Tagarchief: zevensprong

VRIJESCHOOL – Kringspelen en meetkunde

.

KRINGSPELEN EN MEETKUNDE

Deze titel mag enigszins vreemd lijken – wat hebben kringspelen nu met meetkunde te maken – vanuit een bepaalde optiek is er wel degelijk een relatie.

Rudolf Steiner:
Bij ons in de vrijeschool mogen de leerkrachten niet tevreden zijn, wanneer de kinderen een cirkel kunnen tekenen, maar onze kinderen moeten de cirkel, de driehoek, het vierkant leren voelen. Ze moeten de cirkel zo tekenen, dat ze het ronde ervaren. Ze moeten de driehoek zo leren tekenen, dat ze de drie hoeken gewaarworden, dat ze al, wanneer ze met de eerste hoek beginnen het gevoel hebben: hier komen drie hoeken. Net zo tekenen ze het vierkant, dat ze voelen hoe die rechthoekig wordt; dat het gevoel van hoe de lijnen lopen meteen vanaf het begin tot hen doordringt. Een kind bij ons moet leren wat een boog is, wat een horizontale lijn is, een verticakel, maar niet alleen maar door te kijken, maar door deze innerlijk te volgen met de arm, met de hand. Dat moet er worden gedaan, ook als basis voor het schrijven. Bij ons zou er geen kind moeten zijn dat een P leert schrijven, zonder dat het eerst een verticale lijn of een boog heeft ervaren; niet alleen maar dat een kind een abstracte waarneming naar buiten toe van een verticale lijn of een boog, maar een gevoelsmatige waarneming moet er zijn, een gevoelsmatig beleven van de dingen.
GA 301/193

In deze opmerkingen staat geen directe verwijzing naar kringspelen, maar wanneer je kinderen een kringspel ziet spelen, of in ruimer verband ze ziet bewegen in de ruimte doordat ze een of ander spel spelen, worden onbewust al die bewegingen waarover Steiner het heeft, ervaren, beleefd.

Wel is hier de relatie vormtekenen/schrijven en meetkunde aangeduid!

In dezelfde voordrachtenreeks gaat hij op een andere plaats opnieuw in op het ‘gevoel voor de ruimte, op de ruimtebeleving’. Hij doet dat aan de hand van wat je op kindertekeningen ziet. En noemt dan voor de ontwikkeling van het ruimtegevoel – nodig om een meetkundig inzicht te krijgen – met name de bewegingsspelen:

Laten we eens naar deze tekeningen van het kind kijken. Wat je een echt ruimtegevoel zou kunnen noemen, hebben kinderen vóór het 7e, 8e, zelfs nog vóór het 9e levensjaar juist nog niet. Dat ontstaat pas later, wanneer zich langzamerhand de andere kracht in de ontwikkeling van een kind manifesteert. [1]
Tot aan het 7e jaar werkt aan het kinderlijk organisme hetgeen later voorstelling wordt. [2] Tot aan de puberteit werkt de wil aan het kinderlijk organisme, die dan zoals ik U gezegd hebt, zich samenbalt en de stemverandering bij de jongens laat zien hoe deze dan doorschiet in het lichaam.
Deze wil is in staat een gevoel voor de ruimte te ontwikkelen, zodat je door alles wat ik nu gezegd heb, door het ontwikkelen van een gevoel voor de ruimte door de bewegingsspelen, door het waarnemen van wat er gebeurt wanneer er schaduw ontstaat bij voorwerpen, vooral door wat in de beweging ontstaat en wordt vastgehouden; als door dit alles de wil ontwikkeld wordt, zal de mens een veel betere verhouding tot de dingen krijgen dan door alleen maar het verstand.
GA 301/215
niet vertaald

Wanneer je met de helicopterview naar kringspelen zou kijken, zie je allerlei meetkundige figuren bewegen: de kring – de cirkel – halve bogen; lemniscaten; spiralen, kettingvormen (die we bij het vormtekenen vlechtvormen noemen) bijv. 

Dat is bewegen in de ruimte.

Steiner over deze ruimte:

Men heeft tegenwoordig in onze abstracte intellectualisitsche tijd de voorstelling van de drie ruimterichtingen die dan zo ergens in de lucht zweven. Het zijn dus drie loodrecht op elkaar staande lijnen die tot in het oneindige verder gedacht kunnen worden. Dat kan je natuurlijk zo van lieverlee abstract in je opnemen, maar ervaren is het niet. Maar deze drie dimensies willen ook ervaren worden en ze worden ook ervaren, meer onbewust, wanneer een kind leert vanuit een nog onhandig kruipende toestand waarbij het overal nog het evenwicht verliest, te gaan staan en met de wereld in een evenwichtsverhouding te komen. Dan zijn de drie dimensies concreet aanwezig. Daarbij kunnen we niet drie lijnen in de ruimte tekenen, maar er is een lijn die samenvalt met de as van het rechtopstaande lichaam die we [3] wanneer we slapen en liggen en die houding niet aannemen; die we ook als belangrijkste kenmerk hebben van waarin we van het dier verschillen dat nu juist zijn ruggengraatslijn evenwijdig aan de aarde heeft, terwijl wij een rechtopstaande ruggengraat hebben.
De tweede ruimterichting is die welke we krijgen als we de armen uitstrekken.
De derde gaat van voren naar achteren en omgekeerd….De mens beleeft zelf wat hij met de meetkundige figuren laat zien, maar alleen op die leeftijd waarin nog veel onbewust leeft, half dromend. Dat komt later tevoorschijn en vertoont zich abstract.
GA 306/25-26
niet vertaald

Wanneer Steiner dan concreet op meetkundige aspecten ingaat, waarbij het hier gaat om het beweeglijk houden van meetkundige voorstellingen, bijv. de driehoek, voordat het abstracte begrip verder zijn intrede doet, hebben onderstaande woorden dus betrekking op de meetkunde; maar wanneer je ze leest alsof ze betrekking hebben op het (kring)spel, lees je a.h.w. hetzelfde:

Dit zouden we dan ook zeer goed kunnen gebruiken ter ondersteuning wanneer we in het kind een goed gevoel voor ruimte willen ontwikkelen; een concreet, echt ruimtegevoel. Wanneer we op deze manier het begrip van beweging voor de figuur in het platte vlak (hier wordt de driehoek bedoeld) hebben laten zien, dan krijgt\ de hele geestelijke vorming van het kind zo’n beweeglijkheid, zodat ik dan makkelijk kan beginnen met perspectief: een lichaam gaat aan de voorkant van een ander lichaam voorbij of aan de achterkant. Dit passeren van voren en van achteren kan het eerste element zijn bij het oproepen van een dienovereenkomstige ruimtebeleving.
GA 301/213

Met name bij de spelletjes zoals ‘ketting breien’ gaat het om ‘voor- en achterpasseren’.

Volgens mij is de gedachte gerechtvaardigd dat de kringspelen en ook de andere spelletjes ‘in de ruimte’ een bepaalde voorbereiding zijn op het ruimtelijk kunnen denken dat een mens nodig heeft o.a. bij meetkunde.

DE ZEVENSPRONG
De zevensprong heeft als kringspel deze elementen: cirkel; armen strekken; naar voren en achter bewegen, knielen en weer strekken.

Bij vele van deze oude spelen kun je je afvragen hoe ze zijn ontstaan en of ze iets meer betekenen dan alleen een spel.
Melly Uyldert gaf van vele kringspelen verklaringen. Hoe kwam zij aan haar kennis? Is het waar wat ze zegt?
In ieder geval wel interessant om met haar blik eens naar zo’n spel te kijken:
.

Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven,
Heb je wel gehoord van de zevensprong?
Ze zeggen dat ik niet dansen kan,
ik kan dansen als een edelman

dat is een
dat is twee
dat is drie
dat is vier
dat is vijf
dat is zes
dat is ze-e-ven.

Alle kinderen vormen een kring met de handen vast en huppelen al zingend linksom, tot: Dat is één! –
Bij die woorden plaatsen zij, even stilstaand en met het front naar het midden van de kring gekeerd, de rechter voet een pas naar voren.

Daarna huppelt men weer in de kring, nu rechtsom, eerste hup op linkervoet. Bij: Dat is één! Dat is twee! – worden een pasje rechts en een aansluitend pasje links naar voren gemaakt. Daarna weer linksom huppelen.

Zo worden steeds het lied en de figuren herhaald, waarna het nieuwe figuur wordt bijgevoegd.

Bij: Dat is drie! – wordt de rechterknie aan de grond gebracht. Bij: Dat is vier! – wordt de linkerknie óók aan de grond gebracht, en liggen allen dus even geknield met de handen vast.

Men moet opletten, dat men even tijd neemt voor het opstaan daarna. Bij: Dat is vijf! – wordt de rechterhand even losgelaten en de rechter elleboog op de grond gezet. Bij: Dat is zes! -wordt ook de linker elleboog op de grond gezet. Bij: Dat is zeven! – wordt met het voorhoofd de grond aangeraakt, terwijl men de handen op het hoofd houdt. In deze houding (van een nog ongeboren kind) blijft men nu liggen, terwijl allen het laatste couplet zingen, waarbij nu, te beginnen met: Dat is één! – eerst het hoofd wordt opgeheven, dan de linker elleboog opgetild, en zo voort, alle houdingen in volgorde terugnemend, die men eerst had aangenomen.

Variatie: bij de regels: Ze zeggen dat ik niet dansen kan, ik kan dansen als een edelman! – blijft ieder op z’n plaats, de jongens met de armen voor de borst gekruist, de meisjes met de handen op de heupen, en dansen de wiegelpas. Of de meisjes gaan daarbij tegenover de jongen aan haar linkerkant staan. Deze snelle overgangen tussen de figuren zijn echter te moeilijk voor jonge kinderen.

Verklaring
Deze dans beeldt uit, in het zich beurtelings inrollen en ontrollen, de eeuwige afwisseling van involutie en evolutie, incarnatie en excarnatie, concretie en abstractie, verstoffelijking en vergeestelijking, het middelpuntvliedende en het middelpuntzoekende stadium, of hoe men het maar in analogieën wil aanduiden. Het is de grote pulserende beweging van het Al, van schepping en verlossing, leven en sterven, waarin wij allen opgenomen zijn en medewerken. Als zinnebeeld een van de mooiste heilige dansen, die ons uit de oudheid zijn overgeleverd!
.

[1] Steiner bedoelt hier de geboorte van het astraallijf rond het 14e jaar, die zich al eerder aankondigt.
[2] Hier wordt het etherlijf bedoeld.
[3] er staat ‘prüfen’ = testen, controleren e.d. Maar wat Steiner hier precies wil zeggen, ontgaat me (nog).
.
Kringspelende boom die wordt.….

6e klas: meetkunde

Over het etherlijf;       op  ‘antroposofie, een inspiratie’

schrijven: menskundige achtergronden (relatie vorm en beweging)

 

1112

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – St.- Jan (24)

.


SINT-JAN, MEER DAN EEN GEZELLIGE PICKNICK EB SPELLETJES

Vorig jaar introduceerden wij het grote zevensprong / kringspel op het St.- Jansfeest waarin de ele­menten water lucht en vuur zichtbaar worden.

Er is een opbouw naar het aansteken van het vuur toe door de zesde klas. Alle klassen dragen daar hun steentje aan bij.

Alle begin is moeilijk, het spel duurde wat lang. Sommige handelingen waren niet zichtbaar, teksten niet verstaanbaar.

Dit jaar gaan we proberen het voor iedereen goed beleefbaar te laten zijn. Bij de evaluatie was er n.l. genoeg enthousiasme voor de achtergrondgedachte van dit kringspel.

Hier volgt een uitleg voor een ieder die daarin geïnteresseerd is.

Door aan het zingen en dansen structuur te geven, kunnen we ons op een vrolijke manier met de die­pere betekenis van het St.-Jansfeest verbinden.

De zevensprong is een oude sacrale dans. Een cyclus van leven en sterven en van het leven in het sterven terugvinden.

Een dans van in-en uitwikkeling en van einde en hernieuwd begin.

De dans wordt 7 x herhaald en steeds afgesloten met een gebaar waardoor we ons over 7 sprongen verdeeld in elkaar rollen, om vervolgens weer recht op te springen na elke sprong. ( weer springle­vend worden! ) Na elke sprong beelden we vervolgens op 7 verschillende manieren ( spel,dans, gedicht of lied) een aspect of ontwikkelingsfase van de mens of mensheid uit. In de eerste 4 sprongen gaan we in op de 4 elementen van de natuur en proberen we vanuit het bewustzijn van het kind om te gaan met de aarde, het water, de lucht en het vuur.
In de laatste 3 sprongen liggen de kiemen voor de toekomst besloten. Na de ontwikkeling van het ik, kan de mens werken aan het geestzelf, de levengeest en de geestmens.

le sprong:
Aarde, materie -> oudste kleuters verbinden zich met de aarde. Ze leggen klei rond een uitgegraven plek in de aarde. De kuil in de grond symboliseert een schaal die leven voortbrengt en ontvangt. Daarbij zingen we een lied over de aarde.

2e sprong :
Water, etherwereld ->  eerste klas verbindt zich met het vloeibaar stromend element van beweeglijk water, drager van levenskrachten, onzelfzuchtig, neemt vorm van omgeving aan. De eerste klas vult de schaal met water onder het zingen van een waterlied.

3e sprong :
Lucht, astrale wereld -> de tweede klas verbindt zich met lucht; licht en vluchtig, stijgt op door warmte, zij voelen zich als vogels in de wolken. Zij blazen bellen, wij zingen een vogellied.

4e sprong :
Vuur, ik, de derde klas verbindt zich met het vuur, de warmte door het eenheidsbeleven met de natuur symboliseert ook enthousiasme voor iets wat we horen, uitbeelden of improviseren. Het Keltische gedicht ” ik ben ” wordt gedeclameerd rondom de lemniscaat waarin de vuur- en waterplek zijn gemaakt. Er worden 7 waxinelichtjes in het water gelegd.

5e sprong :
Het geestzelf.->  De vierde klas verbindt zich met de innerlijke zon. Het ik moet verinnerlijken. Het uiterlijke vuur(warmte) moet innerlijk vuur worden, gehanteerd in moed, eerbied en dankbaarheid.
Daarvoor moet de mens door een nulpunt heen. Van groot weer klein worden. Dan kan de mens tot de ervaring van een innerlijke zon komen door liefde. In het water worden waxinelichtjes aangestoken.

6e sprong :
De levensgeest.->
De vijfde klas verbindt zich met de innerlijke levensenergie. De vijfde klas geeft stokken door, dit symboliseert het dragen, doorgeven en delen van energie en levenskrachten. In het hout zijn zonne-energie en warmte opgeslagen. Door het doorgeven springt de levensgeest over! ( creatief, beweeglijk gedacht!) Hierbij wordt een lied gezongen en daarna wor­den de stokken bij de houtstapel gevoegd.

7e sprong :
De geestmens. ->   De zesde klas verbindt zich met de vreugde door innerlijk en uiterlijk beleefd vuur, enthousiasme. Blijheid voor en in de geest waardoor de aarde en wijzelf gelouterd wor­den.

7  zesdeklassers steken de fakkels aan aan de brandende waxine lichtjes. Daarna gaan zij op verschil­lende punten in de lemniscaat staan. De overige zesdeklassers komen hun fakkel aansteken . Wan­neer iedereen vuur heeft, lopen de kinderen de lemniscaat en zingen : hoor je ’t zingen van het vuur.

Nu dansen we allemaal om het vuur, niet in extase maar vanuit een zelfbewust enthousiasme.

St.Jan lemniscaat

In de lemniscaat ( liggende 8) willen wij geen kinderen laten spelen / lopen. Wilt u daar als ouders a.u.b. ook allemaal op toezien.

Het is heel vervelend voor ons om daar steeds kinderen uit te moeten sturen. Balspelletjes dan ook graag niet in de buurt van deze lemniscaat spelen!

Het St.-Jansfeest kan voor iedereen heel gezellig zijn wanneer alle ouders toezicht op hun eigen kin­deren houden.

(bron: vrijeschool Uden)

.

St.-Jan: alle artikelen
.

Jaarfeesten: alle artikelen

200-190

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.