Tagarchief: Perseus

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-1/4)

.

andromeda

Legende

Toen Perseus de Gorgo Medusa gedood had en met behulp van zijn vleugelschoenen over zeeën en landen vloog, kwam hij ook boven een ver land waar iets ongewoons moest zijn gebeurd. Want aan de oever van de zee zag hij een wonderschoon meisje dat met haar beide armen vastgeklonken was aan een rots. Toen stopte hij het versteende hoofd van Medusa in een tas die de nimfen hem voor die gelegenheid hadden geschonken en naderde het meisje. Eerst dacht hij nog dat het een liggend beeld was, uit marmer gehakt, ware het niet dat een zacht windje haar haren bewoog en als hij de tranen op haar gelaat niet had gezien die over haar wangen rolden. 
Nietsvermoedend voelde hij de liefde in zich branden, gegrepen door de prachtige schoonheid van de jonkvrouw. Bijna vergat hij de veren van zijn vleugelschoenen te bewegen. Bij haar blijvend spreekt hij haar aan: ‘O, maar jij verdient toch zulke kettingen niet, maar andere banden die verliefden aan je willen binden. Zeg me je naam en de naam van je land en waarom je geketend bent; dat zou ik willen weten.’
Eerst zweeg ze. De jonkvrouw waagde het niet tegen een vreemde man te spreken. Graag had ze haar reine gelaat met haar handen bedekt, maar haar armen waren gebonden. Maar haar ogen vulden zich met tranen, dat kon steeds. Perseus drong steeds verder aan. Om niet de indruk te wekken dat ze over een schuld wilde zwijgen, begon de jonkvrouw toen te spreken. ‘Ik ben Andromeda, de dochter van koning Cepheus van Ethiopië. Het is niet mijn schuld waardoor ik aan de rots vastgeklonken ben, maar die van mijn moeder Cassiopeia die de Nereïden beledigd heeft. Om de goden weer te verzoenen, dien ik als offer voor een reusachtig zeemonster dat voor straf ons land verwoest heeft en al veel mensen gedood. Dat was de wil van het volk, en mijn vader hebben ze gedwongen mij aan de rots te klinken. Nu is de tijd gekomen dat het monster zal verschijnen.’ Dat zei het meisje met overslaande stem en tranen in haar ogen tegen Perseus, die tot diep in zijn ziel door het noodlot van het meisje geraakt was. ‘Nooit zal je zo’n smadelijke dood sterven’, riep hij Andromeda toe, ‘ik zal je redden, als je met mij wil trouwen.’ Verlegen sloeg zij de ogen neer en tegelijkertijd stroomde er een geluksgevoel door haar heen, en alleen door te knikken gaf ze haar ja-woord te kennen, terwijl ze van gêne bloosde. Meer hoefde Perseus niet te weten. Met zijn vleugelschoenen verhief hij zich weer in de lucht en haastte zich langs de kortste weg naar de ouders van het meisje, naar koning Cepheus en koningin Cassiopeia. Hij vond ze zoals ze nu nog aan de sterrenhemel staan, hulpeloos de armen ten hemel gericht, de goden smekend om het vreselijke onheil af te wenden.
Cassiopeia zat op haar troon en Cepheus stond naast haar, toen de vreemde jongeling door de lucht op hen toe kwam en hen aansprak: ‘Voor tranen hebt u later tijd genoeg, maar voor hulp is de tijd kort bemeten. Ik ben Perseus, de zoon van Zeus en de moeder die van de god in de gevangenis zijn gouden zaad ontving. Wanneer u het wil, zal ik het zeemonster niet zo overwinnen en doden zoals ik daarvoor de als een slang behaarde Gorgo Medusa gedood heb. Maar u moet me één ding beloven: wanneer mijn moed het ondier bedwingt en ik uw dochter zo van een gewisse dood kan bevrijden, dan moet u haar mij tot vrouw geven.’
Hoe zouden de treurende ouders kunnen weigeren en twijfelen, te meer niet daar ze in de knappe jongeling die door de lucht tot hen was gekomen, een bode van de goden vermoedden die hen als antwoord op hun smeken gezonden was. Ze beloofden hem alles wat hij wenste en nog meer.
Niet alleen zou hij hun dochter Andromeda tot vrouw krijgen, maar ook de heerschappij over het koninkrijk van Cepheus. Ze beloofden het beiden.
Door deze belofte gesterkt, steeg Perseus met zijn vleugelschoenen weer op en vloog zo snel mogelijk naar het meisje terug dat nu door haar ouders aan hem als bruid was toevertrouwd. Hij kwam net op tijd weer bij haar aan, want het grote monster naderde vanaf de horizon om zijn buit op te halen. Luid snuivend en uit zijn vervaarlijke bek vuur spugend, kliefde het met zijn grote gestalte de golven van de zee. Perseus sprak de
aan de rots gekluisterde jonkvrouw moed in, keek haar nog eens liefdevol aan en bereidde zich voor op de grote strijd met het ondier.

Hoe deze strijd begon en hoe deze afliep staat bij het sterrenbeeld van de Walvis, want zo heet het sterrenbeeld nu.

NO                                                               O                                                               ZO
aug. 1   1°° u                                       sept. 1   23°° u                                     okt. 1  20°° u
15  24°° u                                              15  22°° u                                            15 19°°

Het sterrenbeeld Andromeda klimt in juni tot in augustus, is in september in het oosten te vinden (zie boven) en stijgt in oktober in het noordoosten verder, tot het in november ongeveer in het zenit staat, dan aan de avondhemel om 21°° u, in de zomertijd een uur later. 

De namen van de sterren betekenen:

Alamak (Arabisch) = vermoedelijk afgeleid van al-anaq, de woestijnlynx
Mirach (Arabisch)  = afgeleid van mi’zar ‘schort’
Sirrah (Arabisch) afgeleid van surrat al-faras: navel van het paard (gezamenlijke ster in Pegasus)

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2459

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.


 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Michaël (17)

.

KOSMISCHE ACHTERGRONDEN VAN HET MICHAËLSFEEST

Meteoren aan de sterrenhemel

Het Michaëlsfeest is voor de meeste mensen onbekend en aan weinig traditie gebonden. Het kan alleen zinvol gevierd worden als men zoekend is naar de impuls die de ach­tergrond van dit jaarfeest vormt.|

Waar het gaat om het Michaëlsfeest voor de kinderen, is de ons omringende natuur een goed uitgangspunt. Ook het oude boeren Michaëlsfeest droeg het karakter van een jaargetijdenfeest: een oogstfeest. Vanuit de natuurervaring kan men zo tot zinvolle jaar­feestvieringen komen.

Een andere mogelijkheid om enige toegang te vinden tot de achtergronden van de jaar­feesten, in dit geval het Michaëlsfeest, wordt geboden door gebeurtenissen die zich aan de sterrenhemel afspelen. In juni valt het Sint-Jansfeest op het mo­ment waarop de zon op onze breedte haar grootste hoogte bereikt heeft en juist weer aan de afdaling in de dierenriem is begon­nen. De dagen zijn lang, het etmaal wordt overheerst door het licht. Men kan in die dagen het gevoel krijgen dat de zon de mens mee omhoog trekt, en buiten zichzelf voert. De processen waaraan mens en natuur in de zomertijd onderhevig zijn, kan men zwavelprocessen noemen; onder zwavel wordt dan niet de chemische stof verstaan, maar — in navolging van een oude traditie — warmteprocessen.

Om de weg naar de aarde terug te vinden en in de wintertijd de aardse taak weer op te nemen, is een tegengesteld proces nodig, aan te duiden als ijzerproces. IJzer is de stof die ook in het bloed wordt aangetroffen en een mens mogelijkheid geeft als persoonlijk­heid op aarde te leven.

Wanneer men dan de waarneming van de sterrenhemel bij de beschouwing betrekt, dan blijkt hoe men ver van de storende stadslichten in augustusnachten kan genie­ten van een rijke ‘sterrenregen’. Kosmische vonken schieten langs de hemel. Deze ‘vallende sterren’, meteoren, vluchten uit één punt van de sterrenhemel: het ster­renbeeld Perseus. Vandaar de naam voor de­ze elk jaar terugkerende ‘sterrenregen’: de Perseïden. Deze meteorenvlaag kan in ver­band worden gebracht met de naderende Michaëlstijd. Kosmisch ijzer wordt door de fel oplichtende meteoren naar de aarde ge­bracht. Het vluchtpunt, radiant, van de Per­seïden, het sterrenbeeld Perseus, is een Michaëlisch beeld: Perseus verricht een Michaëlische daad als hij Medusa het hoofd af­slaat. Het wezen dat over het derde oog be­schikte, het oude orgaan der helderziend­heid, wordt gedood. Aan de atavistische ver­mogens van de mens komt een einde; de weg naar de ontwikkeling van het vrije den­ken wordt geopend. De kosmische vonken die de zomernachten verlichten, vinden hun oorsprong in het geheven zwaard van Per­seus.

De kosmische oorsprong van de Perseïden is ook op nog andere wijze met de Michaëlische impuls verbonden. Astronomisch is vastgesteld dat de banen van deze meteorie­ten voordat zij op de aarde terecht komen, dezelfde zijn als de baan van een komeet die in 1862 gezien is, de komeet Swift-Tuttle. Men heeft berekend dat deze ko­meet een elliptische baan rond de zon had, met een omlooptijd van 120 jaar. Uit het jaarlijks verschijnen van de Perseïden mogen we afleiden dat de komeet Swift-Tuttle een komeet in afbraak is.

Wat is nu de achtergrond van dergelijke af­braakprocessen die ook andere kometen kennen? Om op deze vraag een antwoord te kunnen vinden, is het nodig daarbij gees­teswetenschappelijke gezichtspunten te be­trekken.

Rudolf Steiner heeft kometen beschreven als kosmische verschijnselen die ook nog aan andere impulsen gehoorzamen dan aan de bekende wetten van de aantrekkings­kracht, waaraan ons zonnestelsel zijn be­rekenbaarheid ontleent. Hij karakteriseert ze als kosmische reinigers van de astrale atmosfeer: kometen nemen, zegt Steiner, slechte astraliteit in zich op, ontlasten daarmee de kosmos. Kometen verschijnen als de kosmos gereinigd moet worden. Elke komeet vervult daarmee een zuiverende taak, daarbij kunnen kometen dragers zijn van spirituele impulsen die hun uitwerking op de geschiedenis van de mens­heid hebben.

De oorspronkelijk geheel onverwacht ver­schijnende komeet kan een deel van zijn kometenkwaliteit verliezen door geheel in de sfeer van de berekenbaarheid gevangen te raken: de komeet ondergaat een verande­ring in zijn gedrag, hij gaat zich in een vaste, elliptische baan bewegen, waardoor zijn terugkeer berekend kan worden. Daarmee is weer een stukje kosmos vastgelegd in de wereld van maat, gewicht en getal.

Geestelijke tegenmachten kunnen zich van de komeet meester maken en daarmee de aanvankelijke positieve zending van de ko­meet doen omslaan in het tegendeel. De in­teresses van deze tegenmachten liggen daar waar de mensheidsontwikkeling omgebo­gen kan worden, waar de mens gevangen kan worden in onvrijheid. Een kosmische draak bedreigt de menselijke ontwikkeling.

Michaël heeft zich in de strijd om de vrij­heid van de mens verbonden met het lot van de mensheid.

In de kosmos speelt zich een geestelijke strijd af die op aarde in de fysieke wereld zichtbaar wordt doordat wij kunnen waar­nemen hoe kometen in brokstukken uit el­kaar vallen, opdat zij niet langer kunnen bij­dragen tot de macht van die wezens die zich tegen de vrijheid van de mens keren. Michaël bereidt uit het gif van de tegenstan­der een kosmisch medicijn dat de mensheid te hulp komt op haar weg naar de vrijheid. Het kosmische ijzer daalt in lichtende me­teoren op de aarde neer. IJzer waaruit de mens zich het Michaëlisch zwaard kan sme­den.

Geen uiterlijk wapen geeft Michaël in de hand: het is het wapen van de menselijke moed.

(Rinke Visser, Jonas nr. 2, 26-09-1975)

Michaël Perseus

Memling Laatste oordeel

Hans Memling: Laatste oordeel

.

Michaël: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: Michaël       jaartafel

.

264-249

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.