VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis (6-2)

.
6e klas geschiedenis: alle artikelen
 .

De Tweede, Derde en Vierde Kruistocht

De nieuwe staatjes van de kruisridders
Na de bevrijding van Jeruzalem boden de ridders de dappere Godfried van Bouillon de koningskroon van de stad aan. Maar hij weigerde die met de woorden: ‘Ik kan geen gouden kroon dragen, waar Christus een doornenkroon droeg.’ Hij nam ge­noegen met de eretitel ‘Beschermer van het Heilige Graf’. Godfrieds neef Boudewijn van Boulogne had minder gewetensbe­zwaren. Hij ruilde zijn pas veroverde graafschap Edessa in voor Jeruzalem en aanvaardde wél de koningskroon. Boudewijn was niet de enige die zo gemakkelijk zijn eed aan keizer Alexius schond. Terwijl de meeste kruisridders met hun soldaten de reis naar huis aanvaardden, bleven zo’n 300 soldaten met hun aanvoerders achter in het Heilige Land. Ze stichtten staatjes in de veroverde gebieden. Bohemund van Tarente had zich Antiochië toegeëigend ei Raymond van Toulouse werd de heer van Tripoli. Godfried van Bouillon was van plan naar huis te gaan, maar hij stierf in 1100, na een veldtocht tegen de stad Damascus.

De aansporing van Bernardus van Clairvaux
De muzelmannen berustten niet in de verovering van hun gebieden door de Europese ridders. Ze zonnen op wraak. Hun krachtigste leider, sultan Zengi, veroverde in 1144 Edessa. Dat was de zwakste, maar tevens de voornaamste voorpost van de kruis­vaarders. Dit wapenfeit werd aan­leiding voor het ondernemen van de Tweede Kruistocht (1147-1149). Deze veldtocht zou de glorie van de Eerste Kruistocht allerminst voort­zetten.
De in West-Europa thuisgekomen ridders hingen liever de held uit dan opnieuw de wapens op te nemen. In plaats van opnieuw de lange reis te ondernemen, reageerden ze lauw op de val van Edessa.

Maar toen kwam Bernardus van Clairvaux tussenbeide. Hij was een geestelijke, die aan alle Europese hoven in hoog aanzien stond. Hij besloot koningen en keizers af te reizen. Welbespraakt en vurig pleitte hij voor een nieuwe veldtocht tegen de moslims. Voor de eerste maal schaarden gekroonde hoofden zich onder de banier van het kruis. Lodewijk VII van Frankrijk maakte zich reisvaardig en vertrok met een groot leger van 70.000 man en begeleid door zijn gemalin Eleonora naar het Heilige Land. Vanuit het Duitse rijk vertrok Koenraad III met eveneens 70.000 man.

6e klas kruistochten 2

Bernardus van Clairvaux onderwijst zijn volgelingen. Deze invloedrijke geestelijke wist zowel de koning van Frankrijk als de Duitse keizer in 1146 te bewegen om de Tweede Kruistocht te ondernemen.

Veldtocht vol fouten
Aanvankelijk volgden de nieuwe legers dezelfde route als van hun voor­gangers. Maar na Konstantinopel weken ze van de oude route af. Eerst marcheerden ze een stuk langs de kust van Klein-Azië en toen scheepten ze zich in en voeren naar Palestina. Het lot was de kruisvaarders die keer slecht gezind. Het leger van Koenraad III werd vernietigend verslagen. Lodewijk VII verging het al niet veel beter. Hij liet zich in Antiochië feeste­lijk onthalen door Bohemund. Maar hij beging de fout zijn vrouw aan de bescherming van Bohemund toe te vertrouwen. Prompt begon Bohe­mund haar het hof te maken. Nadat hij met zijn troepen verder was getrok­ken, beging de onwetende Lodewijk VII zijn tweede, nog grotere blunder. In plaats van het beleg te slaan voor Edessa, waarvoor hij eigenlijk was gekomen, viel hij de stad Damascus aan. Het was de stad die Godfried van Bouillon het leven had gekost. Maar de bewoners van Damascus haatten de Turken zo erg, dat ze eerder als bondgenoten dan als vij­anden beschouwd moesten worden. Lodewijk verspilde zijn krachten dus tegen de verkeerde vijand. Damascus werd manmoedig en met succes ver­dedigd. Lodewijk moest het laten afweten. Hij moest genoegen nemen met de verschroeide akkers rond de stad. Kort daarop hoorde hij dat Bohemund in Antiochië zijn vrouw Eleonora had ingepalmd. Verslagen trok Lodewijk VII met de resten van zijn legers terug naar Frankrijk en liet daar zijn huwelijk ontbinden…

Zegevierende Turken
De Turken, die de mislukking van de Tweede Kruistocht uiteraard met genoegen hadden aanschouwd, grepen hun kans en sloegen terug. De zoon van sultan Zengi veroverde Antiochië en alle steden in het noorden van Klein-Azië. In 1174 greep de Turkse generaal Saladin de macht. Nog in hetzelfde jaar nam hij Damascus in. Daarna rukte hij op naar Jeruzalem.
Koning Boudewijn van Jeruzalem, die in 1185 aan melaatsheid stierf, wist de stad tot aan zijn dood te behouden. Maar daarna kon de stad de sterke legers van Saladin niet veel langer weerstaan. Op 2 oktober 1187 wapperde Saladins banier op de muren van de Heilige Stad.

Een schok door Europa
De val van Jeruzalem voer als een schok door Europa. De paus ver­maande de Europese vorsten hun onderlinge twisten bij te leggen en spoorde hen aan tot de Derde Kruis­tocht (1189-1192). Ditmaal trokken niet twee, maar drie vorsten hun harnas aan. De Duitse keizer Frederik Barbarossa bracht een gigantisch leger op de been. De Franse koning Filips II Augustus deed hetzelfde, gevolgd door koning Richard Leeuwenhart van Engeland. Keizer Frederik Barbarossa (met de rode baard) trok dwars door Europa en kwam als eerste in Klein-Azië aan. Bij dit leger bevond zich ook graaf Willem I van Holland. Zijn eerste krijgsverrichtingen waren zeer suc­cesvol. Maar toen sloeg het noodlot opnieuw toe: op 10 juni 1190 ver­dronk de keizer in de rivier de Calycadnus. Ontmoedigd maakte een belangrijk deel van het Duitse leger rechtsomkeert.

Het verdrag met Saladin
Richard Leeuwenhart was fortuin­lijker. Samen met de Franse koning Filips II Augustus scheepte hij zich in Zuid-Frankrijk in en voer over de Middellandse Zee naar Palestina. Onderweg veroverde hij het eiland Cyprus. Aangekomen in het Heilige Land (in 1191) kregen de Engelse en Franse koning een heftige ruzie, als gevolg van de vele oorlogen die Frankrijk en Engeland de afgelopen jaren met elkaar hadden gevoerd. Filips II Augustus besloot met zijn krijgsmacht terug te keren naar Frankrijk.
Het kon Richard niet deren. Moedig trok hij met alleen zijn Engelse soldaten verder. De gehele westerse wereld, maar ook de mohammedaanse wereld weergalmde van Richards dapperheid, die vaak aan roekeloos­heid grensde. In 1192 veroverde hij Jaffa, maar Jeruzalem zou een visioen aan de horizon blijven. Richard Leeuwenhart ontving alarmerende be­richten uit zijn land en besloot naar Engeland terug te keren. Maar voor­dat hij zich inscheepte, wist hij een overeenkomst te sluiten met Saladin. Pelgrims mochten weer ongehinderd het Heilige Graf bezoeken. De over­eenkomst gold voor drie jaren. Onderweg werd Richard Leeuwen­hart twee jaar gevangen gehouden door hertog Leopold van Oostenrijk, die hij vroeger eens beledigd had. In 1194 keerde Richard in Engeland terug.

Een paus met grote plannen
In 1198 werd Innocentius III, toen 37 jaar oud, tot paus gekozen. De bezetting van de Heilige Stad door de mannen van Saladin was een doorn in het oog van de jonge paus. Bovendien was hij bezeten van het verlangen, machtiger te zijn dan wie ook in Europa.
Hij besloot de gekroonde hoofden van Europa tot een nieuwe kruistocht aan te zetten, om tijdens hun af­wezigheid zijn macht voor eens en altijd te vestigen. Hij begon met de geliefde riddertoernooien voor de periode van vijf jaar te verbieden. Wat hij verwachtte, gebeurde. De ridders werden ongedurig en zochten actie. De geslepen paus Innocen­tius III wist die dadendrang om te zetten in het organiseren van de Vierde Kruistocht (1202-1204). De paus vond een gretige geldschieter voor de legers in de heerser van het machtige Venetië, de doge Dandolo. Venetië zou in ruil voor de helft van de veroveringen en een fors bedrag de schepen leveren voor de overtocht en bovendien 34.000 man een jaar lang van voedsel voorzien. De vloot zou naar Egypte varen en de muzelman­nen daar in het hart van hun rijk treffen.

Wat de paus niet besefte, was dat de sluwe doge andere plannen voor had met de kruisvaarders. Evenals Pisa en Genua had de stad Venetië aan de voorgaande kruistochten een bloeien­de handel met de christelijke staatjes in Palestina overgehouden. De doge besloot de rijpende plannen voor een volgende kruistocht te benutten tot meerdere glorie van zijn stad. Venetië onderhield zeer winstgevende handelsbetrekkingen met Egypte en de doge was zeker niet van plan die te verspelen.
De kruisvaarders konden het vereiste bedrag voor de schepen en de over­tocht niet bij elkaar krijgen. Daar­door kon de doge de kruisvaarders zover krijgen, dat ze koers zetten naar Konstantinopel. Dat was bij­zonder slim van hem, want die stad was reeds eeuwenlang de grote con­current op de markt in het Oosten. In 1203 bestormden de kruislegers Konstantinopel. Ze herstelden er de macht van keizer Isaac, die enige jaren terug was verjaagd door zijn broer Alexius III. Maar nog geen jaar later kregen de kruisridders laaiende ruzie met de keizer en stuurden hem zijn keizerrijk uit.
De ridders verdeelden daarna het Europese deel van Byzantium in vele vorstendommen. Een kwart van het rijk, met de stad Konstantinopel, werd geschonken aan Boudewijn van Vlaanderen, een van de belangrijkste aanvoerders. Hij werd de eerste keizer van het nieuwe rijk, dat ‘het Latijnse keizerrijk’ ofwel ‘Romania’ werd genoemd.
De macht van Konstantinopel was gebroken. De Venetiaanse doge had zijn zin gekregen. Venetië kon onbe­lemmerd de vruchten plukken van de handel met het Oosten. De Vene­tiaanse schepen waren de meesters van de Middellandse Zee. Paus Innocentius III zag maar weinig van zijn idealen terechtkomen. En Jeruzalem was vergeten…

De laatste kruistochten

Graaf Willem I
Een Hollandse graaf was voorbe­stemd om tijdens de Vijfde Kruis­tocht (1217-1221) een opvallende rol te spelen. Het was graaf Willem I. Hij was het voorbeeld van een dappere middeleeuwse vechtridder. Hij had al eerder, onder bevel van de Duitse keizer Frederik Barbarossa, aan een kruistocht deelgenomen. Op de terugweg was hij in Franse ge­vangenschap geraakt. Toen hij later in Holland terugkeerde, nam hij maar al te graag de uitdaging van een nieuwe kruistocht aan.

Rondtrekkende predikers
In 1215 werd tijdens een kerkvergadering in het pauselijk paleis te Rome opgeroepen tot een volgende kruistocht. Meer dan 1000 afgezan­ten van vorsten, bisschoppen en andere belangrijke figuren waren bij deze kerkvergadering aanwezig. Paus Innocentius III verwachtte dan ook niet anders, of alle Europese vorsten zouden eendrachtig voor altijd een einde maken aan de overheersing van het Heilige Land door de muzelman­nen.
Maar het  pakte  anders  uit.  De vorsten zaten niet bepaald te trap­pelen van ongeduld om hun paleizen en koninkrijken te verlaten. Ze had­den het te druk met hun onderlinge ruzies en waren bang dat hun vijan­den hun afwezigheid zouden aan­grijpen om hun tronen te bezetten. Daarop beval de paus dat Europa overstroomd moest worden door pre­dikers, die het volk moesten op­roepen tot de strijd tegen de muzel­mannen. Welsprekend en geestdriftig trokken de predikers rond om te zorgen voor een massale deelname. Sommigen kregen in de overvolle kerken visioenen van in de lucht zwevende kruisen: een ‘teken van God…’

Het Portugese avontuur
Ten slotte beantwoordden twee mach­tige Europese vorsten de oproep van de paus: Andreas II van Hongarije en Leopold VI van Oostenrijk. Ook graaf Willem I van Holland scheepte zich met duizenden Friezen, Hollan­ders en Vlamingen in en zeilde langs de Europese kust naar het zuiden. Hij wilde door de Middellandse Zee naar Palestina varen.
Maar het lot besliste anders. Storm­winden sloegen de schepen van graaf Willem uit de koers. De vloot, waarbij zich inmiddels ook Engelse schepen hadden gevoegd, vluchtte een Portugese rivier op. Voor de Portugese koning Alfonsus II kwa­men de kruislegers als een geschenk van de hemel. Al jaren vocht hij een verbeten strijd tegen de Moren. Maar nooit was het hem gelukt hen uit hun versterkingen te verjagen. De koning haalde de kruisridders over hem te helpen bij zijn strijd. Willem I voer daarop met zijn vloot naar de zwaarverdedigde vestingstad Lissabon, die bezet werd gehouden door de Moren. De kruisvaarders bestormden het bolwerk met zoveel vuur, dat de belegerden zich over­gaven. Graaf Willem beloofde de Moren een vrije aftocht. Maar toen de Moren de vesting verlieten, stort­ten de Friese en Vlaamse troepen zich op hun ongewapende tegenstanders en slachtten hen af. De Portugese koning had zijn doel bereikt en verplaatste zijn hof naar Lissabon, dat daarna de hoofdstad van zijn rijk bleef. Uit dank bood hij de kruisridders land aan. Velen aan­vaardden dit en waren verloren voor de goede zaak. Het leger van graaf Willem onderging hierdoor een ge­voelige aderlating. Bovendien had hij op het slagveld al de nodige verliezen geleden. Daarom vroeg hij paus Innocentius III hem te ontheffen van zijn kruisvaart en hem toe te staan in plaats daarvan strijd te voeren tegen de Moren in Portugal en Spanje. De paus weigerde.

Graaf Willem maakte zich kwaad
Graaf Willem van Holland over­winterde in Lissabon. In het voorjaar voer hij verder. Andreas II van Hongarije en Leopold VI van Oostenrijk waren inmiddels in Egyp­te aangekomen. Ze hadden besloten de sterke stad Damiate aan te vallen. Toen graaf Willem aankwam, was met de belegering net een begin gemaakt. Vooral dank zij de inzet van de energieke Willem I en zijn trouwe mannen, viel Damiate in november 1218.
Daarop stelde de Egyptische sultan voor, Damiate te ruilen voor Jeruza­lem. Veel kruisvaarders waren inge­nomen met dat voorstel. Het zou betekenen dat ze zonder verdere strijd de Heilige Stad konden binnen­trekken. Maar een pauselijke af­gezant verijdelde de inruilplannen. Niet door onderhandeling, maar door strijd moest Jeruzalem aan de muzel­mannen worden ontnomen! Graaf Willem I kon geen begrip opbrengen voor dit pauselijke standpunt. Woe­dend keerde hij met zijn Friezen, Hollanders en Vlamingen terug naar huis.

De resterende kruislegers rukten ver­der Egypte in, maar werden daar verrast door de jaarlijkse over­stroming van de Nijl. Hun legerkamp veranderde in een eiland, omgeven door brede stromen. Schaakmat ge­zet door deze speling van de natuur moesten ze zelfs het veroverde Damiate prijsgeven. Ze besloten geen verdere verliezen te maken en bliezen de aftocht.

Frederik II, de diplomatieke kruisvaarder
Wat met het wapengekletter van de Vijfde Kruistocht niet bereikt werd, zou de Duitse keizer Frederik II von Hohenstaufen langs diplomatieke weg wel bereiken. Toen Frederik II in 1215 trouwde, zwoer hij in aanwezig­heid van de paus (Innocentius III) dat hij het Heilige Land zou veroveren. Innocentius III overleed in 1216 en zijn opvolger Honorius III was de eed aan  zijn  voorganger  gedaan weliswaar niet vergeten, maar hij viel er Frederik II ook niet erg mee lastig. Hij had ten slotte al een aantal malen op het punt gestaan om te vertrekken. Honorius III werd in 1227 opgevolgd door de energieke Gregorius IX en deze nieuwe paus zou Frederik II direct aan zijn eed herinneren. In 1227 werd er een kruisleger door Frederik II uitgerust. Maar twee dagen na het uitvaren legde de vloot weer aan in Zuid-Italië, omdat de pest aan boord uitgebroken zou zijn! Een woedende paus Gregorius geloofde daar geen snars van en hij deed Frederik II onmiddellijk in de ban. Het was misschien de beste manier om hem juist wél op kruis­vaart te sturen. In 1228 trok Frede­rik II aan het hoofd van een sterk leger naar Jeruzalem. Het sterke leger hoefde niet in actie te komen, want op 11 februari 1228 sloot keizer Frederik II vrede met de muzelman­nen, zonder enige voorafgaande strijd. Christelijke pelgrims mochten de steden Bethlehem, Nazareth en Jeruzalem ongehinderd betreden. Paus Gregorius misgunde Frederik II zijn succes en hij was woedend omdat er geen strijd geleverd was. Hij kon er echter niet onderuit om de keizer in 1229 van de banvloek te ontheffen. In 1244 sloten de muzelmannen de Heilige Stad opnieuw voor de christe­nen en die keer voorgoed.

De jammerlijke veldtocht van Lodewijk de Heilige
Het heilig vuur, waarmee Europa de muzelmannen te lijf ging, begon steeds lager te branden. Alleen de Fransen bleken nog in staat tot voldoende godsdienstige geestdrift te kunnen komen om een kruistocht te ondernemen. Lodewijk IX de Heilige wist een machtig leger te verzameler. In 1248 scheepte hij zich in. Zijn metgezel tijdens de Zevende Kruis­tocht (1248-1254) was de graaf van Vlaanderen.
Via het eiland Cyprus voer de kruisvloot naar Damiate, dat in 1249 werd bezet. Maar de ontberingen en ziekte in het verre, hete land sloopten het trotse leger, tot de restanten nog maar nauwelijks een strijdmacht genoemd konden worden. Het uit­gedunde leger leed een gevoelige Lederlaag. Lodewijk IX en zijn ridders werden gevangengenomen. Pas na betaling van een kolossaal losgeld werden ze vrijgelaten. De muzel­mannen verwachtten, dat de Euro­peanen zo snel mogelijk hun paleizen, burchten en garnizoenen zouden op­zoeken. Maar de Franse koning wist van geen opgeven. Met een handjevol getrouwen begaf hij zich naar het noorden van Klein-Azië, waar hij vier jaren lang op versterkingen wachtte.
Versterkt met nieuwe manschappen bouwden de Fransen de steden aan de kust van Klein-Azië uit tot sterke forten. Maar voor een hernieuwde aanval op de muzelmannen had Lodewijk IX een bondgenoot nodig.
Hij onderhandelde met Mongoolse ruiters, die zich op korte afstand ophielden. De khan van de Mongolen was een gezworen vijand van de muzelmannen. Maar de pogingen om samen met de Mongolen tegen de muzelmannen op te trekken, liepen op niets uit. Teleurgesteld keerde de Franse vorst in 1254 het Heilige Land de rug toe.

Het rampzalige einde
Toen Lodewijk de Heilige de terug­tocht naar Frankrijk aanvaardde, bleven vele steden aan de kust van het Heilige Land bolwerken van de chris­tenheid. Veel soldaten waren al tij­dens vorige kruistochten achterge­bleven en vormden samen met andere bewoners van de steden militaire garnizoenen, die de steden verdedig­den. Die oorspronkelijke bewoners waren van oorsprong christenen door hun Byzantijnse verleden, maar ze waren als slaven door de muzel­mannen in de islam opgevoed. Ze werden mammelukken genoemd. Toen er door het uitblijven van nieuwe kruislegers geen nieuwe ver­sterkingen voor de Europeanen kwa­men, zagen de mammelukken hun kans schoon. Ze grepen de macht en vestigden hun eigen islamitische staat in Klein-Azië. De ene na de andere stad viel in hun handen. De ontgoochelde Lodewijk de Heilige waren deze verliezen een doorn in het oog. In 1270 besloot hij het nog een keer te proberen. Hij rustte een sterke vloot uit en was van plan naar Palestina te varen. Maar zijn broer, Karel van Anjou, die koning van Napels was, riep eerst de hulp van Lodewijk in voor een gevecht op een ander front. Aan de overkant van de Middellandse Zee, in Noord-Afrika, lag het Moorse bolwerk Tunis. De Tunesische vloot vormde een voort­durende bedreiging voor de handel van het welvarende Napels. Lodewijk gaf gevolg aan het verzoek van zijn broer en voer eerst na Tunis. Het zou het rampzalige einde worden van de Achtste Kruistocht eigenlijk nog voordat deze werkelijk begonnen was. Want tijdens het beleg van Tunis brak onder de deelnemers de gevreesde pest uit. De ongelukkige koning Lodewijk IX de Heilige stierf en velen met hem. Met deze tragische dood kwam tevens het einde van de kruistochten. Het heilige vuur was gedoofd…

De laatste schermutselingen
Nog steeds bleven ijveraars langs de Europese paleizen en steden trekken om op te wekken tot massale strijd tegen de moslims. Vele plannen werden gesmeed, geen ervan werd uitgevoerd.
De grote kruistochten maakten plaats voor kleine veldtochtjes in de 14e en 15e eeuw. Af en toe werd een Turkse stad veroverd. Na korte tijd viel zo’n stad weer onder het Turkse geweld en werd het garnizoen tot de laatste man over de kling gejaagd. Vooral de Hongaren probeerden vertwijfeld de Turkse opmars naar Europa te stui­ten. Maar ze moesten zich voor de woeste horden terugtrekken. In 1453 werd op de muren van Konstantinopel de gevreesde Turkse banier geplant. Ze gaven de stad de nieuwe naam Istanboel en zouden haar nooit meer prijsgeven…

6e klas kruistochten 3

De gevolgen van de kruistochten

De werkelijke winnaars
Na bijna twee eeuwen van strijd aan de oostelijke oevers van de Middel­landse Zee hadden de muzelmannen zich steviger dan ooit genesteld in heel Klein-Azië. De kruistochten hadden vrijwel niets opgeleverd. In­tegendeel, zelfs Konstantinopel werd voortdurend bedreigd en werd uitein­delijk door de Turken ingenomen. Wat er aan winst kon worden binnen­gehaald, lag thuis, in de verschillende landen van Europa. Vele vorsten hadden met groot genoegen de grootste herrieschoppers zien weg­trekken naar het Heilige Land en nooit meer zien terugkomen. De afstand tussen de edelen en het volk werd kleiner. In ruil voor geld voor hun kruislegers, hadden de edelen gul gestrooid met privileges aan de steden en de kooplieden. Het volk kreeg medezeggenschap. De macht van de adel begon te tanen. Vooral de handel behaalde winst door de kruistochten. Reeds vóór het begin van de kruistochten bestond er een bescheiden handel met het Oos­ten. Maar de oorlog met de Turken had de handelswegen afgesneden. Geen wonder dat rijke handelssteden als Venetië, Genua en Pisa zich haastten om de kruisvaarders te hel­pen met geld en schepen. Niet die kruisvaarders, maar de kooplieden kwamen als overwinnaars uit de strijd. Ze konden weer specerijen, tapijten, parfums, zijde, edelstenen, aardewerk, goud, ivoor en suiker
ver­handelen door heel Europa. De kruisridders hielden de aanvoerwegen en de havens wel open…

Winst voor bouwmeesters en kunstenaars
De zijde, die tijdens en na de kruistochten naar Europa werd gevoerd, werd al snel een status­symbool. De in Europa onbekende dierenfiguren die in de oosterse zijde waren geweven, vormde een wat verwarrende inspiratiebron voor de beeldhouwers van de kerken. De gehele bouwkunst in Europa onderging de invloed van wat de kruisridders in het Heilige Land aan moois hadden gezien. Zo ontstond in Frankrijk een bouwkunst, die zich kenmerkte door langgerekte bogen en hoge gewelven, zoals die door muzelmannen al eeuwen werden toegepast. Die Franse bouwkunst zou zich ontwikkelen tot de meest grootste die Europa heeft gekend: de gotiek. In bijna alle grote steden van Europa werden aan het einde van de kruistochten enorme kathedralen in gotische stijl gebouwd.

Winst voor de wetenschap
De kruistochten hadden zelfs gevolgen voor het gedrag van de ridders en hun grove manieren. Het contact met de oosterse beschavingen werkte polijstend en verfijnend. Het rauwe krijgslied verstomde en maakte plaats voor dichterlijke gezangen vechtjasmentaliteit werd verdrongen door ridderlijkheid. De hang naar meer beschaving ging gepaard met hoofse manieren. De romantiek bloeide op in de dichtkunst. De wijsbegeerte en de kennis van de muzelmannen begonnen naar Europa dc te sijpelen.
De oosterse aardewerktechniek werd in Spanje en Italië overgenomen. Het Europese aardewerk was altijd grof geweest en overtrokken met grauw zoutglazuur. Het met kleurrijk tinglazuur  overtrokken   aardewerk van de moslims zou Europa in komende  eeuwen veroveren. Het papier, een Chinese uitvinding, werd door de Moren naar  Spanje en Sicilië gebracht. Vandaar vond het zijn weg door de hele westerse wereld. Het schrijven van boeken werd op grote schaal ter hand genomen en maakte de weg vrij voor de drukkers. Alle kunsten en wetenschappen in Europa wonnen door het contact met het Oosten. De kruistochten vormden de bloedige botsing tussen twee godsdiensten. Maar ze verlosten het Westen uit een isolement.

6e klas geschiedenis: alle artikelen
 6e klas: alle artikelen
692

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.