VRIJESCHOOL – Ritme (3-12/2)

.

Ritmen in de mens (2)

Het ritme van de week is een tijdsbestek dat veel minder een natuurgegeven is. Het is een heel innerlijk ritme, het is het meest cultuurgevormd ritme. Het heeft met de ziel te maken, voor zover dat vermenselijkt is door ons ‘ik’. Want het is het ‘ik’ dat de continuïteit van de zeven dagen moet scheppen.

Als tijdsritme, bewust gehanteerd, komt de week pas in Babylon en Chaldea voor het eerst op, op het moment dat in de mensheidsgeschiedenis, voor het eerst de verinnerlijking van de mensheid optreedt. Voor een kleuter is het ritme van de week nog niet te overzien, dat begint pas bij het basisschoolkind. Dat kan er innerlijk pas wat mee verbinden als het uit de boeken van Laura en Mary (door Laura Ingalls Wilder, uitg. Ploegsma) krijgt voorgelezen: wassen op maandag,
strijken op dinsdag, verstellen op woensdag, karnen op donderdag, boenen op vrijdag, bakken op zaterdag en rusten op zondag. Het echt, bewust hanteren van de week dat komt nog weer later, eigenlijk pas goed in de volwassenheid.

Ondanks het feit, dat het aan de natuur zo moeilijk af te lezen is, – al kan men zeggen, dat het met de vier kwartalen van de maanfasen te maken heeft – is het toch een heel reëel en werkzaam ritme. De pogingen die in het verleden in Rusland en in Frankrijk zijn gedaan om een ritme van vijf of van tien dagen in te stellen zijn alle zeer snel mislukt. Wat gebeurt er in het tijdsbestek van zeven dagen? Men kan zeggen dat er in die periode een bepaalde ontwikkeling plaats vindt. Als iemand een vrij acuut zielenprobleem heeft, dan blijkt het goed te zijn om een aantal gesprekken daarover te voeren met steeds een tussenpoos van een week, niet langer, niet korter. Dat is net de tijd dat een gesprek zo heeft doorgewerkt, dat er een metamorfose in de gezichtspunten heeft plaatsgehad en het vruchtbaar is er dan weer mee verder te gaan. In een kortere tijd is dat nog niet gebeurd, in een langere tijd zou men net de aansluiting missen die een volgende metamorfose of ontwikkeling in kan leiden.

De zevenheid treedt overal in de wereld op, waar zich kwaliteiten openbaren. De wereld van de kwaliteiten is altijd zevenvoudig.
Op zeven manieren, in zeven aspecten kan een geestelijke werkelijkheid zich in de aardewereld openbaren. Er zijn zeven hoofdkleuren in de regenboog. De wereld van de tonen is zevenledig en het octaaf is een metamorfose van de oorspronkelijke eerste toon.

Men zou kunnen zeggen dat als een mens een week lang iets in zijn ziel ronddraagt, dat het in die zeven dagen door zeven aspecten heen heeft kunnen gaan en dan is het weer bij het uitgangspunt aangekomen, maar het is veranderd, het heeft zich ontwikkeld.

Elke dag in de week krijgt zijn eigen karakter, zijn kwaliteit door de plaats, de rangorde, die hij inneemt in de zeven. Die is vanuit de cultuur bepaald en die kan voor iedereen ook individueel weer anders gekleurd zijn. Men herinnert zich misschien dat voor het vosje in ‘De Kleine Prins’ van Antoine de Saint-Exupéry de donderdag zo’n bijzondere dag was, omdat dan de jagers ’s avonds met de meisjes in het dorp gingen dansen en dan kon hij wandelen tot aan de wijnbergen.
Voor sommige patiënten in mijn praktijk is de dinsdag een heel bijzondere dag, omdat ze dan hun schildertherapie hebben, daar leven ze de hele week naar toe. Overigens zijn de kunstzinnige therapieën typisch therapieën, die te maken hebben met het ritme van de week (één, twee of drie keer in de week), omdat ze uitgaan van de ziel die werkzaam wil worden. Een langere tussenpoos dan een week zou deze therapie zinloos maken, omdat dan de realiteit van de week als ontwikkelingsmoment van de ziel ontkend wordt. Het weekritme werkt scholend op de ziel. Men kan sommige bijeenkomsten beter één keer per week houden en dan een langere pauze inschakelen en weer hervatten, dan in eenzelfde tijdsbestek continu eens in de veertien dagen bijeen te komen.

Ondanks het feit, dat voor iedere individuele ziel de week weer verschillende kleuren heeft, is er toch ook een algemene wetmatigheid in te ontdekken. Zo kan men bijvoorbeeld wel zeggen dat het eerste deel van de week meer actief naar de wereld toegericht is, terwijl de tweede helft van de week toch al een meer beschouwelijk karakter heeft. De dinsdag is bijvoorbeeld een dag, waar je door kunt stoten, met alle gevaren van dien. Ook is het niet voor niets dat op de vrijescholen op donderdag de lerarenvergadering gehouden wordt. Ook kennen veel mensen het verinnerlijkende, bezinnende, terugblikkende karakter dat de zaterdag draagt.

De ‘Grote Week’

Het oerbeeld voor de kwaliteiten die de dagen van de week dragen, vindt men in de week van het jaar, de zogenaamde ‘Grote Week’, die aan Pasen voorafgaat.

Emil Bock brengt in zijn boek ‘Die drei Jahre’ de zeven dagen van de week in overeenstemming met de zevenheid van de voor ons blote oog waarneembare planeten. Zondag en maandag spreken voor zichzelf, Mars (Mardi) met dinsdag, Mercurius (mercredi) met woensdag, Jupiter (jeudi) met donderdag, Venus-Freya (Vendredi) met vrijdag en zaterdag-Satumusdag.

Op maandag verdorde de vijgenboom in de lijdensweek, de oude spiegelende maanwijsheid; op dinsdag vonden de (Martiale) strijdgesprekken plaats met de Sadduceërs en de Farizeeërs en andere groeperingen, op woensdag, Mercurius-dag waarover we aan het begin al spraken, verraadt enerzijds Judas Christus, (hij ging als een dief naar buiten), anderzijds zalft Maria Magdalena Christus’ voeten; op donderdag het Avondmaal, een samenkomst van de twaalf met de dertiende. Een nieuwe wijsheid wordt hen in het cultische avondmaal geopenbaard; op vrijdag verschijnt de liefde in zijn hoogste openbaring; op zaterdag de grote inkeer en dan gaat op paaszondag een nieuwe zon voor de mensheid op.

Vanuit deze oerbeelden kan men zich opnieuw op de week bezinnen. Men kan er pedagogisch mee gaan werken, en dat gebeurt ook veel. Men kan er in het gezin mee omgaan – wat kunnen zondagen uit je eigen kindertijd niet een basiskleur gehad hebben, die je er nu weer aan kunt geven – maar vooral in het persoonlijke leven kan men er bewust mee omgaan. De zondag wordt dan niet alleen de rustdag aan het eind van de week, maar hij kan uitgroeien tot het echte begin van de week, tot de kiemplaats, te vergelijken met het begin van de dag, van waaruit de hele volgende week tevoorschijn komt. Het ritme van de week is het ritme van de ziel, waar het ‘ik’ door de continuiteit van zeven dagen te scheppen, ontwikkeling in de ziel brengt.

Maandritme

Het ritme van de maand is weer een natuurlijk gegeven. De cyclus van de maan spiegelt zich erin. Na achtentwintig dagen is de maan door zijn twee tegengestelde fasen van wassen en afnemen, van zichtbaar en onzichtbaar worden heengegaan. De maan heeft met het leven, met groeiprocessen, met de wording van levende organismen te maken. Door het werk van de biologe Maria Thun is de samenhang van de maanstand in bepaalde tekens van de dierenriem en het tot ontwikkeling komen van bepaalde delen van de plant (de wortel, de stengel, het blad of de vrucht) wetenschappelijk aangetoond. In de twaalfheid van de dierenriem zijn viermaal drie tekens. Bij de ene drie groeit speciaal de wortel, bij de ander speciaal de stengel, bij de derde speciaal het blad en bij de vierde speciaal de bloem en de vrucht. Ook in het dierenrijk, vooral bij de lagere diersoorten, die in het water leven (denk maar aan de invloed van de maan op eb en vloed), zijn er talloze voorbeelden, dat in die dieren processen plaats vinden in samenhang met het achtentwintig-dagenritme. Opmerkelijk vooral bij de voortplanting, waar het nieuwe leven wordt geschapen. Ook de maandstonde, de menstruele cyclus van de vrouw met het gemiddelde van 28 dagen, herinnert daaraan. Nu kunnen we niet zeggen dat de maan die vrouwelijke cyclus of die dierlijke voortplanting bewerkt, maar we kunnen wel zeggen dat zij uit eenzelfde bron hun ritmen krijgen. Fysiologisch gezien kan men zeggen dat na een maand een nieuw gegeven in ons ecologisch lichaam is geïntegreerd, dat het vastgehouden wordt, en dat het tot een blijvend bestanddeel van het leven geworden is. In de geneeskunde maakt men daarvan gebruik bij het immuniseren. In de zuigelingenleeftijd krijgt het kind driemaal achtereen een injectie tegen DKTP, telkens met een tussenpoos van een maand. En dan nog eens na een half jaar. Merkwaardigerwijs wordt dat de ‘injection de rappel’, de herinneringsinjectie genoemd. Ons levenskrachtenorganisme is ons fysiologisch geheugen.

Als men een constitutionele therapie wil geven, dat wil zeggen een therapie waarmee je het hele organisme iets wilt ombuigen, een andere constitutie wilt scheppen, dan heb je daar vier à zes weken voor nodig. Dat het zit en erin blijft, dat het beklijft. Het levende organisme moet minstens eenmaal de maandcyclus zijn doorgegaan en weer opnieuw begonnen, dan beklijft de therapie, dan kan het lichaam het onthouden. Dat geldt niet alleen fysiologisch maar ook psychologisch.

Als men vier weken achtereen op een bepaald moment van de dag een bepaalde handeling heeft verricht (bijvoorbeeld een kopje koffie gedronken of de planten water gegeven of een bepaalde spreuk voor zichzelf heeft gedacht) dan zal daarna op dat moment van de dag, als men het niet doet, uit de diepten van het organisme een onrust opstijgen. Er komt wat in beweging en men denkt: wat moest ik ook al weer? Dat is wat wij gewoonte noemen. Ons ecologisch lichaam, ons levenskrachtenorganisme is ook ons gewoontelichaam. Als het het ‘ik’ lukt door een tijdsbestek van een maand een continuïteit in de tijd te scheppen, dan werkt dat versterkend op ons levenskrachtenorganisme. Als het lukt om bijvoorbeeld door zo’n periode heen één letter in het handschrift te veranderen dan is dat gezondheidsbevorderend, het heeft een werking tot in ons gezondheidslichaam. Willen bepaalde innerlijke oefeningen werkelijk zin hebben, dan moet je die vier weken volhouden en dan merk je dat je gaat veranderen.

Wil iets levende werkelijkheid in ons worden, wil iets in ons wortel schieten, dan moeten we er zeker een maand mee bezig zijn. Daarom duurt de islamitische vastentijd ook een maand. We gaan door vier adventsweken naar Kerstmis toe. Stap voor stap, week na week wordt er wat meer licht in ons ontstoken, en met Kerstmis branden uiteindelijk alle lichten in de kerstboom.

Van maand tot week is weer een verhouding van 4:1. De maand is nog heel ver voor ons, het is nog een gegeven dat van buitenaf op ons toekomt, maar wij kunnen hem innerlijk ontmoeten door viermaal vier weken lang een aanzet te maken. Dan ontmoeten die maand en week elkaar in ons, zoals de ademhaling en de bloedsomloop.

Jaarritme

Tenslotte het ritme van het jaar. Dat is het ritme dat te maken heeft met ons fysieke lichaam. Het duurt ook een klein jaar (tien maanmaanden) voordat het fysieke lichaam zover is dat het geboren kan worden. Het duurt ook een jaar voordat er fysiek gesproken weer iets nieuws kan beginnen. Het is bekend dat men na een operatie, (een ingreep in het fysieke lichaam) een jaar nodig heeft voordat men werkelijk over de gevolgen daarvan is heengegroeid. Ik heb van kunsttherapeuten gehoord, dat bijna op de dag af een jaar na zo’n ingreep, patiënten plotseling een doorbraak hadden naar een nieuwe mogelijkheid.

Als iemand aan drugs verslaafd is en werkelijk serieus wil afkicken, dan heeft hij daar een jaar knokken voor nodig, omdat de effecten van die drugs tot in zijn fysieke lichaam aanwezig zijn en het een jaar duurt voordat ze er echt uit zijn. Een ontwenningskuur, die korter dan een jaar duurt, is een illusie, omdat men voorbijgaat aan de werkelijkheid van het ritme van het fysieke lichaam. Dat ritme is een jaar.

Het is duidelijk dat het voor ons ‘ik’ heel moeilijk is om de continuiteit van iets gedurende een jaar vol te houden, bewust althans. En toch kan men beginnen met het ritme van het jaar te leven. In de verschillende perioden van het jaar ben je in staat tot andere dingen. In het najaar kun je besluiten nemen, plannen voor een langere tijd maken, de toekomst vormen. Maar in het voorjaar en de voorzomer heb je de invallen van wat je zou kunnen gaan doen, dan ontmoet je de mensen die je op ideeën brengen. Laat dat maar even sudderen en pak het in het najaar weer op. In de zomer heb je de waarnemingen, de belevenissen in de natuur, de ‘Gesichter’ zoals Rilke het noemt. Daar moet je op zo’n moment niet teveel mee willen, niet te veel over filosoferen; als je in de winter bent gekomen, is dat voeding voor je ziel, dan kun je daarover nadenken, en worden de ideeën erbij gevoegd.

Zo kan men langzamerhand thuis raken in de zielengeografie van het jaar en merken dat men op bepaalde momenten van het jaar voor heel bepaalde activiteiten de wind mee heeft en op andere momenten de wind tegen. Zo krijgt het jaar een structuur. En het blijkt dan dat net zoals de dag vier karakteristieke momenten heeft waarop men kan letten, net zoals een maand door zijn vier weken bewust gemaakt kan worden, ook het jaar viergeleed is. Op één grote in- en uitademing van de natuur in het jaar kan de mens vier hartslagen voltrekken in de grote christelijke jaarfeesten: Pasen, Midzomer (Sint -ansfeest),
Michaëlsfeest en Kerstmis. De grote ademhaling kan de mens ontmoeten door daarin vier cesuren te leggen, vier bezinningsmomenten waardoor hij dat natuurlijke gebeuren tot een cultuurgebeuren maakt.

Pasen

Pasen is het feest waar de ritmen van het jaar, maand, en week en dag samenkomen. In het jaarverloop is het de lente waarin Pasen wordt gevierd. De week wordt bepaald door de volle maan. In de week is het de zondag en in deze zondag zelf ligt een heel bijzonder moment bij de zonsopgang.
Kerstmis is het feest van Middernacht. Het St.-Jansfeest is het feest dat je midden op de dag viert. In de Michaëlstijd en in de tijd daarna gaat het om het eind van de dag; denk maar aan St.-Maarten.

Pasen is het feest van de ochtend. Men hoeft daar maar de evangeliën op na te lezen, dat begint altijd met: ‘In de vroege morgen van de eerste dag der week…’. Dat is het moment waar voor de aarde iets nieuws begint. Waar de genezing inzet. Waar de moed voor de toekomst leven kan. Dat is het moment waar de wereld weer jong wordt, waar de hoop leeft. Ik beschreef in Jonas 15, dat Mercurius het wezen is dat door het ritme de genezende krachten impulseert. In de middeleeuwen bestond de uitdrukking: Christus verus Mercurius, Christus is de eigenlijke genezer. Het in de aardewereld werkzaam worden van deze genezende, vernieuwende kracht leeft in het bijzonder in ons bewustzijn als de ritmen van dag, week, maand en jaar samenklinken: dat is met Pasen.

.

Joop van Dam, Jonas 16, 04-04-1980

.

Ritme: alle artikelen

.

Pasen: alle artikelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s