Tagarchief: drukletter

VRIJESCHOOL – Leerproblemen (1-3)

.

omgekeerde oriëntatie

Na een lezing over rekenzwakte werd ik* aangesproken door de klassenleerkracht van onze 5e klas met het verzoek naar een van zijn leerlingen te kijken die veel van de problemen vertoonde, die ik de revue had laten passeren.

Zo leerde ik Christof kennen, een stille, teruggetrokken jongen die links is.
Ik onderzocht eerst of hij kleuren en vormen wist te onderscheiden, vormen na te tekenen c.q. achteraf neer te leggen, begrippen ‘boven’ en ‘beneden’ te vinden. Dat deed hij probleemloos.
Maar bij het nadoen van bewegingen ontstonden de eerste problemen in de opeenvolging en bij de richting waarin. Vooruittellen ging zonder moeilijkheden, terugtellen was niet mogelijk, ook de rijen van de tafels van vermenigvuldiging werden heel onzeker opgezegd.
Toen nam ik contact op met de ouders en kreeg ik te horen dat Christof niet kon klokkijken en dat hij de weekdagen en de maanden niet in de juiste volgorde kon opzeggen. De ouders begrepen de problemen van hun kind niet; totdat hij naar school ging, was hij een vrolijke, onopvallende jongen geweest. Moeder vertelde dat hij graag naar de kleuterklas ging, maar vanaf het begin was hij alleen maar in tranen naar school gegaan, klaagde over buik- en hoofdpijn; weliswaar was dat alles beter geworden, maar Christof ging nog steeds niet graag naar school.
Toen we het volgende uur weer aan het werk gingen, wilde ik te weten komen of Christof de getallen kon opschrijven die ik hem dicteerde en nu kwam zijn grote probleem aan het licht: hij schreef de cijfers van rechtsbeneden naar linksboven, de plaatsing van de tientallen en eenheden kon hij niet toepassen.
Nu liet ik hem simpelweg een paar rechte lijnen trekken en observeerde hem daarbij; horizontale lijnen trok hij van rechts naar links, verticale van onder naar boven.
Christofs moeder bevestigde mijn waarneming. Mijn diagnose was: [Duits: sinistrade Direktionalität – gegenläufiger Richtingssinn)**, d.w.z. een mens die dat heeft schrijft of maakt de rijen niet zoals in onze cultuur te doen gebruikelijk van links naar rechts en van boven naar beneden, maar in de tegenovergestelde richting en daardoor doet hij het steeds anders dan onze cultuurtechniek.

Ik moest iets zien te vinden dat in ons leven een belangrijke rol speelt en waarmee je fundamenteel je richting kan bepalen. Dat is de zon.

’s Ochtends vroeg gingen Christof en ik naar buiten om te kijken waar de zon stond. Dit ‘punt van zonsopkomst’ namen we mee naar de therapieklas en tekenden het daar overeenkomstig de richting op de grond. Christof had geen idee hoe de zon nu tot aan het punt van ondergaan verder zou draaien. Mijn opdracht aan hem was om samen met zijn ouders te kijken hoe de zon van het ene naar het andere punt gaat en dat te tekenen. Na een paar dagen kon Christof de loop van de zon met een armbeweing namaken en tekenen, beginnend bij ons beginpunt op de grond. Dat de zon een cirkel beschrijft, was voor hem vanzelfsprekend. Op de cirkel tekenden we vervolgens het punt van het middaguur en van middernacht. Nu had hij een mogelijkheid gevonden zich te oriënteren. Toen legden we een horloge zodang op de cirkel dat de twaalf precies onder het middaguur kwam te liggen; nu keken we naar hoe de wijzers liepen – die gingen net als de zon. Nu was het maar een klein stapje om op het horloge de tijd te leren lezen.
De loop van de zon is echter – wanneer je naar het zuiden kijkt – ook de richting van het schrijven en de richting voor een lijn: alles gaat van links naar rechts.
Ik schreef bij Christof cijfers op zijn rug. Aanvankelijk herkende hij ze slecht; nu schrijft hij ze tamelijk zeker op het bord. Verder legde ik ook cijfers op de grond met loodveters. Eerst liep hij deze met geopende ogen, later met de ogen dicht. Voor veel problemen zorgde de 6 (die wordt bijna steeds de omgekerde vorm naar rechts.
We hebben veel bewegingsspelletjes gedaan die steeds iets met richting van doen hadden. Ook hebben we geteld, eerst maar met de eenheden tot 20 en terug. Toen dat ‘zat’, zijn we tot 100 gaan tellen. Tegelijkertijd heb ik Christof de plaatswaarde uitgelegd. Om af te wisselen deden we dan alle even, daarna de oneven getallen; weer later de tienen en honderden, met vier passen (1,2,3,vier), met 6 passen -of met drie of vier stappen, daarbij klappend en met huppen.
Nu begonnen we ook getallen uit 2 cijfers te schrijven. Om ervoor te zorgen dat het dictaat meteen succesvol was, schreef ik in zijn linkerhand een T, in de rechter een E, zodat hij als hij z’n handen opendeed de juiste plaats van cijferplaatsing voor getallen met twee cijfers kon zien. Nu kan hij vrij zeker de getallen schrijven, ook die boven de 1000.
Omdat ik van zijn rekenproblemen wist, moest ik ook hier op een idee komen. We zijn eerst het begin en het einde van de tafel gaan leren: 1  x  2  =  2; en 10  x  2  =  20; dan het ‘koningsgetal’, d.w.z. het midden van de tafel: 5  x  2  =  10. Nu hadden we een mogelijkeid die rij vanaf het begin naar het midden en van het midden naar boven of naar beneden, van het einde naar het midden op te bouwen en waren niet gebonden aan een strikte volgorde.

Eerst werkte ik met Christof een kwartaal, 3 weken iedere dag 45 minuten, daarna tweemaal per week 45 minuten. Christof leerde in deze tijd ook hoe je schriftelijk optelt, aftrekt en vermenigvuldigt. Na de vakantie begon ik met schriftelijk delen waarbij ik vreesde dat het voor hem door de voortdurende richtingswisseling tot problemen zou leiden. En deze angst bleek terecht vooral wat het schriftelijk delen betreft.
Lang kon Christof niet inzien dat hij bij het delen in wezen werkt met dezelfde tafels als bij het vermenigvuldigen. Dat betekent dat hij de rijen als deelrijen opnieuw eigen moest maken. Net als bij het vermenigvuldigen, bijv. 2 :  2  =  1; 20  :  2  =  10; 10  :  2  =  5 enz). Om hem de voortgang van het rekenen uit te leggen, werkte ik met rekenstaafjes. Toen de deelrijen ‘zaten’, konden we ook met ‘rest’ werken (11 : 2  =  5 rest 1.
Omdat Christof inmiddels de plaatswaarden goed kende, ging ik ertoe over met hem opgaven als 2 :  2  =  1; 20  :  2 = 10;  200  :  2  =  100; 2000  :  2  =  1000 enz. uit te reknen om hem een basis te geven voor het schriftelijk delen en bouwde mijn eerste opgave als volgt op:

Deze manier begreep Christof en tegelijkertijd werd de richting van de bewerking aangegeven.

Toen liet ik hem ook de snellere manier zien. Voor de zekerheid kwam er aan het begin een rood sterretje te staan en we gebruikten pijlen voor de richting; ten slotte zag het er zo uit:

Met dit schema lukten dan ook opgaven als 25790 : 2, waarbij ook telkens een rest blijft in de tussenopgaven – de som komt wel ‘uit’.

Wat het begrijpen van het rekenen betreft, heeft Christof inmiddels zijn klas ingehaald, d.w.z. hij begrijpt de rekenbewerkingen, maar heeft nog wel problemen wanneer hij verschillende rekenoperaties tegelijkertijd uit moet voeren (bij klassenwerk, rekenperioden enz.) Daar komt bij dat hij aan de ene kant veel meer tijd nodig heeft dan de klasgenootjes en aan de andere kant maakt de enorme concentratie die alle opdrachten vragen, hem snel moe. Vandaar dat hij nog lang mijn hulp nodig heeft om zijn kennis te verstevigen.
De ‘richting naar links’ (sinistrade Direktionalität) heeft ook invloed op het foutloos kunnen schrijven van Christof.
Ik heb hem nu sinds maart met twee andere leerlingen in een leesgroepje dat ook foutloos moet leren schrijven. Hier wordt mijn vermoeden bevestigd: bij de drukletters [1] en zelfs bij een paar letters uit het schrijfschrift is hij onzeker over de schrijfrichting, zodat ik hem letters met pijltjes heb gegeven om na te schrijven. Ook heb ik dat gedaan aan de rand van de schrijfbladzij:

Omdat hij zich vaak met de volgorde van de letters binnen een woord vergist, heeft hij natuurlijk ook leesproblemen.
Ik speel met deze groep ‘klanken stuiten’. Het lijkt op ‘koffer pakken’, alleen dat we klanken tot woorden maken: ik gooi de bal en zeg de klank ‘r’, het eerste kind stuit de bal naar mij terug en herhaalt ‘r’, het tweede kind krijgt de klank ‘a’ en stuit ‘ra’ terug, totdat bijv. het woorde ‘raken’ verklankt is en op het bord wordt geschreven. Dat spel helpt Christof goed.
Om hem bij het vastleggen van richtingen te helpen, heb ik met hem ‘richtingspakjes’ getekend:

Bij het spelen van spelletjes om foutloos te schrijven die we in de kring met de bal spelen (de bal gaat door de kring met de zon mee, van het ene kind naar het andere) en bij de eindklank van het ene woord is de beginklank van het andere:(appel, lantaarn, neus enz. of woordkettingen uit samengestelde woorden: huisdeur, deurknop, knopspeld, enz. kan Christof plotseling midden in het spel radeloos stoppen, omdat hij of de richting van de bal verloren heeft of het begin van het woord verwisselt met het eind. [2] Ook op dit gebied is hij steeds op de liefdevolle hulp en begrip van zijn klasgenootjes aangezen.
Ik denk dat al deze voorbeelden laten zien wat voor diepe verstoringen de tegenovergesteld gaande zin voor richting bij het leren van cultuurtechnieken en in het leven van alle dag oproepen. Maar daarvoor hoeven we niet te zwichten.

.

* Edeltraud Feller, Erziehungskunst jrg.59, 7-8/1995
**is daar een Nederlandse term voor?

PHAW: Ik ben wel verbaasd over het feit dat pas in de 5e klas wordt ontdekt dat deze jongen de dagen van de week en de maanden van het jaar niet kan opzeggen. Ook vind ik het onvoorstelbaar dat de klassenleerkracht al deze symptomen niet veel eerder heeft geconstateerd. Dat had al in de 1e klas kunnen en moeten gebeuren: wat de therapeut hier bijv. doet met een loodveter, kun je in een eerste klas doen met een dik springtouw. Je ziet dan meteen al hoe bij een kind het gevoel voor richting is.
Vormen op de rug schrijven doe je al bij het vaststellen of een kleuter schoolrijp is.
[1] Het is – niet alleen m.i. – geen goede methode om de drukletters te leren schrijven; uiteraard moeten ze wel worden geleerd om te lezen. Juist een kind als hierboven beschreven wordt ‘gepijnigd’ een schrijfstijl te leren (in klas 1) die hij het andere jaar weer als vorm van schrijven moet afleren, dan komt immers het vloeiend aan elkaar schrijven.
.

[3-21e klas – schrijven
Rosemarie Jänchen over: waarom geen drukletters schrijven

[3-3] Begeleidingsdienst van vrijescholen; Luc Cielen; Pieter Witvliet over blokletters schrijven? Geen blokletters schrijven.

.

Rekenen: alle artikelen

leerproblemen: alle artikelen

Remedial teaching

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

VRIJESCHOOL – 1e klas – schrijven en lezen (3-3)

.

MOET DE DRUKLETTER SCHRIFTELIJK GEOEFEND WORDEN OM TE LEREN LEZEN?
.

Toen ik voor het eerst een eerste klas had – het was 1970 – kon ik in alle rust de kinderen de letters aanleren. Uiteraard vanuit een verhaal: een beeld daaruit werd een Latijnse hoofdletter. Het schilderen en tekenen ervan, de spraakoefeningen die bij de klank horen, soms een spelletje n.a.v. het verhaal: het nam de nodige tijd: geen gehaast – de kinderen kregen ruimschoots de tijd de leerstof te verteren. Soms ‘duurde’ een letter twee, maar vaak meer dagen.
Het was op die school de gewoonte dat de tweeklanken in klas twee aan de beurt kwamen. Ik had dus een heel jaar om de letters aan te leren.
Ik koos ze zo, dat ik er de namen van de kinderen mee kon schrijven en ik zie nog menig gezichtje stralen als ik de naam op een mooi gekleurde kaart in de klas ophing.
‘Bob’ was natuurlijk snel aan de beurt, maar ik hoor Jasperien nog verzuchten: ‘Bij mij duurt het nog wel even…’
Hoofdletters zijn er in de wereld genoeg te vinden: winkelnamen op gevels, bedrijfsnamen op auto’s, straatnamen op de bordjes.
Voor de kinderen plaatsen van interesse: wat staat daar, wat betekent het, maar ook: ‘Kijk, daar staat…..’  als vreugdevolle kreet, waarin je toch mag horen: dat stukje wereld is nu ook van mij – wat de grote mensen weten, weet ik nu ook – zoals je in het eerste schooluur beloofde…..

Om het lezen te oefenen schreef ik bepaalde versjes en rijmpjes – met hoofdletters – op het bord om veel analyserend te werken, afgewisseld met de omgekeerde, synthetiserende weg.

Lezen uit boekjes vormde een probleem, eenvoudig omdat ze op school niet aanwezig waren.
De methodische leesboekjes van de leermiddelenindustrie konden de toets van de kritiek niet weerstaan.
Die was er vooral in gelegen dat de inhoud zeer triviaal werd gevonden en over het algemeen: a-kunstzinnig.
Ik kon dat wel meevoelen: letters aangeleerd vanuit wereldliteratuur: de sprookjes – lezen van je eigen naam en mooie gedichtjes en dan ineens: Jan en An en de pan en de kan, met een vis en een roos.

Dus werd alles overgelaten aan de creativiteit van de leerkracht. Ik kocht uit de klassenpot mooie prentenboeken en schreef de tekst in hoofdletters over die ik over de leestekst plakte. Tijdens het lezen had dus niet ieder kind een boek, maar dat stimuleerde weer om goed naar elkaar te luisteren en dat beïnvloedde weer het duidelijk spreken.

Inmiddels hadden we veel, heel veel vormtekeningen gemaakt. De meeste met het doel een voorbereiding te zijn op het schrijven van de kleine letter. Maar welke.
Om te lezen moest je toch ook de kleine drukletter kennen.
Er bestond in de school geen overeenstemming: sommige leerkrachten schreven de drukletter, andere deden dat niet.

Dat gebeurde niet alleen op deze vrijeschool.

Wanneer je wat bladert in vrijeschoolboeken of -tijdschriften, kom je veelvuldig de geschreven drukletter tegen.
Soms mooi verzorgd, soms een blad met hanenpoten…..

.lettertype 2

.

lettertype 3

Uit: Carlgren e.a. De vrijeschool

.

lettertype 1

Uit ‘Seizoener’

lettertype 4

Uit ‘Seizoener’

 

Ik had het geluk een aantal jaren te mogen samenwerken met Audrey McAllen op de Zutphense zomerweekcursus.
Daar kwam het onderwerp: ‘blokschrift of niet’ op zeker ogenblik ter sprake. Audrey was zeer gedecideerd: dit schrift ‘stroomt’ niet – het is te houterig en niet kunstzinnig. Willen wij iets goeds doen voor het etherlijf dan moeten de lijnen ‘swingen’.

Bij het zien van de illustraties hierboven kan ik haar woorden bijna zien.

De zwart-witillustraties zijn van recente datum en afkomstig van een vrijeschool waar kennelijk het blokschrift wordt gebruikt in klas 1 en/of 2.

Natuurlijk is een school vrij te kiezen wat de leerkrachten voor goed houden. Maar dat is nog niet altijd gelijk aan ‘vrijeschools’.

De Begeleidingsdienst voor vrijescholen zegt, nadat er uiteengezet is dat er steeds verschillende opties worden gegeven voor de onderdelen schrijven en lezen:

Alleen de optie om in drie jaar tijd drie handschriften aan te leren hebben we niet opgenomen in de keuzes, omdat we van mening zijn dat het voor iedereen inmiddels duidelijk is dat dit tot teveel verwarring leidt, zowel bij taalbegaafde als bij taalzwakke leerlingen.

In het artikel waarin dit wordt gezegd, staan zeer waardevolle gezichtspunten voor de directe praktijk!

Ook de zeer ervaren Belgische vrijeschoolleraar Luc Cielen is overduidelijk:

De onderkastletter of leesletter.
Dit letterype wordt vanaf het begin gebruikt om te lezen. De kinderen schrijven of tekenen dit lettertype nooit.

Het is zeer de moeite waard om zijn gedegen uiteenzettingen over de vrijeschoolmethodiek grondig te bestuderen!

Tussen de regels door zal het duidelijk zijn dat ook ik geen voorstander ben van het aanleren van de blokletter – de kleine Latijnse drukletter – als schrijfwijze.

Wat je aan ‘voors’ ook bedenkt, ze zullen het altijd verliezen van de vraag:

waarom zou je een kind zoveel moeite laten doen voor iets wat het later weer moet afleren?

.

 

Pieter HA Witvliet


.

schrijven en lezen: alle artikelen

Rudolf Steiner over schrijven en lezen

Rudolf Steiner over de eerste schooldag

spraakoefeningen

.

1099

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – 1e klas – schrijven en lezen (3-2)

.

Moet de drukletter schriftelijk geoefend worden om te leren lezen?

 

In tegenstelling tot het leren schrijven, dat duidelijk binnen de mogelijkheden ligt van de eerste- en tweedeklasser (ik laat legasthenische problemen buiten beschouwing) is de ‘greep naar het lezen’ bij ieder kind individueel en dat zou rustig gerespecteerd moeten worden.

Er zijn kinderen die op school komen en al kunnen lezen, die het thuis ‘spelend’ verworven hebben. Er zijn echter ook kinderen die pas willen gaan lezen in de 3e of 4e klas; die kunnen dan van de een op de andere dag echte leesfanaten worden. Dan kan naast elkaar bestaan.
De leerkracht biedt in een levendig contact met zijn klas de leerstof aan. De kinderen verwerken dit in hun zelfgeschreven periodeschriften. Wij hebben geen schoolboeken waarvoor je moet kunnen lezen.

Het zou weleens de maatschappelijke trots van de ouders kunnen zijn die het als een gemis ervaren, wanneer hun kind in de 2e klas ‘nog niet kan lezen’ en die zo indirect vele vrijeschoolleerkrachten daarmee aansporen na het eerste schrijven (hoofdletters in blokschrift) – voordat begonnen wordt met het Latijnse schrijfschrift – daarbij de kleine drukletters schrijvend te oefenen, om zo het lezen met zekerheid voor te bereiden. (Dikwijls zou de wens daarachter kunnen liggen, voor de kinderen in de 2e klas een boek onder de kerstboom te kunnen leggen).

Wat er ook aan ten grondslag ligt, het schrijvend oefenen van de kleine Latijnse drukletter is een tijdrovend, heel onkunstzinnig en menskundig niet te verdedigen proces.

In ‘Het leerplan van de vrijeschool’ (C. von Heydebrand) staat:

2e klas, schrijven, spreken, lezen. Van het tekenend schilderen van de grote Latijnse drukletter wordt het kind gebracht tot het schrijven van het Latijnse schrijfschrift. Het leert het Latijnse drukschrift lezen (…)

Drie stappen zijn duidelijk:
De grote Latijnse drukletter
Het leren van het Latijnse schrijfschrift
Lezen van de Latijnse drukletter

Dat zijn logische stappen, vooral wanneer je je met onderstaande tabel duidelijk maakt, dat de kleine drukletter noch de drukhoofdletter volgt, noch in de buurt komt van de kleine letter in het schrijfschrift. Alleen de L   l   misschien. Alle andere 25 letters van het alfabet vallen – na het oefenen van de hoofdletters (1e klas) en het kleine Latijnse schrijfschrift ( op zijn laatst met Pasen in de 2e klas) voor het kind dat ijverig wil leren lezen ‘als rijpe vruchten van de boom.’

Het slechte handschrift in midden- en bovenbouw ontstaat vaak doordat leerlingen speels teruggrijpen naar het vroeger geoefende kleine drukschrift en het met het sschrfijfschrift vermengen. Het vloeiende handschrift verliest op deze manier zijn sociale element – dat de ander het ook lezen kan – en het maakt geen harmonische indruk

Ook de lees- en spelzwakke kinderen vragen waarschuwend het woord: twee handschriften is voor hen in het begin echt genoeg en bovendien verklappen ze ons een geheim: de moeilijkheid bij het leren lezen is zeker niet het kennen van de losse letters, maar het bij elkaar brengen, het visuele en het auditieve verbinden.

schrijven klas 1 17

 

 

 

 

Rosemarie Jänchen, Erziehungskunst jrg. 60 nr.1, ja. 1964
.

Wel of geen blokletter:  schrijven [3-3]

Rudolf Steiner over de drukletter

Rudolf Steiner over schrijven en lezen

1e klas: schrijven en lezen

 

VRIJESCHOOL in beeld: 1e klas – letterbeelden

1098

 

 

.

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over schrijven en lezen (9)

.
De tekst in blauw is van mij; in groen van Steiner; de vertaling daarvan in zwart.
.

Het is overduidelijk dat Steiner veel waarde hecht aan de Latijnse vorm van de schrijfletter bij het aanleren daarvan: zie Rudolf Steiner over schrijven en lezen  4

Er is in de buitenwereld veel te lezen dat met hoofdletters is geschreven: o.a. namen op gebouwen, op vrachtwagens, op plaatsaanduidingen, straatnaambordjes, kentekens, enz.
Ook titels van boeken of de titels van de hoofdstukken daarin, worden nog steeds in hoofdletters gedrukt. Als tekst vinden we dan de kleine letter, in druklettervorm. Ook op het toetsenbord van de pc komen ze gelijktijdig voor – de typeletter is de hoofdletter!
De kinderen zullen dus ook de drukletter moeten leren kennen.

Wanneer je Steiner volgt en bij het aanleren van de letters voor de hoofdletter kiest, kan de vraag ontstaan: moet je de drukletter net zo aanleren als de hoofdletter, dus vanuit een beeld.

Steiner:

So werden wir herausholen aus dem zeichnerischen Element zuerst die Schreibformen der Buchstaben, dann die Druckformen. Wir wer­den das Lesen aufbauen auf dem Zeichnen.

Zo zullen we uit het tekenen eerst de geschreven vormen van de letters ontwikkelen, dan de gedrukte. We zullen het lezen daaraan vastknopen.
GA 294/11
vertaald/12

Dit impliceert: eerst de hoofdletters, dan de drukletters, vanuit het ‘tekenende element’. En omdat dit ‘tekende element’ voor de hoofdletters ‘beeld’ betekent, ligt het voor de hand ook aan ‘beeld’ te denken voor de drukletter.

Even later zegt hij dat dit eigenlijk niet kan, want dan zou je wel ‘ tot je 20e nodig hebben.’

Denn würden wir in dem heutigen Leben den ganzen Unterricht so aufbauen wollen, daß wir aus dem Zeichnen herausholen wollten das Lesen und Schreiben, dann würden wir damit die Zeit bis zum 20. Lebensjahr brauchen, wir würden nicht in den Schuljahren damit auskommen. 

Want zouden we in deze tijd het hele onderwijs zo willen opbouwen dat we lezen en schrijven uit het tekenen zouden willen afleiden, dan zouden we bezig zijn tot de leerlingen twintig zijn.
GA 294/12
vertaald/13

Wat belangrijk blijft is:

Also es wird nicht lesen lernen, ohne daß es mit der Hand nachformt, was es sieht, auch die Druckbuchstaben. So erreichen wir also das außerordentlich Wichtige, daß nie mit dem bloßen Auge ge­lesen wird, sondern daß auf geheimnisvolle Weise die Augentätigkeit übergeht in die ganze Gliedertätigkeit des Menschen. Die Kinder fühlen dann unbewußt bis in die Beine hinein dasjenige, was sie sonst nur mit dem Auge überschauen. Das Interesse des ganzen Menschen bei dieser Tätigkeit ist das, was von uns angestrebt werden muss.

Het kind zal dus niet leren lezen zonder dat het met de hand navormt wat het ziet – ook de drukletters. Zo bereiken we – wat uitermate belangrijk is – dat nooit enkel met het oog gelezen wordt, maar dat op geheimzinnige wijze de activiteit van de ogen overgaat in de activiteit van de ledematen van de mens. De kinderen voelen dan onbewust tot in hun benen wat ze anders alleen met hun ogen zien. We moeten ernaar streven dat de gehele mens bij deze activiteit betrokken is.
GA 294/12-13
vertaald/13

Je kunt bijna geen andere conclusie trekken dan dat met ‘navormen’ bedoeld wordt het schrijven, ook door de opmerking dat ‘de activiteit van de ogen’ – dat kan zijn wat het oog ziet aan de vorm die bijv. eerst in de lucht getekend wordt en dan pas op papier – dat laatste betekent toch (tekenend) schrijven; uiteindelijk schrijven.

Dat betekent dat je in feite de kleine letter als drukletter en niet als schuine letter  – lopend schrift- aan zou moeten leren.

Maar dan: (het is ca 3 jaar later)

Es wird gefragt nach Steilschrift und Schrägschrift.
Dr. Steiner: Das Wünschenswerte wäre schon, solange man das Schreiben mit der rechten Hand beibehält, daß man nicht eine steile Schrift führt. Es liegt nicht in der menschlichen Organisation, eine Steilschrift durchzuführen. Es braucht nicht eine Liegeschrift zu sein, aber eine Schrift, die künstlerischen Eindrücken genügen kann. Die Steilschrift genügt nicht einem künstlerischen Eindruck. Ich habe auseinandergesetzt, daß es zweierlei Arten gibt, zu schreiben. Die einen sind die Menschen, die aus dem Handgelenk heraus 300b/175 schreiben, die ihre Augen zum Schreiben nicht gebrauchen; die den Körper zum Mechanismus machen und aus dem Handgelenk heraus schreiben. Für dieses Schreiben hat es Schreibunterricht gegeben. Ich habe einen Herrn gekannt, der hat müssen, wenn er schrieb, den Buchstaben aus einem Kreis machen, er tanzte im Kreis. Dann gibt es die künstlerische Schrift, wo man mit dem Auge schreibt. Die Hand ist nur das ausführende Organ. – Nun wird man eine mechanische Schrift aus dem Handgelenk heraus niemals als Steilschrift ent­wickeln. Das wird immer nur Schrägschrift sein, so daß die Steilschrift nur als künstlerische Schrift gerechtfertigt sein könnte. Sie unterliegt dem Geschmacksurteil, aber einem ästhetischen Urteil genügt sie nicht. Sie kann nie schön sein, sie sieht immer unnatürlich aus. Daher ist sie nicht gerechtfertigt. Es gibt keinen Grund für die Steilschrift.

Er wordt naar blokschrift en schuin schrift gvraagd:

Dr.Steiner:
Het is wenselijk zolang je met je rechterhand schrijft, geen blokschrift te gebruiken. Het zit niet in de menselijke organisatie een blokschrift uit te voeren. Het hoeft geen liegeschrift* te zijn, maar een schrift dat voldoet aan een kunstzinnige indruk. Het blokschrift voldoet daaraan niet. Ik heb uiteengezet dat er twee manieren zijn om te schrijven. De ene is het schrijven vanuit het polsgewricht, de ogen worden voor het schrijven niet gebruikt; het lichaam wordt tot iets mechanisch gemaakt en er wordt vanuit de pols geschreven. Voor deze schrijfmanier was er schrijfles. Ik heb een heer gekend die de letters vanuit een cirkel heeft moeten schrijven, hij danste in een cirkel.

*Wat is ‘liegeschrift’?

Het is mij niet duidelijk wat Steiner hier bedoeld – is dat het ronddraaien van het polsgewricht?

Dan is er de kunstzinnige manier waarbij je met je oog schrijft. De hand is alleen het orgaan dat het uitvoert. – Nu zal men nooit een mechanisch schrijven uit het polsgewricht  als blokschrift ontwikkelen. Dat zal altijd schuinschrift zijn, zodat het blokschrift alleen maar als gekunsteld schrift gerechtvaardigd kan worden. Een kwestie van smaak, maar het voldoet niet aan een esthetisch oordeel. Het kan nooit mooi zijn, het ziet er altijd onnatuurlijk uit. Vandaar dat het niet geschikt is. Er spreekt niets voor blokschrift.
GA 300B/175
niet vertaald

Dat is voor mij in ieder geval een duidelijke tegenspraak. Wel blokschrift als drukletter, geen blokschrift want het kan nooit mooi zijn.
Nu kan dit nog liggen aan hoe in Steiners tijd de handschriften waren en dat wat nu blokschrift heet, toch nog iets anders was. Ik heb dat (nog) niet kunnen achterhalen.

Als vraag blijft dan ook staan: moet je de kinderen nu het blokschrift zoals we dat nu hebben, leren schrijven. Dat ze het moeten leren lezen – als drukletter -, daarover bestaat geen twijfel.

Wat het schrijven en/of lezen van schrijf- en drukletters betreft, vinden we de meeste gezichtspunten in GA 294 en 295.

Erst dann, (erste Schulstunde) wenn man in einer solchen Weise mit den Kindern ma­nuellen Unterricht und Gehörunterricht getrieben hat, ist der Zeitpunkt gekommen, wo man übergeht zu den ersten Elementen des Lesens, und zwar namentlich des Lesens der geschriebenen Schrift.

Pas nadat men de kinderen met hun handen en hun gehoor heeft laten werken in de les, is het moment gekomen waarop men overgaat tot de eerste elementen van het lezen en wel vooral het lezen van geschreven taal.
GA 294/59
vertaald/51

Nu, dat is overduidelijk – zie Rudolf Steiner over schrijven en lezen  6   en    7

Het ‘geschreven schrift’ is wat de kinderen zelf hebben geschreven met hoofdletters: de eerste lettervormen die ze geleerd hebben.

Dan volgt er min of meer een herhaling van wat op blz. 59 werd gezegd, met de aanvulling  dat nu – na het lezen van wat de kinderen zelf hebben geschreven – gelezen gaat worden wat anderen – zeg maar de gedrukte teksten – hebben geschreven:

Es ist durchaus ein Erfordernis eines auf guten Grundlagen ruhenden Unter­richtes, daß dem Schreibenlernen vorangehe ein gewisses Eingehen auf ein Zeichnerisches, so daß gewissermaßen das Schreiben herausgeholt werde aus dem Zeichnen. Und es ist ein weiteres Erfordernis, daß dann wiederum aus dem Lesen des Geschriebenen erst herausgeholt werde das Lesen des Gedruckten. Also werden wir versuchen, von dem Zeich­nen den Übergang zu finden zu dem Schreiben, vom Schreiben zum Lesen des Geschriebenen und vom Lesen des Geschriebenen zum Lesen des Gedruckten. Ich setze dabei voraus, daß Sie es dahin gebracht haben, daß das Kind durch das zeichnerische Element schon ein wenig darinnensteht, runde und geradlinige Formen, die es im Schreiben braucht, zu beherrschen. Dann würden wir von da aus wieder den Übergang versuchen zu dem, was wir schon besprochen haben als die Grundlage des Schreibe-Leseunterrichtes.

Wil het onderwijs op goede fundamenten rusten, dan is het een absolute voorwaarde dat er vóór het leren schrijven eerst getekend wordt, zodat het schrijven ontwikkeld wordt uit het tekenen. Een andere voorwaarde is dat het lezen van drukletters afgeleid wordt uit het lezen van geschreven letters. We zullen dus proberen de overgang te vinden van het tekenen naar het schrijven, van het schrijven naar het lezen van het geschrevene en van daaruit naar het lezen van gedrukte tekst. Ik ga er daarbij vanuit dat u de kinderen vertrouwd hebt gemaakt met het tekenen en dat ze de voor het schrijven noodzakelijke ronde en rechte vormen enigszins beheersen. Dan zouden we van daaruit weer proberen de overgang te vinden tot de basis van het schrijf- en leesonderwijs.
GA 294/67-68
vertaald/58

Interessant voor de vraag: ‘moet je ook de drukletters schrijven’ is, dat hierboven Steiner niets zegt over het schrijven van het gedrukte.

‘Een andere voorwaarde is dat het lezen van drukletters afgeleid wordt uit het lezen van geschreven letters.

We zullen dus proberen de overgang te vinden van het tekenen naar het schrijven, van het schrijven naar het lezen van het geschrevene en van daaruit naar het lezen van gedrukte tekst.’

Wir werden allmählich aus dem Malerisch-Zeichnerischen das Schrei­ben entstehen lassen. Wir werden also nach und nach aus den gezeich­neten Formen die Schriftformen entstehen lassen und werden dann übergehen zum Lesen.Es ist wichtig, daß Sie die Gründe für diesen Gang einsehen, daß Sie nicht zuerst mit dem Lesen beginnen und dann das Schreiben daranknüpfen, sondern daß Sie vom Schreiben zum Lesen übergehen.
Das Schreiben ist gewissermaßen noch etwas Lebendigeres als das Lesen. Das Lesen vereinsamt den Menschen schon sehr und zieht ihn von der Welt ab. Im Schreiben ahmen wir noch Weltenformen nach, wenn wir aus dem Zeichnen heraus das Schreiben betreiben. Die gedruckten Buchstaben sind auch schon außerordentlich abstrakt geworden. Sie sind ja durchaus aus den Schriftbuchstaben entstanden; wir lassen sie daher auch im Unterricht aus den Schriftbuchstaben entstehen. Es ist  durchaus richtig, wenn Sie wenigstens für den Schriftunterricht den Faden nicht abreißen lassen, der da führt von gezeichneter Form zum geschriebenen Buchstaben, so daß das Kind gewissermaßen im Buch­staben die ursprünglich gezeichnete Form immer noch spürt. Dadurch überwinden Sie das Weltfremde des Schreibens. Indem der Mensch sich in das Schreiben hineinfindet, eignet er sich ja etwas sehr Weltenfremdes an. Aber wenn wir an Weltenformen, an f = Fisch und so weiter die geschriebenen Formen anknüpfen, so führen wir den Menschen wenig­stens wiederum zurück zur Welt. Und das ist sehr, sehr wichtig, daß wir den Menschen nicht von der Welt abreißen.

Geleidelijk aan zullen we uit het schilderen en tekenen het schrijven laten ontstaan. We zullen dus stapje voor stapje uit de getekende vormen de geschreven vormen laten ontstaan en vervolgens overstappen op het lezen. Het is belangrijk dat u de redenen voor deze volgorde inziet, dat u niet eerst begint met lezen en dan gaat schrijven, maar dat u eerst schrijft en dan leest. Schrijven is in zekere zin een proces dat nog van meer leven vervuld is dan lezen. Lezen maakt de mens al heel eenzaam en zondert hem af van de wereld. In het schrijven bootsen we nog vormen van de wereld na, als we vanuit het tekenen gaan schrijven. Drukletters zijn ook al buitengewoon abstract geworden. Natuurlijk zijn ze uit geschreven letters ontstaan. Daarom laten we ze ook in het onderwijs uit de geschreven letters ontstaan. Het is zeker goed om in ieder geval bij het schrijven de lijn vast te houden die loopt van getekende vormen naar geschreven letters, zodat de oorspronkelijk getekende vormen voor de kinderen nog merkbaar aanwezig zijn in de letters. Daarmee overwint u het wereldvreemde van het schrijven. Wanneer de mens zich met het schrijven vertrouwd maakt, dan maakt hij zich iets eigen wat zeer wereldvreemd is. Maar wanneer we de geschreven vormen afleiden uit de vormen die in de wereld voorkomen – zoals de v van vogel enzovoort – dan brengen we de mens in ieder geval weer terug in de wereld. En dat is heel, heel belangrijk, dat we de mens niet losscheuren van de wereld.
GA 294/136-137
vertaald/113-114

Deze opmerkingen wijzen weer sterk in de richting van de drukletter óók ontwikkelen uit een beeld; dus min of meer dezelfde werkwijze als met de hoofdletter als eerste schrijfletter!

Am Anfang und am Ende der Schuljahre entstehen für uns die großen Fragen. Wir müssen so viel als möglich tun, um unserem Ideal-lehrplan gerecht zu werden, und wir müssen so viel als möglich tun, um die Kinder nicht dem heutigen Leben zu stark zu entfremden.
Nun tritt ja gerade im 1. Schuljahr im Lehrplan etwas sehr Ver­hängnisvolles zutage. Da wird verlangt, daß die Kinder schon das Ziel erreichen, möglichst viel lesen zu können, woneben sie wenig schreiben lernen. Das Schreiben wird gewissermaßen im Anfang erhalten, und das Lesen soll schon im 1. Schuljahr so weit gebracht werden, daß die Kinder wenigstens solche Lesestücke sowohl in deutscher wie in latei­nischer Schrift lesen können, die schon mit ihnen zusammen gelesen oder vorgelesen worden sind. Aber immerhin in deutscher und latei­nischer Schrift, während im Schreiben verhältnismäßig wenig verlangt wird. Wir würden, wenn wir idealiter erziehen könnten, selbstver­ständlich von den Formen, so wie wir das besprochen haben, ausgehen, und die Formen, die wir aber aus sich selbst entwickeln, die würden wir allmählich von dem Kinde in die Schreibbuchstaben umwandeln lassen. Wir werden das tun; wir werden uns nicht abhalten lassen, mit einem Zeichen- und Malunterricht zu beginnen und die Schreibbuchstaben aus diesem Zeichen- und Malunterricht herauszuholen, und wir werden erst dann zur Druckschrift übergehen. Wir werden, wenn das Kind gelernt hat, die geschriebenen Buchstaben zu erkennen, zur Druck­schrift übergehen. Da werden wir einen Fehler machen, weil wir ja im 1. Schuljahr nicht die Zeit haben werden, beide Schriftarten, deutsche und lateinische Schrift, fertig herauszugestalten und dann noch deut­sche und lateinische Schrift lesen zu lehren. Das würde das 1. Schuljahr zu sehr belasten. Daher werden wir den Weg vom malenden Zeichnen zum Deutschschreiben machen müssen, werden dann übergehen müssen von den deutschgeschriebenen Buchstaben zu deutschgedruckten Buch­staben im einfachen Lesen. Wir werden dann, ohne daß wir erst die lateinischen Buchstaben auch zeichnerisch erreicht haben, von der deut­schen zur lateinischen Druckschrift übergehen. Das werden wir also als ein Kompromiß gestalten: Damit wir der wirklichen Pädagogik Rech­nung tragen, werden wir das Schreiben aus dem Zeichnen entwickeln, aber, damit wir auf der andern Seite das Kind wiederum so weit bringen, wie es der Lehrplan verlangt, werden wir es auch zum elemen­taren Lesen der lateinischen Druckschrift bringen. Das wird also unsere Aufgabe bezüglich des Schreibens und Lesens sein.
Ich habe in diesen didaktischen Vorträgen schon darauf hingewie­sen, daß, wenn wir die Formen der Buchstaben bis zu einem gewissen Grade entwickelt haben, wir schneller vorgehen müssen.

Aan het begin en aan het eind van de schooljaren ontstaan voor ons de grootste problemen. We moeten zoveel mogelijk doen om ons ideale leerplan tot zijn recht te laten komen, en we moeten zoveel mogelijk doen om de kinderen niet al te zeer te vervreemden van het huidige leven.
Nu komt er juist in het leerplan voor het eerste schooljaar iets voor dat desastreus is. Er wordt geëist dat de leerlingen al zoveel mogelijk kunnen lezen; het schrijven komt op de tweede plaats. Het schrijven blijft eigenlijk beperkt tot een eerste aanzet en met lezen moeten de kinderen al zo ver zijn in het eerste schooljaar dat ze in ieder geval de teksten kunnen lezen – in het Duitse en in het Latijnse schrift – die samen gelezen of voorgelezen zijn. Maar toch: zowel in het Duitse schrift als in het Latijnse schrift, terwijl de eisen voor het schrijven relatief laag zijn. Als we ons ideaal zouden kunnen aanhouden, dan zouden we uiteraard uitgaan van de vormen die we besproken hebben en die vormen, die we uit zichzelf ontwikkelen, zouden we geleidelijk aan door het kind in schrijfletters laten omvormen. Dat zullen we ook doen. We zullen ons er niet van laten weerhouden om te beginnen met tekenen en schilderen en daaruit de schrijfletters af te leiden en pas dan over te gaan naar drukletters. Als het kind geleerd heeft om de geschreven letters te herkennen, zullen we overgaan op drukletters. En dan zullen we een fout maken. We zullen namelijk in het eerste jaar niet de tijd hebben om beide schrijfwijzen, de Duitse en de Latijnse, volledig af te leiden en deze dan ook nog te leren lezen. Dat zou de eerste klas te veel belasten. Daarom zullen we de weg gaan die leidt van het schilderend tekenen naar het schrijven van Duitse letters, en vervolgens van geschreven Duitse letters naar gedrukte Duitse letters in eenvoudige leesteksten. Dan zullen we – zonder eerst de Latijnse letters uit het tekenen af te leiden — overgaan van de Duitse naar de Latijnse drukletters. Dat is dus een compromis. Om aan de werkelijke pedagogiek tegemoet te komen zullen we het schrijven uit het tekenen ontwikkelen, maar, om anderzijds het kind ook zo ver te brengen als het leerplan vraagt, zullen we het ook de eerste beginselen leren van het lezen van Latijnse drukletters. Dat zal dus onze taak zijn ten aanzien van het schrijven en lezen.
Ik heb er in deze didactische voordrachten al op gewezen dat we sneller moeten werken, wanneer we een aantal lettervormen hebben afgeleid.
GA 294/174-175
vertaald/143-144

Uit deze opmerkingen blijkt volgens mij dat Steiner – wanneer er ‘idealiter’ gewerkt zou kunnen worden, allereerst de hoofdletters ontwikkelt uit de beelden, zoals blijkt uit al de voorbeelden die hij geeft – zie Steiner over schrijven en lezen 5.
Dan moeten de kinderen met de uit de beelden gewonnen letters deze schrijven en lezen – lezen wordt met deze letters op verschillende manier beoefend – zie Steiner over schrijven en lezen 8.

Vanuit dit ideaal zou hij ook de drukletter uit beeld willen ontwikkelen: schrijven,  lezen en ten slotte overstappen op het Duitse schrift – welke vorm dit had weet ik niet precies.
Maar het volgen van dit ideaal is niet mogelijk: er is te weinig tijd voor. (Vergelijk de gekscherende opmerking van ’20 jaar’)

Dus ziet Steiner af van: ‘Daarom zullen we de weg gaan die leidt van het schilderend tekenen naar het schrijven van Duitse letters, en vervolgens van geschreven Duitse letters naar gedrukte Duitse letters in eenvoudige leesteksten. Dan zullen we – zonder eerst de Latijnse letters uit het tekenen af te leiden — overgaan van de Duitse naar de Latijnse drukletters. Dat is dus een compromis.  

Bringen wir deshalb an das Kind, so wie es heute ist, das heran, was nun schon unsere konventionelle Schrift geworden ist, so wirken wir doch nur auf den Intellekt. Deshalb sollen wir ausgehen nicht vom eigentlichen Schreibenlehren, sondern ausgehen von einem gewissen künstlerischen Erfassen derjenigen Formen, die dann in der Schrift, auch in der Druckschrift, zum Ausdrucke kommen.

Bieden we het kind het conventionele schrift aan zoals het tegenwoordig is, dan werken we op het intellect. Daarom moeten wij niet uitgaan van het eigenlijke schrijfonderwijs, maar van een bepaald kunstzinnig vormen dat dan in het schrift, ook in het drukschrift, tot uitdrukking komen.
GA 301/79
Niet vertaald

Zo’n opmerking kan een stimulans zijn om toch een aantal ‘kleine schrijfletters’ – de drukletter – uit een beeld te laten ontstaan.

In de andere pedagogische voordrachten komen de drukletters niet ter sprake, behalve dan in GA 295, o.a. in de zgn. voordrachten over het leerplan die Steiner op 6 september 1919 – op de laatste dag van de inleidende cursus vrijeschoolpedagogie hield voor de leerkrachten van de eerste vrijeschool, die in Stuttgart, – een soort samenvatting.

Naturgemäß wäre es, wenn wir allmählich den Über­gang suchten von gezeichneten Formen zu der lateinischen Schrift. Falls wir in der Lage sind, die lateinische Schrift vorausgehen zu lassen, so sollten wir das durchaus tun, denn wir werden erst dann die lateinische Schrift in die deutsche überführen können. Und wir gehen dann, nach­dem das Kind gelernt hat, einfache Schriftformen, die es an Wörtern belebt, zu schreiben und zu lesen, über zu den gedruckten Buchstaben. Da nehmen wir wiederum zuerst natürlich die lateinischen und dann die deutschen.
Wenn wir rationell in diesen Dingen vorgehen, dann werden wir es im ersten Schuljahr dahin bringen, daß das Kind immerhin in ein­facher Weise das oder jenes aufs Papier zu bringen vermag, was man ihm vorspricht, oder was es sich selbst vornimmt, aufs Papier zu brin­gen. Man bleibt beim Einfachen, und man wird es dahin bringen, daß das Kind auch Einfaches lesen kann. Man braucht ja durchaus nicht darauf bedacht zu sein, daß das Kind in diesem ersten Jahr irgend etwas Abgeschlossenes erreicht. Das wäre sogar ganz falsch. Es handelt sich vielmehr darum, das Kind in diesem ersten Jahr so weit zu bringen, daß es gegenüber dem Gedruckten nicht gewissermaßen wie vor etwas ihm ganz Unbekannten steht, und daß es die Möglichkeit aus sich her-ausbringt, irgend etwas in einfacher Weise niederzuschreiben. – Das wäre, wenn ich so sagen darf, das Ideal für den Unterricht im Sprach­lichen und im Schreiben.

Het zou het meest natuurlijk zijn om van de getekende vormen een geleidelijke overgang te maken naar het Latijnse schrift. Als we in de gelegeneheid zijn om het Latijnse schrift eerst te behandelen, moeten we dat zeer zeker doen, want dan zullen we het Duitse schrift kunnen afleiden van het Latijnse. En nadat het kind heeft geleerd om eenvoudige lettervormen – in woorden tot leven gekomen – te schrijven en te lezen, gaan we over tot de gedrukte letter. En dan nemen we natuurlijk eerst weer de Latijnse en dan de Duitse letter.
Gaan we hierbij rationeel te werk, dan zullen we in het eerste schooljaar zo ver komen dat het kind in ieder geval op eenvoudige wijze het een of ander op papier kan zetten wat men voorspreekt of wat het zelf wil opschrijven. Men houdt het eenvoudig en men zal zo ver komen dat het kind ook eenvoudige dingen kan lezen. Men hoeft er dat eerste jaar toch echt niet naar te streven dat het kind iets afrondt. Dat zou zelfs heel verkeerd zijn. Het gaat er veeleer om dat het kind dit eerste jaar zo ver komt dat het de gedrukte taal niet als iets volstrekt onbekends beschouwt en dat het zelf in staat is om iets op eenvoudige wijze op te schrijven. Dat zou, als ik dat zo mag zeggen, het ideaal zijn voor de lessen in taal en schrijven.
GA 295/155
vertaald/144

Ik trek de conclusie dat de drukletter idealiter wèl, maar door tijdgebrek niet afgeleid wordt van een beeld en als zodanig niet schrijvend wordt geoefend.

Dat betekent dat het blokschrift – de drukletter – niet gebruikt zou hoeven te worden als geschreven letter.

Dat is in de praktijk van het lesgeven anders – in het verleden en tegenwoordig. 

De vraag blijft dus: waarom leer je de kinderen in klas 1 of 2 het blokschrift aan?

.
Wel of geen blokletter? [schrijven 3-2]   [3-3]

 

Rudolf Steiner over schrijven en lezen: alle artikelen

Rudolf Steiner over…..: alle artikelen

schrijven/lezen: alle artikelen

 

VRIJESCHOOL in beeld: letterbeelden

.

1090

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.