Tagarchief: 18-jaars ritme

VRIJESCHOOL – Ritme (3-22)

.

Johannes Knijpenga, Jonas jrg.10, nr.11
.

MAANKRACHTEN
.

Er zijn in het leven verschillende ritmen, die meer of minder belangrijk zijn voor het begrip van onze levensloop en de hantering daarvan. Een daarvan is dat van de perioden van ongeveer 18 jaar en 7 maanden en 10 dagen. Dat wil dus zeggen, als men dichter bij 19 dan bij 18 jaar is, met 37, 56 en bijna 75 jaar. Dat zijn de zogenaamde maanknopen

Een klein beetje astronomie is nodig om het belangrijke van deze levensperioden te zien. We kennen allen de baan van de zon langs de hemel. Deze loopt van oost naar west en ligt in de zomer hoger boven de horizon dan in de winter. De maan volgt voor de oppervlakkige waarneming dezelfde baan, maar dat klopt niet helemaal. De baan van de maan maakt met de zonnebaan een hoek van 5°. De beide banen staan dus scheef op elkaar.

De baan van de maan ligt voor de helft onder de zonnebaan en voor de helft erboven. Waar de beide banen elkaar snijden, spreken we van een maan-knoop. Als de maanbaan boven de zonnebaan uit gaat stijgen, noemen we dat een opstijgende knoop (∧), terwijl we van een afdalende knoop spreken (∨) als de maan lager gaat staan dan de zonnebaan. De zon en de maan kunnen elkaar op deze punten ontmoeten (bij volle maan) en dan treedt een zonsverduistering op, maar dat is voor ons thema niet van belang. Wel van belang is dat door de ingewikkelde bewegingen van de maan en het feit dat de zon haar baan in een jaar doorloopt, terwijl de maan dat in een maand doet (ruim 29 dagen) en dan bovendien 12 maanmaanden 12 dagen korter zijn dan een zonnejaar, deze maanknopen iedere maand verschuiven en wel ongeveer 20° per jaar. Dat betekent dat de maanknopen zich na 18 jaar, 7 maanden, 10 dagen weer op dezelfde plaats bevinden. Zoals alles bij de hemelverschijnselen is dit ook niet precies en kan iedere keer iets verschillen 1).

Ongeveer 18 2/3 jaar dus na onze geboorte doet zich bij de stand van zon en maan dezelfde situatie voor als bij de geboorte zelf en zo dus ook telkens 18 2/3 jaar later. Dat betekent dus niet dat dat samenvalt met de maanknopen in de kosmos. Ieder mens heeft hier zijn eigen ritme. Het is een typisch voorbeeld van het vrij worden van het kosmische ritme. De kosmische wetten worden hier individueel. Wat betekenen deze maanknopen nu eigenlijk? Van belang is niet dat de zon en de maan elkaar daar ontmoeten, maar dat hun banen elkaar snijden. Want deze banen, die dus een zwak-elliptische cirkel om de aarde beschrijven, begrenzen daarmee een bepaalde sfeer. Men denke zich dat een ander mens voortdurend om ons heen loopt. Dat is dan de sfeer waarmee hij ons omhult. Zo kan men zich de zonnesfeer en de maansteer denken ten opzichte van de aarde (1)

De maan heeft te maken met het ontkiemen, maar ook met de geboorte. Legt men de gegevens van de geboorte vast, zoals veelal in de erfelijkheidsleer gebeurt, dan ontstaat er verstarring, het beeld dat wij kennen van de maan als dode slak. De zon daarentegen zorgt voor de groei, de verdere ontwikkeling naar de vrucht toe. Maar dit wil ook zeggen: naar de dood toe. Als deze laatste realiteit niet wordt gezien ontstaat vervluchtiging, onttrekken aan de werkelijkheid. We hebben zowel de maan- als de zonnekrachten beide in het leven nodig. Waar ze elkaar ontmoeten ontstaat een nieuwe kans van een nieuwe geboorte, een ontkiemen, dat tot groei en ontwikkeling kan worden, maar ook verstarring en dood zijn daar aanwezig. De dood wórdt kiem van nieuw leven of ze brengt verstarring.

Wanneer we nu dit ritme van 18 2/3 jaar in het mensenleven nagaan, blijkt daar telkens een crisispunt te liggen. Het is telkens de herhaling van de ge-boortesituatie. Deze geboortesituatie houdt in dat het geestelijke wezen van de mens zich gaat uitdrukken in de materie van het lichaam. Deze materie werkt ten dele mee en is ten dele weerbarstig. Voor de geest betekent dit aan de ene kant een nieuwe mogelijkheid, aan de andere kant de aanraking met de dood, want de materie draagt de dood in zich.

Bij de eerste maanknoop met 18 à 19 jaar, ontstaat vaak een crisis die gepaard gaat met een morele zelfveroordeling, die zelfs tot een vernietigingsdrang kan leiden, tot zelfmoord of de neiging ertoe. Het is ook de leeftijd waarop de liefde serieus gaat worden. De kalverliefdes van de puberteit zijn voorbij, de standvastigheid van de liefde voor het leven is er nog niet, maar wel de diepte van het beleven dat de echte liefde kenmerkt. Op de liefde voor het vaderland wordt op deze leeftijd niet tevergeefs een beroep gedaan. Dat dat ook in Nederland geldt bewezen deze leeftijdsgroepen in de Tweede Wereldoorlog.

De eerste maanknoop is ook het tijdstip voor de beroepskeuze. Het is verwerpelijk dat die keuze al vaak eerder moet worden gedaan door de vroege schoolverlaters en door diegenen die het slachtoffer zijn van de vroege specialisatie in het onderwijs. De eerste maanknoop is het juiste tijdstip omdat de herinnering aan onze geboorte-impuls (aan datgene wat we als geestwezen wilden vóór onze geboorte) tot leven komt, maar ook omdat op dat moment een nieuw ingrijpen van de geest mogelijk is, een werkelijke nieuwe geboorte, waarbij de geest de materie opnieuw grijpt. Het is als het ware een nieuwe incarnatie, waarbij het beroep belangrijk is omdat het beroep vanaf dat moment in belangrijke mate ons levenslot mede bepaalt.

Hiermee hangt ook samen de emancipatie van het ouderlijk huis, het verlaten van de geboortesfeer. De jonge mens, die te lang na dit tijdstip thuis blijft hangen of financieel van de ouders afhankelijk blijft, verburgerlijkt zeer snel of ontlaadt zijn onbehagen in agressie. Ouders zouden wegen moeten zoeken om hun kinderen te onderhouden voor de studie bijvoorbeeld, zonder dat ze zich afhankelijk voelen.
Creativiteit in kunstzinnig opzicht en in sociale vormen (organisaties stichten en leiden!) is voor de verdere levensontwikkeling nu van het allergrootste belang, want dan kan de geest zich als schepper beleven in de materiele wereld. Dat helpt voorkomen dat de materie de geest gaat overheersen (‘ik zal mezelf zo duur mogelijk trachten te verkopen’, uitzien naar een beroepsopleiding die een lucratieve baan lijkt te garanderen en andere dergelijke burgelijke deugden).

Op 37-jarige leeftijd ongeveer komt er een andere crisis. Dat kan bijvoorbeeld een beroepscrisis zijn. Die kan optreden als men vastgelopen is in het beroep maar ook juist als men carrière heeft gemaakt en dan ineens die afbreekt om iets anders te gaan doen. De afgelopen jaren waren zinvol, maar ze waren het. Als het lukt om binnen het eigen beroep een zinvolle vernieuwing aan te brengen, is men gered. Soms is wisselig van beroep de juiste oplossing.

Ook in het huwelijk treedt een crisis op. Vaak valt die ongeveer samen met het 12 1/2 jaar getrouwd zijn en dan verhevigt de crisis zich. De oplossing wordt gezocht in een nieuwe liefde, die het gevoel van herboren zijn geeft (voor een korte tijd). Nog een kind krijgen is vaak voor de vrouw een (schijn)oplossing. Helpen doet dit alles in werkelijkheid niet, want het komt erop aan in te zien dat een zekere vervulling is bereikt; het gaat niet meer vanzelf verder, men heeft de positie bereikt, die binnen eigen capaciteiten en de mogelijkheden van buitenaf ligt. En nu dreigt het sterven opnieuw, sterven in de berusting (‘het zal mijn tijd wel uitdienen’, ‘ik zit hier goed’) of het sterven in de illusie van de vlucht in een nieuwe relatie of situatie. Men kan immers zichzelf niet ontlopen, men neemt zichzelf mee, maar in de poging zichzelf te ontvluchten sterft men vaak in het jachtig zoeken naar iets nieuws, naar sensatie of in het dodende zitten voor de televisie, wat dan de naam krijgt dat men toch moet weten wat er in de wereld te koop is.

In het sociale leven raakt men in deze jaren vaak vervreemd van de kring waarin men leefde. Er ontstaan onprettige verhoudingen met vroeger vereerde ouderen, die niet zo vererenswaardig blijken te zijn. Voor de jongeren, die de kring binnentreden, is men de vorige generatie, enzovoort. Zelf ervaart men dit vaak als een grotere afstandelijkheid, een meer verobjectiveren van huwelijk en werk. Daar ligt dan ook de mogelijkheid van genezing. Want het is de periode waarin men zich opnieuw moet losmaken van het verworvene om een nieuwe geboorte door te maken, de geboorte van het Ik, dat nu werkelijk verantwoordelijkheid aandurft voor het vormen van het leven vanuit ideeën. Deze ideeën worden niet meer door het werk of de omgeving gegeven; men moet ze zelf vinden en uitwerken. Rudolf Steiner noemt dit de ontwikkeling van de bewustzijnsziel. Die komt niet vanzelf. Inzicht in de levensloop, gevolgd door de wil tot verantwoordelijkheid zijn hier de grondslagen voor een nieuwe geboorte, die over dood en vereenzaming en vervreemding heenvoert.

De derde maanknoop ligt in het 56e levensjaar, als men bijna 56 wordt. Deze knoop valt samen met de 8e en laatste van de z.g. 7-jaar-perioden. Misschien hangt het daarmee samen dat deze knoop bijzonder kritiek is. Het is de leeftijd waarop velen gaan aftellen hoeveel jaren hen nog scheiden van het pensioen; vaak heeft het werk teleurgesteld; men heeft niet de positie bereikt, die men had verlangd en waarop men recht meende te hebben; men is door jongeren gepasseerd. Zelf leeft men in de stemming dat de jongeren het toch niet kunnen en dat het ‘in onze jeugd’ toch wel beter ging; men had meer verantwoordelijkheidsbesef dan de huidige generatie, enzovoort. Voor vele vrouwen komt, tesamen met de menopause, het gevoel dat de zin van het leven voorbij is. Ze worden over-actief in zinloze orde of juist volkomen lethargisch.

Dit alles kan ook tot een ernstige gezondheidscrisis leiden. Voor de Eerste Wereldoorlog gingen veel mannen op deze leeftijd dood. Al deze dingen gelden voor de mens die zichzelf vooral als biologisch wezen beleeft. De dood wordt dan op deze leeftijd heel reëel. Wie sterker staat in het religieuze of wereldbeschouwelijke, voor zover deze beide spirituele krachten nog of weer werkzaam zijn, is zeker niet voor de beschreven verschijnselen gevrijwaard. Min of meer kent iedereen deze crisis. Maar men kan dan ook juist bij deze maanknoop een enorme vernieuwing ervaren, als men door deze dood heenkomt. Zelfs kan het gebeuren dat de crisis van 56 jaar de poort wordt waardoor men toegang vindt tot een spirituele levenshouding. En dat betekent dan dat men een nieuwe scheppingsperiode kan beleven.

Wat verworven is en gekund wordt, kan nu een verdieping ondergaan vanuit de vertrouwdheid met de dood. De tijd van het grootouder zijn begint, ook als men geen kinderen of kleinkinderen heeft. De grootouders zijn voor het kleine kind vererenswaardige wezens. Wie de nodige zelfkritiek bewaren kan, zal door deze verering niet minder worden maar zichzelf kunnen vinden aan wat kinderen in je zien. Dit is een algemene aanduiding die ook geldt voor wie geen grootvader of grootmoeder is in biologische zin. Degene, die op deze leeftijd overwint, wordt de werkelijke leidersfiguur als hij de mogelijkheid vindt aan jongeren hun plaats te geven. Ook in de gezondheid kunnen heel nieuwe levenskrachten optreden, als het ware minder aan de biologische levensprocessen gebonden.

Dit is een proces dat zich voortzet tot aan de volgende maanknoop met ongeveer 75 jaar. Hoewel niet ver meer daar vandaan past het de schrijver van dit artikel toch daarover te zwijgen, omdat eigen ervaring ontbreekt. Wel kan men zeggen dat de kans om te sterven zeer reëel wordt en dan wordt de nieuwe geboorte werkelijk nieuw: een geboorte van de geest, los van het lichaam. Zou men dat niet met een zekere vreugde tegemoet kunnen zien, als men heeft mogen beleven hoe de vorige maanknopen telkens een overwinning brachten, bij de eerste vaak nog door aanleg en natuur geschonken, bij de tweede reeds meer bewust veroverd, bij de derde alleen mogelijk in vol bewustzijn en door afstand te doen. Zou dan niet het afstand doen van dit aardeleven gemakkelijker vallen?

Wie deze overwinningen niet heeft mogen beleven, zal de laatste levensjaren als veel moeilijker ervaren als degene die in dankbaarheid op zijn leerproces mag terugzien, dankbaarheid tegenover de maankrachten, die ons met bepaalde kwaliteiten en moeilijkheden in het leven hielpen, dankbaarheid ook tegenover de zonnekrachten, die ons geholpen hebben crisissen te overwinnen en in positieve winst om te zetten, voor zover het ons gelukt is (2).

1) De geïnteresseerde lezer vindt meer hierover in: Elisabeth Mulder, Zon, maan en sterren, 2e druk, Uitg. Christofoor.
Zie verder: Rinke Visser, Astrosofie, Zeist 1979. Uitg. JonasBoek, Vrij Geesteleven.
2) Beknopt en niet zo expresselijk maar in ruimere samenhang vindt men de maanknopen ook beschreven bij Bernard Lievegoed, De levensloop van de mens, Uitg. Lemniscaat en
Diether Lauenstein, Wetmatigheden in de menselijke levensloop, Uitgeverij Christofoor.

.

Ritme: alle artikelen

Sterrenkunde: alle artikelen

.

1945

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.