VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – carnaval (17)

.

Carnaval

Schlagers, overvolle cafés en een polonaise op veel te harde muziek: dat zijn meestal de eerste associaties bij het woord carnaval. Heeft het uitbundige feest van de vermomming ook nog iets anders te bieden? Zet iemand die zich verkleedt niet juist een masker af?

Carnaval was ooit een nieuwjaarsfeest; het nieuwe jaar begon in maart. Dat februari ooit de twaalfde maand was, valt af te leiden uit de namen van de maanden die er aan vooraf gaan. In november zit het getal negen, maar het is de elfde maand en, december betekent tiende, maar op de kalender is het de twaalfde maand. De telling is dus twee maanden verschoven en dan klopt het ook dat februari vroeger, dat wil zeggen tot 450 voor Christus, de laatste maand van het jaar was. Dat verklaart tevens waarom februari maar 28 of 29 dagen telt, want aan het eind van het jaar maakte men de telling sluitend.

De traditie om het nieuwe jaar in de lente te laten beginnen is natuurlijk niet zo vreemd. Het jaargetijde kondigt met zijn uitlopende knoppen nieuw leven en dus een nieuw begin aan. Vandaar ook dat er vruchtbaarheidsrituelen aan dit lentefeest gekoppeld werden. In oude agrarische culturen betekende de terugkeer van de zon de bevruchting van de aarde. Het symboliseerde een huwelijk tussen vader zon en moeder aarde. Om het kosmisch huwelijk en de bevruchting van de aarde tot uitdrukking te brengen, lieten sommige volken brandende wielen van heuveltoppen omlaagrollen. Zowel bij de Babyloniërs als bij de oude Egyptenaren en Grieken participeerde het volk in dit huwelijksfeest. Maar ook dichterbij, bij de Germanen kwamen soortgelijke rituele feesten voor.

Nerthus
In een boek over de Germanen beschrijft de Romeinse geschiedschrijver Tacitus (55-120 na chr.)  hoe er op een bosrijk eiland in de oceaan een gewijde wagen stond in de vorm van een schip. Deze wagen  was bedekt met kleden en was het heiligdom van Nerthus, godin van de vruchtbaarheid. De enige mens die de wagen mocht aanraken, was de hoge priester en alleen hij wist wanneer de godin in haar heiligdom aanwezig was. In de vroege lente leidde de hogepriester de wagenr getrokken door vier ossen, door het land. In de tempel zou de heilige bruiloft tussen de priester en de godin worden voltrokken.

In alle plaatsen die zij met een bezoek waardig keurde, werd uitbundig feest gevierd. Nergens werd een strijd uitgevochten; het was verboden een wapen op te pakken. Om de godin te eren, die zich onder de kleden van haar wagen onzichtbaar hield, wierp men doeken over het gezicht en stak men zich in nieuwe kleren. Het verkleden en het terugtrekken van de persoonlijkheid door het gezicht te bedekken, heeft een duidelijke connectie met het huidige carnaval. Wanneer de wagen na de huwelijksvoltrekking  was teruggekeerd, werden de godin, haar kleed en haar wagen op een geheime plaats in zee gewas­sen. Ook de feestvierders wierpen dan hun doeken af en reinigden zich in zee of in een meer om ‘vernieuwd’ het nieuwe jaar te beginnen.
Van de godin zie je alleen haar voertuig: zelf is ze bedekt. Naar analogie daarvan zou je het menselijk lichaam als ‘voertuig’ kunnen zien en beroep en status als de kleden die ons goddelijke zelf bedekken. In het dagelijks leven zijn wij naar buiten gericht; we ontmoeten andere mensen en oriënteren ons op de weg die wij willen gaan. Door het bedekken van het gezicht kun je nog slechts naar binnen kijkenDaarop zou je bij dit oude lentefeest rond februari – ‘februare’ betekent reinigen-niet alleen van een fysieke, maar ook van een gees­telijke reiniging kunnen spreken. Het huidige car­naval is overigens aan Pasen gekoppeld, waardoor het soms niet in februari, maar in maart valt. Het reinigen van lichaam en geest is ook terug te vin­den in de vastentijd tussen carnaval en Pasen.

Prins carnaval
Ook in het oude Babylon werden nieuwjaarsfees­ten gevierd die veel gemeen hadden met het huidige carnaval. Uit de schriftelijke verslagen van Babylonische priester-koningen blijkt dat men ook daar bijzondere reinigingsrituelen kende, waaruit het fenomeen van prins carnaval te herleiden is. In een bonte optocht toog men rond 2600 voor Christus naar de tempel van Marduk. Rijkversierde scheepswagens op wielen maakten deel uit van de parade, zoals ook nu nog praalwagens en de bekende blauwe schuit onmisbaar zijn in een echte carnavalsoptocht. In  de parade werd een figuur meegevoerd in koninklijke gewaden. Het was een misdadiger die voor drie dagen koning speelde. Hij nam de plaats in van de koning die aan het einde van het feest gedood diende te worden. Zijn dood was een offer aan de god van de vruchtbaarheid. Door te sterven nam de ‘koning’ de zonden van het volk op zich, zodat het volk gereinigd het nieuwe jaar in kon gaan.
Tijdens de feestvreugde in Babylon mocht niemand werken. Op deze dag waren slaven aan hun meesters gelijk en kregen zij evenveel aanzien. Nog steeds gaan prinsessen en boeren, piraten en rechters, clowns en ambtenaren met carnaval hand in hand. Achter het masker is iedereen gelijk, waar geen personen te herkennen zijn, houden rang en status geen stand. Wat vanwege verschillen op de maatschappelijke ladder in het dagelijks leven verzwegen wordt, kan nu met humor worden gezegd of uitgespeeld.
Niet alleen de samen­leving houdt zichzelf een spiegel voor, ook het individu. Wie zijn persoonlijkheid bedekt met kos­tuum en masker, zal ontdekken dat achter de verstarring van het gezicht de mens beweeglijk wordt. We zijn niet wie we verbeelden. Al speel je de burgemeester, al verkleed je je als zodanig, je bent de ander niet. Net zo min drukken uiterlijkheden in het dagelijks leven uit wie we werkelijk zijn. Wij passen ons maar al te vaak aan anderen aan zonder te luisteren wat we:eigenlijk zelf willen, zonder ons af te vragen wie we zelf zijn. We zetten de rem op onze spontaniteit om alles onder controle te houden, houden het gezicht in de plooi en proberen naar de geldende codes te leven.
Wie niet oppast identificeert zich met een zorgvuldig opgebouwde buitenkant.
Wanneer we onze kleding, de buitenste huid, verwisselen en een ander gezicht aannemen door een  masker op te zetten, hoeven we plotseling niet meer te voldoen aan alle verwachtingen die bij deze uiterlijke identiteit horen. Wie blijft er over wanneer je je niet meer kunt verschuilen achter de interessante baan, prestaties en een goed verzorgd uiterlijk wanneer de status is afgelegd? Wat  komt er los als de sociale teugels worden gevierd?
De stijve hark vindt zichzelf wellicht uitbundig dansend terug, de muur­bloem blijkt het stralend middelpunt van het gezelschap en de communicatiedeskundige heeft misschien nauwelijks aanspraak. Er valt veel te ontdekken tijdens het feest van de omkering. Welke bronnen blijven in het dagelijks leven onbenut? In hoeverre ontleen je je ‘kracht’ aan je buitenkant?

Er wordt ontzettend veel gedronken tijdens het carnavalsfeest. Een traditie die al zeer oud is overigens. Tijdens de vereringsfeesten van de god Dionysos in het oude Griekenland, vloeide de wijn rijkelijk. Dionysos was dan ook de god van de wijn en de vruchtbaarheid. En de wijn deed zijn werk. In extatische toe­stand trok een stoet wilde vrouwen, bekleed  met dierenhuiden en voorzien van instru­menten, de bergen in voor hun rituelen. ”Wijn bindt het ver­stand een masker voor en schakelt een te grote nuchterheid uit”, meent T. Fransen in zijn boek Carnaval ont­maskerd? In feite ver­sterkt alcohol de werking die het masker ook al heeft; het maakt de weg vrij voor een andere laag in ons zelf. Alcohol heb je hierbij dus eigenlijk niet nodig. Toegegeven: zonder alcohol is er meer moed nodig om de veiligheid van de controle los te laten. Toch lijkt het mij een gemiste kans wanneer je beneveld en niet bewust de innerlijke omwentelingen ondergaat.

Ware zelf
Door afstand te nemen van de eigen persoon, kunnen we datgene waar we ons in het dagelijkse leven druk om maken, relativeren. Wellicht zien we zo ook wat werkelijk belangrijk voor ons is. Het is de gelegenheid om af te rekenen met alles waar­in je je onvrij hebt gevoeld, omdat je niet jezelf kon zijn. Achter het masker vallen onze eigen maskers af, met het aannemen van een andere identiteit hervinden we het ware zelf. Een bekend verschijnsel in de carnavalsoptocht is een groep jonge vrouwen die zich hebben omgetoverd in verloederde oude wijven. Misschien dat jonge vrouwen het sterkst ervaren dat er vaak niet naar hen, maar naar hun uiterlijke verschijning wordt gekeken. Zoals in Afrikaanse riten maskers gebruikt worden om kwade geesten af te schrikken, zo worden hier de mensen die slechts naar uiterlijkheden kijken afgeschrikt.
Het masker helpt om de uitdaging van carnaval aan te gaan: contact maken van mens tot mens, van wezen tot wezen. Het enige wat een masker niet bedekt, zijn de ogen. En door de ogen spreekt het wezen van de mens. Je kunt je gezicht nog in zulke rare grimassen trekken, de ogen zijn niet te manipuleren. Zo tonen wij, door een masker op te zetten, alleen dat deel dat ons ware zelf niet ver­loochent.
De schrijver Anton van Duinkerken heeft het prachtig verwoord; “Het masker is het symbool van een vervreemding, het is een afscheidsteken. Het ontkent de soevereiniteit van wat het verbergt, om niets te gedogen dan de straling der ziel, die door onthulde ogen licht.”

Patricia Wessels ´Jonas`, nadere gegevens ontbreken.

.

Carnavalalle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

93-90

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – carnaval (17)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Carnaval, alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s