VRIJESCHOOL – Grohmann- leesboek voor de plantkunde (51)

.

Gerbert Grohmann

‘leesboek voor de plantkunde’

blz.186, hoofdstuk 51                                                                            alle hoofdstukken

 

OVER DE KOKOSPALM
Het is een tropische palm waarvan men aanneemt dat deze uit de oostkust van Zuid-Amerika stamt. Vandaaruit heeft deze zich in ieder geval zeer verspreid.

De vruchten, de kokosnoten, blijven drijven en de zee vormt geen hindernis; na een half jaar kiemen ze pas. We vinden ze tegenwoordig over de hele tropische wereld verspreid , maar worden het meest verbouwd op de plaats waar deze oorspronkelijk niet inheems waren: de Aziatische eilanden. Natuurlijk heeft de mens bij de verspreiding de hoofdrol gespeeld en toch komt hij ook voor op onbewoonde eilanden. Daarheen kan alleen de zee de zaden hebben gebracht.

De kokospalm is een palmsoort die hoog opgroeit. De slanke stam wordt wel 20 tot 30 meter hoog en de bladeren worden wel 4 tot 5 meter lang. Zeker toch wel een aanzienlijke lengte voor een enkel blad. Je kunt kokospalmen al van verre herkennen aan de meestal wat scheefstaande stammen. Dat doet de wind natuurlijk. De kokospalm is namelijk een uitgesproken kustpalm. Waar hij groeit, waait de wind voornamelijk uit één richting en van de stam van de kokospalm wordt wel beweerd dat deze zo buigzaam is als een roggehalm .

De grote bloembodems die tussen de bladeren tevoorschijn komen, zijn eerst in machtige kapsels gewikkeld. Dan komen ze tevoorschijn en laten zien dat de eerste bloemen alleen maar stuifmeelbloemen zijn. Ze staan dicht opeen gedrongen; talrijk in aantal, op de punt van de bloembodem, terwijl de vruchtbeginsels verder beneden op dezelfde bloembodem te vinden zijn. De kokospalm is dus een eenhuizige plant. Stuifmeel en vruchtbeginsel zitten niet alleen aan dezelfde boom, maar bovendien in één bloem.

Dat moeten we goed in de gaten houden, omdat het, bv. bij de dadelpalm, anders is.

De bloemen van alle palmen zijn gevormd volgens het getal drie en daaraan herkennen we dat de palmen tot de parallelnervigen behoren, al vormen ze een bijzondere groep.

Grohmann 187 kokospalm

Zo tekende de Zwitserse plantkundige Usteri een kokospalm aan de zeekust waar hij ze dikwijls had gezien.

Nu is het bijzonder interessant zo’n vrucht eens nader te bekijken, om daarvan te leren wat de afzonderlijke delen betekenen. Zie de tekening. Het belangrijkste van de hele vrucht is namelijk het reusachtige zaad binnen de steenharde schaal. Deze schaal echter, vormt de binnenste laag van de vezelige vrucht die het zaad  omhult. Nog voor de kokosvrucht verscheept wordt, wordt de vezellaag van de schaal verwijderd, omdat deze namelijk geschikt is voor het maken van nuttige dingen, bv. kokosmatten.

Wanneer de steenschaal van de kokosvrucht kapot wordt gemaakt – je moet er een zaag of een bijl voor nemen – komt eerst de bruine zaaddoos tevoorschijn. Die is flinterdun en bedekt het witte, voedzame vruchtvlees. Iedereen kent het wel, omdat er de kokosvlokjes van gemaakt worden. De palm vormt het natuurlijk als  eerste voedsel voor het kiemende zaad. Wie goed kijkt, kan in het zaadvlees ingebed de kiem zien liggen, daar waar de steenschaal drie grote punten heeft. Het is in deze toestand nog een staafje van een paar centimeter groot. En toch wordt dat nu later de hoge palmboom. Als de kiem groene bladeren zal hebben, heeft hij de voedsellaag van het zaad opgebruikt. In de ruimte die deze voedsellaag omgeeft, zit de kokosmelk. Je kunt die drinken en het smaakt heerlijk.

Grohmann 189 kokosnoot

Vrucht met zaad van de kokosnoot, beide doorgesneden.

De vrucht is zo getekend als ze eruit ziet wanneer de kiem al door de kiemopening van de steenschaal is gebroken. (Een kokosnoot heeft drie van die openingen, omdat er in aanleg drie zaden  waren, waarvan er maar één verder gegroeid is).
De steenschaal van een kokosnoot springt bij het kiemen niet. De kiem heeft in deze fase al een paar schutblaadejs gevormd, als ook het eerste worteltje; vanbinnen in het zaad is een groot rond zuigorgaan gegroeid. Op onze tekening neemt het al bijna de helft van de binnenruimte in beslag. Het wordt steeds groter, tot tenslotte alle voedingsstoffen van het zaad, ook het witte vruchtvlees, opgebruikt zijn. Inmiddels is de kiem zo groot geworden en heeft zoveel worteltjes gekregen dat deze zich nu zelf voeden kan.

de lagen van buiten naar binnen:

de lagen van de vrucht                                       de lagen van het zaad
de leerachtige vruchthuid                                  de dunne zaadhuid, hier
onzichtbaar
de dikke vezellaag                                                 het witte zaadvlees
de harde steenlaag                                                helemaal binnen de kokosmelk

 

De hele vrucht heeft dus twee keer drie lagen en de kiem met het zuigorgaan, de wortel en de uitloper heeft ook drie delen.

Een volwassen kokospalm draagt jaarlijks 50 tot 100 vruchten en de vruchtbaarheid van de plant duurt zo’n 70 tot 80 jaar. Weliswaar is een goede bodemvochtigheid een voorwaarde voor een goed gedijen. Een Indisch spreekwoord zegt dat de kokospalm 333-voudig voordeel brengt. Dit nut komt niet alleen vanwege de vruchten. Alleen het hout al, dat keihard is, kan goede diensten bewijzen. Men gebruikt het natuurlijk als goed bouwhout. De bladeren worden gebruikt om daken te bedekken, maar ook om zeilen en matten van te maken. Van de middelnerven worden draagtouwen, ja zelfs kokers gemaakt. De bladnerven gebruikt men, net als bij ons de wilgentenen, om manden van te vlechten. Uit de scheden van de bladstelen kan men touwen, kledingstukken en zeilen maken. De bloemscheden laten zich tot touwtjes, fakkels en lendendoeken verwerken. Maar je kunt de bladeren ook laten rotten en dan uit de vezels borstels, touwen, matten en kussens maken. Jonge scheuten kunnen gegeten worden als ‘palmkool’, wat de palm natuurlijk schade berokkent of je kunt het naar buitenvloeiende sap tot ‘palmwijn’ laten rijpen. Het witte vruchtvlees (kopra) is heel belangrijk voor de winning van plantenvetten. Wanneer de olie uit de voedingslaag is geperst, dient de rest nog als veevoer (melasse).

Door  dit alles kun je wel begrijpen hoe het komt dat de kokospalm in sommige streken op aarde het leven pas mogelijk maakt.

Terug naar de inhoud

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

 

57-55

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertenties

4 Reacties op “VRIJESCHOOL – Grohmann- leesboek voor de plantkunde (51)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (53) | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (50) | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: GROHMANN: LEESBOEK VOOR DE PLANTKUNDE-inhoud | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: WAT STAAT OP DEZE BLOG | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s