Tagarchief: Mithras

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten -Kerstmis (31)

 

van een natuurfeest tot het kerstfeest

Stel je eens voor dat de zon steeds maar kleiner wordt en een kleinere boog gaat beschrijven aan de hemel. Voor ons, met al onze kennis, is dat niet zo vreemd, wij weten immers wat er gebeurt. Maar voor oude volkeren moet het korten van de dagen en het afnemen van het licht wel beangstigend zijn geweest, zoals zo veel natuurverschijnselen om hen heen.

Zij beschikten immers nog niet over de wetenschap waarmee zij alles konden verklaren. De zon betekende voor oude volkeren in de eerste plaats licht, daarnaast ook warmte en voeding, want wat ze aten was afhankelijk van de zon. De zon was dus noodzakelijk om te overleven.

Dit alles zorgde ervoor dat er allerlei mythische verhalen ontstonden over wat er allemaal was gebeurd in het donker, terwijl de goden en demonen op dat moment in een strijd waren gewikkeld om de zon te veroveren.

Daarnaast vierden veel volkeren op het noordelijk halfrond midden in de donkere winter een feest om de komst van het licht te begroeten. Deze winterzonnewende was van groot belang. Men vierde er de terugkeer van het zonlicht, dat met het lengen der dagen nieuw leven zou brengen.

Rituelen
In de culturen van bijna alle natuurvolkeren werd het ‘keren van de zon’ als een regelmatig terugkerend verschijnsel gezien. Vanouds werd in de rituelen dan ook veel aandacht besteed aan de beide jaarlijkse zonnewendedagen (bij benadering: 21 december en 21 juni.) Vooral aan de winterzonnewende, die periode van het jaar dat de zon als het ware tot stilstand komt in haar laagste stand boven de horizon, hechtte men veel belang. Daar de eerste nacht van de winter de langste nacht is, en vanaf hier de dagen lengen en het licht en de warmte van de zon vermeerderen, werd deze nacht verondersteld het moment te zijn van de wedergeboorte van de zon.

Zo vierden de Germanen rond 25 december joelfeesten. Dat waren feesten van dankbaarheid voor wat geweest was en hoop voor wat nog kwam. Ze duurden dertien dagen en twaalf nachten (van 24 december tot 6 januari) en sloten direct aan op de grote slachttijd. Er werd niet gewerkt, maar wel veel gegeten, gedronken en lawaai gemaakt. Ook werden er enorme vreugdevuren aangestoken in een poging om de stervende zon te laten herleven.

De Romeinen
Mithras, een zonnegod die al voorkomt in de Vedische geschriften van India, werd vooral populair in Perzië als beschermer van de onschuldigen en als bemiddelaar tussen het zuiver hemelse licht en de aardse corruptie ervan. Herders waren getuige hoe hij uit een rots geboren werd als aanvoerder van de lichtlegioenen, die streden tegen de machten der duisternis. In het bijzonder dit laatste zou hem zo populair maken bij de soldaten van de Romeinse legioenen. Zij brachten hem in de eerste eeuw voor Christus mee uit het Oosten. Omdat de Romeinse legers ’overal’ heen trokken, verspreidde de cultus van Mithras zich snel en het duurde niet lang of het Mithrasïsme werd de belangrijkste godsdienst van het Romeinse rijk.
Opvallend zijn trouwens de parallellen met het christendom. Zo werd van Mithras verteld dat hij gestorven was en weer opgestaan en zijn vereerders dronken symbolisch zijn bloed om zo te vieren dat hij in hen zelf opnieuw geboren werd. In Rome zelf wemelde het in de 3e eeuw trouwens van mensenreddende goden of godenzonen. En van bijna allemaal werd de geboorte in december gevierd in de buurt van de winterzonnewende.

In 274 werd het keizer Aurelianus te bar en hij verordonneerde dat al die feesten op één dag gebundeld moesten worden en wel op de 25ste december, de feestdag van de Sol Invinctus (de onoverwinnelijke zon). En aan het hoofd van heel die godenschare benoemde hij Mithras, die volgens de mythe ook op 25 december geboren was, tot staatsgod.

Toen het christendom zich verspreidde over het Romeinse rijk werden steeds meer Romeinen christen. Zij bleven echter het feest van Mithras op 25 december vieren. Omdat dat feest, het feest van de onoverwinnelijke zon, gemakkelijk te combineren was met het feest van Jezus als het Licht der wereld (men wist immers niet wanneer Jezus geboren was) besloot paus Liberius in het jaar 354 dat voortaan de geboorte van Jezus op 25 december gevierd moest worden met een speciale ’Christusmis’ (Kerstmis).

Aanpassingen
Dit soort aanpassingen deed de kerk overigens vaker. Want naarmate het christendom zich meer en meer uitbreidde onder ‘heidense’ volkeren, kwamen ook steeds meer ‘heidense’ gebruiken de leefwereld van de christenen binnen. Het was belangrijk voor de kerk deze te christianiseren om niet ten onder te gaan. Zo heeft ze kunnen integreren in de cultuur van vele volkeren.

Omdat de christelijke beweging in het begin zo sterk was, misschien wel dankzij de ernstige vervolgingen waaronder zij in de eerste eeuwen te lijden had, verdween de verering van Mithras steeds meer naar de achtergrond, zeker na de bekering van keizer Constantijn de Grote tot het christendom. Vanaf die tijd wordt er steeds meer aandacht gegeven aan de geboorte van Jezus en ontwikkelt het kerstfeest zich tot het feest dat wij tegenwoordig kennen. Buiten proporties gegroeid, vieren we nog steeds hetzelfde als de oude volkeren: de warmte, de knusheid en gezelligheid midden in de kilheid en tegenwoordig voor veel mensen, de eenzaamheid van de wintermaanden. Laten we het Licht daarbij niet vergeten.

Theo Hofland in een regionaal dagblad, nadere gegevens onbekend

Kerstmis: alle artikelen

 

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (28)

.

WAT IS EEN MICHAËLSFEEST?

Is dat een vreemde vraag? Neen, zeker niet. Sommigen blijven het antwoord schuldig, anderen weten het heel zeker. Toch kan men zich afvragen of de vraag goed gesteld is. Een Michaëlsfeest ‘is’ niet, hoogstens ‘wordt’ het. Ieder jaar is het anders, wordt het anders. Het Michaëlsfeest kan men in Nederland ongebruikelijk noemen. Een feest van de toekomst is het wel, het heeft nog alle mogelijkheden. Ieder jaar moet men zich inspannen om er vorm aan te geven.

Het jaarverloop speelt zich af in drie grote feesten. Stelt men het jaar als een kring voor, dan liggen het Sint-Jansvuur en de Kerstster recht tegenover elkaar, is Sint-Jan boven-midden, dan is Kerstmis onder-midden. Er is een tweede hoofdlijn, die staat dan niet vertikaal maar horizontaal. Rechts ligt Pasen in het midden van de boog. Daar tegenover ligt de herfsttijd. En daar behoort het vierde feest, het herfstfeest. Dat is tevens het Michaëlsfeest.

Waarom is Michaël in de herfst van de jaarkring? Sint-Michaël? Nu, eigenlijk is Michaël helemaal geen gewone heilige. Hij is een aartsengel. Een boeren-aartsengel, want hij bevordert de goede oogst en hij is verbonden met het werk dat tot een oogst leidt. Op allerlei gebied. Bij voorbeeld op het gebied van de moraliteit. Michaël wordt vaak met een weegschaal voorgesteld, waarin de mensenzielen worden gewogen. En tegen de tijd, dat men alle gestorvenen op Allerzielen gedenken gaat, is ook het beeld van de aartsengel met de weegschaal present. Zo blijkt dit alles uit de rijke Middeleeuwse traditie. In Zuid-Europa komt Michaël als het ware uit de lucht vallen. Legenden spreken over zijn verschijnen op de Monte Gargano aan de Adriatische zee.
Plotseling komt er een sprong van de Michaëlverering naar Normandië, waar een onbekend rotseiland in weinige jaren tot een befaamd centrum van zo’n verering wordt. De Mont Saint-Michel is nog steeds een grote bezienswaardigheid en zo een trekpleister voor toeristen, helaas ook wel een beetje vercommercialiseerd en verloederd. Minder bekend is de Michaëlsberg aan de overkant van het Kanaal in Engeland, waar men zo waar een “Michelmas”feest kent en wel op 29 september, de aan Michaël ook in West-Europa gewijde dag. De Michaëlsdag valt in de tijd waarin dag- en-nacht­evening juist heeft plaatsgevonden, een weegschaalevenement. Overigens is de Mont Saint-Michel met zijn prachtige gotiek een indrukwekkend monument in de woeste ritmiek van eb en vloed aan de Normandische kust. Soms is het weegschaalmoment daar ook sterk beleefbaar. Men moet er wel rustig de tijd voor nemen. Bij bestudering van de wezenlijke trekken van Michaël blijkt uit vele legenden, dat deze aartsengel wiens naam “aangezicht van God” betekent,  ook een speciale opdracht in de wereld heeft met betrekking tot de bestrijding van het kwaad. Wel, het kwaad is overal, dat weten we, maar het is ook een zeer vaag en ab­stract begrip. Is het kwaad absoluut kwaad? Men is sterk geneigd om het “kwaad”- voor de een als een “goed” voor de ander voor te stellen. Daardoor kan het kwaad ook zo enorm gedijen in een onverschillige of sceptische omgeving.

In de Middeleeuwse legenden bestrijdt Michaël met een lichtend zwaard de boze krachten van duisternis, valsheid, oneerlijkheid en geweld. De strijd wordt geleverd tegen een wezen, dat wel het Boze in absolute zin representeert: een monsterlijke Draak of een Duvel.
Die Duvel kan twee aspecten vertonen, de verleidende, hoog­moedige kracht van de Duvel uit het Paradijsverhaal of het ijs­koude, leugenachtige van de Vorst der Duisternis uit de Perzische mythologie.

Michaël is echter veel ouder dan de Middeleeuwen. De bekende plaats in de Openbaring van Johannes, het laatste boek van het Nieuwe Testament, is opgeschreven door een man die de Christus nog in zijn jeugd had gekend. En duikt men verder in de Oudheid dan blijkt, dat het thema van het Boze overal in de grote cul­turen van de mensheid te vinden is. Alleen draagt de grote bestrijder van het Boze niet altijd de naam Michaël, die typisch voor het Hebreeuws-Joods-Christelijk taalgebied is. Men komt in de oude Hindoe-overleveringen een machtige Indra tegen, die gezeten op zijn Wolkenolifant de vurige Wadjra (een soort bliksemknots) naar de vreselijke Draak van van de Droogte slingert en zo de mensheid redt.
In de Perzische cultuur is Angramanyoes, de “Erge Boze” die geheel de schepping van de Lichtgoden trachtte te bederven door de aarde woest, de planten giftig, de dieren woest en giftig te maken en de mensenziel te verpesten met bedrog, heerszucht en gewelddadigheid. De schone en heilige Mithra neemt de strijd ter hand.
Overigens riep ook de Lichtgod Ahoera Mazdao de mens door middel van zijn profeet Zarathustra op om medestrijder tegen het Boze te worden, de aarde te beploegen, wilde dieren te temmen, planten te kweken en de ziel te zuiveren door korte, maar vaak herhaalde gebeden.
De keuze is groot! Van de boosaardige krachten die door een licht en de engelfiguur worden bestreden, is ook iets te vinden in Babylonië. Ja, daar is een mythologie van goddelijke en hiërar­chisch geordende wezens. Deze wezens staan voor de taak om een nieuwe wereld te scheppen. Dit wordt onmogelijk gemaakt door de monsterlijke kracht van Tiamât, een soort oermoeder der Duis­ternis, die oorspronkelijk een goede en heilzame moeder was, maar geleidelijk een monster werd, die iedere vernieuwer opat of vervolgde met een duistere stoet van demonen. Geen van de goden, ook niet de “beroemde Drie”, Anoe (hemel­vader), Enlil (de luchtgod) en Ea (watergod). Geen van de oudere goden kan Tiamât bestrijden. De slimme Ea echter tracteert de goden op een maaltijd met goede spijs en drank – met rietjes -. Hij schuift zijn zoon Mardoek naar voren, tussen de vrolijke en elkaar kussende goden. Mardoek durft wel. Hij wenst dan verder de leiding van de goden op zich te nemen. De goden stemmen toe. In het Babylonische scheppingsepos “Enoema Elish” wordt dit alles beschreven.

Mardoek, de Babylonische Michaël, trekt tegen Tiamât op met knots, bliksemschichten, pijl en boog en een “net” vol winden.

De woedende wind, die hem volgde,
liet hij los in haar gezicht,
toen Tiamât haar reuzenmuil
open deed om hem te verzwelgen!
Hij dreef de woedende wind naar binnen;
zij kon haar muil niet meer sluiten
en de woeste wind beukte haar buik.
Haar lijf werd verlamd en haar muil hing open.
Hij schoot een pijl, die haar openscheurde,
snijdend door het ingewand, splijtend haar hart.
Zo bedwong hij Tiamât, bluste uit haar leven.
Staande op haar lijf verpletterde hij de schedel.
Toen spleet hij haar als een oester in tweeën.
Eén helft maakte hij boven tot de Hemel,
en van de andere maakte hij de Aarde .. .”

De Babyloniërs zijn niet zachtzinnig in hun poëzie, maar het gebeuren is duidelijk “Michaëlisch”: een lichtende macht van boven doodt een duister geheel beneden en geeft de stoot tot verdere ontwikkeling.

Ingevoegd uit ander artikel van P.C.Veltman

Mardoek, de Babylonische Michaël, in de strijd met Tiamât) naar een Babylonisch reliëf)

uit het Enuma Elish (de schepping van de wereld)

Toen Tiamât haar muil opensperde
om de god te verzwelgen, dreef hij de woedende wind die hem volgde
en liet hem los midden in haar gezicht,
dreef de woeste wind naar binnen.
Zij kan haar muil niet meer sluiten!’…..

Michael bordtek 6Interessant is het gegeven, ook bekend uit andere mythologieën, dat het Boze oorspronkelijk iets goeds is, dat “zijn tijd gehad heeft” en dan later tot iets kwaads wordt.

Was Lucifer ook geen machtige engel voordat hij neerstortte?

Ook in de geschiedenis zijn gebeurtenissen bekend, die een sterk Michaëlisch karakter dragen. Het zijn gebeurtenissen die, verstandelijk bekeken, tot de onmogelijkheden behoor­den en dus “ongeschied” hadden moeten zijn. Eén zo’n ge­beurtenis – het is vandaag* 20 september en het is ruim 2466 jaren geleden – was de overwinning van een klein Grieks volk op een Perzisch miljoenenleger, dat Europa was binnen­gevallen. De slag ter zee bij Salamis dwong de machtige koning Xerxes tot de aftocht.

Er is een geval van een Frans boerenmeisje, dat een leger aanvoerde, een Engels leger uit Frankrijk verdreef en een kroonprins tot koning liet kronen. Dit geval is ruim vijf en een halve eeuw geleden. Er is er nog een, dicht bij huis, uit 1574 in Leiden. Wie de feiten rustig bestudeert, kan verbaasd zijn over een Michaëlisch gebeuren in eigen huis. Genoeg hierover.

Het spreekt vanzelf, dat de strijd tegen de draak voor de moderne mens een verinnerlijkt, dus ander karakter dient te dragen.

Daarover zou veel te zeggen zijn, dat nu achterwege moet blijven.

Het is de grote verdienste van Rudolf Steiner, dat hij voor de moderne mens het wezenlijke van het Michaëlgebeuren weer toegankelijk heeft gemaakt. Het opnieuw vorm geven aan een Michaëlfeest zou een belangrijke nieuwe cultuurimpuls kunnen zijn.

(P.C.Veltman, vrijeschool Leiden, *nadere gegevens ontbreken)

,

Michaël: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

.
VRIJESCHOOL in beeld: Michaël

.

276-261

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.