VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over de 1e klas (1)

1e klas: alle artikelen

het eerste schooluur

U heeft dus voor u een klas met verschillend geaarde kinderen. Het eerste zal zijn dat u de kinderen vertelt waarom ze eigenlijk op school zijn. Het is van het grootste belang dat u een gesprekje heeft met de kinderen dat bijvoorbeeld als volgt kan verlopen: Nu zijn jullie dan op school en ik zal jullie zeggen waarom jullie hier zijn. – Nu moet deze daad van ‘naar-school-gaan’ meteen tot bewustzijn worden ge­bracht. -Jullie zijn op school om er iets te leren. Je zult je nog wel niet kunnen voorstellen wat je allemaal zult leren, maar je zult heel veel verschillende dingen op school moeten leren. Waarom moeten jullie veel leren? Nu, jullie kennen de volwassenen toch, de grote mensen, en jullie zullen wel eens gezien hebben dat ze dingen kunnen die jullie niet kunnen. En nu zijn jullie hier op school om later ook te kunnen wat de grote mensen kunnen. Later zullen jullie dingen kunnen die jullie nu nog niet kunnen.

Het is belangrijk dat men over deze voor­stellingen met de kinderen spreekt.

Geen enkele les verloopt vloeiend wanneer er geen sprake is van een zekere piëteit ten opzichte van de oudere generatie. Hoezeer dit ook een gevoel, een gewaarwording moet blijven, toch moet het met alle middelen bij de kinderen gecultiveerd worden: het kind moet met eerbied, met respect zien wat de oudere generaties al hebben bereikt en wat het zelf ook, door naar school te gaan, zal bereiken. Van het begin af aan moet een kind met een zekere eerbied leren kijken naar de cultuur van de omgeving zodat het werkelijk in oudere mensen als het ware hogere wezens ziet. Zonder het opwekken van dit gevoel komt men geen stap verder in het onderwijs en in de opvoeding. Maar men komt ook geen stap verder wanneer men niet ook bewust maakt wat er nog moet groeien. Daarom bespreekt men met de kin­deren het volgende – zonder zich nu af te vragen of dit misschien het begrip van de kinderen te boven gaat. Het doet er namelijk niet toe of men een kind dingen vertelt die het later pas zal begrijpen.

Het gaat er dus niet om dat een kind zich dadelijk overal een oor­deel over vormt, maar dat het tussen het zevende en vijftiende jaar leert uit liefde, uit eerbied voor de autoriteit van de leraar. Dat ge­sprekje waar we het over hadden, dat kan natuurlijk nog op verschil­lende manieren worden uitgebreid, maar probeert u het bijvoorbeeld zo voort te zetten: Kijk, de volwassenen hebben boeken en ze kunnen lezen. Jij kunt nog niet lezen maar je zult het leren en als je het kunt, zul je ook boeken kunnen lezen en in die boeken zul je kunnen lezen wat de grote mensen weten uit die boeken. De grote mensen kunnen elkaar ook brieven schrijven, ze kunnen over alles iets opschrijven. Jij zult later ook brieven kunnen schrijven, wantje leert niet alleen le­zen, je leert ook schrijven. En behalve lezen en schrijven kunnen de grote mensen ook rekenen. Je weet nog helemaal niet wat rekenen is. Maar je moet kunnen rekenen in het leven, bijvoorbeeld als je eten wilt kopen, of kleren, of als je zelf kleren wilt maken. Zo’n gesprek moet men met de kinderen hebben en dan zeggen: ook rekenen zul je leren. Het is goed wanneer men de aandacht van de kinderen daarop richt en wanneer men er dan, misschien wel meteen de volgende dag, op terugkomt, zodat men ook dit herhaaldelijk met de kinderen be­spreekt. Het is dus belangrijk dat men zich ervan bewust wordt wat het kind op deze wijze doet.

Ik heb net uitgelegd dat het kind zich enerzijds bewust moet wor­den waarom het op school is en anderzijds een zekere eerbied, een zeker respect voor de volwassenen moet krijgen. Heeft men dit vol­doende behandeld, dan is het belangrijk over te stappen op het vol­gende en bijvoorbeeld te zeggen: Kijk eens naar je zelf. Je hebt twee handen, een linker- en een rechterhand. Je hebt je handen om te werken. Met je handen kun je allerlei dingen maken. Men probeert dus ook tot bewustzijn te brengen dat de mens ledematen heeft. Het kind moet niet alleen weten dat het handen heeft, het moet zich er ook van bewust zijn. Natuurlijk zegt u nu iets als: het is er zich toch van bewust dat het handen heeft. Maar het is een groot verschil of het weet dat het handen heeft om te werken of dat deze gedachte nooit door hem heen is gegaan. Heeft men een tijdje met de kinderen ge­sproken over de handen en over het werken met de handen, dan kan men er toe overgaan het kind iets met de handen te laten doen. Dat kan soms al in de eerste les gebeuren. Men kan zeggen: nu maak ik dit

GS 294 blz. 54

 

Gebruik je hand en maak het ook eens! Men kan de kinderen nu hetzelfde laten doen, als het kan langzaam, en het zal ook wel langzaam gaan als men de kinderen één voor één naar voren laat komen, ze dit op het bord laat tekenen en ze dan weer naar hun plaats laat gaan. Het is van het grootste belang dat het onderwijs daarbij goed verteerd wordt. Daarna kan men zeggen: nu maak ik dit (zie tekening rechts). En jullie maken het ook met je handen. Nu doet ieder kind dit ook. Als dit achter de rug is zegt men: Dit is een rechte lijn en dat is een kromme. Jullie hebben dus net met je handen een rechte en een kromme lijn gemaakt. De kinderen die onhandig zijn, helpt men, maar men moet er op toezien dat ieder kind het van het begin af aan meteen redelijk goed doet.

Zorgt u ervoor dat u de kinderen van het begin af aan meteen iets laat doen en dat dat de volgende lessen herhaaldelijk terugkomt. Men laat in de volgende les dus een rechte lijn maken en vervolgens een kromme. En let u nu op een fijne nuance. Het is namelijk eerst niet zo belangrijk dat u de kinderen vanuit hun geheugen een rechte en een kromme lijn laat maken, nee, u maakt ook de volgende keer de rechte lijn op het bord en u laat de kinderen het nadoen. Met de kromme lijn net zo. Maar dan vraagt u een leerling: wat is dat? — Een rechte lijn! – Enjij, wat is dat? – Een kromme lijn! – U dient namelijk het principe van de herhaling te gebruiken door de kinderen de teke­ning na te laten maken en – terwijl u zelf niets zegt – ze zelf te laten aangeven wat ze gemaakt hebben. Het is belangrijk van dit fijne ver­schil gebruik te maken. U moet er toch in alle opzichten waarde aan hechten om ten opzichte van de kinderen uit gewoonte het goede te doen, om de lesprincipes in uw gewoonteleven te verankeren.
GA 294 voordracht 4
vertaald

1e klas: alle artikelen

 

Advertenties

11 Reacties op “VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over de 1e klas (1)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – 1e klas – 1e schooldag | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – 1e klas – ‘bewegend deel’ | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: VRIJESCHOOL 1e klas – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  5. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over schrijven en lezen (3) | VRIJESCHOOL

  6. Pingback: VRIJESCHOOL – actueel: Rudolf Steiner over de 1e klas | VRIJESCHOOL

  7. Pingback: VRIJESCHOOL – 1e klas – eerste schooldag (2) | VRIJESCHOOL

  8. Pingback: VRIJESCHOOL – 1e klas – de eerste schooldag (3) | VRIJESCHOOL

  9. Pingback: VRIJESCHOOL – 1e klas – schrijven en lezen (3-3) | VRIJESCHOOL

  10. Pingback: VRIJESCHOOL – 6e klas – meetkunde (2-3/1) | VRIJESCHOOL

  11. Pingback: VRIJESCHOOL – Handenarbeid lagere klassen – boetseren | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s