Tagarchief: schrijven van rechts naar links

VRIJESCHOOL – Leerproblemen (1-3)

.

omgekeerde oriëntatie

Na een lezing over rekenzwakte werd ik* aangesproken door de klassenleerkracht van onze 5e klas met het verzoek naar een van zijn leerlingen te kijken die veel van de problemen vertoonde, die ik de revue had laten passeren.

Zo leerde ik Christof kennen, een stille, teruggetrokken jongen die links is.
Ik onderzocht eerst of hij kleuren en vormen wist te onderscheiden, vormen na te tekenen c.q. achteraf neer te leggen, begrippen ‘boven’ en ‘beneden’ te vinden. Dat deed hij probleemloos.
Maar bij het nadoen van bewegingen ontstonden de eerste problemen in de opeenvolging en bij de richting waarin. Vooruittellen ging zonder moeilijkheden, terugtellen was niet mogelijk, ook de rijen van de tafels van vermenigvuldiging werden heel onzeker opgezegd.
Toen nam ik contact op met de ouders en kreeg ik te horen dat Christof niet kon klokkijken en dat hij de weekdagen en de maanden niet in de juiste volgorde kon opzeggen. De ouders begrepen de problemen van hun kind niet; totdat hij naar school ging, was hij een vrolijke, onopvallende jongen geweest. Moeder vertelde dat hij graag naar de kleuterklas ging, maar vanaf het begin was hij alleen maar in tranen naar school gegaan, klaagde over buik- en hoofdpijn; weliswaar was dat alles beter geworden, maar Christof ging nog steeds niet graag naar school.
Toen we het volgende uur weer aan het werk gingen, wilde ik te weten komen of Christof de getallen kon opschrijven die ik hem dicteerde en nu kwam zijn grote probleem aan het licht: hij schreef de cijfers van rechtsbeneden naar linksboven, de plaatsing van de tientallen en eenheden kon hij niet toepassen.
Nu liet ik hem simpelweg een paar rechte lijnen trekken en observeerde hem daarbij; horizontale lijnen trok hij van rechts naar links, verticale van onder naar boven.
Christofs moeder bevestigde mijn waarneming. Mijn diagnose was: [Duits: sinistrade Direktionalität – gegenläufiger Richtingssinn)**, d.w.z. een mens die dat heeft schrijft of maakt de rijen niet zoals in onze cultuur te doen gebruikelijk van links naar rechts en van boven naar beneden, maar in de tegenovergestelde richting en daardoor doet hij het steeds anders dan onze cultuurtechniek.

Ik moest iets zien te vinden dat in ons leven een belangrijke rol speelt en waarmee je fundamenteel je richting kan bepalen. Dat is de zon.

’s Ochtends vroeg gingen Christof en ik naar buiten om te kijken waar de zon stond. Dit ‘punt van zonsopkomst’ namen we mee naar de therapieklas en tekenden het daar overeenkomstig de richting op de grond. Christof had geen idee hoe de zon nu tot aan het punt van ondergaan verder zou draaien. Mijn opdracht aan hem was om samen met zijn ouders te kijken hoe de zon van het ene naar het andere punt gaat en dat te tekenen. Na een paar dagen kon Christof de loop van de zon met een armbeweing namaken en tekenen, beginnend bij ons beginpunt op de grond. Dat de zon een cirkel beschrijft, was voor hem vanzelfsprekend. Op de cirkel tekenden we vervolgens het punt van het middaguur en van middernacht. Nu had hij een mogelijkheid gevonden zich te oriënteren. Toen legden we een horloge zodang op de cirkel dat de twaalf precies onder het middaguur kwam te liggen; nu keken we naar hoe de wijzers liepen – die gingen net als de zon. Nu was het maar een klein stapje om op het horloge de tijd te leren lezen.
De loop van de zon is echter – wanneer je naar het zuiden kijkt – ook de richting van het schrijven en de richting voor een lijn: alles gaat van links naar rechts.
Ik schreef bij Christof cijfers op zijn rug. Aanvankelijk herkende hij ze slecht; nu schrijft hij ze tamelijk zeker op het bord. Verder legde ik ook cijfers op de grond met loodveters. Eerst liep hij deze met geopende ogen, later met de ogen dicht. Voor veel problemen zorgde de 6 (die wordt bijna steeds de omgekerde vorm naar rechts.
We hebben veel bewegingsspelletjes gedaan die steeds iets met richting van doen hadden. Ook hebben we geteld, eerst maar met de eenheden tot 20 en terug. Toen dat ‘zat’, zijn we tot 100 gaan tellen. Tegelijkertijd heb ik Christof de plaatswaarde uitgelegd. Om af te wisselen deden we dan alle even, daarna de oneven getallen; weer later de tienen en honderden, met vier passen (1,2,3,vier), met 6 passen -of met drie of vier stappen, daarbij klappend en met huppen.
Nu begonnen we ook getallen uit 2 cijfers te schrijven. Om ervoor te zorgen dat het dictaat meteen succesvol was, schreef ik in zijn linkerhand een T, in de rechter een E, zodat hij als hij z’n handen opendeed de juiste plaats van cijferplaatsing voor getallen met twee cijfers kon zien. Nu kan hij vrij zeker de getallen schrijven, ook die boven de 1000.
Omdat ik van zijn rekenproblemen wist, moest ik ook hier op een idee komen. We zijn eerst het begin en het einde van de tafel gaan leren: 1  x  2  =  2; en 10  x  2  =  20; dan het ‘koningsgetal’, d.w.z. het midden van de tafel: 5  x  2  =  10. Nu hadden we een mogelijkeid die rij vanaf het begin naar het midden en van het midden naar boven of naar beneden, van het einde naar het midden op te bouwen en waren niet gebonden aan een strikte volgorde.

Eerst werkte ik met Christof een kwartaal, 3 weken iedere dag 45 minuten, daarna tweemaal per week 45 minuten. Christof leerde in deze tijd ook hoe je schriftelijk optelt, aftrekt en vermenigvuldigt. Na de vakantie begon ik met schriftelijk delen waarbij ik vreesde dat het voor hem door de voortdurende richtingswisseling tot problemen zou leiden. En deze angst bleek terecht vooral wat het schriftelijk delen betreft.
Lang kon Christof niet inzien dat hij bij het delen in wezen werkt met dezelfde tafels als bij het vermenigvuldigen. Dat betekent dat hij de rijen als deelrijen opnieuw eigen moest maken. Net als bij het vermenigvuldigen, bijv. 2 :  2  =  1; 20  :  2  =  10; 10  :  2  =  5 enz). Om hem de voortgang van het rekenen uit te leggen, werkte ik met rekenstaafjes. Toen de deelrijen ‘zaten’, konden we ook met ‘rest’ werken (11 : 2  =  5 rest 1.
Omdat Christof inmiddels de plaatswaarden goed kende, ging ik ertoe over met hem opgaven als 2 :  2  =  1; 20  :  2 = 10;  200  :  2  =  100; 2000  :  2  =  1000 enz. uit te reknen om hem een basis te geven voor het schriftelijk delen en bouwde mijn eerste opgave als volgt op:

Deze manier begreep Christof en tegelijkertijd werd de richting van de bewerking aangegeven.

Toen liet ik hem ook de snellere manier zien. Voor de zekerheid kwam er aan het begin een rood sterretje te staan en we gebruikten pijlen voor de richting; ten slotte zag het er zo uit:

Met dit schema lukten dan ook opgaven als 25790 : 2, waarbij ook telkens een rest blijft in de tussenopgaven – de som komt wel ‘uit’.

Wat het begrijpen van het rekenen betreft, heeft Christof inmiddels zijn klas ingehaald, d.w.z. hij begrijpt de rekenbewerkingen, maar heeft nog wel problemen wanneer hij verschillende rekenoperaties tegelijkertijd uit moet voeren (bij klassenwerk, rekenperioden enz.) Daar komt bij dat hij aan de ene kant veel meer tijd nodig heeft dan de klasgenootjes en aan de andere kant maakt de enorme concentratie die alle opdrachten vragen, hem snel moe. Vandaar dat hij nog lang mijn hulp nodig heeft om zijn kennis te verstevigen.
De ‘richting naar links’ (sinistrade Direktionalität) heeft ook invloed op het foutloos kunnen schrijven van Christof.
Ik heb hem nu sinds maart met twee andere leerlingen in een leesgroepje dat ook foutloos moet leren schrijven. Hier wordt mijn vermoeden bevestigd: bij de drukletters [1] en zelfs bij een paar letters uit het schrijfschrift is hij onzeker over de schrijfrichting, zodat ik hem letters met pijltjes heb gegeven om na te schrijven. Ook heb ik dat gedaan aan de rand van de schrijfbladzij:

Omdat hij zich vaak met de volgorde van de letters binnen een woord vergist, heeft hij natuurlijk ook leesproblemen.
Ik speel met deze groep ‘klanken stuiten’. Het lijkt op ‘koffer pakken’, alleen dat we klanken tot woorden maken: ik gooi de bal en zeg de klank ‘r’, het eerste kind stuit de bal naar mij terug en herhaalt ‘r’, het tweede kind krijgt de klank ‘a’ en stuit ‘ra’ terug, totdat bijv. het woorde ‘raken’ verklankt is en op het bord wordt geschreven. Dat spel helpt Christof goed.
Om hem bij het vastleggen van richtingen te helpen, heb ik met hem ‘richtingspakjes’ getekend:

Bij het spelen van spelletjes om foutloos te schrijven die we in de kring met de bal spelen (de bal gaat door de kring met de zon mee, van het ene kind naar het andere) en bij de eindklank van het ene woord is de beginklank van het andere:(appel, lantaarn, neus enz. of woordkettingen uit samengestelde woorden: huisdeur, deurknop, knopspeld, enz. kan Christof plotseling midden in het spel radeloos stoppen, omdat hij of de richting van de bal verloren heeft of het begin van het woord verwisselt met het eind. [2] Ook op dit gebied is hij steeds op de liefdevolle hulp en begrip van zijn klasgenootjes aangezen.
Ik denk dat al deze voorbeelden laten zien wat voor diepe verstoringen de tegenovergesteld gaande zin voor richting bij het leren van cultuurtechnieken en in het leven van alle dag oproepen. Maar daarvoor hoeven we niet te zwichten.

.

* Edeltraud Feller, Erziehungskunst jrg.59, 7-8/1995
**is daar een Nederlandse term voor?

PHAW: Ik ben wel verbaasd over het feit dat pas in de 5e klas wordt ontdekt dat deze jongen de dagen van de week en de maanden van het jaar niet kan opzeggen. Ook vind ik het onvoorstelbaar dat de klassenleerkracht al deze symptomen niet veel eerder heeft geconstateerd. Dat had al in de 1e klas kunnen en moeten gebeuren: wat de therapeut hier bijv. doet met een loodveter, kun je in een eerste klas doen met een dik springtouw. Je ziet dan meteen al hoe bij een kind het gevoel voor richting is.
Vormen op de rug schrijven doe je al bij het vaststellen of een kleuter schoolrijp is.
[1] Het is – niet alleen m.i. – geen goede methode om de drukletters te leren schrijven; uiteraard moeten ze wel worden geleerd om te lezen. Juist een kind als hierboven beschreven wordt ‘gepijnigd’ een schrijfstijl te leren (in klas 1) die hij het andere jaar weer als vorm van schrijven moet afleren, dan komt immers het vloeiend aan elkaar schrijven.
.

[3-21e klas – schrijven
Rosemarie Jänchen over: waarom geen drukletters schrijven

[3-3] Begeleidingsdienst van vrijescholen; Luc Cielen; Pieter Witvliet over blokletters schrijven? Geen blokletters schrijven.

.

Rekenen: alle artikelen

leerproblemen: alle artikelen

Remedial teaching

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties