pope gezegend en het werd dan zuinig bewaard, want, nietwaar, een paasei is géén gewoon ei; in Czecho-Slowakia versiert men elk drie ei­eren en biedt deze als paasgeschenk aan.

Ongetwijfeld denkt u, dat het heel moeilijk is, om eieren kun­stig te beschilderen – enhet kan inderdaad tot kunstwerk worden -. Maar we moeten eens eenvoudig beginnen,  en als we dan de techniek beter beheersen en de verschillende mate­rialen ons geen poets meer kunnen bakken, dan kunnen we kunstiger patronen of voorstellingen gaan tekenen.

De meest gebruikte manier, die ook voor niet – ervaren moeders (èn vaders! èn kinderen!) tot leuke resultaten leidt, is de z.g. batiktechniek.
U tekent daarvoor met een dun houtje of lucifer, die U in au-bain-Marie verwarmde bijenwas doopt, of met een penseel en vloeibare Arabische gom, patroon­tjes of motieven op de eieren. Begint u vooral zo simpel mo­gelijk; er zijn in de natuur en in de volkskunst motieven te over te vinden, als u zelf geen ontwerpersgaven heb. (Ik noem bv. een zonnetje, bloem, plant of blad, een haasje, lammetje of engel, het zonnerad of de levensboom, ja zelfs nóg eenvoudiger: kruisjes, lijntjes en stippeltjes!) U moet met de was vooral snel werken, en steeds opnieuw in­dopen, want de was stolt bijna onder uw handen; het is in het begin niet makkelijk om een egale,  ononderbroken lijn te maken, en toch moet de lijn niet dun of beverig zijn, anders kruipt later de kleurstof eronder. Na het tekenen van de motieven gaan de eieren n.l. in een verfbadje..
Zult u niet te veel motieven op een ei zetten? Het moet rustig en fijntjes worden en niet te bont, zoals tegenwoordig vaak alle versieringen zijn!

Het is werkelijk al heel leuk, als u het ei door lengte- of breedtelijnen in een paar grote vlakken verdeelt, die U dan vult met bv. een paar stipjes, of een schuin kruisje, of een sterretje. Let U er ook op, vóórdat u begint, dat handen en eieren goed droog en schoon zijn, anders pakt de verf soms niet!

Als u nu een aantal eieren met de was beschilderd hebt, gaan ze in een verfbad. U kunt hiervoor speciale eierverf kopen, in kleine envelopjes met nogal sprekende vormen.’ Wat ook heel leuk is: de kleurbadjes maken volgens de oeroude methode van planten- en vruchtensappen, waarvan bv. het kooknat van spi­nazie, rode kool of biet, en het sap van vlierbessen of rode bessen goed bruikbaar zijn. Dat koffie bruin verft, weet u na­tuurlijk al; verder geeft lindebloesemaftreksel rosig-,  en sterke camillenthee zacht-geel.

Ik moet u wel waarschuwen, dat de plantensappen veel zachtere kleuren geven dan de (chemische) eierverf, die u in de winkel koopt, en velen onder u zullen dat maar “flauwe” kleuren vinden. U moet zelf beslissen wat u wilt doen. Vindt U, dat een paasei een sterke kleur mag hebben, dan kan ik beter de eierverf aanraden, anders bevredigt het resultaat U toch niet. Neemt U de verf niet warm, anders smelt de was er weer af en is al Uw werk voor niets geweest! Daardoor moeten de eieren wel lang in de verf blijven liggen, wel meerdere uren!

Voor degenen, die nog huiverig staan tegenover de gesmolten  wastekeningen is er de omgekeerde manier, n.l. eerst de eieren in het verfbad en als ze droog zijn, er met andere, afstekende kleuren de motieven op aanbrengen. Dat gaat heel aardig met plakkaatverf, en er is ook een synthetische verf op basis van aceton in de handel, die het voordeel heeft, dat ze direct droogt. Past u bij het drogen van de eieren na het verven wel op, dat de “onderkant” niet “smet”, anders krijgt u daar een witte plek. Een goed hulpmiddel daarvoor is een touwtje of draadje katoen er kruiselings omheen te binden en het ei op te hangen.

Als u de wasfiguren er na het verfbad afkrabt, steken de lij­nen of motieven goed af tegen de geverfde ondergrond. Als u in tweekleurentechniek werkt, kunt u de gom ook laten zitten. Vindt u het zo al heel wat, dan bent u klaar; de moedigen on­der ons gaan nu nog de witte lijnen en motieven in een andere, afstekende kleur (of misschien zelfs wel meerdere kleuren?) verven. Als de gewaste plekken niet heel goed gereinigd zijn, zullen ze niet makkelijk andere verf aannemen,  daarom ried ik u die synthetische verf aan, die tenminste “pakt”Om te be­ginnen is het tweekleurenwerk heus heel fijntjes en mooi, en het is toch beter een geslaagd ei in twee kleuren, dan een mislukt met meerdere kleuren!!!

Als de eieren heel goed droog zijn, kunnen we ze wat met een wollen lap poetsen,  waardoor ze gaan glanzen; in vroeger tij­den gebruikte men daarvoor een stukje spekzwoerd en tegen­woordig wel vaseline.

U kunt nu begrijpen, dat de beroemde, Russische paaseieren heel wat werk vragen,  want de motieven worden daar wel in zes kleuren uitgevoerd, waarvoor nodig is, dat telkens was opge­bracht, de eieren in een verfbad gaan, en dan weer nieuwe mo­tieven geschilderd worden, soms hele taferelen of voorstellin­gen, die ons aan de ikonen doen denken.

Maar als ons mandje met zelfversierde eieren dan op paasmorgen op tafel staat – en de kinderen, die ons gezwoeg en gezucht niet hebben meegemaakt, zien ze voor het eerst, zul­len ze het heus prachtig vinden! En voor onze kinderen willen we het paasfeest toch een blij en kleurig feest maken?

Wie weet, kunt u het dan achteraf toch wel met mij eens zijn, dat bij Pasen beschilderde eieren horen!?

P.Rijs-Bruyn, schoolblad Haagse vrijeschool, jaar onbekend

.

Eieren verven en versieren

eieren hard koken: als je ze een half uur kookt, kunnen ze nauwelijks meer  bederven

verven met natuurlijke kleurstoffen:
geel:                   uien (grof gesneden), even koken, saffraan
bruin:                thee, koffie, uienschillen, eikenschors
rood:                  uienschillen + azijn, bietjes (grof gesneden) meekrap
groen:                spinazie, klimopbladeren, wortels en blaadjes brandnetel
zwart/grijs:      elzenschors, elzenkatjes

Al dit materiaal koken in water en zeven. Hoeveelheid per liter heel verschillend, zelf uitproberen. Scheutje azijn verhoogt intensiteit van kleur. In warme vloeistof de eieren leggen; wil je zachte tinten: kort; wil je krachtige kleuren ca 1 uur. Eieren afdrogen en opwrijven met wollen lapje waarop druppeltje olie.

versieren:
geverfde eieren kun je versieren met goed geknede, gekleurde bijenwas of versierwas. Heel geschikt voor kleintjes.

technieken van versieren vóór het verven:
Jonge, groene blaadjes plukken (topje varen of fluitekruid, bv.) even laten verwelken en met tipje olie voorzichtig op ei plakken. Stukje nylonkous er stevig omheen binden. Verven. Kous losknippen. Motief van blaadjes is dan uitgespaard. Beeldig effect. Grassen en fijne bloempjes doen het ook goed.

Doe bijenwas en stearine (gewone witte kaars) half om half in vuurvast kommetje en verwarm dit op waxinelichtje of spirituslichtje. Het mag niet gaan koken!
Prik spijkertje met kleine kop in oud potlood of houtje (handvat) en doop dit in vloeibare was. Tip snel op het ei, voor ieder motiefje even indopen. ’t Gaat ook met fijn penseeltje. Verven niet warm en onder 40′, anders smelt de was. Afdrogen en voorzichtig was wegwrijven met warm doekje, niet krabben.

bron onbekend

.

Paaseieren kleuren met bloemblaadjes

Benodigdheden: eieren, uienschillen, jonge blaadjes en bloempjes, koffiedik, wit katoenen lapjes, garen.

Enkele dagen voor Pasen gaan de kinderen buiten allerlei kleine blaadjes en bloempjes zoeken: speenkruid, madelieven, hondsdraf, krokussen, blaadjes van fluitenkruid, van vroege heesters en wat er nog meer aan jong groeisel is te vinden.
Op een vierkant oud wit lapje wordt een laagje uienschillen ge­legd. Daarop komt een laagje bloem-en-blad, liefst van verschillen­de soorten. Het ongekookte ei wordt dan midden op dat bloemenlaagje gelegd en het lapje met schillen en groen wordt voorzichtig om het ei dichtgevouwen en met een stevige witte draad omwonden zodat alles goed op zijn plaats blijft zitten.

Die ingepakte eieren worden nu 15 à 20 minuten gekookt in water waarin flink wat koffiedik gedaan is.

Na het koken worden de eieren voorzichtig uitgepakt en tot ver­bazing van oud en jong zijn de eieren dan prachtig geverfd – men zou het beter “gebatikt” kunnen noemen – in geel (van de uien­schillen), bruin (van het koffiedik) en wit (waar de blaadjes hebben gezeten), zelfs met hier en daar een blauw, lila, of roze kleurtje van een bloempje dat af gaf.

Men moet eerst eens een proef-ei gemaakt hebben om te begrijpen dat het de kunst is zoveel mogelijk de eierschaal met fijn getekende blaadjes af te dekken – ook weer niet teveel, niet over elkaar heen, maar zo, dat een fijn varenachtig blaadje of een straalbloempje van de madelieven gaaf afgedrukt wordt.

Met een stukje spek of een vet lapje worden de gekookte eieren nog even opgewreven. Het worden natuurlijk erg hard gekookte eieren.

Paaseieren verven

Je kunt prachtige eieren krijgen door er allerlei planten- of bloemblaadjes omheen te leggen, dit geheel vervolgens in een lapje te wikkelen en 20 minuten koken in water of koffie.

Als planten kun je o.a. gebruiken: viooltjes, spinazie, krokussen, grasjes, uienschillen, enz.
Als je de nog warme eieren nawrijft met spekzwoerd, krijgen ze een prachtige glans.
Je kunt ook de eieren voor het verfbad met vloeibare bijen­was beschilderen. De eieren worden daarna koud geverfd en de met was beschilderde plekken nemen dan geen verf aan. Later wordt de was er voorzichtig afgekrabd. De restjes was worden er afgehaald door de eieren even in warme doeken te wikkelen.
Ook kunnen we op gekleurde eieren met een gewone stalen pen, die we in een oplossing zoutzuur (1/2 zoutzuur- -1/2 water) hebben gedoopt. Ook dit is een oude volkskunst.

bron onbekend

.

Verrassingseieren van chocola

Verse eieren leeg maken: geef een zacht tikje op de stompe kant, prik een behoorlijk groot gaatje en laat het ei (na zacht schudden) leeglopen. Uitspoelen en laten drogen.
Vullen met een mengsel van gesmolten chocola (au bain-marie) stukjes marsepein, koekkruimels, stukjes noot, oranjesnippers, evt. zuidvruchten, sucade.
Bij het vullen af en toe schudden, zodat het ei goed vol is. In de koelkast hard laten worden.

bron onbekend

.

Feest van de chocola

Pasen is het feest van de banketbakkers, van de chocolade-eieren, hazen en wat dies meer zij.
Het Studiecentrum Snacks en Zoetwaren (SSZ) rekent voor dat we per hoofd van de bevolking, per jaar, in totaal zo’n vier kilo choco­lade wegwerken. Hoeveel paaseitjes daar exact tus­sen zitten, is niet bekend. Ze vallen met de chocola­deletters en kerstkransjes onder de ‘seizoensartikelen’. Daarvan peuzelen we per saldo vier ons op. Dat is toch mooi zeventig mil­joen euro. Oftewel één-achtste van de totale berg repen, candy-bars, chocolaatjes en bonbons.
Een willekeurige Leonidaszaak meldt in de twee weken voor Pasen normaal zeker een verdub­beling van de omzet te kunnen boeken. Het loopt overigens wat minder hard dan vorig jaar* – de recessie eist overal zijn tol.

Vanwaar chocola?
Vanwaar die chocolade-eitjes met Pasen? Dat is een een-tweetje tus­sen de paassymboliek en de chocolade-industrie. Chocola was lange tijd een luxe, iets voor de aristocra­tie en de rijke bourgeoisie. Het drinken van chocolade – de vaste vorm moest nog bedacht worden -gaf status. Het persen van chocolade tot een harde massa lukte rond 1828. Begin 19e eeuw is begonnen met de productie van chocoladepaaseieren. “Deze, aanvankelijk zeer harde en korrelige eieren, wer­den in eerste instantie vooral in Frankrijk en Duitsland vervaardigd”, schrijft Gert-Jan Maaskant op de site van SSZ. “Deftige mensen wilden eieren snoepen. Het was een echte luxe. Na 1900 konden er ook holle figuren van hazen en kippen gemaakt wor­den. De producten werden goedko­per en dus toegankelijk voor het gewone volk”, voegt Ineke Strouken van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur eraan toe. “Mensen gaven elkaar eieren en deden er een chocolade-eitje bij. Frappant is dat het eten van chocolade in die tijd gestimuleerd werd door de arbeidsbeweging. Het voorzag in de behoef­te aan veel calorieën.”

Heidens
“Het ei en de paashaas hebben hun betekenis gekregen in een ver hei­dens verleden”, stelt Maaskant. “Het ei gold eeuwenlang als symbool van de vruchtbaarheid, weder­geboorte en zelfs als symbool van alle begin. De Germaanse gewoon­te om eieren te offeren aan hun lentegodin Eostre is hiermee ook te begrijpen. Het christendom heeft het ei een plaats kunnen geven. Het werd symbool voor de weder­opstanding.”

Maar daar gelooft Ineke Strouken geen sikkepit van. “Daar is geen enkel bewijs voor. Het ei is een heel oud christelijk symbool. Het wordt al in 325 genoemd in een liturgie. Het ei staat voor het graf waar Christus uit opstaat.” “Na maanden van schaarste, met als dieptepunt de vastenperiode, werd met de paasmaaltijd de komst van vers voedsel gevierd. Eieren gol­den als bijzonder voedzaam en dus geschikt om de verzwakte mens na de winter aan te laten sterken”, zegt Strouken. “Als ultiem
vrucht­baarheidssymbool werden eieren bovendien geverfd of verpakt in mooie papiertjes cadeau gedaan om de medemens een goed sei­zoen te wensen.”
Zo ontstond ooit de traditie om elkaar eieren te geven.Van daar­uit verschenen de beschilderde (kippen- en eenden-) eieren. Eivormig speelgoed kwam in de handel.

Toppunt van luxe: Carl Fabergé bezette eieren met juwelen. Oma’s en opa’s die eitjes in de tuin verstoppen, een kleurrijk lichtsnoer, het zijn varianten op een stokoud thema.

Maarten van Rakt in Brabants Dagblad 10 april 2004

.

Bijzondere eieren uit Perzië

In het eerste begin was er Ahoera-Mazda, de Grote Geest uit wie alle licht voort­kwam. Het licht kwam uit de Grote Geest en uit dit licht kwamen Ormoezd en Ahra-Manyu. Twee broers, maar Ahra-Manyu (Ahriman) hield niet van Ormoezd en be­streed hem waar en wanneer hij maar kon en bedierf de goede werken van Ormoezd. Daar­om veroordeelde de Grote Geest Ahriman en werd hij voor drieduizend jaar naar de diep­ste duisternis verbannen. In de duisternis nam de haat van Ahriman jegens zijn broer alleen maar in hevigheid toe. Tenslotte bestond hij alleen nog maar uit leugen, boosheid en duisternis. Toen de drieduizend jaar verstreken waren, schiep Ahriman een groot aantal boze gees­ten en stuurde hen ten strijde tegen de goede geesten die Ormoezd dienden. Toen maakte Ormoezd, de Heilige Geest, een ei en vulde dat met goede geesten. Ahriman, de Verwoes­tende Geest, zag het en maakte eveneens een ei maar vulde het zijne met de boze geesten van leugen en boosheid. En het geschiedde dat de eieren braken en de inhoud zich ver­spreidde over de aarde. Naar alle uithoeken van de aarde gingen de boze en de goede geesten en zetten hun strijd voort.
Zo is goed en kwaad onder de mensen gekomen.
(Perzische legende)

Net als veel andere vóór-christelijke cultuurvolken vierden de oude Perzen, die ons deze legende hebben nagelaten, aan het begin van de lente een voorjaarsfeest. En net als overal was dat het feest van het nieuwe leven dat triomfeert over dood en duisternis.
Naast het ‘nieuwe vuur’, speelden eieren de hoofdrol bij deze feesten. De koude witte steen die het geheim van het leven in zich draagt, dat moet een goddelijk teken, een godsgeschenk zijn. Geen mens kan dat zelf nemen. Bij het opstandingsfeest schenkt men de ander middels het ei hoop op (levens)-kracht, vruchtbaarheid op aarde en in de geest, onkwetsbaarheid voor ziekte en betovering, kortom de zegen der Goden.
Vaak was het ei het eerste, geheiligde voedsel na de kortere of langere vastentijd die van oudsher aan dit feest vooraf ging. Zelden in ‘natuurlijke’ staat, maar gekleurd, gezegend, van spreuken voorzien of…als doosje.

Doosjes van eieren kennen we in onze tijd uit Rusland en andere Oost-Europese landen waar de paasviering nog steeds het religieuze feest bij uitstek is.
In het westen is dat Kerstmis. Hier geden­ken wij het begin van de lijdensweg om onzer wille, daar viert men de glorieuze overwinning van het licht op de duisternis en begroet men elkaar op paasmorgen met:
‘Hij is waarlijk opgestaan’.
Men schenkt el­kaar eieren, het wit gepleisterde graf waaruit het leven met Christus is opgestaan.
De oude Perzen vierden hun opstandingsfeest met dezelfde blijheid, maar zij waren een nuchter volk. Had niet ook Ahriman een ei gescha­pen? Dus schonken zij sommigen van hun vrienden doosjes in de vorm van eieren ge­vuld met plagerijtjes.

Het is eigenlijk helemaal niet moeilijk om van een ei een doosje te maken. Het vraagt van ons dat wat elk jong leven vraagt, behoed­zaamheid.

Een ganzenei is wel het grootste ei waar men vrij eenvoudig, bij poelier of goede markt­koopman, aan kan komen. Een ganzenei geeft ook een zeer spectaculair resultaat. (Met kippeneieren gaat het natuurlijk ook. Neem dan alleen wel echte scharreleieren. Ik heb met een legbatterij-ei meegemaakt dat hij bij het uitblazen gewoon plofte.)
Zo wie zo is dit een knutsel waarbij de tem­peramenten zich al snel verraden, eerst bij het uitblazen en later bij het doorzagen. Er zijn mensen die kunnen volstaan met twee kleine blaasgaatjes, zelf heb ik meer midden­maat gaatjes nodig, voor mensen als ik de volgende hint: een ganzenei kan heel wat hebben.

Blaas het ei uit en spoel het schoon.Teken een lijn op de schaal waar u hem wilt doorza­gen, zo recht mogelijk en plak een stuk plak­band langs deze lijn. Eventueel meerdere lagen over elkaar om de rand wat dikker te maken. Dit plakbandrandje geleid de ijzer­zaag over de gladde schaal. Neem een fijn ijzerzaagje en begin zachtjes langs het randje te zagen steeds rondom, niet drukken! Ei­genlijk is het meer doorslijpen dan zagen. Bij zagen ontstaan er onherroepelijk schilfers terwijl de snede helemaal gaaf kan zijn. Een zacht kussentje onder het ei maakt het ge­makkelijker. Wanneer de schaal is doorgesle­pen is het beter om het vliesje dat taaier is met een scherp mesje door te snijden. Nu hebben we eigenlijk al een doosje maar het is zo erg breekbaar. Verstevigen van de binnenkant gaat het beste met een laagje Darwiklei, een spierwitte kleisoort die goed aan het ei hecht en niet gebakken hoeft te worden. Hiermee maken we ook een voetje voor de schaal en een knopje voor de deksel. Laat het een dag drogen en beschilder het met hobbyverf.

Nicole Karrèr,  ‘Jonas”29 maart 1985

.

Wat doen we met de eieren?

Wat doen we met al die koude geverfde eieren ?

Eierragout                                  b.v. met 4 à 5 eieren.
Uitje fruiten, mosterd,(flinke theelepel) knoflook (naar believen), 1 laurierblad, 1 bouillontablet oplossen (bv. kerrie bouillon van Hügli of uienbouillon) met 3/4 I melk, nootmuskaat, beetje kerrie.

binden:   met een drupje citroen, paar korrels suiker en zout en met wat peterselie afmakenDe fijngesneden eieren er door roeren.

geven: bv. met geroosterd brood.

Kerrieragout
ui fruiten, fijn gesneden appel erbij, flinke hand rozijnen, kerriepoeder erbij, een bouillonblok en water toevoegen. Binden en op smaak maken met snufje zout/suiker en citroen. Eieren in plakjes erdoor heen roeren..

geven: met rijst en sla of als rauwkost

Kruidenboter met ei;
3/4 pakje roomboter – zout, peper, knoflook, peterselie, wat
druppels citroensap – bieslook (als er is) en of dillekruid-
fijn gewreven eieren erdoor (evt. een dopje sherry toevoegen]
Heerlijk op warm stokbrood!
Lege eierdoppen kunnen prachtig in onze lente- en paastuintjes gebruikt worden.
Zet er kleine bloempjes in: speenkruid en klein hoefblad of zaai er (in een piepklein beetje aarde) sterrenkers in. Lekker op een beschuitje met een beetje citroensap.

bron onbekend

.

.

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

121-116

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.