VRIJESCHOOL – Vertelstof – biografieën – Einstein

HIJ BRACHT DE KOSMOS IN KAART

EinsteinDe constructie van de atoombom is waarschijnlijk de belangrijkste gebeurtenis in de moderne geschiedenis. Ze heeft ons begrip van de oorlog radicaal gewijzigd en is de grondslag geworden waarvan de nuchterste conceptie van wereldstrategie moet uitgaan. En toch is de man, die hier in eerste instantie aansprakelijk voor was, een groot deel van zijn leven een vooraanstaand pacifist geweest, wiens denkbeelden door velen als fantastisch en wereldvreemd werden beschouwd. Het was een brief van Albert Einstein aan Franklin D. Roosevelt die er de stoot toe heeft gegeven dat Amerika de atoombom ging ontwikkelen.

Het was Einsteins “Speciale Relativiteitstheorie” die de basis heeft gelegd voor het vrijmaken van de atoomenergie.

Zijn hele leven is Albert Einstein achtervolgd door dingen die hij nooit had begeerd — publiciteit, roem, aanbiedingen van geld en macht. Hij is veel misverstaan en er is veel twistgeschrijf om hem geweest. Honderden geleerden hebben een groot deel van hun loopbaan besteed aan het verklaren, of aan pogingen tot weerlegging, van zijn ontdekkingen. Ofschoon hij geloofde in de vrijheid van het individu en in de democratie, heeft men hem beurtelings uitgemaakt voor een “bolsjewiek” en een “werktuig van Wall Street”. Ofschoon hij een onwankelbaar godsvertrouwen bezat, werd hij aangevallen om zijn atheïsme.

Tot grote verbazing van de slechts het wetenschappelijk onderzoek dienende natuurkundige werden hem bedragen tot bijna een ton geboden voor het aanbevelen van allerlei producten, van likdoornpleisters tot auto’s. Zijn borstbeeld prijkt in bibliotheken universiteiten overal ter wereld, en in Duitsland is een monument voor hem verrezen. Hij is de enige Amerikaanse staatsburger geweest aan wie het presidentschap van een ander land is aangeboden. Dit alles speelde zich af rondom een man die niet meer vroeg dan in stilte te mogen denken en werken. “Ik ben gelukkig omdat ik van niemand iets verlang,” zei hij eens. “Maar natuurlijk vind ik het prettig als ik bij mijn collega’s waardering vind.”

Toen in 1933 de nazi’s in Duitsland aan de macht waren gekomen, verliet Einstein zijn geboorteland en trok naar de Verenigde Staten. Daar werd hij opgenomen in de staf van het Instituut voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek in Princeton, New Jersey. Hij was gelukkig in Princeton; hij vond er de rust waarnaar hij altijd had verlangd. De buren vonden het niet gek dat hij lange haren liep omdat hij er een hekel aan had naar de kapper te gaan, of dat hij gemakkelijk zittende kleren droeg — een wijde pullover en een slobberig hangende broek.

Van het eerste ogenblik af dat hij zijn intrede deed in het Instituut, is Einstein meer dan louter waardering om zijn vakkennis ten deel gevallen. Mannen van wetenschap, gewoonlijk gereserveerd in hun uitingen, gebruikten onbeschroomd woorden als “bijna een heilige”, “nobel”, “beminnelijk”, wanneer zij het over hem hadden. “Zelfs in een gedachtewisseling over theoretische fysica,” zei een wiskundige, “straalt hij humor, warmte en vriendelijkheid uit.” Toch bleef Einstein, na bijna een halve eeuw een beroemdheid te zijn geweest, voor iedereen behalve zijn vrienden en naaste buren een teruggetrokken figuur.

Iedere werkdag ’s ochtends om half elf trok hij een oude zwarte jas aan — en ’s winters zette hij er nog een zwarte gebreide muts zoals zeelui wel dragen, bij op — stapte zijn houten huis uit en wandelde de ruim twee en een halve kilometer naar het Instituut. Zijn lange, onverzorgde haren en zijn druipsnor waren wit. Zijn ogen stonden, hoewel ze u geduldig en met vriendelijke belangstelling aankeken, dikwijls vermoeid en waren rood omrand. Hij sprak zacht, zijn Engels gekleurd met een licht Duits accent.

In zijn ruime, gerieflijke werkkamer met het riante uitzicht op een stukje bos, placht hij zich onmiddellijk te zetten aan de verdere uitwerking van zijn Algemene Theorie van het Magnetische Veld, waarop hij zich gedurende meer dan drie decenniën geheel concentreerde. Deze theorie verbindt de twee grote krachten van ons fysisch heelal, gravitatie en elektromagnetisme, en toont derhalve de onderlinge relaties aan die er tussen alle bekende natuurkundige verschijnselen bestaan.
Hij ging achterovergeleund in zijn stoel zitten en begon in een klein, keurig handschrift te schrijven op de grote blocnote die hij op een knie in evenwicht hield. Wanneer hij met een probleem vastliep, bleef hij er, nu en dan een lok haar om een vinger windend, net zo lang kalm en geduldig over zitten peinzen tot hij weer verder kon gaan. Elk van zijn theorieën was het resultaat van maanden en jaren onvermoeibaar werken aan wat hij noemde “gedachte-experimenten”.  Potlood en papier vormden zijn wetenschappelijke uitrusting; zijn geest was het laboratorium. Hij kon op dwaalsporen raken, verkeerde conclusies trekken — hij gaf het nooit op.

Het juiste antwoord, voelde hij, moest kunnen worden gevonden, omdat “God wel een raadsel, maar nooit boosaardig is.”
Einstein was diep overtuigd van de eenvoud en logica van het ordenend beginsel in de natuur. “Een soort geloof heeft mij er mijn hele leven voor behoed moedeloos te worden tegenover de grote moeilijkheden waarop ik bij mijn onderzoekingen stuitte.”
Wanneer hij zijn eigen conclusies op hun juistheid toetste, vroeg hij zich af: “Zou dit de manier kunnen zijn waarop God de wereld heeft geschapen?” Als creatief wetenschappelijk werker zag hij van een ontdekking zowel de “schoonheid” als de “juistheid”.
Evenals vele grote mannen was Einstein bescheiden en verlegen. Toen hij in Washington op een vergadering over Palestina binnenkwam, rees iedereen overeind om hem toe te juichen. Van zijn stuk gebracht, fluisterde hij een vriend toe: “Ze moesten maar eerst eens afwachten wat ik zal zeggen.”
Op een diner te zijner ere putte de ene spreker na de andere zich uit in loftuitingen op zijn genie. Einstein wist niet waar hij zich bergen moest. Ten slotte wendde hij zich tot de schrijfster Fannie Hurst en bracht haar op de begane grond terug met de nuchtere mededeling: “Weet u, ik draag nooit sokken.”

Op een aanbod president van Israël te worden antwoordde Einstein met zijn gewone bescheidenheid dat hij zich onbekwaam achtte voor het vervullen van een functie, die veelvuldig contact met mensen inhield. Het leek hem beter, zei hij, de studie voort te zetten van de stoffelijke natuur, waarvan hij “enige kennis” bezat. Einstein heeft nooit met hart en ziel tot een bepaalde maatschappelijke groep behoord. Hij stelde zich niet gemakkelijk voor andere mensen open. Dit was niet een uitvloeisel van zijn werk, maar lag veeleer in ’s mans aard. Deze terughoudendheid sprak reeds uit de eerste foto’s die er als kind van hem waren genomen.

Hij werd op 14 maart 1879 geboren te Ulm in Duitsland, maar bracht zijn eerste jeugdjaren door in München. Door zijn stille verlegen aard had hij weinig omgang met andere kinderen. Het duurde zo lang voor hij leerde spreken, dat zijn ouders vreesden dat hij achterlijk was. Zijn onderwijzers vonden hem een buitenbeentje. Hij had weinig vriendjes en deed niet mee met spelletjes. Zijn manier om zich te vermaken bestond in het componeren van kleine godsdienstige gezangen op de piano, om ze op eenzame wandelingen voor zich heen te neuriën. Zo tegen zijn twaalfde jaar had hij zich reeds op eigen houtje aan de studie van wiskunde en natuurkunde gezet. Op school kon hij echter lang niet in alle vakken goed meekomen. Ofschoon hij uitblonk in wiskunde en fysica, had hij geen aanleg voor talen. Hij wilde in Zwitserland verder studeren, maar zakte voor het toelatingsexamen tot de polytechnische school te Zürich. Een jaar later probeerde hij het nog eens en slaagde.

De eerste twee jaar na beëindiging van de studie had Einstein drie baantjes bij het onderwijs, raakte ze alle drie weer kwijt, leefde van de hand in de tand en trouwde met Mileva Marec, die eveneens natuurkunde had gestudeerd en hem twee zoons schonk.
In 1902 — hij was toen 23 — kreeg Einstein een betrekking als inspecteur bij het Berner octrooibureau. Het baantje vergde niet al te veel van zijn krachten en hij kon zich aan zijn eigen studie blijven wijden. Hij had zich de opgave gesteld tijd met ruimte, massa met energie te verbinden. Soms wanhoopte hij aan de mogelijkheid van slagen, en uitgerekend op de dag voordat hij het juiste bewijs vond, zei hij tegen een collega-inspecteur: “Ik geloof dat ik het maar opgeef.”

Op 26-jarige leeftijd stuurde hij, in de wereld der natuurwetenschappen nog een volslagen onbekende, zijn “Speciale Relativiteitstheorie” naar een wetenschappelijk tijdschrift. Hij vatte zijn theorie samen in wat nu de beroemdste vergelijking op het gebied van de natuurwetenschap is: E = mc2; globaal uitgedrukt: energie is gelijk aan massa maal het kwadraat van de lichtsnelheid. De vergelijking toonde aan dat, indien alle energie, opgehoopt in honderd gram van welke materie ook, kon worden vrijgemaakt, dit een kracht zou opleveren, overeenkomend met de explosiekracht van ruim drie miljoen ton TNT. Ofschoon de theorie een omwenteling teweeg bracht in de voorstelling, die de mens zich van het heelal had gevormd, beseften slechts weinig fysici op dat ogenblik de wereldschokkende betekenis ervan. Jarenlang was E= mc2
een onderwerp voor levendige discussies; na de ontploffing van de atoombom op Hirosjima was het grimmige werkelijkheid geworden.

Einstein deed meer dan de theoretische basis leggen voor de vervaardiging van de atoombom. Tegen het einde van de jaren dertig wisten vele geleerden dat de nazi’s er koortsachtig naar in streefden tot ontwikkeling van de atoomkracht te komen. De Amerikaanse geleerden trachtten bij de militaire autoriteiten van de V.S. belangstelling te wekken voor een soortgelijk project, maar vonden weinig gehoor. Zij deden toen een beroep op Einstein om zijn invloed aan te wenden. Op een avond in 1939 stelde hij de brief op die een van de belangrijkste documenten van de Amerikaanse geschiedenis zou worden. “Recente onderzoekingen,” schreef hij aan president Roosevelt, “wekken de verwachting dat het element uranium in de naaste toekomst zal kunnen worden omgezet in een nieuwe en belangrijke bron van energie……Van deze nieuwe energie zou ook gebruik kunnen worden gemaakt voor de constructie van bommen.”
President Roosevelt machtigde onmiddellijk het Manhattan-Project de ontwikkeling van de atoombom ter hand te nemen, en de Verenigde Staten waren begonnen met de noodlottigste bewapeningswedloop die de geschiedenis zien heeft gegeven.

Einstein bleef aan het werk met dezelfde voortvarendheid die hij 50 jaar had gedemonstreerd. Zijn Algemene Theorie van het Magnetische Veld was het resultaat van 35 jaar ingespannen arbeid. De kwintessens ervan is samengevat in vier vergelijkingen, die slechts twee regels van deze bladzijde zouden beslaan. In deze reeks vergelijkingen verbond hij de natuurkundige wetten die de krachten van licht en energie beheersen met de geheimzinnige zwaartekracht waaraan alle stoffelijke dingen zijn onderworpen.
Einstein geloofde dat zijn theorie “in hoge mate overtuigend” was, maar kon niet met zekerheid zeggen dat ze juist was.

Albert Einstein is op 18 april 1955 in Princeton gestorven. Hij was toen 76 jaar, en tot het laatst heeft hij zich ingespannen om nog meer geheimen van tijd en ruimte te ontraadselen. De kans op mislukking heeft hem nooit ontmoedigd. Hij wist dat de mens nooit de werkelijkheid zal kunnen doorgronden en dat “de schoonste ervaring die wij kunnen opdoen de belevenis van het mysterie is.”

alle biografieën

696

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.