VRIJESCHOOL – Zintuigen (5-4)

.
Het oefenen van de zgn. ‘onderste’ zintuigen – de lichaamszintuigen: tastzin, levenszin, bewegingszin en evenwichtszin – is letterlijk van vitaal belang voor de verdere ontwikkeling van het kind in de eerste zeven levensjaren (wat hier niet ophoudt!) 
De reeks artikelen onder ‘zintuigen alle artikelen‘ belichten het belang ervan ieder op hun terrein. 

In dit aritkel gaat het om de allerjongste kinderen.

Willemijn Visser ’t Hooft, Weleda Puur Kind, herfst 2003, nr. 12

Zodra je kind kan zitten kun je het plezieren met een beweegspelletje op schoot, zoals ‘schuitje varen, theetje drinken’ en later ‘zagen, zagen, wiede-wiede-wagen’. Stevig verankerd op jouw vertrouwde knieën, speel je met hem door hem uit en weer in balans te brengen. Nog wat later komt ‘klap eens in je handjes’ en ‘hop, hop paardje in galop’, waarbij de bewegingen breder en gevarieerder worden. Bewegend vanuit het midden van waaruit het ritme wordt bepaald, speel je met je lichaam en met dat van je kind. Een eerste evenwichtsoefening op oude teksten!

Kruipen achter een bal aan is ook een balansspel. Als met ruim anderhalf jaar het lopen struikelend hollen wordt, is het spannend om achter die bal aan te gaan. Er wordt heel veel gevallen, maar dat doet aan het plezier niets af. Een goede speelbal voor jonge kinderen is zacht opgeblazen en niet te glad, zodat hij gemakkelijk te pakken en eventueel te vangen is. Gooien en vangen is een eindeloos spel. Heen en weer, geven en nemen, mikken en pakken, samen en solo. Ondertussen wordt er van alles geoefend, ook begrippen zoals hoog en laag, hard en zacht, voor en achter. En de kleine armen en benen moeten het allemaal doen! Handig voor op reis zijn de zogenoemde boogieballen (vanaf drie jaar) die je kunt opblazen met een rietje en voor het vervoer naar zandbak of strand kunt laten leeglopen. Ze zijn te koop in gespecialiseerde speelgoedwinkels en ook te krijgen met bobbeltjes die een grappig effect geven.

Binnenshuis komen de blokken te voorschijn. Torentjes worden gebouwd en weer omgestoten. Van het geluid en het resultaat van een kleine handbeweging wordt uitbundig genoten. Steeds maar weer bouwen en omgooien. Evenwicht creëren en opofferen aan het effect. Totdat het bouwen zelf een uitdaging wordt. Een doos KAP’LA waarin 200 plankjes zitten van prachtig gedroogd en geschaafd beukenhout geeft de mogelijkheid om eindeloos te bouwen. In de hoogte, in de breedte, straatjes en hekken, dierenhokken en torens. Bij de doos zit een boekje met voorbeelden van constructies voor oudere kinderen, want de mogelijkheden van KAPLA houden niet op bij de kleutertijd. Er worden hele Eifeltorens van gebouwd door ervaren stapelaars. Voor grote bouwwerken heb je meer dan een doos nodig. De hele familie, van klein tot groot, kan hier op zijn eigen manier mee spelen. Een aanrader dus voor een herfstige zondagmiddag.

.

Zintuigen: alle artikelen

Ontwikkelingsfasen: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: peuters en kleuters

.

1915

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.