VRIJESCHOOL – Menskunde en pedagogie (18-5)

.
Het is vaak gemakkelijk als je herinneringsvermogen goed is. Hoe onthoud je het best; wat moet je onthouden. Hoe was dat vroeger. De betekenis van het beeld.

DE VERLOREN KUNST OM DE HELE VERGILIUS ACHTERSTEVOREN OP TE ZEGGEN

De geheugenkunst is diep gevallen. Ooit was het een luid toegejuichte demonstratie van ongelimiteerd herinneringsvermogen, nu is het een kermisattractie. Computers en naslagwerken hebben de noodzaak weggenomen het geheugen te oefenen.

Frances A. Yates ging op speurtocht naar de verborgen geheimen van „de schatkamer van de geest”.

Een GOED GEHEUGEN behoort al lang niet meer tot de intellectuele verworvenheden waarop je trots kunt zijn. Je hebt het of je hebt het niet. En dat laatste is zeker niet onoverkomelijk, wanneer het om de beoordeling van werkelijk vernuft gaat. Sterker nog, professoren hóren vergeetachtig te zijn. Voor zoiets stompzinnigs als feitenverzamelingen bestaan inmiddels mechanische hulpmiddelen.

Er valt zelfs een tegenstelling waar te nemen tussen goed kunnen onthouden en waarlijk intellect. Domme studenten proberen zich te handhaven door de stof noodgedwongen uit het hoofd te leren. Soms wordt zulke ijver beloond. Maar docenten doen hun uiterste best inzicht en begrip te testen om zodoende flauwe geheugentrucs te omzeilen: daar is immers geen kunst aan.

En de nekslag heeft de waardering van het geheugen gekregen als kenmerk van de bejaarde die nog met beide benen in de wereld staat: leest nog zonder bril, drinkt dagelijks zijn borreltje en heeft een goed geheugen.,

Iets dat gewoon uit het hoofd is geleerd, geldt als minderwaardig tegenover improvisatie en vernuft. Geheugenkunst hoort op de kermis thuis. Maar in de klassieke oudheid stonden demonstraties van een ongelimiteerd herinneringsvermogen in het hoogste aanzien.

De vader van Seneca, leraar in de welsprekendheid, kon tweeduizend namen herhalen in de volgorde die hem (één keer) was gegeven. Ook liet hij eens tweehonderd studenten ieder één versregel citeren, waarna hij het geheel in omgekeerde volgorde achter elkaar reproduceerde. De kerkvader Augustinus had in zijn jeugd zelfs een vriend, die de complete Vergilius achterstevoren kon opzeggen.

Wij vinden dat nu variété, waarbij wij ons hoogstens afvragen hoe deze antieke personen dat voor elkaar kregen. Maar intrigerender is de vraag waarom zulke exercities in zo’n hoog aanzien stonden en hoe het dan mogelijk is dat de geheugenkunst zo onstuitbaar is gevallen.

Daarover gaat het boek van Frances A. Yates, dat sinds de eerste druk in 1966 is uitgegroeid tot een classic in de cultuurgeschiedenis. Het is nu* in een vertaling van Jacob Groot uitgekomen bij Bert Bakker. Het behoort tot de moeilijkste boeken die ik ooit heb gelezen. Gelukkig vindt iedereen dat, inclusief de schrijfster zelf.

Het doet in ieder geval bemoedigend aan, wanneer zij van tijd tot tijd de vertwijfelde lezer bijvalt met opmerkingen dat hij vooral niet moet denken dat zij er zelf alles van begrijpt. Daar sluit ze zelfs mee af: „Al terugkijkende realiseer ik me hoe weinig ik soms begrepen heb van de betekenis, voor hele perioden uit de geschiedenis, van de (geheugen)kunst.”

Hier aangekomen begrijpt de lezer heel goed wat zij bedoelt. Vooral wanneer de geheugenkunst is ondergedoken in de wereld van occultisme en magie, bepalend voor het andere gezicht van de Renaissance, lijkt normaal menselijk contact verder uitgesloten. En Yates klaagt mee, om niettemin nog verbluffend veel systeem in deze georganiseerde dwaasheid bloot te leggen.

Toch is het allemaal tamelijk eenvoudig in de oudheid begonnen. Memoria, het geheugen, vormt een centraal onderdeel van de welsprekendheidsleer (retorica). Zij is de schatkamer van de geest, waaruit de redenaar blindelings moet kunnen plukken om zijn betoog tot een goed einde te brengen.

In een cultuur die nog volmaakt afhankelijk is van het gesproken woord, mag de training van dit vermogen van levensbelang heten Daarbij gaat het wel degelijk om een aan te leren techniek, onderscheiden van het natuurlijke geheugen dat men ook gewoon kon oefenen. Maar de orale cultuur vroeg om de veel grotere prestaties van een kunstmatig ontwikkeld geheugen.

Dat zou in de Griekse oudheid zijn uitgevonden door een zekere Simonides. Deze dichter droeg eens bij een gastmaal een lofdicht voor ten huize van de edelman Scopas. Daarin prees hij ook de goden — reden voor Scopas om hem maar de helft van de overeengekomen beloning uit te betalen: de andere helft moest hij dan maar bij die goden gaan halen.

Kort daarop werd Simonides weggeroepen uit de feestzaal. Buiten trof hij niemand aan. Maar hij was de poort nog niet uit of het dak van de feestzaal stortte in, waarbij alle feestgangers omkwamen. Meteen begreep de dichter dat hij hiermee de beloning van de goden had geïncasseerd.

Maar het verhaal gaat nog verder. De lijken waren zo verminkt dat de nabestaanden er niet in slaagden hun verwanten te identificeren. Gelukkig herinnerde Simonides zich precies waar iedereen aan tafel zat, zodat elk stoffelijk overschot kon worden thuisgebracht.

Op dit verhaal zijn de principes van de geheugenkunst gebouwd. Men moet ruimten in het geheugen creëren (de loci of plaatsen), waar men beelden plaatst (de imagines) die staan voor de dingen die men zich wil herinneren. Zet men het geheugen in werking, dan begint men als het ware een wandeling door dit bouwwerk langs de plaatsen en beelden om zo de opgeborgen stof terug te krijgen.

Cicero en Quintilianus, de voornaamste retoricaleraren, bevelen vervolgens aan de beelden zo spectaculair mogelijk te laten zijn, opdat ze het scherpst in de herinnering worden gegrift. Vooral in de Middeleeuwen maakt deze visualise-ringstechniek ten dienste van het geheugen een enorme carrière. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het voortduren van de oraliteit, die mens en maatschappij blijft binden aan geheugens waarop vrijwel elke handeling en besluitvorming moeten teruggaan.

Het beste geheugen krijgt de hoogste overtuigingskracht. Maar daar komt nog iets bij. De geheugenkunst vindt eveneens ruime toepassing bij het verstrekken van morele boodschappen. Het heilsplan wordt de christen ingeprent met behulp van geheugenbeelden, die tevens personificaties van zonden en deugden zijn.

De talloze afbeeldingen van Wellust en Kuisheid, Matigheid en Vraatzucht, die de menselijke weg over aarde naar de eeuwigheid markeren, verbeelden tegelijkertijd een redenering die men zo heel efficiënt uit het geheugen kan opdiepen. Yates gaat zo ver om Dantes Inferno, volgepakt met specifieke zondaars in zijn vele kringen, lagen en uithoeken, allereerst te beschouwen als een geheugensysteem.

Naastenliefde. Fresco van Giotto in de Arena Kapel in Padua. Volgens Yates gebruikte Giotto de regels van de geheugenkunst om het beeld van de naastenliefde in ieders geheugen te griffen.

Op deze punten heeft zij nog weinig gehoor gevonden. De middeleeuwse personifiëringen van geestelijke en lichamelijke kwaliteiten zijn onze
postromantische cultuur geheel vreemd geworden. Het kost al moeite genoeg zich in deze wijze van voorstellen te verplaatsen. Om daaronder nog eens de verdieping te vermoeden van die bizarre geheugenkunst als fundament gaat menigeen te ver.

Toch verdient Yates aanzienlijk meer aandacht van de beoefenaren van literatuur- en kunstgeschiedenis. In het algemeen beantwoorden de allegorische figuren sterk aan de sprekende beelden die de geheugentheorie beveelt te vormen.

De verleiding is groot hierin ook een nieuwe verklaring te vinden voor wat cultuurhistorici al generaties lang verbaast, namelijk de vaak grollig-scabreuze figuurtjes waarmee de marges van de meest kostbare en devote middeleeuwse  handschriften zijn versierd. Naast gebeden, psalmen en andere bijbelteksten buitelen naakte monniken met enorme geslachtsdelen, zitten varkens te
spinnen en schijten aapachtige gedrochten de de wereld onder.
Deze omgekeerde wereld valt zeker te verklaren als contrast met de goddelijke orde die in de tekst op dezelfde bladzij wordt verkondigd. Die orde wordt dan bedreigd door de chaos van een extreme aardsheid, geregeerd door de duivel. Maar vormen die opzienbarende monsterlijkheden niet eveneens de uitdrukking van geheugensymbolen, die volgens de theorie zo grotesk mogelijk moesten zijn? Op die wijze kunnen dan tevens de plaatsen visueel zijn verankerd, die de gebruiker van zo’n psalm- of getijdenboek verondersteld werd in zijn geheugen op te slaan.

De toenemende verschriftelijking in de Middeleeuwen dringt de geheugenkunst terug. Het verval lijkt definitief, als de boekdrukkunst rond 1500 de wereld heeft veroverd. Humanisten als Erasmus geven bovendien hevig op de kunst af, die zij beschouwen als exponent van de warrige hersenspinsels waarmee monniken hun geest bezoedelden. Daar doet de Reformatie nog een schepje bovenop door te wijzen op de paapse beeldvormingen, die in welke vorm dan ook vernietigd dienen te worden.

Toch verdwijnt de geheugenkunst allerminst. In het verborgene gaat zij een geheel nieuw leven leiden, en wel in de wereld van de hermetiek die evenzeer bij de Renaissance hoort, maar tegenwoordig weinig populair is. Ze ontwikkelt zich tot een magisch tekensysteem, dat behulpzaam moet zijn bij de speurtocht naar de sleutels voor de definitieve oplossing van het wereldraadsel.

Gehuld in een dolgedraaid neoplatonisme, een herontdekt Egyptisch hiëroglyfensysteem, kabbalisme en toverij wordt de theorie nu omgevormd tot een geheugentheater, niet alleen op papier maar zelfs in de vorm van een echt gebouw. Zo’n constructie moet in Venetië in de 16de eeuw hebben bestaan, ontworpen door Giulio Camillo. De constructie was van hout en stond volgepropt met beelden. Men kon er werkelijk binnentreden en was dan in staat al wandelend langs de beelden een eindeloze redevoering te houden.

Later in de 16de eeuw is het de beruchte ketter Giordano Bruno die dergelijke systemen op papier ontwerpt, nu echter zo vol toverij dat hij op de brandstapel zal eindigen. Curieus is nog de variant die in 1613 in Engeland door Thomas Fludd wordt gemaakt. Hij zegt er namelijk bij dat zijn papieren theater dezelfde gebruiksmogelijkheden heeft als die waarin men echte komedies en tragedies speelt. Daaruit weet Yates op ingenieuze wijze een helder beeld af te leiden van uiterlijk en opbouw van Shakespeares theater The Globe.

Toch begint de lezer bij de uitleg van al dat occultisme zijn greep op het boek te verliezen. Hier is eerder sprake van Science fiction uit de Renaissance, die elke verbeelding tart. Yates vindt dat ook, al gaat zij tot het uiterste —en aanzienlijk te ver— om toch nog het nodige te ontwarren. Maar er valt weinig van te begrijpen.

De geheugenkunst, weggestuurd door de drukpers, heeft haar eigen graf gedolven in het occultisme. Maar zo nu en dan steekt ze de kop nog even op. We kunnen namelijk eindigen aan de keukentafel van mijn schoonmoeder, 75 jaar oud en als zovele bejaarden behept met een wegslippend geheugen. Welzijnswerk voorziet echter in een geheugentraining onder het motto Use it or loose it!

Weer zie ik op de verstrekte stencils een wirwar van geheugensymbolen die zo zijn ontworpen en geplaatst dat men er het beste de herinneringen aan kan ophangen. Maar mijn schoonmoeder vindt het allemaal veel te ingewikkeld en laat horen wat Erasmus ook al vond: waarom niet gewoon onthouden wat nu achter een warboek aan beelden verborgen wordt?

De kunst is elk prestige kwijt. Van schatkamer van de geest en zelfs sleutel tot het wereldraadsel, duikelde zij neer tot slecht begrepen bejaardenvoorziening. In het huidige spraakgebruik is het geheugen een dommekracht, verbannen naar informatiedragers en opslagruimten buiten de menselijke geest. Die blijft alleen het intellect koesteren en hoeft nog maar één ding te onthouden: de plaats waar de computer staat.

Herman Pleij, Volkskrant *24-12-1988
.

Frances A. Yates: De geheugenkunst  

.

Geheugen: alle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

1509

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s