VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (18)

.

Gerbert Grohmann

‘leesboek voor de plantkunde’

blz.67, hoofdstuk 18                                                                           alle hoofdstukken

 

OVER BIJZONDERE VARENS
Wie zo naar varens kijkt als in het vorige hoofdstuk werd beschreven, die zal moeten zeggen, dat ze tussen de lagere gewassen en de hogere planten, de bloemplanten, staan, precies in het midden! Ze komen tot groene bladeren die ze in ieder geval prachtig vormgeven. Dan is hun ontwikkeling ten einde en wat er nu zou moeten komen, de bloei, met alles wat erbij hoort, dat moeten ze aan die planten overlaten die niet meer op de varentrap staan, maar al op de trap van de bloemplanten.

Wanneer je iets heel graag zou willen kunnen wat anderen ook kunnen, dan doe je heel erg je best het op zijn minst toch na te doen. Dat doen vele varens. Omdat de bloemplanten voor het stuifmeel en het zaad bijzondere plantendelen hebben, hebben de varens er ook moeite mee het stuifmeel zo maar met het groene blad samen te vormen; ze maken op z’n minst een verschil tussen groen blad en andere bladeren die dan uitsluitend voor het stuifmeel zijn.
En dat gelukt hun werkelijk.
Een voorbeeld is de in onze bossen vaak voorkomende dubbelloofvaren. Zijn smalle blad bestaat uit ‘ribben’, het is veerdelig. Net zoals de trechtervarens bouwt ook het dubbelloof eerst een mooie groene kelk, de bladtrechter. Later echter groeien uit het midden van de trechter weer andere jonge waaiers. Ze staan rechtop en worden ook langer dan de andere. Op het eerste gezicht zien ze eruit alsof ze zullen verdrogen. Maar dat doen ze niet, dat lijkt maar zo, omdat de randen opgekruld zijn. Kijk je nu precies naar zo’n rechtopstaand waaierblad, dan zie je gelijk hoe het bij hem is. Hij is namelijk aan de achterkant bruin van de sporen. Daarom noemt men de groene het onvruchtbare waaierblad en die rechtopstaande het vruchtbare.
Het dubbelloof zou graag èn een bloemenkroon èn ook meeldraden hebben en zo bootst hij dan met z’n groene, onvruchtbare bladen de bloemkroon na en met z’n vruchtbare waaierbladen in het midden van de trechter doet hij net zoals de bloemplanten met hun meeldraden.
Meer krijgt hij nog niet voor elkaar en zo moet hij al met al toch een kruid blijven.

rechts een vruchtbaar, links een onvruchtbaar waaierblad van het dubbelloof

Behalve  het dubbelloof zijn er ook nog andere varensoorten die het ook zo doen.  Bij de struisvaren die wegens zijn schoonheid ook in tuinen geplant wordt, zien de vruchtbare waaiers er net zo uit als struisveren.
Bijzonder koddig doen twee kleine varens aan, die bovendien maar een enkel blad hebben: de addertong en de maanvaren. Omdat ze maar één enkel blad hebben, kunnen ze er natuurlijk geen twee verschillende van maken. Er zit voor hen niets anders op om hun blad dan maar in tweeën te delen. De benedenhelft laten ze, zoals die is, de bovenhelft vormen ze om en maken die alleen geschikt voor sporen. Het lijkt wel, alsof er twee verschillende bladeren zijn, maar in werkelijkheid zijn het twee verschillende delen van één blad.

Varen met ‘bloeiwijze’. De maanvaren is een bijzondere varen. Hij bootst, hoewel de hele plant maar uit één blad bestaat, een bloeiplant na. Wat er op het plaatje als zaad uitziet, is in werkelijkheid de opgerichte, bovenste helft van een blad dat in een stuifmeel dragend blad veranderde.

De natuuronderzoekers die de fossielen van de oeroude planten hebben onderzocht, konden vaststellen dat de varens in vervlogen tijden veel groter en ook veel talrijker waren dan tegenwoordig. Onze huidige bloemplanten waren toen nog niet ontstaan en de varentrap was de hoogste trap in het plantenrijk. Niet alleen machtiger in hun groei en veel meer gevormd waren de varens toen, ze waren ook volmaakter. Vele ontwikkelden zich tot zeer hoge boomvarens, andere zochten net als lianen de ene boom na de andere. Weer andere kwamen zelfs niet tot op de grond naar beneden, maar die groeiden boven in het gebied van kruin. Tegenwoordig vind je alleen in het oerwoud nog van deze woekerende varengewassen.

We noemen de aardetijd waarin de varengewassen de hoogste planten waren en bijna de enige op aarde, de steenkooltijd, omdat door die uitbundige groei de steenkool is ontstaan.

terug naar de inhoudsopgave

Plantkunde: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas: plantkunde

23-21

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

2 Reacties op “VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (18)

  1. Pingback: GROHMANN: LEESBOEK VOOR DE PLANTKUNDE-inhoud | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: WAT STAAT OP DEZE BLOG | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s