VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de dierkunde (12))

.

GERBERT GROHMANN

            ‘LEESBOEK VOOR DE DIERKUNDE’

blz. 90                                                                                                     hoofdstuk 12

Over een vogeltje dat niet zo graag vliegt
en over vissen die nesten bouwen

Als hij een kroontje op zou hebben, deze dwerg onder de zangvogels, dan zou dat toch maar even klein mogen zijn als hijzelf. Maar hij heeft er geen en toch noemt men hem koning. Zijn rijk bestaat uit heggen en struiken, hagen en rijshout. Daar beweegt hij zich vrij en onbezorgd, zoals geen ander dat kan, net als een koning. Heel graag zit hij ook bij het water, aan beekjes, vijvers en plassen. Hij sluipt door dor rijshout, steeds dicht bij de grond, ook kruipt hij door dicht kreupelhout, hoekjes en holletjes doorzoekend. Het is het winterkoninkje dat dit zo opgewekt doet, want we hebben het alleen over hem.
Zijn verenpak is helemaal niet zo koninklijk, roestkleurig met een tekening van donkerbruine golflijntjes op zijn rug. Over de ogen tot aan het spitse snaveltje is een lichte streep getrokken. Zo valt hij nauwelijks op in het struikgewas waarin hij leeft.
Is hij weg, dan komt hij ergens anders al weer tevoorschijn. Af en toe drijft de overmoed hem naar een hogere plaats van waaraf hij dan al gauw een liedje kwettert, dat toch niets anders betekent dan: zie en hoor mij toch eens, ik ben toch de koning van heggen en hagen! Wanneer hij iets bijzonders heeft ontdekt, duidt hij dat bovendien nog met lichte buiginkjes aan.
En hoe hij trillers zingt, hoe hij kwettert, dit kleine, krachtige kereltje!
Vaak klinkt het bijna zoals van een kanarie, alleen helderder, energieker. Het is een lust om naar hem te luisteren!
Zelfs in de winter zwijgt de onverdroten zanger niet, want ook in de sneeuw laat hij zijn liedje horen. Alleen in de zomermaanden, wanneer hij in de rui is, hoor je hem niet. Maar de lust om te zingen komt altijd weer terug, want die zit hem in het bloed. Wanneer hij niet zingt, verraadt hij zich toch door zijn krachtige ‘tsik’ of tèrrrrrrt’. Zijn waarschuwingsroep ‘tèrrrt, tèrrrt wordt ook door andere vogels begrepen.
De familie van het winterkoninkje is vooral verspreid over het subtropische Amerika. Daar zitten vele goede zangers onder, ook de flageoletvogel wiens lied als de mooiste vogelzang beschouwd wordt, hoort daarbij. Een vogelonderzoeker zei eens dat dit de allerbeste zanger is uit de keerkringlanden van Amerika. Je zou zijn zang met het aanslaan van kleine klokjes kunnen vergelijken die meestal afgestemd zijn, maar rekening houdend met de juiste toonafstanden, volgens de regels bij elkaar gebracht, die langzaam en zacht uit de boomtoppen weerklinken. Wie ze hoort, verklaart dat hij dergelijke klankrijke en toch zulke zachte en tere, goed in het gehoor liggende, bijna bovenaardse tonen nergens anders gehoord heeft, maar ook helemaal niet voor mogelijk gehouden.
Zo’n verslag zoals van deze vogel uit de warmere landen kunnen wij over onze wakkere winterkoning nu eenmaal niet geven, maar dat hij desalniettemin tot de beste zangers van zijn land behoort, kan niemand hem ontzeggen.
Meestal wordt hij als onze kleinste zangvogel beschouwd, maar dat is hij beslist niet, want onze twee goudhaantjes, het zomer- en het wintergoudhaantje, met hun ijle, zacht tsjirpende stemmetjes zijn nog kleiner dan hij.
Het winterkoninkje is helemaal niet schuw. Hoe kwiek hij zich vertoont wanneer hij zijn liedjes kwinkeleert en daar tussendoor steeds zijn buiginkjes maakt!
Vanaf zijn snavel tot het staartje is zijn lichaamslengte maar tien centimeter. Wanneer hij een echte staart zou hebben, was het nog wel wat meer, maar hij heeft maar een allerkortst staartje en dat steekt hij zelfbewust loodrecht omhoog, alsof hij nog in het bijzonder wil laten zien dat hij er tóch een heeft.
En de vleugeltjes? Die zijn zelfs voor zo’n klein vogeltje buitengewoon kort, bijna te kort. Dus het winterkoninkje kan onmogelijk een goed vlieger zijn die het lang volhoudt. Je moet hem nageven dat hij alleen vliegt wanneer het echt nodig is, anders hupt of springt hij liever flink en vrolijk. In elkaar gedoken kan hij buitengewoon hard lopen, zodat hij inderdaad wel voor een muis aangezien kan worden. Besluit hij als nog te gaan vliegen, dan gaat dat met trillende, zeer snelle vleugelslaagjes laag over de grond. Daarom vermijden winterkoninkjes ook weidevlakten of andere gebieden zonder bomen. En worden ze daar soms naartoe opgejaagd, dan worden ze snel moe en laten zich uiteindelijk zelfs met de hand vangen. Maar zonder schuwte ritselen ze door de stads- en dorpstuinen, ook schuurtjes en stallen worden afgestruind.
Wanneer het koddige ding een nest begint te bouwen, vertoont het zijn eigenaardigheden en kunsten weer van een andere kant. Het vrouwtje bouwt meerdere nesten, niet alleen maar één waarin zij haar jongen grootbrengt. Ook het mannetje bouwt nesten of hij helpt het wijfje. De andere nesten die niet gebruikt worden voor het grootbrengen van de jongen, worden speelnesten genoemd. Die zijn ook niet zo goed en zorgvuldig bekleed. Het nest van de winterkoning is in verhouding tot zijn bewoner opmerkelijk groot. Eigenlijk is het helemaal geen echt nest. Het is kogelrond met een ingang opzij, eigenlijk een soort holte. Omdat het erg lijkt op de struiken waarin het gebouwd is, is het ook moeilijk te vinden. Het winterkoninkje weeft twijgjes en dorre blaadjes ineen, al naar gelang wat de omgeving oplevert, ook mos en korstmos. Het winterkoninkje moet natuurlijk ontelbare keren wegvliegen en met een halmpje of blaadje in z’n snavel weer terugkomen. Maar dat doet hij graag en met ware hartstocht, want anders zou hij niet meer nesten bouwen dan er strikt genomen nodig zijn om de jongen groot te brengen.
De plaats voor het nest wordt zeer zorgvuldig gekozen. Je kan de winterkoningnestjes zowel in boomtoppen als beneden op de grond vinden, maar ook in aardholletjes of holle bomen, in gaten in een muur of speten in een rots, onder daken van huizen, in de struiken, maar ook in heggen en houtstapels, zelfs in kolenbrandershutjes en tunnels in de bergen hebben winterkoninkjes nesten gebouwd. Hoe het ook zij, het ronde bouwwerk is met aandacht, moeite en zorgvuldigheid gemaakt. Wat er gebruikt wordt, is zo kunstig en sterk bij elkaar gebracht, dat het eruit ziet alsof het aan elkaar gelijmd is. En het broednest, hoe fijn dat aan de binnenkant met zachte veertjes bekleed is! In zo’n nestje hebben de jongen die uit het ei zijn gekropen het natuurlijk heel fijn! Ze komen er, ook al kunnen ze al lang vliegen, steeds weer naar terug om te slapen. Ook bij heel slecht weer heeft men ze daar vredig bijeen aangetroffen.
Bij bijzonder guur, bar winterweer trekken ook de ouders zich in hun burcht terug, want daar vinden ze de allerbeste bescherming tegen sneeuwstormen en ijzige wind.
Mannetjes en vrouwtjes blijven hun hele leven trouw bij elkaar, wanneer ze eenmaal een paartje zijn geworden en alleen de dood kan ze van elkaar scheiden. Ook de jongen blijven nog lang bij elkaar als familie, dat kun je opmaken uit het feit dat ze in de herfst nog als een kleine troep samen rondvliegen.
De zes tot zeven eieren zien er wit uit met rode puntjes. Ze worden dertien dagen lang door allebei de ouders afwisselend bebroed en wanneer ze uit het ei zijn gekomen, worden de jongen ook door beide ouders gemeenschappelijk gevoerd. Weldra is het: zelf eten zoeken, spinnetjes, insecten en hun larven, van tijd tot tijd ook vruchten en bessen, bv. de donkerrode vlierbessen. Dat zal ieder winterkoninkje wel lekker vinden. Denk je ook niet?

Maar als we nu eens naar iemand anders kijken, naar een visje, ons stekelbaarsje, dan zou je die zeker niet toevertrouwen een nestje te bouwen!
In vroegere tijden werden de vissen weleens de vogels van de zee of het water genoemd. Zoals de vogels in de lucht, zo zweven zij a.h.w. door het water, sommige hoog aan de oppervlakte, andere daarentegen bij de bodem. De huid van de vissen zou je hun veren kunnen noemen, die zo in prachtige kleuren kan fonkelen en glanzen, vaak nog mooier dan bij de vogels.
Het stekelbaarsje komt bijna overal in onze binnenlandse wateren voor en hij bouwt daar een rcht nest voor zijn broedsel. Het visje is nauwelijks een vinger lang. Hij vindt zijn beste leefruimte in slootjes, plassen en ondiepere meren, maar hij komt ook nog voor in brak zeewater. Stekelbaarsjes kunnen zich goed verweren, want voor de rugvin bevinden zich drie sterke en scherpe stekels. In rust liggen ze op de rug, maar ze kunnen ieder ogenblik opgericht worden en stevig blijven staan. Ook de buikvinnen dragen ieder een krachtige stekel. Dus is het helemaal geen wonder dat andere vissen er maar weinig plezier aan beleven, een stekelbaarsje te verschalken.
Zodra de voorjaarszon schijnt en het ook in het water merkbaar warmer wordt, beginnen de stekelbaarsjes te verkleuren. Eigenlijk zijn het alleen maar de mannetjes die zo’n prachtig kleed krijgen. Het is hier net zoals bij veel vogels, waarbij de vrouwtjes tot aan de paartijd eveneens heel onopvallend blijven.
Ons stekelbaarsmannetje daarentegen glanst dan heel mooi, zoals je van te voren nooit had kunnen schilderen. Heel de bovenkant tot aan het midden van de buik licht dan smaragdgroen op, net als de ogen, de hele onderkant daarentegen wordt prachtig purpurrood. Dat is het bruidskostuum van het stekelbaarsmannetje.

Omdat de kleuring zo heel mooi is en er ook nog heel wat anders te bekijken is, nemen velen in de lentemaanden stekelbaarsjes in hun aquarium. Later kan je ze weer loslaten. Je moet je stekelbaarsjes voeren met watervlooien, muggenlarven of kleine wormen. Omdat de mannetjes gedurende de paaitijd snel ruzie zoeken en tegen de vrouwtjes stoten en ze opjagen, mag je geen al te kleine bak nemen.
Het opgewonden leven begint, zodra de stekelbaarsjes nestjes beginnen te bouwen. Ja zeker, ze verstaan deze kunst heel goed en voeren die ijverig uit. Het mannetje bouwt alleen en wee het vrouwtje dat hem in deze tijd te na komt! Steeds opnieuw sleept het mannetje een halmpje, een stengel of kleine mosstengeltjes aan. Wat nog te vast zit, wordt door energiek schuddende bewegingen van het hele lichaam losgerukt. Thuis wordt het dan als een nieuw bestanddeel bij het nest gevoegd en vastgemaakt. Van een stekelbaarsnest moet je heel wat kunnen eisen. Steeds opnieuw zwemt het stekelbaarsje weg en steeds weer sleept hij halmpjes aan. Uiteindelijk, wanneer het bouwwerk zo groot is als een walnoot, wordt nog een keer uitgeprobeerd of alles goed is. Het stekelbaarsje dringt aan de ene kant met kracht naar binnen en aan de andere kant weer naar buiten. Langs deze weg worden nu ook de vrouwtjes gedwongen te gaan.
Met een stekelbaarsje in bruidskostuum valt echt niet te spotten!
Wild en grof gaat hij met zijn vrouwtje om. Ook al houden ze zich verborgen, hij weet ze te vinden, jaagt ze met volle stoten op en dwingt ze net zo lang tot ze eindelijk door het nest glippen en daar de weinige eitjes afzetten. Dat was wat het stekelbaarsje wilde! Maar hij is nog niet tevreden. Hij haalt het volgende vrouwtje en dwingt haar eveneens in zijn nest eitjes af te zetten. En dat doet hij tot er in zijn nest geen eitjes meer bij kunnen.
Voor de vrouwtjes is daarmee het werk dat ze moet doen voor de nakomelingen, klaar, maar niet voor de mannetjes. Allereerst moet er voor worden gezorgd dat het broedsel genoeg zuurstof krijgt om te ademen. Wanneer er zoveel eigeren zo dicht op elkaar liggen, kunnen ze makkelijk stikken. Hoe weet het stekelbaarsje dit, wie heeft hem dat geleerd? In ieder geval zien we hem nu voor zijn nest stil hangen en ijverig met de borstvinnen wapperen zodat de stroom van vers water door het nest niet ophoudt. De koudbloedige vissen broeden toch anders dan de vogels die de eieren moeten verwarmen, willen ze uitkomen.
Wee degene die het nu waagt te dicht bij het nest te komen! Meteen is het stekelbaarsmannetje present, met opgezette stekels natuurlijk en valt de vermeende tegenstander aan, want in deze tijd is het een ware vechtersbaas.
Weldra is dan de dag aangebroken waarop de piepkleine jonge stekelbaarsje uitkomen. Ze zijn nog zo klein dat je ze al te makkelijk over het hoofd ziet. De stekelbaarsvader behoedt ze streng en staat niet toe dat ze zich wat verder van het nest begeven, want hoe gemakkelijk zouden ze niet opgegeten kunnen worden, zo mogelijk ook door de eigen moeders. Wanneer er toch een te ver de wijde wereld inzwemt, dan is het mannetje meteen ter plaatse, pakt hem met zijn bek en spuugt hem in het nest weer uit. Een stekelbaarsje heeft dus wel wat zorgen om de kinderschare bij elkaar te houden! Maar uiteindelijk komt de tijd waarop de zorg ophoudt en ook helemaal niet meer nodig is. Nu moet ieder maar voor zichzelf zorgen!
Na de paaitijd die van april tot in juni duurt, verdwijnen de kleuren bij het mannetje weer, en wordt hij weer zo onaanzienlijk als eerst, zodat je hem nauwelijks nog kan onderscheiden van het vrouwtje. Zo duurt de stekelbaarspracht slechts zo lang als een korte bloeitijd.
Naast de driestekelige zijn er ook nog zeven- of negenstekelige stekelbaarsjes, die wat kleiner zijn. Tegen de paaitijd worden ze helemaal zwart. Het nest wordt niet gebouwd zoals de bontgekleurde broer dat doet, beneden bij de bodem, maar boven opgehangen tussen plantenstengels. Daarom lijkt dat nog meer op het nest van het winterkoninkje.
Zo is het nu gesteld met de vogels van de lucht en die van het water. Alleen, dat vissen ook nog een liedje zingen – nee, dat zou niemand van hen verlangen!

.
Het winterkoninkje, een legende uit het leven van het kindje Jezus

Winterkoninkjes  tekeningen, foto’s e.d.

Meer info

Stekelbaarsje: meer info

Grohmannleesboek voor de dierkunde – inhoud

dierkundealle artikelen

Grohmannleesboek voor de plantkunde

VRIJESCHOOL in beeld4e klas- dierkunde

.

1857

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

2 Reacties op “VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de dierkunde (12))

  1. Is dit boek en ook dat van de plantkunde nog te koop ?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.