VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis (2-2)

.
6e klas geschiedenis: alle artikelen
 .
GELD

De meeste Nederlanders ontvangen iedere maand via de bank of giro hun salaris, maar slechts weinigen zullen weten dat het woord salaris uit het Latijn komt. Romeinse soldaten werden nl. aanvankelijk in zout (= sal) uitbetaald, later in “geld”. Dit geld is echter niet “uitgevonden” door de Romeinen, maar door de Lydiërs, zo1 n 2700 jaar geleden.

Ontstaan en ontwikkeling van geld
Reeds in de 7e eeuw voor Chr. bestonden er in Lydië (Klein-Azië) munten, natuurlijk nog niet zo klein en fijn als wij ze nu kennen. Het waren gouden en zilveren munten, met een grote verscheidenheid in afmeting en afbeelding.

Pas ten tijde van de Griek Alexander de Grote (4e eeuw voor Chr.) werd er eenheid in het muntstelsel gebracht: zilveren en gouden munten van één type en gewicht met de afbeelding van de vorst die de munt geslagen had.

De Romeinen volgden de Grieken, maar zij hadden nog geen behoefte aan een uitgebreid muntstelsel. Ze lieten grote koperen munten gieten, aes grave (= zwaar koper). Voordat ze deze munten lieten gieten, werd er betaald door middel van ruilhandel en brokjes koper (aes rude = ruw koper).

In het agrarische Rome werd vooral vee verhandeld en het is dan ook niet verwonderlijk dat het Latijnse woord voor geld/vermogen (pecunia) is afgeleid van het woord voor vee (pecus).

Rond 200 voor Chr. werden Romeinse munten voor het eerst geslagen. De omvang en het gewicht waren afgenomen en de benaming van de standaardmunt was voortaan as.

Inmiddels werd er ook een zilveren munt (denarius) geslagen en een enkele gouden munt (aureus). In de keizertijd (vanaf 27 voor Chr.) werden er regelmatig gouden en zilveren munten in opdracht van de keizer aangemaakt. Omdat ze aanvankelijk bedoeld waren voor het leger vond dit buiten Rome plaats. Vanaf keizer Caligula (37-41 na Chr.) werden ze in Rome vervaardigd.

De koperen munten, de assen, werden in opdracht van de senaat geslagen. Tot ± 250 na Chr. kwamen hier de letters S(enatus) C(onsulto), bij senaatsbesluit, op voor. Inmiddels was er een muntstelsel ontstaan dat opgebouwd was op de as. Veelvouden van de as waren de dupondius (2 assen) en de sestertius (4 assen), beide van koper. De zilveren munt, de denarius, was oorspronkelijk 10 assen, later 16 assen waard en de gouden munt, de aureus, 25 denarii. Kleinere eenheden dan de as waren de semis ((½ as) en de quadrans (¼ as).

Oude woorden in moderne talen
De eerste munten werden te Rome geslagen in de tempel van Iuno Moneta op het Capitool. De godin Iuno waarschuwde (= monere) de muntmeesters geen bedrog te plegen door munten van een onjuist gewicht en een onzuiver metaal te slaan. Latijnse woorden die met geld te maken hebben, leven nog steeds voort in de benamingen voor geld in moderne vreemde talen. Wie kent niet de woorden money (Eng.), monnaie (Fr.), portemonnee (Ned.), Moneten (Dts.), afgeleid van Iuno Moneta. De Engelse penny is wellicht ontstaan uit pecunia en de Spaanse dinero, of de Joegoslavische dinar afgeleid van denarius. Het woord caput (= hoofd van vee) heeft geleid tot ons woord kapitaal. Iemand die in de Romeinse tijd veel vee had, was kapitaalkrachtig.

Drie woorden die keizer Vespasianus (69-79 na Chr.) ooit uitsprak, leven bij ons nog voort in de vertaling “Geld stinkt niet”. In die tijd werd namelijk de stof die gebruikt werd voor togas eerst door de zgn. vollers voorgewassen met bijtende en ontvettende stoffen zoals urine (waarin ammoniak zit). Urine was dus erg gewild bij de vollers en zij plaatsten potten bij hun vollerij waarin voorbijgangers urine konden lozen. Ook kochten zij urine van openbare toiletten. Vespasianus hief extra belasting op dit stinkende goedje. Zijn zoon Titus vond dat er een luchtje aan deze belastingheffing zat, waarop Vespasianus hem het betreffende geld onder de neus hield en zei: pecunia non olet (Geld stinkt niet).

De Romeinse god van handel en verdienste, Mercurius, leeft nog steeds voort in het Engelse woord voor handelaar, nl. merchant.

6e klas Rome geld 1

Productie van munten
De meeste Romeinse munten werden geslagen op de hier afgebeelde wijze. In het aambeeld (5) werd een stempel voor de voorzijde vastgezet (4); in een houder (1) werd een stempel voor de keerzijde geklemd. Met een tang werd er, na verhitting een munt-plaatje (3) tussen aambeeld en houder gelegd, waarna de afbeelding met behulp van een hamer op het muntplaatje werd geslagen.

6e klas Rome geld 2

Zoals bij ons nu nog steeds gebruikelijk is, zo stond ook bij de Romeinen op de voorzijde van de munt een afbeelding van de heersende vorst. Een dergelijk portret was voor de Romeinen de enige manier om te weten hoe hun vorst er uitzag (afgezien van standbeelden). Fotografie bestond immers niet. De keerzijde van munten werd dikwijls gebruikt als propagandamiddel om aan te geven welke weldaden de keizer voor het volk had verricht. Munten gingen van hand tot hand en fungeerden op die manier als een soort radio. De hele geschiedenis van het Romeinse rijk kan als het ware afgelezen worden van de keerzijde van munten. Voorbeelden van propaganda zijn de haven van Ostia op een munt van Nero (54-68 na Chr.), als teken van goede zorgen voor voedselvoorziening door korentoevoer over zee.

6e klas Rome geld 3

6e klas Rome geld 4

6e klas Rome geld 5

Keizer Hadrianus (117-138 na Chr.) stond er bekend om dat hij van reizen hield en hij liet dan ook een munt slaan met de personificatie van Egypte op de keerzijde.

In tegenstelling tot onze munten staat er op Romeinse munten geen exact jaartal, maar toch kunnen we ze vaak op het jaar nauwkeurig dateren. De Romeinen hadden namelijk de gewoonte om op de munt, naast de naam en bijnamen van de keizer, ook te vermelden welk ambt deze keizer voor de zoveelste keer bekleedde. Uit antieke bronnen weten we van elke keizer welk ambt hij in welk jaar uitoefende. Omdat er zo ontzettend veel afkortingen gebruikt worden, volgt hieronder een voorbeeld:

6e klas Rome geld 6

IMP(erator) CAES(ar) VESP(asianus) AVG(ustus) P(ontifex) M(aximus) T(ribunicia) P(otestate) CO(n)S(ul) Iin CENS(or);

in vertaling:

opperbevelhebber, keizer Vespasianus, de verhevene, opperpriester, met de macht van tribuun, consul voor de 4de maal, censor.

In het jaar 72 na Chr. was Vespasianus voor de 4de maal consul, zodat deze munt in dat jaar geslagen is.

6e klas Rome geld 7

6e klas geschiedenis: alle artikelen
6e klas: alle artikelen
667
Advertenties

12 Reacties op “VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis (2-2)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Geschiedenis – 6e klas (2-1) | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – Geschiedenis – 6e klas (1) | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – Geschiedenis – 6e klas – overzicht (3) | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: VRIJESCHOOL – Geschiedenis – 6e klas – Rome (3-1) | VRIJESCHOOL

  5. Pingback: VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis (3-2) | VRIJESCHOOL

  6. Pingback: VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis (3-3) | VRIJESCHOOL

  7. Pingback: VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis (3-4) | VRIJESCHOOL

  8. Pingback: VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis (3-5) | VRIJESCHOOL

  9. Pingback: VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis (3-6) | VRIJESCHOOL

  10. Pingback: VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis (3-7) | VRIJESCHOOL

  11. Pingback: VRIJESCHOOL – Geschiedenis – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  12. Pingback: VRIJESCHOOL – 6e klas – geschiedenis (6-1) | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.