Tagarchief: 4 elementen

VRIJESCHOOL – 7e klas – voedingsleer(6-4/3)

.

Evenals andere artikelen in de reeks ‘7e klas voedingsleer’ gaat dit niet direct over de periode. Er zal soms over ‘de elementen’ gesproken (moeten) worden.
Daarom zijn de artikelen daarover hier bij elkaar gehouden, al zouden ze ook elders geplaatst kunnen worden.

.

Joop van Dam, Weledaberichten nr. 168 voorjaar 1996
.

OVER DE lucht

.

De lucht die we in- en uitademen is deel van de grote luchtmantel die de aarde omvat. Deze luchtmantel is één samenhangend luchtorganisme: wat op één plaats gebeurt, heeft gevolgen voor het geheel. In het klein kun je dat bijvoorbeeld zien als de voordeur open gedaan wordt: dan kan het zolderraampje dichtklappen door de tocht. Warme en koude lucht ontmoeten elkaar en daardoor ontstaan luchtwervels. Deze luchtwervels (stromingen) bewegen zich van boven naar beneden en van beneden naar boven, en op grote hoogte worden ze door de zogenoemde straalstromen gepakt en over de aardbol van west naar oost vervoerd. Die bewegingen zien we op de weerkaart. Door het weer zijn wij ons bewust van het luchtorganisme.

Wat is karakteristiek voor de lucht? In de eerste plaats de hierboven beschreven beweging. Stenen liggen stil, water wordt (door de wind of de zwaartekracht) bewogen, maar de lucht beweegt uit zichzelf. Daarnaast zien we hoe de lucht zich uitbreidt van de aarde weg, gevolgd door een samentrekkende beweging, weer naar de aarde toe. Het is een ademende beweging. Daarom wordt de lucht om de aarde heen ook atmo-sfeer genoemd: de adem-sfeer. Hoge en lage druk, spanning en ontspanning treden op.

Deze eigenschappen van de lucht zijn ook karakteristiek voor alle wezens die een binnenwereld – een ziel – hebben. Dieren en mensen bewegen, wat planten en stenen niet doen. En ze kennen het optreden van spanning en ontspanning, zowel in de ziel als in het lichaam. Inademen geeft kracht en spanning aan de spieren, uitademen ontspant. In sympathie ademen we uit naar de wereld, bij antipathie trekken we ons in onszelf terug. Bij schrik ademen we snel in en als alles ten slotte meevalt, slaken we een zucht van verlichting. Overal waar de ziel in stress raakt, treedt een grotere spanning op: bijvoorbeeld een hoge bloeddruk, kramp van de luchtpijp of van de darmen. Bij echte ontspanning van de ziel ontkrampt ook het lichaam.

De lucht buiten is zo onberekenbaar als het weer, je hebt er geen invloed op. Het woord ‘gas’ voor de luchtvormige toestand van stoffen, komt van het Griekse woord chaos: iets waar nog geen vorm in is geschapen. De lucht binnen is wel te beïnvloeden. De mens kan zijn innerlijke weer regelen. Je kunt af en toe met een hartig woord je gemoed ‘luchten’. Ook is het mogelijk voor korte momenten wat windstilte in de ziel te scheppen, of er aan te werken dat door nieuwe ideeën een frisse wind door je dagelijkse bezigheden waait. Zo’n bewuste omgang met de lucht werkt gezond. 

.

aarde [6-4/1]  water [6-4/2]   warmte

7e klas voedingsleeralle artikelen

7e klasalle artikelen

Vrijeschool in beeld7e klas

.

2834-2660

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Leven en bewegen

.
Dr. med. Hartmut Fischer, orthopedisch chirurg, Weledaberichten nr.109, sept.1976
.

LEVEN EN BEWEGING

.

Horen deze begrippen bij elkaar? Beweegt zich, wat leeft, leeft wat zich beweegt? Kan leven de beweging, de beweging het leven beïnvloeden? Zowel in goede, als in kwade zin? Misschien therapeutisch werkend? Laten wij deze vragen nagaan aan de hand van de elementen.

Wat betreft vuur, licht en warmte: kunt u zich een van deze voorstellen zonder beweging, geheel in rust? Nee. En men kan dus ook zeggen: een bepaalde soort beweging is licht, is warmte, maar is dat ook leven?

De lucht, de wind: hoe sterker hun beweging, des te meer worden we ons ervan bewust. Volkomen rust is onvoorstelbaar. Ook hier dezelfde vraag: is dat leven? Het water: daarbij zien we bij voorkeur een levende bergbeek. Maar ook is er het meer, stil, zonder enige beweging op een warme zomeravond. Hoe verder we afdalen in het rijk der elementen, des te meer neemt de beweging af en worden tekenen van rust herkenbaar. Maar hoe staat het met het leven van water? Dan kunnen we denken aan de druppelproef, waarmee het leven van water zichtbaar gemaakt kan worden en ook hoe dit leven van het water op z’n weg door zuiveringsinstallaties, machines, buizen, keukens verstoord wordt. Maar dan het verbazingwekkende: het kan weer levend gemaakt worden en wel door ritmische beweging*.
Kijken wij nu naar de aarde, het mineraalrijk, dat het oudste natuurrijk is, dan stellen we voornamelijk rust vast. Maar er is beweging. Want kristallen ‘groeien’ evenals edelstenen en ertsen.

Enkelen van u zullen onder het lezen op de gedachte gekomen zijn dat er op de wereld helemaal geen rust is, slechts beweging. Men behoeft maar aan het allerkleinste te denken: de beweging van de moleculen en van de atomen. Daar is rust noch stilstand. En van dit allerkleinste kunnen we onze blik richten op het allergrootste: het firmament. Hoe lijken deze extremen op elkaar! Een ononderbroken harmonie!

We zijn de ladder van de vier elementen afgedaald en we gaan nu langs de ladder van de vier natuurrijken omhoog. Dan zien wij de beweging van de planten, het kiemen en groeien, het zich naar de zon draaien. Wij kunnen erover nadenken, hoe deze bewegingen met het leven samenhangen, hoe zij het leven mogelijk maken en er toch ook van afhangen.

Nu de beweging en het leven in het dierenrijk. De beweging van de dieren is anders dan die van de planten. Zeker er zijn bewegingen bij de dieren, die met die van de planten te vergelijken zijn. Maar laten we dit dan nauwkeurig nagaan. Wie huisdieren heeft, een hond bijv., weet direct, dat in de bewegingen van het dier stemmingen tot uitdrukking komen: gevoelens van angst, vreugde, honger, agressie, iedere diersoort heeft zijn eigen bewegingen. Een giraffe, tijger, muis of lijster, elk heeft de typische beweging van zijn groep en daar deze bewegingen uitdrukking zijn van de ziel, komt men tot de slotsom: wanneer er een speciale beweging is voor elke diersoort, dan zal er ook voor elke diersoort een specifiek zielenleven zijn. Rudolf Steiner spreekt van de groepsziel, die elke diersoort heeft.

Laten wij nu onze aandacht richten op de mens. Bij de plant vonden wij beweging, die bij het leven hoort en wij stelden vast, dat leven en beweging bij elkaar horen. Wij stelden dit ook bij de dieren vast, doch daarnaast de door de ziel bestuurde bewegingen, zoals die bij elke groep horen. Zowel de beweging van de planten als die van de dieren, vinden we ook bij de mens. Nu is echter in de mens de geest werkzaam, de individuele persoonlijkheid, het-ik. Logischerwijs zouden we ook het werken van dit ik in de beweging van de mens moeten vinden. En dat doen wij ook: wij horen immers aan de loop, wie er aankomt. Is niet alleen de mens in staat een schilderij te vervaardigen en wel in een geheel eigen stijl? Vele van dergelijke voorbeelden zijn er. Om in al die bewegingen een zekere rangorde te herkennen zou niet eenvoudig zijn. Eigenlijk werkt alles in elkaar, de hartslag, de adem, zelfs de darmbewegingen zijn afhankelijk van vreugde, angst, kortom, van de psychische gesteldheid. Mimiek, gebaren, bewegingen van de handen, zij worden alle gemeenschappelijk gestuurd. Zelfs het fysieke speelt daarin een rol. Zo valt bijv., wanneer een been beschadigd is, het hinken op.

Hiermee hebben wij tot dusver vier ‘wezensdelen’ van de mens herkend, die zich in onze bewegingen doen gelden:

1. het ik, als hoogste instantie, komt alleen bij de mens voor.

2. het bezielde, dat, tot op bepaalde hoogte ook bij de diergroepen behoort (wie zich hiermee reeds intensiever bezig heeft gehouden, kent de benamingen ‘gewaarwordingslichaam’ en ‘gewaarwordingsziel’ bij mens en dier)

3. het elementair – levende van het ‘levenskrachten-lichaam’, ook ether-lichaam’ genoemd zoals mens, dier en plant bezitten en

4. het fysieke, dat alle vier natuurrijken gemeen hebben.
Zie Algemene menskunde 

Zij maken de menselijke bewegingen mogelijk, bij de gezonde mens in een harmonisch samenspel. Ziekelijke veranderingen in de beweging geven de arts uitsluitsel over de aard van de daarachter staande storing van de aparte wezensdelen. Het waarnemen van een beweging wordt dan een belangrijk hulpmiddel bij de diagnose.

Nu doet zich de gedachte voor, dat het mogelijk zou moeten zijn, omgekeerd, door therapeutisch inwerken op de bewegingen, de storingen, die door ziekten zijn ontstaan, te behandelen. Men kan daarbij denken aan de weldadige werking van een wandeling na de maaltijd, de betekenis van sport en het moderne ‘trimmen’ als hygiëne bedoeld in de ruimste zin van het woord. Een verdere stap voert er nu toe, de meest volmaakte bewegingen, de ritmische en harmonische, als bijzonder heilzaam te beschouwen. Wij zagen dat het weer levend maken van water mogelijk is door ritmische bewegingen. Op dit beginsel berust ook het potentiëringsproces bij de vervaardiging van geneesmiddelen: een trapsgewijs opgevoerd ritmisch schudden of fijnwrijven van een geneeskrachtige stof in een hulpstof, waardoor werkingen worden bereikt, die bij de zieke mens steeds weer ervaren kunnen worden.

Zo zou voor het menselijk lichaam ritmische massage nodig zijn, zoals door Rudolf Steiner aangegeven en door de artsen dr. Ita Wegman en dr. Margarethe Hauschka verder ontwikkeld. De masseur werkt door ritmische bewegingen in op het gestoorde organisme. Hierbij kan worden vastgesteld, hoe een opvoeren van deze bewegingen tot in het volmaakte, kan leiden tot buitengewone resultaten.

Een verdere vorm van therapie, die eveneens door ritmische bewegingen genezend werkt is de heileuritmie. Ook deze werd door Rudolf Steiner voor de antroposofische geneeskunde aangegeven. In tegenstelling tot de ritmische massage is de patiënt hier zelf actief bezig, zij het geleid door de heileuritmist.

De heileuritmie, als bewegingstherapie, wordt toegepast bij ziekten van de inwendige organen, van het bewegingsapparaat, van ogen en oren, verder bij kinderen, die in hun ontwikkeling zijn achtergebleven, bij spraakgebreken, slapeloosheid, verder profylactisch en gedurende reconvalescentie. De heileuritmie is voor de daarmee vertrouwde artsen een wezenlijke verrijking van de therapeutische mogelijkheden. De heileuritmie wordt toegepast in scholen, die volgens de pedagogische aanwijzingen van Rudolf Steiner werken, in klinieken, ziekenhuizen en sanatoria, als aanvulling van de antroposofische geneeskunde.

In vele plaatsen werken heileuritmisten in samenwerking met artsen.

In verschillende landen zijn instituten, waar heileuritmisten worden opgeleid.

*Bewegungsformen des Wassers.
Nachweis feiner Qualitätsunterschiede mit Tropfenbildmethode
Verlag Freis Geistesleben Stuttgart 1967

.

Menskunde en pedagogie: alle artikelen – nr. 19 over bewegen

Ritme: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

2730-2559

.

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – 5e klas – aardrijkskunde

.

OPMAAT TOT EEN AARDRIJKSKUNDEPERIODE, klas V

Wanneer de kinderen in een aardrijkskundeperiode de aarde gaan ontdekken, denk je weer even terug aan de jaren die daarvoor liggen, waarin de heemkunde werd besproken, in de derde klas. In de vierde klas werd onder andere de verkenning van de oppervlakte van de aarde aan de orde gesteld. Ook hoe vanuit het jaarthema, het ontstaan van de aarde werd besproken. Dan komt de drang boven om dit ontstaan opnieuw als opmaat te nemen.

Ditmaal hebben we de vier elementen als uitgangspunt genomen. Aarde, water, lucht en vuur zijn vier realiteiten waar de kinderen ook in mee kunnen voelen. Wij bespraken, hoe de vier elementen als het ware als polen tegenover elkaar staan en hoe zij aan de andere kant in hun werking onverbrekelijk met elkaar zijn verbonden.

Aarde bestaat uit steen, klei, zand.
Water vinden we overal waar aarde is.
Lucht is in en om de aarde, zelfs in de levende natuur dringt het binnen.
Warmte is overal waar leven is en nieuw leven wil ontstaan.

Wij ontdekten met elkaar het gedrag van de elementen en zagen dat:
aarde zich om een vertikaal naar binnen spiraalt,
lucht om een vertikaal naar boven (buiten) spiraalt,
water zijn kortste weg naar beneden zoekt en in het horizontale vlak tot rust wil komen,
vuur omhoog stijgt en zich dan in het horizontale vlak uitbreidt.

Zo ontdekten we dat vanuit de beweging
aarde en lucht staan tegenover water en vuur,
en anderzijds vanuit het karakter
aarde en water staan tegenover lucht en vuur.

Zo staan dan naast eikaar:

Hieruit destilleren wij dan de vier hoofdklimaten:
zeeklimaat (koud- en nat)
subtropisch klimaat (nat en warm)
tropisch klimaat (warm en droog)
landklimaat (droog en koud).

Naar aanleiding van de vier elementen legden wij een verbinding met de mens, die op de aarde staat als centraal wezen, en ontdekten dat ook in de mens de vier elementen een rol spelen.
Hoewel niet bij name genoemd in de klas, kunnen wij ons gedragen als:
aarde in het melancholische
water in het flegmatische
lucht in het sanguinische
vuur in het cholerische

Duidelijk echter zij hierbij gezegd dat het “kanten” zijn in ons gedrag. Een ander uitgangspunt om de elementen te koppelen aan de temperamenten kan even goed dienstbaar zijn.

Tot slot wil ik nog vermelden, dat wij ons bezighielden met de vraag: “Als de vier elementen in en om ons werken, dan moet er toch in een volk een karakter leven dat verband houdt net de “geaardheid” van dat land.

Zo kwamen wij dan tenslotte op de behandeling van de grondsoorten in Nederland en haar naaste omgeving.
.

H. de Bie, nadere gegevens onbekend

.

aardrijkskunde 5e klas: alle artikelen

aardrijkskunde: alle artikelen

Rudolf Steiner: over aardrijkskunde

5e klas: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas

.

1638-1535

.

.

.