Tagarchief: moeder Aarde

VRIJESCHOOL – Over ‘moeder aarde’

.

Oud-vrijekleuterleidster Dieuwke Hessels over allerlei aspecten van Moeder Aarde. Omdat er verschillende raakvlakken bestaan met bv. de vertelstof op de vrijeschool – o.a. sprookjes en de Germaanse mythologie – en omdat ook “Maria-Lichtmis’ ter sprake komt – een feest dat vaak in de kleuterklassen wordt gevierd, kan het tot een bepaalde verdieping leiden.
.

Dieuwke Hessels
.

Inleiding op:

Moeder Aarde door de eeuwen heen

Vrouw Holle en Maria-Lichtmis waren de aanleiding om eens uit te pluizen hoeveel “moeders aarde” er zijn, zijn geweest, vanwaar komen deze godinnen en
gaat Moeder Aarde door culturen, landsgrenzen heen, zijn er heden ten dage nog rituelen om Moeder Aarde te vieren?

Hoe is de eerdere aardeontwikkeling gegaan, volgens bronnen nog van Atlantis?

Een leuke onderneming is het geworden; een bloemlezing aan artikelen en afbeeldingen van Moeder Aarde.
Om te lezen en niet te vergeten hoe belangrijk zij is….

In Nederland leven miljoenen mensen van allerlei culturen, dicht op elkaar.
Elkaar weten te vinden door alle geloven en standpunten heen en trouw te blijven aan ieders eigen cultuur en ook om begrip te hebben voor elkaar, is een mooie opgave.
Denk aan jaarfeesten: hoe en welke, waar vind je gelijke stemming, kunnen we tot elkaar komen.
Een aantal feesten vindt haar oorsprong in voorchristelijke tijden, toen
mensen meer één waren met de natuur, met Moeder Aarde.

Ik neem jullie mee aan de hand van onderstaande artikelen:

Een enkele opmerking in blauw is van mij, phaw

Van jaarfeesten op vrijescholen, <1>
Een site over ‘Kleur op school’, <2>
en dan:
De geschiedenis van Internationale Moeder Aarde Dag <3>
Het verzorgen en zorgen om Moeder Aarde, <4>
Naar de aardeontwikkeling tot nu toe, <5>
Naar de Moeders Aarde bij de natuurvolkeren, <6>
Het jaarwiel bij Wicca, <7>
Verering van Moeder Aarde in vroegere tijden bij de Indianen, <8>
Uit Asgard en Midgard, <9>
Hindoeisme en Maori, <10>
Godinnenplaatjes, <11>
Een schildering, <12>
Een lied, <13>
Een artikel over de koppeling Moeder Aarde en Maria Lichtmis, <14>
en als laatste een artikel:
Wat Moeder Aarde ons en onze kinderen kan leren. <15>

Kortom:
Godinnen Moeders Aarde om te ontdekken en te koesteren en om trots op te
zijn:
Moeder Aarde was, is én blijft ontzettend belangrijk: waar zouden we zijn
zonder haar…

Jaarfeesten:
<1> Op de vrijescholen wordt gedurende een schooljaar stilgestaan bij de verschillende jaarfeesten, vaak van christelijke oorsprong, die er zijn,
Wellicht vraagt de tijd om een andere aanpak van jaarfeestvieringen aangezien de schoolpopulatie veranderd is, pluriformer, en vraagt om een hernieuwde kijk op deze jaarfeesten.
Daarover schreef Eveline Clignett op haar “Waldorfmama” pagina, een artikel met onder andere het volgende: ‘Sinds ik mij door mijn blogs, de online Jaarfeestencursus en de lessen die ik geef op de Academie voor Ouders in Zutphen steeds meer verdiep in de jaarfeesten en mij daarnaast steeds meer bezig houd met modern, open minder, goed en inclusief waldorfonderwijs, groeit in mij de wens om met een vernieuwende blik naar de feesten te kijken.

What’s in a name?
We vieren op Nederlandse waldorfscholen graag Pinksteren, Kerstmis, Sint-Jan en Sint-Maarten.
Allemaal feesten met een christelijke naam. Dat is soms best verwarrend, want zo lijkt Waldorf een christelijke grondslag te hebben door de gevierde feesten. En eigenlijk klopt dat niet (niet helemaal tenminste).

Veel vrijeschoolse jaarfeesttradities vinden hun oorsprong in natuurreligieuze vieringen, verbonden aan de in- en uitademingsfase van het jaarritme. Het doel van de jaarfeesten op een Waldorfschool is, als ik Steiner goed begrijp, niet verbonden aan de christelijke feesten, maar vooral met dat ademhalingsritme en de cyclus van de aldoor zich afwisselende seizoenen. Er is een verschil tussen hoe je de jaarfeesten persoonlijk en op school viert. Op school wordt er vaak voor een beeld gekozen en daaromheen is een mooie dag met verhalen, liederen, een inhoudelijke boodschap, natuurverbondenheid en plezier.
Voor de opvoeder ga je op een veel dieper niveau met de jaarfeesten aan de slag. De jaarfeesten bieden dan de mogelijkheid voor persoonlijke ontwikkeling. Voor
die persoonlijke verbinding kan je natuurlijk gaan voor een esoterische/Christelijke inslag (waar een mooi boekje over bestaat van voordrachten van Steiner), maar dat hoeft niet.
Is het de door de katholieke kerk bedachte naam die invulling geeft aan een feest? Of gaat het juist om de inhoudt, om de bewuste blik naar je persoonlijke ontwikkeling en de ontwikkeling van de mensheid?

Realiteit
De realiteit is dat in het oorspronkelijke pedagogische concept van de Waldorfschule helemaal niet zoveel te vinden is over dat belang van de jaarfeesten. Maar als je op dit moment naar een vrijeschool gaat, zijn die
feesten een groot onderdeel van het onderwijsconcept. De kinderen genieten van de feesten, ouders bakken zich een slag in de rondte en de telefoons staan in de aanslag om de sprong over het vuur vast te leggen.
Maar het is niet alleen maar fijn. Er worden misschien wel te veel ‘beelden’ tegelijkertijd gevierd, er komen steeds meer feesten bij die gevierd moeten worden om inclusief te zijn, mensen hebben moeite met de kerkelijke
stempels en overal hoor je stemmen opgaan dat het enorm veel werk is om die feesten te organiseren en de feesten ook nog eens oppervlakkiger worden.
Op zoek naar nieuwe wegen voor een inclusievere vrijeschool en omringt door een enorme rijkdom van jaarfeesten die overal op de wereld gevierd worden, kan ik mij voorstellen dat we een sprong in het diepe mogen wagen. Een sprong naar een nieuw jaarfeestenritme met diepgang, rijkdom en kwaliteit i.p.v. kwantiteit.

Een idee?
Wat als we nou de essentie van alle verschillende jaarfeesten samenbrengen en krachtige nieuwe namen vinden voor inclusieve feesten, zouden we daarmee de ramen van de waldorfbubbel open zetten en vernieuwend in de maatschappij van nu staan? Natuurlijk hoef je daarbij niet alles los te laten wat je lief is en kunnen er regionale verschillen zijn. Wie viert met mij begin februari Winterlicht of begin mei de Lentedans? Wie onderzoekt met mij op welke manier we de verwachting tot midwinter kunnen vieren; de Yalda-nacht, de geboorte van Christus en de nieuwe zon? We kunnen samen op zoek gaan naar nieuwe namen. Ik heb een voorstel voor 8 feesten, geïnspireerd op de heidense jaarcyclus.

1 februari – Winterlicht
21 Maart – Lentefeest
1 mei – Mei/lentedans
21 juni – Midzomer
1 augustus – Zomeroogst
21 September – Herfstfeest
1 november – Herfstduister
21 december – Midwinter

Even als voorbeeld: In de natuur is de kalender niet zo streng. Net als nu, zoeken
we op scholen naar een geschikte dag rondom deze data. En terwijl we samen het
lentefeest vieren met eieren en ontkiemende zaadjes, kan elke traditie worden
aangevuld met Paas-, Holi-, Pesach-, Ostara- of Nowroez-elementen. Ja nog steeds is bijvoorbeeld het opstandingsmotief belangrijk.
Die achtergrondbeleving geven we mee aan de kinderen, niet doordat we de naam Pasen gebruiken, maar door hoe we inhoud geven aan het feest.
Iedereen is welkom licht te brengen in het Herfstduister. Het uithollen van een
knol of het maken van lantarentjes past daar uitstekend bij. Elementen van de
heilige legende van Sint-Maarten mogen daar niet ontbreken, maar ook elementen van Diwali en Samhain mogen gevierd, net als de lichtjes voor de gestorvenen van Allerzielen en zélfs van Halloween.
Natuurlijk zijn er ook speciale dagen die gevierd mogen worden, dagen die niet
per se natuurverbonden zijn maar cultuurgebonden. We kunnen samen
Koningsdag vieren, Sinterklaas of Keti Koti. Maar 8 keer per jaar vieren we groot
feest op school. Grote feesten waar iedereen zich mee verbonden mag voelen.’

Kleur op school

<2>Hieronder een stukje van “Kleur op school”, zij geven de uitdaging om tot wederzijds begrip te komen [en te blijven], een kans door hun hierbij benoemde aanpak in lesmateriaal en tijdschrift.
Van: kleuropschool.nl
Moeder Aarde wordt door de mensheid al eeuwen gezien als het vrouwelijke deel van de schepping.
Ze heeft vele namen.
Zo wordt ze ook Moeder Natuur genoemd.
Bij de Inuit is de moedergodin: A’akuluujiusi, de oermoeder die dieren kon maken uit haar eigen kleren.

Bij de Grieken was Gaia de Oermoeder en Godin van de natuur.
In dit thema gaan we kijken naar hoe wij mensen omgaan met Moeder Aarde.
In levensbeschouwelijke zin kijken we naar verleden, heden en toekomst van de aarde, en de betekenis van Moeder Aarde voor de mensheid. Milieu, natuur, klimaatverandering, duurzaamheid, omgaan met de schepping zijn onderwerpen die in deze Kleur op school aan bod komen.

Kleur op School: betekenis geven aan de wereld om je heen.

<3> Wat vind je mooi? Wat is waardevol voor jou? Wat is belangrijk? Wat betekent
vriendschap voor jou? En pesten? Waar hoop je op? Waar verlang je naar? Hoe
zie je de toekomst?
Levensvragen die iedereen persoonlijk kan beantwoorden.
Tijdens acht basisschooljaren ontwikkelen kinderen voor een belangrijk deel hun persoonlijkheid, hun identiteit. Kinderen geven voortdurend betekenis of ‘zin’ aan alles wat ze meemaken. Zo ontwikkelen kinderen een levensbeschouwing in
wisselwerking met anderen en de wereld om hen heen. De vraag die we kinderen stellen komt altijd terug bij: Wat betekent iets voor jou?
Levensbeschouwelijke ontwikkeling heeft dus vooral te maken met
betekenisgeving.
Kleur op school laat kinderen op open wijze samen betekenissen ontdekken en praten over hoe zij in het leven staan. In een rijke leeromgeving met aandacht voor filosoferen, burgerschap, omgaan met elkaar en de wereld om je heen. Een prettige manier om de levensbeschouwelijke ontwikkeling van kinderen in het basisonderwijs te stimuleren.

<4> De geschiedenis van Internationale Moeder Aarde Dag
Wanneer wordt Internationale Moeder Aarde Dag gevierd?

Op 22 april wordt Internationale Moeder Aarde Dag gevierd.
Dit betekent de geboorte en verjaardag van een moderne
milieubeweging die in 1970 begon. Op 22 april, 51 jaar
geleden, gingen mensen in de Verenigde Staten de straat op om te demonstreren en het bewustzijn te vergroten over
de verslechtering van het milieu en de negatieve impact die de 150 jaar industrialisatie had op moeder aarde.
Deze specifieke gebeurtenis bracht 20 miljoen mensen van verschillende sociale en politieke categorieën samen en het was die keer dat democraten en republikeinen, rijk en arm, studenten, arbeiders en milieugroeperingen zich
realiseerden dat ze verenigd zijn wanneer het welzijn van de planeet in gevaar wordt gebracht.
De gemeenschappelijke waarden waren een oorlogshandeling tegen het uitsterven van wilde dieren, olielozingen, energiecentrales en vervuilende fabrieken, giftige stortplaatsen, verlies van wildernis, enz.
Denis Hayes van Harvard had de rol van nationaal coördinator en werd benoemd door senator Nelson. Hij en zijn staf van 85 personen promootten de evenementen in het hele land voorafgaand aan de geselecteerde datum.
In hetzelfde jaar en een paar maanden later leidde de eerste Internationale Moeder Aarde Dag tot de oprichting van EPA (Environmental Protection Agency) in de Verenigde Staten en maakte een passage voor Clean Air,
Clean Water, and Endangered Species Acts.
Het duurde 20 jaar voordat de milieuleiders over de hele wereld Denis Hayes benaderden en samen een nieuwe grote campagne organiseerden.
Deze keer ging Moederdag wereldwijd en mobiliseerde 200 miljoen mensen de
straat op in precies 141 landen, wat de weg vrijmaakte voor de VN-aardetop in Rio de Janeiro (Brazilië) in 1992.
Het evenement stimuleerde recyclingbewegingen en -inspanningen wereldwijd nog meer.
In 1995 ontving senator Nelson de Presidential Medal of Freedom in 1995 voor de rol van de oprichter van Earth Day.

Focussen op de opwarming van de aarde als een serieus probleem met betrekking tot mensen, dieren en het algemene milieu organiseerde Hayes in 2000 samen met 5.000 milieuactivisten een andere, nog grotere campagne die honderden miljoenen mensen in 184 landen bereikte.
Dit is de eerste keer dat internet werd gebruikt als een media-instrument voor promotie. Aan het begin van het millennium werd een luide en duidelijke
boodschap naar de wereldleiders gestuurd dat snelle acties nodig zijn om de opwarming van de aarde en het gebruik van schone energie aan te pakken.
Dag van de Aarde in 2010 ondervonden moeilijkheden als gevolg van sterk gefinancierde olielobbyisten, een ongeïnteresseerd publiek en ontkenners van klimaatverandering.
Toch slaagde het erin om te zegevieren als een relevante en krachtige stem
voor Moeder Aarde.
Rond deze tijd werd ‘A Billion Acts of Green’ gestart als een milieudienstproject dat uitgroeide tot ‘The Canopy Project’ met partners in 192 landen in de wereld.
De Algemene Vergadering van de VN heeft 22 april in 2009 door middel van een A/RES/63/278-resolutie uitgeroepen tot Internationale Dag van Moeder Aarde. Het belangrijkste doel is het bereiken van een blijvend evenwicht tussen sociale, economische en ecologische behoeften, voor huidige en toekomstige generaties.

Vandaag
Internationale Moeder Aarde Dag is een wereldwijd evenement waarbij meer dan 1 miljard mensen uit 192 landen in de wereld een actieve rol spelen in het milieu.
Vorig jaar was het 50 jaar geleden dat deze wereldwijde viering van Moeder
Aarde plaatsvond.
22 april is een dag van burgerparticipatie en politieke actie. Het ging vooral om het planten van bomen, het opruimen van steden en wegen, het ontmoeten van officiële regeringsvertegenwoordigers, het organiseren van protesten en het ondertekenen van petities.
Aan de andere kant hebben officiële instellingen, overheden en bedrijven duurzaamheidsmaatregelen aangekondigd en toezeggingen gedaan voor een groenere toekomst.
Wereldgeloofsleiders gebruiken Internationale Moeder Aarde Dag om krachtige boodschappen te sturen dat we de biodiversiteit die we hebben gekregen, moeten beschermen.
Earth Day Network hebben aangekondigd dat ze voor het Earth Day-evenement in 2023 de nadruk zullen leggen op: Investeer in onze planeet.
Een enorme uitdaging – maar ook een die enorme kansen biedt op dit 53-jarig
jubileumevenement.
Dit evenement is bedoeld om ons te informeren over hoe we onze kostbare hulpbronnen kunnen herstellen. Er zijn zes voorgestelde activiteiten waaraan u kunt deelnemen ter ere van dit evenement. Je kunt zelfs meedoen aan de internationale moeder-aarde-dagvieringen online.

Hoe kun je Internationale Moeder Aarde Dag vieren?

Hier zijn een paar suggesties over hoe je Internationale Moeder Aarde Dag kunt vieren en de planeet waarop je leeft kunt eren. Natuurlijk mogen deze activiteiten niet eindigen met deze specifieke feestdag en mogen en moeten ze deel uitmaken van je dagelijkse routine.

• Vergeet uw auto voor een dag! Fiets, loop of carpool tijdens het woon-werkverkeer.
• Plant een boom, of plant er tien. Niets draagt meer bij aan schone lucht dan planten.
• Schakel elk mogelijk factureringssysteem over op e-bills.
• Werk de gloeilampen thuis bij met milieuvriendelijke lampen die energie en geld besparen.
• Word lid van een lokale milieugroep en doe mee met de activiteiten die ze doen.
• Denk eens na over recyclen!
U kunt contact opnemen met het dichtstbijzijnde afvalverwerkingsbedrijf en vragen of zij u een prullenbak kunnen leveren om glas, papier en plastic te scheiden.
• Begin met afwassen met een vaatwasser en voer deze pas uit als het apparaat vol is.
• Kies wat oude kleren die je niet meer nodig hebt en doneer ze aan degenen die het nodig hebben. Dit geldt ook voor alle huishoudelijke artikelen die nog goed werken en die u niet meer gebruikt.
• Koop een compostbak waar je de organische bijproducten in doet en gebruik ze later als natuurlijke meststof.

Aardegeschiedenis:

<5> Een blik op de aardeontwikkeling : planeet, bewoning, grootte, kwetsbaarheid.
Van: het grotere plaatje.nl

De Geschiedenis van de Aarde
Ons universum is bijna 50 biljoen jaar oud en ontstond uit een idee van de Schepper.
De Aarde is ruim 600 miljard jaar oud. Het grootste deel daarvan bestond uit een gasfase, die tot zo’n 70 miljard jaar geleden duurde.
Toen kreeg de planeet langzaam haar vaste vorm. Door onszelf wordt onze planeet “Aarde” genoemd, maar in het universum staat zij beter bekend als “Terra” of “Gaia”.
Lang geleden werd meestal de naam “Shan” gebruikt.
De eerste buitenaardse bezoekers landden meer dan een miljard jaar geleden al op onze planeet, dat was een groep reptielachtigen.
Sindsdien is het een komen en gaan.
De huidige wereldbeschaving is de derde die ooit bestond. De eerste heette Hyperborea, of Hybornea.
Daarover is niet veel meer bekend, maar als we de channeler en contactee Sheldan Nidle mogen geloven (1), ging het hier om een samenleving van intelligente groepen reptielachtigen, dinosaurusachtigen en walvisachtigen. Die
laatsten zagen er toen overigens nog heel anders uit dan nu, want ze leefden op het land en “waren volledig met een vacht bedekt, hadden lange snuiten en oren en waren ongeveer 1,50 tot 1,65 meter lang”.
Deze drie groepen leefden miljoenen jaren vreedzaam met elkaar samen (2), totdat dit werd verstoord door kwaadaardige bezoekers uit het sterrenbeeld Orion. Het eindigde acht miljoen jaar geleden in een kernoorlog.

Over de tweede beschaving, die bestond uit Atlantis en Lemurië (of Mu), is heel wat meer bekend. Er zijn tal van boeken over geschreven en heel wat mensen weten zich nog dingen over deze periode te herinneren uit een vorig leven. Dit waren technologisch en spiritueel hoogontwikkelde beschavingen, hoger dan wij nu zijn.
Lemurië werd gesticht door buitenaardse mensen op een groep grote eilanden in de Grote Oceaan.
Atlantis, dat in de Atlantische Oceaan lag, kwam daar later uit voort. Beide beschavingen stonden in contact met buitenaardse naties en leefden honderdduizenden jaren vreedzaam naast elkaar.

 Grove schets van de ligging van Atlantis en Mu (Lemurië)
Aan het eind van de laatste 26.000-jarige cyclus kwamen Atlantis en Lemurië met elkaar in conflict en werd Lemurië vernietigd door Atlantis.
Atlantis zelf ging aan het eind van de laatste 11.500-jarige cyclus ten onder
doordat ze te onvoorzichtig werden met technologische experimenten zoals het creëren van lasers. In een periode van ongekende natuurrampen, een scheurende aardkorst en een kanteling van de aardas, werd dit wereldrijk verzwolgen door de zee. Vele Lemuriërs en Atlantianen vluchtten in deze roerige periodes ondergronds en hun nazaten leven daar nu nog steeds.
Dit kunstwerk maakte ooit deel uit van de oude Maya-stad Tikal, in Guatemala. Het beeldt waarschijnlijk de ondergang van Atlantis uit. Omdat dit niet in het heersende plaatje paste, nam een Duitse archeoloog het mee naar Duitsland, waar het “toevallig” vernietigd werd in de Tweede Wereldoorlog.

[Over Lemurië en Atlantis heeft Steiner de nodige mededelingen gedaan. Die wijken wel af van bovenstaande tekst]

De groeiende Aarde
De Aarde is net als de meeste andere planeten en manen, hol van binnen. De aardkorst is zo’n 1000 km dik, en de zwaartekracht zit in die korst. Er zijn enkele gangen die leiden van de buitenkant naar de binnenkant. Ook zit er op beide polen een groot gat in de korst. De korst is een gatenkaas. Op de meeste plekken zit magma, maar niet overal. Er zijn grotten en spleten van honderden kilometers lang. Aan de binnenkant van de aardbol en in zo’n 120 ondergrondse steden woont een beschaving die veel hoger ontwikkeld is dan wij, Agartha genaamd.
De stukken zonder magma worden gebruikt voor verbindingen tussen de
satellietsteden en het ‘binnenland’. De meeste steden hebben compleet op zichzelf werkende ecosystemen.
Toen de Aarde net haar vaste vorm aangenomen had, was zij veel kleiner dan nu. Onder invloed van de centrifugerende kracht – onze evenaar draait immers met bijna 1700 km/u rond – is de planeet door de jaren heen sterk gegroeid in omvang. Ze groeit nu nog steeds enkele centimeters per jaar.
200 miljoen jaar geleden had zij nog pas een kwart van haar huidige omtrek, waardoor de zwaartekracht ook minder groot was. Hierdoor konden de dinosaurussen zich ontwikkelen tot enorme gevaartes van soms wel 80 ton zwaar. Met de huidige zwaartekracht zouden die onherroepelijk te kampen krijgen met fysieke ongemakken, zoals botbreuken, hartfalen e.d.
Destijds zaten alle continenten nog aan elkaar en bedekten ze de hele Aarde. Grote delen van de Aarde waar nu land is, waren toen bedekt door een ondiepe zee. Dit is er de reden van dat er op de vreemdste plekken, zoals in de binnenlanden van Amerika, fossielen van zeedieren gevonden zijn.
Doordat de Aarde groeide, scheurden de continenten uit elkaar en kwamen er grote delen droog te staan. De scheiding van de continenten kwam dus niet door mysterieuze krachten die de tektonische platen zomaar door elkaar husselden, zoals aanhangers van het “Pangea”-model beweren. Die wetenschappers breken zich nu nog steeds het hoofd over de vraag hoe het kan dat de oceaanbodem op sommige plekken slechts enkele tientallen miljoenen jaren oud is, terwijl de platen van het vaste land miljarden jaren oud zijn. De verklaring hiervoor is, dat
de groei van de Aarde plaatsvindt langs de breuklijnen op de oceaanbodem, die grofweg verticaal over de aardbol lopen.

IJstijden
Een andere misvatting die nog steeds leeft onder de huidige wetenschap, is het bestaan van ijstijden. Dit zouden periodes van duizenden jaren geweest zijn waarin de Aarde afkoelde, en de verklaring die er meestal voor gegeven wordt is dat “de baan van de Aarde tijdelijk verder van de zon af ging”. Maar hiermee toont men aan dat men niet alleen de werking van zwaartekracht niet begrijpt (de straling van de zon heeft zowel een aantrekkende als een afstotende werking en houdt de Aarde dus keurig op haar plek) – ook hebben ze hier zelf nog nooit bewijs voor gevonden.
Dat er in het verleden hevige temperatuursschommelingen geweest zijn, staat buiten kijf. Maar afgezien van grote natuurrampen zoals vulkaanuitbarstingen en meteorietinslagen waardoor het zonlicht tijdelijk weggehouden werd van de Aarde en haar dus deden afkoelen, is er nog nooit een tijd geweest waarin de
temperatuur op heel de Aarde afkoelde. Als het ergens kouder was dan nu, was er altijd wel een andere plek waar het juist warmer was dan nu.

Niburu
De verklaring hiervoor ligt in kantelingen van de aardas, die poolverschuivingen veroorzaken. Hoewel de aardas voor ons redelijk stabiel lijkt (afgezien van de precessie, oftewel het ‘waggelen’ van de aardas) heeft hij in het verleden vaak anders gestaan.
De reden hiervoor was meestal het langskomen van de planeet Niburu, ook wel Nibiru of “Planeet X” genoemd.
Deze planeet, die bewoond wordt door Anunnaki, de half menselijk/half reptielachtige buitenaardsen die zoveel invloed gehad hebben gehad op de geschiedenis van de mensheid, heeft een baan van ruim 3.600 jaar. Deze
baan leidt niet alleen om onze zon, maar ook om de bruine dwerg die samen met onze zon een binair systeem vormt (3). De zwaartekracht van deze bruine dwerg is trouwens ook verantwoordelijk voor de vreemde baan van de buitenste planeten in ons zonnestelsel. Niburu heeft een erg dichte atmosfeer en produceert zelf ook warmte, waardoor er leven op mogelijk blijft zelfs ver bij een zon vandaan.
Als Niburu weer eens langskomt bij onze zon, heeft dit zo’n verstorende werking op het elektromagnetische veld van andere planeten, dat hun as vaak van positie verandert (4). Dit gebeurt echter niet iedere keer, het ligt er maar net aan welke positie rond onze zon de planeten op dat moment innemen. Maar wie naar de stand van de assen van alle planeten kijkt, ziet dat dat een door elkaar gehusseld potje lijkt waarin geen enkele logica te ontdekken valt. Zo staat de as van Mercurius vrijwel rechtop, terwijl die van Uranus bijna platligt.

Niburu moet in de loop van de geschiedenis al talloze malen in onze luchten te zien geweest zijn. Soms klein, maar soms ook heel groot, afhankelijk van de positie van de Aarde rond de zon op dat moment. In het laatste geval moet de naar verluidt grote, rode, mistige planeet met zijn vele manen een afschrikwekkende verschijning geweest zijn, die volken over de hele wereld verbijsterd omhoog heeft doen staren.

De laatste kanteling
De laatste keer dat onze aardas een grote verandering onderging, werd echter niet veroorzaakt door de komst van Niburu, maar door de fatale natuurkundige experimenten van de heersers van Atlantis. De rampspoed die dit met zich meebracht, deed de toenmalige Noordpool verschuiven van Noord-Scandinavië naar Oost-Siberië.
Hierdoor kwam Europa, dat tot dan toe een bar klimaat gekend had en grotendeels onder het ijs lag, plotseling in een gematigd klimaat te liggen. Het ijs smolt.
De snelheid waarmee deze kanteling van de aardas zich voltrok, kwam als een totale verrassing voor het leven in Noord-Azië en Noord-Amerika. In een mum van tijd dook de temperatuur daar tientallen graden omlaag, waardoor sommige mammoeten staande bevroren. Nu nog steeds is daar een ‘zone des doods’ te vinden, waarin duizenden mammoeten, wolharige neushoorns en andere dieren bevroren liggen in het ijs.
Onderzoekers vonden in hun magen nog onverteerde gewassen, maar ze kunnen niet verklaren waarom dit planten zijn die normaal gesproken alleen in een gematigd klimaat voorkomen.
In het ijs van Noord-Azië en Noord-Amerika bevinden zich nog altijd duizenden ingevroren mammoeten die plotseling stierven, vaak met hele kuddes tegelijk, terwijl ze nog rechtop stonden.

Overstromingen
De waterverplaatsing die gepaard gaat met een kanteling van de aardas, geeft nieuwe betekenis aan het woord ‘tsunami’. Hele oceanen worden van hun plek getild en over het nabijgelegen land uitgestort. Dit verklaart waarom over heel Amerika resten van zeeleven te vinden zijn, zoals schelpen en walvisbotten, soms op honderden meters hoogte.
De ijsmassa van de oude Zuidpool werd opgetild en gedeeltelijk op het Antarctische continent gekwakt. Dat lag eerst ter hoogte van Australië nu, en was dus veel warmer. Hierdoor werd de beschaving die daar bestond, in
één klap weggevaagd.
Op oude kaarten, zoals de Piri Reis-kaart (5), staat de kustlijn van Antarctica nog
aangegeven zoals die was voordat hij onder het ijs verdween.
Deze gebeurtenis verklaart ook de discrepantie tussen de oudheid van het ijs aan de verschillende kanten van de Zuidpool. Onderzoek heeft aangetoond dat het ijs aan de oostkant van Antarctica miljoenen jaren oud is, terwijl het aan de westkant, inclusief het Antarctisch Schiereiland, slechts zo’n 11.500 jaar oud is. Dat komt dus doordat deze westkant pas ging bevriezen nadat hij door de kanteling van de Aarde in de ijskoude zone terechtgekomen was.
Voor de waterstand van zeeën en oceanen wereldwijd had dit grote gevolgen, want nu de Zuidpool grotendeels op land lag, werd er veel minder zeewater bevroren. Veel van het ijs van de oude pool begon te smelten. Dit deed het water wereldwijd stijgen, waardoor veel volken die langs de kust leefden, gedwongen werden om huis en haard te verlaten en een nieuw heenkomen te zoeken. Nu nog steeds liggen er wereldwijd, van India tot Egypte (6), meters onder de kustlijn nog restanten van wat ooit bloeiende beschavingen waren (7).
Ook de Noordzee, die tot dan toe grotendeels droog geweest was, liep vol.
Na deze grote kanteling van de aardas zo’n 11.500 jaar geleden zijn er nog enkele kleine kantelingen geweest door toedoen van Niburu, maar nooit meer zo heftig als toen. De Noordpool kwam uiteindelijk meer in zee te liggen dan tijdens de laatste “ijstijd”, en bevroor dus meer water dan toen. Maar omdat het op de Zuidpool gemiddeld tientallen graden kouder is dan op de Noordpool, wogen deze wederzijdse veranderingen in ijsmassa’s niet tegen elkaar op. Het bleef wereldwijd hoog tij.
Onder het ijs van Antarctica zijn nog steeds de restanten van een oude beschaving te vinden.

De maan
Onze maan is kunstmatig en hol, en heeft een metalen constructie aan de binnenkant. Er staan ruïnes (8) en piramides op, en er zijn veel ondergrondse bases. Deze liggen voornamelijk aan de achterkant van de maan.
Lang geleden had de Aarde twee natuurlijke manen. Eentje werd er vernietigd bij de aanval van Atlantis op Lemurië. De andere werd door buitenaardsen vervangen door onze huidige maan, die eerst in een ander zonnestelsel hing.
Als aardigheidje werd de maan, die 400 keer kleiner is dan de zon, op een afstand van de Aarde geplaatst die 400 keer kleiner is dan die van de zon. Hierdoor lijken beide hemellichamen voor ons even groot, en kunnen we
af en toe genieten van zoiets moois als een zonsverduistering met een corona.
De bewering dat de maan rond de Aarde en de Aarde rond de zon draait, klopt niet helemaal, want de zon hangt niet stil. Hij vliegt met grote snelheid door de ruimte, en wij vliegen met hem mee. De planeten en manen bewegen zich dus in een cilindervormige beweging door de ruimte.
De maan is een kleurrijke wereld (9) en heeft een lichte dampkring. Er is water, ijs en er groeien grassen en andere kleine gewassen, zoals een soort aardappels. Bij foto’s van de maan die de NASA vrijgeeft, wordt steevast alles wat op kleur of leven duidt, weggewerkt. Zo blijft het publiek geloven dat het een stoffige, dode
wereld is.

Ook de maanlanding door de Amerikanen in 1969 was omgeven door desinformatie. Hoewel de landing wel degelijk plaatsvond, kwamen de meeste beelden uit een studio in Hollywood, in opdracht van president Nixon.
Op de echte maanlanding waren namelijk zoveel UFO’s te zien die een kijkje kwamen nemen, dat de beelden onmogelijk aan het publiek voorgeschoteld konden worden. Dit tot frustratie van de astronauten, die bij thuiskomst een zwijgplicht opgelegd kregen en daarna zoveel mogelijk uit de publiciteit weggehouden werden.
In 1994 zei Neil Armstrong tijdens een zeldzaam publiek optreden tegen een nieuwe generatie astronauten: “Er zijn geweldige ideeën nog niet ontdekt. Er zijn doorbraken beschikbaar voor degenen die de lagen die de waarheid beschermen, kunnen verwijderen.” (10)

Gods Etalage
Onze Aarde is een van de mooiste planeten die er bestaan. In het universum wordt ze soms ook wel “Gods Etalage” genoemd. De variatie aan landschappen en levensvormen die wij hier hebben, is ongekend in het universum. Er zijn genoeg planeten die bergen, oceanen, woestijnen of jungles hebben, maar niet zo veel die dat allemáál hebben. Daarom is onze planeet van oudsher in veel galactische oorlogen betrokken geweest, en werd ze gezien als een trofee.
Die openlijke strijd, met ruimteschepen van het licht en het duister die elkaar hoog in onze luchten achterna zaten alsof het een scène uit “Star Wars” betrof, is alweer lang geleden. Er heerst nu een galactische vrede, hoewel die nooit officieel ondertekend is. Beide kampen waren gewoon moe van de miljoenen jaren durende oorlogen, die talloze levens kostten en die nooit een duidelijke winnaar opleverden.

De huidige bevolking
De huidige aardse beschaving is een uniek geval in het universum, omdat onze planeet in de cyclus van de Vissen was voorbestemd om een planeet te zijn waar zielen het fenomeen ‘dualiteit’ konden ervaren (goed en slecht in één maatschappij). Dat is bevorderlijk voor de spirituele groei van een ziel. Om een maximaal gevoel van afscheiding van elkaar en de rest van het universum te creëren, werd de Aarde onder quarantaine geplaatst. Dit hield in dat leden van de Galactische Federatie geen contact met ons mochten opnemen, en ons
alleen van een afstandje monitorden.
Omdat negatieve buitenaardse rassen zich vaak niet aan Universele Wetten houden, bezochten zij de Aarde wel, met alle gevolgen van dien. Maar dit paste goed in het scenario voor dualiteit, dus werd dit oogluikend toegestaan door de Galactische Federatie. Alleen als ze de balans van het leven op Aarde teveel in gevaar dreigden te brengen, bijvoorbeeld als ze plannen hadden om de mensheid grotendeels uit te roeien door virussen of nucleaire oorlogen, werd er ingegrepen. Ook als hun menselijke pionnen ruimtereizen buiten ons
zonnestelsel wilden maken, werd dit niet toegestaan.
De bevolking die zich onder zulke geïsoleerde omstandigheden ontwikkelde, wordt met een mengeling van verwondering en onbegrip bekeken door beschavingen die ons volgen. Aan de ene kant blijken we liefdevol te
zijn en kunnen we prachtige dingen creëren, zoals kunstenaars en ambachtslui van allerlei pluimage laten zien.
Aan de andere kant zijn we soms ook buitengewoon wreed en achteloos, zelfs tegen onze eigen soort en de planeet die ons thuis is.
Wij zijn de enige beschaving waar zoiets als geld bestaat en zoveel macht gekregen heeft, waar de wetenschap God en buitenaards leven niet serieus neemt, en waar vrije energie nog steeds niet is doorgedrongen tot de
burgermaatschappij. Dat laatste is overigens niet onze schuld, want vele uitvinders die revolutionaire ideeën wilden introduceren ten bate van de mensheid, werden de mond gesnoerd door de illuminati. Zoals Nikola Tesla
aan het begin van de vorige eeuw, die verschillende perfect werkende nulpuntenergie-apparaten ontwikkelde, maar gestopt werd.

De Aarde kwam bekend te staan als “gevangenisplaneet” waar zielen vanuit het hele universum naartoe kwamen om negatief karma op te lossen (of niet, want het lukt niet altijd). Totdat ook deze cyclus weer voorbij zal zijn, en dat is nu bijna zover. Net zoals veel fauna is ook veel flora op onze planeet het gevolg van buitenaards bezoek uit een ver verleden.
O.a. zonnebloemen, cannabis en maïs zouden hier nooit gegroeid hebben als ze niet lang geleden mee waren komen vliegen op een ruimteschip.

De levende Aarde
Waar de meeste mensen geen enkel besef van hebben, vooral in het Westen niet, is dat de Aarde zelf ook een levend wezen is. Een hoog ontwikkeld en liefdevol wezen, dat precies weet wat er op, in en rond haar gebeurt.
Volgens Matthew Ward, de spirit van een overleden jongen die vanuit de hemel met zijn moeder hier communiceert, is de ziel van Gaia altijd in de vijfde dimensie gebleven (11). Maar de negativiteit op Aarde leidde ertoe dat haar lichaam in deze cyclus diep in de derde dimensie terecht kwam. Ook daaraan komt binnenkort een einde, want met de Ascensie zullen ook lichaam en ziel van Moeder Aarde weer met elkaar herenigd worden.

(1) Jullie buitenaardse oorsprong (Boek: Jullie Eerste Contact).
(2) Menselijke geschiedenis meer dan een miljard jaren oud.
(3) December 21, 2012: Romance and Reality.
(4) The Poleshift.
(5) Piri Reis Map explained by Graham Hancock.
(6) Lost Egyptian city revealed.
(7) Graham Hancock’s ~ Underworld ~ Flooded Kingdoms Of The Ice Age.
(8) U.F.O DISCLOSURE PROJECT -FULL VERSION (fragment op 57:45]
(9) Moon Rising part 1.
(10) Neil Armstrong, RCH – Truth protective layers.
(11) Matthew Ward — November 6, 2010 (punt 26)

De auteur van dit artikel noemt hier mijn naam omdat ik op deze blog aandacht heb besteed aan de opvatting dat ‘kinderen in hun ontwikkeling de cultuurfasen van de mensheid herhalen’. Dat is op zich te algemeen gesteld: het gaat om de ontwikkeling van het bewustzijn. Die van de mens (het kind) vertoont een zekere overeenkomst met hoe die bij de mensheid zich voltrokken heeft.

Meer daarover in de artikelenreeks Ernst Haeckel en het leerplan.

De grondlegger van de antroposofie, Rudolf Steiner, laat de aardeontwikkeling terugkomen in het leerplan van Waldorfscholen en dan met name Lemurië, Atlantis.
Pieter HA Witvliet [leraar] vertelt hierover op de site Vrijeschoolpedagogiek:
In wezen gaat het om 3 elementen:
Atlantis, zoals Steiner daarover spreekt;
De volgorde van de cultuurperioden zoals die meestal op de vrijeschool aan de orde komt en Steiners gezichtspunten over deze cultuurperioden.
Van Steiner vind je in de pedagogische voordrachten géén aanwijzingen voor genoemde 3 elementen.’
Wel noemt hij dit:
‘Het gaat in deze voordracht om zaken die direct kunnen worden verwerkelijkt.
Maar we willen bij deze overpeinzing steeds de hele mensheidsontwikkeling voor ogen houden, zodat we ook de individuele ontwikkeling van de jonge mens begrijpen en ze kunnen leiden. (…)
Eerst op een bepaald punt treedt de mens een nieuw leven in. Voor hij aan dit punt komt, is zijn leven een herhaling van vroegere levenstijdperken. Ook de kiem maakt een herhaling van alle stadia van de ontwikkeling vanaf de oertijd door. Zo herhaalt het kind na de geboorte vroegere mensheidstijdperken. (…)
In de Lemurische tijd daalde de mens voor het eerst in het fysieke lichaam af en wordt dat heden bij de fysieke geboorte herhaald. Toen daalde de mens in het lichaam af en ontwikkelde zich op ziels- en geestesgebied altijd hoger. De Lemurische en Atlantische periode herhaalt de mens tot zijn zevende jaar. Van de tandenwisseling tot de geslachtsrijpheid wordt de ontwikkelingsperiode herhaald waarin de grote geestelijke mensheidsleiders optraden. De laatsten daarvan waren Boeddha, Plato, Pythagoras, Hermes, Mozes, Zarathustra, enzovoort. Toen werkte de geestelijke wereld nog meer op de mensheid in. In de heldensagen wordt ons dat bewaarheid. Iedere geest van de oude cultuurperioden moet daarom in deze jaren het schoolonderricht ten grondslag liggen.’

Moeder Aarde en de inheemse volkeren

Posted on 10 oktober 2016 by Lauri Fransen
<6> Het zijn altijd de inheemse volkeren van deze planeet geweest, die ons voorleefden hoe er met de heiligheid van de aarde moet worden omgegaan. Wij, blanke westerlingen, hebben daar slecht of helemaal niet naar geluisterd.
Integendeel, overal op de aarde hebben wij de inheemse volkeren onderdrukt, uitgemoord en hun culturen proberen te vernietigen. We hebben hen hun land ontnomen, hun kinderen afgepakt en hun welvaart vernietigd.
We hebben hen hun spiritualiteit afgepakt en hen ons geloof opgedrongen. Diegenen die zich niet wilden assimileren, hebben we in reservaten geplaatst alsof het zeldzame diersoorten zijn. Tijdens de apartheid zijn in Zuid-Afrika zijn de oorspronkelijke bewoners naar zogenaamde ‘thuislanden’ gestuurd, wég uit het zicht van de blanke bevolking. Dat alles en nog meer heeft de westerse ‘beschaving’ gedaan, zodat de grote ondernemers en de hun dienstwillige overheden de aarde konden beroven, openrijten, haar grondstoffen verwijderen, haar bossen kappen, haar dieren doden en de natuur vernietigen op alle mogelijke manieren. Alles uit winstbejag.

Zo is het eeuwenlang gegaan met alle inheemse volkeren, die door de patriarchale, kapitalistische machthebbers zijn gekoloniseerd. Laten we wel wezen: wij Nederlanders deden dat ook met de ‘inboorlingen’ in
Indonesië, Papoea-Nieuw Guinea en Suriname. Wij Nederlanders waren in de 16e en 17e eeuw de meeste beruchte en wrede slavenhandelaren ter wereld. Nog een voorbeeld: door de blanke kolonisten zijn in Noord-Amerika alleen al 100 miljoen mensen van de oorspronkelijke bewoners vermoord. Deze maken nu slechts 1 % uit van de totale bevolking van de Verenigde Staten.
En juist in de V.S. hebben de oude volkeren, die er het eerst waren – The First Nations – er nu genoeg van. Er is een andere tijd aangebroken. De tijd van ‘genoeg is genoeg’. Genoeg beloften zijn er door de blanke regering
gebroken. Genoeg ellende en narigheid heeft men doorstaan. Genoeg vernietiging van de aarde heeft plaatsgevonden. Het is nu de tijd waarin de nazaten van de Eerste Naties zich herinneren wat respect betekent:
respect voor de aarde, respect voor de grond, die in hun visie niemands eigendom is, respect voor de dieren en respect voor de mensen die de aarde bewonen. Zij noemen zichzelf ‘beschermers’, ‘hoeders’ van de aarde. Nu
zijn zij uiteindelijk opgestaan om actie te ondernemen. En daar wou ik het hier over hebben.
Dertien jaar geleden, ergens in het jaar 2003, ontving ik van Spirit een wonderlijk visioen. De aanleiding ben ik vergeten, maar het visioen zelf niet. Het was en is zo krachtig, dat ik het me na al die jaren nog tot in detail kan
herinneren. Dit is het visioen:

Vanuit een vogelvluchtperspectief zie ik Noord-Amerika liggen, als een levende landkaart. Het hele continent is vervuild; de bodem is bedekt met een dikke laag zwarte olie. Er is geen leven meer, geen planten, geen dieren kunnen hier leven. Ook de hemel is zwart; het is donkere nacht.
Dan zie ik in het noorden, vanuit Alaska en Canada, mensen aankomen. Ze lopen in een lange lijn, over de hele breedte van het continent, ongeveer waar nu de grens is tussen Canada en de V.S. Het zijn de oorspronkelijke bewoners, de inheemse volkeren van Amerika. Ze lopen daar met hun banieren en heilige voorwerpen opgeheven, in hun mooiste rituele kleding, mannen, vrouwen en kinderen, hele stammen. Ze dragen hun trommels en ze zingen. Een heldere doordringende zang, die diep in mij doordringt. Ze lopen in de cadans van
het ritme. En achter hen, waar zij hun voetstappen hebben gezet, begint het gras weer te groeien, de bomen spruiten op, de zon schijnt stralend en het land is een schone en pure wildernis, zoals het ooit was.
Dan zie ik vanuit het zuiden, waar het donker en zwart is, ook mensen lopen. Het zijn blanke mensen, van wie de regeringen en de industrieën de aarde hebben bevuild. Waar ze vandaan komen weet ik niet, maar ze zijn wanhopig. Het zijn goedwillende mensen en ze willen de aarde redden, maar ze weten niet hoe. Ook zij lopen in een lange lijn over de hele breedte van het land. Noordwaarts. Tussen die beide groepen in zie ik een strook wit licht, een soort demarcatielijn. Eerst is die strook heel breed, maar naarmate ze elkaar dichter naderen, wordt
die strook smaller. Nu zie ik dat de blanke mensen hun armen uitstrekken over de strook heen, naar de inheemse volkeren. “Help ons!”, zeggen zij daarmee. Ze vragen de inheemse volken de leiding te nemen bij het redden van de aarde. Want zij die er het eerst waren, weten nog hoe dat moet.
Jarenlang heb ik over dit visioen gezwegen, niet wetende wat ik ermee moest doen. Tot in december 2014.
Ik zag een filmpje op Facebook over een demonstratie in New York, waar een heleboel mensen van de inheemse volkeren in meeliepen.
Het was de Peoples Climate Mars van 21 september 2014
Wat ik daar zag raakte mij tot in mijn botten. Dáár zag ik wat ik in mijn visioen gezien had: mensen van de inheemse naties, gekleed in hun rituele kleding, met hun banieren en heilige voorwerpen opgeheven en ze zingen! En het lied dat ze zingen is hetzelfde als wat de mensen zongen in mijn visioen!
Ik zag daar mijn visioen zich afspelen in real time! Het was niet alleen superontroerend en prachtig, maar het was ook nog eens iets wat ik in een andere vorm eerder had gezien. Dat visioen was blijkbaar een voorspelling!
Opvallend is ook dat tijdens deze demonstratie duidelijk verband wordt gelegd tussen de mishandeling van Moeder Aarde en de onderdrukking van vrouwen. Iemand zegt: ”Violence against Earth means violence against women” en “Exploit the land goes with exploiting women”. De bijgevoegde tekst luidde: From the Amazon tot the Arctic, Indigenous Peoples are defending our climate and teaching allies how extractive industries are directly connected to sovereignty, colonization and violence against women.”
Ik heb er in 2014 ook een stukje over geschreven op mijn blog en ik dacht bij mezelf: ‘Ik ben benieuwd óf en hoe dit verder gaat’.
Nu zijn we in 2016, twee jaar later. Een paar weken geleden kom ik ‘toevallig’ een video tegen die mij diep raakt.
De locatie is Noord-Dakota, een staat pal ten zuiden van de grens met Canada. Het speelt zich af bij de Standing Rock Reservation, het ‘thuisland’ van de Sioux-volkeren (Nakota, Lakota en Dakota). Duizenden leden van de First Nations zijn daar bij elkaar gekomen in een groot kampement aan de oever van de Mississippi rivier. Zij zijn daar om de aanleg van een oliepijplijn tegen te houden, de Dakota Access Pipeline, kortweg DAPL, die door vier Amerikaanse staten moet gaan lopen en die 570.000 vaten olie per dag moet vervoeren. Een deel van de pijplijn is gepland door heilig land dat rechtmatig aan de Sioux toebehoort en dwars door plekken waar de voorouders begraven liggen. De pijplijn zal de rivier de Mississippi meerdere malen kruisen. Als er lekkage optreedt, zal niet
alleen het water van de bewoners van het Reservaat ondrinkbaar worden, maar zal ook de watervoorziening van 18 miljoen andere mensen in gevaar komen, die stroomafwaarts langs de rivier leven. Het gevaar van lekkage is zeker niet denkbeeldig: sinds januari 2015 zijn er al 54 pijplijn-ongelukken gebeurd in de V.S., waarbij enorme milieuschade is veroorzaakt!

Wat mij zo raakt is dat er onder de oorspronkelijke Amerikanen zo’n grote eenheid is ontstaan. Stammen die vroeger elkaars vijanden waren, staan nu zij aan zij in deze actie. Elke dag arriveren meer stammen op het Sacred Stone Camp: de Crow, de Comanche, de Gros Ventre, de Hopi, de Alaska Naties, zelfs Azteken uit Zuid-Amerika en Sami uit Noord-Europa presenteren zich op het terrein. Er is steun uit de hele wereld, van andere,inheemse volken: de Palestijnen, de Maori, de Maya’s en noem maar op. Volgens sommigen zijn er nu meer dan,100 stammen bij elkaar in het Kamp. Deze actievoerder noemen zich geen ‘protesters’, maar ‘protectors’, beschermers. Meerdere malen weten ze de werkers aan de pijplijn te belemmeren in het uitvoeren van hun taak, zonder wapens, maar alleen door op die plekken te bidden, te zingen en te drummen. Ze worden aangevallen door honden die bijten, door veiligheidsmensen die pepperspray gebruiken en door staatstroepen die hen met geladen geweren arresteren. Maar ze wijken niet. Er is intussen een rechtszaak door hen
aangespannen. Een voorlopig halt is toegeroepen aan de constructiewerkzaamheden, tot er nader onderzoek is verricht, hoewel de oliecompagnie op andere plaatsen dit gebod overtreedt en rustig doorgaat met het werk.
Elke keer als ik een video zie of een website lees over dit gebeuren, begin ik spontaan te huilen. De tranen lopen vanzelf over m’n wangen; ik kan het niet tegenhouden. Steeds als ik eraan denk, gebeurt dat opnieuw. Als ik ’s avonds in bed lig om te gaan slapen, huil ik m’n ogen uit. Als ik erover praat, kan ik dat niet met droge ogen doen. Dat gaat zo drie dagen door. Het huilen is niet te stoppen. Onderwijl vraag ik me af: wat is hier aan de hand? Wat betekent dat huilen? Ja het is prachtig en ontroerend om te zien, die eenheid onder de mensen.
Mooi ook dat er zich blanken bij hen aansluiten en hoe ze daar leven in dat kamp, volgens hun oude waarden van zorg voor elkaar. En dan hun leus: “Water is Life!” Zo wáár! Maar waarom houdt me dit zo bezig?
Dan valt het muntje: natuurlijk, dit is een andere versie van mijn visioen! Wéér zie ik het zich afspelen in de fysieke werkelijkheid: die enorme eenheid onder de inheemse volkeren, hun vastberadenheid om Moeder Aarde te redden, hun levenswijsheid en hun liefde voor het land. En nu begrijp ik ook wat de olie ermee te maken heeft, die zo’n grote rol speelt in het visioen: als dit niet gestopt wordt, komt het hele land zwaar onder de olievervuiling te zitten. Dan breekt de donkere nacht aan.
Maar ik zit met een vraag. Waarom heb uitgerekend ik dit visioen gekregen? Ik heb geen contacten met indianen; ik woon ook niet in Amerika. En: wat moet ik er mee doen? Het is mij bekend dat de inheemse traditie voorschrijft dat je iets moet doet met een visioen dat je door Spirit is geschonken.
Ik stem mij af op mijn innerlijke leiding. Nu krijg ik te horen: “Jij hebt op zielsniveau een diepe verbinding met de oorspronkelijke mensen, de inheemse culturen. Je hebt dit visioen gekregen en je weet wat je ermee moet doen. Zoals met alle heilige visioenen is het niet voor jou alleen. Het is bedoeld om de wereld in te gaan”.
Daarom heb ik nu besloten naar buiten te brengen wat ik heb mogen ontvangen.
In mijn ogen is dit visioen vooral bestemd voor de blanke mensen. Want het laatste deel ervan is nog niet vervuld. Dat deel waar goedwillende blanken de handen uitstrekken naar de inheemse volkeren en hen om hulp vragen. Dat is heel belangrijk. Weliswaar nemen er wel blanke supporters deel aan de Standing Rock acties, maar het is een kleine groep. Wij, in de westerse wereld, ook in Europa, ook in Nederland, zouden ervan doordrongen moeten raken dat de inheemse culturen van over de hele wereld beter weten dan wijzelf hoe we
Moeder Aarde weer schoon kunnen maken. We zouden deze volkeren moeten gaan eren om de wijsheid die zij in huis hebben. Maar het gaat om meer: het is niet langer voldoende om vanuit een soort ‘spirituele hype’ bewondering te hebben voor deze mensen en hun levenswijze. Het is tijd voor ons om te luisteren, om bescheiden te zijn en om hulp te vragen. Alleen zo kunnen wij beginnen om ons collectieve westerse karma op te lossen, dat wij hebben naar hen en naar de Aardemoeder.
Maar wat kunnen wij dan NU doen en van deze afstand? Daarop geeft Little Grandmother, Kiesha Crowther een antwoord. Zij vertelt dat de ‘Elders’ gevraagd hebben wereldwijd te bidden voor Moeder Aarde en voor het
water, om de heilige plekken te eren en ceremonies te doen: “Velen hebben gevraagd wat te doen als er geen heilige plek dichtbij is. Het antwoord is simpel: maak er één. Ongeacht waar je woont, wie je bent, ongeacht je leeftijd en achtergrond, jij en ieder van ons hebben toegang tot Moeder Aarde. Als je geen heilige plek kunt vinden, maak er één. Vind simpelweg een plek buiten. Maak een plek waar je kunt bidden, waar je zegeningen, eer en dankbaarheid kunt geven aan je Moeder. Bid ervoor dat haar wateren weer gezond mogen zijn, haar
schepselen beschermd en voor de mensheid om in liefde te leven.”

<7> Wicca Wikepedia

Het jaarwiel oftewel verbinding met moeder aarde


Een belangrijk onderdeel van wicca vormen de jaarfeesten, ook wel sabbats genoemd. Deze acht feestdagen vormen samen het Wiel van het Jaar, het levensverhaal van de God en de Godin.
Behalve dat de sabbats het leven van de Goden en zo de weg van geboorte-dood-wedergeboorte uitbeelden, was elke datum vroeger ook van belang in de natuur. Zo is Imbolc van oorsprong een ploegfeest, waarbij het land voor het eerst omgeploegd werd na de winter.
Lammas was een oogstfeest, wanneer het graan werd binnengehaald. Nu de meeste mensen steeds verder af komen te staan van het plattelandsleven en het ritme van de oogst verandert door bijvoorbeeld het gebruik van kassen, worden de symbolische betekenissen van de feesten steeds belangrijker.

1. Om de kalender te beginnen, is het het gemakkelijkst om bij Yule (spreek uit als Joel) te starten. Yule is ook bekend als de winterzonnewende of Midwinter, de kortste dag van het jaar. Omstreeks 22 december vieren de wicca’s het
lengen van de dagen.
2. De tweede sabbat is Imbolc (spreek uit als Immolk) op 2 februari, ook wel Candlemass genoemd. Dit is het ploegfeest, wanneer het land en dus Moeder Aarde voorbereid gaat worden om het zaad te ontvangen.
3. Op Ostara, Vernal of lente-equinox, omstreeks 21 maart, viert men het begin van de lente. Het zaad, de God, groeit op onder bescherming van zijn moeder, naarmate hij opgroeit keert de zon terug op de aarde en lengen de dagen.
4. Op 1 mei komt Beltane/Beltain (spreek uit Bjeltənə), ook bekend als Mei- of Walpurgisnacht. Dit is een van de bekendste heksenfeesten, die ook regelmatig genoemd wordt in de tijd van de inquisitie. Het is het feest van de liefde. De Zonnegod of vegetatiegod is een volgroeide man geworden, en deze nacht legt hij zich neder naast de Godin en bezwangert zijn koningin.
5. Litha, de zomerzonnewende of Midzomer, viert omstreeks 21 juni de hoogste stand van de zon. De kracht van de Zonnegod is op zijn piek. Hier wordt ook het bestaan van polariteit duidelijk gemaakt, als de Eikkoning, de opbouwende, het moet afleggen tegen de Hulstkoning, de afbrekende.
6. De volgende sabbat volgt op 2 augustus en wordt Lammas of Lughnasadh (spreek uit als Loenasah) genoemd. Dit is in eerste instantie een graanfeest, het moment waarop het graan van de velden wordt gehaald. De kracht van de
god is overgegaan in het graan.
7. 23 september is het tijd voor Mabon, de herfstequinox, het begin van de herfst. Nu is de oogst van de wijn. Ook wordt gezegd dat de god nu aan het eind van zijn krachten is, en sterft. Hij heeft zich gegeven zodat wij de vruchten kunnen plukken.
8. De laatste sabbat is ook een van de bekendste. Halloween of Samhain (spreek uit als Sauwen) is het heksennieuwjaar en een van de belangrijkste feesten, in oudere teksten ook bekend als het feest van de doden en de geesten. De geest van de God heeft de oversteek gemaakt naar de Onderwereld of Zomerland, en wacht op de juiste tijd om opnieuw te incarneren. Dit zal tijdens het Yulefeest zijn, wanneer de Eikkoning het overneemt van de Hulstkoning (zomer van winter). Vaak zetten Wicca’s eten op een schotel buiten voor de doden.

Magie is een belangrijk onderdeel van wicca. Het is vaak de magie die de mensen naar wicca nieuwsgierig maakt, het idee dat ze op de een of andere bovennatuurlijke manier iets aan hun eigen lot kunnen veranderen. Magie
wordt op vele manieren beoefend in de wicca. Aan de ene kant worden er tijdens de jaarfeesten en op diverse andere dagen (maanfeesten, trouwdagen etc.) complete rituelen opgevoerd; aan de andere kant steken wicca’s soms simpelweg een kaars aan om extra energie in een bepaalde richting te sturen. Er wordt met name veel gebruikgemaakt van technieken zoals visualisatie en meditatie, of er wordt geprobeerd om in een trance te komen door bijvoorbeeld teksten op te dreunen (chanten) of te drummen. Er wordt ook wel korenmagie gebruikt, en er worden kruiden gebruikt bij magie. Elk kruid heeft zijn eigen magie en kracht. Als iemand magie uitoefent moet er opgelet worden welk soort magie er wordt gebruikt om er dan de juiste kruiden bij te gebruiken. Zo zal de kracht van de magie versterkt worden. Zo is het ook met wierook. Er zijn verschillende geuren met elk zijn magie en kracht. Hetzelfde geldt voor kristallen, gesteenten of edelstenen.
Wicca’s maken vaak gebruik van andere occulte/esoterische kunsten, zoals divinatie (bijvoorbeeld tarot, pendelen, wichelroedelopen) of kruiden. Deze dingen hebben echter niet direct iets met wicca te maken. Wel vindt een groot deel van de wicca’s dat een goede wicca zichzelf moet trainen in ‘kunsten’
(= dat wat je kunt), waaronder tarot of kruidengeneeskunde. Veel wicca’s kunnen een of meerdere gebieden of ‘kunsten’ tot hun specialiteiten rekenen. Wicca wordt veelal beschouwd als niet alleen een religie, maar ook een
kunde. In het kader van deze kunde is vele jaren training nodig, waarin onder andere kennis van en vaardigheid met andere ‘kunsten’ wordt opgedaan.

Viering van Beltane in Avebury, 2005

Rituelen worden in wicca vooral opgevoerd tijdens de jaarfeesten.
Zij kennen een gedeeltelijk vaste opzet, waarbinnen vaak een eigen invulling wordt gebracht. Een ritueel begint vaak met het trekken van de Magische cirkel. Met behulp van de Cirkel wordt een tempel opgebouwd, waarbinnen de wicca’s zich beschermd voelen voor negatieve krachten van buitenaf en hun ritueel
kunnen uitvoeren. De Cirkel wordt ook gezien als een plek waarin de opgewekte krachten zich kunnen bundelen en versterken, omdat zij in de ruimte gevangen blijven tot zij gericht worden vrijgelaten. Binnen de Cirkel vindt het ritueel plaats. Na afloop van het ritueel wordt de Cirkel (en dus de tempel) weer geopend en afgebroken.
Een tweede onderdeel van een ritueel is de “cake-en-wijn”-ceremonie. Hierbij worden door de heksen in de coven voedsel en drank gedeeld. Dit onderdeel van het ritueel is om je weer te gronden, weer met beide benen op de aarde te staan.
Wicca is een inwijdingsreligie, omdat de Wicca een mysteriereligie is. Dat betekent dat er na een periode van opleiding (traditioneel een jaar en een dag) een inwijding volgt, tot de leerling een volleerd wicca is (ook Eerste Graad genoemd).
Vanuit de gardneriaanse traditie kennen we drie inwijdingen/graden.
Sommige covens – meestal alexandrijnse covens – hebben daar een vierde aan toegevoegd: de neofietengraad.
Wanneer een geïnteresseerde begint aan de opleiding, is hij eerst een zogenoemde trainee (binnen de greencraft heet dit een roedi). Gedurende een bepaalde opleidingsperiode leert de trainee/roedi de basisbeginselen van wicca,
waarna een inwijding tot neofiet zou kunnen volgen. Bij deze inwijding neemt hij zijn magische naam aan, een geheime naam. Het aannemen van een nieuwe naam symboliseert de overgang naar een nieuwe levensperiode.
Daarom nemen veel wicca’s na de volgende inwijdingen ook nieuwe magische namen aan.
Na de eerste inwijding is de kandidaat een ingewijde leerling of neofiet. Hierna kan (vaak na een jaar en een dag) een tweede inwijding volgen. Dan is de leerling een priesteres of priester, of eerstegraadswicca. Hierna kunnen nog twee
graden volgen: een tweedegraadswicca wordt geacht in staat te zijn een coven te leiden of op te richten, meestal onder supervisie of begeleiding van zijn Hogepriesteres en Hogepriester. Een derdegraadspriesteres of -priester is in staat om geheel zelfstandig een eigen coven op te richten en als Hogepriesteres als covenleider en leider van rituelen op te treden met naast haar een Hogepriester. Binnen een coven, of bij inwijding door een individuele HP/HPS, worden bepaalde voorwaarden en eisen aan de acoliet of neofiet gesteld. Zo kan binnen de gardneriaanse traditie een ‘knaap’ of maagd geen priester(es) worden (bij de Dianics is dit niet het geval). De acoliet of neofiet wordt verder geacht enkele dingen – tijdelijk of definitief – op te geven, soms een bepaalde pijngrens te kunnen verdragen en verder leggen zij specifieke ‘proeven van kunde’ (vaak zelfgekozen) af.
Aan de leiding van een traditionele coven staat de Hogepriesteres, een vrouwelijke ingewijde. Zij wordt soms bijgestaan door de Hogepriester, een mannelijke ingewijde. Samen leiden zij de rituelen, waarbij de vrouw de
Godin vertegenwoordigt en de man de God. Beiden zijn verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de coven en moeten er dus voor zorgen dat alle covenleden (traditioneel een aantal van dertien man, gemengd man en
vrouw) de juiste opleiding krijgen. In het algemeen geldt dat de Hogepriesteres het vetorecht heeft.
Met het in de openbaarheid treden van de individueel werkende wicca raken covenwerk en inwijdingen op de achtergrond. De zogenaamde zelfinwijding wordt populairder. Hierbij schrijft de wicca zelf een ritueel voor zijn inwijding, die hij ondergaat als hij zelf het gevoel heeft hier klaar voor te zijn. Zelfinwijding wordt vaak met veel scepsis bekeken, zowel vanuit de traditionele covenwicca als vanuit individueel werkende heksen.
Covenheksen, vooral van gardneriaanse en alexandrijnse strekking, zijn vaak van mening dat een inwijding alleen door een hogepriester(es) mag worden gegeven.
Wicca kent geen duivel of satan. Toch verwarren sommigen ten onrechte wicca met satanisme. Dit heeft te maken met het symbool dat vaak gedragen wordt, namelijk een pentagram. Bij Wicca wordt deze met 1 punt naar boven gedragen, maar in het satanisme wordt deze gedragen met 1 punt naar beneden.
In de Wicca staat het omgekeerde pentagram symbool voor de Tweede Graad. Hierdoor stellen de 2 punten naar boven de hoorn van de Bok voor. Dit is voornamelijk te wijten aan het feit dat de god uit deze godsdienst vanwege zijn
gehoornde uiterlijk wordt gelijkgesteld met de duivel, waarschijnlijk omdat in het boek Openbaring 13 vers 11 in de Bijbel het tweede beest wordt beschreven met twee lamshoornen.
Maar wicca is niet hetzelfde als het satanisme, ook al denken veel mensen van wel. Dit verschijnsel komt voort uit de pogingen van de katholieke kerk iedereen tot het christendom te bekeren door alles dat met een andere religie had te maken met de duivel in verband te brengen.
Enkele voorbeelden hiervan:
De drietand van Neptunus/Poseidon, de puntmutsen van de oude wijze vrouwen, de bokkenpoten en hoorns van Pan enz.

New age en Wicca
Dat Wicca een loot zou zijn aan de New age-stam wordt door de meeste wicca’s ontkend, evenals door historici als Ronald Hutton, die opmerkte dat Wicca niet alleen ouder is dan New age, maar ook aanzienlijk verschilt in filosofie.[6]
Fluffy bunny, of Fluffbunny, is een negatieve term die gebruikt wordt in wicca (en in het neopaganisme in het algemeen) om te verwijzen naar aanhangers van de religie die gezien worden als oppervlakkig of meeloperig.
Over het algemeen hebben ze een afkeer van de duistere elementen en benadrukken ze goedheid, licht en elementen die overgenomen zijn van de New age beweging, of volgen het als een rage.

Keltische moedergodinnen: Dana[ Danu] links en rechts Brigid [Bride]

<8> De Indianen leefden samen met de planten en dieren en namen nooit meer van Moederaarde af dan noodzakelijk was. Indianen en Sjamanen hebben steeds de speciale band gevoeld met de Natuur. We zijn allen verbonden (Mitakuye Oyasin) is een integraal deel van hun Geloof. Als al onze relaties geëerd worden als Heilig en als we Respect hebben voor elk deel van de Schepping, is het Paradijs nabij. Ze geloven ook dat Dieren en Stenen (de Grootvaders) sterke Helende krachten bezitten, zowel praktisch als Spiritueel. Dit resulteerde in
Totems en Medicijnen, de welke dagelijks gebruikt worden om de levenskwaliteit te verhogen.
Indianen geloven in de ‘Grote Geest’. Ze geloofden ook dat de geesten van overleden familieleden overal in de natuur te vinden waren. Daarom aanbeden ze de zon, de maan en de aarde. Hun ceremonies bestonden uit veel muziek en dans. Ze toonden er hun vreugde mee, maar ze dansten ook voor de jacht, om de goden te bedanken. Ze geloofden dat hun leven geregeld werd door de Goden, die hen alles gaven, van gewassen tot een goede gezondheid tot regen.
Kracht of totemdieren worden in de antropologie gezien als mythologische voorouder uit een ver verleden. Hun goden waren in de natuur te vinden. Indianen krijgen bij hun initiatie een totemdier toegewezen waar zij kracht
uit kunnen putten en waaraan zij zich kunnen spiegelen. Het krachtdier begeleidt hen bij hun droomreizen en op hun spirituele weg. Een aantal voorbeelden van krachtdieren:

• Het Totem dier Buffalo-Bizon staat voor het bewandelen van het Heilige Pad en het eren van alle verwanten.
In tijden van vertroebeling kan men hulp vragen aan dit Krachtdier. De Buffalo helpt een diepe verbinding te maken met Moeder Aarde. Het kan helpen op de weg naar een sterke en onafhankelijke Geest. De Bizon staat voor het volgen van de simpelste weg naar overvloed, ons geboorterecht. De Bizon vertelt dat doelen beter kunnen bereikt worden met de hulp en Harmonie van de Grote Geest
(Wakan Tanka).
• Het Totem dier Adelaar is voor de Indianen van de Noordwest kust van Noord- Amerika het symbool van eer, moed, vrede en vriendschap en mysterische krachten . Daarom wordt de dons van de Adelaar tijdens welkomstdansen en andere ceremoniën voor de gasten uitgestrooid. Adelaarsveren worden in
rituelen in en op maskers en hoofdtooien gebruikt. De adelaar kon spiraalsgewijs net zo hoog opstijgen tot hij in een gat in de hemel verdween en het huis van de zon bereikte. De Adelaar werd een symbool van groter overzicht en een meeromvattende waarneming.
• Het Totemdier Paard staat symbool voor de magische kracht van sjamanen. Het staat voor aardse en buitenaardse kracht, reizen, stabiliteit, zachtmoedigheid en vrijheid. Het paard is door de eeuwen heen geprezen om zijn hulp in de evolutie van de mens. Het paard draagt zijn berijder, maar deze laatste draagt de verantwoordelijkheid voor alles rondom.
Het Medicijn Wiel is Heilig voor de Indianen en Sjamanen. Volgens hun overtuiging heeft de Grote Geest alles in de Natuur in een cirkel gemaakt. Het Medicijn Wiel staat ook voor de 4 winden en de 4 kleuren van mensen die
reizen over onze planeet. Het is het symbool van de totaliteit van het bestaan. Het Wiel is een plek gecreëerd om het contact en de gebeden te versterken. Het verenigt de energie van Zon-Maan-Universum-Moeder Aarde Grootvaders, Grootmoeders en de Schepper in de oneindige cirkel van leven. Het Medicijn Wiel symboliseert eveneens het individueel Pad dat ieder dient af te leggen naar het ultieme geluk in Universele Liefde.

Viering van Mayahuel
De ceremonie van Mayahuel, ook wel la Virgen de los Remedios genoemd, is gewijd aan genezing. Omdat het vaak is gewijd aan traditionele medicinale planten, tonen altaren ter ere van Mayahuel vaak maguey- en agaveplanten.
De ceremonie ter ere van Mayahuel is ook een gelegenheid om het hart, de geest, de geest en de ziel te genezen. Als onderdeel van de vier richtingen vertegenwoordigt het het Westen, de richting van de energie van vrouwen. Als gevolg hiervan is Mayahuel een gelukkige viering van zusterschap.
Mayahuel eert het werk dat vrouwen hebben gedaan om onze gemeenschappen te genezen.
Het eert het leiderschap, de leringen en de genezingstradities die vrouwen aan onze kinderen hebben doorgegeven.
Als een viering van genezing eert Mayahuel ook de curanderas / curanderos [ geneeswijzes] en bewaart ze voor ons en de tradities en leringen worden doorgeven die ons fysiek en spiritueel genezen.

Pachamama (van het quechua pacha: aarde en mama: moeder, dus letterlijk vertaald “Moeder Aarde”) is de belangrijkste godheid voor de inheemse bevolking van de centrale Andes van Zuid-Amerika.
Pachamama in de kosmologie van Juan de Santa Cruz Pachacuti Yamqui Salcamayhua (1613), achter een afbeelding in de zonnetempel Qurikancha in Cusco.
Pachamama wordt omschreven als “ze is de Aarde in een diepe zin, bovennatuurlijk; ze is dat van hieronder, maar niet de grond of de geologische aarde, evenmin de christelijke hemel, ze is de kosmografische hemel. Pachamama is alles, ze verklaart alles.
Pachamama is geen eigenlijke scheppende, wel een beschermende godheid; ze beschermt de mens, ze maakt het leven mogelijk en begunstigt de vruchtbaarheid. In ruil voor deze hulp en bescherming is de priester van de Puna Meridional verplicht een deel van wat hij ontvangt aan Pachamama te offeren [1]

Geschiedenis van haar verering:
De Quechua- en de Tiwanaku-cultuur van de Andesregio brachten offers om haar te eren, ze offerden camelidae.[ kameelachtigen] Onder meer gaven ze cocabladeren, zeeschelpen en boven alles de foetus van lama’s, volgens hun geloof om de grondte bevruchten.
Met de komst van de Spanjaarden en de vervolging van het – plaatselijk variërende – geloof werd Pachamama dikwijls aanbeden als was ze de maagd Maria.

18e-eeuwse afbeelding van de Maagd Maria,
met enige kenmerken van Pachamama[2]

Kleireliëf uit ca 460 v.C. Gaia geeft Erichthonios aan Pallas
Athena.


Nakomelingen
Volgens de Griekse sagen en mythen bracht Eros Gaia ertoe zich te verbinden met het water en de lucht, en zo bracht zij de zee (Pontos) en de hemel (Ouranos) voort. Ook kwamen de Titanen, de drie eenogige Cyclopen en de drie honderdarmige reuzen uit oermoeder Aarde voort. Deze laatsten heetten Briareos, Gyes en Kottos en hadden elk ook vijftig hoofden.
Zij werden ook de Hekatoncheiren genoemd. De Titanen en de Cyclopen zijn verwekt door Ouranos.

Moedergodin
Godin die de natuur, moederschap, vruchtbaarheid, en de schepping vertegenwoordigt.
Een moedergodin of Almoeder is een vrouwelijke god en moederlijk symbool
van schepping, creativiteit, geboorte, vruchtbaarheid, seksuele
vereniging, verzorging en de levenscyclus.

Zittende vrouw van Çatalhöyük
Er bestaat een verschil tussen de academische en de populaire opvatting over het begrip. De populaire opvatting wordt vooral gedragen door de godinnenbeweging en luidt dat primitieve samenlevingen eerst matriarchaal geweest zijn waarbij een soevereine, verzorgende, moederlijke aardegodin aanbeden werd. Zij bouwden daarbij voort op de negentiende-eeuwse ideeën van
een unilineaire evolutie van Johann Jakob Bachofen. Zowel bij Bachofen als bij modernere theorieën is eerder sprake van een projectie van de huidige ideeën op oude mythes, dan dat er geprobeerd wordt de mentalité van die tijd te begrijpen.[1][2] Veelal gaat dit gepaard met een verlangen naar een verloren beschaving uit vervlogen tijden die rechtvaardig, vredevol en wijs zou zijn geweest.[3] Het is echter zeer onwaarschijnlijk dat een dergelijke beschaving heeft bestaan.[4]
Lange tijd werd door feministische auteurs uitgedragen dat deze vredige, matriarchale agrarische samenlevingen werden uitgeroeid of onderworpen door nomadische, patriarchale krijgerstammen. Een belangrijke bijdrage hier was die van archeologe Marija Gimbutas.
Haar werk op dit vlak wordt tegenwoordig echter grotendeels afgewezen.[5] Ook bij feministische archeologen is deze visie tegenwoordig zeer omstreden.[6][7]
Sinds de jaren 1960 werd vooral in de populaire literatuur een link gelegd tussen de vermeende verering van de moedergodin en de sociale positie die vrouwen in prehistorische samenlevingen zouden hebben ingenomen.
Daarmee kreeg de discussie een politiek karakter. Vanuit de huidige door mannen gedomineerde maatschappij zou volgens de godinnenbeweging moeten worden teruggekeerd naar het egalitaire matriarchaat van vroeger tijden. Dat deze maatschappijvorm zou hebben bestaan, zou worden ondersteund door de
vele Venusbeeldjes die terug zijn gevonden.
In academische kringen wordt dit prehistorische matriarchaat onwaarschijnlijk geacht. Allereerst betekent het aanbidden van een moedergodin niet noodzakelijk dat vrouwen de dienst uitmaakten.[8] Daarnaast kunnen de
venusbeeldjes ook gewone vrouwen voorstellen of gewone godinnen en is het onduidelijk of er werkelijk ooit sprake is geweest van een moedergodin.[9][10][11]
Dit alles heeft zijn effect op archeologen die zich richten op mythologie en religie die niet geassocieerd willen worden met Gimbutas en de godinnenbeweging.[12]
Coatlicue was in de Azteekse mythologie de godin van de aarde, de godin van het vuur en de vruchtbaarheid en moeder van de zuidelijke sterren.
Coatlicue in het Nationaal Antropologiemuseum, Mexico-Stad.
Omdat ze op mysterieuze wijze zwanger werd door een bal kolibrieveren wilde niemand haar geloven.

Haar zoons (inclusief Coyolxauhqui) vermoordden haar, wantzwanger worden van kolibrie-veren was een groot misdrijf.
Net op tijd wist Huitzilopochtli uit haar baarmoeder te komen, die de
andere zoons (goden van maan en sterren) doodde. Later werden hiervoor andere goden aangesteld. Coatlicue werd hierdoor boosaardiger en kreeg een rok van slangen.

Gaia (Oudgrieks: Γαῖα, Γαῖη of Γῆ) of Gaea (gelatiniseerd) is een figuur uit de Griekse mythologie. Zij is de oermoeder, de Aarde, die ontstond uit de Chaos aan het begin van de dingen. De Chaos bevatte alle basisbestanddelen, de vier elementen aarde, water, lucht en vuur. Daaruit ontstond onder andere Gaia: Moedergodin van de natuur en de aarde.

Uiterlijke kenmerken
Gaia, de godin van de natuur en de aarde, werd afgebeeld als een
mollige vrouw, vaak oprijzend uit de grond, altijd eraan verbonden.
De Aarde zelf werd in de Griekse mythologie gezien als een platte
schijf (platte Aarde), omringd door de rivier Okeanos (de oceaan),
de hemelkoepel van Ouranos ondersteunend.

.

 

Asgard: De schepping volgens de Vikingen

<9> Noormannen. De Vikingsaga (793-1241) – John Haywood
Auteur: John Haywood
18 november 2022
Boekfragmenten/Noordse mythologie/Religieuze geschiedenis/Vikingen

Huginn en Muninn zittende op de schouders van Odin. De illustratie komt uit een 18e-eeuws IJslands manuscript.


Bij Omniboek verschijnt mei 2017 het boek ‘Noormannen: de Vikingsaga 793-1241.‘ Hierin beschrijft John Haywood de rijke cultuur van de Vikingen in de volle breedte. Haywood volgt de weg van de Vikingen vanaf hun Noorse godenwereld in de achtste eeuw tot hun plek in het christelijke Europa in de dertiende eeuw. Op Historiek een fragment uit de inleiding over hoe de Vikingen aankeken tegen het ontstaan van de aarde en hun ‘doel’ op aarde.

Asgard. Het wereldbeeld van de Vikingen
Vee sterft, bloedverwanten sterven, uiteindelijk zul jij ook sterven,
Maar glorie sterft nooit voor de man die het behaalt.

De dwaas denkt dat hij eeuwig zal leven, Als hij wegblijft bij het gevecht;
Maar de oude dag garandeert hem geen wapenstilstand, Zelfs als de speren dat wel doen.
Hávamál
Odin hangt in de boom om zichzelf te offeren, zoals beschreven in
Hávamál.
Voor de meeste Scandinaviërs betekende het leven in het Vikingtijdperk hard werken op het land, een voortdurende onzekerheid, en een vroege dood rond hun dertigste of veertigste levensjaar. Voor hen die ervoor kozen om Viking te worden in de letterlijke zin van het woord, piraat of plunderaar, of die op reis gingen om handel te drijven of te koloniseren, kon het leven zelfs nog korter duren. Allemaal liepen ze het serieuze risico op zee te verdrinken wanneer hun fragiele schepen vergingen in een storm of aan splinters sloegen tegen een

rotsachtige kust. Handelaren liepen altijd het risico aangevallen te worden door piraten. En tegenover elke Vikingkrijger die naar huis terugkeerde met een zak zilver of voor zichzelf een boerderij in de wacht had gesleept op nieuw veroverd gebied, moet er minstens één andere hebben gestaan die aan mootjes werd gehakt op een slagveld of stierf aan een ziekte in een onhygiënisch winterkamp. Vikingen waren duidelijk bereid enorme risico’s te nemen teneinde land, rijkdom en roem te vergaren. Deze moedige en ondernemende maatschappij werd ondersteund door een wereldbeeld dat actief het mijden van risico’s ontmoedigde. De wereld waarin de heidense Scandinaviërs leefden, bestond niet
om een of ander doel te vervullen, en als het waar was dat de goden de mens hadden geschapen, dan was dat uitsluitend voor henzelf, zodat er iemand was die aan hen geofferd kon worden. Wilde een mensenleven enige betekenis hebben in deze wereld, dan moest men daar zelf voor zorgen, door iets te bereiken waarvoor men herinnerd zou worden.

De schepping van de wereld
Yggdrasil
Volgens de Scandinaviërs werd het middelpunt van het universum gevormd door een enorme, altijdgroene es die Yggdrasil heette. Zijn takken overdekten de hemel en verbonden de gescheiden werelden van de goden, ijsreuzen, vuurreuzen, elfen, dwergen, mensen en de onderwereld. Er is geen mythe die vertelt over de oorsprong van Yggdrasil of zijn uiteindelijke lot. Zijn bestaan werd als vanzelfsprekend aangenomen en misschien dacht men dat hij eeuwigdurend was.

Desondanks komt Yggdrasil helemaal niet voor in de Scandinavische scheppingsmythe, waarin de kosmos geboren wordt uit de interactie van wederzijds vijandige krachten. In het begin van de tijd waren er maar twee werelden: het vurige Muspelheim in het zuiden en het ijzige Niflheim in het noorden. Tussen de twee werelden bevond zich de gapende leegte van Ginnungagap.
Waar de hitte van Muspelheim het ijs van Niflheim ontmoette, begon het ijs te smelten en te druipen. De hitte versnelde het leven in de druppels en die namen de vorm aan van een reus, die de naam Ymir kreeg. Terwijl Ymir sliep, vormden zich uit het zweet onder zijn linker oksel een reus en een reuzin, en een van zijn benen werd de vader van een zoon op zijn andere been. Op deze manier werd Ymir de voorvader van een ras van ijsreuzen. Terwijl het ijs bleef smelten, kwam er een koe tevoorschijn. Deze koe heette Auðumla. Auðumla voedde zich door te likken aan het zoute ijs. De vier rivieren van melk die uit haar spenen vloeiden, voedden Ymir.
Door het likken van Auðumla kwam nog een reus tevoorschijn, die Búri heette. Búri was groot, sterk en knap. Hij werd de vader van een zoon die Borr heette. Er wordt geen moeder genoemd, maar zij was vermoedelijk een ijsreuzin, aangezien zij destijds de enige andere aanwezige wezens waren, afgezien van Auðumla. Borr nam Bestla, de dochter van de ijsreus Bölthorn, als zijn vrouw en samen kregen ze drie zonen: Odin, Vili en Vé, de eerste van de goden.
Odin en zijn broers vermoordden Ymir en gebruikten zijn dode lichaam om het land te maken, en zijn bloed om de oceaan te maken. Toen namen de goden Ymirs schedel en plaatsten deze boven de aarde om de lucht te maken. De goden vingen wat van de vonken en gesmolten sintels die van Muspelheim af waaiden en plaatsten deze in de lucht om de hemel en de aarde mee te verlichten. Toen zetten de goden de donkere reuzin Nótt (‘nacht’) en haar heldere en knappe zoon Dagr (‘dag’) in de lucht om elkaar elke vierentwintig uur rond de wereld te volgen. De goden namen de beeldschone broer en zus, Máni (‘maan’) en Sól (‘zon’) en plaatsten hen ook in de lucht. Aan de hand van hun bewegingen konden de dagen, maanden en jaren worden geteld.
De goden schiepen de wereld als een grote cirkel. Het deel langs de randen gaven de goden aan de reuzen als thuis. Dit was Jotunheim, waar de reuzen op wraak zonnen voor de dood van Ymir.
In het midden, omringd door de oceaan, gebruikten de goden Ymirs wenkbrauwen om een fort te bouwen tegen de vijandige reuzen. Dit noemden zij Midgard, of ‘Midden-Aarde’. Ten slotte namen de goden Ymirs hersenen en gooiden ze in de lucht om de wolken te maken. Hiermee voltooiden de goden hun recycling van Ymir.
Odin, Vili en Vé liepen langs de nieuw gevormde zeekust en vonden twee boomstammen. Hieruit schiepen de goden de eerste twee mensen.
De man noemden ze Ask (‘es’) en de vrouw Embla (‘iep’), en van hen stamde het menselijk ras af. De goden gaven Ask en Embla Midgard om te wonen.
Nadat ze mensen hadden geschapen, schiepen de goden hun eigen domein Asgard, een hemelse stad hoog boven Midgard. Ze bouwden de vurige regenboogbrug Bifröst om de twee domeinen te verbinden, zodat ze hiertussen heen en weer konden gaan.
De mythen geven geen aanwijzing hoeveel tijd er volgens de Vikingen zou zijn verstreken tussen deze gebeurtenissen en hun eigen tijd.
Zoals de meeste volken voor de tijd van het schrift, hadden de Vikingen geen officiële tijdsbepaling. Alle gebeurtenissen die plaatsgevonden hadden voor mensenheugenis, bestonden waarschijnlijk op een manier vergelijkbaar met de
Droomtijd van de Aboriginals.

Yggdrasil Asgard, thuis van de goden

Binnen de muren van Asgard zijn tientallen schitterende zalen en tempels waar de goden feestvieren en beraadslagen. Vanaf de troon in zijn met een zilveren dak bedekte zaal Valaskjálf overziet Odin de hele schepping, en stuurt hij zijn raven Huginn en Muninn elke dag eropuit om nieuws te vergaren over de wereld. Zoals elke Vikingleider heeft Odin zijn eigen gevolg van lijfwachten, einherjar, die exclusief worden gekozen uit de gelederen van de dapperste krijgers die gesneuveld zijn in de strijd. De einherjar vertoeven in Walhalla (‘zaal voor de gevallenen’), een enorme zaal met 540 deuren die elk zo breed zijn dat achthonderd krijgers er zij aan zij doorheen kunnen marcheren. Walhalla glanst van het goud, heeft speren als dakspanten en een dak gemaakt van schilden en
maliënkolders. Elke ochtend marcheren de einherjar Walhalla uit om de dag door te brengen met vechten.
Noormannen.
In de avond worden de gesneuvelden op miraculeuze wijze geheeld en keren ze allen terug naar Walhalla om daar de hele nacht te genieten van varkensvlees en mede. De einherjar worden bediend door de Walkuren (‘zij die de gevallenen uitkiezen’), beeldschone bovennatuurlijke vrouwen die een harnas dragen en
gewapend zijn met een schild en een speer. Op Odins bevel rijden de Walkuren snel door de lucht en dalen neer op slagvelden om te beslissen wie de winnaars zijn, de krijgers te kiezen die zullen sneuvelen en de dappersten van hen mee te voeren naar Walhalla. Daar worden ze verwelkomd met bekers mede en een
rumoerig gebonk op tafels door de einherjar. Vikingkrijgers wisten dat ze de gastvrijheid van hun heer moesten verdienen op het slagveld. De einherjar verdienden Odins gastvrijheid door voor hem te strijden in Ragnarok. Dit is een groot gevecht waarvan Odin weet dat het voorbestemd is om plaats te vinden aan het einde der tijden.
Hierin zullen de goden en hun onverzoenlijke vijanden, de reuzen, elkaar uitroeien met vuur en overstromingen en het hele universum vernietigen, waarna een nieuwe scheppingscyclus begint.
~ John Haywood

De drie belangrijkste goden van het Hindoeisme

Hindoeïsme

<10> Het is een van de oudste religies ter wereld, beoefend door meer dan 1.100 miljoen mensen op het Aziatische continent en andere delen van de wereld. In India, Pakistan, Nepal, Bangladesh en Maleisië zijn er velen die de voorschriften volgen en de drie belangrijkste goden van het hindoeïsme aanbidden.
In tegenstelling tot andere religies worden deze goden in het dagelijks leven aanbeden. Ze worden meer dan abstracte en verre wezens gezien als figuren die deel uitmaken van de dagelijkse realiteit. Er zijn tal van stromingen en scholen binnen het hindoeïsme.
Binnen het bonte hindoeïstische pantheon vallen niet alle goden in dezelfde categorie. Er zijn niet minder dan dertig miljoen goden, maar ze zijn niet allemaal even belangrijk en vereerd.
Dit zijn de drie belangrijkste goden van het hindoeïsme: Brahma, Vishnu en Shiva. Ze vormen de Trimurti (‘De drie vormen’ in het Sanskriet) en vertegenwoordigen respectievelijk de cycli van schepping, behoud en
vernietiging van het universum.
Brahma, de eerste van de drie Hindoe drie-eenheid, is de schepper van het heelal.
Hij wordt afgebeeld met vier hoofden die naar de vier windrichtingen kijken.
Meestal rijdt hij op een zwaan of zit op een heilige lotusbloem. Zijn vrouw Saraswati is de godin van de kunst en het onderwijs.
Brahma heeft vier handen, waarvan hij er altijd één zegenend opheft.

Vishnu
Vishnu is de beschermer van het heelal.
Hij wordt meestal afgebeeld op een adelaar of slapend op een reuzenslang.
Zijn vrouw is Laksmi, de godin van schoonheid en rijkdom.
Vishnu de instandhouder in het Hindoeïsme

Shiva
Shiva is de vernietiger van het kwaad in het heelal.
Hij heeft een drietand als symbool van de vernietiging.
Op zijn voorhoofd draagt hij het derde oog van de kennis.
Shiva rijdt op een grote stier, Nandi geheten.
De vrouw van Shiva is de godin Parvati. En rechterhand van Shiva.

Maori’s

De Maori’s zijn de inheemse bewoners van Aotearoa, zoals zij Nieuw-Zeeland noemen. Momenteel noemt 14% van de Nieuw-Zeelandse bevolking zich Maori. Hun bijzondere cultuur heeft een sterke stempel gedrukt op de huidige Nieuw-Zeelandse cultuur. Je ziet en hoort veel Maori-elementen terug in onder andere zang, dans, taal en plaatsnamen.

Pa en marae

Ongeveer duizend jaar geleden kwamen zij aan na een lange reis van de Haiwaiki-eilanden in de Grote Oceaan.
Door de eeuwen heen leefden vele Maori-stammen in pa’s (versterkte dorpen) waar zij zichzelf voorzagen van eten en drinken. In deze gemeenschappen genoten de stamleiders en priesters het meeste gezag. De stam werd vernoemd naar de voorvader van de stam, bijvoorbeeld Ngapuhi, dat afstammelingen van Puhi betekent.
Deze stam is tegenwoordig de grootste stam in Nieuw-Zeeland met meer dan 100.000 leden.
In het midden van alle pa’s stond een ‘marae’: een gemeenschapshuis met een grote open plaats. Maori’s geloven dat hierin hun voorouders verder leven en is de plek waar alle stamleden samenkomen en ceremonies houden. Wanneer er behoefte aan meer voedsel en land was, werden er andere stammen aangevallen. Dit ging er vaak heftig aan toe. Er werden wapens van steen, hout en been gebruikt en de verslagen vijand werd als slaaf ingelijfd en soms zelfs opgegeten.
Toen aan het einde van de 18e eeuw Nieuw-Zeeland werd gekoloniseerd, veranderde er veel voor de Maori’s.
Er werden grote stukken land afgepakt en hun cultuur werd ondergewaardeerd. Ook poogden zendelingen Maori’s te bekeren tot het Christendom.

Religie
De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor de traditionele Maori-cultuur gekomen. Deze opleving van deze cultuur wordt ook wel Maoritanga genoemd. De Maori-cultuur is rijk en gevarieerd. Hierin speelt voorouderverering een belangrijke rol evenals het geloof in goden. Deze goden vertegenwoordigen de hemel, zee, bergen en oorlog. Andere belangrijke zaken zijn het geloof in de levenskracht (mairu), de geest (wairua) en de spirituele kracht (mana).
Mythes spelen een belangrijke rol in de traditionele Maori-religie. Het ontstaan van de aarde zien ze zo: in het begin was er niets en dit niets noemen ze Te Kore. Na negen periodes van Te Kore kwam Te Ata, de zonsopgang. Uit de schoot van de duisternis ontstond Ranginui, de hemelvader, en Papatuamaku, Moeder Aarde.
Zij werden verenigd en kregen veel kinderen. Deze kinderen richtten
de wereld verder in.
Het ontstaan van Nieuw-Zeeland is ook een belangrijke legende binnen
de Maori-cultuur. Lang na de creatie van de wereld ging halfgod Maui
uit Hawaiki op zee vissen. Samen met andere bewoners van Hawaiki
voer hij in een kano een heel eind weg van zijn geboorte-eiland. Na een
tijdje varen pakte Maui zijn magische vishaak, bevestigde deze aan een
stuk touw en wierp deze in de oceaan. Hij ving een immense vis die hij versloeg met jade. De vis veranderde toen in het Noordereiland, dat door de Maori’s Te Ika a Maui wordt genoemd, oftewel ‘De vis van Maui’. Het Zuidereiland symboliseert de kano van Maui: Te Waka o Maui. Stewart Island vormde het anker van deze kano: Te Punga a Maui.
Vele jaren later, tussen 850 – 950, vertrok zeevaarder Kupe van Hawaiki
richting Nieuw-Zeeland. Toen hij het land zag hing er laaghangende
bewolking overheen. Hij noemde het nieuwe land ‘Aotearoa’, dat ‘het land van de lange witte wolk’ betekent.

Maoritanga
Vroeger was er binnen de Maori-stammen een duidelijke scheiding in klassen, maar tegenwoordig zijn Maori’s meer geïntegreerd in de Nieuw-Zeelandse samenleving en is er meer gelijkheid. Hoewel de traditionele Maoricultuur in Nieuw-Zeeland lange tijd nauwelijks werd erkend, is er nu sprake van een inhaalrace, de Maoritanga.
Veel Maori’s laten de cultuurspecifieke kenmerken, zoals gigantische tatoeages, met trots zien. Ook is er veel aandacht voor de oude mythes en legendes.
Door de eeuwen heen werden deze oraal doorgegeven omdat de Maori-cultuur geen schrift kende. Verhalen en tradities werden levend gehouden door middel van zang, dans, muziek en houtsnijwerken. Nu kennen Maori’s wel het schrift en worden de verhalen opgeschreven in verhalen en gedichten.
Vandaag de dag is het ‘Maori zijn’ een individuele keuze geworden. Mensen zijn niet meer genetisch Maori maar verklaren zichzelf Maori. Dit komt onder andere doordat de ‘volbloed Maori’ bijna niet meer bestaat door de inmenging van andere culturen. Of iemand Maori is hangt af waar die persoon zich het meest mee verbonden voelt. Net als in veel andere multiculturele landen identificeren veel Nieuw-Zeelanders zich met meer etnische groepen. Vanwege de grotere aandacht voor de Maori-cultuur, zijn er veel Maori-verenigingen opgericht, zoals
sportclubs en theatergroepen. Hierdoor ontstaat er een groeiend gemeenschapsgevoel en zeggen veel Maori’s hun ‘nqakau Maori’ weer te voelen, hun Maori-hart in hun voorouders, cultuur en land.

<11>

Asintmah, Athabaskan aarde en natuurgodin, en de
eerste vrouw die op aarde rondliep

 

 

 

 

Kishar, Akkadische godin die de aarde
vertegenwoordigt

 

 

 

 

 

 

 

 

Ninhursag,
Sumerische moedergodin
geassocieerd met de aarde en vruchtbaarheid

 

 

 

Cybele,
Frygische godin van de
vruchtbare aarde en wilde
dieren

 

 

 

 

 

 

Yer Tanrı, is de godin van de aarde
in de Turkse mythologie. Ook wel
bekend als Yer Ana.

 

Gaia, de godin van de aarde en haar personificatie. Ze is ook de
oorspronkelijke moedergodin.

 

 

 

 

 

Terra , oergodin die de
aarde personifieert.

 

 

 

 

 

Grieks-Romeins is oergodin Tellus,
net als Terra, personificatie van de
aarde

 

 

 

 

 

Papatuanuku, de aardmoeder Maori

 

 

 

 

 

 

 

Egyptische moedergodin Isis

 

 

 

 

de
godin
Amaunet

 

 

 

 

 

 

 <12>


<13>

Moeder Aarde en Maria Lichtmis
Door Martine op Antroposofie en het kind.

<14> Eind januari, in de diepe, stille winteraarde, gebeurt iets heel bijzonders…
De allerkleinste zaden ontkiemen en vinden hun weg naar de zon, tegen de zwaartekracht in. De aarde opent zich, is vruchtbaar. Midden in de winter.
De sneeuwklokjes bloeien al!
Na de stille, donkere (en dit jaar ook nog) sombere dagen van december en januari, verlangen we naar zon en licht. Maar de weg ernaartoe voelt zwaar, alsof we zelf ook tegen de stroom in moeten gaan. Ons hart maakt werkelijk een sprongetje als de zon schijnt, naar buiten! Het sterkt ons dat de dagen ook al merkbaar lengen.
Wat er met de natuur gebeurt, wordt ook innerlijk zichtbaar. De verwachting van de lente is voelbaar. We ontwaken langzaam. We stellen ons vruchtbaar open voor bewustwording en nieuw inzicht. Misschien is er zelfs al inspiratie en ontluikend enthousiasme!
Maria Lichtmis op 2 februari, is in de kerk de herdenking van het zuiveringsoffer dat Maria veertig dagen na de geboorte van Christus moest brengen. Daarmee is deze dag verbonden met Kerstmis, de geboorte van Jezus.
Op Maria Lichtmis worden kaarsen gezegend en een processie met brandende kaarsen gehouden, voor aanvang van de mis. De katholieke en protestante kerk benadrukken dat het geen Mariafeest is, maar dat het op deze dag over Christus zelf gaat. Het is de opdracht/presentatie van de Heer in de tempel.
Ik wil hierbij graag opmerken dat de vrouw in de christelijke traditie, een ondergeschikte rol heeft.
Van oorsprong is 2 februari een Keltisch feest met lente en vruchtbaarheid als centrale thema’s. Het nieuwe natuurjaar, de uitademing van de aarde begint weer. Hier start de groene vreugde van de aarde, elk jaar opnieuw!
In sprookjes wordt Moeder Aarde, de aardekracht en vruchtbaarheid, verbeeld door Vrouw Holle*. Zij is de verbinding tussen aarde en hemel. Zij verschijnt in verschillende gedaanten aan de mensen. Zij heerst over dieren en natuurwezens. Waar haar voet de aarde raakt, wordt de akker gezegend met vruchtbaarheid. Waar zij uitrust, bloeien de mooiste bloemen. Zij behoedt de nog ongeboren zielen en begeleidt de overledenen vlak na de dood.
Maria, de moeder van Jezus, is bij de christenen deze plaats gaan innemen. Maar de link met onze aarde heeft Maria niet. Je zou kunnen zeggen dat hierdoor de verbinding met Moeder Aarde uit onze westerse cultuur is verdwenen omdat deze nu eenmaal getekend is door de christelijke traditie.
Het behoeft geen betoog dat we de verbinding met de aarde kwijt zijn geraakt. We leven in een tijd waarbij we steeds verder van de natuur afstaan. We doen de aarde veel geweld aan. Dat heeft enorme gevolgen. Het klimaat verandert veel sneller dan we voor mogelijk hielden, de aarde raakt uitgeput, de noodklok wordt geluid.
Hier wordt op allerlei manieren aandacht voor gevraagd, vooral in negatieve zin. En we weten best dat er iets moet veranderen, maar echt verantwoordelijk voelen we ons niet. Laten we het eens op een andere manier proberen.
Voor werkelijke verandering is een diep besef nodig. Laten we dat wakker schudden door erop te vertrouwen dat het nog ergens rondwaart in ons celgeheugen!
Door ons in deze tijd van het jaar te verbinden met de ontluikende natuur, her-inneren we ons de grootsheid, de immense waarde van Moeder Aarde.
Moeder Aarde, Moeder Energie, Moeder Maria. Ze hebben overeenkomstige eigenschappen. Reinigend, licht, zuiver, vruchtbaar, scheppend.
Bewustwording door het leven te vieren is een relatief onbekende, maar ik nodig je er graag toe uit!
Laten we het laatste feest van de Kersttijd, Maria Lichtmis, verbinden met het eerste feest van Moeder Aarde.
Betekenisvol vieren**, vreugdevol en dankbaar. Daarmee brengen we hoe dan ook licht de wereld in, aansluitend op de gedachte van Maria Lichtmis! We kunnen er warmte en troost aan ontlenen en het bovenal samen delen!

Artikel uit het tijdschrift Happinezz
<15> Moeder Aarde wordt door de oude volken van de Andes Pachamama genoemd. Ze zien haar als de moeder aller moeders, en vinden het belangrijk om haar te bedanken voor de overvloed die ze ons schenkt. Hoe kunnen we onze kinderen dat respect meegeven?
Zes waardevolle lessen van Pachamama.
1. Lummelen hoort erbij
Pachamama is een moeder, een vrouw. Door je met haar te verbinden, versterk je je vrouwelijke energie. Waar mannelijke energie gaat over actie, gaat vrouwelijke energie over ontvankelijkheid en rust. Meer zijn dan doen. Luisteren naar de wijsheid van je lichaam, naar je intuïtie. Krachten die lange tijd onderdrukt zijn geweest. Hoog tijd voor een comeback, en dan in een mooie balans met gezonde mannelijke energie. Want het een kan niet zonder het ander.
Ook (en misschien juist wel) voor kinderen is deze balans belangrijk. Ruimte om een beetje te lummelen. Vervelen is goed – juist dan komen na een poosje de creatieve ideeën. Niet van buitenaf opgelegd, maar helemaal vanuit jezelf. Uitrusten en opladen kan bij uitstek in de natuur. Bijvoorbeeld door op blote voeten over het gras te slenteren. Of liggend op je rug te voelen: hoe gaat het eigenlijk met mij? Hoe voelt mijn lichaam? Welke plek vraagt om aandacht? Daar kun je dan in gedachten wat warmte of energie naartoe sturen. Of het gewoon even laten zijn.
2. Vind je natuurlijke ritme
Je verbinden met de natuur doe je door haar letterlijk op te zoeken: de zon, de regen, de wind voelen, de aarde onder je voeten. Hoe meer je buiten bent, hoe meer je het ritme van donker en licht en van de seizoenen ervaart. Net als de natuur hebben wij ook onze eigen ritmen. Op het ene moment voel je je energieker dan op het andere; dat persoonlijke ritme is voor iedereen anders. Je kunt van nature een vroege vogel of juist een nachtdiertje zijn. Hoe meer rekening je houdt met jouw voorkeuren, hoe lekkerder je in je vel zit.
De combinatie met werk, school en verschillende ritmen binnen een gezin kan een uitdaging zijn. Dat vraagt om creativiteit.
Misschien is de een beter in ontbijt maken, en heeft de ander meer puf om avondeten te koken. Slaapt de een beter iets langer uit, dan allemaal strak in hetzelfde regime moeten opstaan. De kunst is om samen de lekkerst lopende flow te vinden.
3. Vier de verschillen
Pachamama’s rijkdom is de rijkdom van veelsoortigheid. De ware aard van Moeder Aarde is veelkleurig, uitbundig, veelsoortig, overvloedig. Bekijk maar eens een klein stukje grond in een zomers park, hoe het dan wemelt van leven: gras, madeliefjes, krioelende beestjes; alles leeft en werkt samen.
De balans wordt verstoord als op één ding wordt gefocust, één stof, zonder rekening te houden met de omgeving en de natuurlijke variatie. Dan treedt uiteindelijk verarming op – Moeder Aarde doet niet aan monocultuur. Verschillende soorten planten, bomen, insecten, bacteriën, schimmels, zoogdieren, water, wind, zon, noem maar op: samen vormen ze een
ecosysteem. Onderling wisselen ze uit, ze reageren constant op elkaar, altijd om een gezonde balans te vinden.
In de film ‘The biggest little farm’, over een stel dat met vallen en opstaan een dor stuk grond weet om te vormen tot een groen paradijs, wordt dat mooi weergegeven. Alle dieren in het ecosysteem hebben hun eigen rol. Ook die coyote die je kippen opvreet, blijkt uiteindelijk zijn functie te hebben.
Zo is het ook met ons mensen. Als we maar één standpunt of maar één soort persoon goedkeuren, en alles wat daarvan afwijkt afwijzen, dan groeien we uiteindelijk niet. We ontwikkelen ons door uit te wisselen, naar elkaar te luisteren en samen te werken, ook als dat soms conflicten oplevert. Groei – als in: bewustzijnsontwikkeling – is onvermijdelijk. Het is onze natuur.
4. Wat heb je écht nodig?
Wie de natuur volgt, weet dat ze in steeds terugkerende cycli werkt: ontstaan, groei en bloei, afsterven, rust, en dan ontstaat weer iets nieuws. In onze maatschappij is één deel ervan, het groeien, uit proportie geraakt. Reclames maken ons wijs dat we meer, meer, meer nodig hebben. Pachamama is erbij gebaat als we voelen wanneer het genoeg is. Als we weten wanneer we genoeg spullen, voedsel en informatie hebben. En als we voelen dat we genoeg zijn. Een gezond gevoel van eigenwaarde is ook goed voor de aarde. Dan ben je minder geneigd om onzekerheid op te vullen met spullen kopen of andere vormen van consumptie.
‘Genoeg’ betekent voor iedereen iets anders. Het kan goed zijn om je spullen eens onder de loep te nemen. Gebruik je daadwerkelijk alles wat je hebt, of heb je eigenlijk te veel? Zo kun je met kinderen naar hun speelgoed kijken. Spelen ze nog met dat autootje of die puzzel, of zou een ander kind er blijer mee zijn? Misschien kun je ruilen of (uit)lenen. Er is genoeg.
5. Help jezelf helen
Moeder Aarde is heilig voor de Inca’s. En wij zijn allemaal een stukje van Pachamama, dus wij zijn ook heilig. Heilig betekent ‘heel’. We zijn in wezen heel – alleen voelen we dat niet altijd zo.
“Zorg dat je heelt van binnen,” zegt Claasje Kos, oprichter van spiritueel centrum Pacha Mama in het Friese Lekkum. In dit centrum draagt ze onder andere het gedachtegoed van het Inca-sjamanisme uit, via workshops en opleidingen wil ze
mensen weer bewust maken van het heilige van het leven.
Claasje: “Ga aan de slag met blokkades en angsten die je in jezelf tegenkomt. In ons leven lopen we allemaal trauma’s op. Al is het maar van je fiets vallen als kind, of ruzie met je schoonmoeder. Bij trauma heeft ook je energetische lichaam heling nodig. Anders leef je vanuit overlevingsmechanismen. En als jij voelt dat je heel bent, kun je ook naar buiten toe helen. Dan kun je de zachtheid, de liefde, het geduld, het respect naar buiten verspreiden. Je gaat gezond met je lijf om en bent ook daarin een voorbeeld.”
Daarvoor hebben we rust nodig. De hartslag van Pachamama gaat langzaam en wij leven vaak snel. Wil je ‘heilzamer’ leven, ga dan langzamer. Neem de tijd voor reflectie, om je leven en je keuzes te overdenken. Neem tijd om te voelen wat er
gebeurt. Valt een kind van de fiets, poets die ervaring dan niet zo snel mogelijk weg. Besteed er even oprechte aandacht aan: wat gebeurde er, hoe voelt je lichaam, wat heb je nodig?
6. Luister naar je hart
“Je pad ontvouwt zich vanzelf als je van binnen heelt,” zegt Claasje. “Dan voel je wat je wilt doen in de wereld.” In wezen is‘jezelf zijn’ genoeg. Daarom is het goed om ook te luisteren naar je eigen natuur. Dat te doen waar jij helemaal vanuit jezelf passie en enthousiasme voor voelt, wat je natuurlijk af gaat. Weet je dat even niet meer, neem dan de tijd om naar je hart te luisteren. Dat kun je letterlijk doen door je rechterhand op je hart te leggen en je ademhaling bewust langzamer te maken.
Word je bewust van alles waar je dankbaar voor bent, waar je een warme herinnering aan hebt. Waar word je blij van? Wat heb je vanuit jezelf in overvloed te delen, te geven? Als je happy en in balans bent, heb je ook iets terug te geven.
Dat geldt ook voor kinderen. Net als ieder dier en elke plant zijn wij mensen allemaal deel van het grotere ecosysteem. Elk deeltje heeft een eigen rol en functie in het geheel. Je hoeft niet alles te kunnen of te weten. Een mol hoeft niet te kunnen klimmen, een zonnebloem hoeft alleen maar zonnebloem te zijn. Natuurlijk is het goed om nieuwe dingen te leren, ook dingen die je misschien niet zo liggen, maar je talenten zijn er al. Die hoeven alleen maar de ruimte te krijgen. Als dat gebeurt, kunnen we allemaal bijdragen aan de gezondheid van de wereld.

.

Maria-Lichtmis:     alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Algemene menskunde: alle artikelen

Opvoedingsvragen: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle artikelen

.

3499-3287

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Vertelstof – sprookjes (1-2/5)

.
Dieuwke Hessels
.

Vrouw Holle:

Een bloemlezing van artikelen, informatie, afbeeldingen, transparanten, liedjes, versjes,  boeken, verhaaltje en het sprookje van “vrouw holle.” 

Artikelen van : Abe v. der Veen, Alice Woutersen, Wikipedia, Annine v. der Meer, Beleven.org,,  levende sprookjes en Ineke Bergman. 

Het sprookje van vrouw Holle is een sprookje van Grimm, voor het eerst   opgeschreven in 1812.
Het is een van de weinige sprookjes waar een Godin in voorkomt! Vrouw Holle wordt ook wel Holda, Hölle of Hel genoemd. Zij is de godin van de onderwereld die heerst over het rijk der doden.
Zodra we dit weten krijgt het
sprookje een veel intensere lading.
Wanneer het meisje de put in springt, en vervolgens wakker wordt in een, begint haar reis door de onderwereld.
Je kan dit zien als de reis
van de ziel bij het sterven en (weder)geboren worden. Je kan het ook zien als een semi-dood die ondergaan wordt tijdens de initiatie van het meisje
tot priesteres.
Verderop zegt Abe de verteller: iedereen is slechts gehoorzaamheid verschuldigd aan zijn eigen levenslot, niet aan de maatschappij, niet aan familie, maar alleen aan de Godin, aan vrouw Holle, die dit levenslot voor jou heeft bepaald.
Aan ons de grote uitdaging om die draad te vinden en eraan vast te houden,  

Lelijke stiefmoeder

De scene met de verwende lelijke stiefzuster en de gemene stiefmoeder, die het lieve meisje slecht behandelen, is klassiek en komt in vele sprookjes voor. Moeder aarde of de moeder die in liefde haar kind omhult heeft plaatsgemaakt voor de moeder van de harde materie. Deze kijkt alleen naar de buitenkant, hoe goed presteert het meisje? De stille aandacht van het meisje – een teken dat ze het contact met de bron nog niet heeft verloren – wordt niet gezien of gewaardeerd. Het egoïstische kind wordt verwend en beloond, want daarin herkent de valse moeder zichzelf. De twee zusjes kan je zien als twee aspecten van jezelf, vanuit de buitenwereld wordt het harde, schreeuwende materiële beloond en het zachtmoedige, innerlijke kind voor die dromerigheid gestraft. Gevoel wordt gezien als een slechte eigenschap! 

In de put 

Spinnen bij een waterput doet sterk denken aan de schikgodinnen die ook de levensdraden spinnen gezeten bij de levensbron en zo het levenslot bepalen. Wie de levensenergie volgt, spint aan zijn eigen levensdraad of volgt eigenlijk de weg die de lotsgodin voor je heeft bepaald.
Wie te snel moet spinnen, moet te hard zijn best doen en raakt zo uit balans. De levensenergie vloeit uit het  meisje, het bloed springt uit haar vingers en kleeft aan de draden. Om de draden te wassen dompelt ze de  spoel in het water van de put en de spoel verdwijnt in het diepe water. Zonder spoel is het meisje haar  centrale as kwijt waarom de draden gewikkeld zijn. Ze is haar vaste basis, haar houvast in het leven kwijt. Deze  zal ze ook niet vinden bij haar stiefmoeder. Ze zal die moeten vinden onder in de put. Wie wil groeien moet  soms diep zinken. Het meisje zit letterlijk en figuurlijk diep in de put! Daar in het diepst van de ellende kan haar  reis beginnen. Die put van diepe ellendige emoties blijkt namelijk een tunnel naar de onderwereld. Maar niet  naar de
duisternis, het is een tunnel naar het licht! Via het water van het onbewuste gevoel bereikt zij een heerlijke  lenteweide vol bloemen. 

Appeltjes plukken en broden halen 

In deze wereld krijgt zij drie beproevingen, die staan voor de drie aspecten van de Godin, als maagd, moeder en oude vrouw. Zij loopt door de bloemenweide tot zij de appelen in de boom hoort roepen, pluk mij, pluk mij! (In het sprookje van Grimm, komt dit pas als tweede taak, er zijn echter ook versies waar het meisje begint met de appelen en symbolisch vind ik dit de juiste volgorde.) (2) Zij is als de maagd die alle genietingen van het leven mag ervaren.  Zij plukt de bloemen en daarmee het leven! De levensdraad wordt langer en dikker  door haar genietingen. Dan plukt ze de appels, op het moment dat ze rijp zijn, niet eerder. Zij ontdekt haar vrouwelijkheid en seksualiteit. In het Bijbelse verhaal is het een zonde als Eva in de tuin de  appel plukt. Voor de Godin is het een noodzakelijkheid om tot bewustzijn te komen. Het meisje volgt haar  instinct, de natuur zelf roept haar, de appelen schreeuwen, dus zij luistert. Na het plukken van de appelen is zij geen maagd meer en de consequenties komen snel. Zij heeft ‘a bun in the oven’ zo het Engelse spreekwoord  luidt… De broodjes in de oven zijn gaar en roepen haar toe. Zij mag kinderen ter wereld brengen. Ook de  moederfase gaat voorbeeldig. 

Vrouw Holle

Ten slotte komt ze bij vrouw Holle zelf. Eerst schrikt ze van haar, want ze heeft zulke lange tanden!
Zoals ik al zei is vrouw Holle een
Godin. Zij heerst over de holle wereld der geesten die je volgens het volksgeloof kan betreden via grotten, holle bomen, bronnen en putten. Dit is geen materiële wereld, je moet het niet letterlijk zien als een grot onder de grond! Het is de geestelijke, innerlijke wereld die je betreedt als je zonder lichaam bent. Pas in christelijke tijden werd deze wereld een oord van verderf en eeuwige pijn. Ook bij de heidense Noormannen en Grieken was de onderwereld geen pretje; in Hades werden misdadigers streng gestraft en in Hel kon het donker en somber zijn. Maar ook het Elysium der Gelukzaligen was hier te vinden en Holda hield in haar berg grote feestmalen met eeuwig zang, dans en mooie vrouwen. De godin Hel zelf wordt voorgesteld als voor de helft zwart en rottend en voor de andere helft roze. (3) In het  sprookje lijkt vrouw Holle lelijk en dus gemeen, maar de lelijke, donkere kant van de Godin is juist uiterst consequent!
Bij vrouw Holle ervaart het meisje de fase van de oude vrouw, haar winterperiode. Zo leert ze dat de laatste zogenaamd lelijke periode het net zo goed waard is om met alle ijver geleefd te worden als de ‘gouden’ tijd van de jeugd. Zij poetst het huisje van vrouw Holle ijverig schoon en schudt haar kussens op zodat het sneeuwt in de wereld. Dit is de periode om je etherische lichaam – het ‘huis’ waarin je woont – te reinigen, om  zo overbodige hechtingen en oude trauma’s kwijt te raken. Door het opschudden van je energetische kussen, raakt ze haar overbodige veren kwijt. Ze raakt – als het ware – in de rui en laat datgene los wat ze niet nodig heeft. Dit is de winterperiode van haar leven. 

Als je deze reis beschouwt als een initiatie van het meisje tot priesteres van de Grote Godin, dan zijn de drie taken van de appelboom, de broodoven en het huisje van vrouw Holle, ook te zien als de taken van de koppelaarster, de vroedvrouw en de ‘keening woman’. De laatste is degene die door haar rouwen helpt bij de overgang van de dood. Binnen deze interpretatie klopt het weer dat het meisje eerst de appelen plukt. Zij assisteert eerst bij het samenbrengen van geliefden, dan bij de geboorte en uiteindelijk bij het stervensproces. 

Goud of pek 

Uiteindelijk voelt het meisje de roep om een nieuw leven te beginnen. Zij wordt door vrouw Holle begeleid naar de poort van de onderwereld. Onder die poort krijgt zij de haar toegemeten portie levensenergie mee. Dit is zoveel dat zij van top tot teen met goud bedekt wordt. Zo wordt zij voor haar continue volgen van de levensdraad – waar het lot haar ook maar naar toe bracht – door vrouw Holle beloond. Als ze in de bovenwereld is roept de haan haar toe: ‘kukeleku onze gouden jonkvrouw zien we nu!’ Hij is de vogel die de dageraad en daarmee het dagbewustzijn en een nieuw leven aankondigt. Haar volgende leven wordt karmisch beloond met een grote portie geluk en zonneschijn. Het goud staat ook voor de paradijselijke kant van de onderwereld. Het is het onderaardse Elysium, waar het gouden tijdperk nog heerst en de gouden appelen een eeuwige jeugd brengen. 

Als de kwade stiefzuster zich in de put werpt is zij liever lui dan moe. Deze levenshouding wordt beloond, door haar bij het verlaten van de onderwereld te overgieten met pek. Dit blijft aan haar kleven en wil er haar hele leven lang niet af! Alles wat zij onderneemt in haar leven gaat door die pek, stroperig en zit vol met pech.
Pek is etymologisch verwant met pech! De pek betekent dus dat zij veel pech in haar volgende leven zal krijgen. Zij wordt zogezegd een pechvogel. De pech is ook de donkere kant van de onderwereld. Pech is een Oudhoogduits woord voor de hel, waar de zielen in de zwarte pek worden gebrand. (4)
Ook hier zien we de twee aspecten
van vrouw Holle en haar wereld. Het is licht en duisternis, wit en zwart. Wie met de stroom meegaat,                                     Gisela Gottschlich
zal in het licht lopen, wie tegendraads is
zal in het duister tasten en de weg niet vinden, zij
weet niet waar de energie te vinden is. 

Als dit allemaal heel moralistisch klinkt moet je bedenken dat iedereen slechts gehoorzaamheid verschuldigd is aan zijn eigen levenslot, niet aan de maatschappij, niet aan familie, maar alleen aan de Godin, aan vrouw Holle, die dit levenslot voor jou heeft bepaald.
Aan ons de grote uitdaging om die draad te vinden en eraan vast te houden, koste wat kost! 

Abe van der Veen

Vrouw Holle schudt de bedden 

Het sneeuwt! Het sneeuwt vanmorgen!
Het is schoonmaak wil ik wedden:
Daar wil zij voor zorgen.
Ze klopt en wast en poetst en boent
n overal ligt rommel…
Vrouw Holle wat een drukte toch?
Wat maak je een gestommel.
Maar…. als ze klaar is, lacht de zon.
Laat alles blinken, stralen.
Ja! Alles staat in voorjaarsglans
te pronken en te pralen. 

gebarenversje van Hermien IJzerman 

Achtergronden bij Vrouw Holle 

naar Alice Woutersen 

“Wie is eigenlijk Vrouw Holle:
Vroeger was zij bekend. Zij was verbonden  met de wetmatigheden van het mensenlot. Tegenwoordig noemen we dit karma. Zij  bestuurt het lot van de mensen.
Men noemde haar ook wel een van de drie schikgodinnen of nornen.
In dit sprookje vertegenwoordigt Vrouw Holle ze alle drie tegelijk.
Die drie normen worden in de Edda Urdt,  Verdandi en Skuld genoemd. In het Nederlands Oerd of Oer, Werdandi en Skoeld.” 

Het sprookje begint met de weduwe. Zij is ook stiefmoeder van de eerste dochter van haar overleden man. Alles is op het aardse gericht en wordt als zinvol gezien. De zielenverbinding die meer op het geestelijke gericht was, is gestorven en de op de materie gerichte houding is nog over. Het lijkt erop dat alleen de jonge mooie dochter nog met het geestelijke in de mens verbonden is. Zij is mooi en ijverig. Voor de andere dochter is het precies andersom; zij is lelijk en lui.
In het huis van de stiefmoeder is eigenlijk geen ruimte voor het mooie en ijverige meisje. Hier is haar geest namelijk niet belangrijk, niet op zijn plek. (Immers; de stiefmoeder is alleen op aardse en materiële zaken  gericht).
Daarom voelt deze (stief)moeder wel liefde voor haar eigen kind en geen liefde voor haar stiefkind.
Deze beide meisjes zijn allebei in onszelf aanwezig.
Zetten wij ons eigen mooie meisje dat graag gezien wordt ook niet vaak buiten de deur? Het arme, mooie meisje wordt als dienstmeid gezien, de laagste rang in het huishouden. Tegelijkertijd is dit ook de belangrijkste rang want degene die in de as blaast is ook verbonden met het vuur dat in ons huis brandt.
Dit meisje blaast het vuur aan, zodat wij van binnen warm kunnen worden, enthousiast kunnen zijn over iets.

Levensdraad 

Het arme meisje mag zelfs niet in huis spinnen, zij moet buitenshuis. Zij moet hard werken en zonder eigenbelang spinnen voor haar lelijke stiefmoeder en stiefzuster. Je krijgt de indruk dat deze twee nauwelijks iets doen.
Het meisje spint hier bij de put de levensdraad. Op het moment dat zij deze draad bevlekt met haar bloed, drukt zij haar eigen stempel op deze draad en dat  mag niet van haar stiefmoeder (die niets van de geestelijke kant wil zien). 
Het meisje probeert nog het bloed eraf te spoelen, maar dat lukt niet. De spoel valt uit haar handen en  verdwijnt in de put of bron. 
Spinnen is met het denken verbonden, want onze levensdraad wordt sterk beïnvloed door datgene dat wij  denken. Zolang het meisje haar zelfgesponnen draad niet met haar eigen denken verbindt, gaat het goed. Ze doet wat haar stiefmoeder heeft bevolen, maar o wee; als haar bloed zich met de draad verbindt… dan raakt zij haar  levensdraad kwijt. Het arme meisje schrikt, loopt naar haar stiefmoeder toe om alles te vertellen maar daar hoeft zij uiteraard  geen medelijden van te verwachten. In haar angst springt het meisje in de put om haar spoel terug te halen. 

Het kwijtraken van je levensdraad en het springen in de put zijn beelden die aangeven dat je sterft. (de put is de tunnel) Het meisje behoudt haar bewustzijn ook niet; als zij weer ontwaakt is ze in een andere wereld gekomen; de wereld van Vrouw Holle. Zij beleeft hier de etherwereld en in deze wereld staat het huisje van Vrouw Holle. 

Wie is vrouw Holle? 

Vroeger was zij bekend. Zij was verbonden met de wetmatigheden van het mensenlot. Tegenwoordig noemen we dit karma. Zij bestuurt het lot van de mensen. Men noemde haar ook wel een van de drie schikgodinnen of nornen. In dit verhaal vertegenwoordigt Vrouw Holle ze alle drie tegelijk.
Die drie normen worden in de Edda Urdt, Verdandi en Skuld genoemd. In het Nederlands Oerd of Oer, Werdandi en Skoeld.
Oerd of Oer is verbonden met het verleden (oer) en geeft ons onze levensdraad (lotsdraad) als wij geboren worden.
Werdandi (het wordende) is verbonden met het heden; zij knoopt levensdraden aan elkaar vast tijdens het leven.
Skoeld is verbonden met de toekomst en knipt de levensdraad bij het sterven door. Zij zorgt voor de vereffenings- of ontwikkelingsmogelijkheden van het lot. Dus het opbouwen van het karma waarmee de mens in zijn volgende leven aan de gang kan gaan.
Aan Skoeld bied je datgene aan wat je geschoold (skoel = school) hebt op aarde.
Men zei vroeger dat de normen verschenen bij de geboorte, het huwelijk en de dood. 

Skoeld Holda Brechta of Geertruid 

Vrouw Holle vangt in eerste instantie het meisje op in de functie van Skoeld en geeft het meisje de levensdraad weer terug in de functie van de Oerd.
In de volksmond wordt Skoeld ook wel Holda, Brechta of Geertruid genoemd en Oerd noemt men ook Anna.
Allerlei geestelijke wezens die vroeger vereerd werden, zijn door de mens in Vrouw Holle samengevoegd. Zij heeft ook duidelijk trekken van de Germaanse godin Freya, de godin van de liefde en het gezin, die volgens de  Edda gestorven zielen opving in haar rijk, waar deze zielen mochten blijven tot ze weer incarneren.
In dit sprookje lijkt Vrouw Holle ook wel op een drempelwachter en omdat het meisje nog niet zo ver ontwikkelt is, ziet Vrouw Holle er nog niet zo mooi uit.
Net als bij de drempelwachter spiegelt zij het ontwikkelingsniveau van de mens ten opzichte van het ideaalbeeld van de mens.
In het rijk van Vrouw Holle kun je vrijwillig de vermogens, die je reeds ontwikkeld hebt op aarde, tonen. Je kunt ook testen of deze bruikbaar zijn in de wereld tussen dood en nieuwe geboorte.
Ons arme en mooie meisje heeft veel vermogens ontwikkeld. Zij is namelijk in staat om te werken in de wereld van Vrouw Holle.
Zijn de broden en de appels vruchten van haar vlijtige leven? Het brood uit de samenwerking met het geestelijke en de appels door het werken met de boom van kennis van goed en kwaad? Voor wie is deze oogst?
Vrouw Holle is aardig naar haar en stelt haar gerust als ze ziet dat het meisje schrikt van haar uiterlijk. Werken voor Vrouw Holle wil zeggen dat je meewerkt met de geestelijke wereld in de periode tussen dood en nieuwe geboorte.
Waarom moet het bed geschud worden tot de veren in het rond vliegen? Waarom sneeuwt het dan op aarde?
Wanneer wij geïncarneerd zijn en dus op aarde leven, dan kennen wij een ritme van slapen en waken. Wanneer wij slapen verwerken wij in de nacht alles wat wij overdag hebben beleefd. Het inzicht en de wijsheid die wij in de nacht verzamelen doordat ons ik en het astrale in de geestelijke wereld vertoeven, komt terecht in het bed van onze eigen Vrouw Holle. Deze verzamelde wijsheid kunnen wij na onze dood aan de aarde schenken.
Sneeuwvlokken ontstaan doordat water uitkristalliseert in de vorm van zespuntige sterren.
Een zespuntige ster is het beeld voor wijsheid die uit de kosmos komt (hemel). 

Het meisje doet het goed bij Vrouw Holle, maar wil toch weer terug naar aarde. Vrouw Holle brengt haar daarom naar de poort (overgang van de wereld van Vrouw Holle naar de aardse wereld), geeft haar haar spoel terug en…. Het meisje wordt met goud bedekt; talenten die zij  in het volgende leven goed kan gebruiken.
De haan kondigt de nieuwe geboorte aan. Omdat het aardse luie meisje lui was op aarde van geest, laat haar denkvermogen in de geestelijke wereld veel te wensen over bij Vrouw Holle. 

Zij heeft geen echte vermogens ontwikkeld en alleen maar gedaan alsof ze wat deed. Kan zij het brood überhaupt wel uit de oven halen, of appels oogsten, of het dekbed schudden? Zij is dan ook niet in staat om te werken in het rijk van Vrouw Holle en kan dus ook niet met wijsheid terug naar aarde keren en vandaar dat zij met pek wordt overgoten bij haar terugkeer. Zij heeft geen spoel om te spinnen en kan niets zinvols bijdragen aan de levensdraad, hoogstens pech (pek). Bron: Alice Woutersen, 

Van Wikipedia: 

Vrouw Holle is een figuur uit volksverhalen uit Midden-Europa.
Ook is het de naam van een sprookje dat is opgetekend door de gebroeders Grimm in Kinder- und  Hausmärchen (KHM24). Het sprookje is ook bekend als: 

  • Het vlijtige Liesje en het luie Liesje 
  • Goud-Elsje en Pek-Elsje 

Vrouw Holle 

Vrouw Holle, Holda of Hulda is een van vele bovennatuurlijke vrouwelijke wezens uit het volksgeloof die vanuit hun oorsprong met de onderwereld in contact staan. De aard van dit type wezens varieert van behulpzaam en  vriendelijk tot bestraffend en hard.[1] 

Holda wordt “De Witte Dame”, maar ook “De Zwarte Grootmoeder” genoemd, dit heeft overeenkomsten met het sprookje over Vrouw Holle. Ze is een doodsgodin. Er zijn nog andere benamingen, zoals Vrou-Elde en Vrou-Elde, Frigga, Eastre, Fri, Fria, Fricka, Friga, Frige, Frigg, Gode, Ostara, Fri(a), Frig, Bertha, (Frau) Gode,  (Frau) Wode, Frija, Holda, Huda, Huld(r)a, Nerthus, Frea, Eastre, Bertha, Brechta, Frau Venus, Harfer, Herke,  Hold(e), Holl(e), Hulle of Frigga. 

Vrouw Holle wordt als aanvoerster van de Wilde Jacht gezien. Tussen 23 december en 5 januari kijkt ze of mensen dat jaar vlijtig of lui waren. Ze wordt in verband gebracht met de door Tacitus beschreven Nerthus.[2] Vrouw Holle maakt de sneeuw door haar kussen uit te kloppen, vergelijk dit met Frigg uit de Noordse mythologie: zij spint de wolken. Als het sneeuwt zeggen mensen in Hessen: Frau Holle schudt haar bed op.
De germaniste Erika Timm gaat ervan uit dat Vrouw Holle een bijnaam was voor Frigg, die tijdens en na de kerstening als zelfstandige naam werd gebruikt (het was gevaarlijk namen van heidense godheden aan te roepen
[3])
Vrouw Holle wordt gezien als godin van leven en dood en de aarde, ze gaf haar naam aan de onderwereld. Zie ook Hel, Perchta, Cailleach en Nehalennia, zij worden allen in verband gebracht met Vrouw Holle. Vrouw Holle  is beschermvrouw van de spinsters en wevers, er bestaan parallellen met de Völva, Nornen en witte wieven.  Vrouw Holle wordt soms als koningin van de kabouters of alven (zie ook elfen en fee) genoemd.[4] Zie  ook Huldra en Huld. 

In Gelderland is Schele Guurte bekend, zij heeft veel overeenkomsten met Vrouw Holle. Zie ook de sage Het  verhaal van Schele Guurte en Simeliberg

Vrouw Holle zou in een berg wonen, de Hohe Meißner (tussen Kassel en Eschwege), de Hörselberge bij Eisenach (in het bijzonder Hörselberg) en ook Hollerich (het rijk van Holle) worden genoemd als woonplaats. In de negentiende eeuw dansten meisjes nog bij het Hollelochs bij Schlitz. Alleen de
eerste strofe van het lied dat daarbij gezongen werd is nog bekend; 

Miameide – steht auf der Heide –
Hat ein grün’s Röcklein an.
Sitzen drei schöne Jungfern daran.
Die eine schaut nach vorne,
die andre in den Wind.
Das Weibsbild an dem Borne
hat viele, viele Kind. 

Jonge meisjes namen vroeger een bad in de Frau-Holle-Teich op de Hohe Meißner om vruchtbaar te worden.  Het water uit deze vijver zou geneeskrachtig zijn. Volgens de overlevering is de vijver bodemloos. Opgravingen rond de vijver duiden ook op een mogelijke offerplaats, er zijn vuurstenen uit de Steentijd gevonden. Ook munten uit de Romeinse keizertijd (uit de tijd van Titus Flavius Domitianus) en keramiekscherven uit de Middeleeuwen (en ouder) zijn aangetroffen. 

In het Ásatrú wordt Vrouw Holle als godin vereerd. De gewone vlier (in het Duits Holunder Holderbusch of Holleris) aan Vrouw Holle gewijd.

Door Annine van der Meer:

Oude beelden in het Westen van vrouwen en het vrouwelijke zijn vaak negatief. Ten onrechte, zo vond Annine van der Meer uit. Het sprookje van Vrouw Holle laat ten onrechte nare vrouwen zien; in de pre-Grimm versies was de stiefmoeder gewoon een moeder en de griezelige Vrouw Holle een wijze vrouw. Toch iets anders. Wat was er mis met die wijze vrouw? 

Wij kennen het sprookje van Vrouw Holle uit de sprookjesverzameling van de gebroeders Grimm. Echter…  weinigen van ons weten dat zij de oerversie van het Holle-sprookje sterk aanpasten aan de smaak van hun eigen tijd, de 19e eeuw. Er is de eerste Grimm-versie uit 1812 waarin onder leiding van een weduwe – en geen boze stiefmoeder twee zussen – de goede Goudmarie en de slechte Pekmarie – tegen elkaar worden uitgespeeld én er is de laatste eindversie bij Grimm uit 1857 waarin de weduwe is veranderd in een boze stiefmoeder. De Grimms voerden dus in de overbekende eindversie die tot op de dag van vandaag voorgelezen wordt een boze (stief)moeder en twee totaal verschillende dochters ten tonele, een eigen dochter en een stiefdochter. 

Wijsheid 

Wij beschikken over talloze oudere varianten van het sprookje van Vrouw Holle waaruit de Grimms geput hebben. Hierin heeft een moeder drie dochters die onderling solidair zijn; jaloezie speelt geen rol. En hierin wordt de enge en oude, gebogen Holle met de lange tanden afgeschilderd als wijze vrouw en niet als heks. De wijsheid van Vrouw Holle uit deze oudere versies biedt een volledig ander perspectief op de werkelijke positie en rol van vrouwen in eeuwenoude vertellingen. En dit is van essentieel belang om tot een nieuw inzicht over het leven te komen en tot nieuw vertrouwen, nieuwe verbinding en nieuwe individuele en collectieve vrede te komen. Deze oudere versies zijn de basis voor het geüpdatete sprookje voor mensen van nu. 

In deze 21e-eeuwse versie wordt het sprookje van Vrouw Holle op basis van historische gegevens, teruggebracht tot de essentie van de oude wijsheid en vertaald naar de beleving van mensen van nu. Grootmoeder Holle legt haar kleindochter Helle uit hoe van een loden hart een gouden hart te maken. In  eenvoudige en poëtische taal geeft de wijze vrouw Holle haar visie op de essentie van het leven, de dood en het leven na de dood. Eerst leert zij Helle over de buitenkant van de dingen en daarna over de binnenkant. Hierbij slaagt zij erin esoterische kennis over de relatie tussen het hart van de kosmos en het eigen hart als centrum van lichaam, ziel en geest, op speelse, beeldende en eenvoudige wijze aan Helle over te dragen. Vrouw Holle prikkelt haar kleindochter Helle om te gaan schatgraven in zichzelf. 

Miskenning 

Nederlandse vrouwen van nu beleven een tijd van erkenning en waardering. Achter ons ligt een tijd van verachting en miskenning van het vrouwzijn, van ontkenning van spirituele vermogen van het vrouwelijke, in vrouwen én in mannen. Deze periode vond een aantoonbaar dieptepunt in een vier eeuwenlange genocide op vrouwen van grofweg de jaren tussen 1400 en 1800. Vanaf het jaar 1400 veranderde de wijze vrouw definitief  in een oude heks met alle desastreuze gevolgen van dien. Voor dat omslagpunt rond het jaar 1400 had zij millennia lang als heler, genezer, geestelijke verzorger, kortom als steunpilaar van gemeenschappen op het platteland gefunctioneerd. Dit ‘behekste’ verleden heeft zowel individueel als collectief diepe sporen nagelaten  op zowel de vrouwelijke als de mannelijke psyche. Moderne vrouwenemancipatie moet verder gaan dan de strijd om politieke, sociale en economische gelijkwaardigheid. Die lijkt nu in het westen in grote lijnen bereikt,  al zijn er nog grote onderliggende verschillen. 

Waar het nu om gaat is de emancipatie van de geestelijke vermogens van het vrouwelijke in vrouwen én mannen. Volle oermoeders uit de prehistorie tonen ons hun oerkracht in hun volle bekken en buikgebied. Tegelijk zijn zij in die tijd de eerste leiders van de mensheid geweest met hart voor de gemeenschap waarin zij  dan leven. Wat heeft dat ruime bekkengebied te maken met hun grote hart? Deze oermoeders komen tot ons in kleine beeldjes én in de wijsheid van sprookjes. Wat kunnen wij als 21e-eeuwse mensen van hun oerkracht leren? Zij leren je jouw kracht in je eigen lichaam te vinden; ze leren je jezelf te worden en te blijven. Deze kracht of empowerment draagt je daarna op je eigen vleugels door de ups en downs van het leven…. Meer inzicht 

In het sprookje leven de heldin of de held aanvankelijk in een veilige en geborgen thuissituatie. De opening  luidt: ‘er was eens…’ Maar dan gebeurt er iets waardoor deze situatie eindigt. Nu wachten beproevingen en testen. Sommigen moeten door een donker bos of gaan naar het eind van de wereld, anderen dreigen opgegeten te worden door een monster, een boze wolf of een draak. De hoofdpersoon moet de testen met goed gevolg afleggen. Diens levenshouding moet getuigen van moed en doorzettingsvermogen. Belangrijk is te laten zien dat de heldin of de held meevoelt met een wezen – een dier of mens in nood. Te tonen dat zij/hij het eigenbelang opzij kan zetten en daadwerkelijk wil helpen.

Dan volgt de derde situatie van hernieuwd inzicht in de natuur- of kosmische wetten van het leven. Er breekt een gelukkige derde fase aan, het zogenaamd happy end. Het sprookje wordt dan afgesloten met: ‘En ze  leefden nog lang en gelukkig’. 

Meer inzicht in deze natuurwetten – onder andere gebaseerd op het principe ‘Wat je zaait zul je oogsten’ – opent buik, hart en hoofd, doet muren van verdriet, angst, schaamte en schuld rond het hart wegvallen en  brengt menselijkheid terug in mens en samenleving.  

Annine van der Meer 

Van Beleven.org:

Een sprookje van Grimm over gerechtigheid. De stiefdochter van een weduwe valt in een waterput en komt in een andere wereld terecht. Ze ontmoet een oude vrouw die haar als huishoudster in dienst neemt. Na jaren trouwe dienst wordt ze overladen met goud en keert ze terug naar aarde. 

Toelichting 

Grimm geeft in zijn commentaren een hele rij sprookjes die op Vrouw Holle lijken, maar andere avonturen geven van het leven onder de bron, een zelfs verwant met Hans en Grietje in het broodhuisje. In de meeste varianten van dit sprookje is er sprake van een naamloze oude fee i.p.v. Vrouw Holle. Dr. W. C. de Graaff: ‘Geneeskunde door de eeuwen heen’ geeft van de vlier (Du. Hollunder) andere namen:  holdertere, holluntar. Hij noemt het een boom die gewijd is aan Vrouw Holle, godin van de aarde en van leven en dood. Zij gaf haar naam aan de onderwereld (hel). Haar feest werd gevierd op 2 februari, later Maria -Lichtmis. Door sommigen wordt dit sprookje in verband gebracht met de reïncarnatiegedachte. Vrouw Holle speelt haar rol tussen dood en geboorte, de stiefmoeder heeft de hoofdrol tussen geboorte en dood. Vrouw Holle of Holda behoort met talrijke andere figuren van het volksgeloof tot de demonische vrouwelijke wezens. Zij tonen zich zeer verschillend van aard, soms behulpzaam en weldadig (zoals voor de stiefdochter),  soms ook straffend en zelfs wreed (zoals voor de luie dochter). 

Als het sneeuwt zeggen de mensen in Hessen nog: “Frau Holle macht ihr Bett” (“Vrouw Holle maakt haar bed  op). 

Dit sprookje komt voor in de Elzas, Italië (Pentamerone, De twee koekjes) en Noorwegen. Het motief van de  goede en de slechte zus vinden we ook in De feeën van Perrault (Sprookjes van Moeder de Gans).

Van de site: Levende sprookjes.  

“Frau Holle” schilderij van Mauro Breda

Wat zijn sprookjes? [Deel 3]

Loïs Eijgenraam

Sprookjes kunnen je innerlijk in beweging brengen: ze kunnen ‘het kind’ in je weer opwekken en de zogenaamde ‘kinderlijke’ vermogens: onbevangenheid, beweeglijkheid, het vermogen vragen te stellen, liefde voor het leven, verbondenheid met de wereld om ons heen, fantasie. 

Bert Voorhoeve 

Sprookjes vertellen over beelden, beelden die in ieder mens leven en die het innerlijk van de mens beschrijven. De zielenstemming van de mens, menselijke karaktereigenschappen en de ontwikkelingsfasen van de mens. Sprookjes en kinderen zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. In een sprookje is alles waar en dat wil een (jong) kind ook. Is het waar dat… 

In sprookjes komt alles weer goed, dat wil een jong kind ook. Ervaren dat de wereld goed is. Dit betekent niet dat kinderen ‘het niet goede’ niet mogen ontmoeten in het opgroeien, het betekent dat kinderen in alles ‘een  zingeving’ ervaren of een ‘weer heel maken van’ ervaren. Als een jong kind een kopje stuk laat vallen is dat jammer van het kopje. We kunnen het proberen te repareren, het liefst waar het kind bij is of we kunnen het opruimen en zeggen; ‘scherven brengen geluk’. De grondhouding van het jonge kind tussen 0-7 jaar is dan ook: de wereld is goed. De lichtwereld waar het kind uit geboren is wordt op de aardewereld nog een tijd  doorlicht: het goede liefdevolle licht is alom aanwezig en langzaamaan kom je in de aardse materie aan. De grondhouding in de opvoeding van het kind tussen 7-14 jaar is ‘de wereld is waar’ [1]. In sprookjes wordt verteld over het leven en de ontwikkeling van de mens. In sprookjes horen kinderen over de weg die je als mens aflegt.
Kinderen krijgen beelden mee die laten zien dat iedere tegenslag overwonnen kan worden. Het boze hoort ook bij het leven net als het goede. De mens wordt opgeroepen om op weg te blijven om zo de ontwikkeling te laten ontwikkelen. 

Sprookjes stimuleren de fantasie. In het kind wordt een bron aangeboord die in het latere leven aangesproken kan worden als er op het levenspad nood is aan steun, bemoediging. Sprookjes ploegen de innerlijke akker om in het kind opdat het levenszaad er kan ontkiemen. Dit vraagt geduld en vertrouwen maar eens zal het kind sprookjesvruchten/levensvruchten van wijsheid kunnen oogsten. Een kind verbindt van nature de sprookjesbeelden met het leven van alledag. 

Dit hoor je terug in de beelden van het spel van de kinderen: ‘en dan kwam de prins en die kuste jou weer levend.’. 

Verschil tussen volkssprookjes en cultuursprookjes 

Cultuursprookjes zijn sprookjes die (in de huidige tijd) door iemand bedacht zijn. Volkssprookjes zijn sprookjes waarvan niemand precies weet wanneer ze zijn ontstaan. Ze stammen uit tijden die ver achter ons liggen. Tijden waarin mensen een andere verbinding met de aardewereld en hemelwereld hadden. De  mensen hoorden de hemelwereld nog boodschappen geven, zagen in de natuur wezens die zorgen voor de ritmische processen van groeien, bloeien, zaadvormen en sterven, de elementaire wezens. Volkssprookjes vertellen in beelden over de ontwikkeling die de mensheid is gegaan en die ieder mens als  individu, in vrijheid, kan gaan. In Europa zijn de volkssprookjes bekend die door de gebroeders Grimm, Jakob  (1785-1863) en Wilhelm (1786-1859) uit Duitsland zijn verzameld, in Rusland Alexander Afanasjev (1826- 1871). In Noorwegen Jørgen Moe (1813-1882) en Peter Christen Absjørnsen (1812-1885) en in Finland Elias Lönnrot (1802-1884). In andere delen van de wereld kennen mensen andere .

Waarom (baker)sprookjes aan peuters en kleuters vertellen? 

(Baker)sprookjes sluiten aan bij de behoeften aan herhaling van peuters en kleuters. (Baker)sprookjes bouwen aan de taalontwikkeling en woordenschatontwikkeling. Ze zijn een wezenlijk onderdeel van de literaire  ontwikkeling van kinderen. 

Sprookjes voor het slapen gaan…  

Slapengaan is de andere wereld in gaan. De aardse wereld wordt losgelaten en de andere wereld waar ook de beelden wonen treed je als mens binnen. In bed liggen en je overgeven aan de nacht, is voor veel kinderen, onbewust een drempelervaring. Op de drempel staan van de dagelijkse, bewuste wereld en op weg gaan naar de wereld van de nacht. Het is loslaten, overgave en soms een oefening in vertrouwen als een kind de nacht (nog) spannend vindt. In bed is ook de plaats waar je als kind even alleen met je ouder bent en de dag afsluit.  Een sprookje kan dan heerlijk zijn om te vertellen of voor te lezen.

Voor kinderen die moeite hebben met de dag loslaten kan het een hulp zijn om eerst de dag op te ruimen. Je  kunt dan terugblikken en vragen: wat was er fijn vandaag, was er ook iets dat minder fijn was. Dan is de innerlijke binnenwereld opgeruimd en tot rust gekomen en kan het sprookje voor deze kinderen beter  ontvangen worden. 

 Bert Voorhoeve (1940), auteur van diverse boeken over sprookjes en beeldentaal. 

Vertelstof als ontwikkelingsstof 

‘Vóór de tandenwisseling* kunnen verhalen, sprookjes enzovoort, die men aan het kind vertelt, alleen tot doel  hebben, dat er vreugde, verkwikking en vrolijkheid geschonken wordt.
Na die tijd moet men er bij de vertelstof bovendien nog op letten, dat voor de ziel van de jonge mens levensbeelden worden opgeroepen, die hij met geestdrift wil navolgen.’ 

Citaat uit: De opvoeding van het kind in het licht van de antroposofie Rudolf Steiner grondlegger van de  antroposofie (1861-1925) 

*Opmerking: in de tijd dat Steiner opvoeders op deze gedachte wees, wisselden de meeste kinderen rond zes en een half/zeven jaar hun eerste tand. In de huidige tijd wisselen kinderen soms voor de vijfde verjaardag tanden. Opvoeders wordt gevraag het kind goed waar te nemen om keuzes te maken welk verhaal wanneer te vertellen. 

Verhalen die aansluiten bij de ontwikkelingsfase waar een kind zich in bevindt, zijn voeding voor de opbouw van de innerlijke binnenwereld. Een binnenwereld waarin het kind ook de eigen persoon ontwikkelt en ervaart.  Een innerlijke binnenwereld waarin het kind en later de volwassene te allen tijde zich in kan terugtrekken, waar het veilig en warm is (als er zich een gezonde innerlijke binnenwereld heeft opgebouwd met inspirerende, rijke, levendige beelden!). Verhalen bouwen aan menswording. Verhalen zijn in latere leeftijdsfasen de appeltjes voor de dorst op momenten dat biografische vraagstukken zich aandienen. Verhalen maken de wereld anders, ook de eigen innerlijke binnenwereld. 

Iedere leeftijdsfase heeft behoefte aan andere verhalen 

Baby’s en dreumesen (kinderen tot ongeveer twee een half jaar) genieten van liedjes die voor hen gezongen worden, eenvoudige prentenboekjes, kietelspelletjes, kiekeboespelletjes, en het uitspelen van hele kleine, eenvoudige verhaaltjes zoals een eekhoorn die een nootje zoekt, vindt en opkrabbelt. Peuters genieten van bakersprookjes, herhaalverhaaltjes stapelversjes, nonsensversjes, rijmpjes en eenvoudige prenten- en voorleesboeken. Deze bouwen aan een rijke taalontwikkeling en bevorderen ondermeer het leren luisteren naar een verhaal. In deze fase vormt gewoontevorming bij het beleven van taal aan het uiteindelijk worden van een liefhebber van verhalen en andere literaire vormen.

Kleuters 

Alle volkssprookjes zijn geschikt om te vertellen aan een kind mits je er zelf de juiste beelden bij hebt en terughoudt in het (moreel) invullen van de beelden. Kinderen voelen de moeite die jij hebt met een beeld in een sprookje aan en worden dan zelf ook bang voor dit beeld. Jonge kinderen voelen de emoties en oordelen van een volwassene feilloos aan. 

Sprookjes zou je zo ‘moeten’ vertellen dat je als een bemiddelaar bent tussen de beeldenwereld en het kind. Dan kan het kind zelf de beelden invullen en kleuren. Voor het ontwikkelen van een eigen beeldenwereld is het van belang dat het kind zo min mogelijk opgezadeld wordt met door volwassenen uitgekauwde beelden die af zijn en weinig tot niets aan de eigen verbeelding over laten. We kunnen dan denken aan de Teletubbies, Pokemon ed. Deze beelden zijn er nu eenmaal, de vraag aan de opvoeder kan zijn: voed mij met echte vrije ware beelden.

Een kindergedicht 

Uit de DoeHoek van Rita Veenman

Vrouw Holle, zij die de wolken weeft,
Houdt van wat op de aarde leeft.
Haar appelboom hangt boordevol,
Zij bakt haar broden rond en bol.
Zij spint de wol tot draden sterk,
Dat alles is haar dagelijks werk.
Haar hondje aan haar rechter zij,
Kijkt naar haar op en kwispelt blij.
Ga je door de gouden poort,
Over de groene weide voort.
Door de heldere zonneschijn,
Dan wacht ze in haar huisje fijn.
En weet je wat ik ook nog zie?
Een mandje op vrouw Holles knie,
Zij schenkt iets uit de mand
Al in jouw open hand.
En wees gerust,
Ik weet dat je het lust.
Er is daar van alles te eten,
Je zal dat niet snel vergeten
Het schenkt krachten voor het leven
Dat heeft vrouw Holle te geven
En tot besluit;
Schud de bedden heel goed uit. 

Meer van Rita’s gedichten, verhaaltjes, spelversjes, vind je in haar boekje: ‘Ooievaar Kleppermaar

Frau Holda is, samen met Berchta en Frau Gaude, een
van de “Frauen” (vrouwenfiguren) die, volgens de
Oostenrijks-Duitse folklore, de wereld rondzwerven in
de dagen van Kerstmis tot Driekoningen (genaamd

“twaalf dagen van Kerstmis”, of in het Duits “Rauhnächte”, wat “ruwe nachten” betekent).

“Holda, de sneeuwkoningin”. Illustratie van de website in het Engels http://www.speakingofwitch.com.
Let op de  ganzen op de achtergrond, een heilig dier voor Holda.

Vrouw Holle 

Er was eens een weduwe, die twee dochters had. De één was mooi en ijverig, de andere lelijk en lui. Maar ze hield van de lelijke en luie, die haar eigen dochter was, veel meer, en de andere moest alle werk doen en Assepoes in huis zijn. Het arme meisje moest elke dag op straat zitten bij de waterput en ze moest zoveel  spinnen, dat het bloed haar uit de vingers sprong.
Nu gebeurde het eens, dat de spoel helemaal bloederig was. Toen bukte ze zich over de putrand en wilde de spoel even afwassen, maar de spoel sprong haar uit de hand en viel naar beneden. Ze begon te schreien, liep naar de stiefmoeder en vertelde van haar ongeluk. Maar die werd heel boos en was onbarmhartig en zei: “Als je de spoel erin hebt laten vallen, moet je maar zorgen dat hij eruit komt ook.”
Toen ging het meisje naar de waterput terug en wist niet wat ze beginnen moest, en in haar angst sprong ze de put in om de spoel te halen. Ze verloor het bewustzijn, maar toen ze weer wakker werd en weer tot zichzelf  kwam, lag ze in een prachtige weide; de zon scheen en er stonden duizenden bloemen. Ze stond op en liep de weide af. Daar kwam ze bij een oven vol met brood, en het brood riep: “Haal me eruit, haal me eruit, anders verbrand ik: ik ben al lang gaar!” Ze ging erheen en haalde platen vol brood eruit. Verder wandelde ze; ze  kwam bij een boom vol met appelen en de boom riep: “Schud me toch, schud me toch, want de appels zijn allemaal rijp!” Ze schudde de boom zodat de appels vielen alsof het regende, en ze schudde zolang, tot er geen een meer hing, ze legde al de afgevallen appels op een hoop, en toen wandelde ze weer verder. Eindelijk kwam ze bij een klein huisje. Een oude vrouw keek uit het venster, maar die had zulke grote tanden, dat ze er bang van werd, en ze wou weglopen.
Maar de oude vrouw riep haar na: “Waarom ben je bang, lieve kind? Blijf bij me. Als jij alle huiswerk wilt doen, zal het je goed gaan. Je moet alleen zorgen, dat je mijn bed goed schudt, zodat de veren vliegen, dan sneeuwt het in de wereld, ik ben vrouw Holle!” Toen de oude vrouw zo vriendelijk tegen haar sprak, vatte het meisje moed, stemde toe en kwam bij haar in dienst. Ze deed alles tot grote tevredenheid en schudde het bed steeds met zoveel geweld, dat de veren als sneeuwvlokken rondvlogen; maar ze had dan ook een goed leven bij haar, geen enkel boos woord en elke dag haar natje en haar droogje. Ze was al een poos bij vrouw Holle, toen  e triest werd en in het begin zelf niet wist wat er met haar was; eindelijk begreep ze dat het heimwee was; al had ze het hier duizendmaal plezieriger dan thuis, ze verlangde er toch naar terug.
Eindelijk zei ze tegen vrouw Holle: “Ik heb een vreselijk verlangen naar huis, en al gaat ’t me hier nog zo goed, ik kan niet langer blijven, ik moet naar mijn familie terug.” Vrouw Holle sprak: “Ik vind het lief van je, dat je weer naar huis verlangt, en omdat je me zo trouw gediend hebt, zal ik je zelf weer naar boven brengen.”
Ze nam haar bij de hand en bracht haar bij een grote poort. De poort werd geopend, en toen het meisje daar
onder stond, viel er een regen van goud neer, en al het goud bleef aan haar hangen, zodat ze helemaal met goud was overdekt. “Dat krijg je, omdat je zo ijverig bent geweest, “zei vrouw Holle en ze gaf haar ook de spoel terug, die in de put was gevallen.  

Daarop viel de poort dicht en het meisje was in de bovenwereld, niet ver van haar moeders huis en toen ze in de tuin kwam, zat de haan op de putrand en riep:
“Kukeleku,
Onze gouden jonkvrouw zien we nu.”
Toen ging ze naar binnen naar haar moeder en omdat ze met goud overdekt was, werd ze door haar en haar zuster vriendelijk begroet.
Het meisje vertelde alles wat ze ondervonden had, en toen de moeder hoorde, hoe ze tot grote rijkdom was gekomen, wilde ze haar eigen lelijke, luie dochter graag hetzelfde geluk gunnen.
Ze moest bij de waterput zitten en spinnen; en om de spoel bloederig te maken, prikte ze zich in haar vinger door met haar hand in de doornheg te stoten. Toen gooide ze de spoel in de put en sprong er zelf in. Ze  kwam, net als de ander, op de mooie weide en volgde hetzelfde pad.
Toen ze bij de oven kwam, riep het brood weer: “Haal me eruit, haal me eruit, anders verbrand ik, ik ben al lang gaar.”
Maar het luie meisje  antwoordde: “Denk je dat ik zin heb mijn handen vuil te maken,” en ze ging weg. Weldra kwam ze bij de appelboom, die riep: “Schud me toch, schud me toch, wij appels zijn allemaal al rijp!” Maar zij antwoordde: “Dat denk je maar, er zou best een appel op mijn hoofd kunnen vallen!” en daarmee ging ze verder.
Toen ze  bij het huisje van vrouw Holle kwam, was ze niet bang, want van die grote tanden had ze al gehoord, en ze verhuurde zich meteen. De eerste dag deed ze zichzelf geweld aan en was vlijtig en deed wat vrouw Holle  haar zei, want ze dacht aan al het goud dat ze ter beloning zou krijgen, maar de tweede dag begon ze al te luieren, en de derde nog meer: toen wou ze ’s morgens niet eens meer opstaan. Ze schudde het bed van  vrouw Holle ook niet, zoals het hoorde, en ze schudde zeker niet zo dat de veren vlogen. Dat verdroot vrouw  Holle al gauw en ze zei haar de dienst op. De luie was daar best mee tevreden en dacht, nu zal de gouden regen beginnen; vrouw Holle bracht haar bij de poort, maar toen zij daar onder stond, werd er in plaats van  goud een grote pan vol pek uitgestort. “Ter beloning van je diensten,” zei vrouw Holle en sloot de poort. Zo  kwam de luie meid thuis, helemaal vol pek, en de haan zat op de putrand en riep:
“Kukeleku,
Onze vieze jonkvrouw zien we nu!” 

Het pek bleef aan haar kleven en wilde er haar leven lang niet af!

Moeder Aarde – Vrouw Holle

door Alice Wouterse 

Na de kersttijd, in januari of februari, verschijnt op menige jaartafel Moeder
Aarde, met om haar heen wel of niet slapende wortelkindjes e.a.
Waarom laten
wij dit beeld op de jaartafel verschijnen? En waarom schenkt het ons in deze tijd ook zo’n bevrediging dit te doen?
Het is een beeld van hoop en verwachting: het leven zal weer terugkomen op de  aarde! De aarde zal weer vrucht dragen en ons voeden opdat wij kunnen leven.
Maar er is meer: Wij weten en voelen dat er in de aarde alweer krachten aan het  werk zijn die ervoor zorgen dat straks de bomen weer uitlopen, zaden weer
ontkiemen en de bloembollen weer gaan bloeien.
Moeder Aarde is met haar helpers (de elementenwezens) druk bezig de wortels  op te poetsen de zaadjes zo te omhullen dat ze gaan kiemen en de bolletjes en
knolletjes zo te stimuleren dat ze hun bloemenkleed voorbereiden.
De levenskrachten in de aarde worden weer wakker en de elementenwezens zijn aan het werk gegaan opdat de aarde weer kan gaan ademen. En als de aarde haar levenskrachtenstroom weer gaat uitademen dan sleept zij alles en iedereen mee.
De vogels gaan zingen, dieren ontwaken en de aarde tooit zich met een bloemenpracht. En de mens? De mens kan niet meer binnen zitten: de ramen gaan open, ieder zonnestraaltje wordt in verrukking opgevangen; de mens wil. naar buiten, erop uit trekken, de natuur en de wereld beleven. Het studeren en nadenken gaat meer moeite kosten.
Wij zijn zo deel van dit geheel, dat we ons nauwelijks bewust worden hoe sterk wij zelf verbonden zijn met deze uitademing van de aarde.
Deze levensstroom, die wij de scheppende kracht kunnen noemen, geeft aan alles vorm. Deze scheppende kracht, gevuld met materie noemen wij gewoonlijk aarde. De wijsheid die ten grondslag ligt aan deze scheppende kracht werd in de middeleeuwen Sofia (sterrenwijsheid) genoemd. In de voorchristelijke tijd  beleefde men deze wijsheid nog in de sterren waarvan de drie koningen (magiërs, wijzen, ingewijden) waarschijnlijk de laatste representanten waren.
In onze, noordelijke streken zijn van dit weten nog verflauwde beelden overgebleven, die zich onder andere uitkristalliseerden rond Vrouw Holle. Zij rijdt als rijzige witte gestalte in haar wagen (dit sterrenbeeld noemen we nu Grote Beer) en behoedt en helpt mens, dier en plant.
Volgens de verhalen woont ze onder de grond in een berg of heuvel en verschijnt ze in de gedaante van een oude vrouw. (zie o.a. Sprookjes van Vrouw Holle van Paetow)
Sofia en
aarde in één. Deze twee verschijningsvormen zou je samen Moeder Aarde kunnen noemen.
In de loop van de tijd zijn wij echter steeds intellectueler geworden. We zijn de verbinding met Sofia: de edele rijzige witte gestalte, de sterrenwijsheid, kwijtgeraakt, en voor ons bewustzijn is de aarde tot een stuk materie geworden. We voelen ons superieur en denken dat wij, nu we de wetmatigheden van de aarde in wetten en regels gevangen hebben de aarde in onze macht hebben.
Realiseren we ons wel werkelijk dat wij zelf afhankelijk zijn van de gezondheid van de aarde? Van het ecologische systeem? Als de bomen en de planten niet meer willen groeien dan betekent dat ook het einde van de mensheidsontwikkeling! Maar hoewel we dat allemaal wel weten gaan we door met het vervuilen van de aarde op de ons bekende manieren, zoals de auto, die niet alleen vervuilt, maar ons ook de mogelijkheid ontneemt ons met de afgelegde weg te verbinden.
Het zou voor de
kinderen van deze tijd heel heilzaam zijn lopend of fietsend naar school te gaan ook over langere afstanden; daarmee bewerkstellig je meer dan een goede gezondheid en conditie. Lopend of fietsend verbind je je met deze gang, je kent elke boom elke huis. Elke kuil, elk water, elk uitzicht.  Je neemt elke weers- en seizoen veranderingen in je op. Je ziet de planten groeien bloeien, vrucht dragen en verwelken. Doordat je elke dag in je eigen ritme deze weg aflegt verbind je je op natuurlijke wijze met je eigen lichaam. Door deze ervaringen krijg je de kans op je eigen manier wortels te vormen in (met) de aarde.  Hierdoor kan een mens innerlijke harmonie en rust in zichzelf ontwikkelen. Daar kan geen jaartafel tegenop! Het gaat erom dat we een eigen innerlijke belevingswereld opbouwen door iedere dag dezelfde weg af te leggen, met alle vreugde en moeite (regen, windkou) die erbij hoort; en natuurlijk niet te vergeten de thuiskomst! 

De Nornen en de drie Jonkvrouwen 

Wanneer de mens door zijn beleving zich innerlijk met het levende wezen van de aarde  kan verbinden dan is hij ook in staat op zoek te gaan naar Sofia. Doordat zijn wortels in de aarde staan kan hij ook de weg naar zijn bron vinden. Zijn Ik-boom kan uit deze bron drinken. De Edda geeft hier een prachtig beeld voor: de Yggdrasil. 

In de Noordse mythologie wordt de Yggdrasil (Ik-drager. Ik-boom) voor-gesteld door de boom Es. Een van zijn drie wortels gaat naar de bron van de drie Nornen (Urdr bron). Zij  verzorgen deze wortel door hem steeds met water uit de heilige bron te besprenkelen  zodat deze niet verdroogt. Het is ook de plek waar de goden (Asen) vergaderen. Zij  rijden over de regenboog naar deze plek om onderling en met de Nornen te overleggen hoe ze de mens verder moeten leiden.
De Nornen of schikgodinnen zijn ook een aspect van Moeder Aarde. Zij werken in de mens volgens strenge wetten. Urd (oer-verleden) geeft bij iedere geboorte de mens zijn levensdraad met al zijn ontwikkelingsmogelijkheden. Werdandi (het wordende heden) knoopt levensdraden aan, bijvoorbeeld bij een huwelijk; Skuld (schuld – d.w.z. de som van wat je goed en fout deed en wat je karma in je volgende leven bepaalt – Toekomst) knipt de levensdraad weer door bij het sterven. Deze Nornen hebben in de loop der tijd vele namen gekregen. In het sprookje van Vrouw Holle (Grimm) zijn ze tot één samen gesmolten. In de  christelijke kerk vind je ze terug onder de namen: Ambet, Wilbet en Borbet.

De Jonkvrouw die baren zal 

Het beeld van de vrouw(en) bij een heilige bron die vaak aan de voet van een heilige boom ligt, vind je overal in de wereld terug. Tot op de dag van vandaag worden er op Bali diensten opgedragen aan de godin van de vruchtbaarheid bij een heilige bron onder de heilige Waringinboom. Vele oude christelijke kerken zijn gebouwd op zulke heilige plaatsen. Als voorbeeld noem ik hier de kathedraal van Chartres die op een heilige bron is gebouwd. Op deze zelfde plek werd in voorchristelijke tijd de Virgo Paritura (de jonkvouw die baren zal) vereerd. Het beeld van de jonkvrouw die baren zal of de jonkvrouw met kind vinden wij ook terug in andere voorchristelijke mysteriën.. bv. Isis met het Horus kind; of in de Eleusische mysteriën de vrouw met het Jakchos kind.
Zijn dit beelden van een
voorschouw van en een voorbereiding voor dat wat toen nog op aarde moest plaatsvinden: de incarnatie van Christus op aarde?
En is het tevens een beeld, een “voor – beeld” dat ons duidelijk maakt dat wij in onze ziel vruchtbaar moeten worden zodat wij ons eigen lichtkind (geesteskind) zullen baren?
Het beeld van Moeder Aarde als brengster van vruchtbaarheid in mens, dier en plant dus als vruchtbaarheidsgodin is vaak vermengd met het aspect van  Moeder Aarde als leidster van onze ziel (meer in de richting van Sofia). Ook in de christelijke kerk vind je dit terug. Er worden processies en gebedsdiensten gehouden voor het gewas waar bij de gebeden gericht worden tot Onze Lieve Vrouwe tot Maria.
Men vindt in de kerken zwarte Madonna’s met een kind op de arm en blanke Madonna’s. Als sterren der zee  (bv. in Maastricht neigen ze meer naar de leidster van onze ziel, de ster die onze ziel zou moeten volgen. Ook  in deze kapel knielt menigeen neer om een kind te mogen ontvangen of om een kind te behouden. Hoeveel zullen hier neerknielen in het besef, dat Maria ons, als voorbeeld, wil oproepen zo vruchtbaar te worden in onze ziel, dat het licht daarin geboren kan worden?
Wat heeft dit lichtkind te maken met Moeder Aarde? Het wordt beschreven in de voordrachtencyclus ‘Mysteriëngestaltungen'(GA 232) [vertaald] van R. Steiner. Hierin wijst hij er o.a. op, dat in vele Mysteriën bij een bepaalde trap van inwijding erop gewezen werd dat er twee wegen tot inwijding zijn. In onze hedendaagse taal zouden wij dat noemen: één weg via de geest en de andere via de innerlijke beleving. Maar dat het in wezen gaat om het derde principe, namelijk de juiste verbinding tussen die twee. Op een prachtige wijze beschrijft hij hoe de inwijding in de mysteriën van Artemis (Moeder Aarde) zo’n 10 tot 8 eeuwen
voor Christus o.a. moest leren beleven wat het uitspreken van een woord in hemzelf bewerkstelligt. Een deel  van het woord stijgt op naar de gedachte, een ander deel druppelt neer naar het gevoel. De door de mond in trilling gebrachte lucht verdunt zich tot vuur, dat opstijgt naar de gedachte; anderzijds verdunt hij zich tot water dat naar beneden druppelt in het gevoel.
Dit principe wil ik met een huis-tuin- en-keukenvoorbeeld verduidelijken. Wanneer je koud water met vuur verhit, ontstaat waterdamp: ‘water’ + ‘vuur’ = lucht’, de omgekeerde volgorde dus. Maar deze damp is weer te splitsen in water en warmte, wat overeenkomt met het door Steiner beschreven proces. Zoals het woord zich als het ware in ons innerlijk splitst in de gedachte en het gevoel, zo ontstaat het  uitgesproken woord ook weer uit de samenvoeging van deze twee. De hoofdtempel van Artemis stond in Efese, tevens de stad waar de evangelist Johannes woonde. R. Steiner wijst erop dat het geen toeval is, dat Johannesevangelie begint met de woorden:

In den beginne was het woord en het woord was bij God en het woord was God. Alle dingen zijn door het  woord geworden en zander dit is geen ding geworden dat geworden is. In het woord was leven en het leven  was het licht der mensen; en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet begrepen.(Joh.1:1- 5) 

Volgens het Johannes evangelie is alles geschapen uit het Woord (of Logos). Het levende, scheppende Woord is de eenheid waar alles uit ontstaan is en uit ontstaat. Wanneer wij nu kijken naar het hierboven beschreven proces, zoals dat in de mysteriën van Artemis beleefd kon worden, dan splitst het woord zich in iets dunner en iets dichters. Ontstond er uit het scheppende Wereldwoord ook iets lichters en iets dat zwaarder was?

Sofia en Moeder Aarde 

Hier wil ik Sofia en Aarde noemen, die in wezen één zijn. De wereld werd geschapen zodat de mens een omgeving zou hebben waarin hij zich zou kunnen ontwikkelen tot een vrij mens. De mens zelf werd ook gesplitst in een man en een vrouw, zodat beiden levenskrachten zouden hebben om een bewustzijn te ontwikkelen en zo tot vrije wezens te worden die de liefde zouden kunnen vervolmaken. De mens zou op eigen kracht het levende scheppende Wereldwoord moeten terugvinden. De mens ging op weg en verstrikte zich in de tegenstandersmachten Lucifer en Ahriman en was niet meer in staat om de Sofia en de Aarde zo in harmonie samen te voegen, dat hij daardoor het Wereldwoord zou kunnen vinden. Hij wist de weg niet meer en het ontbrak hem ook aan kracht.
Daarom daalde het Woord, de Logos, zelf af en incarneerde in een mensenlichaam. Hij doorwerkte al de wezensdelen van de mens, zodat hij de mens die kracht kon geven die hij nodig had om innerlijk en zelfstandig het  leven scheppende Woord terug te vinden. Deze Christuskracht leeft in ieder mens maar wij zijn vrij deze kracht al of niet te gebruiken. In onze tijd ervaren wij de aarde als een brok materie-waarvan wij de wetmatigheden ijverig opsporen. Maar wij missen het begrip voor de wijsheid, de Sofia, die aan alles ten grondslag ligt. 

De kleine Prins 

Dit doet denken aan de woorden die de Kleine Prins van de vos leert: ‘Alleen met je hart kan je goed zien, het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.” Juist het wezenlijke zien we niet. En daar ligt ook de sleutel. Wanneer wij het onzichtbare achter de dingen willen begrijpen moeten we ons hart gebruiken want daarmee kunnen wij goed zien.
De aarde om ons heen bevat alle wijsheid, wij moeten die alleen onttoveren.
Wij moeten onze ziel zo scholen dat wij via datgene dat aards is: stenen, planten, dieren en mensen de Sofia vinden en dat lukt ons alleen geholpen door de Christuskracht in ieder mens door ons voelen (beleven) en ons denken in ons hart in harmonie te laten komen. Dan kan in ons hart het levende Woord ontstaan, dan wordt in ons hart het lichtkind geboren. Om tot zuiver beleven te kunnen komen is het van belang dat wij kunnen afdalen naar onze bron. De bron die we kunnen vinden doordat we ons met de aarde verbinden. Door haar echt innerlijk te leren beleven.
Niet een beleving die ons wordt opgelegd of voorgespiegeld maar een eigen
innerlijke beleving.
Laten wij onze kinderen zo opvoeden dat zij de weg naar hun bron kunnen vinden. Want wie de weg naar zijn schikgodinnen kent kan ook een verhouding vinden tot zijn lot en draagt de mogelijkheid in zichzelf Sofia te vinden.

Van de site: Levende Sprookjes

Een kort sprookje uit: ‘Sprookjes van Vrouw Holle‘ van Paetow 

Vrouw Holle schudt de dekbedden uit

Midden in hel bergachtige hart van Duitsland had Vrouw Holle een duiventil, hoog op een helling en met openingen naar alle vier de windstreken, waardoor de duifjes af en aan konden vliegen. Hier fokte Vrouw Holle haar sierlijke, sneeuwwitte duifjes, die zij voor allerlei doeleinden nodig had.
Wanneer de herfstwind de bladeren van de bomen rukte, kwamen de duifjes ook in de rui. Dan verzamelde Vrouw Holle de losse veertjes om ze in haar dekbedden en kussens te stoppen. Maar eerst schudde ze de veertjes van het vorige jaar. die ze niet meer nodig had. over het hele landschap uit. Door de wind mccgcvocrd wervelden die dan vrolijk in het rond, bleven aan de berghellingen kleven, kwamen los en zacht op de bomen van het woud terecht, breidden zich uit over de velden en bedekten ten slotte het hele land met een zachte wollige vacht.
Dan klapten de kinderen in het land van de mensen in hun handen en riepen: ‘Ha. het sneeuwt! Vrouw Holle schudt de dekbedden uit. Nu zal het spoedig Kerstmis zijn!’

Uit ‘Godinnen ven eigen bodem‘  

Ik ben Holle, godin van geboorte en de onderwereld, beschermvrouwe van het spinnen en het weven
In de winter schud ik de sneeuw uit de bomen
om het zaad in de grond te beschermen.
Een ieder die ijverig is, beloon ik met goud,
maar wie lui is, overgiet ik met pek.
Ik leer je de wetten van dood en wedergeboorte
en de diepste geheimen van magie.

Overeenkomsten van Lucia met Holle en Perchta 

De heilige Lucia vertoont nog duidelijk trekken van de heidense godinnen Holle en Perchta. Lucia is net als Holle beschermster van huis en hof. Zij hoort net als Holle en Perchta bij het midwinterfeest of de winterzonnewende, dat tegenwoordig 21 december wordt gevierd vanwege de terugkeer van de zon en het lengen van de dagen, maar vroeger in de tijd van de Juliaanse kalender op 13 december viel. Wij kennen in ons land ook het gezegde “Sinte Lucije laat de dagen dijen’’ (langer worden). 

De betekenis van de namen Lucia en Perchta vertonen een overeenkomst: Lucia betekent licht en Perchta betekent de glanzende, de stralende.
Perchta en Holle worden wel aangeduid als aanvoersters van de wilde jacht, ook wel wilde heir, hemelse bende of de tijd van de 12 nachten genoemd. Ze razen in de periode van 26 december tot en met 6 januari door de lucht en voeren een leger van overleden voorouders aan die de levenden moeten helpen om de chaos en de kwade geesten van de winter te bezweren. 

De wilde jacht is ook waar te nemen als natuurverschijnsel in de aanstormende  wolken die afsteken tegen de koude heldere lucht van december. Deze jagende vormen boezemden de mensen angst in.
Er is niet veel fantasie voor nodig om er een wilde jacht in te zien.
Dit komt overeen met de nacht van Sint Lucia waarvan            De wilde jacht door Peter Nicolai Arbo 1872Heidense gebruiken die door
Sint Lucia zijn overgenomen
in sommige streken nog wordt geloofd dat in de Lucia nacht ieder mens in gevaar is, vooral als het die avond stormt.
Ook gebruiken rond Holle en Perchta zijn door Lucia overgenomen. Een oud midwintergebruik was het stilzetten van alles wat bewegen en draaien kon vanaf midwinter. In de streken waar Holle of Perchta werden vereerd moest in de tijd van de 12 nachten alles stilstaan en mocht er niet gesponnen worden. Als je je daar niet aan hield kon Holle of Perchta voor straf je buik opensnijden en met stenen vullen, in sommige streken deden dezelfde verhalen over Lucia als kinderschrik de ronde. Op de plaatsen waar Lucia werd gevierd mocht van midwinter tot kerst ook niet gesponnen worden.
De optochten van de Lucia bruid en haar gevolg doen denken aan de heidense midwinterommegangen: luidruchtige, nachtelijke optochten van gemaskerde jonge mannen, die de overleden voorouders moesten voorstellen, met als doel mensen straffen die zich niet aan de maatschappelijke orde hielden. Net als bij het Ouwe Sunderklaas dat nog steeds op Texel wordt gevierd in de nacht van 12 op 13 december, waarbij de Texelaars zich onherkenbaar verkleden en gemaskerd langs de huizen gaan om met een verdraaide stem en borden met teksten erop bekenden in de maling te nemen. Later op de avond wordt bekend gemaakt wie er achter de maskers zaten en viert men feest. Bewoners worden naar hun huizen gejaagd door duivelse figuren in jute pakken met bezems om demonen te verjagen. Dit feest heeft meer met de midwinterviering van Perchta en Lucia te maken dan met ons Sinterklaasfeest.
In het noorden van Italië lijkt de viering van Sint Lucia wel op ons Sinterklaasfeest. Zij brengt kinderen in de nacht van 12 op 13 december cadeautjes, die zij verstopt in de huizen.
Lucia rijdt niet op een paard maar komt langs met haar ezel. Kinderen schrijven ook haar een verlanglijstje en laten hooi achter voor de ezel voor ze naar bed gaan. Voor Lucia leggen ze een sinaasappel neer of zetten rode wijn en koekjes klaar. Ouders waarschuwen de kinderen dat als ze die avond niet vroeg naar bed gaan Lucia as in hun ogen komt strooien, waardoor ze blind kunnen worden. De volgende ochtend mogen ze hun cadeaus gaan zoeken. 

Ook in Zweden, Noorwegen, Denemarken, Finland en IJsland wordt op 13 december nog altijd het Luciafeest gevierd, hoewel de katholieken daar niet talrijk zijn. Hier heeft het feest van Lucia weer meer de trekken van de voorchristelijke midwinterviering dat in het teken staat van het terugkerende licht. Er worden optochten met  fakkels en kaarsen gehouden. De naam Lucia betekent ook licht, het is afgeleid van het Latijnse woord lux. Meisjes verkleden zich als Lucia in een lange, witte jurk en een groene krans op hun hoofd met brandende kaarsen er in. In processie, gevolgd door een schare zingende kinderen, delen zij aan de boeren versgebakken saffraanbroodjes uit die Lussikatter worden genoemd, een soort duivelskaters die nog zijn terug te voeren op de Germaanse offerbroden. 

De rode draad  

Heidense godinnen en hun gebruiken blijven als een rode draad door onze geschiedenis lopen. Wat mij intrigeert aan Lucia is dan ook die rode draad. Die is niet terug te voeren op de mythe van Ariadne, waarin een rode draad de Atheense held Theseus uit het labyrint van de Minotaurus leidt. Ook brengt de Lucia-draad geen mensen samen zoals in het oude China werd geloofd: dat een onzichtbare rode draad, die nooit kon breken, mensen verbindt die voorbestemd zijn elkaar te ontmoeten, ongeacht tijd, plaats of omstandigheden waarin ze zich bevinden.
Het Luciadraadje leidt niet en verbindt niet, maar heeft een beschermende werking. Het zou een gunstig effect hebben op de ogen en bescherming bieden bij menstruatieproblemen en bloedingen. Laten diezelfde eigenschappen nu ook aan rode saffraandraadjes worden toegeschreven! Is het toeval dat de genezende  eigenschappen van saffraan overeenkomen met dezelfde kwaliteiten als de rode draad van Lucia? Zou die soms terug te voeren zijn op de rode saffraandraden die ook bij de heidense midwintervieringen in de gevlochten broodjes werden verwerkt? Zeker weten zullen we het wel nooit. Het doet mij in ieder geval goed  dat de oude godinnen en hun gebruiken, dankzij hun heilige opvolgsters, niet vergeten worden. 

Ineke Bergman 

uit: “Godinnen van eigen bodem”. 

.

[1] Voorhoeve baseert zich hierbij waarschijnlijk op Steiner die de leeftijdsfase 0 -7 meegeeft: de wereld is (moreel) goed; die van 7 – 14: de wereld is mooi; en die van 14 -21: de wereld is waar.
GA 293/151
Vertaald/139

Sprookjes – alle artikelen
Met een aantal artikelen over Vrouw Holle, m.n [2-4/19] Vrouw Holle 
met een antroposofische benadering van de beelden.

Vertelstof – alle artikelen

1e klas – alle artikelen

Vrijeschool in beeld1e klas – sprookjes

.

2940-2758

.

.

.