Tagarchief: adventskrans

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Advent (10)

.

DE ADVENTSVIERING EN SINT-NICOLAAS

De eerste adventzondag is dit jaar* op 28 november. Het begin van de adventtijd.
Wat is dat nu eigenlijk die advent. Sommige mensen weten wel wat kerstfeest is, maar vinden advent maar een vaag begrip. Toch is het haast ondenkbaar om kerstfeest te vieren zonder die advent. 

Advent betekent: verwachting. We wachten op het Kerstkind en bereiden ons voor op zijn komst. Die vier adventsweken zijn eigenlijk één groot feest. We leven allen in de ‘blijde verwachting’ van het Kerstkind dat ons het licht zal brengen.

Voor de kleuters begint de adventtijd op maandagmorgen met de adventstuin. Dat is een grote spiraal van dennengroen op de grond gelegd met in het midden van die spiraal één grote brandende kaars, het grote licht. De kinderen lopen nu om de beurt de spiraal binnen met hun zelfgemaakte kaarsje in de hand, begeleid door een gezongen of gesproken spreuk en muziek. Het is alsof ze hun weg zoeken over de paden van een groot donker bos, maar als ze in het midden hun kaarsje aan het grote licht hebben mogen aansteken, is de weg terug gemakkelijker verlicht door hun eigen lichtje. Je wordt er als volwassene werkelijk heel stil van als je de kinderen door dat ‘donkere bos’ ziet lopen met in hun ogen de weerspiegeling van hun eigen lichtje en een grote blijdschap.
Het geeft je ook vertrouwen in de toekomst. Zolang het grote licht er is, zullen ze niet verdwalen.
Na de adventstuin wordt in de klas de eerste kaars van de adventskrans aangestoken. Dit is een krans van dennengroen met vier kaarsen erop. De eerste week brandt er één, de tweede week twee, enz. tot vlak voor het kerstfeest alle vier de kaarsen branden. Het licht wordt dus steeds groter, totdat het kerstkind komt en het grote licht op aarde brengt.
Ook wordt het eerste luikje van de adventskalender geopend, zoals dat van nu af aan elke dag zal gebeuren. Steeds zal er een voorstelling zijn die verwijst naar het kerstgebeuren. Een mooie ster, een engel of een hollend boertje dat nog op tijd in Bethlehem wil zijn.
U ziet, alles in deze tijd richt zich op het komend feest.
Zo is in de kleuterklas de kaboutertafel (in de andere klassen de seizoenstafel) veranderd in een adventstafel, waarop de eerste week alleen stenen liggen. Iedere adventsweek staat nl. in het teken van een der vier rijken van de natuur.
De eerste week is dit het mineralenrijk, de tweede week het plantenrijk, de derde week het dierenrijk en de vierde en laatste de mens. Zodat op het laatst de hele wereld wacht op het Kerstkind.

We leven op school dus in de adventtijd echt in afwachting van het Kerstkind. Het zou voor uw kind natuurlijk heerlijk zijn om thuis ook te kunnen leven in deze sfeer van verwachting.
En als u het probeert, zult u zien dat het heus niet zo moeilijk is als u misschien denkt om bv. een adventskrans te maken. (zie advent alle artikelen)
Ook het maken van een adventkalender of een klein adventstafeltje valt best mee en u zult zien dat u het zelf net zo fijn vindt als uw kind(eren)

Wat doen we nu met St.-Nicolaas, zult u misschien denken. Is dat nou geen rustverstoorder in deze toch stille, afwachtende tijd? Nee, dat is hij niet. In tegendeel: hij hoort er juist bij. Hij is de voorbereider aan het kerstfeest. Als hij met zijn schimmel over de daken rijdt, vraagt hij ons om onze aandacht naar boven te richten, naar een andere wereld, de wereld van de geest. Dit is ook de wereld waar het kind nog grotendeels in leeft. Zo helpt de Sint ons met zijn geschenken om het ‘hemelrijk’ in te gaan. Juist in de tijd dat we leven in afwachting van het Kerstkind.
.

(Andrea, * nadere gegevens onbekend)

.

Adventalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldadvent spiralen e.d.    jaartafel

.

355-334

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Advent (5)

.

ADVENTSKRANS

Kleine adventskrans voor op tafel of bij een kinderbed

Uit triplex een ring zagen: doorsnee cirkel 24 cm, breedte ring 3 cm. In 4 blokjes komt voor de kaarsen een gat* bovenin, de blokjes op de ring lijmen en eventueel van onderaf met een spijkertje vastzetten. Dennengroen met dun ijzerdraad of rood lint vastbinden.

*om brandgevaar te verminderen – het staat ook mooi! in het gat een stukje koperbuis dat iets boven het blokje uitsteekt. (phaw)

Hangende adventkrans
De hoepel van deze adventkrans is van dik ijzerdraad gemaakt, dat enige malen rond gelegd is, en daarna met dunner IJzerdraad omwonden wordt. Tijdens het omwinden 4 kaarsenhou­ders (uit ijzerdraad gevormd of kant en klaar in de winkel gekocht) stevig vastzetten.
Sparrengroen met dun ijzerdraad of lint vastbinden, de krans aan vier lin­ten ophangen.
Bewaar het geraamte voor volgend jaar!

(Jonas 6, 21 – 11- 1975)

 

adventskrans – grotere uitvoering
Je kunt jezelf ( en de helpende ouders!) veel ongemak ( en onvrede) besparen, wanneer je een ‘eeuwigdurende’ adventskrans maakt. Van ijzerdraad maken – zie boven – vind ik niet zo’n goed idee, omdat de krans nooit echt mooi rond te krijgen is; bovendien is het heel moeilijk de kaarsenhoudertjes precies rechtop te laten staan, wat wel zo mooi is en geen gedrup van kaarsvet geeft.

De slimste oplossing die ik ken is een fietswiel zonder spaken. Je hebt ze in verschillende maten en er is allicht wel gratis aan te komen.
De gaatjes van de spaken maken het mogelijk dat je de krans helemaal (waterpas) recht kan laten hangen. Aan de uiteinden van de 2 even lange linten bevestig je haakjes die in de spaakgaatjes passen.

Wanneer je nu 4 blokjes maakt die je aan één kant even rond zaagt als de curve van het wiel, kun je deze met een schroefje door het spaakgat goed vastzetten. Neem het blokje zo groot dat het gat voor de kaars er goed in kan en zet hierin een stukje koperbuis dat er even bovenuit steekt, zodat de brandende kaars nooit bij het blokje kan komen. Wanneer het groen goed om het wiel wordt gewonden, zie je van het ijzeren wiel niets meer.

aansteekstok met dover
Het aansteken van de kaarsen moet een ‘plechtig’ ogenblik zijn. Ik weet niet anders of de kinderen zitten vol aandacht te kijken hoe in de donkere zaal de kaars(en) meer licht brengen.
Het aansteken met lucifers verstoort meestal het beeld. Wanneer je 4 kaarsen moet aansteken, lukt dat met een kleinere lucifer niet, dus moet er nog eens worden aangeschrapt. Vaak gaat het vlammetje ook weer uit, wat meestal tot een zekere hilariteit leidt. Voor dit aandachtsmoment niet zo gunstig.

Neem een rondhout van ongeveer 1 m of iets korter. (doorsnede 12 mm. Zaag met de gatenzaag een rondje van ongeveer 6 cm uit wat dikker triplex. Rasp het middengat iets uit, zodat het rondhout er nauwsluitend inpast, lijm het extra vast op 2 cm van de bovenkant van het rondhout. Maak een koperen buisje (12 mm) en bevestig dit over deze 2 cm heen (lijm) zodat het op het ronde stukje triplex rust. Het kan een cm. of 6 à 7 lang zijn. Neem een kaarsje dat er goed stevig in bevestigd kan worden – meestal door het iets te slijpen. Wind om het stokje een blauw lint, een beetje diagonaal van boven naar onder en bevestig bovenaan, niet zo hoog als het kaarsje, een takje dennengroen.

Hiermee kunnen ook kinderen de kaarsen in de grote krans aansteken – als leerkracht hoef je alleen maar het stokje een beetje te ondersteunen, zodat de vlam het groen niet raak, om de kaars te doen ontsteken.

ZORG DAT JE VAN TE VOREN HET LONTJE VAN DE KAARS GOED RECHTOP HEBT GEZET – niet van te voren aansteken, dat is lelijk.

Met zo ’n stokje voorkom je dat het aansteken op allerlei minder fraaie en heel vaak ingewikkelder manieren moet gebeuren die het beeld niet ten goede komen.

Het doven van de kaarsen vraagt m.i. ook om een mooi gebaar. Dat vind ik het uitblazen ‘van afstand’ allerminst. Nog minder het ‘uitknijpen’.

Met bovengenoemd stokje is het mooier te doen: bevestig onderaan een dovertje.

Met een kleinere uitvoering kan de engel uit het kerstspel bv. de kerstboomkaarsen op het toneel aansteken en na het spel weer één voor één doven.

Wanneer het gewoonte is dat een kind van iedere klas het licht van de grote krans mee mag nemen naar de krans in de klas, bewijst zo’n aansteekstok zijn waarde.
Wanneer je het stokje in een hoek neerzet, breekt meestal het kaarsje. Je kunt het dus het beste ergens voorzichtig neerleggen.

 

(phaw)

 

adventskalender
Het geheel uit stevig goudkarton knip­pen. De zijflappen naar achteren bui­gen. Achter het middenstuk wit tran­sparant papier plakken, de deuren en luikjes — in totaal 28 — daarna voor­zichtig opensnijden. Op het witte tran­sparantpapier achter elk luikje van ge­kleurd zijdevloei of vliegerpapier klei­ne voorstellingen plakken, bijvoor­beeld engeltjes, sterren, sneeuwkristal­len enz. Achter het grote luik in het midden: Maria en Jozef. Als er een kaars achter de kalender staat wordt alles doorlicht.
Het is ook mogelijk be­staande of zelf getekende plaatjes ach­ter de luikjes te plakken. Omdat Kerstmis niet altijd op dezelf­de dag valt, varieert de adventstijd in lengte, zodat af en toe met een luikje ‘gesmokkeld’ moet worden.
advent 2

adventskalender

tekeningetjes voor achter de luikjes

(Jonas 6, 21 – 11- 1975)

 

ADVENTSKALENDER
Vooral voor kleine kinderen kunnen we hiermee de tijd zichtbaar maken, de adventstijd krijgt een tastbare gestalte: nog zoveel trapjes en het is kerstfeest!

Hieronder twee voorbeelden van een kalender.

– Uit een groot vel tekenkarton onderaan een grote poort snijden. Om de deur te kunnen sluiten, op een ervan een reepje met een lipje eraan, op de ander een reepje, aan de uiteinden vastgeplakt, zodat het lipje van de andere deur er­door getrokken kan worden. Achter de deuropening een klein vel te­kennapier plakken, waarop het kerstge­beuren getekend of geschilderd staat (of een transparant ervan!) Boven de poort 28 gleufjes maken of zoveel als er dagen komen tot het kerstfeest is. Een kerstster knippen uit tekenkarton of goudpapier, aan de achterkant een reepje om de ster mee in de gleufjes te steken. Elke dag komt de ster nu een stukje dichter bij de stal. De hele voorkant van de kalender wordt beschilderd met stal of grot, hemel en sterren.

kerst adventskalender

Een andere manier:
Uit een stevig vel karton voorzichtig 28 luikjes opensnijden en openvouwen, zodat ze ook weer dicht kunnen. Een groot luik in het midden maken. Achter het vel karton een vel mooi dun papier plakken van dezelfde grootte. Nu wordt achter elk luikje wat geplakt of getekend:  een ster, een bloemetje, een ijskristal, elke dag wat anders. Als het kerstfeest is, zijn alle kleine luikjes open en gaat de grote open:  daar is het hele kerstgebeuren op te zien.

Hetzelfde idee is ook om 28 lucifersdoosjes op elkaar te plakken, of aan een koord, waarvan er elke dag eentje open mag. Daar komt dan steeds een kleine verrassing uit :  een mooi steentje, een schelp, een knikker, een bolletje bijenwas,  een sterretje, een gedroogd bloemetje enz.

(Bep Kroeze, nadere gegevens onbekend)

 

adventsstok
De engeltjes worden gemaakt van lontwol of kamband (gekaarde strengen schapenwol), goudkleurige raffia en goudfolie.
Voor het lijfje een stukje kamband van ca. 20 cm in het midden afbinden met raffia; dubbelklappen en voor de armen een plukje van ca. 9 cm aan de uiteinden afbinden en tussen de twee lagen van het lijfje leggen. Op ca. 2 cm van bovenaf de hals afbinden.
Vleugeltjes uit goudfolie, vouw het dubbel, teken een vleugel tegen de vouw , zodat de vleugels in het midden met elkaar verbonden zijn en knip het uit. De vleugels aan de rug vastbinden. Hang de engeltjes tegenover elkaar aan een stukje gebogen ijzerdraad. Tussen de engeltjes hangt een halve walnotendop met daarin het kindje, gemaakt van een plukje wol of een stukje bijenwas, in een wollen bedje.
De middenlat van ca. 60 cm lang, is blauw geverfd en heeft 28 gaatjes, schuin naar onder ingeboord. Op ca. 2cm van elkaar. Op ieder gaatje is een sterretje geschilderd. Een haakje van ijzerdraad van ca. 6 cm zorgt ervoor dat de engeltjes vrij van de lat hangen. In het midden van het gebogen stukje ijzerdraad, waaraan de engeltjes hangen, een lusje vastknopen, dat met lijm vastgezet wordt. Dit lusje ook met lijm aan het haakje vastzetten. Een ster van goudfolie, zo groot als de ster boven aan de lat met een paar tipjes lijm tussen de engeltjes bevestigen.

De adventsstok kun je boven het stalletje hangen. Iedere dag komt het kindje een sterretje dichterbij.

advent stok

Madeleine Wulff en Imke Abma, Jonas 7,28-11-1980

 

advent kalender engel

Godelieve van Gemen en Henriëtte Worst, Jonas 7, 1 dec.1978

advent jurk

Jonas 7, 3 de.1976

.

Adventalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldadvent spiralen e.d.    jaartafel

.

321-301

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.